Waar en wanneer sprak Jo de Haas en waarover?
Opmerkingen vooraf over de inrichting van de database....
- Verslagen van de lezingen van Jo de Haas in kranten of tijdschriften zijn integraal overgenomen; soms vergezeld van een latere toelichting daarop of een discussie naar aanleiding ervan en soms ook van de lezing van een andere spreker die op dezelfde bijeenkomst aanwezig was en een verwant thema behandelde.
- De in dit document opgenomen teksten zijn afkomstig uit kranten en tijdschriften en zijn auteursrechtelijk vrij, gezien de data van publicatie. Mocht er onverhoopt en ongewild daarbij toch een fout zijn gemaakt, zal die, bij constatering ervan, direct worden gecorrigeerd.
- Waar van een lezing in verschillende bronnen een verslag is verschenen, is bij gelijke tekst de tweede bron (of eventueel een derde) niet opgenomen, maar ernaar verwezen met de opmerking dat het een gelijke tekst betreft. Wanneer een tweede bron (enigszins) van de eerste afweek, is die wel opgenomen.
- Bij de opgenomen verslagen is de volledige bron vermeld (bijv. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 49, no. 31, 04-08-1939).
- Wanneer er in een krant of tijdschrift alleen een aankondiging van de lezing werd gegeven is de bron in verkorte vorm weergegeven (bijv. De arbeider 04-08-1939). De titel van de lezing is met rood aangegeven, vooral om daar direct de aandacht op te vestigen.
- Ook is de titel van tijdschrift of courant (zie boven) deels met rood aangegeven. De reden daarvoor is dat waar van een lezing meer verslagen zijn opgenomen, het gekleurde deel van de titel de scheiding tussen de bronnen duidelijk markeert.
- Dezelfde lezing wordt in een bepaalde courant of tijdschrift vaak meerdere keren aangekondigd. In die gevallen is de laatste aankondiging opgenomen.
- Regelmatig komt het voor dat een bepaalde lezing in verschillende bronnen wordt aangekondigd. In die gevallen is met het weergeven van één bron volstaan.
- In de teksten van de verslagen treft de lezer soms grammaticale (bijv. is gebeurt, bedelfd) en een weggevallen woord aan. Soms is dat aangegeven (met: sic!) als er twijfel was over wat er zou moeten staan (met soms een opmerking met daarbij mijn initialen, lgj), maar meestal is er voor gekozen om stilzwijgend te verbeteren. Dit enerzijds om de indruk van schoolmeesterachtigheid te voorkomen en anderzijds - door ze simpelweg zonder enig commentaar te laten staan - verwijten van slordigheid te vermijden en bovendien ook uit respect voor de maker van het verslag.
- Aan spelling of spelfouten is geen aandacht besteed. De reden daarvoor is dat er – vooral – in tijdschriften (uiteraard binnen het kader van de toenmalige spellingsregels) verschillende spellingsvarianten werden gehanteerd. Slechts wanneer in een verslag de naam van een persoon twee of drie keer verschillend werd weergegeven is voor de juiste vorm gekozen.
- Waar nodig is soms tussenhaakjes in de tekst (met daarbij lgj) of in voetnoten een toelichting op de tekst in de verslagen en op bronvermeldingen gegeven. Die is echter heel beperkt. Verwijzingen in de verslagen naar auteurs, boeken, politici, afkortingen van organisaties etc., zou te ver voeren; de lezer wordt geacht die zelf op te zoeken.
- Bij de plaats waar Jo de Haas sprak is meestal de organisatie vermeld, tenzij er in de tekst van het opgenomen verslag daarvan melding wordt gemaakt.
- Uiteraard is gestreefd naar volledigheid, maar niet kan worden uitgesloten dat bezoekers van de database constateren dat een bron ontbreekt of niet geheel correct is weergegeven. Hun wordt verzocht dat te melden, zodat verbeteringen en aanvullingen kunnen worden aangebracht.
- Het document eindigt in het jaar 1946 met enige berichten over de crematie en herdenking van Jo de Haas en de onthulling van een monument mede te zijner gedachtenis. Ook na dat jaar zijn in kranten en tijdschriften berichten over hem te vinden, maar die liggen buiten het doel van deze database: inzicht geven in de activiteiten Jo de Haas als propagandist van het sociaal-anarchisme.
Lammert Gosse Jansma, bezorger [dr. dr. L.G. Jansma, Achterweg 66, 9269 TP Veenwouden]
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1919 Waar en wanneer sprak Jo de Haas en waarover?
23-07-1919 Amsterdam Oorlogsvoorbereiding I.A.M.V.
Aangezien kameraad Worms plotseling was verhinderd zou in diens plaats De Haas optreden. Deze begint er op te wijzen dat het voor hem, na zoo'n uitvoerige rede van den eersten spreker, niet makkelijk zal zijn het woord te doen zonder kans in herhaling te zullen vervallen, Daarna bespreekt De Haas de geraffineerde voorbereiding, welk werk volgens spreker veel moeilijker en belangrijker is als de oorlog zelf. Spreker rafelt dan uitvoerig de leugens van den oorlog uiteen, om ten slotte de aandacht te vestigen op de beste wijze om tot ontwapening te geraken, door n.l. bij de kinderen te beginnen hen te leeren ,,menschen" te worden inplaats moordenaars en de toehoorders op te roepen voor „geen, man en geen cent". De meeting was moreel een groot succes, gezien de vele aanwezige tegenstanders. Naar aanleiding van het gesprokene door beide sprekers, zijn deze door één der toehoorders uitgenoodigd tot een debat. Men wachtte hiervoor dus nadere berichten af. [De vrije socialist 23-07-1919]
03-08-1919 Bussum 'De oorsprong van den Godsdienst' Ontwikkelingsclub „De toekomst”: [De vrije socialist 02-08-1919]
04-06-1919 Amsterdam Jo houdt een rede op de markt:
Marktpropaganda. Een paar uren des Maandags op het Amstelveld en men wordt overtuigd van de groote waarde der marktpropaganda, en vooral wanneer ze zoo plaats heeft als door Jo de Haas, van wien wij een rede hoorden, flink en degelijk en voor een publiek, grooter in aantal als bij menige vergadering, die met kostbare advertenties wordt bijeengeroepen. Ja, de marktpropaganda heeft waarde, óók het boekenstalletje. [De toekomst; socialistisch weekblad voor Zeeland en Westelijk Brabant, jrg 27, no. 19, 09-08-1919]
21-09-1919 Blaricum Meeting:
Zondag a.s., des namiddags 1 uur, kunnen we nog mededeelen dat als sprekers zullen optreden C. Kitsz en Joh. de Haas. De zangvereeniging „Voorwaarts" verleent hare medewerking. Voor consumptie op het 'terrein wordt gezorgd, evenals voor fietsenberging. [De vrije socialist 20-09-1919]
21-09-1919 Blaricum Meeting:
Zondagmiddag wordt te Blaricum een meeting gehouden, waar C. Kitsz en Jo de Haas zullen spreken. De Amsterdammers vertrekken om 10 uur van het Centraalstation. Fietsrijders om 8 uur vanaf de Muiderpoort. [De Tribune: soc. dem. weekblad 20-09-1919]
21-09-1919 Blaricum Meeting:
Zaterdagavond vielen klodders nat naar beneden, die regen moesten beteekenen, maar treurig was 't en als 't zóó bleef, kwam van de meeting in Blaricum niets terecht en kon men wel thuis blijven. De angst zat er in en dat is een slecht teeken en toch waren eenige SAJO leden met Postma aan bet hoofd moedig genoeg om Zondagmorgen héél in de vroegte van Amsterdam naar Blaricum te wandelen. Ze verdienen een bewijs van moed en trouw. 's Ochtends was 't mooi weer, maar tegen twaalf uur kwam de regen weer los, regen, al maar regen, ook in Blaricam regent 't. Te begrijpen dat de opkomst van het publiek ter meeting niet groot was, al bleef 't vanaf ongeveer twee uur een uurtje droog, maar de meeting is doorgegaan. Dickhout opende haar, daarna droeg Mesman „Brand in de mijn" voor. Het bleek hierbij dat dit meetingterrein een uitstekende zaal is, waar het geluid op bizondere wijze tot zijn recht komt. En Mesman moet bij zijn voordracht wel gedacht hebben aan „Nut en Genoegen" en hoe mooi 't zou zijn eens in deze streek een openluchtvoorstelling te geven. Waarom ook niet? Waarom moeten wij, die zoo vooruitstrevend genoemd worden in vele dingen zoo achter blijven en waarom gaan we niet met onzen tijd mee. Na de voordracht van Mesman sprak Jo de Haas, die de Vrijheid behandelde, wees op de onvrijheid der parlementaire partijen en de wenschen der anarchisten uiteenzette. Mesman droeg vervolgens „De Kruissprook" voor. Ten slotte zong „Voorwaarts" eenige liederen en kwam er intusschen weer regen. Regen in kleine geniepige droppels, regen in straaltjes, regen op meer tactische manier van afgepaste gedeelten. En iedereen draafde naar huis. Voorzichtige, brave menschen die thuis bleven.[De toekomst; socialistisch weekblad voor Zeeland en Westelijk Brabant, jrg 27, no. 26, 27-09-1919]
03-10-1919 Amsterdam Wat in de Plaats van het Nationaal SAJO Reddingsleger: [De vrije socialist 27-09-1919]
04-10-1919 Purmerend. Geen titel:
Solidariteits-bazar. Zondag 5 Oct. was Purmerend aan de beurt voor zgn. Solidariteit bazar. Zaterdagavond werd ze geopend. Ds. Hugenholtz, die een krachtig propagandist is voor de anti militaristische beginselen, zou dien avond een rede houden, doch was verhinderd, hetgeen voor velen een groote teleurstelling was. Evenwel was De Haas bereid als zijn plaatsvervanger op te treden en hij kweet zich uitmuntend van die taak. Het bezoek viel Zaterdagavond mede, zoodat de inzet goed was. [De toekomst; socialistisch weekblad voor Zeeland en Westelijk Brabant, jrg 27, 1919-1920, no. 28, 11-10-1919]
19-10-1919 Amsterdam Het Katholicisme een gevaar voor Jordaan groep De samenleving [De vrije socialist 18-10-1919]
01-12-1919 Amsterdam Het Katholicisme een gevaar voor Ontwikkelingsgroep De samenleving [De tribune 01-12-1919]
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1920 Waar en wanneer sprak Jo de Haas en waarover?
11-0-1920 Hilversum Geen titel: (Jo spreekt op een Solidariteitsbazar met Eikeboom en Giessen) [De tribune 08-01-1920]
23-01-1920 Amsterdam Atheïsme en Anarchisme Soc. Anar. Jongeren Org. [De tribune 23-01-1920]
02-02-1920 Amsterdam De Pauselijke onfeilbaarheid Groep “Ontwikkeling” [De vrije socialist 31-01-1920]
23-02-1920 Amsterdam Anarchisme en Atheïsme Groep „Ontwikkeling" [De tribune23-02-1920]
17-03-1920 Amsterdam De geschiedenis van het Anti-Militaristische militarisme Ontwikkelingsgroep Jordaan [De vrije socialist 13-03-1920]
12-04-1920 Amsterdam Cursus/geen titel I.A.M.V. [De vrije socialist 10-04-1920]
26-05-1920 Amsterdam Cursus/geen titel I.A.M.V [De vrije socialist 19-05-1920]
31-05-1920 Amsterdam Vakbeweging en anti-militarisme [debat met B. Lansink jr.] Debatvergadering. —Maandagavond vond een debatvergadering tusschen J. de Haas en B. Lansink Jr. plaats over „vakbeweging en anti-militarisme." Beide spr. vonden bij hun zakelijke en kameraadschappelijke rede een aandachtig gehoor. Het was een nuttige vergadering welke goed bezet was. [De arbeid; weekblad van het Nationaal Arbeidssecretariaat in Nederland, jrg. 15, no. 23,05-06-1920]
04-06-1920 Amsterdam Het R. Catholicisme een gevaar voor de samenleving Sajo [De vrije socialist 02-06-1920]
07-06-1920 Amsterdam Het R. Catholicisme een gevaar voor de samenleving Sajo [De tribune 04-06- 1920]
08-06-1920 Utrecht Tegen de muilkorfwetten van Heemskerk
UTRECHT. Tegen de muilkorfwetten. Dinsdag 8 Juni spraken voor het PI. Comité van Actie tegen het wetsontwerp-Heemskerk, De Haas uit Amsterdam en Giesen uit Utrecht in de Korenbeurs, in een eivolle zaal. Naar schatting waren 800 menschen aanwezig, w.o. tal van modernen. Beide redes sloegen goed aan. Onder het zingen der Internationale ging de vergadering uiteen. [De tribune 12-06-1920]
14-06-1920 Amsterdam Openluchtmeeting/geen titel afd. I.A.M.V. [De vrije socialist 12-06-1920]
04-07-1920 Purmerend Meeting/geen titel I.A.M.V. Federatie Waterland.
Meeting Purmerend. Door het slechte weer in de ochtenduren is de Meeting uitgeschreven door de I.A.M.V. niet zoo geslaagd als het vorige jaar. De sprekers Lansink, de Haas en Rijnders waren goed op dreef en hadden een belangstellend gehoor. „Voorwaarts" van Amsterdam was slecht bezet en zong niet zoo mooi als anders. Veel succes had Terwiel met zijn solonummers. Jammer dat onze jongens in „Waterland" nu zoo’n financiële strop hebben. Maar zij zullen er zich door weten te slaan. [De vrije socialist 14-07-1920]
Purmerend. Een reuzenstrop was de meeting van de Federatie Waterland der I. A. M. V. op Zondag 4 Juli. Er waren uit Purmerend precies 10 menschen aanwezig, uit de Beemster ongeveer even veel. Amsterdam was schitterend vertegenwoordigd, er waren vandaar zeker 100 kameraden opgekomen. Men denke nu niet, dat het slechte weer de oorzaak was, wel neen, er was te Purmerend een vooroefening voor het op den 18den te houden turnfeest en — men moet het gezien hebben, anders geloofd men het niet — een groote menigte stond op dat veld tot de enkels in het water naar het turnen te kijken, instede ter meeting te gaan. Dit demonstreert ten duidelijkste, dat onze propaganda niet is zooals zij wezen moet. Voor een groot gedeelte zal het ook wel hieraan liggen, dat wij het boerenland te veel verwaarloozen en maar altijd zitten te wroeten in de steden. Van de meeting rest ons nog dit te zeggen: alhoewel het aller onaangenaamst geweest moet zijn voor zoo'n klein clubje te spreken, hebben Lansink Sr., J. de Haas en G. Rijnders zich best gehouden. Jammer was het dat „De Voorwaarts" niet compleet was, hun voorzitter Priem wees er dan ook op, dat zij daardoor niet konden zingen zooals men dat van „De Voorwaarts" gewend is. G. Terwiel was uitstekend, alhoewel hij zingen moest zonder begeleiding en tenslotte de Federatie Waterland heeft een strop van plm. f 50, hoe komen wij daar af. Wie heeft er geld te veel? Want wij hebben tekort! [De toekomst; socialistisch weekblad voor Zeeland en Westelijk Brabant, jrg 28, no. 15, 10-07-1920]
15-08-1920 Amsterdam Geen titel:
Avond-bijeenkomst. De avondbijeenkomst, Zondagavond door de afdeeling der Federatie van Afd. der Sociaal- Anarchisten gehouden, is best geslaagd, vooral omdat we in den laatsten tijd niet zooveel gewend zijn, aanmerkende de sufte geest, welke vooral heerscht. 't Was een mooie avond, goed weer voor den tuin. J. de Haas en C. Kitsz spraken, beiden maakten op bevattelijke wijze propaganda voor onze beginselen. Jo de Haas stond niet sterk toen hij aan de hand van krantenberichten over Rusland ging spreken en de meening uiteen zette, dat hij niet accoord ging met wat in Rusland gebeurde. Dat is een gevaarlijk terrein, waar voorzichtigheid te meer waar de anarchisten een vastomlijnde uiteenzetting hebben over wat zij onder dictatuur van het proletariaat verstaan. Kitsz diende hem in zijn rede heel snedig van antwoord. Laten wij in ons landelijk landje, waar alles laf en naar is, en nog geen spoor van revolutie te bekennen is, toch niet gaan oordeelen over landen waar wèl revolutie is, aldus zgn. opvatting. [De toekomst; socialistisch weekblad voor Zeeland en Westelijk Brabant, jrg 28, no. 21, 21-08-1920]
19-08-1920 Amsterdam Begrafenis J, J. Bolt.
Een stoet van enkele honderden personen volgde achter het roode vaandel van de afd. Amsterdam der I. A. M. V. de lijkkoets waarin onze gestorven kameraad J. J. Bolt zijn laatste reis deed. Te pl.m. 11 uur kwam de stoet op het kerkhof „Vredenhof" aan. Onder veel aandoening werd de baar met de kist door twaalf kameraads naar de groeve gedragen en onder diepe stilte neergelaten. Als een van Jan's oudste kameraden sprak J. Kok een woord van deelneming waarna de afgevaardigden van enkele organisaties het woord voerden. Henk Eikeboom sprak namens de afd. Amsterdam der I. A. M. V., M. de Boer namens het Landelijk Comité, daarna Onderwijzer voor het hoofdbestuur van „De Dageraad", Both voor het Comité voor de I. T. T. 0., Mej. Kruis voor den Rev. Vrouwenbond. Nadat nog namens de Federatie van SociaalAnarchisten gesproken was, sprak Jo de Haas nog namens de S. A. J. 0. Alle sprekers releveerden hoe 'n trouw werker Jan was en hoe onze beweging, inzonderheid de antimilitaristische, door zijn dood een verlies lijdt. Nadat namens de familie voor de betoonde belangstelling en sympathie bedankt was, verlieten allen diep onder den indruk het kerkhof. [De vrije socialist 21-08-1920]
29-08-1920 Beemster Solidariteitsbazaar/geen titel fed. waterland I.A.M.V. [De vrije socialist 28-08-1920]
05-09-1920 Rotterdam Atheïsme en Theïsme Sajo Cursusvergadering. [De vrije socialist 04-09-1920]
11-09-1920 Emmer-Compascuum S.D.A.P.er, Communist of Anarchist
Alhier vond Zaterdag 11 dezer een vergadering plaats, uitgaande van de „Vrije Groep." De zaal was geheel bezet. Als spreker trad op J. de Haas, van Amsterdam, met het onderwerp: „S.D. A. P.er, Communist of Anarchist". De Haas wees op de bedriegelijke woorden „socialisatie", op de gevaren van het autoritair communisme, om vervolgens aan te toonen dat de ideeën der anarchisten zich langzaam maar zeker verwerkelijken. Van de gelegenheid tot debat werd geen gebruik gemaakt. [De vrije socialist 22-09-1920]
12-09-1920 Ter-Apel Wat willen toch de anarchisten?
Feitelijk wel een beetje laat wil ik toch nog even melden, dat onze meeting, gehouden den 12 Sept. uitstekend geslaagd is. Bij de optocht door Ter Apel was een groot aantal menschen op de been. Op het meetingsterrein waren plm. 700 menschen. Rijnders van Amsterdam was natuurlijk niet gekomen. De heeren daar denken: kan ik, dan ga ik, en komt me het een beetje ongelegen uit, dan ga ik niet. Er werd dan ook door verschillende personen tegen Rijnders nog al erg gemopperd, (om geen erger woord te gebruiken !). Maar genoeg daarover; onze meeting is geslaagd. En voor Rijnders was de Haas van Amsterdam gekomen, die het eerst sprak, en daarna Mevr. Kolthek-Timmer, die een prachtige propagandarede hield. Voor den aanvang en in de pauze speelden de Sappemeerster muzikanten, zoodat het geheel genomen een prachtige meeting was. En nu vooruit jongens, laten we, als we kunnen, elkaar behulpzaam zijn in de propaganda. Hopelijk krijgen we nog meer van zulke dagen. [De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 30, 1920, no. 39, 25-09-1920]
Uit Ter Apel
De gezamenlijke „vrije groepen" in deze streek hielden Zondagmiddag, 12 September, een open luchtmeeting. Vooraf ging een optocht met muziek. De meeting zelf was zeer druk bezocht. Als eerste spreker trad op De Haas uit Amsterdam, welke het onderwerp behandelde: „Wat willen toch de anarchisten?" Deze sprak vooral, tegenover de parlementaire taktiek, den z e 1 f-verlossingsstrijd der arbeiders. Ook waarschuwde deze om de oude leuze: “geen man en geen cent" niet los te laten, door zich onder den invloed der gebeurtenissen in den nieuwen communistisch militairen maalstroom te werpen. De tweede spreekster, mevr. Kolthek—Timmer behandelde „De vrouw en het Militarisme". Op de haar bekende wijze geeselde zij alle vormen van militairisme en duidde uitvoerig aan dat de vrouw als bron, als geefster van het leven, door de natuur alleen al reeds tegenover het militarisme is geplaatst. Zij besprak de gevolgen van het militairisme en de leugens van den oorlog, om in een uitvoerig betoog vooral de vrouwen op te wekken te strijden voor het anti-militarisme. [De vrije socialist 22-09-1920]
19-09-1920 Rotterdam Anarchisme als tegenstelling der dictatuur van het proletariaat [De vrije socialist 18-09-1920]
20-09-1920 Amsterdam Over de resultaten van het Herdenkingsavond Antimilitarisme in het buitenland I.A.M.V.
(…) Op de herdenkingsavond liet ook een mandolineclub zich naar genoegen hooren, terwijl Jo de Haas een causerie hield over de resultaten van het antimilitarisme in het buitenland. Er was een druk bezoek, want er moesten nog vele liefhebbers teruggestuurd worden. De avond kenmerkte zich door een goede gezelligheid. [De Toekomst; socialistisch weekblad voor Zeeland en Westelijk Brabant 25-9-1920]
28-09-1920 Amsterdam Christendom en Maatschappij De Dageraad [De tribune 27-09-1920]
13-10-1920 Amsterdam Ferrer herdenking
De vergadering uitgeschreven door de „Ontspanningschool" ter herdenking van den moord op Francisco Ferrer is natuurlijk weer slecht geslaagd! Handwerkers Vriendenkring was niet half vol wie denkt er onder de zoogen. revolutionairen tegenwoordig ook nog aan de martelaren voor onze zaak? Het is alleen maar een clubje, een klein clubje getrouwen en ernstigen. De Haas en Rijnders voerden op de vergadering het woord. [De vrije socialist 16-10-1920]
31-10-1920 Amsterdam De diktatuur van het proletariaat I.A.M.V. [De vrije socialist 30-10-1920, De tribune 30-10-1920]
16-11-1920 Utrecht Herdenking D.N.
Ook hier had een herdenkingsvergadering plaats, waar kam. C. Kitz, als spreker optrad. Kam. J. de Haas zag, gezien de slechte opkomst, van 't woord af. Kam. Kitz, herdacht onzen ouden kameraad eerstens als anarchist, verder als profeet; ten slotte als antimilitarist. Een woord van dank aan dezen spreker, die op een eenvoudige wijze zijn onderwerp behandelde. Hij heeft ons krachtig aangespoord, vooral 't F. D.N-Fonds te steunen. Oorzaak van 't niet slagen van dezen avond is, te weinig bekendheid aan deze zaak, geen één advertentie. Soit! Volgend jaar beter! Dat kunnen we zeggen: de C. P. heeft niet meegedaan, omdat de Vrije groep elke samenwerking met de heeren verbroken heeft. [De vrije socialist 01-12-1920]
17-12-1920 Amsterdam De dictatuur van het proletariaat, Jo in debat met M. Degen (C.P.) [De vrije socialist 11-12-1920]
25-12-1920 Den Haag Is er Vrede op Aarde (J. de Haas Openbare Kerstvergadering met G. Rijnders)
Uit Den Haag. Den eersten Kerstdag had er hier een openbare vergadering plaats waarin als sprekers optraden J. de Haas en G. Rijnders. De voorzitter opende de vergadering met een toepasselijk woord, er op wijzende, dat wij ook bij deze gelegenheid, als in de kerken het „Vrede op aarde" gepreekt wordt, wij, n.l. de V. S. Ver. en de afdeeling Den Haag van de I. A. M. V., ook bij elkander behooren te komen om tegen die huichelarij te protesteeren. Hij betreurt dat de opkomst niet is zooals zij behoorde te zijn.
J. de Haas treedt daarna als spreker op en trekt te velde tegen de „Haagsche Post", die dezer dagen schreef dat er thans vredesgedachten onder het menschdom rondwaarden, maar niet vermeldde dat het slechts een week hoogstens in het jaar was, maar dat er 51 weken niets anders dan moord en diefstal in de wereld plaats had. Hij houdt verder een gloedvolle rede en zegt dat wij niet den vrede prediken maar den strijd, den strijd tegen deze huichelachtige maatschappij. Zoolang er verdrukten en verdrukkers zijn, moet de strijd gestreden worden. Daarna spreekt Rijnders en stelt geschiedkundig vast dat het Kerstfeest reeds duizenden jaren vóór het Christendom gevierd werd, dat de Christenen eigenlijk dien dag gestolen hebben, en dat hij ook beschouwd kon worden als de geboorte van het licht, van de zon, omdat de ouden uit vorige eeuwen inzagen dat de duisternis moet wijken voor het licht. Spreker geeselt de huichelarij van de Christenen, terwijl zij zich over de geheele wereld steeds meer bewapenen. Hij voorspelt een nieuwe oorlog, die vreeselijker zal zijn dan de vorige. En wat winnen de arbeiders bij elken oorlog? In de overwonnen landen zoowel als in de overwinnende landen lijdt het volk gebrek en ontbeering. In Frankrijk, België, Engeland, Italië, enz., de landen die gezegepraald hebben, heeft de werkloosheid een verbazenden omvang aangenomen. Ook in de landen die niet aan den oorlog deelgenomen hebben, grijpt de werkloosheid om zich heen, met alle ellende er aan verbonden. Spreker wijst ook op het gevaar waarin wij verkeeren als wij niet paraat zijn tegen nieuwe gezagsmachten, die ons op andere wijze weder zullen verdrukken. Ook deze spreker meent dat wij, zoolang deze maatschappij bestaat, geen vrede, geen welbehagen kunnen hebben, maar den strijd moeten aanbinden tegen alle gezagsinstituten. Twee personen gaven zich op voor debat. Een Christen-anarchist verkondigde de meening dat elk mensch in zich moest voelen den vrede en de broederschap en hij wees op de handelingen der apostelen, waarin geen armoede onder hen geleden werd, maar elk het zijne gaf wat hij bezat. G. Rijnders antwoordde dat hij met den debater mede kon gaan, maar deze moest niet vergeten, dat een patroon heel goedvindt dat men hem broeder noemt, maar als gij bijv. f. 3O verdient zal hij, om die reden, niet meer geven, hij blijft patroon. Philips Leoni was niet de meening van Rijnders toegedaan wat betrof de sovjet-republiek, Rusland en het roode leger. Hij verdedigt de toestanden aldaar omdat ze anders door de entente landen overrompeld zouden geworden zijn. Rijnders beantwoordt Ph. Leoni met eerst te wijzen op het binnensmokkelen van Lenin in Rusland en verder dat een bevolking van 160 millioen menschen geen leger behoeven te gebruiken, dan had ze heel gemakkelijk de ekonomische aktie ter hand kunnen nemen zooals ze dat in het Roergebied ook hadden gedaan en dan geloofde hij niet, wanneer dat voorbeeld in Rusland gevolgd was, de entente daar veel aan hadden kunnen doen. Nadat de sprekers voor hunne leerzame reden bedankt waren, werd de vergadering gesloten. Hoe jammer voor de weggeblevenen, die hebben veel gemist. [De vrije socialist 05-01-1921]
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1921 Waar en wanneer sprak Jo de Haas en waarover?
09-01-1921 Arnhem De dictatuur van het proletariaat
Zondag j.l. hield de Soc. Ar. Prop. Club haar eerste Zondagmorgen bijeenkomst. Voor een niet groot, doch aandachtig luisterend publiek, sprak Jo de Haas over den strijd tusschen gezags- en vrijheidslievend socialisme, waarbij vanzelf ter sprake kwam „De dictatuur van het proletariaat". Jo begon zijn rede met den strijd tusschen Marx en Bakunine, daarbij wijzende op de thans gangbare rneening, als zouden de strijdmiddelen door, Bakunine verkondigd, verouderd zijn, doch – dat dit niet waar is, alleen deze hebben langen tijd gesluimerd en door de internationale gebeurtenissen weder naar boven gekomen zijn, zoodat thans de strijd tusschen gezag en vrijheid weder opnieuw gestreden moet worden. Verder becritiseerde spreker de „vrijheid" die de arbeiders daar in Rusland onder bolsjewistisch regiem genieten, om tenslotte te bepleiten de leus der anarchisten: de vrije mensch in de vrije maatschappij. Voor het debat gaven zich drie personen op. Waren de beide eersten nog al zakelijk in hun debat, de derde hief een beetje bolsjewistisch geschreeuw aan door nietszeggende kleinigheden naar voren te brengen, om tenslotte zegevierend uit te roepen anarchisten zijn "contra. revolutionairen". Tot genoegen der vergadering werden zij door De Haas beantwoord. En nu, maar weer gezorgd dat er spoedig een tweede bijeenkomst plaats vindt, en dan een beetje praten over gewelds-theorieën, want omtrent het systeem van geweld spookt het nog in vele hoofden en Jo is bereid, wanneer wij hem noodig mochten hebben, voor ons daarover eens te "boomen". [De vrije socialist 15-01-1921]
12-01-1921 Landsmeer Geen titel:
Landsmeer De hier gevestigde afdeeling van de I.A.M.V. hield Woensdagavond in “Het huis der gemeente” een openbare vergadering. Als spreker trad op de bekende antimilitarist Jo de Haas. Deze zette op zeer duidelijke en beschaafde wijze uiteen, waarom dienstweigering noodzakelijk moet worden geacht. Op de rede volgde enig debat. De heer P. Kalf (communist) maakte de opmerking, dat het dienstweigeren niet het juiste middel is om het beoogde doel te bereiken. Spr. had ook voor dienstweigering in arrest gezeten, doch als hij nu nog voor het geval stond, zou hij in militairen dienst gaan, teneinde meer voor de dienstwering te kunnen doen. Daarna kwam een communist uit Amsterdam in debat. De beide debaters werden onder applaus der vergadering beantwoord. Vermeld zij nog dat een vaandel van de afdeling onthuld werd, hetwelk door de dames Oetelmans was vervaardigd. [De Waterlander, 1921-01-15]
Landsmeer. De afd. hield een openbare vergadering met J. de Haas, uit Amsterdam, als spreker. Op deze vergadering werd de afd. een vaandel ten geschenke gegeven, welke door eenige dames was vervaardigd. De voorzitter bedankte in een aangenaam speechje. [De wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland, jrg. 17, no. 3, 01-03-1921]
28-01-1921 Hoorn Godsdienst of Vrije Gedachte
Voor de vereeniging „De Dageraad" alhier trad J. de Haas van Amsterdam als spreker op over het onderwerp „Godsdienst of Vrije Gedachte". Het bezoek was goed te noemen. De Haas behandelde op duidelijke wijze de verandering waaraan de Godsvoorstelling in verband met de verandering der Maatschappij, steeds mank heeft gegaan.... Voorts toonde de Haas aan dat de redding der maatschappij slechts mogelijk was door den triumf der „vrije gedachte". Een debat van een vijf (5)-tal personen veraangenaamde de vergadering ten zeerste. Voor deze jonge afdeeling was dit een zeer gunstige vergadering. [De vrije socialist 02-02-1921]
02-02-1921 Deventer De dictatuur van het proletariaat
DEVENTER. Dictatuur of Anarchie? De Vrije Socialisten hielden Woensdag 3 (=2, zie De vrije socialist 29-01-1921, lgj) Febr. een openbare vergadering, waarin J. de Haas met bovenstaand onderwerp zou optreden. En hij is opgetreden. Of hij erin geslaagd is verheldering te brengen, waar momenteel onder de arbeiders groote verwarring heerscht ten opzichte wat de arbeiders te doen staat in en na de revolutie, dat betwijfelen we ten sterkste. En daar komt het ten slotte toch op aan. Elk revolutionair is overtuigd, dat de revolutie onvermijdelijk is, om het kapitalisme omver te werpen.
Wat dan? Dat heeft ons de Haas niet aangetoond. Wel een afgeven op Rusland met zijn „ijzeren gecentraliseerde dictatuur", wat als een bestrijding van de dictatuur moest beteekenen, doch er iets anders voor in de plaats te geven, dat kregen we niet. Vrije federalistische samenwerking, dat was het waar spr., voor te vinden was.
Brommert, voor het debat aanwezig, merkte op, dat de spreker feitelijk zijn onderwerp niet behandeld heeft; want door Rusland, dat de spits af moest bijten van de revolutie, als voorbeeld te nemen als de dictatuur van het proletariaat, terwijl de West-Europeesche arbeiders als lammelingen toezien, dat is geen werk. Spr. zette daarom zeer principieel, op wetenschappelijke gronden de beteekenis van de dictatuur uiteen. De arbeiders hebben niets aan holle frasen; zij moeten houvast hebben. De dictatuur aanvaarden de communisten als een noodzakelijkheid en naarmate de oude machten afsterven of zich oplossen, zal de dictatuur komen te vervallen.
De Haas repliceerende zegt, dat de anarchisten waarnemers zijn en daarna trekken ze hun conclusies. Een weg te wijzen, doen ze niet, doch een kapitalistische maatschappij geeft meer vrijheid dan de ijzeren dictatuur, zooals wij die in Rusland „kennen" en daar waarschuwt spr. voor. Brommert, nog even het woord krijgende, kan, onder luide interrupties, de aanwezigen toeroepen, dat de inleider van hedenavond beweert, dat uit deze kapitalistische maatschappij geen socialisme kan komen; na een revolutie door de dictatuur ook niet. Wanneer dan? Het gejoel en gekrijsch van stemmen (of argumenten?) als: „neem een glasien waeter", :,,ie mut rokken antrekken"; „ie bin militarist", enz.— dit harmonische schouwspel belette BR om verder te spreken. Dictatuur of Anarchie? Het slot van de vergadering bewees wie de overwinning had: de anarchie!
Intusschen moeten de arbeiders maar eens opletten, hoe al wat kapitalistisch is zich concentreert, terwijl de arbeiders elkaar in de haren vliegen. De teekenen der tijden gadegeslagen en rekening houdende met de werkelijkheid, dat zal ons steunen en tot elkander brengen.
De arbeiders zijn door de eeuwen aldoor bedonderd door demagogen, doch de tijd nadert, zooals wij nog steeds hopen, dat de arbeiders zelf eens gaan denken en leeren in te zien, dat ze onder de dictatuur van het kapitalisme steeds en meer en meer het kind der rekening zijn. En deze harde werkelijkheid zal des te meer zich wreken, naarmate de massa geen front maakt tegen de oorzaak van heel de misère: de kapitalistische overheersching. De arbeid als voorwaarde tot de instandhouding der samenleving — de dictatuur van het proletariaat tot onderdrukking van al wat wil parasiteeren op de arbeid van anderen. [De tribune: soc. dem. weekblad 12-02-1921]
21-03-1921 Amsterdam Een psychologische ontleding
Uit de Hoofdstad.— Groep „Ontwikkeling". Voor deze met groep sprak j.l. Maandag J. de Haas met als onderwerp: „Een psychologische Ontleding", voor een stampvol zaaltje en een aandachtig gehoor. Jammer, dat er niet meer personen in het zaaltje konden, tenminste voor dat onderwerp, dat danig spr. onder de knie had. Er volgde een amikale discussie met Broersma, Kloos en Molanus. [De vrije socialist 26-03-1921]
03-04-1921 Rotterdam Zielkundige ontleding Sajo en Soc. An. prop. club
Aan de hand van Reyndorp's „In de greep van barbarisme" behandelde Jo de Haas „De zielkundige oorzaak van den oorlog". De jeugdige inleider was zijn onderwerp volkomen meester. In goed gekozen bewoordingen en mooi Hollandsch betoogde hij, dat: wij niet zoo heel veel boven den fetisch aanbidder uit lang vervlogen tijd stonden; wij, althans het meerendeel, aanbidden den nieuwen god: de staat. Met alle kracht die in hem is, beweerde hij, dat: de mensch zich boven de omstandigheden moest verheffen; zoo min mogelijk er het slachtoffer van zijn. Zijn gehoor was geheel oor en 't klaarblijkelijk met hem eens, daar niemand debateerde, niemand vragen stelde. 't Doet bepaald prettig aan, zooveel jonge, flinke krachten naar voren te zien komen We vergeten dan voor een oogenblik de ferme kerels van voorheen, die onze gelederen verlieten om zich te scharen aan de zijde der staatsaanbidders, zij 't dan om den broode. Herman Bakhuis [De vrije socialist 09-04-1921]
05-04-1921 Hoorn Het Katolicisme een gevaar voor de samenleving
Verslag van de groote openbare Cursusvergadering van de Vrijdenkersvereeniging „De Dageraad”, gehouden in de „Witte Engel’ op 5 April. Met een woord van welkom en de mededeeling, dat éen der uitgevers te dezer plaatse, de advertentie dezer vergadering niet wilde opnemen, opent de voorzitter de zeer druk bezochte bijeenkomst. In een zeer uitvoerige rede behandelde daarop de spreker, de heer J. de Haas, het onderwerp: „Het Katolicisme een gevaar voor de samenleving”. Spr. begon met te schetsen de ontvankelijkheid van de kinderziel voor indrukken en de wijze waarop de R. kerk hiervan gebruik maakte. Als een moeder dagelijks haar kind de handjes laat vouwen zal het deze gewoonte later moeilijk kunnen afleeren. Komt het kind op een leeftijd, dat het vraagt „waarvoor doen we dat?” dan zal men zeggen „wij bidden tot God.” Even ongerijmd als het zijn zou het kind te spreken over de planeet Saturnus of andere hemellichamen, waarvan het zich geen voorstelling kan vormen, even ongerijmd noemt spreker het van iets te gewagen, wat nog onbegrijpelijker is. Het is duidelijk dat de Katholieke kerk het kind vanaf de geboorte onder hare vleugelen wil hebben, waarvoor zij op jeugdigen leeftijd heeft ingesteld de communie, een instelling die ook ver gaat boven het begrip van het kind. Spreker beschouwt de plichten, die de R.kerk haar volgelingen oplegt, als een dwangbuis, waardoor men z’n gedachten niet vrij kan laten gaan. Als we terugdenken aan den tijd van de inquisitie, dan moeten we toegeven, dat we nog heden leven onder dezelfde dwang. In 1901 heeft zekere Baus (P? lgj) nog durven schrijven, dat waar de omstandigheden het toelieten de Ketters met den dood moesten worden gestraft. Spreker noemt voorbeelden van de wijze waarop anders denkenden door de Katholieke geestelijkheid worden bejegend. De Roomsche kerk is er steeds op uit om te isoleeren. Spr. leest een citaat voor uit het bekende ,,Dompertje” dateerende van 1911, waarin kinderen werden gewaarschuwd voor den omgang met andersdenkenden. Na de Haagsche tramstaking in 1914 schreef een Roomsch orgaan dat er voor gewaakt moest worden dat de samenwerking niet in verbroedering zou overgaan. Steeds worden door de Katholieke kerk de schapen gescheiden en de tegenstelling getoond tusschen de kinderen Gods en de menschenkinderen. Er verrijzen R.K. schouwburgen, R.K. marktvereenigingen, R.K. bollekweekersvereenigingen, R. K. geitenfokvereenigingen en zelfs R.K. voetbalvereenigingen. In een reglement van de laatste leest spreker een artikel voor wat bepaalt dat het lidmaatschap vervalt door het niet nakomen van R.K. plichten en door het omgang hebben met meisjes van een ander geloof. Toen in ons land werden opgericht de padvindersvereenigingen zag de R.K. geestelijkheid hierin kwaad door dat dit zou veroorzaken gestadige en vertrouwelijke omgang met anderen. Vandaar dan ook de oprichting van R.K.padvindersvereenigingen. Toen in Medemblik de R.K. marktvereeniging werd opgericht, schreef O. Crt. 27—3—14: „Wij gevoelen ons veilig onder de leiding van den Paus en onze priesters” maar ze vergaten dat de aangeslotenen bij de R.K. marktvereeniging ook het geld opstaken van andersdenkenden die de kool aten. De Nederlande (sic!) zegt dat in Alkmaar de victorie begint maar voor de Katholieken begon toen de nederlaag. Het onderwijs kon toen niet meer gelijkluidend zijn. Bruno en Galilei zijn vermoord en verbrand omdat zij tegen de stelling van de Katholieke kerk, dat de aarde het middelpunt van het heelal was durfden beweren dat de zon in het middelpunt stond en eerst in 1835 werd van de Heilige Stoel verklaard dat ook de Katholieken mochten gelooven dat de aarde draaide. In 1908 werd op een Katholiekendag in Haarlem het nut bepleit om R.K. leeszalen te openen maar alleen dan wanneer er ook socialistische of neutrale leeszalen waren. Ook dit, zegt spr., wijst er weer op dat het te doen is om de schapen afzonderlijk te houden. Al deze dingen worden gebruikt met een zeker doel. Als men het volk zich vrijelijk laat ontwikkelen heeft men geen macht, een macht die niet alleen wordt uitgeoefend op kerkelijk maar ook op politiek terrein. Het is bekend dat in ons land voor een R.K. candidaat reclame gemaakt is door te zeggen dat men bij het stemmen op hem in den hemel zou komen. Dat de Katholieke organisatie doorwerkt bewijst ook het feit dat van de 150 groote huizen die hier staan de laatste jaren 26 in Katholieke handen zijn overgegaan, dat de grond hier in den omtrek hoe langer hoe meer het eigendom wordt van de R.K. Kloosters: worden opgericht, groote winkelhuizen verrijzen, alles van Roomsch kapitaal. Rome is geworden een staat in den Staat en dit is volkomen in de lijn van de R.K.machthebbers. Als een staaltje van macht moge dienen dat priesters niet voor de rechtbank gedaagd mogen worden alvorens de bisschop is geraadpleegd. Bij het huwelijk zelfs heeft dc Kerk het recht hinderpalen in den weg te leggen. Steeds is men brutaler opgetreden. In 1917 is door den Paus een nieuw decreet uitgevaardigd waarbij gemengde huwelijken (2.9 clandestien) onder zekere voorwaarden voor de niet R. K. partij mogen gesloten worden. Zelfs de wetenschap wordt openlijk verdoemd. Spr. verklaart dit aan de hand van een citaat of van een zekere stelling waarin staat dat priesters moesten zweren als zij hun ambt aanvaarden eeuwenoude dogma’s te zullen handhaven en geen rekening te houden met de wetenschap. In den tijd van de Spaansche griep werden er groote processies gehouden om deze ziekte te bezweren. In den tijd van het mond- en klauwzeer trachtte men met wijwater het kwaad te ontkomen. Wanneer spr. nagaat wat de resultaten zijn van het gescheiden houden der schapen dan wijst hij in verband met statistieken op het feit dat in verschillende Belgische provincie’s maar ook in ons land het grootste aantal analphabeten Roomsch is. Spr. beziet het alcoholvraagstuk en ofschoon de R.K. steeds praten over de onzedelijke leer van anderen, is ze er tot heden niet in geslaagd aan te toonen dat zij op het hoogste zedelijk niveau staat. De crimineele statistieken geven eenzelfde verschijnsel. Uit een orgaan getiteld: Roomsch leven, citeert spreker: Wat is een vrijdenker? Een misdadiger, want alle moordenaars en dieven van professie zijn het. Maar het is Eindhoven waar niet lang geleden het politiecorps moest worden uitgebreid en nog onlangs heeft Mr. Bongers aangetoond, dat op 100.000 menschen 416 R.K. misdadigers zijn tegenover 308 Protest., 212 Isr. en 84 Vrijdenkers. Het verbod van het vrije onderzoek is de rots waarop de Katholieke kerk staat. In Eindhoven waar onlangs 2 maal per week een blad verscheen, genaamd de Vrije Socialist, werd door de geestelijkheid een ernstige waarschuwing gericht en het lezen van dit blad als zware zonde beschouwd. Spreker zegt verder, dat de kracht van de R.K. ligt in vertooning en hij noemt dan de verschillende vormen die bij de Katholieken bestaan en keurt vooral het kweeken van bijgeloof sterk af. Het voorstellen van de Heilige Antonius als wonderdoener noemt spr. ergerlijk en zegt dat dit misbruik maken is van de domheid en onwetendheid van de massa. Dc oorlog werd door de R.K. een geesel Gods genoemd, maar ook werden medailles verkocht die heilig verklaard werden en den drager konden beschermen tegen verwonding of dood. Als de geesel Gods nu afgeweerd kon worden door een stukje blik, dan was voor spr. de geesel waardeloos. Onlangs heeft men ontdekt dat uit het gebeente van een oude Heilige vocht kwam. Men heeft het geraamte in een kist gelegd en het vocht was tegen betaling in fleschjes verkrijgbaar. Spreker gaat voort met aan te toonen dat de Katholieke kerk steeds vijandig heeft gestaan tegenover de menschheid en besluit met de opwekking om mee te strijden voor de vrije gedachte, teneinde de menschheid te brengen op een hooger peil van zedelijkheid en beschaving. Van debat werd geen gebruik gemaakt. Met een woord van dank aan spreker en aanwezigen sloot de voorzitter de bijeenkomst. [Nieuwe Hoornsche courant 06-04-1921]
Uit Hoorn. Voor de tweede maal in dit jaar trad voor de vereeniging „De Dageraad" als spreker op J. de Haas van Amsterdam op Dinsdag April, met het onderwerp: „Het R. Katholicisme een gevaar voor de samenleving." Voor dit stille en nogal Roomsche stadje geruchtmakend. Was de vorige vergadering, de eerste aldaar van de Dageraad sedert haar korte bestaan, goed geslaagd, deze tweede overtrof verre de verwachting. De groote vergaderzaal, waar de schotten uitgenomen moesten worden, was spoedig zoo vol dat niemand meer werd toegelaten en nog wel een vijftig menschen werden teruggestuurd. Onder de bezoekers vele roomschen. De Haas behandelde: De Roomsche dwangbuis opvoeding, het afschuwelijke isolement tusschen „de kinderen Gods" en ,,de kinderen des menschen". Verder de vijandschap van Rome tegenover de volksontwikkeling en de wetenschap, en de Roomsche zedeleer wat betreft waarheid en huwelijk. Ten slotte toonde de Haas aan dat Rome is een Staat in den Staat en alszoodanig staande boven en buiten de wet. Voor debat was geen enkele liefhebber, alhoewel het Roomsche Amst. gemeenteraadslid de Wolf verwacht was. De plaatselijke pers had natuurlijk de advertentie voor deze vergadering geweigerd. Voor Dageraad was het niettemin een schitterende avond. [De vrije socialist 13-04-1921]
12-04-1921 Den Haag Een maatschappij met of zonder God
Nog een debat-vergadering. Dinsdag j.l. had een debatvergadering plaats, waar het onderwerp „een maatschappij met of zonder god" door J. de Haas en M. W. Smink, leider der stadszending, werd behandeld. Plaatsruimte belet ons er veel van te zeggen, we volstaan dus hier mee: J. de Haas hield een mooi betoog voor een wereldbeschouwing zonder god, waarbij hij 't verderfelijke van de huidige samenleving daarstelde, welke een goddelijke heet. Ik moet zeggen den heer Smink nog nooit zoo verslagen te hebben beleefd, deze bepaalde zich er bij overal een grap van te maken, waardoor hij (dit zal wel blijken) zich op den duur onmogelijk maakt. Hij gaf blijk, gelukkig te zijn wanneer zijn tijd er op zat. [De vrije socialist 16-04-1921]
26-04-1921 Amsterdam Geen titel/over de bomaanslag
Verg. van Sajo, Fed. Soc. Anarch. 5 minuten per spreker over de verkiezingen [De tribune 23-04-1921]
01-05-1921 Purmerend Tegen het Militarisme De Fed. Waterland der I.A.M.V.
Sprekers B. de Ligt, Aug. Rosseau, Jo de Haas, C. J. Akkerman. [De Arbeid/Nas 16-04/De Wapens Neder 01-05-1921]
Vervolgens sprak de heer Jo de Haas te Amsterdam, die hoofdzakelijk er op wees hoe het militairisme door het kapitalisme in stand wordt gehouden, zooals hij met tal van voorbeelden trachtte aan te toonen. [De Waterlander 7 mei 1921]
04-05-1921 Rotterdam Godsdienst of vrije gedachte Sajo (debat met ds. M.W. Smink)
Uit Rotterdam. -- Woensdagavond debatteerde onze jeugdige vriend Jo de Haas met den heer Smink over: „Vrije gedachte en godsdienst". Op het gesprokene ingaan verbiedt mij 't gebrek aan plaatsruimte. Bepalen we ons derhalve tot den gemaakten indruk der opponenten. Was de Haas zich bewust van den ernst zijner taak, de heer Smink dacht gewis aan 't volkswoord „'t Is een wijs man, die voor gek kan spelen"; zelden toch zag ik een clown zijn rol met zo veel vuur en enthousiasme afspelen, zij 't dan ook zo nu en dan een pittige uitdrukking bezigend. Hij toonde zich meér thuis in 't Jordaansch (plat Amsterdamsch) dan in de tale Kanaäns. Was zijn doel ons te doen lachen dan bereikte hij dat doel triumphantelijk; ons het godsbestaan verklaren evenwel, deed hij niet. 'k Houd mij stellig overtuigd dat, waren er ernstige gelovigen aanwezig, zij zeer zeker een minder gunstige opvatting van spreker's betoog mede naar huis namen. Enfin! 'n Gezellige avond was 't. HERMAN BAKHUIS [De vrije socialist 11-05-1921]
04-05-1921 Amsterdam Waarom Anti-Militarisme I.A.M.V. afd. Amsterdam Ook J. M. de Boer: Geen man, geen arbeid en geen cent voor het militarisme [De toekomst 30-4-1921]
15-05-1921 Amsterdam Antimilitarisme of militarisme I.A.M.V. ook: Jos Giesen, Pinksterfeest en anti-militairisme [De toekomst 14 mei 1921]
06-06-1921 Amsterdam Burgerlijke vredespolitiek/mil. en vakbeweging [Arbeid/NAS 04-06-1921]
26-06-1921 Amsterdam Opent een tentoonstelling De toekomst Ontspanningsschool [„Hoop der Toekomst" 25-06-1921]
27-06-1921 Amsterdam Protestverg. Herman Groenendaal
Maandagavond was er een zeer druk bezochte vergadering in „Handwerkers Vriendenkring", uitgeschreven door de verschillende revolutionaire vereenigingen. Niet minder dan zes sprekers, Albert de Jong, Constandse, De Haas, geestdriftig en verontwaardigd, Rosseau, Spanjer en Rijnders wat meer bezadigd. Albert de Jong schetste het gebeurde van Zondag in Den Haag, alsmede den toestand van Groenendaal en zeer verontwaardigd waren de aanwezigen toen ze vernamen dat de moeder van Groenendaal een telegram had ontvangen, mededeelende dat haar zoon het hospitaal had verlaten, ze was natuurlijk daarom zeer verheugd, later bleek echter, dat Groenendaal wel het hospitaal had verlaten, maar om naar de gevangenis te worden gebracht. Constandse en De Haas spoorden aan tot een persoonlijke opoffering in verband met de zaak Groenendaal. Spanjer spoorde aan tot deelname aan de arbeidersbeweging, zoo mogelijk tot de staking. Rijnders zette uiteen in hoe moeilijk parket de regeering stond. Tijdens het spreken van den laatste was men nog al rumoerig in de zaal. [De toekomst; socialistisch weekblad voor Zeeland en Westelijk Brabant 2 juli 1921]
De zaak Groenendaal De Amsterdamsche Protestvergadering is goed geslaagd. „Vriendenkring" was meer dan vol. Gesproken werd door De Jong, De Haas, Constandse, Rosseau, Spanjer en Rijnders. Besloten werd niet te demonstreeren, daar de circa 700 menschen die opgekomen waren weerloos blootgesteld zouden worden aan de politie-ellendelingen. [De vrije socialist 29-06-1921]
De zaak Groenendaal Stampvolle vergadering in Amsterdam. Gisteren- Maandagavond had in de ,,Vriendenkring" te Amsterdam de door revolutionaire organisaties aangekondigde protestvergadering plaats onder de leuze: ,,Groenendaal moet Vrij”! De meeting was stampvol. Buiten was een groote politiemacht opgesteld, doch aan deze werd geen gelegenheid gegeven op te treden. Het woord werd gevoerd door voorzitter Bot, Alb. de Jong, Rijnders, de Haas en Spanjer. Vanwege het PAS zijn de revolutionaire arbeiders opgeroepen tot een meeting op het Parkschouwburgterrein hedenmorgen 11 uur, d.w.z. oproep tot staking. Oproep van het P.A.S. tot massa-staking. [De tribune: soc. dem. weekblad 28-06-1921] Ook in De tribune van 29-06-1921 over deze meeting: Hierna spraken nog Rosseau en De Haas, die mede in heftige bewoordingen tot verzet opriepen.
28-06-1921 Den Haag Protestverg. Herman Groenendaal Gisterenavond is in den tuin van het Volksgebouw weder een protestvergadering gehouden tegen het gevangen houden van den principieelen dienstweigeraar Herman Groenendaal. Sprekers waren de heeren Akkerman uit Leiden, Jo de Haas uit Amsterdam. Eckhardt uit Rotterdam, J. Bot Jr. uit Amsterdam en mevr. Kolthek—Timmer, alhier. Men stond in den tuin dicht opeengepakt. Begonnen werd met de Internationale. Voorzitter Spierdijk sprak een openingswoord, waarna optrad de heer Bot, die den — elders beschreven — toestand te Amsterdam uiteenzette en het vertrouwen uitsprak, dat er ook onder de Haagsche arbeiders spoedig een staking zal uitbreken. Hij deelde mede, dat Dinsdag een nieuw blad zal verschijnen: De Dienstweigeraar. De heer Akkerman herinnerde er aan, dat de Minister van Oorlog Zondag niet thuis gaf, toen een deputatie hem te spreken vroeg en sprak een woord van protest in dezen tot allen, die medehelpen tot het instandhouden van den slavendienst. Herman Groenendaal roept de menschen op, een uitspraak te doen. Hij bezit zooveel karakter, dat hij liever dood is, dan te staan onder de heerscherskliek van het militarisme. Spreker was van meening, dat men in deze maatschappij niet op een hoogen trap kan komen zonder zijn mensch-zijn overboord te werpen. Hij zou willen, dat reeds morgen de staking zou ingaan, die niet mag eindigen vóór alle dienstweigeraars vrij zijn. De heer de Haas bracht een groet over van de anarchistische jongeren in Amsterdam en wees er op, dat wij niet met een Staat of met een Christus te maken hebben, doch alleen met het hoogmenschelijke. De daad van Groenendaal achtte hij een stuk anarchistische propaganda. Wij gaan niet terug, omdat hij niet terug gaat, omdat zijn geest de onze is. Aan de „politiespionnen", in de vergadering, geeft spr. in overweging te rapporteeren, dat Groenendaal niet alleen levend moet terugkeeren, maar ook snel. Indien dit niet gebeurt, zal deze daad gewroken worden. Spr. wekte op tot algemeene werkstaking en algeheele dienstweigering. De heer Eckhardt wilde niet alleen demonstratie, maar de daad. Hij besprak het optreden van de politie van Zondag en wees er op, dat er geslagen is op de meest onrechtvaardige wijze. Er zijn menschen gemarteld, die totaal onschuldig waren en achtte een politie-dienaar, die een weerlooze slaat, nog beneden een vadermoordenaar. Spr. waarschuwde de autoriteiten, dat we hier staan aan den vooravond van een Spaansche beweging en zou in staat zijn minister Pop, indien hij hem naast het sterfbed van Groenendaal zag staan, te wurgen. Hij hoopte dat spoedig een conferentie zal worden belegd met het N.A.S., waarop de algemeene staking zal worden afgekondigd. Dan alleen zal de Regeering moeten zwichten. Mevr. Ko1thek- Timmer wees als moeder van eenige zonen er op, dat de minister aan de moeder van Groenendaal gezegd heeft: Als dit zijn overtuiging is, laat hij dan den moed hebben, daarvoor te sterven. De moeder van Groenendaal heeft een leven van lijden gehad, haar zoon was de eenige lichtstraal, voor haar. Deze moeder vraagt aan u het leven van haar zoon. Zij deelde mede. dat de heer de Ligt op weg naar de vergadering is gearresteerd. Hierna verliet men den tuin. [Het Vaderland: staat- en letterkundig nieuwsblad 29-06-1921]
30-06-1921 Amsterdam Groenendaal Jo spreekt: roept op AIMV tot dw-en en alg. werkstaking Maandagavond was er een zeer druk bezochte vergadering in „Handwerkers Vriendenkring", uitgeschreven door de verschillende revolutionaire vereenigingen. Niet minder dan zes sprekers, Albert de Jong, Constandse, De Haas, geestdriftig en verontwaardigd, Rosseau, Spanjer en Rijnders wat meer bezadigd. Albert de Jong schetste het gebeurde van Zondag in Den Haag, alsmede den toestand van Groenendaal en zeer verontwaardigd waren de aanwezigen toen ze vernamen dat de moeder van Groenendaal een telegram had ontvangen, mededeelende dat haar zoon het hospitaal had verlaten, ze was natuurlijk daarom zeer verheugd, later bleek echter, dat Groenendaal wel het hospitaal had verlaten, maar om naar de gevangenis te worden gebracht. Constandse en De Haas spoorden aan tot een persoonlijke opoffering in verband met de zaak Groenendaal. Spanjer spoorde aan tot deelname aan de arbeidersbeweging, zoo mogelijk tot de staking. Sanders zette uiteen in hoe moeilijk parket de regeering stond. Tijdens het spreken van den laatste was men nog al rumoerig in de zaal. [De toekomst: socialistisch weekblad voor Zeeland en Westelijk Brabant, jrg 29, no. 14, 02-07-1921]
De zaak Groenendaal AMSTERDAM. Door een „groep Anti-Militaristen" werd Donderdag in gebouw „Handwerkers Vriendenkring" een openbare vergadering belegd. De vergadering was druk bezocht. Het woord werd gevoerd door Alting, mevr. Kolthek-Timmer, Kloos en De Haas, terwijl Mesman eenige gedichten voor droeg. Mevr. Kolthek declameerde het gedicht „Aan Herman Groenendaal", gedicht door F. W. v. d. Mee. Dit gedicht werd in de zaal gecolporteerd ten bate van de actie tot invrijheidsstelling der dienstweigeraar. Deze collecte bracht ruim - 34 op. [De tribune: soc. dem. weekblad 01-07-1921]
01-07-1921 Leiden Protestmeeting Groenendaal/De Ligt moeten vrij
Vrijdag 1 juli hield de afd. van de I.A.M.V. een meeting op „De Burcht". Ongeveer 1000 menschen hadden aan den oproep gehoor gegeven om te protesteeren tegen de gevangenhouding van Herman Groenendaal e.a. Ds. De Jong, Jo Meijer, Constandse en De Haas voerden het woord en wezen op de beteekenis van de daad van Groenendaal. De afd. Leiden der S.D.A.P. had een sympathiebetuiging gezonden met het doel van deze meeting, dat voor de secr. P.A.S. aanleiding was, om een woord van opwekking te richten tot de aanwezige modern georganiseerde arbeiders, om van deze sympathie daadwerkelijk blijk te geven, door Maandag 4 Juli des middags 2 uur aanwezig te zijn in den tuin van het Volksgebouw te Den Haag. Wij hebben ze daar echter, op een enkele na, niet gezien. Van sympathie gesproken! [De arbeid; weekblad van het Nationaal Arbeidssecretariaat in Nederland, jrg 16, 1921, no. 28, 09-07-1921]
Protestmeeting te Leiden
Vrijdagavond was op „Den Burcht" te Leiden een protestmeeting georganiseerd tegen dc behandeling van de dienstweigeraar Groenendaal en de gevangenneming van ds. De Ligt, door de afd. Leiden van de LA. M. V. De afd. Leiden van de S. D. A. P. had voor deze bijeenkomst een sympathiebetuiging gezonden. Een groot aantal belangstellenden en nieuwsgierigen vulden de groote open ruimte. Als sprekers traden achtereenvolgens op de heeren ds. A. R. de Jong te Bussum, A. Constandse, Jo Meijer uit den Haag en Jo de Haas uit Amsterdam, die de houding der regeering critiseerden, de invrijheidstelling van Groenendaal en van ds. De Ligt eischten, waarna een motie in dien geest werd aangenomen, die naar de regeering zal worden opgezonden. Ten slotte werd tot een solidariteitsstaking aangespoord en de aanwezige arbeiders opgewekt Maandag aan de Provinciale meeting in Den Haag deel te nemen. Er was een sterke politiemacht op de been. [De tribune: soc. dem. weekblad 05-07-1921]
03-07-1921 Emmer-Compascuum De roeping van den vrijdenker (Ook Constandse en W. Postma) [De arbeider 2 juli 1921]
03-07-1921 Noordscharwoude De Hongerstaking van Groenendaal I.A.M.V. [De vrije socialist 02-07-1921]
Uit Langendijk/Noordscharwoude We hadden hier Zondag een goedgeslaagde meeting met de Haas en Akkerman als sprekers. Beide sprekers hadden een aandachtig gehoor. Hopen wij dat deze bijeenkomst ook hier in de buurt kracht en nieuwen strijdlust brengt. [De vrije socialist 09-07-1921]
04-07-1921 Deventer Protestmeeting Groenendaal
Een schitterende vergadering. De Deventer Bestuurdersbond en de afd. I.A.M.V. belegden Maandag 4 dezer een protestvergadering in H.U.Z., waarin B. Lansink Sr. en J. de Haas de zaak Groenendaal bespraken. Beide sprekers hielden een schitterende rede, welke telkens door applaus van pl.m. 600 mannen en vrouwen, werd onderbroken. Lansink nam scherp stelling tegen de reactie en haar aanhang. Na eerst de confessioneele organisaties op hun nummer te hebben gezet, nam hij na lezing van enkele citaten uit „Het Volk" de S.D.A.P. en haar bijwagen het N.V.V. ongemakkelijk onder handen. Deze helden, die alles op het papier hebben, toonen zich weer in hun ware gedaante. In plaats naast ons te komen, met ons deze gelegenheid te benutten, niet alleen om Herman Groenendaal en de andere dienstweigeraars uit de klauwen van het monster militarisme te verlossen, om tegen den in aantocht zijnde oorlog en de groeiende reactie, een dam op te werpen, worden de lezers hunner „bladen" vergiftigd met artikelen, waarvan de bedoeling is: steun aan de reactie. De voorzitter sloot deze vergadering met voor te stellen adhaesie te betuigen aan de protesttelegrammen van het N.A.S. en de J.A.M.V. Kameraden, deze vergadering moet den inzet zijn van deze actie. Wanneer ge mocht worden opgeroepen, wij zeggen met Lansink, niet om te applaudisseeren, maar om de daad te toonen dan rekenen wij op U! Wij roepen met De Haas: Herman Groenendaal moet vrij! [De arbeid, NAS, 9 juli 1921]
04-07-1921 Amsterdam Dienstweigeren en I.A.M.V. Dienstweigeraars [De vrije socialist 02-07-1921]
05-07-1921 Amsterdam Protestvergadering
Herman Groenendaal moet vrij. De opheffing van de staking der bouwvakarbeiders en metaalbewerkers had bij een aantal strijden voor de invrijheidstelling van Herman Groenendaal de vrees tengevolge gehad, dat de actie daardoor zou verslappen en dientengevolge was door hen in allerijl een openbare vergadering in Handwerkers Vriendenkring belegd, teneinde te voorkomen dat de actie hierdoor schade zou lijden, maar onverzwakt en nog scherper zou worden voortgezet. Dat velen er zoo over dachten, bleék uit de groote opkomst en de geestdrift der opgekomen mannen en vrouwen. Als sprekers traden op Altink, mevrouw Kolthek—Timmer, Kloos en De Haas. Vooraf echter deelde Bot mede de aanleiding van de opheffing der proteststakingen, waaruit bleek dat het niet was geschied door gebrek aan strijdlust, doch alleen omdat men zich gereed wilde maken voor de op Maandag jl. geproclameerde proteststaking, om daaraan dan met des te meer kracht deel te nemen. Het waren vooral de redevoeringen van mevrouw Kolthek—Timmer en De Haas, die onder doodsche stilte werden aangehoord en die van eerstgenoemde wekte zoo groote geestdrift, door hare scherpe aanvallen op de autoriteiten en hare warme verdediging van de zaak Groenendaal, dat de vergadering oprees en de Internationale uit volle borst liet weerklinken. Bij de krachtige opwekkingen van alle sprekers om de strijd tot het laatste en uiterste vol te houden, voegen wij met de meeste aandrang ook de onze. [De toekomst 9 juli 1921]
05-07-1921 Zaandam I.A.M.V.
(Schermerhorn verhinderd). In zijn plaats sprak Jo de Haas welke o.a. de leugens van de burgerpers ontrafelde als zou Groenendaal de kunstmatige voeding met een glimlach op het gelaat zich laten welgevallen en verder het naar oorlogdrijven der tegenwoordige regeering uiteenzette en daarbij de beteekenis van het Djambi-avontuur en de beteekenis der olie voor het kapitalisme uiteenzette, benevens het oorlogsgevaar wat daaraan door de Nederlandsche arbeidersklasse was verbonden. Natuurlijk kon je van deze Had-je-me-maar-ist niet verwachten dat die zich tot zoodanige hoogte op kan werken als b.v. De Ligt - die in het laatste no. van De Wapens Neder schreef: Het is in de Tweede Kamer alleen v. Ravensteijn geweest, die van den beginne af aan de internationale beteekenis van de regeringsvoorstellen om de Djambische olie aan de Bataafsche, d.i. aan de Royal d.i. aan de imperialistische Engelsche wereldmacht toe te kennen, volkomen doorzag. Maar zoals gezegd is, het zou dwaasheid zijn dergelijke vermelding en waardeering van vaststaande feiten van deze Had-je-me-maar-isten te verwachten. [De tribune: soc. dem. weekblad 12-07-1921]
Rectificatie. We lezen in „de Toekomst": In „De Tribune" van Maandag 11 dezer wordt Jo de Haas naar aanleiding van een meeting in Zaandam uitgemaakt voor Had-je-maar-ist. Deze schandelijke aanduiding is abuis. Het was Jo de Haas die direct zich tegen het Had-je-me-maar-parlementarisme van Rijnders c.s., verzette. Jo de Haas treft allerminst blaam aan dergelijk geknoei te hebben meegewerkt." De gewraakte uitdrukking in de Zaandamsche correspondentie was ons ontgaan. Onze Zaandamsche correspondent heeft zich inderdaad vergist. We herstellen hiermede deze fout. [De tribune: soc. dem. weekblad 18-07-1921]
07-07-1921 Oudkarspel protestverg. Herman Groenedaa Vrije jeugdverbond Winkel/Langedijk
Daartoe uitgenodigd door de groep Winkel-Langendijk van het Vrije jeugdverbond trad Donderdagavond voor een vrij talrijk publiek op Jo de Haas van Amsterdam, met het onderwerp Herman Groenendaal moet vrij. In een mooie rede schetste de spreker het ontstaan van het kapitalisme en in verband daarmee. de toename van bet militarisme, en hoe de concurrentiestrijd van het kapitalisme steeds tot oorlog geleid heeft en in de naaste toekomst tot een nieuwe wereldoorlog leiden zal. Dat de komende oorlog er spoedig zal zijn, en de petroleumbronnen in Djambi daarbij de grootste rol zullen spelen, waardoor ons land er zeker bijbetrokken zal zijn was spreker's heilige overtuiging. Het eenige middel, aldus spreker, om aan den oorlog te ontkomen is het weigeren van allen arbeid, welke in verband met oorlog en militarisme staat. Geen man, geen cent en geen. arbeid moet het parool zijn. Na de pauze zette spreker de houding van Groenendaal in den breede uiteen en wees er op, dat dit geen persoonlijke zaak is, doch met het vrijkomen van Groenendaal moreel het militarisme geknakt zal zijn. Niet alleen in zijn, doch vooral in algemeen belang zal het noodig zijn, dat Groenendaal spoedig vrij komt. Laat men hem doodhongeren, heeft de regeering deze moord op haar geweten en zal het aantal dienst- en voedselweigeraars meer en meer gaan toenemen, laat men hem vrij, is nu reeds zijn leven geknakt, doch zal moreel de strijd tegen het militarisme gewonnen zijn. Daarom dan ook is dit een geval van zeer veel belang. Steunt ons hem vrij te krijgen en steunt ons in onzen strijd tegen het vervloekte militarisme. [Schager Courant 9 juli 1921]
10-07-1921 Den Haag Geen titel:
Zondag 10 Juli e. k. wordt door het -N. A. S. en I. A. M. V. 's middag 2 uur een groote landdag gehouden te 's Gravenhage in den tuin van het „Volksgebouw" Als sprekers zijn uitgenoodigd: Schermerhorn, Kolthek, De Jong, D. S,; Mvr. Kolthek-Timmer; Akkerman, Lansink sr, De Haas; Rosseau; Lansink Jr.; Spanjer. Dien dag moet het daveren van protesten tegen de door de Nederlandsche machthebbers gepleegde gewelddaden. Organiseert fiets-, boot- en autotochten, Zorgt dat duizenden aanwezig zijn. Het Bestuur. [De toekomst; jrg 29, no. 15, 09-07-1921]
16-07-1921 Koog aan de Zaan Protest tegen gevangenhouden dw-ers
Zaterdag 16 Juli hield het P.A.S. Zaanstreek in samenwerking met alle revolutionaire groepen een protestmeeting te Koog aan de Zaan, tegen de gevangenhouding van de dienstweigeraars en De Ligt en De Jong. Vervolgens werd de houding der Nederlandsche regeering, inzake het Djambi-schandaal scherp belicht. Het eerste onderwerp werd door mevrouw Kolthek—Timmer en Joh. de Haas, op een zeel duidelijke wijze uiteengezet. Het tweede onderwerp zette Dr. van Ravesteijn (Rotterdam) of een schitterende wijze, zeer tot genoegen van de aanwezigen uiteen. Ten slotte werden alle aanwezigen opgewekt niet te rusten alvorens het kapitalisme omvergeworpen en een socialistische samenleving, waar brood en vrijheid is voor allen, gevestigd zal zijn. S. [De tribune: soc. dem. weekblad 21-07-1921. Zelfde tekst in De arbeid; weekblad van het Nationaal Arbeidssecretariaat in Nederland, jrg 16, 1921, no. 30, 23-07-1921]
20-07-1921 Heerhugowaard Herman Groenendaal moet vrij I.A.M.V.
UIT Heerhugowaard. Over de afd. H.H.W. en Oterleek van de I.A.M.V. trad gisterenavond in het lokaal van den heer Rus de heer Jo de Haas uit Amsterdam als spr. op met het onderwerp: ,,Herman Groenendaal moet vrij". Een niet groot doch met aandacht luisterend publiek volgde den spreker, die kalm en zakelijk zijn onderwerp behandelde. Spr. deed duidelijk uitkomen, dat in een kapitalistische maatschappij het militairisme niet gemist kan worden, dat echter de arbeiders nimmer belang hebben bij den oorlog en om deze te verhinderen daar de algemeene werkstaking en militaire dienstweigering tegenover kunnen plaatsen. Onze christelijke regeering die meent een beginsel te vernietigen door de persoon Groenendaal te dooden, scheen vergeten de aloude spreuk “Het bloed der martelaren is het zaad der kerk”. Met het folteren sterft toch niet het ideaal der humaniteit en broederschap, maar zal juist daardoor zich krachtiger doen hooren. Spr. eindigde met een aansporing aan allen om mede te helpen het anti-militairistische idee onder de menschen te brengen. [Alkmaarsche Courant 21 juli 1921]
24-07-1921 Amsterdam Groenendaal/Het Djambi-schandaal
De meeting van Zondag. De opkomst was niet groot op de „groote meeting" van Zondag waaraan nog wel alle corporaties, ook de vakbeweging deelnamen. Constandse, De Haas en Rijnders voerden het woord. Er was veel politie in den omtrek maar zij vond geen gelegenheid om te hakken. [De vrije socialist 27-07-1921]
De zaak-Groenendaal De meeting op 't Parkschouwburgterrein
‘T was een mislukking. Wat was de oorzaak. Wat ’t mooie weer? Het vreemde uur van bijeenkomst (’s avonds om 6 uur) of waren het de sprekers? (‘t is maar een vraag). Was ’t omdat velen voorgevoelden dat het worden zou, wat het inderdaad geworden is een actie tegen de communisten (dat is ook maar een vraag hadden. Of was ’t alles bij elkaar. Wij weten het niet. Wij weten slechts dat den meeting belegd door een aantal arbeidersorganisaties die tesamen ongeveer 20.000 leden tellen door – laat ons ruim schatten — 150 menschen bezocht was. Met heeft de communisten niet tot deelname aan deze actie uitgenoodigd dat neemt natuurlijk niet weg dat wij de mislukking dezer meeting met groot leedwezen vermelden. Elk sektarisme is ons vreemd. De voorzitter, Spanjer, deelde bij de opening mede dat abusievelijk was aangekondigd dat het PAS aan het beleggen dezer meeting had deelgenomen. Dat was niet het geval. ’t Woord werd vervolgens gevoerd door Constandse, De Haas en Rijnders. [De tribune: soc. dem. weekblad 26-07-1921]
Meeting. Zondagavond werd op het Parkschouwburgterrein een meeting gehouden inzake Groenendaal, Djambi, S. D. A. P. De opkomst was treurig slecht, zoo ongeveer 300 menschen. Er is ten opzichte van de agitatie te Amsterdam een hopelooze verwarring. Ter meeting werd gesproken door Constandse, Jo de Haas en G. Rijnders. Er was op het terrein ook een groepje lieden, die blijkbaar tot leuze hadden „weg met water en kam!" Ze maakten eenigen tijd het terrein onveilig en verdwenen bij het openen der meeting in ordelooze slagorde.De toekomst; socialistisch weekblad voor Zeeland en Westelijk Brabant, jrg 29, no. 18, 30-07-1921.
26-07-1921 Den Haag Oliekwestie/Komende W.O.
Den Haag. Dinsdag 26 Juli is er een vergadering geweest in den tuin van het Volksgebouw, met het onderwerp: «De Ligt voor de rechtbank». Er werd gesproken door Jo de Haas over de oliekwestie en Jos Giezen sprak in eenigszins comischen stijl over de rechtszitting.
[De toekomst; socialistisch weekblad voor Zeeland en Westelijk Brabant 06-08-1921]
De zaak-Groenendaal Vergadering te Den Haag. Te 's-Gravenhage werd Dinsdagavond in den tuin van het Volksgebouw een vergadering van de anti-militaristen gehouden. Er waren drie sprekers aangekondigd. Daar twee van hen de behandeling van de zaak-De Ligt voor de rechtbank bijwoonden en deze zeer lang duurde, waren zij om negen uur nog niet aanwezig. Op dat tijdstip werd echter medegedeeld, dat men vernomen had, dat de Ligt in vrijheid was gesteld. Men verwachtte nu, dat hij weldra ter vergadering zou verschijnen en was van plan hem een bloemenhulde aan te bieden. In afwachting van zijn komst voerde de derde aangekondigde spreker Jo de Haas, het woord over den komenden wereldoorlog. Hierna deelde de voorzitter mede, dat de Ligt in het belang van de zaak niet zou komen, daar hij toch dezelfde woorden zou zeggen waarvoor hij gepakt werd. De vergadering ging daarop uiteen.De tribune: soc. dem. weekblad, 28-7-1921. 01-08 Arnhem De zaak Groenendaal, De Ligt en De Jong in verband met het Djambi-schandaal en de naderen- den wereld-oorlog (De vrije socialist 30- 07-1921)
De Augustus-vergadering, belegd door den Onafh. Vrouwenbond, I. A. M. V. en Soc. An. Prop. Club was buitengewoon slecht bezocht. Wij hadden tenminste, gezien de onderwerpen die behandeld werden, meer bezoek verwacht. Zelfs de leden der samenwerkende organisatie's ontbraken voor het meerendeel. Maar enfin, ons of beter gezegd de enkelen, die de werkzaamheden voor deze vergadering uitgevoerd hebben, treft geen blaam. Ook de leden van de Prop. Club moeten een volgende keer meer activiteit betoonen en niet het werk aan enkelen overlaten. Jo de Haas en Mevr. Kolthek-Timmer voerden het woord en hielden beiden een pittige rede tegen de reaktionaire regeering en voor het anti-militarisme en de sociale revolutie en geen politieke revolutie zooals ergens op de aardbol plaats heeft gehad. Een collecte voor de strop bracht f. 7.971/2 op.De vrije socialist 10-08-1921.
07-08-1921 Bussum God en de staat Openluchtmeeting S.A.A. - Vrije soc. vereen. Hilversum
Anarchistische aktie. Zondag had te Bussum de aangekondigde meeting plaats, belegd door S. A. A. en V. S. V. Hilversum. De opkomst was niet al te schitterend, hoewel Amsterdam en zelfs den Haag sterk vertegenwoordigd waren. Het woord werd gevoerd door Eikeboom, de Haas en Rijnders, terwijl de Voorwaarts" z'n best deed de meeting door zang op te luisteren. De geest was goed en wij hopen van deze propaganda in het Gooi goede vruchten. [De vrije socialist 10-08-1921. 14-08 Heerenveen Antimilitarisme]
In Hepkema's boschjes werd gistermiddag (=14 aug. lgj) een meeting gehouden, uitgaande van de afdeeling „Heerenveen" van de Int. Anti-militairistenvereeniging, de Sociale propagandaclub van Akkrum en de afd-. „Bovenknijpe" van de Federatie van landarbeiders, ten gunste van het anti-militairisme. Als sprekers traden op de heer De Haas van Amsterdam, die uit wetenschappelijk oogpunt, mevr. Kolthek-Timmer van Den Haag, die vanuit ethisch beginsel, en de heer De Boon van Gorinchem, die voornamelijk op practische gronden het anti-mllitairisme verdedigden. De meeting had daarbij een bijzonder karakter, doordat zij samenviel met de thuiskomst van enkele Friesche dienstweigeraars. Het weer was niet erg gunstig. Toch kon het bezoek nog vrij goed genoemd worden: een 360 menschen waren aanwezig. [Nieuwsblad van Friesland/ Hepkema's courant 16-08-1921]
HEERENVEEN. Onze meeting is weer achter de rug. Liet het zich eerst aanzien of er maar één spreker zou zijn, op het laatst viel dit mee: Wij hadden toch in ons midden Mevr. Kolthek-Timmer, C. de Boon en de Haas. Alle drie sprekers hielden een prachtige rede, wat wel bleek uit de volle aandacht der aanwezigen. Jammer dat er nog geen 400 aanwezigen waren, wat tot gevolg heeft, ondanks de collecte van ruim 20 gld.; een reuzenstrop voor de ondernemers. Was de dreigende lucht en enkele regenbuien of de onverschilligheid hiervan oorzaak? Wij hopen het eerste maar. [De arbeider 03-09-1921]
Uit Heerenveen. Zondag 14 Aug, hield de afd. alhier van de I.A.M.V. haar gewone jaarlijksche openlucht-meeting, ditmaal in combinatie met de Soc. An. Prop. club te Akkrum en afd. Bov. Knijpe van de Fed. v. Z. Het bezoek kon, de vele stortregens die de Meeting eerst tot een mislukking dreigden te maken in aanmerking genomen, goed genoemd worden. De Haas, mevr. Kolthek en de Boon voerden het woord, die hun toehoorders zoodanig wisten te boeien, dat deze de hevigste Stortbuien totaal negeerden. We gelooven dan ook dat iedereen zeer voldaan over het gesprokene, hoogstwaarschijnlijk minder goed te spreken over z'n nat pak, naar huis is gegaan. Enfin, het eerste heeft zeer zeker tegen het laatste opgewogen. Dat men het gehoorde nu eens goed overdenke en er zooveel mogelijk naar handele. [De vrije socialist 24-08-1921]
24-08-1921 Amsterdam Waarom Anti-Militarist Openluchtmeeting I.A.M.V. [De tribune 23-08-1921]
28-08-1921 Tijnje De naderende oorlog
TIJNJE. De openlucht-meeting voor antimilitairisme en geheelonthouding was bezocht door ongeveer 170 personen — voorwaar een zeer klein aantal, gezien het bezoek aan sport- en andere feesten. Als we deze meestal nog jonge menschen zien op zulke feesten en als we dan moeten waarnemen dat een meeting als de onze hen totaal niets kan schelen, dan weten we meteen ook wat ons te doen staat. De propaganda voor ons beginsel, dus voor een geheel vrije samenleving, dat is het middel om de menschen te doen inzien hoe verderfelijk dergelijke feesten zijn. Als sprekers traden op Jo de Haas van Amsterdam voor de I. A. M. V. en G. v. d. Zwaag van Gorredijk voor den A.N.G.O.B. Als onderwerp had de Haas: „De naderende Oorlog." Spreker zette in een krachtige en heldere rede de politieke verhoudingen uiteen. Als hij het verder over Herman Groenendaal heeft, voelen wij ook hier, dat wij te kort schieten. Kameraden, zoolang er nog iets dergelijks plaats heeft, zoolang er op die manier nog menschen gevangen zitten en vermoord worden, mogen wij niet stilstaan, maar moet het parool zijn: steeds voorwaarts. Ook voor geheelonthouding is nog veel te doen. De heer v. d. Zwaag hield hiervoor een uitstekende redevoering, als spreker zegt dat een goed voorbeeld alles is, laat ons dan zorgen ook hierin een goed voorbeeld te zijn. De propaganda voor geheel-onthouding als onderdeel van het groote geheel ook krachtig ter hand genomen. De arbeider 03-09-1921.
04-09 Deventer Anti-militaristische meeting (geen titel)
DEVENTER. De meeting op 4 Sept. j.1., ten gunste van het anti-militarisme, is uitstekend geslaagd. Kameraden, uit Arnhem, Enschedé, Hengelo, Almelo, Zwolle en Apeldoorn, hebben met ons gedemonstreerd tegen den naderenden oorlog en het militarisme. Scheen om omstreeks half twee, de aangekondigden tijd van opstelling, de demonstratie een mislukking te worden, om twee uur, de tijd van vertrekken, was het aantal gegroeid tot een waardig protest. Meer dan 600 mannen en vrouwen demonstreerden met een groot aantal doeken en vaandels, door enkele straten van Deventer, de niet op tijd zijnde kameraden, sloten zich onderweg bij de demonstratie aan, zoodat we gerust durven zeggen: een 800 bezoekers hebben aandachtig geluisterd naar de uitstekende redevoeringen van J. de Haas, Lansink Jr. en mevr. Kolthek-Timmer. De muziek-vereeniging „Kunst na Arbeid" en de zang-vereeniging „Neen Nooit" hebben, als altijd, medegewerkt tot het doen slagen dezer meeting. De collecte voor de actie Groenendaal bracht f 44.- op. Jammer, dat één „vakorganisatie" aangesloten bij den D. B. B. niet medewerkte. Wanneer ik zeg: dat de communisten hierin de hand hebben, is het zeker voldoende. Nu weer voorwaarts, makkers, onder de leuze: „Geen man, geen cent en geen arbeid voor het militarisme". H.De arbeid; weekblad van het Nationaal Arbeidssecretariaat in Nederland, jrg 16, 1921, no. 37, 10-09-1921.
03-10 Amsterdam De anarchist en het huwelijk
Een sexueele vergadering. Door de groep «Ontwikkeling» werd j.1. Maandagavond een vergadering gehouden met H. Eikeboom als spreker, over het onderwerp: ,,De anarchist en het huwelijk.” De spreker zette op de oude en bekende gronden uiteen, onze sexueele moraal, hare consequenties en uitleving. Het gesprokene opende geen nieuwe gezichtspunten en kan als een getrouwelijke copie beschouwd worden, van de artikelen van Rijnders in «De Vrije Socialist» van vóór 15 jaar, over deze zaak verschenen. Het gaat daar in die vereeniging eigenaardig toe: aan de bestuurstafel zaten 2 vrouwen te rooken. De opkomst was enorm en er moest publiek terug worden gewezen... De ernstigste debaters waren Albert de Jong van Den Haag en Jo de Haas. Er heerschte een zeer geprikkelde stemming: de meeningen waren verdeeld over de vraag, of de vader of de moeder, de verantwoordelijkheid dragen moet voor de geboren vrucht, als partijen van elkaar gaan. En toen wij naar huis gingen, dachten wij vol wrevel aan dit: hoe rot, in-rot is een beweging, die véél volk met zoo'n onderwerp weet te trekken en die niet in staat is werkelijk ernstig werk te leveren. De toekomst 8-10-1921.
De anarchist en het huwelijk. Over dit onderwerp sprak j.l. Maandag voor groep „Ontwikkeling" Henk Eikeboom. De belangstelling was buitengewoon. Te 8 uur was het zaaltje van ,,Concordia" reeds stampvol, en toen spreker te kwart over acht begon, stond ook de gang vol toehoorders. Spreker toonde in een kort, helder betoog aan, dat er z.i. historisch noch filosofisch ook maar één argument te berde te brengen was dat pleit voor het huwelijk of de huwelijkstrouw. Volgens spreker zal in een anarchistische samenleving de liefde zich manifesteeren in een vrijen omgang der geslachten. Reeds thans kan dit ideaal benaderd worden door het in praktijk brengen van het vrije huwelijk, waarin met de verouderde ideologie „trouw", die een christelijk-feodaal fossiel is, gevolg van het eigendomsbegrip, gebroken is. Een zeer geanimeerd debat volgde, waaraan o. a. deelgenomen werd door Bouquet, Jo de Haas, Kubbe, Polak, Broersma, Siebelink, Albert de Jong, Harf, Roodenburg en Manders. Jammer dat de vrouwen zich zoo weinig laten hooren! Na de repliek volgde een kruisdebat, waarin door Albert de Jong die het grootendeels met den inleider eens was, nog eens de puntjes op de i gezet werden, doch te 11 uur moest de zaal ontruimd worden. Het was een bizonder geslaagde avond. De vrije socialist 08-10-1921.
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1922
1922 13-04 Amsterdam De Haagsche bomaanslag en de arbeidersbeweging
Amsterdam. De bomaanslag. Donderdag 13 April vond er in HWV een vergadering plaats naar aanleiding van de vrijlating van Jo de Haas en waar Jo de Haas sprak over ,,De bomaanslag en de Arbeidersbeweging". Constandse zou ook spreken maar was verhinderd. In verhouding tot de propaganda die er voor gemaakt is en de attractie van den avond viel de opkomst niet mee. De zaal was niet geheel gevuld met een zeer gemengd publiek van feestgangers en nieuwsgierigen en er waren bloemen. Gedurende twee uur hield de Haas een afschuwelijk oppervlakkige rede, over alles en nog wat sprekende en vol onjuiste voorstellingen en grove leugens. Slechts een enkele keer was hij goed en dan zei hij dingen na van anderen, o.a. z'n meening over de metaalarbeiderstaking was van Kits uit ,,De Toekomst”. Hij sprak over het verderfelijke van de klassenstrijd, sprak Kaspers na over de dictatuur van het proletariaat en ging tegen Lodewijk te keer omdat die eens in “De Toekomst” en in “De Tribune” geschreven heeft dat de Sajo een contra-revolutionair clubje tegen de Russische revolutie was en aan het slot kwam de clou toen hij kwam vertellen, dat het bezetten der bedreven niet onmiddellijk moet gebeuren maar dat de leuze «bezet de bedrijven» een doel is waarheen gewezen wordt, evenals de vakbeweging het in haar program heeft. Hiermee is hij dus in flagranten strijd-met »Piet en Leen» en ook met Constandse, die wel degelijk het bezetten der bedrijven onmiddellijk bedoelen. "Al worden we er ook honderd malen uitgesmeten» is hun devies. Er blijft op die manier niet veel over van de politieke reputatie der gevangenen. Nadat eenige debaters waren afgemaakt, werd er staande de vergadering een... motie aangenomen tegen... Herman Groenendaal. Opmerkelijk is nog, dat De Haas bijna in 't geheel niet over de bomaanslag sprak en als hij er over sprak was het in vage termen en onjuist. Wij zullen echter nog wel eens in een artikel de juiste beteekenis der bomaanslag uiteen zetten. De toekomst, jrg 30, no. 4, 22-04-1922.
24-04 Koog-Zaandijk. De bomaanslag
Maandag 24 April heeft Jo de Haas hier voor ons in een openbare verg: „de Haagsche bomaanslag" uiteengezet, tot ons aller voldoening. Hij begint met te zeggen dat de bourgeoisie heel verontwaardigd was toen de bom sprong maar dat zij dit toch niet behoefde te zijn daar zij zelf niets anders doet dan groote bommen maken en werpen. Verder haalt hij de verontwaardiging aan van de leiders der diverse richtingen, kan zich dit indenken daar deze menschen immers bij een individueele daad geen belang hebben! Dan beschrijft hij de verschillende politieke richtingen, het geschipper van hen enz. dan de vakorganisaties, o.a. 't N. A. S., hoe de anarchist tegen parlementarisme is, evenals tegen het onderhandelen met den vijand, terwijl de leiders der organisaties direct onderhandelen met hun, dan verzoeken N. A. S. aan de staat, van de staat aan ‘t N. A. S. De leiders verraden elk stuk economischen strijd der arbeiders. Kooiman en v. d. Linde propageerden terecht tegen de vakorg. Voor bezetting der bedrijven zelf moeten de arbeiders tot elkander komen. Kropotkine schreef terecht, welvaart moet het doel zijn, onteigening het middel. We hebben een heel leerzamen avond gehad, jammer dat er zoo weinig volk was, we zien kam. de Haas dan ook gaarne weer eens gauw in ons midden.De vrije socialist 29-04-1922.
26-04 Rotterdam Idem
Anarchistische Groep linker Maasoever.
De Bomaanslag. De vergadering met Jo de Haas over den bomaanslag in Den Haag mag uitstekend geslaagd heten. Het goed opgekomen publiek luisterde met aandacht naar het betoog, dat de H. op schitterend eenvoudige, bevattelijke en tevens gedocumenteerde wijze voordroeg, waar zelfs gepaste humor niet bij ontbrak. Niets van het kool- en geitsparende, ten opzichte van de vakbeweging zooals wij helaas nog in onze beweging aantreffen. Neen, consequent trok de spr. de scherp afgeteekende lijn van werkelijk revolutionaire actie en afvalligheid. Een dankbaar applaus loonde de rede. Van de gelegenheid voor debat maakte hoofdzakelijk een K.A.P-er gebruikt, die eenige onjuistheden in de rede van den spr. meende te zien. Tijdens de beantwoording van het debat beging de opponent nog de fout te interrumpeeren, als zouden wij, anarchisten, geen theoretici in onze rijen tellen. Wij kunnen de overige groepen aanbevelen, ook eens met dezen spr. over hetzelfde onderwerp te trachten vergaderingen te beleggen. Spoedig hopen we de Haas weer in ons midden te zien! De vrije socialist 04-05-1922.
01-05 Emmer-Compascuum 1 Mei in het teeken van de I mei viering Anarchie (13 uur) (Jo 2 lezingen) Zaligmakers of Zelfverlossers (18 uurl (De arbeider 29-04-1922). 03-05 Amsterdam De bomaanslag en de pers Agitatie comité.
Voor bovengenoemd comité spraken op Woensdag 3 Mei Constandse en De Haas, met als onderwerp: ,,De nieuwe priesters” en ,,De bomaanslag en de pers, Constandse hield een helder betoog over de slavengeest, die vanuit het Romeinsche rijk via het Christendom naar de socialistische beweging was gegaan. De Haas zou spreken over de bomaanslag en de. Om onverklaarbare redenen deed hij dit niet. Hij zwamde wat over dictatuur, schold weer Lodewijk uit voor bons en behandelde eenige bladzijden uit het boekje van Nieuwenhuis, «De Internationale». Ook bracht hij zijn naam in verband met Max Hölz. Het was zielig. Daarop daagde hij ieder uit, om op deze nonsens een principieel debat te voeren. Toen een debater het over de middelen had, interrumpeerde men «brandstichten en dynamiet». We huiverden. Aan het einde van deze klucht riep men: «leve de revolutie». De toekomst; socialistisch weekblad voor fed. Anarch. in Nederland, jrg 30, no. 7, 13-05-1922.
De nieuwe Priesters aan 't woord. Het Agitatie Comité had Woensdag j.l. een openbare vergadering belegd in „Concordia", waar De Haas en Constandse spraken naar aanleiding van den Haagschen bomaanslag Een kleine twee honderd menschen waren aanwezig Constandse voerde als eerste spreker het woord over „De nieuwe Priesters". In een kort en helder betoog zet C. uiteen, dat de slavengeest, waaruit het kristendom leeft, geheel intakt voortleeft in de marxistische (bolsjewistische) wereldbeschouwing, hoe de priesters van het kristendom een nieuwen vorm vinden in de leiders der politieke (socialistische) partijen. Hij trekt de lijn door tot de syndicalistische organisaties, die z.i. slechts een zaak van verandering van naam en leiders is. Volgens C. is het ook hier de slavengeest, die de leiders kweekt. Hij trekt als konklusie dat leiders én massageest bestreden moeten worden, hoewel het leidersdom natuurlijk gevolg, geen oorzaak is.
De Haas begint met de verslagen in Vrije Soc. en Toekomst der vorige vergadering te hekelen en kondigt aan kort te zullen spreken, teneinde ruim debat mogelijk te maken. Spr. toont met enkele citaten de zwendeltaktiek van Marx c.s. aan. Hij houdt verder een soort kursus over de historie der 1e Internationale, gevolgd door een in anarchistischen kring geheel overbodigen kritiek op bolsjewisme en diktatuur. Hij is in z'n betoog èn minder ad rem èn minder wellevend dan de vorige spreker. Hij scheldt op de bonzen en voorspelt zichzelf in de Vrije een slechte „recensie" (het kwade geweten), maar zegt niets nieuws en niets, wat niet altijd in de Vrije gezegd is en wordt, alleen daar meer bezonnen en doordacht. Gelukkig herhaalt hij niet zijn persoonlijk-hatelijke aanvallen en houdt een oratio prodomo voor eigen niet-bonzezijn en niet-willen-zijn. Terecht wijst Snijders in het debat erop, dat ook thans De Haas zich niet gehouden heeft aan z'n belofte meer licht in de bommenzaak te zullen brengen. De Haas, maakt er zich met een flauw grapje af. En inderdaad, wij moeten herhalen wat wij de vorige keer schreven: mededeelingen van De Haas, die ons op het spoor van den verrader in deze zaak brengen kunnen, verwachten wij nog altijd. Maar om deze categorische vraag draait De Haas heen als de kat om de heete brei. De vrije socialist 06-05-1922.
07-05 Purmerend Geen titel Jo spreekt, e.a.
I.A.M.V. Fed. Waterland (De toekomst; 06-05-1922)
21-05 Amsterdam Wie hebben gelijk
I.A.M.V. (De tribune 20-05-1922)
04-06 Emmer-Compascuum Geen titel; Jo en G. Rijnders Pinkstermeeting spreken (De arbeider 03-06-1922)
09?-06 Rotterdam Weg met de doodkistenmakers I.A.M.V.
Uit Rotterdam. Het parlementarisme is de doodkist der arbeidersbeweging. Deze uitspraak van onzen grooten voorganger F. Domela Nieuwenhuis strekte zoowel A. L. Constandse als Jo de Haas als leiddraad van hun resp. betoogen: „De zwendel van het éénheidsfront" en „Weg met de doodkistenmakers". Beiden betoogden op kristalheldere wijze hoe S.D.A.P., C.P., zoowel als de K.A.P., het naderend einde van het kapitalisme aankondigde met schitterende orakelspreuken, keur van fraseologie en de meest aantrekkelijke leuzen, terwijl allen, zonder één uitzondering, met de daad bewezen: juist het kapitaal en diens dienaar „God staat" te willen steunen. Een en ander werd door beide inleiders aangetoond met uitspraken van kopstukken dier partijen en bourgeoisie. Geconstateerd werd: hoe een zéér korte spanne tijds in Rusland (tijdens het optreden van Kerenski) anarchie heerschte en hoe die in een minimum van tijd door het z.g. communisme werd gesmoord. Door diezelfde communisten; die snakken naar de gunst der handelswereld; hunkeren naar steun van het grootkapitaal, zich op echte kruidenierswijze opdringen aan en zich verbroederen met de doodsvijanden van het proletariaat. Daar nu het kiesrecht (hier te lande ontaard in kiesdwang) een der hulpmiddelen is om staat en kapitaal hoog te houden, raden Constandse en de Haas ons aan niet te kiezen. Een raad, (die wij volmondig willen, kunnen, en zoolang wij ademen zullen volgen. Na eenig debat niet Wijnveldt (K.A.P.er) sloot de voorzitter deze goed (moreel) geslaagde vergadering, die, helaas, niet zoo goed was bezocht als men had gehoopt, ergo een financiëele strop, waarvoor dan ook 'n kollekte werd gehouden, die 8,87 opbracht. De vrije socialist 10-06-1922.
11-06 Westzaan De Daad (met twee andere sprekers)
Samenwerkende groepen. (De vrije socialist 30-05-1922)
11-07 en 13-07Amsterdam Jezus als geestelijk giftmenger en
Voor de vrije groep van anti-militaristen zijn volgelingen(De toekomst; 08-07-1922)
30-07 Leeuwarden Nooit meer oorlog
Provinciale meeting
LEEUWARDEN. „NOOIT MEER OORLOG”-VERGADERING.
De afd. Leeuwarden van de I.A.M.V. had een meeting uitgeschreven op 30 Juli met Rijnders en Jo de Haas als sprekers. Wegens de aanhoudende regen werd de vergadering verlegd naar de zalen Schaaf. Hier waren pl.m. 450 bezoekers. Typeerend was, dat ondanks den regen de vergadering hoofdzakelijk bestond uit bezoekers van uit de provincie. Alleen Rijnders was als spreker aanwezig. Diens rede werd over 't algemeen met aandacht gevolgd. Na de rede werd door Roorda geprotesteerd tegen de hoonende manier waarop het roode leger door Rijnders was aangevallen.
Toen Rijnders in zijn beantwoording dit nog eens dunnetjes overdeed, werd door een groot deel der vergadering... daverend geapplaudisseerd.
Bovendien de vergadering was aangekondigd als belegd in verband met de „Nooit meer Oorlog-beweging".
Dit nu vinden wij in elk opzicht een bedenkelijke manier van doen, wijl toch opzet en het karakter dezer vergadering daarmee spotten. Men oordeele.
De opzet. De vergadering is door de afd. L. der I.A.M.V. in samenwerking met de Friesche. afd. der I.A.M.V. (uitgezonderd Sneek) belegd. De Friesche afd. van de bij 't Land. Com. aangesloten Comm. Partij zoowel als de org. aangesloten bij het N.A.S., werden niet uitgenoodigd. Zijn wij goed ingelicht, dan wel de afd. der S.D.A.P. !
Het karakter:
le. Door spreker werd in zijn, rede enkel de I.A.M.V. genoemd als strijdorganisatie tegen 't militairisme en zijn gevolgen en tot aansluiting daarbij of geldelijke steun daaraan opgewekt.
2e. Het „roode leger" werd voorgesteld als dienende de leiders in Rusland in een bevoorrechte positie te handhaven.
3e. De vergadering werd door den spreker benut tot het verkoopen van door hem uitgegeven boeken.
De tribune: soc. dem. weekblad 04-08-1922.
13-11 Bussum Het gevaar van de Vakorganisaties Openbare Cursusvergadering De vrije socialist 09-11-1922
05-12 Amsterdam De werkloosheid in verband met Intern. Tentoonst. tegen de oorlog het militarisme en den oorlog (thema ook van de twee andere sprekersDe vrije socialist 25-11-1922),
11-12 Amsterdam Vakbeweging
Groep OntwikkelingDe vrije socialist 07-12-1922
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1923
1923 07-03 Amsterdam De binnen- en buitenlandse S.A.A en SAJO politiek der C.P. (met Constandse)
Een goedgeslaagde vergadering. De openbare vergadering, belegd door de S. A. A. en de S. A. J. 0. tegen de binnen- en buitenlandsche politiek is prachtig geslaagd Alhoewel het bestuur der C. P. uitgenoodigd was een debater te zenden vonden zij het beter per brief en in een mededeeling in „De Tribune" te zeggen, dat zij niet als reclame voor onze vergadering wenschte te worden gebruikt. Die helden!
Wel noodigen zij de halve wereld uit voor debat, zooals De Haas terecht opmerkte, doch worden zij uitgenoodigd op een vergadering te komen debateeren waar geen succes voor hen valt te boeken, dan maken zij zich af met bovengenoemde praatjes. Niettegenstaande dat de gedisciplineerde broeders opgewekt waren geworden om dus niet naar onze vergadering te gaan, was er geen plaatsje onbezet in „Handwerkers Vriendenkring".
Jo de Haas en Constandse rafelden hun politiek uiteen, zoowel binnen- als buitenlands. Ruhr, Turksche en Russische politiek werd scherp bekritiseerd en vooral de vervolging onzer Russische kameraden aan de hand van de prachtige brochure: „Hoe leeft de Boer en Arbeider in Rusland", zetten zij duidelijk uiteen. Ook Max Hölz werd niet vergeten. Nadat ieder een uur gesproken had, werd om half elf het woord gegeven aan debaters. Het feiten-materiaal werd totaal niet aangeroerd, zelfs door enkelen nog eens dunnetjes aangedikt. Vragen zooals „hoe of wij de revolutie in elkaar zouden zetten", werden door hen beantwoord.
De aandacht was zeer en zeer goed, doch uit het gedebateerde bleek, dat onze menschen méér propaganda in de fabrieken en werkplaatsen voor onze beginselen moeten werken. Veel is er te werken, laat een ieder doen wat bij kan. Maakt propaganda, sluit aan bij de S. A. A.
Wij laten de C. P. niet los: onderstaande motie werd voorgelezen en zal opgestuurd worden naar de verschillende bladen en bestuur der C.P.
Motie. De groote openbare vergadering op Woensdag 7 Maart van de S. A. A. en S. A. J. 0. over de binnen- en buitenlandsche politiek der C. P., betreurt het, dat het bestuur der C. P. niet aanwezig was om de argumentaties van Constandse en de Haas te weerleggen, noodigt de C. P. uit voor een debatvergadering met gelijke tijdsverdeeling.De vrije socialist 10-03-1923.
24-03 Deventer Het kwaad van de godsdienst en de Vrije soc. Vereen. noodzakelijkheid der anarchie
Vergadering Jo de Haas. De door de Vrije Soc. Vereen. belegde openbare vergadering met de Haas als spreker kan als geslaagd beschouwd worden. Op de hem eigen populaire wijze behandelde de Haas zijn onderwerp: „Het kwaad van den godsdienst, de noodzakelijkheid der anarchie." Het door twee personen gevoerde debat gaf hem gelegenheid enkele punten van zijn betoog nog te verduidelijken. Met genoegen kan de Vrije Soc. Vereen. op deze vergadering terugzien, temeer waar door alle partijen niets wordt gedaan voor arbeidersontwikkeling, maar heel revolutionair! aan het sparen zijn voor de a.s. verkiezingen. De vrije socialist 24-03-1923.
30-04 Purmerend Het evangelie der Roode Mei
I.A.M.V. afd. (Nieuwe Hoornsche courant 28-04-1923)
01-05 Leeuwarden Over de eerste Mei vroeger en nu
I.A.M.V.
In de zaal-Schaaf. De Internationale Anti-Militaristen-Vereeniging en samenwerkende organisaties hadden in de zaal Schaaf een openbare vergadering belegd, met als spreker de heer Jo de Haas, van Amsterdam. Er was weinig bezoek. De voorzitter, de heer W. Gliezen, opende de vergadering met een enkel woord. Hij sprak van een moedeloozen geest onder de arbeiders, die doet denken, dat alles wel zoo zal blijven als het thans is. Dit is een gevolg van den oorlog en die lauwe toestand is ook weer merkbaar aan de slechte opkomst in deze vergadering. Welk een verschil met de 90er jaren, toen er geestdrift was op de meetings, ook in Friesland. En toch, het begint te vlammen aan den horizon; overal is het te zien. Men is het moe, de heerschers te gehoorzamen. Dit schenkt moed om te gelooven, dat de verlossing niet moet komen van de heerschers en regeerders, maar dat de hervormingen moeten komen van ons-zelven. Dus niet langer als een kudde de heerschers en het kapitaal gevolgd, maar het bestaande kapitalistische regime vernietigd. Laten wij het Meifeest vieren met het voornemen, een maatschappij te vernietigen, die ons niets anders brengt dan honger en dood.
Hierna treedt de heer Jo de Haas als spreker op. Deze trekt een parallel tusschen de natuur en de wijze waarop thans de 1 Mei-dag wordt gevierd. Beiden zijn koel. Een groot verschil met vroeger. Toen werd elke socialist voor een rebel gehouden, thans doet ieder wat aan socialisme. Het socialisme is dan ook niet weinig verwaterd. Zelfs de heer Troelstra moet erkennen, dat de internationale dood is. Dit is een gevolg van den strijd om het socialisme zelf. Spreker geeft hiervan een uiteenzetting, waarbij hij tot de slotsom komt dat men de vestiging van het socialisme heeft willen bevorderen door de verovering van staatsmacht. Dit is trouwens onmogelijk, want zij wordt altijd slechts veroverd door enkelen en nooit door de massa.
De staat is altijd een politiek bolwerk van het kapitaal geweest. Staat en socialisme sluiten elkaar dan ook volkomen uit. Ook in Rusland wil men den kant van de staatsmacht uit; immers Lenin zeide: wij hebben thans afgedaan met het communisme en werken nu aan het staatssocialisme.
Wat is het resultaat geweest van den strijd om de macht van den staat? De bankmonopolisten leenden hun geld aan de oorlogvoerende regeeringen tegen een hoog percentage, met als gevolg, dat op ons belastingbiljet duidelijk merkbaar is, dat de hooge rente moet worden betaald, terwijl niettemin de schuld onverkort blijft bestaan. En wat doen al die kletsers en zwetsers in Eerste en Tweede Kamer, in Provinciale Staten en gemeenteraad, die ons koeien met gouden horens beloven? Zie naar Duitschland, met zijn sociale wetgeving; daar worden de kinderen niet meer gelegd in linnen luiers, maar in luiers van papier.
Men heeft het volk wijs gemaakt, dat als de arbeiders maar steeds meer vroegen, de kapitalisten steeds armer zouden worden. Doch wat wordt gezien? Dat het kapitaal sterker is dan ooit te voren. Door op te eischen sociale maatregelen als moederschapszorg, ouderdomsverzekering enz., heeft men gemeend, de arbeiders wel beter te maken. Doch al deze dingen hebben met socialisme niets te maken,
Men spreekt tegenwoordig van democratie en dictatuur, doch beiden beteekenen hetzelfde, n.l. vastlegging van de staatsmacht. Het is te begrijpen, dat zij, die het volk liefde voorden slaat hadden ingeprent, het hebben opgeknapt met een kiesrecht en stemplicht, zooals men thans kent. Dit was jarenlang op den Meidag de leuze. Thans is er weer een nieuwe, n.l. geen man en geen cent voor het militarisme. Waarom? Omdat het ledental van de S.D. A.P. zoo terugging, evenals dat van de vakbonden. Doch ook deze leuze is gebleken een leugen te zijn. Immers Vliegen heeft op het laatste internationale congres gezegd, dat hij nu was voor geen man en geen cent, omdat er in de naaste toekomst toch geen sprake van oorlog is. Komt er dus straks oorlog, dan is hij weer voor een man en een cent. En ook Hugenholtz was met een verkorten diensttijd al tevreden.
Gelukkig vindt de spreker het, dat Domela Nieuwenhuis dit niet meer heeft beleefd. Was het volk stelselmatig geleerd, wat Nieuwenhuis wilde, n.l. de massale staking, dan zou de bourgeoisie er in 1914 anders hebben voorgestaan dan nu. Maar Stenhuis had liever vijf leden meer in de Kamer dan de massale staking. Trouwens de houding van de S.D.A.P. komt wel goed uit, als men de opschriften leest in haar Mei-optocht, waaruit blijkt dat het anti-militarisme bij haar niets meer is dan een éendags-leuze. Wij, zegt de spreker vinden het beter met weinigen getrouw te zijn dan met velen te huichelen.
Is de Internationale-van-het-woord in elkaar gestort, laat dan de Internationale-van-de-daad krachtig leven. Bij ons zijn niet de velen, maar laten de weinigen getrouw zijn. Onze 1 Mei-dag staat in het teeken van dienweigering en verzet.
Wij leven op het oogenblik zoo, dat de oorlog elk oogenblik een feit kan zijn. De techniek is zoover gevorderd, dat er al gezegd is dat het veiligst de militairen zullen zijn, daar de oorlog hoofdzakelijk tegen de burgers zal worden gevoerd. Er worden middelen uitgevonden, die in enkele uren een heele stad als Londen kunnen verwoesten of de menschen krankzinnig kunnen maken door een zeker soort gas.
Stel u niet voor dat er weer een tijd van hoogconjunctuur zal komen, die u door het kapitaal wordt beloofd, want daarvoor is het kapitalisme te verrot. Heeft de Meidag nog eenige beleekenis voor u, dan moet gij u voorstellen het doel van den strijd, die alleen kan zijn de vrijmaking van den arbeid, de volkomen anarchie, de revolutie.
Niet ene als vroeger om een nieuwe regeering te krijgen, maar een anarchie, die niet knielt voor een nieuwen meester, doch die wil breken met de staatsmacht. Laat u niet met woorden tevreden stellen; de revolutie duldt geen regeering, zoomin als de regeering een revolutie duldt. Gij moet u meester maken van den arbeid en van de producten van den arbeid. Daartoe moeten wij niet willen een eenheid, maar eendracht. Het doel van onzen Meidag is het overbodig maken van de regeering, zooals wij hopen, dat eens de Meidag overbodig zal zijn.
Nadat de voorzitter nog een kort slotwoord had gesproken ging de vergadering te kwart voor tien uiteen. Leeuwarder courant 02-05-1923.
06-05 Purmerend Geen titel/meeting
I.A.M.V.
FEDERATIE WATERLAND. — Zondag 6 Mei hield de Federatie Waterland van de l.A.M.V. een openlucht meeting te Purmerend met H. C. Eckhard uit R ’dam en Jo de Haas uit A ’dam als sprekers. Jammer dat door het ongunstige weer het bezoek slecht was. Laten wij hopen dat de Federatie het een volgende maal beter treft. De wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland, jrg 19, 1923, no. 6, 01-06-1923.
Eind mei/ Kimswerd Anarchisme of sociaal-democratie
Begin juni
Uit Kimswerd. Debat vergadering de Haas— Ds. Banning.
Wat wij in enkele woorden kunnen zeggen van dit openbaar debat over anarchisme of sociaal-democratie is dit: De Haas als inleider was voor alles de revolutionair die heel de arbeidersbeweging op vernietiging van het kapitalisme wil instellen; de anarchist, de daad-mensch, die van elk reformisme, elke methode die zweemt naar aanpassing, naar parlementarisme, afkeerig is. Al had 't onderwerp naar de inleiding beter „de sociaal-democratie een gevaar voor de arbeidersbeweging" kunnen zijn, wij zullen de Haas niet hard vallen daarover, gezien den politieken opzet van het debat en 't ontzaggelijk vele materiaal dat hij aanvoerde om dit inderdaad groote gevaar, het fatale in deze methode, aan te toonen. Want zeer zeker is 't meer dan hoog tijd dat het geloof in de leiders, even gevaarlijk als dom, aan de kaak wordt gesteld, bestreden. De leiders: als de knappe koppen, de bekwamen, de menschen die 't economisch raderwerk zullen stellen en met vaste hand zullen besturen. Wij kunnen begrijpen, dat Ds. Banning teleurgesteld was na deze inleiding, die hij heel anders had verwacht. Hij deed pogingen om weer recht te zetten, of om zijn eigen woorden te gebruiken, om 't debat weer op peil te stellen, anders zou 't debat vruchteloos zijn. Wijselijk echter ging hij niet op de inleiding in, doch trachtte ons de sociale ontwikkeling te schetsen zooals die zich sedert de 16e eeuw had voltrokken. Aan de hand van deze ontwikkeling poogde hij ons de taak en de beteekenis van de sociaal-democratie aan te toonen. Voor hen die dat nog niet hebben gehoord of gelezen sympathiek en bevattelijk, doch vervelend en doen denkend, aan napraterij die 't „Historisch materialisme" van Gorter kent en tevens arrogant die de praktijk en de geschiedenis van de sociaal-democratie als beweging kent.
In het kort zouden wij kunnen zeggen: Banning dat is de man van de reformistische politiek, die de misvatting huldigt in de evolutie van mensch en maatschappij: de geleidelijke ontwikkeling in parlementairen en reformistischen zin. De man die groote waarde toekent aan den politieken strijd en lijnrecht tegenover de eisch van den anarchist den arbeid vrij te maken uit elke overheersching, het vermeesteren van de bedrijven en productiemiddelen enz., propageering van de zelforganisatie van het proletariaat.
De Haas vult in zijn repliek zijn argumenten nog wat aan en geeft nu de tedenzen van de strijdmiddelen der anarchisten aan. Ook nu valt hij op een niet vleiende manier de sociaal-democraten aan. Aan de hand van verschillende feiten constateert hij, dat de leiders van de arbeidersbeweging, in dit geval de s.d.a.p., bewuste bedriegers zijn. Dit geeft ontsteltenis, ergernis! Banning windt zich in 't antwoord erg op tracht een en ander goed te praten en filosofeert verder over „waardeering van de feiten" Een uitvlucht....! Stelt dan eenige concrete vragen wat de anarchisten dan wel zouden willen in een economische revolutie, het distribueeren van de levensbehoeften enz., te veel om hier weer te geven. Natuurlijk komt hier achteraan de bureaucratie.
De Haas nu weer aan 't woord komende, valt niet minder critisch Banning aan en komt hoe langer zoo scherper tegenover hem te staan.
De kwestie van bestrijding van het militarisme komt hier nog eens goed naar voren. Het anti-mil. van de s.d.a.p. noemt hij een trekpleister om met goed gevolg den stembus strijd te voeren! Banning komt met wat stroohalm-politiek, wat oudewijvenklets over eenheid en eenen vijand.... Menschen, zoo eindigt hij z'n futloos laatste woord, onze taak is het eensgezind den strijd te voeren. Applaus V. STR. De vrije socialist 05-06-1923.
01-07 Heilo Anti-oorlogsmeeting
(I.A.M.V., SAA, SAJO)
De 2e spreeker was de heer Jo de Haas. Deze betoogde dat, als men den toestand vergeleek met die van voor 1914 men klaar staat voor den oorlog. Men wil praten doch altijd als het gedaan is en dan heeft men de schepen en werktuigen klaar. In 1922 is het vredescongres gehouden en men maakt zich klaar voor een oorlog als nooit te voren. Spr. gaf een uiteenzetting van het aantal slachtoffers en dan is het niet spr. eerste vraag: hoeveel zijn er gevallen doch: waarvoor zijn ze gevallen? Ze zijn gevallen voor een leugen want het is misleidend dat het in het belang is van het vaderland. Spr. betoogde dat het militairisme een gevaar is voor de arbeidersklasse en ging hierop dieper in. Wij anarchisten, aldus spr. gaan principieel tegen het militairisme in. Alkmaarsche Courant 2 juli 1923.
De Meeting te Heilo.
Er is voor onze groote meeting hard gewerkt. Laat ons tevreden zijn over het resultaat. Want het zomerweer, het eerste lekkere zomerweer laat nog altijd op zich wachten en de tijd is slap en zoo duur! Heilo ligt niet gunstig voor een meeting. Het is geen geschikt centrum. Amsterdam en Haarlem liggen ver weg en Alkmaar levert natuurlijk als klein stadje niet zooveel belangstellenden op die een klein uurtje loopen zich getroosten om een meeting te bezoeken. Toch zijn er naar schatting een twee duizend menschen geweest ...Waaruit de moed en 't vertrouwen geput kunnen worden dat er met flink aanpakken nog wel wat te doen is.
De boottocht. Wij zijn met de boot gegaan. De „Oostzaan V". 't Ging er gezellig aan toe. De drie uren vlogen voor velen voorbij. „Forzando" blies er dapper op los. Aardig spelen die makkers. Rond de muzikanten soms dansende paartjes. Andere groepjes zongen en natuurlijk vormden zich clubjes die druk en levendig babbelden over de beweging en de gebeurtenissen van den laatsten tijd. De boot was zoo goed als vol. Ons nog te vol. De consumptie was goed en zeer goedkoop, dank zij de bemoeïngen van de afd. Amsterdam der A. N. G. 0. B.
De optocht. Van de aanlegplaats der boot ging het in optocht door Alkmaar naar Heilo. Bij de Amsterdammers sloten de uit Haarlem, Zaanstreek, Beverwijk, Velzen en uit 't hoogere Noorden gekomen geestverwanten zich aan. Zóó werd 't een flinke groote stoet, die met zijn vlaggen en banieren en de zang veel bekijks uitlokte. Dat is ook een begin van propaganda, toonen dat wij er zijn en werken en strijden! Achter „Forzando" liep 't lekker en eerder dan men dacht was men op 't prachtige meetingterrein: het bosch van Foreest.
De meeting. Veel liet de regeling daarvan te wenschen over. Zoo was er bijv. niet gezorgd voor een behoorlijke voorzitter en pas na veel tegenstribbeling verklaarde Ds. De Zeeeuw (toevallig aanwezig) zich bereid een openingswoord te spreken. Maar meer deed hij ook niet. Voor de rest moesten de sprekers zich maar redden. Die sprekers (Rosseau, De Haas, Rijnders en Schermerhorn) hadden, voor een openluchtmeeting, een aandachtig gehoor. Gewoonlijk is de aandacht op meetings in de openlucht niet groot; Zondag ging 't vrij best. Om circa 5 uur was 't programma afgewerkt. Toen ging men weer in optocht naar Alkmaar. Alzoo een goeie dag voor onze propaganda. Mogen de kameraden van de S.A.A., de S.A.J.O. en de I A.M.V. geleerd hebben dat met goed en beter aanpakken en een betere regeling vooral, best nog dezen zomer in Haarlem of zoo een flinke meeting kan worden georganiseerd.De vrije socialist 03-07-1923.
29-07 Hilversum Tegen de vlootwet
Zondagmiddag werd op Boomberg een openluchtmeeting gehouden van anti-militaristen uit 't Gooi en Utrecht.
Naar schatting was de meeting door 300 bezocht en de aanwezigen luisterden met blijkbare belangstelling naar de sprekers J. de Haas, H. Schuurman en Kees Boeke.
De laatste deed met zijn aanhangers wel wat Leger des Heilsachtig, wat wel eenige tegenzin verwekte. Overigens zijn we het volmaakt met den voorzitter eens, die beweerde dat elke spreker maar voor zijn verantwoording moest nemen, datgene wat hij te berde bracht.De tribune: soc. dem. weekblad 02-08-1923.
15-08 Amsterdam Zonder God
De Dageraad, afd. Adam (De tribune: 10-08-1923)
30-08 Leeuwarden De koningsdochter. Jes.1-23 (ter I.A.M.V. gel. van thuiskomst twee dienstweigeraars)
DE DIENSTWEIGERING.
De afdeeling Leeuwarden der Internationale Anti-Militaristen-Vereeniging vergaderde gisteravond in een der zalen Schaaf, die geheel gevuld was. Als spreker trad op de heer Jo de Haas, van Amsterdam, met het onderwerp: „De Konings-dochter". Vooraf deelde de voorzitter mede,
dat de heer de Haas vóór de pauze zou spreken over de dienstweigering in verband met de thuiskomst van een paar dienstweigeraars, en na de pauze over de dochter van koning Gorilla. De heer DE HAAS verklaarde dat, toen in 1914 de oorlog uitbrak, er plotseling een groote be-
langstelling ontstond voor het anti-militarisme. Deze belangstelling kwam echter niet voort uit de zucht om de cultuur te redden, maar uit vrees voor den krijg; het z.g. pacifisme van burgerlijke zijde was dus niets meer dan oorlogsvrees en had met anti-militarisme niets te maken Dit bleek al spoedig, want zoodra was niet de oorlog uit, of die z.g. pacifisten zakten weer af. Zij, die ook na 1918 over de consequenties van de dienstweigering gingen nadenken, kwamen tot de conclusie, dat dit beteekende een opzeggen van de gehoorzaamheid aan den staat, dat moest uitloopen op deszelfs vernietiging en op anarchisme. Ook de regeering begreep dit en zij nam hare maatregelen door de dienstweigeraars achter slot en grendel te zetten. Alleen zij, die uit oorzaak van christelijke tucht bezwaar hebben en onder de leuze „Gij zult niet dooden" weigeren te dienen, worden aan een ander baantje geholpen; de anderen gaan in de gevangenis. Zoo blijkt vanzelf, waar de sympathie en de antipathie voor de dienstweigering gevonden worden. Wij, zegt spreker, veroordeelen elk militarisme, evengoed het roode als het witte leger, omdat het van de menschen slaven maakt en het in hun consequenties beiden verdedigers zijn van den staat, of deze dan een koninkrijk of een sovjetrepubliek heet. En waar de staat de grondslag is van het kapitalisme, is elke verdediging van den staat ook een verdediging van het kapitalisme. De anarchisten bestrijden echter niet alleen het kapitaal, doch ook zijn oorzaak, n.l. den loonarbeid. Het loonsysteem, als oorzaak van den wereldoorlog, moet vernietigd worden, hoe schoon men tegenwoordig ook spreekt van medezeggenschap in het bedrijf, welke niets anders is dan medeverantwoordelijkheid. Waar dus het thans heerschende stelsel ons in een kringloop te zien
geeft: loonarbeid — kapitalisme — staat, als oorzaak en gevolg, onderschrijven wij de woorden van Prudhomme – waarschijnlijk is Proudhon bedoeld, lgj): „De staat moet plaats maken voor de werkplaats." De oorlogsmogelijkheid spitst zich weer toe; er is spanning overal, tusschen Italië en Griekenland, tusschen Frankrijk en Engeland en ook in ons land is het niet beter; men zoekt zich met elkaar te vereenigen, terwijl de wedloop in bewapening niets goeds doet vermoeden. Onze Koningin reist naar Engeland en naar Noorwegen om afspraken te maken, omdat de kapitalisten dat willen. Op instigatie van Engeland moet ooit Nederland meedoen en nu komt men daar te midden van den feestroes met een Vlootwet, die 300 millioen gulden zal vorderen. En nu is er naar aanleiding van die Vlootwet wel een comedie opgevoerd in den Haag, n.l. het heengaan van de Geer omdat hij de uitgaaf te groot acht, maar laat u niet verlakken, zegt spreker. Colijn en de Geer willen beiden hetzelfde, alleen in andere volgorde. De Geer zegt: eerst bezuinigen en dan de vloot; Colijn wil: eerst de vloot en dan bezuinigen. Het is maar de kwestie hoe men er aan komt. Ook achter deze Vlootwet zit het kapitalisme; dit moet dus vernietigd. Laat ons daarbij niet preken over sociale maatregelen, over medezeggingschap, maar consequent strijden voor de revolutie. Te midden van den feestroes wordt de oorlog voorbereid; deze roes wordt gebruikt om de arbeider terug te duwen en het nationalisme aan te wakkeren. Onthoud u dus of tracht op alle mogelijke en onmogelijke wijzen de feesten te saboteren. Van wat de spreker na de pauze nog vertelde, onthouden wij ons van een verslag. Aan de hand der geschiedenis van het oranjehuis fulmineerde hij tegen de afstammelingen van dat huis, die hij o. a. teekende als marionetten van de bourgeoisie, welke menschen binnen 50 jaar drie maal van vaderlandsliefde veranderden. Als spreker ten slotte vraagt, wat wij aan Oranje te danken hebben, om het feestvieren te rechtvaardigen, dan antwoordt hij: niets. Het huis van Oranje heeft nooit iets gedaan om de slavernij van de arbeiders weg te nemen. Dit feest wil voor de arbeiders alleen zeggen, dat zij 25 jaar onder deze Koningin zijn uitgebuit en daarom moeten zij er verre van blijven. Gelukkig zijn er andere tijden komende; de vorsten zijn uit den tijd. Wij moeten spreken het nieuwe woord van de nieuwe cultuur en het verlossende woord van het socialisme propageeren. Laten wij de taak, door Domela Nieuwenhuis begonnen, voortzetten onder de leuze: weg met het koningschap, weg met het militarisme, op voor de anarchie. Leeuwarder courant 31-08-1923.
30-08 Marssum Idem
Uit Marsum. Donderdag kwamen onze dienstweigeraars thuis. Jo de Haas sprak. Duidelijk werd gezegd hoe de daad der dienstweigering moet leiden tot de anarchie. Ook vertelde hij ons van zeker land, waar eens een aap regeerde als koning en daarna de dochter. Zoodoende was het onderwerp „de dochter van koning Gorilla." Vrijdag werd juffrouw de Ruiter gesnapt met de Feestgids. 4 uren werd ze vastgehouden. Wat een helden, die lui van de Politie hier Een geheele bende was noodig om het feit te volbrengen. De agent die haar arresteerde trilde en schokte van angst toen hij het blaadje las. Nee dan is Wesser (hun baas) grooter held, die is deze week al ridder zonder vrees en blaam geworden. Stikte hij maar. De vrije socialist 04-09-1923.
09-10 Amersfoort Anti-vlootwet
Door het Revolutionair Agitatie Comité, bestaande uit I. A. V., V. S. V. en V. J. V., was als inzet voor de winterpropaganda een openbare vergadering tegen de vlootwet. Voor een stampvolle zaal toonde Jo de Haas zeer duidelijk aan, dat de loonslavernij de oorzaak is van economischen en militairen oorlog. Een vloot niet door petitionnement of demonstratie verdwijnen doch alleen door de sociale revolutie, die een eind maakt aan den loondienst. Het was een goed begin van onze wintercampagne. De Vrije Socialist 13-10-1923.
15-10 Amsterdam Individueele en Collectieve Psychologie (De vrije socialist 13-10-1923)
13-11 Wormerveer Debat over nut van vakbond
UIT Wormerveer. Vervolgvergadering. Ingevolge het besluit op onze cursusvergadering met Jo de Haas over het contra der vakorganisatie genomen, noodigen wij u thans uit tot den vervolgcursus, welke gehouden zal worden op Dinsdag 13 November a.s. des avonds 8 uur in 't Tempelierenhuis te Wormerveer. Op dezen cursus zal door C. Dekker, secr. der Federatie van fabrieksarbeiders critiek uitgeoefend worden op de rede van Jo de Haas, waarna vervolgens door de Haas van repliek gediend zal worden. Het belooft dus een leerzame cursus te wordén. Allen noodigen wij daarom uit, aanwezig te zijn, opdat gij een juist beeld krijgt van het pro en contra van de vakorganisatie.De vrije socialist 10-11-1923.
20-11 Utrecht Protestvergadering
Opruiing. Dat de justitie nog altijd is een klassejustitie, die uitsluitend bestaat voor de belangen der bezitters en hun brandkasten en daardoor tevens voor de bescherming van den Staat, die bij uitstek het machtsmiddel der kapitalistenbende is, heeft zich dezer dagen weer te ten duidelijkste gedemonstreerd.
Toen in September j.l. de soldaten voor hare majesteit op de Amersfoortsche hei moesten defileeren, werden door eenige kameraden manifesten onder hen verspreid, waarin zij gewezen werden op het verband tusschen dit defilé en den naderenden oorlog. Hoe de regeering thans wilde probeeren, door hen te laten defileeren, of ze bereid waren, over eenige maanden in de loopgraven te krepeeren. Verder werd hen aangeraden, in hun eigen belang, geen slaaf, maar mensch te zijn en naar huis te gaan.
Voor het verspreiden hiervan werden een achttal jonge kameraden gearresteerd en verbaliseerd. Vijf van hen moesten 20 Nov. jl. voor de Utrechtsche rechtbank verschijnen. Slechts één van hen was verschenen. De officier van justitie eischte respektievelijk 5,4, 4, 3 en 3 maand gevangenisstraf.
Onze jonge kameraad Jac. Luiting zeide in z'n verdediging, dat als men hem van misdrijf beschuldigde, dit niet juist was, want niet hij, doch de Nederlandsche regeering pleegde misdrijf door jonge menschen van huis en haard weg te rukken om ze tot moordenaar op te leiden. Ook was het onjuist als in de dagvaardiging stond, dat hij de soldaten tot het niet nakomen van hun plichten had aangespoord, want de Nederlandsche regeering hield de jonge menschen van hun maatschappelijke plichten af door hen te dwingen moordwerk te leeren. Onder ademlooze stilte werd dit aangehoord.
's Avonds was er door de Utrechtsche kameraden een protestvergadering in de Korenbeurs belegd, waar Jo de Haas, Herm. Schuurman en Koenders het woord voerden. De opkomst was niet groot, maar als zij, die aanwezig waren, gelijk de Haas zeide straks, als deze kameraden in de gevangenis worden gesleept, hen beloven, dat hun werk zal worden voortgezet en de aktie krachtdadig door hen zal worden gevoerd, dan is ook het offer van deze kameraden niet te vergeefs geweest. En als dan de rechters meenen, door hun straffen afschrikwekkende voorbeelden te stellen dan zal blijken, dat zij dit slechts hebben gedroomd en dan zal hun ontwaken vreeselijk zijn.De vrije socialist 24-11-
1923.
16-12 Amsterdam De reis van Sha(c)kleton naar de Zuidpool (lezing voor kinderen).
(De vrije socialist 15-12-1923)
18-12 Amersfoort Jo op vergadering
18 December verschenen weder eenige kameraden voor de rechtbank naar aanleiding van de verspreiding van het manifest „Aan de soldaten”. R. v. d. Brink kreeg 6, Mater 4 weken gevangenisstraf. Natuurlijk ging het verschijnen voor de rechtbank gepaard met agitatie van onzen kant. Een herdruk van het manifest werd in een oplaag van 6000 ex. huis-aan-huis verspreid. Bovendien werd een openbare vergadering gehouden met Jo de Haas als spreker, die schitterend slaagde. Alles in samenwerking met de V.S.V. en het V.J.V., een combinatie die zeer goede resultaten oplevert. We zitten intusschen voor een schuld van 27 gulden, Om die te dekken gaan wij een verloting van boeken en schilderijen organiseeren. Wij doen nu een beroep op de Amersfoortsche lezers van de „W. N.” om ons te helpen door ons financieel te steunen en loten te koopen. De nieuw opgekomen soldaten kregen allen een Kerstnummer van de „W. N.” Een- nieuwe aktie is in voorbereiding. Zoo gaan wij verder; ondanks celstraf verliezen wij den moed niet.De wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland, jrg 20, 1924, no. 1, 01-02-1924.
19-12 Amsterdam God en de Duivel
Vrijdenkers-Vereen. De Dageraad (De tribune 18-12-1923)
25-12 Amsterdam Psyche Nikai
Alarmgroep (ook declamatie door Jo: Het verhaal van den onbekenden soldaat)
Middag-bijeenkomst. —Op den eersten Kerstdag had de Alarmgroep in Handwerkers Vriendenkring een wat zij noemde „cultureele middagbijeenkomst" belegd, die zeer matig bezocht was. Jo de Haas, Polak en Constandse voerden er het woord en voor wat de eerste twee sprekers betreft - wij moesten nog naar een andere bijeenkomst en waren zoodoende verhinderd de laatste te hooren - werd in geen enkel opzicht iets nieuws geboden: het was kritiek, onze oude kritiek op de maatschappij en op hen, die deze maatschappij in stand houden. Ergerlijk is het de arrogantie waar te nemen bij die jongelui, die, als nieuwe priesters optredend, ons wijs trachten te maken, dat zij en zij alleen het weten en dat al wat niet tot hun clubje behoort, als dom vee, niet in hun „cultureel" en „wetenschappelijk" hemeltje komen kan. Vóór ons zat een oude strijdster, een militante kameraad, één die al wat mee heeft gemaakt in de beweging, goed „bij" is en die trots alles niet weggeloopen of aan onvruchtbaar kankeren geslagen is en ze gaapte... Het was dan ook den dood in de pot en er heerschte een stemming in de trieste zaal, om zoo met z'n allen eens lekker uit te huilen over het verloop van een beweging als de onze, die de sterkste kon zijn met haar mooi en haar groot verleden van arbeidersbeweging en die in deze dorre uitwas vervallen is tot wat dilettantistisch gedoe op het gebied van kunst en wetenschappen en welk gedoe niets gemeen heeft met proletarischen strijd tegen de machtigen der aarde en zoo die werd opgevat door menschen, onze menschen immers, als een Louise Michel, een Van Emmenes, een Domela Nieuwenhuis en een J. W. Smit : namen, die wat meer zeggen dan de holheid en de leege triestheid, die „Alarm" over ons brengt. Namen, die iets wakker roepen in ons. ... Stel daar nu eens tegenover het armzalige „Alarmgedoe” van dezen middag, b.v.: dit bijeenhokken in een zaal, zonder dat sympathie ons bindt, zonder dat strijden voor het socialisme doel is „ons heilig ideaal" en waar een paar waanwijze jongelui ons vertellen, dat héél het verleden snert was, waar ze om lachen moeten en dat zij het recept bezitten om te slagen en te winnen die wonderdokters…. Polak vertelde ons, dat de z.g. proletarische kunst (die der verheerlijking van den arbeid) slaven-kunst was. En hij wist niet tot geestdriftig applaus op te wekken over zóóveel inzicht. Doch de oude strijdster gáápte met steeds korter tusschenpoos. „Dat was vroeger anders", beet ik haar van achteren toe. Gapend keerde zij zich naar mij om, en ook ik kon de geeuwbeweging toen niet langer onderdrukken: zóó staarden we elkander aan en het meneertje op het podium sprak alsmaar over kunst en cultuur... Waar men zich verveelt, daar is het einde; waar men zich verveelt, daar is het vonnis geveld. Nog wat krantjesverkoopen is mogelijk, doch het oordeel heeft gesproken de invloed van de „Alarm"- richting zal nóóit de vier gore muren van „Handwerkers Vriendenkring" te buiten gaan. Deze „cultureele middagbijeenkomst" was in een woord zeldzaam vervelend te noemen en zal ons lang bijblijven: het waren een paar onvergetelijke uren.De vrije socialist 29-12-1923.
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1924
1924 08-02 Hilversum Dienstweigering gaat door (thema) I.A.M.V.
TEGEN DE KLASSE-JUSTITIE. Naar aanleiding van een vervolging van eenige jeugdige anti-militairisten, die tijdens de jubileumfeesten een manifest hadden verspreid onder dc militairen in Amersfoort, hield de I. A. M. V., afd. alhier, een protestvergadering in dc Harmonie. De opkomst had beter kunnen zijn, maar toch kon men tevreden zijn. Dc voorzitter deelde bij de opening mede, dat dc Hilversumsche politieautoriteiten geen poging onbeproefd zullen laten om de plakkers en verspreiders van het manifest te vervolgen. Het woord werd het eerst gevoerd door v. d. Brink, uit Amersfoort, een der jongelingen, welke zich voor genoemd feit bedreigd ziet met dc gevangenis. Eenvoudig, kort maar zakelijk hekelde deze het optreden der Amcrsfoortschc politie. Jo de Haas daarna het woord voerende, verklaarde, dat trots de vervolgingen, de anti militairisten zich hevig zullen roeren. De laatste spreker, Alb. de Jong, hield een pleidooi voor de sociale revolutie, maar wilde niets weten van het handhaven der sociale revolutie, dat is de proletarische dictatuur. Na afloop der vergadering werd een collecte gehouden voor de verdere actie tegen de vervolging van de anti-mililairisten. Onnoodig te vermelden, dat het wemelde van politie. Zelfs leerling-smerissen waren met hun baas aanwezig. Deze hadden echter bittere pillen te slikken van de beide laatste sprekers.De tribune: soc. dem. weekblad09-02-1924.
19-03 Amsterdam Herdenking Parijse commune; S.A.V.A. thema: wat leeren ons de Fransche en Russische revolutie
(De tribune: 19-03-1924)
24-03 Amsterdam Psycho-techniek
Groep „Ontwikkeling" (De vrije socialist 22-03-1924)
30-03 Amsterdam Onderwijs: Onze strijd voor de De Dageraad beschaving(De dageraad; 17, 20-03-1924)
16-04 Amsterdam Is godsdienst noodzakelijk
De Dageraad (De dageraad; 10-04-1924)
23-04 Amsterdam Protestlezing tegen Soc. An. Ver. Amst./I.A.M.V. actualisten (=fascisten)
Het fascisme!
De vijand binnen Amsterdam!
Het fascisme gezien. Het fascisme in actie. Niet in Italië of Spanje — maar in Amsterdam, de hoofdstad van ons bij uitstek nuchter vaderland en het bolwerk der laten we zeggen: socialistische — arbeidersbeweging.
Het is nog in zijn kinderjaren en de eerste passen op den weg naar het begeerde doel zijn wat onzeker. Dat hindert niet. Als elke cultuurbeweging is het onderhevig aan het proces van struikelen, vallen en opstaan. Al doende leert men, straks gaat het beter.
Het eerste optreden is nobel van opzet: een aantal hunner gaat naar een openbare vergadering van anti-militairisten waar o m. geprotesteerd zal worden tegen het gevangen houden van dienstweigeraars, met het doel daar van gedachten te wisselen, aldus de verklaring door een hunner aan de politie afgelegd.
En nu blijkt reeds aanstonds, dat er iets defect is in de bovenkamer bij de jongelui, want terwijl een gewoon sterveling papier en potlood zou nemen om aanteekeningen te maken, nemen zij rotte sinaasappelen mede, en een fleschje met een zeer brandbaar procédé. Een en ander natuurlijk als contra-argument bedoeld.
Zij overwegen — en nu blijkt weer dat ze niet heelemaal van lotje getikt zijn — dat hun debuut een overhaaste aftocht tot gevolg kan hebben en ze nemen daarom achter in de zaal plaats, vlak bij de uitgang. Ze zijn gevlucht, en wel zóó overhaast, dat eenige hunner het niet op hun voeten afkonden, doch hun handen er bij noodig hadden om naar buiten te kruipen, waar de politie zich nu eens letterlijk over hen ontfermde.
Wat was er gebeurd? Een der sprekers, J. de Haas, maakte het huns inziens wat al te bont. Ze vonden zijn betoog leugenachtig. Ik heb het ook gehoord, en ben van meening, dat de waarheid niet in het gedrang kwam. Het kan echter zijn dat deze algemeen geprezen doch zeldzaam gediende dame zich via De Haas wat al te naakt vertoonde naar het oordeel onzer jeugdige zwarthemden. Vergelijkingen tusschen de stallen van de paarden der Vorstin en de „woning" van menig arbeider — het geeft geen pas. —
En het feit, dat de spr. deed uitkomen, dat een gevangen moordenaar den Staat der Nederlanden méér kost dan een zeventigjarigen „held der zee, die zich er op beroepen kan meer dan tweehonderd menschenlevens gered te hebben — het moge minder prettig klinken voor de volgelingen van Verviers, het kan bezwaarlijk leugenachtig genoemd worden.
Dat een politierechter iemand straft, die zijn kinderen onverzorgd achter liet en daarbij — genoemde rechter wel te verstaan — den moralist uithing, terwijl de regeering duizenden gebrek laat lijden en „zwervers" zoo goed doet verzorgen, dat ze de hulp der autoriteiten slechts eenmaal in hun leven noodig hebben — nogmaals: dit is geen hoera-patriottisme, doch slechts de ongekleede waarheid.
Driewerf jammer, dat onze fascisten hun debat-voornemens lieten varen we hadden gaarne uit hun mond vernomen hoe zij de huidige maatschappelijke orde zagen, wat er volgens hun aan haperde, en wat er moest geschieden om haar gezond te maken.
Van dat alles zijn we helaas verstoken gebleven. Zij wenschten aan de „verlichting" der massa mede te werken op hun wijze. Daarom deden zij de poging tot brandstichting, waarvan de verslaggever van „De Courant" zoo'n fantastisch verslag gaf. Volgens dien man was een paniek het gevolg
Onze reporter had blijkbaar lang zijn Americaansche collega’s benijd, die zoo af en toe een. brand in een. schouwburg mogen verslaan en dankbaar greep hij de gelegenheid aan om iets te produceeren wat met het werk van bedoelde vakbroeders eenigermate te vergelijken viel.
De brandstichters zijn behoorlijk de zaal uitgewerkt en zullen voorloopig die kuurtjes niet meer vertoonen.
Laten wij de feiten niet opschroeven, hun poging was stuntelig.
Maar, als symptoom mag ze niet worden onderschat. Het feit, dat zoo iets in Amsterdam mogelijk is, stemt tot nadenken. Dat deze heeren reeds zoo driest worden, dat ze op klaarlichten dag bekende geestverwanten wagen te molesteeren, dat ze, op boven gememoreerde wijze een openbare vergadering in de war trachten te schoppen, dat ze onze kameraden, die hun nachtrust offeren en de aanraking met politie trotseeren door plakken en schilderen, nagaan en zoo zij ze al niet durven aanvallen, dan toch hun werk vernielen dat alles dringt ons niet langer schouderophalend toe te zien.
Tegenover geestelijke wapenen vechten wij met dezelfde middelen. Zouden de heeren lust hebben in debat — er zijn genoeg kameraden die hun dat pleizier wel willen doen. Maar als ze nog 'n pietsje verstand hebben overgehouden zullen ze moeten begrijpen, dat we ons een der weinige rechten — het recht van vergaderen — niet op die manier laten ontnemen.
Onze geestverwanten zijn niet gecharmeerd op politiehulp en zullen ook op dit terrein bij voorkeur „directe actie" toepassen. Er is bij velen onzer een stemming opgekomen, die voor de heeren „actualisten" zoo'n onaangenaam gevolg kan hebben, dat wij ze den welgemeenden raad zouden willen geven vooral niet te vergeten vader en moeder goeden dag te zeggen voor ze zich op „het oorlogspad" begeven — want het kon wel eens meenens worden.
Hun jongste heldendaad bestond hierin, dat ze voor het gebouw van het Amsterdamsche P. A. S. spijkertjes gestrooid hadden, om op deze wijze tot ten massamoord te komen op de fietsbanden van hen, die aan een propagandatocht voor den 1 Meidag zouden deelnemen.
Hiermede is het actualisme in de hoofdstad gesignaleerd en geteekend.
Het woord is thans aan onze jongens. Ze moeten metterdaad tegen dit werk stelling nemen.
Tegen zoodanige actie valt niet te debatteeren. Op molest en geweld moet met dezelfde middelen worden gereageerd. Om te beginnen heeft ieder onzer tot taak het recht van vergaderen te verdedigen. En dat moet op de plaats der handeling — de vergadering — zelve geschieden.
Voortaan zorge men dus als één man op soortgelijke vergaderingen aanwezig te zijn. Niet omdat men belust is op 'n relletje, doch omdat men overtuigd is, dat onze rechten worden aangetast en vast voornemens is daaraan een einde te maken.
Het optreden der zwarthemden is een schande voor de socialistische beweging van Amsterdam. Het moet onmogelijk gemaakt worden en door ons zelf.
Van nu af geldt: vrijwilligers voor! De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg 1, 1923-1924, no. 44, 26-04-1924.
Nieuwe actie der actualisten?
Op de zeer goed bezochte protestvergadering van de I. A. M. V., tegen de veroordeeling der kameraden, inzake het verspreiden van het bekende manifest aan de soldaten in de Jubileumdagen te Amersfoort, viel een incident voor, die wij jongeren — nog niet meegemaakt hebben. Wat toch was het geval: Nadat Rinus v. d. Brink gesproken had, kreeg Jo de Haas het woord, die op zijn bekende populaire wijze, de maatschappelijke wanverhoudingen aan de kaak stelde. Toen hij ons een beeld schetste van ons prachtig(?) vaderland en stil stond bij het politie-schandaal te Baarn, ontplofte een soort zwavel met koolzuurbom, die de gemoederen op een danige wijze aan het roeren bracht. De jongens van onzen grooten(?) Nederlandschen dictator Vierviers, hadden deze laten ontploffen, en kozen onmiddellijk het hazenpad. Voor zij echter allen de zaal verlaten hadden kregen er toch een paar een paar flinke tikken van kameraden, die niet met hun zakdoek naar de vergadering waren gegaan. En het mooiste van het geval was dat de politie, die sterk vertegenwoordigd was vóór het gebouw, nadat de heeren de zaal verlaten hadden, binnen stormden en één daarvan zenuwachtig uitriep: „sla er op in". Hij werd echter tot de orde geroepen door een kalmen geestverwant, die hem toeriep: „Er valt niets te slaan" en de kameraden aanspoorden te gaan zitten. Kameraden Gij die geweten hebt, dat deze vergadering plaats vond en door sleur deze vergadering niet bijwoonde, tintelt er niets in u? Beseft gij nu nog niet, dat wij meer actief moeten worden. Dat gij het werk niet aan enkelen over mag laten. Laat bovenstaand geval een aansporing wezen, om beter onze vergadering te bezoeken. Neemt actief deel aan de beweging. De heeren actualisten hebben de handschoen geworpen, laten wij elkaar beloven als kerels den handschoen op te rapen. Neemt uw plaats weer in de beweging in. Aan de beleggers van openbare vergaderingen, dezen raad: zorgt voor een flinke bezetting aan de deur, niet met een zakdoek in den zak. Als de heeren actualisten weer eens zoo'n lolletje uithalen, dat zij niet eerder de zaal verlaten hebben voor zij een flinke belooning te pakken hebben. Op voor het sociaal-anarchisme. Weg met kerk, kroeg en kazerne. D. S. De vrije socialist 19-04-1924.
Toen de tweede spreker, de anti-militarist, de Haas, het woord voerde en juist het schandaal te Baarn besproken had, klonk, onhoorbaar voor de meeste bezoekers, plotseling achter in de zaal een zwakke ontploffing, Deze werd onmiddellijk gevolgd door een donderend geweld van vergaderingbezoekers, die opsprongen en naar alle kanten vluchtten. Het was een sauve-qui-peut. Allerlei uitroepen weerklonken. Zoo werd geschreeuwd, dat een bom ontploft was, dat geschoten werd en dat het gebouw in brand stond. Daar er iets achter in de zaal gebeurd was, spreekt het vanzelf, dat de meesten naar den kant van het podium stormden. Verschillende bezoekers klommen er op. anderen weer renden naar den nooduitgang. Men sprong over de stoelen heen en gedurende een minuut vertoonden de wandelpaden tusschen de stoelen een kluwen van springende en elkaar op zij stootende menschen. De courant. Het nieuws van den dag 19-04-1924.
01-05 Hilversum. Over het anti-militarisme
I. A.M. V., Fed. v. Sig. makers, V. J. V. en V. S. V., is geslaagd te noemen. Joop v. d. Eynde en Jo de Haas waren als sprekers opgekomen. Vooral de laatste hield een schitterende rede voor het anti-militarisme, de vakbeweging werd echter geheel door hem verwaarloosd, dit was jammer doch van hem begrijpelijk. Onze pogingen om een spreker naast hem uit de vakbeweging te krijgen waren mislukt.De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg 1, 1923-1924, no. 46, 10-05-1924.
28-04 Amsterdam Mens en Maatschappij
Groep Ontwikkeling(De vrije socialist 26-04-1924)
27-05 Utrecht Oproep tot dienstweigering
jonge Anar. voorverg, Amersf. Landdag
Dinsdag 27 Mei hield de Groep van Jong Anarchisten alhier een openbare vergadering, met sprekers: Jo de Haas en Herman Groenendaal. 't Is haast onnoodig te zeggen wat deze kameraden vertelden. Daar het een voorvergadering was voor de Amersfoortsche landdagen, hebben zij op hun bekende wijze, kort maar krachtig aan de weinig opgekomen menschen verteld, dat zij moeten weigeren militairen dienst te doen, moeten weigeren elken munitie aanmaak en alles wat daarmee verband houdt, elken oproep met een eenvoudig „neen" te beantwoorden. Over de opkomst wilde ik nog graag het een en ander zeggen. Dat wij als jongeren in Utrecht niet veel belangstelling van de ouderen hadden, wisten wij wel, maar dat die ouderen te lamlendig zijn om een vergadering te bezoeken was ons tot heden onbekend. Niet dat wij het zoo verschrikkelijk vinden dat gij niet op onze vergaderingen komt, och neen. Maar praat ons dan ook niet van samenwerking tusschen verschillende groepen. Wij zouden werkelijk huiverig worden voor samenwerking met jullie. gij hebt een verdacht luchtje bij je*, zoo'n grafluchtje (organisatie menschjes). Het smoesje van „wij hebben de bekeering niet noodig" is Jan Klaassen, daarmee toont gij wel een ribbestoot van noode te hebben om je uit je slaapje te halen, opdat het je duidelijk wordt dat een voorvergadering voor de Pinksterdagen je belangstelling, wat zeg ik, al je werkkracht (als je die nog hebt) waard was geweest. PIET.
Een van onze makkers Piet Hamerslag is veroordeeld tot 40 dagen of 80, voor het niet verschijnen voor den keuringsraad. P.
*Als onze juniors van de seniors iets verlangen, dan lijkt ons dát niet de toon die onze jonge vrienden aan moeten slaan. (Red.).De vrije socialist 04-06-1924,
07/09-06 Amersfoort Pinksterlanddagen
AMERSFOORT. — De Pinkster-Mobilisatie der revolutionaire jongeren is — naar R. W. ons schrijft — schitterend geslaagd. Des Zaterdagsavonds waren reeds eenige honderden aanwezig. Zondagsmorgens had een propaganda-tocht plaats en ’s middags om half één een demonstratie naar het meeting-terrein. De meeting slaagde. Herman Groenendaal, Henk de Wolf, Jo v. d. Eijnde en Jo de Haas voerden er het woord; Mesman declameerde en het gemengde koor uit Utrecht zorgde voor de vocale illustratie. ’s Avonds was het gezellig in het Bosch bij zang, muziek en declamatie. De Maandagochtend werd met een congres ingezet, voornamelijk gewijd aan de dienstweigering, sabotage en de October-lichting. Aan een commissie werd de verdere uitwerking van een en ander opgedragen. Daarna behandelde Jo Meijer „Mensch en Maatschappij” en hield Constandse een lezing over „Nietsche”. Hierna werd alles nog eerst in een eetzaal herschapen om ook nog den inwendigen te versterken, alvorens de terugtocht naar stad en land werd aanvaard. Er heerschte van begin tot eind een goede stemming, alleen verstoord door een incident verwekt door de politie tijdens de demonstratie op den eersten dag, die een reclame-bord — als zijnde h.i. opruiend — in beslag wilde nemen, wat haar intusschen niet is gelukt. Een collecte voor het Cantine-fonds bracht ƒ 22,50 op, terwijl ook nog een bedrag voor den Landdag in Appelscha werd bijeengebracht en nog een flinke som werd overgehouden om de October-actie flink te kunnen aanpakken. De wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland, jrg 20, 1924, no. 7, 01-07-1924.
Machtswaanzin van Amersfoortsche politie. Tijdens de demonstratie van anti-militairistische jongeren in Amersfoort op Pinkster 8 Juni, wilde de politie plotseling tot gewelddadige inbeslagname overgaan van een bord, dat op een fiets werd medegevoerd en waarop stond: „Octoberlichting weigert dienst!" Als bezetenen sloegen de politieschoften er op los met hun gummistokken. Een van de rabauwen, die een meisje sloeg, werd ongenadig tegen den grond geslagen. Klaas Blauw, Knap Sr. en Jack Krul liepen bij die botsing flinke klappen op, doch die onverwachte, ploertige aanval, waarbij ook rechercheurs in burger een handje mee hielpen, werd prachtig afgeslagen, door het eensgezind optreden der demonstranten. Het bord bleef behouden en werd verder meegevoerd in de stoet, die enthousiaster verder ging. De politie, gepikeerd over die vernedering, beraamde nieuwe plannen en bij den ingang van het meetingterrein werd opnieuw een formeele aanval op het bord in kwestie ondernomen door de heeren ordebewaarders, onder aanvoering van hun inspecteur. Doch alweer snip. Over de hoofden van de vechtende agenten heen werden fiets en bord met groot gejuich het terrein opgetrokken. Dan maar procesverbaal opgemaakt tegen den jongen man, op wiens fiets 't bord was bevestigd, doch deze had geen behoefte zijn naam tegen de vertegenwoordigers van het gezag te zeggen, rukte zich los en verdween ... Jo de Haas en anderen kwamen nog in het gedrang, waarmede dit onbehouwen en schoftige optreden der politie, waar we intusschen zeer aan gewend raken, weer een einde nam. De politie heeft voor de zooveelste maal haar vuilen aard gedemonstreerd. De handhavers der orde in Amersfoort, met hun onbenullige, brute tronies, hebben in elk geval eens ondervonden hoe revolutionaire jeugd ter zelfhandhaving van zich afslaat. De vrijwillige mobilisatie van antimilitairistische jongeren, Pinkster te Amersfoort, is intusschen in alle opzichten geslaagd. De geest was opgewekt en het laat zich aanzien, dat een vernieuwde anti-militairistische actie in Nederland 't gevolg zal zijn. N. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 34, 1924, no. 25, 21-06-1924.
AMERSFOORT. ANTI-MILITAIRISTISCHE MEETING. Zondag j.I. (8 juni lgj) heeft hier een meeting plaats gehad van de I. A M. B. Voor het meerendeel waren dienstweigeraars aanwezig. Vooraf had een wandeling plaats met banieren, waartoe vergunning was verleend. Op last van de politie moest echter een bord op een fiets verwijderd worden, waarop aangespoord werd tot dienstweigering. De Politie wilde het bord verwijderen, doch stuitte op weerstand van de jeugdige demonstranten, en in een oogenblik lagen een paar agenten op den grond en kregen een flink pak op hun huid. Daarna kon de optocht ordelijk worden voortgezet en deed de politie verder geen moeite om het bord machtig te worden. Jo de Haas sprak en Herman Groenendaal, de laatste moest Rusland nog even een trap geven. Dc meeting was goed bezocht.De tribune: soc. dem. weekblad 14-06-1924.
15-06 Amsterdam Openbare meeting
I.A.M.V. (De vrije socialist 14-06-1924)
22-06 Appelscha De aanst. Octoberlichting moet een vredeslichting worden/
Hoe verhinderen we een komenden oorlog
De anti-mil. Jeugddag te Appelscha.
Begunstigd door het prachtigste zomerweer, werd Zondag j.l. te Appelscha de antimil. Jeugddag gehouden. Hadden we bij het organiseeren van dezen dag, waarop we de gansche anti-militairistische jeugd uit de Noordelijke provinciën bijeen wilden brengen, goede hoop dat we wel zouden slagen, onze verwachtingen werden nog overtroffen. Uit alle deelen der Noordel. provinciën waren de jongeren opgetrokken naar Appelscha, de meesten per fiets, anderen met de trein, terwijl ook eenigen een extra-autobus hadden laten loopen. Zelfs uit Amsterdam en omgeving waren eenige jongeren aanwezig. En welk een geest heerschte er, welk een vurig enthousiasme om den strijd tegen het monster
militairisme aan te binden. Heel anders ging het dan we het gewoon zijn, nu niet dat in optocht netjes in rijen loopen, niet dat vooral zorgen dat men netjes gekleed loopt, niet dat bepaald gebonden zijn aan vaste regelen, ook niet dat entree betalen voor men naar de sprekers mag luisteren. Neen, ongebonden is er dien dag door de anti-mil. jeugd met elkaar geleefd en beraadslaagd. De propagandatocht, welke dien dag
als eerste punt op de agenda stond, werd, doordat we tijd tekort kwamen, uitgesteld tot des namiddags en gecombineerd met de demonstratie. Zoo werd dus, nadat door den voorzitter de landdag voor geopend was verklaard, begonnen met de onderlinge besprekingen. Als punten van behandeling werden genoemd: „De aanst. Octoberlichting moet een vredeslichting worden" en: „Hoe verhinderen we een komenden oorlog". Door kameraad Jo de Haas werd over deze punten een inleiding gehouden. Spreker begon met te zeggen dat in de allereerste plaats de jongens, die weigerden soldaat te worden, niet op den vastgestelden tijd zich moeten aanmelden aan de kazernes met de boodschap
„alstublieft hier ben ik, ik wensch geen soldaat te worden, maar berg mij nu maar voor een maand of 10 op"; neen weigeren moeten ze ook op een bepaalden tijd hier of daar te zijn, zich desnoods met geweld verzetten als ze worden opgehaald. Dan pas, gaat spreker voort, krijgt de eisch tot vrijlating der dienstweigeraars recht van bestaan. Ook ten opzichte van het tweede punt meent spreker dat vooral de jeugd zich moet oriënteeren en dat zij het vooral moet zijn die op critieke momenten weet wat ze moet doen, en dat het eveneens de jeugd zal moeten
zijn, die den oorlog verhindert. We willen over het verdere van het door De Haas gesprokene alleen dit nog zeggen, dat hij alleen nog maar
vertrouwen stelt in het spontane optreden der jeugd. Op dit gesprokene volgde vooral van de zijde der aanwezige ouderen een fel debat, 't Was ook wel te denken dat het komen moest. Het felle opbruischende in de jeugd en het meer bezadigde der ouderen moet met elkaar in botsing komen. We willen over het debat niet uitwijden, allen dit: de ouderen hadden in dit geval beter eerst de jongeren kunnen
praten, 't Was voor beide partijen misschien beter geweest.
Tot bepaalde besluiten hebben deze besprekingen niet geleid. Het comité, hetwelk ook de landelijke jeugddag te organiseerde, zal ook ver-
der actief blijven ten opzichte van de beweging voor de October-vredeslichting terwijl de jongens uit dorp en stad die in October soldaat moeten worden zooveel mogelijk bewerkt worden met lectuur.
Hierna een kleine pauze. Dan tegen twee uur demonstratie en propagandatocht. En ook hier ging 't weer boven verwachting. Toen we uit de duinen kwamen bij 't café Bruinsma, vanwaar we zouden vertrekken naar de meeting, was daar al een heele stoet aanwezig.
Ook hier weer een en al geestdrift en zingende ging men naar het meetingterrein. Naar schatting waren hier ongeveer 600 menschen bijeen. Als sprekers waren hiervoor aangekondigd Jo de Haas en Klaas Blaauw. Door eerstgenoemde werd een pittige propaganda-rede gehouden. Door de tweede spreker werd een rede gehouden, welke beter geschikt was voor een cursus-vergadering. Zooals men ziet: over het geheel
genomen een mooie dag van propaganda. Als nu ook de jongens in de verschillende plaatsen zooveel mogelijk aanpakken, dan zullen we ongetwijfeld in October de resultaten daarvan kunnen aanschouwen.
Financieel overzicht volgt. S.
Uit Appelscha wordt ons medegedeeld dat tegen onzen kameraad J. Hoogeveen procesverbaal is opgemaakt, omdat voor de bespreking, welke ’s voormiddags in de openlucht werd gehouden, niet vóóraf vergunning was aangevraagd.
De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 34, no. 26, 28-06-1924.
03-08 Appelscha Protestmeeting
Jeen Hielkema werd gearresteerd voor het verspreiden van pamfletten. "Vrienden, dat is voor ons 'n aansporing te meer, ons rondom onzen vriend te scharen. Het moet donderen morgen in Oosterwolde van ons protest. Helpt onze protest-meeting niet voldoende, dan zullen we verder zien wat ons te doen staat. Men tracht onze stem in Oosterwolde te smoren. Maar 't zal niet gaan. Integendeel: vervolgingen als deze leeren ons dat we op den goeden weg zijn en dus: Voorwaarts vrienden! Jo de Haas en Henk Eikeboom spreken op de meeting. Van hier ver-trekken we om 1 uur (nieuwe tijd) vanaf het Compagnonshotel. Hedenavond half acht spreekt Jo de Haas bij wed. A. Bruinsma. het is zeker onnoodig onze lezers aan te sporen, deze vergadering te bezoeken. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 34, no 31, 2-08-1924.
10-08 Heerenveen Geen titel/ Jo de Haas en Jo Meijer.
N.M.O.- meeting (De arbeider 02-08-1924)
11-08 Groningen/V.J.V. Waarom tegen vakorganisatie
15-08 Gorredijk 't Recht van den Vrijdenker Debat met ds Van Lonkhuizen (De arbeider2 6-07-1924)
17-08 Appelscha Geen titel (in Hotel A. Bruinsma)
APPELSCHA. Onze Meeting van jl. Zondag is goed geslaagd, al had de opkomst van 't publiek wel iets grooter mogen zijn. Onder groote aandacht behandelden onze kameraden Kaspers, v. d. Eijnde en De Haas hun onderwerpen. Deze meeting is nu weer achter den rug en nu weer met frissche kracht de verdere propaganda ter hand genomen.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 34, no. 34, 23-08-1924.
18-08 Musselkanaal VJV niet Jeugd en Militairisme
19-08 Weerdingermond VJV ging door De ondergang van het Militairisme
20-08 Ter Apel VJV niet Naar het Socialisme!
21-08 Emmen VJV niet Jeugd en Militairisme.
22-08 Vlagtwedde VJV niet Naar het Socialisme!
23-08 Nieuw Dordrecht VJVging door Hoe voorkomen wij den komenden oorlog?
16-08 Emmer-Compascuum/prot. verg/vjv Jeugd en Militairisme
De propaganda-tournée, georganiseerd door eenige rev. jongeren van het Vrije Jeugd-Verbond, met Jo de Haas als spreker is niet bijzonder geslaagd. Van de zes openbare vergaderingen konden er slechts twee doorgaan, nl. die te Nieuw-Weerdinge en Nieuw-Dordrecht. Dat is jammer, want de woorden door J. de H. gesproken, moesten door veel meer menschen en vooral jongeren, zijn gehoord. Te Nw. Dordrecht was nog eenig debat van een S. D. A. P.er, die flink van antwoord werd gediend. De meeting te Emmer-Compascuum slaagde uitstekend. Wel had de optocht omvangrijker kunnen zijn, maar op het meetingterrein waren naar schatting een 300-tal menschen aanwezig. Tot dezen hield Jo de Haas een pakkende rede, waarin hij zich voornamelijk tot de jongeren richtte en hen duidelijk maakte wat hen te doen stond om de komende oorlog te verhinderen.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 34, no. 35, 30-08-1924.
24-08 Wijnjeterp Jo had een andere lezing
Den 24 Aug. belegde de afd. I. A. M. V. alhier hare eerste openluchtmeeting, waar aanvankelijk zouden spreken Klaas Blauw en Jo de Haas. Hoe geheel anders kwam alles echter uit dan we ons hadden voorgesteld. Van de twee aangekondigde sprekers trad voor ons geen van beiden op. De Haas had, door een misverstand, een andere spreekbeurt aangenomen, in wiens plaats Jo v. d. Eijnde sprak, terwijl helaas kam. Blauw, op weg van Haarlem naar hier, op een noodlottige wijze zijn leven liet. Met hem is een overtuigd en actief strijder voor het rev. antimilitairisme heengegaan. Doch om op de meeting terug te komen, vóórdat v. d. Eijnde de beide onderwerpen: „Waarom anti-militairist" en „De oorlog die nadert", behandelde, werd door den vader en broeder van den overledene een kort woord tot het publiek gericht, waarin ze in het kort zijn leven schetsten, tevens opwekkende om de propaganda, met zooveel toewijding door Klaas gevoerd, onvermoeid voort te zetten. Ongeveer een 100-tal menschen waren opgekomen, die aandachtig de kernachtige rede van v. d. Eijnde volgden. Hopen we, dat de woorden, hier gesproken, de menschen tot eenig nadenken hebben gebracht.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 34,30-08-1924.
27-08 Wijnjeterp Spreekt bij graf Klaas Blaauw
(….) 'n enkel kort woord door Jo de Haas namens de arbeiders in de Drentsche en Groninger venen.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 34, no. 35,30-08-1924.
HET ONGELUK TE WIJNJETERP. (…) Aan het graf voerde het eerst het woord Herman Schuurman uit Haarlem, die vooral tot de familie woorden van troost richtte. Hij schetste hun zoon als een trouw kameraad met een sterke persoonlijkheid en wekte de aanwezigen op, om het werk van Klaas Blaauw voort te zetten. Vervolgens sprak C. Bosma, van Heerenveen, namens de Friesche kameraden en geestverwanten. 't Is, zeide spreker, in hoofdzaak zijn werk onder de jeugd, dat wij waardeeren, want te veel is de jeugd door de ouderen verwaarloosd en wij begroeten met vreugde de opleving onder de jongere kameraden. Dat wij zijn, is van geen belang, maar wel wat wij zijn. Spr. bracht Blaauw dank voor het vele werk, onder de Friesche kameraden gedaan. Derde spreker was Jo de Haas uit Amsterdam, die een laatsten groet bracht namens de veenarbeiders uit achter-Groningen, voor wie Klaas Blaauw ook een goede bekende was.Groninger dagblad 29-08-1924.
WIJNJETERP, Woensdag had de ter aardebestelling plaats van den Zaterdag zoo noodlottig om het leven gekomen anti-militarist Klaas Blauw van Haarlem. Er was groote belangstelling, meer dan 300 menschen, waaronder uit Amsterdam, den Haag, Groningen, Haarlem, Emmer-Erfscheidenveen enz., woonden de begrafenis bij. Ook de kopstukken der anti-militaristische beweging waren tegenwoordig, zooals Albert de Jong, Kaspers, Eikeboom e, a. De kist was met roode vlaggen gedekt en werd door geestverwanten uit Amsterdam gedragen, Het woord werd gevoerd door de heeren Herman J. Schuurman te Haarlem, C. Bosma van Heerenveen, Albert de Jong van Amsterdam, Jo de Haas uit Amsterdam, Jo van der Eijnde uit Haarlem en Jac. Krul uit Den Haag, Namens de familie dankte de heer van Leeuwen de aanwezigen voor hun deelneming. Diep onder den indruk verlieten de aanwezigen het kerkhof.Dragtster courant 29-08-1924.
13-09 Tijnje De oorlog komt! (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 09-09-1924)
01-10 Drachten Wat willen de mokerjongeren
De Moker-Jongeren.
Wat willen de Moker-Jongeren? Hierover sprak in „De Phoenix" de heer JO DE HAAS van Amsterdam. Het niet zeer talrijke publiek, dat voor een deel uit buitenmenschen bestond, werd welkom geheeten den heer Hof uit Tijnje, die zeide, dat deze belegd was, omdat de politie hier ter plaatse leed aan een soort vervolgingswaanzin, Waar in den lande vrij gecolporteerd mag worden, werd het blad "De Moker" hier in beslag genomen.
De heer de Haas begon met er op te wijzen, dat sedert 1916 het aantal dienstweigeraars percentsgewijze steeds is toegenomen en de idee der dienstweigering ook, in de diepte is gegroeid. Kon men vroeger narekenen, dat de tijd die de dienstweigeraars in de, gevangenis moesten doorbrengen, korter zou zijn dan de diensttijd in het leger, thans is dat juist andersom. Dezen groei, aldus apr., hadden we steeds verwacht. De dienstweigering is een uiting van een nieuwe kultuur, die zich ontwikkelt, en het zal den staat nooit gelukken deze nieuwe cultuur te smoren.
Daarom zal het antimilitarisme groeien tegen alle vervolging en verdrukking in en zullen de dagen van militarisme geteld zijn. Zelfs generaals moeten tegenwoordig in volksvergaderingen optreden om hun standje te verdedigen. En dan weten ze nog geen redelijke argumenten aan te voeren. Zoo antwoordde generaal Snijders op een opmerking, dat een stikgasaanval in den tijd van 24 uur van een stad als Londen éen groot kerkhof zou maken, dat dit onjuist was, daar een dergelijk proces minstens zeven dagen zou duren!
Ook durft generaal Snijders slechts te debatteeren met menschen als van Embden, die op een halfslachtig standpunt staan, daar ze de idee van nationale zelfstandigheid handhaven. Voor het debatteeren met principieele antimilitaristen als Reinders heeft de generaal geen tijd!
Principieele antimilitaristen willen het vaderland niet verdedigen, omdat de arbeider geen vaderland heeft. Het vaderland heeft den arbeider alleen maar noodig voor kanonnenvleesch. Anders geeft het hem niet eens genoeg eten om van te leven of stuurt hem als emigrant naar Canada.
Ook tijdens den laatsten oorlog heeft de bourgeoisie de arbeiders bedonderd. Deze oorlog zou de laatste zijn en er een wezen voor democratie en vrijheid der volken. En thans zijn we verder van den wereldvrede af dan ooit. Overal dreigen nieuwe oorlogen. En de
de Volkenbond is, ondanks het geklets van MacDonald en Herriot, nog niet verder gekomen, dan dat bij een eventueel volgenden oorlog zal worden uitgemaakt wie de aanvaller is. Een nieuwe oorlog zal hij niet kunnen voorkomen, daar de Volkenbond is een instituut, voortgekomen uit het kapitalisme en dient om de arbeiders te sussen. Oorlog toch is een levensnoodzaak voor het kapitalisme. Als de regeerders niet meer beschikken over hun bloedhonden zijn ze verloren. Maar overal gist verzet tegen het militarisme, ook in ons land. Zoowel de mobilisatieherdenking in Augustus als de groote manoeuvre in September, waren een volslagen mislukking.
Overal uitte zich een geest van verzet tegen de officieren en de rekels van de militaire politie, zoodat de autoriteiten tenslotte aap wat heb je mooie moesten spelen.
Deze geest staat dicht bij die der antimilitaristen. Gaat het militaristische blad bij uitnemendheid, „Het Volk" er prat op, dat deze geest van verzet niet de schuld is der S.D.A.P., de antimilitaristen mogen zich op beroemen, dat dit verzet, het resultaat is van
jarenlang pionierswerk. De autoriteiten zijn dan fel gebeten op de antimilitaristen en toonen dit op alle mogelijke wijzen, ook door het vervolgen van de "Moker'. Maar het gaat hier om de komst van nieuwe cultuur en deze wordt niet zoo gemakkelijk de kop ingedrukt, zelfs niet door een paar Dragster politie-agenten. Spr. wil geen kwaad van den persoon dezer agenten zeggen, daarvoor zijn ze te onbenullig, maar de Mokerjongeren zullen het instituut der politie bestrijden als uiting van het kapitalisme dat het volk stoffelijk en geestelijk vermoordt,
De politie moet zoogenaamd dienen om de orde te handhaven en daarom wordt een minderjarig meisje, dat bij avond fietst met een fietslantaarn met een rood glaasje er in, geverbaliseerd. Rood toch werkt op de politie als op een stier. Maar als ze de orde zou willen bewaren, zou, ze ergens anders moeten gaan kijken. Daar in Huizen bij Arnhem is een arme vrouw uit haar woning gezet en deze moet nu verblijf houden tusschen vier muren zonder dak. In Brabant zijn acht mannen gearresteerd wegens diefstal. En ze verdienden een loon van f 4 in de week. De koningin verdient f 1.200.000 per jaar met het voorlezen van de troonrede, terwijl het volk in krotten moet leven. Is dat orde? Als de orde gehandhaafd moest worden, zou het volk dit wel doen. De orde zal komen als het volk zich gaat meester maken van de huizen der rijken, zich gaat nestelen in de donzen bedden der bourgeois en uit de winkels en pakhuizen zelf gaat halen, wat het noodig heeft. Maar dan staat de politie klaar om dit te beletten.
En dan gaat men om de orde te handhaven „De Moker" vervolgen wegens opruiing. Maar „De Moker" heeft niets anders te doen dan op te ruien. Alles wat dit blad schrijft gaat tegen het kapitalisme in, de "Moker" raadt 'de jongeren aan zich niet te laten afslachten en niet ten oorlog te gaan En als ze al schieten dat ze dan in de goede richting schieten, dat wil zeggen, niet den kant uit van den vijand. Alle
vervolging lappen de Moker-jongeren dan ook vierkant aan hun laars. De politie kan hun niet beletten, dat zij de pioniers zijn van een nieuwe maatschappij, waarin het eigendom zal zijn vernietigd, het militairisme verdwenen en de kerken opgeruimd; van een wereldmaatschappij waarin ieder zijn geestelijk en economisch leven ten volle kan uitleven. En als dan in deze nieuwe maatschappij het bestaan der politie vergeten zal zijn, zullen nog steeds met eerbied herdacht worden zij, die voor het tot stand van deze maatschappij pionierswerk hebben verricht: de Moker-jongeren.
In de hierop volgende pauze werd luidkeels door zaal gevent met „De Moker". De marechaussee nam eenige exemplaren in beslag, wat van den anderen kant vrij wat protest uitlokte.
Tot slot droeg de heer de Haas een gedicht van L. M. Hermans voor, waarin een politieagent o.m. „losloopend wild beest", werd genoemd.
Toen niemand zich voor het debat aanmeldde, werd vergadering daarop gesloten. Dragtster courant 03-10-1924
DRACHTEN. Mooie vergadering. Hoewel wat laat, willen we toch nog even melden dat we hier een best geslaagde vergadering hebben gehad met Jo de Haas als spreker, die op pittige manier voor ons uiteenzette het onderwerp „Wat willen de „Moker"-jongeren." De vergadering was in hoofdzaak belegd naar aanleiding van het herhaalde malen arresteeren der „Moker'-colporteurs. Men kon zelfs van een soort vervolgingswaanzin spreken. Dat Jo het instituut politie er duchtig van langs heeft gegeven, behoeft geen vermelding. 't Interessantste der vergadering was echter wel het feit, dat toen de jongens na afloop der rede gingen colporteeren met „De Moker", de kranten door de marechaussée's in beslag zouden worden genomen, doch de aanwezigen een dusdanige houding aannamen dat men, na 4 ex. in beslag te hebben genomen, van verdere inbeslagname af moest zien en de heeren rustig in een hoekje zijn gaan zitten en de nog voorhanden zijnde „Mokers" rustig (en natuurlijk gretig) aan den man gingen. De geweldsmannen waren tam gemaakt. Als je maar toont wie je bent. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 34, no. 42, 18-10-1924
03-10 Amersfoort Slikken en Stikken of ’t Vertikken
Was er na de hier ter plaatse zoo geruchtmakende Pinkster-mobilisatie onzerzijds weinig meer gebeurd, thans is de actie weer begonnen. De I.A. M. V., V. J. V. en V. S. V. hebben besloten in de komende wintermaanden gezamenlijk een aantal openbare vergaderingen te houden. De eerste vond j.l. Vrijdag 3 Oct. plaats, waar Jo de Haas sprak naar aanleiding van het door ons in 5000 ex. verspreide vlugschrift „Stik" over. „Slikken en Stikken of 't Vertikken". Op z'n bekende populaire wijze zette hij uiteen hoe de dienstweigering, sinds 1916 toegenomen, niet was een speciaal oorlogsverschijnsel, want zij zette ook na den oorlog door en nam zelfs procentsgewijze toe. De militairisten pogen het volk door parades, glimmende knoopen en mooie uniformen te suggereeren, maar het blijkt steeds meer, dat dit niet lukt, de ontnuchtering na den oorlog was te groot. Het kapitalisme internationaal heeft den oorlog gewonnen, het proletariaat internationaal heeft den oorlog verloren. De militaire „relletjes" bewijzen, dat er iets veranderd is in de mentaliteit van het volk, dat men het militair gedoe niet meer wil. Internationaal speelt het kapitalisme dezelfde rol als voor 1914. Terwijl men zich op den oorlog voorbereidt, gaat men over vrede praten. Ramsay MacDonald, de „socialist', geeft z'n kracht aan het tot stand komen der Dawes-rapporten, waardoor het Duitsche proletariaat tot het allerlaatste wordt uitgezogen, en er verzet komt van de Britsche arbeiders vanwege de daar steeds toenemende werkloosheid. Prof. v. Embden pleit voor ontwapening, omdat Nederland zich niet kan verdedigen. Voor alle gifgassen zijn geen beschermende maskers. Waren zij er wel, dan zou hij er waarschijnlijk niet tegen zijn. Maar dan had ook de oorlog geen zin. Wij willen daarom van gassen en maskers niets weten. Grenzen en nationaliteiten zijn overbodig geworden. De techniek is reeds internationaal, de wetenschap, de kunst en de wijsbegeerte eveneens. De menschen echter zijn nationaal en daar moeten zij over heen. Niet door een wet of door dwang maar door overtuiging. Wij voelen meer geestesgemeenschap met onze kameraden in andere landen dan b.v. met generaal Snijders of koningin Wilhelmina, ook al zijn die in Nederland geboren. De arbeiders moeten strijden voor het Leven en als dan straks het internationalisme zal zegevieren, de maatschappelijke verhoudingen veranderd, het kapitalisme vernietigd en de mensch vrij zal zijn en leven, dan zal dit mede zijn door ons, door onze daad, door de dienstweigering. Met groote aandacht werd deze rede door de overvolle vergadering aangehoord. En de geweldige instemming bewees dat de spreker was begrepen. Ook in het voor enkele jaren conservatieve en achterlijke Amersfoort is iets bezig te veranderen en worden de geesten meer en meer rijp voor onze propaganda. Laten wij daarom geen gelegenheid verzuimen, maar allen hard aangepakt. Er is goed en nuttig werk te doen. R. B.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 34, no. 41, 11-10-1924.
06-10 Wijnjeterp God en de werkloosheid
WIJNJETERP. Den 6en Oct. spraken hier voor ons in een openb. vergadering J. v. d. Eijnde, met als onderwerp: Militairisme en anti-militairisme; en Jo de Haas over: God en de werkloosheid, dit laatste naar aanleiding van een artikel in de anti-rev. „Zuid-Oosthoek" over het werkloosheidsvraagstuk, geschreven door v. d. Meulen. h. d. Chr. school alhier. We hadden de heer v. d. Meulen voor debat uitgenoodigd doch hij is niet gekomen, wat erg jammer was, gezien het belangrijke van dit vraagstuk. Doch zooals het gewoonlijk gaat met deze heeren, ging het ook hier: in hun krantje kunnen ze verdacht maken (zooals de heer v. d. Meulen deed in een artikel over anti-militairisme, waarop we reageerden door een ingezonden stuk te schrijven voor de „Z. O.-hoek", hetwelk echter niet werd opgenomen, daar dan de vrome schaapjes de leugen van hun leiders in de gaten zouden krijgen) maar wanneer hun de gelegenheid wordt aangeboden in het openbaar met hun tegenstanders te debatteeren, blijven ze weg. Later kunnen ze dan in hun bladen hun hart weer eens ophalen door hun tegenstanders, met wie ze niet van gedachten durven te wisselen, verdacht te maken. Beide sprekers gaven in een helder betoog hun zienswijze weer. De Haas zette duidelijk uiteen, dat de werkloosheid niet uit God kan zijn, doch uit de huidige maatschappijvorm voortvloeit, tevens aantoonende welk een uitbuiting er plaats heeft op de arbeiders. Een voor ons ongewoon groot publiek — ongeveer 140 personen — was aanwezig. De politie demonstreerde tijdens de pauze nog even hoe ze de orde(?) bewaart, n.1. door een relletje te verwekken en de gevreesde „Moker' in beslag te nemen. Die „Moker"- vervolging schijnt wel een epidémie onder de politie te zijn, daar dit op meerdere plaatsen reeds gebeurde. Ze maken echter door deze vervolging een reuzenreclame voor genoemd blad, daar nu juist de aandacht er nog meer op wordt gevestigd en iedereen het nu wil hebben. Na een opwekking van den voorzitter, om, zoo men iets voelt voor een betere samenleving, dan ook actief deel te nemen aan den strijd daarvoor, gingen de bezoekers welvoldaan huiswaarts. Misschien waren de enkele anti-rev. bezoekers minder lekker gestemd.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen jrg 34, no. 41, 11-10-1924.
09-10 Leeuwarden Debat met CHU-predikant
De christelijk-historische kiesvereeniging „Groen van Prinsterer" te Leeuwarden had gisteravond in „Amicitia" een openbare vergadering. De zaal was op enkele plaatsen na vol. De voorzitter, de heer IJ. de Vries ging voor in gebed, en gaf na een korte inleiding het woord aan ds
I VOORSTEEGH, predikant te Katwijk aan Zee die tot onderwerp had gekozen „om het heil van ons volk. (….) “De christelijk-historischen verfoeien den oorlog en willen de arbitrage, maar een ontijdige ontwapening zou, met name voor het Nederlandsche volk, het gevaar voor oorlog in Europa vergrooten in plaats van verminderen Bij het bekende debat in Den Haag hebben de ontwapenings-voorstanders een droevige figuur geslagen. Een andere mentaliteit is allereerst noodig. Voor onze rijke vrijheden en zelfstandigheden hebben we God dankbaar te zijn en daarom dienen we onze grenzen zooveel mogelijk te bewaken. Men zegge niet, dat dit niet kan. De defensie in ons land is wel degelijk een middel in Gods hand geweest, om ons voor den oorlog te behoeden. Bidden en werken moet samengaan..”
Het Debat. Als anti-militarist valt de heer JO DE HAAS de rede van den predikant aan. Hij begrijpt niet, dat iemand, die zegt op God te vertrouwen, er nog kanonnen bij noodig heeft. Debater gelooft niet in God en als hij in hem geloofde, zou hij hem niet durven beleedigen door zoo slecht van hem te denken. De zoogenaamde volkseenheid noemt hij een leugen; de schreeuwende contrasten, als honger en werkeloosheid aan den eenen en weelde en overdaad aan den anderen kant spreken van heel wat anders. Als men een vergelijking maakt, dan komen ten opzichte van den oorlog, het materialisme en de moraliteit niet de ongeloovigen, maar de geloovigen er het slechtst weg, betoogt hij. Hij neemt het op voor de dienstweigeraars, die toonen, dat zij een geest van vrede over de wereld willen brengen.Leeuwarder courant10-10-1924
12-10 Amsterdam Herdenking Ferrer Handwerkers Vriendenkring De syndicalist11-10-1924
Ontspanningsschool „De Jonge Proletaar"
25-10 Boornbergum Christendom en anti-militairisme (dominee weer uitgenodigd)
FRIESLAND. TERW1SPEL. Openbare Vergaderingen. We hebben weer twee vergaderingen achter den rug. Te Boornbergum sprak Jo de Haas over „Christendom en Militairisme". Deze vergadering was slecht bezocht, waar zeker het slechte weer de meeste schuld aan had. De door ons uitgenoodigde predikant debatteerde. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 34, no. 45, 08-11-1924
28-10 Tijnje De Moker "springstof en revolvers"
Dinsdag 28 October hielden we een vergadering te Tijnje, waar Jo de Haas voor ons sprak over: „De Moker", springstof en revolvers". Dit naar aanleiding van het politiebezoek bij de anti-militairisten. Deze vergadering was uitstekend bezocht. Spreker hield een schitterende rede, waarin hij wees op de vervolgingen, welke de jongeren sinds September van het vorig jaar hadden te verduren. Hij wees er op, dat hoewel bij ons wordt gezocht naar moordmiddelen, hij tegen geweld is en vóór persoonlijke verdediging. Dit lokte debat uit met 'n sociaal-anarchist, die meende te moeten opmerken dat toen in Milaan arbeiders de fabrieken hadden bezet, zij deze weer moesten overgeven omdat zij niet van 't geweld gebruik maakten. De Haas wees er op dat alle omwentelingen, welke steunden op geweld, gedoemd waren weer ten onder te gaan; als voorbeeld haalde hij aan Hongarije en het fascistisch Italië, waar het ijzeren geweld van Mussolini al aardig aan het tanen is. Verder oefende hij nog felle critiek uit op Rusland, waar door 't geweld de revolutie was ten onder gegaan. Dit lokte weer debat uit van een bolsjewiek, die verdraagzaamheid ging prediken. Spr. antwoordde, dat als de debater verdraagzaamheid wilde verkondigen, hij maar naar Rusland moest gaan, daar was 't bitter noodig, doch dat wij geen verdraagzaamheid kenden tegenover de beulen onzer beste kameraden. Alles bijeen: 't was een goede, leerzame avond. Van recht gesproken. Zoo moest ik dan Zaterdag voor 't kantongerecht verschijnen, omdat ik in 't bezit was geweest van een gummislang, zooals de dagvaarding luidde. In werkelijkheid was dit niets anders dan een slang van een fietspomp, waaraan een touw bevestigd was Voor 't gerecht (?) bleek me evenwel, dat mijn „misdaad" eigenlijk deze was, dat ik in 't bezit was geweest van opruiende aanplakbiljetten en dat ik een bekend anti-militairist was, zooals 't in het procesverbaal heette. Hoewel ik aantoonde, dat een dergelijk ding met een gummislang niets gemeen had, 't hielp niets, de anti-militairist moest straf hebben en daarmee basta. Hoewel men tegenover de andere beklaagden heel fatsoenlijk was, nam men tegenover mij direct een brutale houding aan; zeker omdat ik niet, zooals de andere menschen, stond te beven van angst. Weer een kameraad die proces heeft, nl. Annie v. d. Vliet wegens 't colporteeren met „De Moker". De politie heeft een tiental kranten in beslaggenomen. Ondanks de waakzaamheid der politie, zijn er van dit nummer hier 400 verkocht. Van 't volgende no. krijgen we 500, zoodat er wat te doen valt. Harm.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 34, 1924, no. 45, 08-11-1924.
29-10 Haulerwijk Slikken, stikken of vertikken (Ooststellingwerver 24-10 25)
31-10 Assen Snijders en Van Embden
Snijders en Van Embden
Met bovengenoemd onderwerp trad gisteravond de bekende anti-militairist de heer Jo Haas uit Amsterdam als spreker op voor een maar matig bezochte vergadering. Nadat de bijeenkomst door den heer Frankot, die als voorzitter fungeerde, geopend was, werd het woord "aan den heer Haas" verleend. Spreker was over den uitslag van den debat-avond in Den Haag zeer sceptisch gestemd en betitelde den heer v. Embden als zeer karakterloos. Prof v. Embden, aldus de heer Haas, wordt door het Nederlandsche volk beschouwd als een soort Messias, een vredesapostel en toch is de heer v. Embden het eens met den ex-generaal Snijders. Beiden zijn samen één met dit verschil, dat, hoewel beiden het vaderland vooropstellen, zij het niet eens kunnen worden over de verdediging van ons land. Prof. v. Embden wil het door ontwapening daar ons land zich tegen een gassenoorlog niet kan verdedigen en ex-generaal Snijders door bewapening. Voor ons, anti-militairisten, Is het debat geen knip voor den neus waard geweest, zegt spr., daar door prof. v. Embden in 't geheel geen anti-militairistische argumenten zijn aangevoerd, doch slechts door hem aan den heer Snijders eenige vragen zijn gesteld. „Ik voor mij, aldus spr., sympathiseer nog het meest met ex-generaal Snijders. Deze toch heeft zijn woord gestand gedaan en het militairisme (krankzinnigheid noemt spr. het) verdedigd. Generaal Snijders is voor zijn beginsel opgekomen. Het volk beschouwt professor v. Embden als een vredesapostel, een anti-militairist en toch beschouwt deze dienstweigeraars als personen die uit pure onverschilligheid niet willen dienen. Het geheele debat komt hierop neer, zegt pr., dat prof. v. Embden optrad omdat hij bang was. Wat de oorlog zelve betreft, aldus vervolgde spr. zijn rede, deze komt niet maar zoo onverwachts, doch Is wel degelijk vooruit te zien. Oorlog is niets anders dan een strijd van bezitters contra bezitters, die door het proletariaat uitgevochten wordt, terwijl het kapitalisme zich op den achtergrond houdt. Zooiets mag niet weer voorkomen. Nu moet het een strijd worden van het proletariaat tegen het kapitalisme. Doch het volk is te bang. De geestesgesteldheid van het volk is weer eens duidelijk aan het licht gekomen bij het debat. De gevolgen van den oorlog besprekende, zegt de heer Haas, dat na 1914 vele arbeiders, omdat de Regeering niets meer aan hen had, met haar hulp geïmmigreerd zijn, doch wanneer de nood aan den man komt, zullen ze worden teruggeroepen om in hun vaderland te worden uitgebuit. Om dit te voorkomen, aldus gaat spr. verder, is het noodig dat het kapitalisme met wortel en tak wordt uitgeroeid. Men noemt de tijd van nu een tijdperk van vrede, doch we leven in werkelijkheid op een vulkaan, zegt spr., die slechts een klein vlammetje noodig heeft om tot uitbarsting te komen en dan zal de ellende niet te overzien zijn. Nog eens terugkomende op het debat prof. v. Embden—generaal Snijders is spr. van meening, dat de tactiek van ex-generaal Snijders uit den tijd is, evenals de tegen het militairisme aangevoerde argumenten, die de anti-militairisten reeds jaren her aanvoerden. Spr. beëindigde zijn gloedvolle rede met te verklaren, dat de anti-militairisten thans alles of niets wenschen. Oorlog of revolutie. Dat de anti-militairisten een anti-militairistischen staat wenschen, waarin ieder mensch zich zelf kan zijn en een algeheele vrijheid zal heerschen, waarin de dageraad van het socialisme zal aanbreken. Provinciale Drentsche en Asser courant 1-11-1924
Tournee J. de Haas. Aan de kameraden in het Noorden! We hebben thans een 40-tal vergaderingen achter den rug. Wij zijn daarbij — met veel succes — in christelijke dorpen geweest, waar voor de allereerste maal een vergadering plaats vond. We moeten daar dus weer heen! In ieders belang moet er dan echter practisch en goedkoop worden gewerkt. Wanneer b.v. voor elk der provincies één biljet verschijnt waarop alle vergaderingen worden aangekondigd, zijn de kosten miniem. Friesland b.v. heeft weer 30 vergaderingen in 't zicht. Om goede voorbereiding te verzekeren, goedkoop en practisch werken mogelijk te maken, stel ik mij 'beschikbaar voor: Friesland in Januari, Groningen in Februari en Drente in Maart. Personen, organisaties etc. kunnen zich dus met elkander verstaan en op die manier goedkoop de propaganda ter hand nemen. J. de Haas. De arbeider socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 34, 1924, no. 46, 15-11-1924.
19-11 Zaandam Wie zijn de valsche munters
Vrije Jeugdverbond De heldendaden van Burgemeester Driessen
Het Vrije Jeugdverbond Zaanstreek en het geval Schnater. Door middel van een opzienbarend strooibiljet heeft bovengenoemd lichaam Dinsdagavond te Koog aan de Zaan getracht de bevolking op te roepen voor een openbare vergadering. Deze vergadering was aangekondigd tegen Woensdag d.a.v., met als te behandelen onderwerpen „Wie zijn de valsche munters” en „De heldendaden van Burgemeester Driessen”. In dat strooibiljet werden de mededeelingen in „De Zaanlander” in het geval-Schnater als onwaar betiteld, waarvoor „Het Handelsblad” als bewijs moest gelden. De kleine bovenzaal van „De Waakzaamheid” was dien avond stampvol. Als eerste spreker trad de heer H. J. Schuurman uit Utrecht. (..)
De tweede spreker was de heer de Haas uit Amsterdam. Deze spreker was blijkbaar niet zoo goed met Zaansche gebeurtenissen op de hoogte als zijn Utrechtsche voorganger. Hij ging dan ook zeer terecht langs het geval heen en besprak het gebeurde in breed verband. In een uitvoerige, kernachtige propagandarede wees hij den aanwezigen op de groote strijd tusschen kapitaal en arbeid, besprak dit onderwerp in internationaal verband. Valsche munters zijn volgens den spreker zij,| die deze maatschappij in stand houden en noemde de regeering de aanvoerders daarvan, door te betoogen, dat de goudvoorraden niet de in omloop zijnde bankpapieren dekken. De groote sensatiezucht der burgerlijke bourgeoisbladen werden ook door dezen spreker scherp gehekeld, uit welke bladen slechts leugen bedrog te putten valt, doordat zij in dienst staan van het kapitalisme. Deze rede duurde ook ongeveer een uur. Hierna vroeg een belangstellende het woord.(…) De tweede spreker antwoordde debater, dat het niet de bedoeling was geweest, sensatie te geven en als het waar is, dat de Zaankanters niet met molentjes loopen, dat er toch velen een klap van een molenwiek hebben ontvangen. Onder doodsche stilte eindigde de bijeen komst, die overigens geen enkele maal werd verstomd. Bij den uitgang werden gelden voor een advocaat voor Schnater ingezameld.De Zaanlander 22-11-1924.
Een valsch geld-inrichting te Koog a. d. Zaan. De vervaardiger op zijn verjaardag gevangen genomen. f 10.- en f 25.- bankbiljetten, zoomede passen en rijwielplaatjes-ingrediënten gevonden." Onder dit valsche, leugenachtige opschrift komt „De Zaanlander - 8 Nov., den goedgeloovigen Zaankanters vertellen wat die dappere speurhonden ten huize van een geestverwant hebben „gevonden"? Chr. Schnater was een sterk liefhebben van foto's maken en kwam door kunstgevoel op het idee eens een briefje van tien te fotografeeren. Dat zijn haatdragende tegenstanders hieruit zouden kunnen maken, wat ze als opschrift als de waarheid gaarne hadden gezien, is een teleurstelling geweest. Chr. Schnater was een kalm doordacht anarchist, door zijn eerlijk en karaktervol optreden in het dagelijksch leven gehaat bij alle Koogsche machthebbers, en nu wordt de volgende gelegenheid aangegrepen om hem, zoo mogelijk, jaren onschadelijk te maken. „Schnater heeft langs foto-chemigrafischen weg cliché's gemaakt, en daarvan, volgens het lichtdruk-procedé afdrukken vervaardigd. In totaal een 150 stuks." Wat is er echter waar? Twee echte bankbiljetten van f 1 0.-, met punaises op een plank geprikt en als model een aantal cliché's, maar geen valsch bankpapier. Wel waren er tal van afdrukken (twee stuks aan één kant) op gewoon wit papier. Dus foto's van een gewoon negatief. „Ook nagemaakte biljetten van f 25.— zijn ontdekt." Er was geen echt noch valsch biljet van f 25.- aanwezig. Dus louter uit hun duim gezogen. „Terwijl de voorbereiding tot de vervaardiging van buitenlandsche passen geconstateerd kon worden." Dit was een wandelkaart om in de duinen van Bakkum te mogen wandelen, en kost f 0.25. De heeren zijn niet alleen kleurenblind, doch kunnen het Hollandsche schrift van het buitenlandsche niet meer onderscheiden. „Tevens werden voldoende feiten genoteerd waaruit bleek, dat ook de vervaardiging van rijwielplaatjes op het programma van de aangehoudene stond." Ook niets anders dan een foto-afdruk. Ingrediënten welke gebruikt worden bij het fotobedrijf werden in beslag genomen. Alles bij elkaar valsche verdachtmakingen, en wat dan nog gevonden werd, was, volgens deskundigen, „knap knutselwerk'', „spelerij”. Een ingezonden stuk aan „De Zaanlander" werd geweigerd te plaatsen. De door hen geplaatste laster en leugen in een groot opgeblazen artikel kan door den aangevallene niet aan hen weerlegd worden en behoorde een dusdanige verdediging bij de justitie thuis. Tegen dit groote onrecht en ver beneden dierlijk optreden van den burgervader Driessen heeft het V. J. V. Zaanstreek een protestvergadering gehouden, met Jo de Haas en Herman Schuurman als sprekers. „Wie zijn de valsche munters?" en ,,de heldendaad van Driessen” als onderwerp. Na eerst de sensatiezucht van „De Zaanlander" te hebben behandeld, welke ploertenstreek van fascistische door hen werd verdedigd, werd de vervolgingswaanzin in het algemeen behandeld. Gewezen werd op de valsche munterij van ons heele geestelijke en zedelijke leven. Het „echte" geld is het meest-valsch geld, want dat wordt geperst uit de ellende en honger uit je lichaam en ziel. De uitbuiting brengt de waarde aan het geld en alleen de bezitters, de groote dieven hebben het monopolie geld te maken. En als een bezitloze, een arbeider, het probeert, dan wordt hij voor jaren in de gevangenis gestopt, want hij maakt het „echte" geld waardeloos, en dat is een aanslag op het bezit, het wezen van het kapitalisme. De stampvolle zaal getuigde van een aandachtig gehoor, en de collecte voor rechtskundige bijstand bracht bijna f 26.- op. Bij het naar huis gaan waren we getuige dat de pantoffelheld Driessen door twee goed-afgerichte politiehonden werd bewaakt. Verdere protestvergaderingen in voorbereiding langs de heele Zaanstreek. Namens het comité ter bevrijding van Chr. Schnater, P. v. Leeuwen, Westzaan E 20.De vrije socialist 29-11-1924; zelfde tekst in de De arbeider, socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 34, no. 48, 29-11-1924. .
23-11 Donkerbroek Toespraak vanwege thuiskomst van Jurjen Hoogeveen die 40 dagen heeft vastgezeten.
DONKERBROEK. Opgelet! Jurjen Hoogeveen, die den 25 Nov. z'n 40 dagen heeft „uitgezeten", zal de laatste 2 dagen betalen en komt dus Zondag 23 Nov. thuis. Geestverwanten, die hem willen afhalen, zorgen om 2 uur in Dragten te zijn. We fietsen dan met elkaar naar Donkerbroek, alwaar we 's avonds een vergadering beleggen. Jo de Haas komt spreken. Ter afwisseling zal worden gedeclameerd. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 34, no. 47, 22-11-1924.
DONKERBROEK. Daar zat ie (op de vergadering ter gelegenheid der vrijlating van kam. Hoogeveen) met z'n verraderlijke lodderoogies half gesloten, zuigende aan 'n pijp gemeene tabak, achter 't buffet, net een luie slager achter z'n toonbankie. Maar och jezus, daar schrikt ie opeens heel helder wakker, hè wat was dat, ja, moker, zei die verrekte vent op 't podium. God, god, wat toch vlegels. Je zou ze… maar ja, daar is moed voor noodig èn, èn, enne ja, je kunt eigenlijk toch ook nog maar beter slaperig zijn dan moedig. Maar 't is toch duivelsgebroed, ze kunnen tooveren ook, die mokerlummels. Je meent duidelijk te zien dat ze mokers hebben, je zegt heel heldhaftig: „geef hier", en as ze 't niet doen verschiet je van kleur en gaat in 'n hoekie zitten, en verdomd daar colporteere ze met „kreeten"! Toovenaars bennen 't. Z De arbeider;socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 34, no. 48, 29-11-1924.
27-11 Arnhem Zijn dat onze vijanden niet? V. J. V.
Uit Arnhem
Zijn dat onze vijanden niet?
Jo de Haas en Schuurman spraken hier Donderdagavond, daarvoor uitgenoodigd door de afdeeling van het V. J. V., in 't Centraalgebouw, Bakkerstraat. De zaal was matig bezet, wat te betreuren viel, daar de beide sprekers een groot gehoor waardig waren geweest.
Wij zijn dan ook zoo vrij, de geestverwanten in plaatsen van ons land, waar men meer kans op een volle zaal heeft, in overweging te geven deze beide flinke kerels, die per fiets, (Schuurman had n.b. ook nog het ongeluk te vallen, waardoor al de spaken uit het achterwiel waren) in dit jaargetijde van Friesland te komen trappen, om te Arnhem op talentvolle wijze onze idealen te verkondigen, dikwijls uit te noodigen, opdat het fietsen plaats make voor de spoorreis, al is het dan ook maar derde klasse; zooals het nu gaat is het een schande voor de anarchisten in de plaats waar onze vrienden komen spreken. Wanneer deze zich zoo afsloven voor de propaganda, moet men toch minstens van de uitnoodigers kunnen verwachten dat hun propaganda volle zaten waarborgt, zoodat tenminste onze besten eenigszins vergoed worden voor de getrooste opofferingen.
Ter vergadering waren eenige S.D.A.P.'ers aanwezig, die bij de felle maar ware critiek op hun partij (De Haas noemde hun anti-militarisme
„verkiezingsbedrog") toch wel eenigszins aan het denken moeten zijn gebracht, als ten minste hun moraliteit niet is als die van een Roomsche, die in een star dogma reeds bij voorbaat alles van zich schuift, wat niet door die Kerk gebrouwd is.
Een grooten dienst bewees ons een brief, die was ingekomen van de afd. der A. J. C., op een uitnoodiging gedaan door de afd. van het V. J. V., om op de vergadering van gedachten te komen wisselen. In dien brief werd door den plaatselijken leider der A. J. C., den heer van Amerongen, gezegd, dat de dienstweigeraars parasiteerden op de actie van de A. J. C.....
Hier was De Haas niet te houden, „om van je te laten parasiteeren," zoo sprak hij, „moet je iets voortbrengen, en dat doet de A. J. C. niet, tenzij men doelt op de recruten en reserveofficieren (rapport makers) die het kapitalisme bij voorkeur uit de A. J. C. requireert
Ons dunkt, dat deze, niet van veel karakter getuigende brief (ofschoon erg S.D.A.P.s) voor ons het sein moest zijn met alles wat burgerlijk is georganiseerd, te breken en straal te negeeren van R.K. tot C. P. en omgekeerd, want is er nu eindelijk wel verschil in het heele zootje, zijn hun strijdwijzen niet hetzelfde, en kunnen die wel anders dan hetzelfde zijn? Streven zij niet allen hetzelfde doel na? Wij, die in de praktijk met allen hebben kennis gemaakt, hebben precies van allen even veel leed, groot leed ondervonden; hoe kan het anders, hoe kan iemand iets onedel najagende, dit met edele middelen doen?
Kijk uit, kameraden, en bedenk, en gij zult mij gelijk geven, zijn het niet allen lieden als van Amerongen, die, instede van eerlijk te zeggen:
„Wij durven geen dienst te weigeren", uit angst voor eigen persoon of uit vrees van verraad van kameraden, hun lafheid trachten te verschuilen achter groote woorden, en door het beleedigen van onze beste kameraden.
Nog eens, vrienden in den lande, in allen ernst, laten wij toch bij alles vandaan blijven, wat burgerlijk denkt, of wat burgerlijk voor zich laat
denken. Willen zij bij ons komen, dan goed; vragen zij onze lectuur, goed, maar converseer er niet mede, zeggen wij u, want wij zeggen u, vrienden, het zijn allen karakters als kroegbazen en politie-agenten, tuig af en verraad, is hun parool. Een Roomsche, een kerkelijke staat bij ons niet in de geur, en terecht, in het algemeen dan, want individueel treft men er meer goeden aan dan bij S. D. A. P. en C. P.; bij de kerkelijken gaan wij geen koffiepraatjes houden, daar gaan wij niet collecteeren met ons busje voor de kinderorganisaties, waarvoor dan wel bij de S. D. A. P.ers en C. P.ers, van welke laatste je exemplaren hebt, die des avonds nauwelijks alleen in het donker naar huis durven loopen, en den grootsten mond voeren van „Wapen Dictatuur van het Proletariaat, die het dan zeker voor hen mede moeten doen, "ha, ha! á la Snijders. Gaat in het algemeen na, vrienden, de lage strijdmethodes van organisaties die staan op den bodem van gezag, en van S. D. A. P. en C. P. in het bijzonder, en zeg mij, is er een haar verschil van taktiek?? Zijn het niet eveneens onze grootste vijanden? Waarom er dan niet mede gebroken? De vrije socialist 03-12-1924.
09-12 Zaandam/Open. verg. Wie zijn de valsche munters? (En VJV Chr. Snater moet vrij)
Het geval-Schnater. Door afd. van Vrije Jeugd Verbond was Dinsdagavond een vergadering belegd, bedoeld als protest tegen de
gevangenneming van den als valschen munter beschuldigden Schnater. De opkomst was niet schitterend, als spreker trad op De Haas, die in
een rede van ongeveer 1 1/2 uur constateerde, dat het heele kapitalistische stelsel, alsmede de regeering en staat, één groote valsche muntersbende was, omdat op alles de stempel van valsche munt drukt. Enkele woorden werd gewijd aan den persoon Schnater, die niet als vervaardiger van valsche munt, doch als revolutionnair anarchist, onschadelijk moest worden gemaakt en gevangen gezet. Alles wat men als bewijs vond was de foto van een muntbiljet, zooals zooveel voor reclame worden uitgegeven. De burgerlijke pers heeft deze zaak uitgebuit, omdat daardoor sensatiestof voor hare lezers werd verkregen. Burgemeester Driessen had al maanden vooruit geweten, volgens zijn eigen woorden, dat in zijn gemeente valsch (sic! geld? lgj) werd vervaardigd, doch liet de zaak begaan, om des te zekerder te treffen. Als men weet dat iemand een ander dood wil slaan, laat men hem toch niet begaan, om te kunnen zeggen, daar is de moordenaar, doch tracht die moord te voor
komen. Waar men S. reeds lang als gevaarlijk revolutionnair had bestempeld, moest deze gelegenheid worden aangegrepen om S. onschadelijk te maken. In debat kwam de soc.-dem. v.d. Berg, die niet tevreden was gesteld en meer schuld of onschuld in bespreking had verwacht. „Het Volk" had uitvoeriger bericht gegeven als nu de spr. deed. Ook richtte hij een verwijt tot het comité, dat men een meester in de rechten had in den arm genomen om S. te. verdedigen.
Debater beantwoordend, zeide de spr., dat al waren er bewijzen van schuld voorhanden, Schn. voor hem nog onschuldig zou staan tusschen al die valsche munsters, die onze kapitalistische maatschappij vormen. Een advocaat had men noodig, omdat alleen deze voor een rechtbank
mogen pleiten. Met een opwekking de collecte te steunen werd de vergadering gesloten. De Zaanlander 13-12-1924
11-12 Wormerveer Wie zijn de valsche munters?
(De arbeider 06-12-1924)
18-12 Wieringen Wat het christendom ons bracht. Anarch. Jeugd En wat het anarchisme daarvan zegt
WIERINGEN. De Anarchistische Jeugd belegde op Donderdag 18 December in de groote zaal van Hotel De Haan te Hypolijtushoef op Wieringen de eerste anarchistische propaganda-vergadering met als spreker Jo de Haas. Deze vergadering is zeer schitterend geslaagd. Het talrijk opgekomen publiek luisterde met groote aandacht naar de prachtige begrijpelijke rede van Jo de Haas. Deze behandelde eerst: „Wat het Christendom ons bracht", daarna: „Wat het anarchisme daarover zegt". Van de gelegenheid tot debat werd geen gebruik gemaakt. Kameraden er is op Wieringen heel wat te doen. Onder de bevolking is een anti-militairistische geest waar te nemen. Er is zelfs een visscherszoon dienstweigeraar geweest! Ook de kerken zijn geregeld leeg. Vooral de katholieken zijn niet erg gezien. Hier is voor ons werk, veel werk Wil men helpen? Zendt dan kranten en brochures aan: W. Gulien, Marnixstr. 245, Amsterdam, die voor doorzending zorgt.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, no. 1,01-01-1925.
Uit Wieringen. Een mooie Vergadering. De anarchistische jeugd belegde op Donderdag 18 December, in de groote zaal van hotel „De Haan- te Hippolytushoef op Wieringen de eerste Anarchistische Propaganda-vergadering, met als spreker Jo de Haas. Deze vergadering is zeer schitterend geslaagd. Het opkomende publiek luisterde met groote aandacht naar de prachtige, begrijpelijke rede van Jo de Haas. Deze behandelde: „Wat het christendom ons bracht”, daarna: „Wat het anarchisme daarvan zegt-. Daar er niemand wenschte te debatteeren sloot de voorzitter de vergadering met een opwekking de collecte te gedenken, wat de aanwezigen dan ook ruimschoots deden. Kameraden, er is op Wieringen heel wat te doen. Onder de bevolking is een anti-militairisschen geest waar te nemen. Ook de kerken hebben niet veel te doen, zij zijn geregeld leeg. Vooral de roomschen zijn niet erg gezien. Hier is voor ons werk, veel werk. Wil men helpen?De vrije socialist 31-12-1924.
j.1. Donderdag hield de heer Jo de Haas 'n rede namens de anarchische jeugd in Hotel de Haan. Spr. begon met ’t bestaan van ‘n Almachtigen God te ontkennen. en achtte het Christendom uit den booze. Het doet de menschen hun leven verwaarloozen om zoo spoedig mogelijk dood te gaan, aldus spr. want volgens de geloovigen
l
: begint daarna eerst pas 't eeuwige leven.
Door die verwaarloozing is 'n mensch nog minder als 'n dier. Trouwens, het onderzoek heeft ook uitgewezen, zegt de heer De Haas, dat de mensch van 'n dier afstamt. En zou dan zulk 'n wezen bevoorrechting genieten van ’n eeuwig leven. In ,,Prediker" staat geschreven: Vermeent, dat gij iets voorhebt bij de dieren? Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeeren. " De bijbel zegt 't dus reeds. Bovendien waar zijn de bewijzen, dat er 'n Almachtigen God bestaat!? Als dat zoo was, zou Hij dan gedoogen, dat hele wereld een groot slagveld is, dat bloedt uit duizenden wonden.? Neen, de wereld is een groot krankzinnigen gesticht en de mensch is de naam van mensch niet waard. Als God Almachtig is, dan had Hij ingegreepen; trouwens spr. zou zijn toehoorders bewijzen, dat er geen Almachtligen God wezen kan.
(De z: g. bewijzen, die spr. daarna opsomde zijn zoo flauw en getuigen van zoo weinig welvoeglijkheidsbegrip, dat wij deze onzen lezers maar zullen sparen. Red.)
De mensch, zegt spr. verschilt va
1
n de andere dieren door zijn twistziek karakter. Hij staat er niet boven. Gesteld dat wij in artis waren en 'n leeuwenkooi ging open dan zouden we denken dat zulk 'n beest alle menschen zou aanvallen; doch zoo is het niet! Geen tien. Als 't beest drie menschen had verslonden zou hct verzadigd zijn en geen aanvallen meer doen. Men zou gerust zijn poot kunnen grijpen. --Een mensch echter heeft nooit geen bloed genoeg gezien. Bij millioenen hebben ze elkander vernietigd: de aarde is een groot kerkhof. De mensch leeft in een beneden dierlijken toestand. De wereld is vol chaos.
De dieren leven in volkomen harmonie; ze kennen geen eigendomsverhouding. Hebben de vogels honger, ze strijken neer op ’n veld koren en verzadigen zich. En de arme mensch. Hij mag z'n neus tegen de winkelruit aandrukken en kijken naar de spijzen, die zijn honger zouden kunnen stillen; steekt hij zijn hand uit, dan is hij 'n …dief. en gaat hij de kast in. Daarvoor zorgt de wet.
Spr. kent andere dieven. Dat zijn die heeren, die den arbeider laten werken en van alles wat de arbeider toch feitelijk voor hun verdient 'n royaal leven lijden. Zulke dieven worden niet opgepakt, neen, zij worden door de wet beschermd.
Spr. erkent trouwens geen menschelijke wetten. Hij gehoorzaamt één wet, en dat is die der natuur. Daar moet men zich naar regelen, wil men er geen nadeelige gevolgen van ondervinden. Is het koud: men kleede zich er naar; bij regen beschermt men zich er tegen door 'n paraplue; men diene op tijd adem te halen enz. Voor alles stelt spr. zich op het standpunt van vrijheid en gelijkheid. Weg met 't Christendom; weg met 't kapitaal;- weg met 't militairisme.
(Wij zouden spr. in overweging willen geven eens in zijn eentje op 'n onbewoond eiland in de Stille Zuidzee zulk 'n staat zonder wetten op te bouwen, zooals hij dat wenscht. Dan kon hij ons later de ,,bewijzen" van zijn principe, vervulde... en onvervulde idealen leveren.) Wieringer courant, 1924 23-12 1924.
28-12 Amsterdam Kunnen we buiten gezag (politie Mokergroep regeering enz.) (De vrije socialist 24-12- 1924)
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1925
1925 04-01 Amsterdam Dominé v. Wijngaarden en z’n geloof(Algemeen Handelsblad 04-01-1925)
Januari/februari 40-tal plaatsen in Friesland
Begin januari Terwispel 1914 herhaalt zich
We hebben een drietal vergaderingen gehad met Jo de Haas als spreker over het onderwerp: "1914. herhaalt zich". In een kort maar duidelijk betoog zette De H. uiteen hoe het gebeurde van 1914 zich dreigt te herhalen en welke onze taak moet zijn om het te voorkomen. Fel becritiseerde hij den ontwapeningszwendel der S. D. A. P., die, partij trekkende van de anti-mil. geest onder de arbeiders, deze laatsten in den waan brengt dat door in massa op de candidaten der S. D. A. P. te stemmen, de ontwapening wel zal komen. Te Tijnje was het bezoek goed ('n 40 menschen), te Jubbega heel goed (70 personen), maar te Gorredijk was ‘t niks gedaan. In die plaats schijnt de sportbacil de menschen te pakken te hebben of de menschen zijn te fatsoenlijk om een anti-mil. vergadering te bezoeken, 't Zal in elk geval goed zijn, dat in die plaats wat meer gewerkt wordt. De voorgenomen vergaderingen met Constandse gaan, jammer genoeg, niet door; C. is bedoelde dagen reeds bezet. We hebben nog 5 vergaderingen in 't zicht, n.1. te Jubbega, Langezwaag, Tjalleberd, Bontebok en Ureterp, te houden begin Februari. We zitten dus nog niet heelemaal stil.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, no. 3, 17-01-1925.
10-01 Nij Beets Christendom en Werkloosheid
I. A. M. V.
Vanwege de afd. der I. A. M. V. had j.1. Zaterdag alhier eene openbare vergadering plaats, waarin onze kameraad De Haas het onderwerp behandelde: „Christendom en werkloosheid. Nadat de voorzitter mededeeling had gedaan dat de heer Kooistra, die bericht had gezonden zijn christelijk standpunt te zullen verdedigen, niet aanwezig was, bekwam De Haas het woord, die in een begrijpelijk betoog oorzaak en gevolgen der werkloosheid uiteenzette, daarbij felle critiek uitoefenende op het kapitalistisch productie-stelsel, alsmede op het geloof, waardoor immers velen worden afgehouden van den strijd voor 'n mooiere samenleving. De heer D. Laps maakte van de gelegenheid tot debat gebruik. L. kon zich niet recht verklaren het gezegde van De H., dat ongeveer 2 procent der bevolking beschikte over de macht. L. was van tegenovergestelde meening, want 98 hadden ongetwijfeld meer macht dan 2. De Haas antwoordde, zulks met L. eens te zijn, wanneer die 98 zich van hun macht bewust waren. Doch het ging hiermee als met een groot sterk paard dat geleid wordt door 'n klein jochie. Als het paard er zich van bewust was, dat één trap voldoende was om het jochie in een sloot te doen tuimelen, zou het zich zeker niet meer laten leiden. Daarom moet ons aller taak zijn te werken aan de bewustwording der massa. De vergadering was door 'n 180 menschen bezocht. Er werd in de pauze met anti-mil. lectuur gecolporteerd.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, no. 3, 17-01-1925.
NIEUW-BEETS. — De afd. hield 9 Jan. haar jaarvergadering met circa 20 leden, ’t Jaarverslag van den secr. werd goedgekeurd. Uit het verslag van den penningmeester bleek dat er een tekort was van ƒ 30.—. Tot secr. werd M. Vaartjes en tot penningmeester G. Tromp benoemd. Belanghebbenden worden verzocht hiervan nota te nemen. Besloten werd 1000 manifesten te bestellen bij het „Centraal Comité Jongeren Vredes Actie”. Tot slot werd nog besproken de hatelijke critiek, ontstaan sedert het oprichten van ’t V.J.V. hier in Opsterland. Wij hopen, dat hieraan spoedig een einde komt, omdat zulks niet in het belang van onzen strijd kan zijn. Laten diegenen, die door felle persoonlijke critiek, meenen de zaak te dienen, zulks wel begrijpen. Zaterdag 10 Jan. organiseerden wij voor dit jaar onze eerste openbare vergadering, met als spreker Jo de Haas. Voor een stampvolle zaal (circa 180 personen) behandelde spreker op zeer duidelijke wijze het onderwerp: „Christendom en werkloosheid”. De wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland, jrg 21, no. 3, 01-03-1925.
12-01 Wijnjeterp Geen titel
Maandag 12 Jan. had onze afd. der I. A.M. V. in het café Blauw eene openbare vergadering met Jo de Haas als spreker. De verg. werd door Blauw zelf geopend. Men weet nl. dat in den afgeloopen herfst bij een openb. vergadering in genoemd café de politie „Mokers" in beslag wilde nemen. Daartegen verzetten de kameraden zich, waarbij BI. tot kalmte aanmaande. Dat werd Bl. blijkbaar kwalijk genomen — van kalmte is de politie zeker niet gediend — en hij werd gestraft met intrekking van vergunning voor uitvoeringen e.d. gedurende 1924. BI. deelde mede, dat thans z'n „straftijd" om is en hij hoopte dat de strijd onverzwakt zou worden voortgezet. Door Jo de H. werden eerst lichtbeelden vertoond, vnl. naar foto's uit Friedrich's anti-oorlogsboek, welke een kreet van ontzetting en afgrijzen deden opstijgen. Daarna besprak hij in een korte, doch pittige rede het militairistisch karakter der S. D. A. P., ondanks de soc.-dem. zich thans als anti-mil.' Bij 't volk aandienen. De vergadering was door 'n 60 menschen bezocht. Er werd gewerkt met anti-mil. lectuur. Geen debat.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, 1925, no. 4, 24-01-1925.
13-01 HaulerwijkHet militairistisch karakter der
S. D.A.P. (Ooststellingwerver 09-01-1925)
16-01 Appelscha Het militairistisch karakter der S.D.A.P.
We hadden alhier Vrijdag 16 Jan. een schitterend geslaagde vergadering met Jo de Haas. Voor hij begon met zijn onderwerp: „Het militairistisch karakter der S. D. A. P." stelde hij ons in de gelegenheid met een projectielantaarn een werkelijk beeld te aanschouwen van de resultaten van den oorlog. Met tal van platen (waaronder er velen waren uit het anti-oorlogsboek van Ernst Friedrich) liet hij ons zien waartoe het militairisme dienst doet. Ook vooral de serie-platen, waarop we duidelijk konden zien, hoe reeds de kinderen, nog onbewust, door hen oorlogsspeelgoed te geven, vertrouwd worden gemaakt met het militairisme, waren van veel waarde. De waarschuwing aan de ouders, om vooral niet hun kinderen oorlogsspeelgoed te geven, was hier zeker op zijn plaats. In een kernachtige rede daarna toonde spreker met tal van feiten aan het militairistisch karakter der S. D. A. P.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, 1925, no. 4, 24-01-1925
17?-01 Oosterwolde Het militairistisch karakter der S.D.A.P.
Vanwege der Federatie Ooststellingwerf der I. A. M. V. hebben we een drietal openbare vergaderingen gehad met Jo de Haas als spreker over: „Het militairistisch karakter der S. D. A. P." De bedoeling was, in Oosterwolde een debatvergadering te houden, hetgeen door de afd. der S. D. A. P. reeds was aanvaard. Toen onzerzijds de zaak in orde was gemaakt, kwam men ons de boodschap brengen, dat het niet door kon gaan. En waarom niet? Men moet weten, dat hier door de soc.-dem. een verkiezingsvergadering werd gehouden met Duijs als spreker. Welk een indruk zou 't nu maken, wanneer even vóór die verkiezingsvergadering bedoelde debatvergadering plaats vond. Dan zou het publiek immers met het ware karakter der S. D. A. P. op de hoogte komen. En daar voelen de heeren niets voor. Een onzer kameraden vroeg nog aan Duijs, of hij lust had voor een openbare debatvergadering met gelijke tijdsverdeeling. Duijs wilde in geen geval zoo'n vergadering met Jo de Haas. Wel met Schermerhorn bijv., maar dan niet over het „militairistisch karakter der S. D. A. P." Nu zou men toch zeggen, dat, wanneer het „anti-militairisme" der S. D. A. P. te verdedigen is, zulks ook wel kan gebeuren tegenover een der onzen. De heeren voelen echter wel, dat ze dan op glad ijs komen. Ook werd Duijs nog de vraag gesteld, wat zijn partij dacht te doen wanneer de situatie van 1914 terugkeerde, 't Eenigste wat Duijs daarop had te zeggen, was een opwekking zijnerzijds om op de S. D. A. P. te stemmen. Intusschen kwam de politie, op deze vergadering aanwezig, reeds in actie. Onzen kameraad werd te kennen gegeven, dat, wanneer hij zich niet stil hield, hij uit de zaal gezet zou worden. Broederlijke eensgezindheid tusschen de soc.-dem. en de steunpilaren van het kapitalisme. Ten slotte: de verleugeningscampagne is weer begonnen. Door de politiekers van allerlei slag zullen de arbeiders voor de zooveelste maal bedrogen en verraden worden. Wilt ge dat, arbeiders? Wilt ge u maar immer door laten gebruiken als stemvee? Of zult ge eindelijk overgaan tot zèlf-actie, zèlf-strijd? Wilt ge 't laatste, versterkt dan onze gelederen, om met ons te strijden voor een werkelijk vrije samenleving.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, no. 4, 24-01-1925.
18-01 Ureterp De sociaaldemocratie en de arbeidersbeweging
Te Ureterp sprak Jo de Haas voor een 45-tal personen, naar aanleiding van zijn debat met Kleerekooper, pardon „meneer Kleerekooper", zooals hij door Jo wenschte aangesproken te worden.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, no. 4,24-01-1925.
19? 01 Bakkeveen 1914 herhaalt zich
De vergadering in Bakkeveen mag goed geslaagd heeten. Een 35 a 40 personen waren aanwezig. Na eerst de serie Oorlogslichtbeelden te hebben vertoond, zette Jo de Haas in een kort doch zakelijk betoog uiteen, dat gezien het huidig economisch gebeuren en het politieke vredesgedoe, een 1914 zich noodwendig herhalen moet. Aan ons echter de taak om de geest der massa dusdanig te bewerken dat het uitroepen van den oorlog wordt beantwoord met de algemeene werkstaking. Dan echter niet gewacht op het bevel der leiders, daar die nu reeds door hun doen en laten getoond hebben dat van hen zoo'n bevel nooit komt. Zonderling is echter wel, dat die wijze lieden nu, na 32 jaren droeve ervaring tot de algemeene werkstaking moeten komen welke toen door hen bespot werd als algemeene onzin. Hoéwel het ons niet mocht gelukken een Anti-Mil. groep bijeen te krijgen, toch zien we dat de belangstelling voor het anti-militairisme groeiende is, daar voor enkele jaren terug een openbare vergadering meestal mislukte door te weinig belangstelling. Aangepakt dus kameraden, opdat wij ook in die donkere oorden meer vaste voet krijgen. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, no. 4, 24-01-1925
20-01 Santpoort Opruiing en brandstichting
Over dit onderwerp sprak Jo de Haas Dinsdagavond voor de Amst. Alarm Groep in Handwerkers Vriendenkring. De zaal was slechts voor een derde gevuld. Spreker begon met er op te wijzen, hoe dood de Amsterdamsche beweging is: openbare vergaderingen op het platteland zijn in doorsnee driemaal zoo druk bezocht als in de hoofdstad. Verder behandelde hij breedvoerig de vervolgingen waaraan voornamelijk de revolutionaire jongeren bloot staan en wees er op, hoe internationaal de wil tot uiting komt: geen oorlog meer, met als consequentie daarvan het in de lucht springen van kruitfabrieken, munitietreinen, verbranden van kazernes en meerdere daden van sabotage. Hij betoogde, dat de oorlog met redeneeren niet tegen te houden was, maar alleen door daden. Wat voor daden moet ieder voor zich maar uitmaken. Aan
de aansporing tot de daad, aan opruiing en brandstichting heeft onze tijd behoefte en daarom wekte spr. in een vurige peroratie de aanwezigen op, het aantal actieve anti-militaristen te versterken.De vrije socialist 24-01-1925.
23-01 Bergum Nooit meer oorlog
BERGUM, Vrijdagavond sprak op de bovenzaal van het Roodhert alhier de anti-militarist Jo de Haas van Amsterdam met als onderwerp „Nooit meer oorlog", verduidelijkt door de oorlogsbeelden genomen aan het front en thans met behulp eener projectielamp op doek gebracht. Er waren ongeveer 45 bezoekers. De politie noteerde de naam van den persoon die met „deMoker" colporteerde, zoodat deze zeer zeker met de justitie zal moeten kennis maken.Dragtster courant 27-01-1925.
25-01 Beetgum Nooit meer oorlog
In het catechisatielocaal te Beetgum werd Verleden Zondag een vergadering gehouden, beoogende de propaganda tegen den oorlog. Jo de Haas van Amsterdam trad op als spreker met het onderwerp: „Nooit meer oorlog!" Daarna werden lichtbeelden vertoond, genomen aan de fronten tijdens den grooten wereldoorlog. Sprekers gloedvolle rede werd door 'de talrijke aanwezigen aandachtig aangehoord, en de lichtbeelden toonden aan het verschrikkelijke van den grooten wereldbrand, zooals bijv. vooral de prent van de massagraven.Franeker courant 30-01-1925.
Door de afd. Leeuwarden der I.A.M.V. was hier op Zondag 25 Jan. een vergadering belegd, met Jo de Haas als spreker. Ongeveer 70 menschen luisterden met groote aandacht naar de mooie, duidelijke rede. Na de rede vertoonde De Haas nog een serie lichtbeelden, waarvan de meesten betrekking hadden op den oorlog. De toegang tot de verg. was vrij; maar na afloop werd een collecte gehouden, waarvan de opbrengst ruim voldoende was om de kosten te dekken. Tot oprichting van een anti-mil. vereen, is het nog niet gekomen; maar we hopen het nog wel eens te probeeren.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, no. 5, 31-01-1925.
24-01 St Jacobiparochie Nooit meer oorlog
ST. Jacobiparochi trad bij den bierhuishouder J. Stellingwerf alhier als spreker op de heer Jo de Haas van Amsterdam met het onderwerp: „Nooit meer Oorlog." In zijn gloedvolle en met overtuiging uitgesproken rede, toonde spr. aan, het dan alleen „nooit meer oorlog" zal kunnen zijn, als ieder voor zich met de daad zegt „wij doen daaraan niet mee," en naar spr. meening zou eenmaal die heerlijke tijd aanbreken daar thans reeds geconstateerd kan worden, dat jaarlijksch het aantal jonge mannen die als ze als soldaat moeten dienen, zeggen „wij doen daaraan niet aan mee", grooter wordt. Na de rede liet spr. met een groote serie lichtbeelden de verschrikkingen van den wereldoorlog 1914-1918 zien, de verschillende beelden van met name genoemde personen, thans nog in leven, doch door den strijd afschuwelijk verminkt, de massa-graven op het slagveld, enz. maakten op de ruim tachtig aanwezigen diepen indruk. Franeker courant27-01-1925
27-01 Kimswerd Idem (De vrije socialist 21-01-1925)
A.I.M.V.
28?-01 Boelenslaan Christendom en werkeloosheid
Een goede vergadering. Voor een goed bezette zaal (ongeveer 100 personen) sprak Jo de Haas te Boelenslaan over het onderwerp „Christendom en Werkloosheid. Op duidelijke wijze zette hij uiteen, dat de werkloosheid een maatschappelijk euvel is, dat alleen kan verdwijnen wanneer deze kapitalistische maatschappij wordt vernietigd. In debat kwamen de S. D. A. P.-ers Brand en Pultrom. De eerste debater begon met er op te wijzen, dat Jo de Haas had gezegd dat er geen God is, maar dat dit niet door de Haas was bewezen. We kunnen God wel niet zien, maar er is ook liefde en die kunnen we ook niet zien en toch is zij er. Met het praatje: er is geen God, laten we ons niet afschepen aldus debater. Verder vertelde Brand, dat hij er aan twijfelde of hij er wel werkelijk was, en of we er eigenlijk allemaal wel waren, of hetgeen we om ons heen waarnemen eigenlijk geen verbeelding of fantasie was. Verder maakte hij de Haas er een verwijt van dat deze wel 't bestaan van God ontkende, maar wanneer 't hem in z'n kraam te pas kwam (n.1, bij z'n critiek op het Christendom) hij God er weer bij haalde. Er was n.1. door Jo aangehaald 't bekende verhaaltje van Jezus en de rijke jongeling. De debater riep tenslotte de aanwezigen (wijzende op een plaat van den strijd in Twente) op om lid te worden van 't N. V. V., daar deze de arbeiders wel uit 't moeras zou helpen. Het gesprokene van den tweeden debater had niet veel te beteekenen. Jo de Haas begon z'n antwoord met er op te wijzen dat wanneer hij had gezegd dat er geen God was, hij er bij had gezegd dat het bestaan van een God nog nooit was bewezen en hij dus wel tot de erkenning moest komen dat er geen God is. Met de liefde is dat iets anders. Liefde kun je wel niet zien, maar de gevolgen van de liefde kun je waarnemen. Niet wij, aldus de H., schepen de rnenschen af, door te zeggen dat er geen God is, maar dat doet de debater, door te beweren dat er een God is zonder daarvoor bewijzen bij te brengen. Wat betreft 't zijn of niet zijn, zegt de Haas dat de heer Brand er wel aan twijfelt of we er al of niet zijn, maar dat hij tegelijkertijd rnenschen, aan welker bestaan hij twijfelt, aanraadt lid van 't N. V. V. te worden. 't Al of niet zijn is reeds 300 jaar geleden opgelost door een wijsgeer, die n.1. dit zei: ,,Ik twijfel er aan dat ik er ben, dus ik ben er". Want waar twijfel is, is ook een twijfelaar en daarmee is 't vraagstuk opgelost. Wat betreft 't aanhalen van Jezus, wees de Haas den debater er op, dat hij Christendom en God met elkaar ging verwarren. Er is wel godsdienst, maar daarom is er nog geen God. Vroeger was er wel een geloof aan spoken, maar daarom waren er nog geen spoken. 't Voorbeeld van den strijd in Twente was al heel slecht gekozen. Ieder weet hoe daar de arbeiders door de vakvereenigingen waren overgeleverd aan de katoenbaronnen. Verder wees Jo er nog op, hoe Wibaut de jongens opriep voor soldaat worden en hoe Polak had geteekend op de oorlogsleening voor 20.000 gulden, terwijl bij de anti-oorlogsdemonstratie de georganiseerde politie en gevangenbewaarders mee in de rij liepen. De tweede debater kreeg nu weer het woord en juichte het toe, dat de politie van Amsterdam lid was van de S. D. A. P. Hij zou, wanneer hij agent was, zeker hetzelfde doen; de politie stond ook op 't standpunt van den klassenstrijd. Ook het inteekenen op de oorlogsleening vond instemming bij debater, hij vond dat wanneer een arbeider 5 gulden kon verdienen, deze niet tevreden moest zijn met 4. Wanneer hij in z'n functie van kaashandelaar door prijsopdrijving meer kon verdienen, dan deed hij het, hetgeen dan ook werkelijk dezen zomer is geschied. Verder zei spreker dat Jo de Haas hier was gekomen om de vakvereeniging uiteen te rukken; hij riep dan ook de arbeiders op trouw te blijven aan hun organisatie. Daarna kreeg Brand het woord en zei dat God in hem was en dat hij God kon waarnemen aan hetgeen hij (debater) deed. Jo de Haas, hierna weer aan 't woord komende, zegt dat straks de op 't klassenstrijd-standpunt staande agenten bij een staking hun eigen, ook op t standpunt van den klassenstrijd staande, kameraden uit mekaar moeten rammelen ten behoeve van hun gemeenschappelijken vijand. Wij vinden het, aldus de H. „verschrikkelijk wanneer de bourgeoisie nog aan onze lijken verdient, maar de debater vindt het niks erg, zelfs goed, dat de arbeiders nog winst slaan uit de lijken van hun gevallen makkers. De debater staat blijkbaar op 't zelfde standpunt als de kapitalist: als er maar verdiend wordt, onverschillig hoe en waaraan. Verder merkte hij op dat hij niet is begonnen over de vakorganisatie, maar debater, en wanneer de heer Pultrom zoo bang is, dat door een rede van een uur de vakvereeniging uitmekaar zal worden gescheurd, dan blijkt de vakvereeniging ook geen knip voor den neus waard te zijn. Tot den heer Brand zegt de Haas, dat hetgeen hij tot stand brengt, het resultaat is van z'n eigen godsdienstig denken en niet van God. Hij besluit zijn betoog met te zeggen dat wij hier niet zijn gekomen als concurrent, maar dat we de rnenschen bewust willen maken; alleen bewuste rnenschen hebben we noodig. In deze plaats kan en moet nog gezaaid worden.Harm. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, no. 5, 31-01-1925.
31-01 Jubbega Christendom en werkeloosheid (ds van Lonkhuyzen uitgenodigd voor debat
De vergaderingen met Jo de Haas als spreker zijn weer achter den rug. In een 40-tal plaatsen heeft hij hier in Friesland in Januari en Februari gesproken. Wat betreft het bezoek op deze vergaderingen, kunnen we tevreden, ja zelfs voldaan zijn. Vele malen sprak de Haas voor stampvolle zalen. Misschien was dit ook te danken aan het feit, dat er op vele verg. de oorlogs-lichtbeelden werden vertoond. Deze verg. waren dubbel nuttig, want wat het oor niet wilde gelooven, werd met het oog aanschouwd. De lichtbeelden mogen dan ook geen oogenblik werkeloos blijven liggen. Te Jubbega sprak Jo voor een volle zaal over het onderwerp „Christendom en Werkloosheid". Spreker toonde aan, dat het christendom nimmer de werkloosheid zal kunnen opheffen, daar het niet de oorzaak, het kapitalistisch productie-systeem, aantast. Hoogstens kan het door de liefdadigheid of philantropie den nood wat lenigen. Maar de arbeiders moeten door vernietiging dezer maatschappij en het stichten eener socialistische gemeenschap de werkloosheid met vele andere kwaden van deze wereld verbannen. Ds. Van Lonkhuizen die uitgenoodigd was voor debat, was niet present. De heeren blijven liever vanaf de kansel hun kudde wat voorpraten, dan hebben ze geen tegenspraak. In het laatst van Februari zal Constandse een 3 of 4-tal spreekbeurten voor ons vervullen waaruit blijkt dat wij jongeren niet stil blijven zitten maar de boel steeds levendig trachten te houden. Wanneer zullen we in onzen strijd ook op de medewerking der ouderen kunnen rekenen? Anne.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, no. 8, 21-02-1925.
01-02 Akkrum De oorlog aan den oorlog
(De arbeider 31-01-1925)
03-02 Nijehorne idem (De arbeider 31-01-1925)
03-02 Pingjum Nooit meer oorlog
Uit Pingjum. Een goedgeslaagde vergadering. Dinsdag dan jl. heeft de openbare vergadering met als spreker kam. Jo de Haas plaats gehad. Tot onderwerp had Jo gekozen „Nooit meer oorlog'', welk hij op eigen uitstekende kritische, bevattelijke en propagandistische wijze behandelde. Scherp deed hij vooral uitkomen het principieele verschil tusschen ons als revolutionaire anti-militaristen en hen die, weliswaar koketteeren met het woord „nooit meer oorlog” maar de middelen welke tot het „nooit meer oorlog” zullen voeren, namelijk de sociale revolutie, de omwenteling van onze maatschappij in al haar geledingen, niet wenschen en daarom is het woord „nooit meer oorlog" voor hen als zoodanig slechts een leuze, een abstract woord zonder inhoud of beginsel. Tot meerdere vervolmaking der anti-militaristische propaganda en tot groot genoegen der vergadering getuige de aandacht, werden door Jo verschillende beelden gegeven, door middel van de projectielantaarn, van de ontwikkeling der oorlogstechniek vanuit het primitieve tijdvak tot den tijd van modern oorlogvoeren van thans; foto's van stukgeschoten vliegtuigen, massa-graven, feiten van afschuwelijke uithongering, enz., alles van bekende en onbekende teekenaars en aan de hand van het machtig anti-oorlogsalbum van Ernst Friedrich, waarbij hij tevens schitterende uitleggingen deed. Alles bijeengenomen een leerzame, een zeldzaam leerzame vergadering. Daarom nogmaals op deze plaats een hartelijk tot weerziens.De vrije socialist 07-02-1925.
05-02 Langezwaag De oorlog aan den oorlog
(De arbeider 17-01-1925)
10-02 Ureterp De noodzakelijkheid van net antimilitarisme
URETERP, Dinsdag jl. werd in de zaal van B. Oosterbaan door eenige I.A.M.V.'ers een avond georganiseerd met als sprekers ds, de Vries van Ureterp en Jo de Haas van Amsterdam. Voor de stampvolle zaal trad als eerste spreker op ds, de Vries over „Het veld van eer'. Spr. schetste de gruwelen van den laatsten oorlog, die vooral het menschdom zedelijk ontwricht had. En hoe almisleidend de opleiding tot soldaat was. Er moet een wedergeboorte in den mensch plaats vinden, hij moet geen vertrouwen stellen in leiders van vakorganisaties of Volkenbond, want dat alles was misleiding. Een mensch moet zich zelf zijn, en een waar christen kan nooit ook maar een daad voor het militarisme doen. We zijn te goed om gedreven te worden tot doodslag.
In een andere richting ging de rede van den tweeden spreker, die als onderwerp had „De noodzakelijkheid van het anti-militarisme", Spr., noemde als oorzaak van oorlog en militarisme het kapitalisme, zoodat wanneer men het militarisme wilde bestrijden, in de eerste plaats de strijd moest gaan tegen het kapitalisme. Beide sprekers hebben samen meer dan drie uren gesproken voor het aandachtig luisterend publiek, dat af en toe door applaus instemming toonde.Dragtster courant 13-02-1925.
11-02 Leeuwarden Het menschelijk geluk met en Dageraad zonder God (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 17-02-1925)
LEEUWARDEN. Onze beide dienstweigeraars zijn weer gezond en wel bij hun familie terug. Hartelijk welkom jongens! De tournée-JO de Haas slaagde uitstekend. Overal flink bezochte vergaderingen. De plaatjes uit het anti-oorlogsboek van Ernst Friedrich met de lantaarn van het Landelijk Comité vertoond, zijn eenig voor de propaganda. Van de vergadering in Bergum, waar nogal wat politie aanwezig was, heeft H. de Haan procesverbaal wegens colportage met „De Moker". We kunnen deze in rijksuniform gestoken idioten niet dankbaar genoeg zijn voor hun op deze wijze voor ons gemaakte propaganda. Binnenkort krijgen we een debat tusschen L. de Visser en De Haas. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, no. 7, 14-02-1925.
13-02 Franeker Nooit meer Oorlog/De moderne vrije soc. ver. gifgassenoorlog (met lichtbeelden)
Nooit meer Oorlog. Op initiatief van de vrije soc. vereeniging te Franeker sprak dezer dagen op de met belangstellenden flink bezette bovenzaal van de Koornbeurs de heer Jo de Haas uit Amsterdam over het onderwerp „Nooit meer oorlog!" en in verband daarmee de bestrijding van het militarisme. Door de voortdurende overlading met verslagen en andere copie en in verband daarmee permanent gebrek aan plaatsruimte bleef een verslag van deze buitengewoon vlot uitgesproken en met groote aandacht gevolgde rede totdusver in petto, wat met het oog op de actualiteit van het onderwerp zeker zonder bezwaar kon geschieden. Thans vinden we gelegenheid om er op terug te komen. Na een inleidend woordje en enkele mededeelingen van den voorz., den heer P. v. d. Ploeg, ving de heer De Haas zijn rede aan met de opmerking, dat de revolutionnair socialistische anti-militairisten bij de bestrijding van het militairisme zeer veel voor hebben bij de collega's van de voor-oorlogsjaren. Voor het tragische jaar 1914 meende men, dat er in deze verlichte 20ste eeuw geen oorlog meer mogelijk was en dat deze in elk geval slechts kort zou duren. Hoe heeft men zich vergist! In de eerste plaats is tijdens den oorlog gebleken, dat de vernietigingsmiddelen nog niet hun hoogtepunt hadden bereikt en nu zijn die middelen sedert nog veel verschrikkelijker geworden (gifgassen!). Wij laten ons niet meer in slaap wiegen met de overweging, dat de komende oorlog juist door het verschrikkelijke van die vernietigingsmiddelen onmogelijk is; we weten, dat hij nog veel geraffineerder gevoerd zal worden, dat hij nog veel grooter aantal slachtoffers zal eischen, niet alleen de arbeiders, de groote volksmassa, doch iedereen, ook hen, die anders achter het front vrij veilig waren. En daarom aldus spr. trekt een prof. Van Emden met z'n kwakzalverij en ontwapenings-idee door 't land; omdat ook zij, die anders veilig konden worden geacht, nu in gevaar zijn. En daarom heerscht er angst in het heele menschdom. Vóór 1914 heeft men zich door allerlei leuzen en wanbegrippen, door geloof of internationale's in slaap laten sussen. Men is diep teleurgesteld. Het Christendom is tot een
aanfluiting geworden en ook de roode internationale bleek op het kritieke ogenblik minstens zoo zwart als de kerkelijke broeders; beide zijn op het critieke moment als een kaartenhuis ineengestort. Vóór 1914 zijn groote massa's in slaap gesust met de leuze: er zal wel nooit meer oorlog komen. Die leuze dreigt echter ook nu weer het menschdom te verblinden. Daaruit blijkt, dat de groote massa ook nu nog absoluut niets begrijpt van de oorzaken, die tot een oorlog leiden. Wij rev.-socialisten stellen dan ook niet de tegenstelling: „oorlog of vrede," maar „oorlog of revolutie." Onze z.g. vrede toch is geen vrede, maar voortdurende voorbereiding ten oorlog, een opeenstapeling van brandstoffen, waardoor op een bepaald moment de hel weer ontketend wordt. Spr. gaf een uiteenzetting van wat eigenlijk de oorlog is. Het is gewoon een voortzetting van den strijd in vredestijd, alleen gevoerd met andere middelen. Oorlog is het resultaat van het kapitalisme en wie den oorlog niet meer wil moet het kapitalisme bestrijden, opdat dit plaats make voor de socialistische maatschappij, waarin orde heerscht in plaats van de tegenwoordige chaos. Wat is het kapitalisme? Louter een stelsel van winstbejag. Spr. gaf als voorbeeld de broodprijs-stijging van de laatste weken. Wat is de oorzaak, dat het brood duurder is geworden? Geen tekort aan tarwe in de wereld, aldus spr. maar een te veel aan roovers. Een handvol menschen in Amerika beschikken over den heelen oogst. En nu de graanoogst daar is mislukt, wat reeds in Juli van het vorig jaar bekend was, worden thans uit speculatie- en winzucht de prijzen naar omhoog gejaagd, zoodanig, dat die prijzen in de laatste 68 jaar nog niet bereikt werden. Eén man, die steeds maar had gekocht en geweldige voorraden verzameld, heeft door die krankzinnige opdrijving binnen den tijd van driemaal 24 uren maar eventjes 15 millioen dollar „verdiend." Dat moet gij met u allen
naar den bakker brengen, zoo riep spr. uit. Nog een voorbeeld van dwaze winzucht en speculatie. Een schip met tarwe, van Canada op weg naar Londen, is op dien weg 8 maal verkwanseld. Acht menschen hebben er binnen een minuut, alleen door een telegram of een telefoontje, een vermogen aan verdiend, en dat moet gij met u allen betalen. Dat is nu de kapitalistische huishouding, die wij noemen het toppunt van krankzinnigheid. Een handvol menschen beschikt over het wel en wee van millioenen en nog eens millioenen. En zoo gaat het ten opzichte van alle dingen, ook de niet-materieele. Aan de winzucht van enkelen worden de volkerenmassa's opgeofferd. De moderne roofridders wonen nu in villa's, het systeem van de plundering is bij vroegere eeuwen vergeleken veranderd, doch voor de slachtoffers de resultaten zijn gelijk gebleven. Er heerscht een voortdurende strijd tusschen de grootmachten om elkander van de wereldmarkten te verdringen, om te koloniseeren. waar dit nog mogelijk is. Een voorbeeld is de poging van Spanje, om zich tegen de opstandige Mooren te handhaven in Marokko, welke strijd nu al. 17 jaar heeft geduurd en waar de menschen bij tienduizenden zijn gevallen, alleen om het bezit van de ertsen, die in den grond zitten. Abd el Krim is daarbij niet alleen de hoofdman van de Mooren, die voor hun vrijheid vechten, doch
ook de dienaar van het groot-kapitaal; hij heeft kunnen overwinnen alleen door hulp van de Engelsche bankiers, die voor hem een steun in den rug zijn. Hij is niets anders dan een werktuig in handen van het grootkapitalisme. Als Spanje er uitgetrapt is, dan zullen de Engelschen wel trachten er in te komen. Dat is de oorlog. De bloem van de Spaansche jongelingschap is doodgebloed op Afrikaanschen bodem onder de valsche leuze dat het gaat voor de natie, voor de vaderlandsche verdediging. Oorlog is niets anders dan één groote roof- en moordtocht.
Zoo is het gegaan in den in 1905 uitgebroken oorlog tusschen Rusland en Japan, zoo is het ook gegaan in den wereldoorlog van 1914-4918. Verbazing wekt de mededeeling van spr., dat Duitsche bankiers tijdens den oorlog tegen een rente van 9 % geld hebben verstrekt aan de Fransche regeering. En zoo zijn Duitsche arbeiders kapot geschoten met Fransche kanonnen, betaald door Duitsche kapitalisten. Spr. wees verder op het geval van sir Deterding, den Hollander, die in Engeland woont. Op zeker moment tijdens den oorlog had men aan de. overzijde benzol noodig voor de ammunitie-fabricage. Engeland had geen benzol-fabriek en zat dus in verlegenheid. De Britsche regeering ontmoette den heer Deterding, die wel zoo'n fabriek bezat, maar.....in Holland. Dat bleek echter niets geen bezwaar te zijn. Op een donkeren nacht is het heele zwikje in 't geheim en met grooten spoed afgebroken en overgebracht naar Engeland, dat met deze benzol-fabriek gered was. Maar ook Nederland had ze noodig kunnen hebben. Daarmee werd echter geen rekening gehouden; ze was en bleef weg. Wij zouden zooiets landverraad noemen. De Engelsche regeering heeft den heer Deterding in den adelstand verheven en hij van zijn kant heeft tegenover he eigen land een soort boete gedaan door voor een paar ton een schilderij te koopen (het Straatje van Vermeer), dit aan den Staat cadeau te geven en sir Deterding was weer een goed vaderlander. Zoo wordt het volk verleugend en de oogen dicht geslagen. Wat is de oorlog ten slotte anders dan een spel van kapitalistische grootmachten; een rooftocht louter uit winstbejag? Men liegt, als men zegt dat het gaat om hoog-zedelijke belangen. Op het oogenblik gaat het vooral om de petroleum. Pas hebben we weer het dreigende conflict Griekenland-Turkije gehad. Dat is gesust, maar de oorlogsgeest blijft leven, de brandstof blijft smeulen en wordt al maar opgestapeld. De zoogenaamde vrede van 1918 zal de wereld weer in brand weten te zetten. De petroleum beheerscht thans de oorlogstechniek, (voor schepen, vliegtuigen, auto's). Ze is in hoofdzaak in handen van twee groote maatschappijen, de Standard Oil Cy (Amerika) en de Koninklijke Shell groep (Engeland en Nederl.-Indië). Straks gaan weer anderen op zoek naar petroleum-gebieden, dan komen er botsingen en dan zullen ook wij er in betrokken worden door onze samenkoppeling met Engeland. Wij zullen ditmaal niet aan den doodendans kunnen ontkomen, wat maar goed is ook aldus spr. —, want dan blijft men niet meer laksch-onverschillig. Als de brand niet meer alleen bij den buurman woedt, doch men ook zelf door het gevaar wordt bedreigd, dan zal men misschien de hand aan den ploeg slaan. Spr. zette verder uiteen, hoe in materieelen en geestelijken zin de oorlog door het kapitalisme wordt voorbereid. Het heeft daarbij te beschikken over de school, de kerk en de pers. Zoo had b.v. wijlen Hugo Stinnes de macht over 300 dagbladen in Duitschland en Oostenrijk. Vooral door zulk een machtigen invloed van de pers weet het kapitalisme de massa uit te buiten en te beïnvloeden. Wat is daartegenover de taak van ons rev.-socialisten? zoo vroeg spr. En zijn antwoord luidde: Gij moet uw eigen geest, uw inzicht en uw wil omzetten tot een revolutionnair anti-militairistische. Als de geest van de massa van slaafschheid en onderworpenheid en discipline niet volkomen wordt omgezet, dan komt er wéér oorlog met z'n honderdduizenden slachtoffers en andere verschrikkingen. Die omzetting, die vernieuwing van den menschelijken geest moet geschieden door u zelf. Gij moet zelf uw inzicht en wil omwentelen tot een anti-kapitalistische en een anti-militairistische. Stuk voor stuk moet gij, moet de massa zich vernieuwen. Die geest moet groeien en zoo krachtig worden dat, als vannacht de oorlog wordt geproclameerd en gij opgeroepen, dan moet ge hoofd voor hoofd zeggen: „Ik ga niet!" De geest. van ongehoorzaamheid moet groeien in u; ge moet niet meer al maar bukken en buigen voor het onheilig gezag. Tegen zich dat maar willoos zich laten leiden en voortsleepen tot oorlog en vernietiging, daartegen prediken wij verzet. Men moge ons dan opruiers noemen, goed, wij aanvaarden dien naam, zooals indertijd ook de Geuzen hebben gedaan. Beter een opruier met een eigen vrije ziel dan een slaaf, die buigt en knijpt voor zijn wreede, zelfzuchtige meesters. En wie ruit meer op: wij of de militairisten? Wij zeggen niet anders dan dat ge denken moet en goed denken. Dan zult ge anti-militairist worden. Wat hebben we uit den oorlog overgehouden? De 12 millioen dooden worden binnen korter of langer tijd vergeten; de millioenen oorlogs-invaliden gaan heen. Maar de stroom van zedelijke verwildering, welke zich openbaart vooral bij de jeugd, die zal nog geslachten lang nawerken en verderf en ellende brengen. De massa-levensvernietiging, welke jarenlang tot een systeem werd, door regeerende machten opgelegd, heeft onze jeugd vertrouwd gemaakt met rooven, branden en menschenslachting. Zij hebben daarvan dagelijks kunnen lezen en de gruwelen in beeld gezien. En zoo dreigen de oorlogsjaren tot den ondergang van onze beschaving te zullen leiden. We hebben den laatsten tijd gelezen van massa-moordenaars als Haarmann en anderen. Geen wonder, dat zich in dezen tijd van algemeene ontaarding en moreele verwijdering dergelijke gevallen voordoen. Ze hebben het werk voortgezet, dat hun door de regeering is geleerd. Spr. wees verder nog op de misdadige cultuur, waarbij de regeeringen de onzedelijkheid hebben gesanctionneerd en bordeeleu ten behoeve van de soldaten inrichtten met voorschriften ten opzichte van den „werkdag" der vrouwen, zooals uit enkele documenten blijkt en die een aanklacht zijn tegen deze maatschappij, welke niets is dan een toonbeeld van schijnheiligheid, huichelarij en winzucht. Spr. wekte ten slotte op tot een krachtigen, onverzoenlijken strijd tegen dit stelsel van moord, roof, diefstal, zeden-bederf en menschen-vernietiging. Na afloop vertoonde hij een heele reeks lichtbeeld-platen met foto's van de slachtvelden, grootendeels ontleend aan het anti-oorlog-album van Ernst Friedrich, die als een aanklacht tegen het menschdom, dat den oorlog nog altijd laat voortbestaan, deze foto's heeft genomen en verzameld. De gruwelijke,
oog en gemoed pijnigende afbeeldingen wekten bij de toeschouwers een gevoel van walging, van afschuw en medelijden vaak, en dit boek van Ernst Friedrich zal bij de bestrijding van den oorlog ongetwijfeld een machtig wapen zijn. 't Is een nachtmerrie, een foltering, om zóo de slachtvelden in beeld te zien; hoeveel verschrikkelijker zal nog de werkelijkheid zijn! Franeker courant 27-02-1925
Uit Franeker. Ofschoon wij in den laatsten tijd niet veel laten hooren, zitten wij toch niet stil. Trouwens ons stil zitten dat gaat ook dan eenigszins gedwongen, ten minste ten opzichte van vergaderen. Als men zoo geïsoleerd zit van sprekers, dat het dan ondoenlijk is om voor een plaats als Franeker, een spreker uit Holland te laten komen, dan wordt een dergelijk experiment te duur. En zoo troffen wij dan dat Jo de Haas in de buurt was en konden wij dezen hier verleden week voor ons zien optreden met het onderwerp „Nooit meer oorlog-, hetwelk hij toelichtte met lichtbeelden. Waar Jo de Haas als spreker hier nog een onbekende was, heeft hij zich voor ons bekend gemaakt als een vlotte en aangename spreker, die wel waard is voor volle zalen op te treden. De aanwezigen zullen het dan ook wel met den voorzitter eens zijn geweest, die de vergadering sloot, met de hoop De Haas hier spoedig nog eens te mogen hooren. Minder aangenaam stemt het ons, wat betreft de houding van de plaatselijke bladen, die, gezien de rede die deze spreker uitgesproken heeft, het niet noodig oordeelden ook maar een letter van het gesprokene weer te geven. Waar blijft de neutraliteit van dergelijke bladen, want als er een christelijke winterlezing plaats heeft dan is zoo’n lezing van zooveel nut, dat er 'n 3 á 4 kolommen vol geklad moeten worden. En dergelijke lezingen komen zooveel voor, dat die zou men ook wel eens kunnen vergeten, en plaats dan een verslag van onze vergadering er voor in de plaats. Of krijgen wij de advertenties goedkooper, dat men daarom ons verslag verzwijgt? Of moet men ruimte reserveeren voor de a.s. verkiezingsvergadering van de S.D.A.P., waar Kléerekooper zal spreken. Geloof maar zeker, plaatselijke bladen, dat jullie het op den duur er niet beter op maakt om ons dood te zwijgen. Willen jullie 't laatste niet, accepteer dan ook geen advertenties. Dat is meten met twee maten. A.De vrije socialist 04-03-1925.
23-02 Hilversum Anti-mil., pro dienstweigering
HILVERSUM. De openbare vergadering op Maandag j.1. is vrij goed geslaagd, boven verwachting geslaagd kunnen we wel zeggen, waar ook de heer Kleerekooper van de S. D. A. P. dienzelfden avond als spreker optrad. Heel veel „echte" proletariërs waren op onze vergadering aanwezig, welke was uitgeschreven door de afd. van de I. A. M. V. en de Hilversumsche groep van het V. J. V. Van de vier aangekondigde sprekers spraken Rudolf v. Meekeren en Jo de Haas. Bonnet zag om het vergevorderde uur van het woord af, terwijl H. Groenendaal niet was verschenen. De veel gemaakte kosten konden door de entree en collecte niet worden bestreden. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, 1925, no. 9, 28-02-1925.
Begroetingsvergadering dienstweigeraars.
Maandagavond werd een openbare begroetingsavond gehouden, daar eenige Hilversumsche dienstweigeraars de gevangenis hadden verlaten, met Jo dc Haas en Dolf van Meekeren als sprekers. De vergadering was matig bezet, waaraan de vergadering der S.D.A.P. niet vreemd was. De sprekers hielden een krachtig betoog tegen het militarisme en huldigden de dienstweigering. Het gebeurde te Santpoort werd aan heftige critiek onderworpen en de eervolging der anti-militaristen gelaakt. De tribune: soc. dem. weekblad 28-02-1925.
04-03 Den Haag Tegen militarisme
I.A.M.V.
Theoretische geschiedenis
Eerst sprak Jo de Haas. Spr. begon met de S. D. A. P. te veroordeelen. De leiders hebben de massa niet geestelijk gewekt. Het jaar 1914 is hun grootste fiasco. Toen bleek het volk nog geestloos en karakterloos genoeg om zich te laten gebruiken als schijven op een dambord. De grondslag van onze geheele kapitalistische maatschappij, betoogde spr., is de kadaverdiscipline. Dien geest van gehoorzaamheid zullen de arbeiders moeten overwinnen. Dat de leiders het proletariaat daarop niet wezen is er oorzaak van dat in 1914 de socialisten in den oorlog gingen. De vrede is erger dan de oorlog. Want in vredestijd wordt de volgende oorlog voorbereid, en dat ziet de massa niet. Daarom zeggen wij, anti-militairisten: wij willen geen Kapitalistischen vrede. Want zelfs tijdens een Kapitalistischen vrede worden er levens vernietigd. Zie naar de arbeidsongelukken, o. a. in de mijnen. Het kapitalisme is levenvernietigend. De Volkenbond verdient geen vertrouwen. Alle verdragen zijn immers vodjes papier gebleken. De oude wedstrijd in bewapening is weder aangevangen, ondanks ontwapeningsconferenties. Maar de oorlog heeft ook menschen noodig en de massa wakker maken is daarom het allereerste werk dat gedaan moet worden. Dienstweigeren is het begin van de vrijmaking, van de anarchie. Wij wenschen juist regeeringloosheid. Want elke regeering is onderdrukking, aldus spr. De heer De Haas besloot met den triomf te voorspellen van de heilige opstandigheid.
Vervolgens sprak de heer B. de Ligt. Het volk, aldus spr., laat zich wel mobiliseeren voor den oorlog, maar niet voor den opstand. Als de socialistische beweging in Nederland iets te beteekenen had, zou» den er thans geen dienstweigeraars in do gevangenis zitten. Nu worden wij nóg door modern georganiseerde politie-agenten opgebracht. Spr. schetst eenige voorbeelden daarvan. Nu weer, vervolgt spr., - zal Kameraad Giesen vervolgd worden wagens opruiing. De handlangers van het gezag vervolgen hen die het menschelijke prediken. Van burgerlijke zijde voelt men ook dat de oorlog onmenschelijk is. Waarom steunt de burgerlijke zijde onze jongens dan niet? Omdat zij opstaan tegen het gezag. Met welk recht dwingt de Staat jonge menschen in dienst te Komen? De Staat heeft het recht niet de menschelijke persoonlijkheid te knechten. Maar er breekt iets nieuws open, vooral onder de jongeren. Ook de vrouw wordt wakker. Overal neemt de dienstweigering toe. zelfs in de S. D. A. P. De voorzitter sloot de vergadering.Het Vaderland: staat- en letterkundig nieuwsblad 05-03-1925. DEN HAAG. De vergadering, waarover wij de vorige week schreven, is goed geslaagd. Voor een talrijk en aandachtig luisterend publiek spraken De Ligt en De Haas op de hun eigene wijze. We hopen, dat het gesprokene ook tot de menschen is doorgedrongen. Nu worden in den omtrek eenige vergaderingen met Jo de Haas voorbereid.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, no. 11, 14-03-1925.
08-03 Rotterdam God en andere spoken
Dageraad
Voor de Dageraad sprak Zondagmorgen 8 Maart Jo de Haas, met het onderwerp: „God en andere spoken". Spr. begon met er op te wijzen dat men reeds meerdere malen zich had geërgerd aan dezen titel, welke ergernis hij echter ongemotiveerd achtte, wanneer men in acht neemt wat vrijdenkers verstaan onder de idee „God". In een zeer klaar en krachtig betoog gaf spr. een categorische uiteenzetting van alle, met dwangmiddelen gewapende, schrikaanjagende spoken, zooals daar zijn: de Staat, de kerk, de kazerne, die alle hun dwang-Systeem slechts kunnen uitoefenen onder leiding van het opperspook „god". Aan de hand van de christelijke stelling: „Alle gezag is uit God" concludeerde spr. dat dan ook alle misdaden, alle rooverijen en alle moorden, gepleegd door en in naam van dit gezag, eveneens uit God moeten zijn. In dit verband wees spr. op de diverse gezagsschandalen, die elkaar den laatsten tijd opvolgen in de diverse landen, o. a. in Oostenrijk, waar bijv. een deficit van 400 milliard kronen werd geconstateerd! Ten slotte kwam spr. er toe de delicate kwestie van het huwelijk op het tapijt te brengen. Volgens spr. kan een huwelijk uiteraard niet gelukkig worden gemaakt door de wet, noch kan een eventueel huwelijksgeluk door de wet worden bestendigd of gewaarborgd. Een zuiver harmonisch liefdeleven kan slechts worden verkregen door een werkelijk harmonisch samengaan van twee menschen, waarop geen wet invloed kan uitoefenen. Integendeel functioneert de wet hier als onzedelijke factor die menschen al te vaak dwingt hun leven voort te slepen in een huwelijkshel. Drie debaters, welke resp. de volgende meeningen naar voren brachten: dat de revolutie welke toch noodzakelijk zal zijn om tot een betere maatschappij te komen, niet slechts door de rede, doch ook door geweld tot stand zal moeten komen -- dat het huwelijk ook in zeer vele gevallen wel gelukkig is en dat de dieren, welke door Jo de Haas als voorbeeld van zedelijke gedragingen ten opzichte van de menschen werden gesteld, elkaar met huid en haar verslinden, werden door spr. als volgt beantwoord: Volgens spr. kan slechts de revolutie van den geest, dus die welke planmatig is voorbereid, zegevieren (waaraan m. i. toegevoegd behoorde te worden, dat deze geestelijke revolutie de gewelddadige gansch niet uitsluit. v. N.). Het huwelijk, dus de wettige verbinding, kan volgens spr. natuurlijk ook gelukkig zijn, doch zulks is dan niet te danken aan de wet, doch aan het liefdeleven zelf, dat dan ondanks de wet kan gedijen. Als vergelijking tusschen menschen en dieren, voerde spr. aan, dat, wanneer bijv. in de dierentuin alle kooien werden opengezet, de wilde dieren waarschijnlijk een aantal menschen zouden dooden, doch na verzadiging, zouden eindigen, hetgeen van de mensch-beesten nog niet kan worden gezegd. Waarschijnlijk had Jo de Haas het relatief-zedelijk begrip der dieren bedoeld, want een ten voorbeeld stelling der dieren aan de menschen gaat toch niet in alle deelen op, op grond der onredelijkheid der natuur, naar de redelijkheid Overigens: een zeer goed geslaagden ochtend, waarbij eens een frissche tendenz aan de rede ten grondslag lag met veel propagandistische waarde. De vrije socialist 14-03-1925.
25-03 Leeuwarden Debat over Sovjetunie
Debat met comm. over Sovjet Unie. Debat De Visser en De Haas. --- Verleden Woensdag debateerden hier L. de Visser en Jo de Haas. De zaal was stampvol. Er heerschte een echte volksparkgeest. De Visser sprak eerst. Zijn betoog was één ophemeling van de Russische Sovjetstaat met zijn regeering en gecentraliseerd rood leger. De gevangenissen, zeide hij, zijn ware lustoorden, waar men kan genieten van bosschen, vijvers en buiten. Zelfs gaat men daar uit de gevangenis met veertien dagen vacantie, die men dan kan doorbrengen in een villa met vrouw en kind. Het spreekt van zelf, dat Jo, (die buitengewoon op dreef was) deze onzin danig onder het mes nam, na er eerst op gewezen te hebben dat elke revolutie is de resultaten van den massalen volksopstand, dat revolutie is de tegenstelling van elke regeering, dat de een niet kan bestaan naast den ander, en dat dus elke revolutie, voordat ze wordt vermoord door de leiders, anarchistisch is. Jo vroeg waarom Louw dan niet in die lustgevangenissen was gebleven, inplaats van weer in de vervloekte kapitalistische staat terug te keeren. Het feit zelve, dat onze kameraden, anarchisten en syndicalisten, gevangen zijn werd door Louw niet ontkend. Een geheele auto vol wakkere knapen uit Beest was aanwezig. Enkelen moesten uren fietsen. Het was voor ons een goede avond, want nog lang niet genoeg kennen de arbeiders de tegenstelling tusschen vrijheid en gezag, tusschen Marx en Bakoenine, tusschen Troelstra en Nieuwenhuis. Nog steeds moeten wij de dingen zeggen, die oude Domela verkondigde. Wij moeten de arbeid van zijn nu voor altijd gesloten mond overnemen, want vergeten wij niet dat hij zeide: ~Wanneer de geesten vaardig zijn dan is het opmerkelijk hoe gemakkelijk er iets is te bereiken. De vrije socialist 28-03-1925.
DE RUSSISCHE REVOLUTIE Debatvergadering C.P. H. contra I. A. M.V. Openbare debatvergadering gehouden op 25 Maart, in de zalen Schaaf te Leeuwarden, belegd door de afdeelingen Leeuwarden der C.P.H. en de I.A.M.V. Sprekers L. de Visser en J. de Haas. Onderwerp: „De Russische Revolutie”. De zaal was goed gevuld, ongeveer 220 toehoorders volgden aandachtig de uitzetting van de beide sprekers. Tijdens dat De Visser sprak, was de leiding bij de I.A.M.V. en tijdens dat De Haas sprak, bij de C.P.H. leder der sprekers kreeg eerst 50 min., daarna 25 min. en als slot 10 min. tijd om zijn gedachten naar voren te brengen. Nadat de heer Bottema, voorz. der I.A.M.V. _de vergadering had geopend met een woord van welkom aan de opgekomenen verkreeg L. de Visser het woord. Spr. herinnerde er aan dat het heden den 18en Maart 54 jaar was geleden dat in Parijs de Commune losbrak en dat hierdoor het proletariaat voor het eerst een greep deed naar de macht. Met gulden letteren staat deze eerste machtige uiting van wat er leeft in den boezem van de onderste lagen des volks in het boek der historie van het proletariaat ingeschreven. Duizenden vonden met heldenmoed den dood of versmachtten in de gevangenissen, maar het resultaat was voorloopig nog gering. Eerst 46 jaar later, in 1917, kwam liet Russische proletariaat in beweging en vernietigde de oude dynastie van het Tsarisme. Met de hulp der burgerlijke en der sociale democraten, en der z.g. constitutioneel-democraten helaas. Spoedig zagen de bolsjewiki in dat de naam slechts was veranderd, doch dat de regeeringsvorm dezelfde was gebleven. Het was nog niet de sociale revolutie, want de Kerenskiregeering zette immers den oorlog voort en opnieuw vielen 10.000en proletaren als slachtoffers. Dat was het doodvonnis voor deze regeering. In October 1917 ging een nieuwe revolutiegolf over Rusland en doordat alles door soldaten en arbeidersraden goed was in elkaar gezet, moest het toen gelukken de macht te brengen werkelijk in handen van het proletariaat. Natuurlijk is het begrijpelijk dat na de Revolutie niet direct alles naar wensch marcheerde. Ook de bolsjewiki zijn geen toovenaars, die maar zoo de z.g. heilstaat op aarde kunnen brengen. Toch waren de rollen omgekeerd, de macht was immers van de bourgeoisie overgegaan naar het proletariaat. Zooals begrijpelijk is, zetten de kapitalisten en andere belanghebbenden alles erop, om door gebruik te maken van de opkomende onrust in enkele lagen des volks, de macht der Sowjet-regeering te breken. Door de nagelaten erfenis van het Tsarisme waren er nog vele symptomen van de toen geleden ontbering en verwaarloozing aanwezig, zoodat het kweeken van onrust maar al te goed gelukken mocht. Overal vormde men contra-revolutionaire benden om de eenmaal bevochten zege van het proletariaat weer kapot te maken. De toekomst zal eerst de stichting der Russische Sowjetstaat kunnen en willen waardeeren. Zoowel binnen- als buitenlandsch kuipte alles tegen de nieuwe regeering. Zelfs gelukte het in 1918 de witte generaals voor een groot deel de macht van het proletariaat te breken. Spreker toont aan op hoeveel kanten en door hoevele verschillende groepen de Russische Regeering in dien tijd werd besprongen. Alle voortbrenging stond onder de gegeven omstandigheid nagenoeg stil. Het geheele economische leven was door de voortdurende terreur der witte generaals onmogelijk gemaakt. Ook hierover gaf spr. vele voorbeelden, o.a. vernietiging van bruggen over de Wolga enz. Lange heuvels van kerkhoven wijzen er op hoevelen hun leven toen voor de vrijheid lieten. Er heerschte een ware bloedterreur, welke de Parijsche Meiweek nog kinderspel deed gelijken. Doch het proletariaat stond schouder aan schouder. Men begreep dat klassestrijd klasse-oorlog inhoudt. De contra-revolutionairen in den lande waren slechts werktuigen in handen der bourgeoisie van het geheele Internationale kapitalisme. Door de wanhoop gedreven, verzette zich het proletariaat om met de wapens in de hand de eenmaal verkregen vrijheid te verdedigen. Zoo stond men tegen goed gewapende, goed georganiseerde benden, welke door het buitenland van al het noodige werden voorzien. Het geheele Internationale kapitalisme deed mede, zoowel Entente als Centrale rijken. Want het ging immers tegen het proletariaat. Hier tegenover konden de proletariërs slechts soldaten in lompen gehuld en slecht bewapend in het veld brengen. Toch was geen macht in staat de revolutie ongedaan te maken, het proletariaat zegevierde op, alle fronten. Toen begon de economische oorlog met blokkade enz. Overal sabotage in de bedrijven en ondernemingen door de bourgeoisie. Door onverbiddelijk optreden der Sowjet-Republiek kon erger worden voorkomen. Zij waren en zijn toch de openlijke vijanden van het proletariaat. Door strenge tucht, voorbeeldelooze eenheid, goede bewapening en opvoering der productie ging men stap voor stap vooruit. Alle satanische machten schenen den jongen proletarischen staat te bekampen. Petroleumvelden enz. waren weer in het bezit der Sowjet-Republiek, toen door de groote droogte een misoogst kwam met gevolg hongersnood. Verschrikkelijke folteringen en ontberingen waren het deel van de zwaar beproefde arbeiders doch hield men vol, trots alle offers den vijanden ten spijt. Het proletariaat overwon. Nu begon de opbouw van het economische leven. Spr. vertelt welke groote vorderingen deze maakte. Voorbeelden over bezoek van spr. persoonlijk aan Rusland in 1921 en daarop in 1923 en in 1924 opnieuw 10 weken. Overal heerscht achteruitgang op economisch gebied, slechts in één land is vooruitgang, dat is in Sowjet-Rusland. Altijd zooals de historie bewijst, heeft de bourgeoisie gelasterd waar het de vooruitgang van het proletariaat betrof. Bewijzen geeft spr. 1848, 1871, 1905, 1917— 1925 altijd hetzelfde. Maar al is de leugen nog zoo snel, de waarheid achterhaalt haar wel. Spr. haalt aan de vervalsching der „Prawda", Kropotkin-vervolgingen, Roode terreur-berichten. Spr. haalt aan de verschillende weerleggingen o.a. door Kropotkin zelf, maar zegt spr. men gelooft mij misschien niet, ik ben immers een communist. Verder vele uitspraken van onbevooroordeelde personen, als burgerlijke journalisten enz., welke men toch niet van vriendschap jegens ons zal beschuldigen. Edo Fimmen's onderzoekingen in gevangenissen enz., wat spr. met vele voorbeelden bevestigt.
Rapport Engelsche Vakdelegatie. Alles is een glanzende verdediging voor Sowjet-Rusland en het economische leven aldaar. Kameraden, als gij zoo de wereld, de toestanden en de zaken in Rusland ziet dan zult gij begrijpen dat geen macht ter wereld het feit der Revolutie weer ongedaan kan maken dat geen macht in staat is ze weer onder te krijgen.
REDE J. DE HAAS. Er is door De Visser gesproken over de Russische Revolutie zooals die er nu niet meer is. In den beginne droeg de revolutie een anarchistisch karakter, want aldus spr., elke revolutie is in beginsel anarchistisch, d.i. wegjagen der regeering, dus regeeringloos. Vele uitspraken van Emma Goldmann haalt spr. aan om daardoor te bewijzen dat De Visser niet waar was in zijn uitleg. Hierbij roept spr. uit: „Zij die niet de waarheid vertellen over de revolutie zijn de grootste vijanden der revolutie.
Over het begin is spr. het met De Visser volkomen eens. Thans echter is er geen revolutie meer, daar er een regeering is, de Sowjet-regeering. Revolutie en regeering staan, volgens spr., tegenover elkander als vuur en water. De beweging in 1917 was ook onze beweging, maar nu regeeren een 200.000 bolsjewiki de massa. De volkskracht is vermoord. In 1917 was er sprake van optreden der massa. Hiermede zijn wij het eens, maar nu is dat alles vernietigd door de machtsgreep der bolsjewisten. Vrij en spontaan kwam toen de beweging naar boven, maar sinds de bolsjewiki haar stempel op de beweging drukten, sinds de instelling der dictatuur, is daar geen sprake meer van revolutie. Niet de aanvallen van buitenaf, niet de blokkade, niet het cordon des doods, maar de centralisatie en militarisatie der bolsjewieken, waren de oorzaak dat de revolutie ten gronde ging. Ons treft hiervan geen verwijt. Wij anarchisten streden immers zijde aan zijde met de bolsjewiki en thans worden wij vervolgd, tegen de muur geplaatst en in de gevangenis geworpen. Alles hebben de bolsjewiki in hun machtswaanzin ten gronde gericht, als landbouworganisatie, coöperaties enz. Spr. zegt: wij hebben aan Emma Goldmann en haar vriend voorlichters die ons meer waard zijn dan de burgerlijke journalisten, de inktkoelies van het kapitaal. Wij beroepen ons op revolutionairen als Alexander Berkmann, welke zijn geheele leven in dienst der revolutie stelde en daarvoor meer dan 30 jaren in de gevangenis doorbracht. Spr. haalt aan Proces-Sadoul, uitspraken van Krassin. Steun gezocht volgens spr. door Lenin en Trotzki bij Frankrijk om de oorlog tegen Duitschland voort te zetten. Mosoel-petroleum conflict 1922. Griekenland vocht voor Engelsche belangen en Rusland propageerde de godsvrede voor de Turksche boeren om te staan aan de zijde van hunne regering. Toen was de revolutie volgens spr. al dood. Door het roode militarisme waren de proletariërs toen reeds weer aan handen en voeten gebonden. Spr. kon zich niet begrijpen hoe De Visser de witte generaals bloedhonden kon noemen. Later gingen deze immers over naar het Roode leger der Sowjet-Republiek, omdat ze in het vak wilden blijven. Het Roode Leger heet te bestaan cm de revolutie te beschermen, maar onderdrukt in werkelijkheid het proletariaat. Dan de dictatuur, wat doet een dictatuur anders dan heerschen, de bestaande macht handhaven. Volgens het zeggen der bolsjewiki vechten de roode soldaten voor hun eigen belangen, maar in waarheid vechten ze voor de Sowjet-leiders. Dat is overal gelijk, hier vechten ze ook voor het vaderland. Spr. bespreekt de vliegtuigleveranties van Fokker e.a. Springstoffenleverantie. Teruggave oude Wrangel Vloot door Frankrijk aan Rusland, dat alles meent spr., wijst op de vorming van een nieuwe kapitalistische maatschappij in Rusland. Spr. haait aan dat de kapitalisten in Rusland weer vertrouwen krijgen. Ook de z.g. N.E.P. neemt spr. onder handen. Uitspraken Krassin, al zouden de bolsjewieken geen vijandige propaganda maken. Waarmede volgens spr. bewezen is dat, de kapitalisten in Rusland geen vrees behoeven te koesteren. Daarvoor, zegt spr., heeft Sowjet-Rusland zijn diplomaten en handelsagenten over de geheele wereld. Toen een der Russische handelsagenten in Den Haag vertoefde, stond hij zelfs onder bescherming der door de bolsjewiki zoo gehate klassejustitie. Natuurlijk zijn volgens de Sowjetstaat alle handelsbelangen de belangen van het proletariaat. Er is geen verschil meer tusschen de bolsjewiki en de sociaal-democraten. Spr. komt op de onderhandelingen met de Philips gloeilampenfabrieken door de Sowjetregeering. Zoo gaat de 3e Internationale Hollandsche proletariërs werk bezorgen, dus versjacheren. Spr. leest dan voor een brief van Kropotkin zelf zooals hij zegt. Spr. zegt, dat de Sowjet-regeering elke poging om de revolutie verder te brengen onderdrukt. Ook spr. komt met uitspraken Engelsche delegatie, met name Turner. Strooken lang niet met De Vissers betoog. Vooral het gevangeniswezen zooals de voorgaande spr. het schilderde, wordt bestreden. Volgens spr. bestaat alléén in Rusland de vrijheid der Communistische Partij. Dat is precies wat elke regeering doet. De eenigste misdaad der Russische rebellen was dat ze niet halverwegen de revolutie wilden stopzetten. Het is een herhaling der geschiedenis der Fransche revoluties. 't Is in Rusland niet anders dan in elk burgerlijk land, de gezant van Mussolini wordt met militaire eer ontvangen, de anarchisten enz. zitten in de gevangenis. Het is niet mogelijk tegelijk revolutie en regeering te hebben. Waar de een is kan de ander niet zijn. Regeeringen kan men vormen en kleuren zoo men wil, de nieuwe is niets beter dan de oude, ja soms nog slechter. Wil men werkelijke vrijmaking dan weg met elke regeering, 't zij een roode, zwarte of witte. (Morgen de replieken) De tribune: soc. dem. weekblad 26-03-1925.
DE RUSSISCHE REVOLUTIE Debatvergadering C. P. H. contra I. A. M. V.
REPLIEK L. DE VISSER. Spreker begint met te zeggen dat trots het geweldige groote probleem door mij naar vooren gebracht in mijn eerste rede, heeft De Haas eigenlijk maar één werkelijke opmerking gemaakt, n.l. in Sowjet-Rusland is een regeering, de bolsjewistische regeering. Maar roep ik De Haas toe, wat wil je dan, de revolutie is er de macht, is aan het proletariaat, wil je dan geen tucht, geen discipline, dan kan je aan 't vechten blijven zoolang de wereld bestaat. Na de revolutie zal De Haas toch ook niet kunnen gelooven, dat de ideale anarchistische hemel met zijn engelen dan direct op aarde is gekomen. De werkelijkheid leert geheel wat anders dan theoriën. Dat in den be- ginne de revolutie in anarchistische handen was, moet ik bestrijden, alléén in zooverre was de revolutie anarchistisch dat de bestaande regeering weggejaagd werd, maar van de anarchistische regeeringloosheid was geen sprake. Voordat de oude regeering afgezet werd, was de nieuwe reeds gevormd. Wat de verklaringen van Emma Goldmann en haar vriend aangaat, ja dat zijn vijanden der Sowjet-Republiek, hoe kunnen wij van dezen nu waardeering verwachten. Deze behooren tot de fanatieke tegenstanders en bezien alles door een anarchistische bril, de weg welke zij willen bewandelen, geven zij echter niet aan, dezulken kunnen anders niet dan critiseeren. Het zal goed zijn dat De Haas eens ernstige studie maakt van Sowjet-Rusland, dan zal hij zulke argumenten niet meer citeeren. Ook bij de N.E.P. beoordeeling laat De Haas blijken absoluut onkundig te zijn. Spr. zelf heeft een onderzoek ingesteld naar de omvang der z.g. particuliere bedrijven en het Staatsbedrijf van de Sowjet-Republieken. De uitkomst was verrassend. Slechts 4 pct. der bedrijven en dan hoogstens bevattende l7 man, behooren aan de, z.g. N.E.P. Verder is nog 3.8 pct. der geheele productie in particuliere handen, wat dus beteekent dat totaal 7.8 pct. particulier bedrijf is terwijl 92.2 pct. zuiver groot-coöperatief staatsbedrijf is van het proletariaat. Deze cijfers spreken voor zichzelf. Zeer weinig concessies zijn het afgeloopen jaar uitgegeven, vooral omdat de Sowjet-staat zeer hooge eischen stelde en dus het buitenlandsch kapi- taal voorzichtig was. Alle bedrijven worden door de vakvereenigingen gecontroleerd. Maakt zoo'n bedrijf meer winst dan toegestaan is, krijgt het eerst een waarschuwing, bij volgende overtreding legt de staat beslag op het bedrijf en wordt het alzoo ingelijfd bij de groote Staats-Coöperatie. Zelfs volgens de burgerpers weet de NRCt is het haast onmogelijk om een particuliere concessie of bedrijf in Rusland te verkrijgen. Nu mag De Haas maling hebben aan die burgerpers, toch zijn het motieven die steek houden. Dan de loonarbeid. Deze is vastgesteld, de werktijd althans, volgens de zwaarte en de gevarenklasse der bedrijven. Zoo zijn er die 8 uren per dag werken, 6 uren, ja zelfs in de zinkwitfabrieken zijn categoriën die een half uur per dag arbeiden. Is dat ook precies als bij jullie, loonslaven? Alles wat De Haas zegt, getuigt van groote onwetendheid ten opzichte der Russische toestanden. Wat de onderhandelingen met het buitenland aangaat, deze zijn noodig, omdat het toch niet aangaat dat een staat zichzelve isoleert. Het contact met de buitenwereld moet om verschillende redenen blijven bestaan. Dan wat De Haas zegt omtrent de ontvangst van de gezant van Mussolini, het contact met de Duitsche en andere beulen, zooals De Haas zegt. Is het one schuld dat Mussolini nog | steeds de voet op de nek van het proletariaat houdt, is het onze schuld dat de Duitsche beulen nog steeds vrij uitgaan? Neen, kameraden, dat is de schuld van de arbeiders in de betrokken landen zelve, waarom werpen zij de ketenen die hun knellen niet af? Krassin's bewering, volgens De Haas, dat wij geen vijandige propaganda voeren tegen andere landen, is mijns inziens volkomen juist. Laten de arbeiders zelf de revolutie maken, dat behoeven wij vanuit Rusland toch zeker niet te doen. 't Zou wat moois worden en gemakkelijk tevens. Dat de bolsjewiki, die nog maar 500.000 leden tellen in Rusland, een bevolking van 130.000.000 tiranniseeren, is wel te gek om los te loopen. Neen, de verschillende groepen van andersdenkende arbeiders en boeren betuigen meermalen hun sympathie met de Sowjet-staatsorde. Wat de gevangenissen aangaat, waar de politieke gevangenen huizen, kan ik niet anders zeggen, dan datgene wat ik zelf heb aanschouwd, dat het in vergelijking tot de gevangenissen in andere landen prachtverblijven zijn. Wat de geweldspolitiek der bolsjewiki aangaat, behoef ik slechts Bakoenine, de voorvechter van het anarchisme te citeeren. Deze stelt in verschillende art. reeds de straffen vast welke in den anarchistischen heilstaat zullen gelden voor met name genoemde misdrijven. Zelfs de doodstraf komt hierbij voor. Wat de proclamatie der 3e Internation. aangaat, betreffende de Turksche boeren in Mosoel Petroleum-conflict, houdt dit slechts in dat ze aangespoord worden tot den strijd tegen het Engelsche imperialisme. Ook ik, roept De Visser uit, ben in hart en nieren anti-militarist. Maar, zoo eens de Javanen de vrijheidsoorlog begonnen tegen hunne en onze beulen, zou ik gaarne meevechten en ik geloof van De Haas ook wel. Waar De Haas zegt dat er geen georganiseerd overleg is in Rusland, kan een kind begrijpen, dat als dat niet het geval was er geen sprake van was dat een volk van 130 millioen zich alléén zou buigen voor 'n handjevol communisten. Wat het woord dictatuur aangaat, dat geeft juist de richting van de heerschappij der massa aan, want dictatuur is meervoud = massa. Dictator is enkelvoud, is
alléénheerscher. Wie geen discipline, geen tucht, geen dictatuur, geen weermacht wil na de revolutie, is zeker dat hij binnen zeer korten
tijd door de verschillende vijanden opnieuw wordt gekneveld. Maar in Rusland, daar wappert, dank de dictatuur, dank de discipline en eensgezindheid, de Roode Vaan en geen macht, hetzij anarchistische, kapitalistische, militaristische of hoe ze mogen heeten, is in staat Sowjet-Rusland weer ouder te krijgen. De overwinning schrijdt voort over de wereld.
REPLIEK VAN DE HAAS.
Allereerst trekt deze spr. ten strijde tegen verschillende uitspraken, als democratie, wat beteekent volgens spr. gelijk berechtigd onder
de knoet der Sowjet-Regeering. Verder noemt spr. de geheele opzet als over het organisatieleven, de coöperaties enz., een woordmisleiding. Haalt als voorbeeld wat de C.P.H. is, eenige citaten aan uit de voormalige oppositiepartij De Kadt en c.s., waarna de voorzitter er aan herinnert dat dit buiten het onderwerp omgaat. Gebruikt veel dikke woorden nog uit dit citaat, als driehoofdig monster, royementen,
verdrukking die nu reeds in de C.P.H, heerschen. Neemt 'n citaat uit „De Tribune", dat spr. aldus uitlegt dat de leden der' Communistische Partij geen vrije meening mogen hebben, doch alléén van bovenaf gecommandeerd worden. Dat o.a. Rykow, door De Visser als getuige in een of ander verband is genoemd, meent spr., staat gelijk dat je hier bij Colijn op informatie uitgaat. Of er nu 4 pct. of 7.8 pct. der bedrijven volgens De Visser in particuliere handen is, laat spr. ijskoud. Of men uitgebuit wordt door de staat of door particulier, dat komt er volgens
spr. niet op aan, uitgezogen wordt men. Dat er 100 pct. winst gemaakt wordt in verschillende bedrijven, meent spr., is bewezen, daar in concessiebepalingen wordt bespraken van 50 pct. voor de staat en 50 pct. voor de ondernemers. Dus 100 pet. wordt er gehaald uit de arbeiderslijven, dat is meent spr., mooi genoeg. Zelfs Roland Holst erkent volgens een citaat, dat spr. in dat verband aanhaalt, dat de revolutie eerst een anarchistisch karakter droeg, doch zoodra de bolsjewiki beslag op de revolutie legden, was de vermoording een feit geworden. Volgens De Visser is het Roode Leger er om contra-revolutie tegen te gaan, doch spr. zegt, het is er om de productie ten bate der concessies te waarborgen en eventueele conflicten, stakingen enz. te onderdrukken. Dan spreekt De Visser van moeilijk concessies te krijgen waar ieder ze heeft als Colijn, Krupp, Stinnes, Van der Bilt en zooveel anderen. Wat deed Krassin dan met de voorzitter der Russische Staatsbank in Frankrijk om overeenstemming te bewerkstelligen tot oprichting van een Fransch-Russische Credietbank. Alléén om vertrouwen bij kapitalisten, bankiers en regeeringen te wekken. Natuurlijk moet Rusland daartegenover een tegendienst bewijzen. Dat doet Krassin, zooals in een beurscommuniqué voorkomt op de volgende manier. Op een desbetreffende vraag dat er in Rusland zoo weinig werklust was, antwoordde Krassin dat diegene die niet wou werken, tegen de muur werd geplaatst, m.a.w. gefusilleerd werd. Dat, roept spr. uit, dat is het Roode geweld. Neen, ook in Rusland haalt de bourgeoisie meerwaarde uit de lijven der arbeiders. De Communistische Partij is slechts de politieke bovenbouw welke zich met de economische schommelingen der wereldmarkt op en neer beweegt. Wij moesten onderdrukt worden
omdat de Communistische Partij zich anders niet als regeering kon handhaven. Er is geen regeering die zonder kapitaal kan regeeren. Daarom moest de revolutie vermoord worden. Inplaats van door te zetten, richtte de Communistische Partij de revolutie ten gronde. Dat
bewijst de voortzetting van den loonarbeid. Dat De Visser zegt, dat hij het met Krassin wel eens is, wil ik gaarne gelooven, daar zooals ik reeds eerder zeide, een communist die zich in de Partij wil handhaven, geen eigen meening mag hebben, 't Zijn precies grammofoonplaten, ze geven weer wat Moskou dicteert. Wat de tirannie van een paar honderd duizend Communisten aangaat, over de massa van 130.000.000, dat is precies als hier, ook heeft men eerst de massa ontwapend, nu kunnen enkele politie-agenten het wel af, die goed bewapend zijn. Ook in Rusland is de massa ontwapend doch het Roode Leger, de macht waar de regeering op steunt, goed gewapend. Dat er politieke gevangenen zijn, heeft De Visser niet ontkent, alléén stelt hij het voor alsof je in Rusland voor je plezier in de gevangenis zoudt zitten. Wat De Visser omtrent art. 12 van Bakoenine zegt, als dat werd doorgevoerd, dan leefde er in Rusland geen partij-communist meer. Hetgeen de Visser zegt omtrent de proclamatie aan de Turksche boeren, is precies hetzelfde wat elke burgerlijke regeering het volk voorhoudt. Dat is de gewone nationalistische gedachte. Dc Sowjet-Regeering had alleen met de revolutie de bedoeling om zelf de macht in handen te krijgen en dan de boel stopzetten. Wij daarentegen zullen de strijd opnemen tegen elke regeering en doorzetten. Wat De Visser heeft gezegd, is zich zelfmoorden als revolutionair. Na dupliek van beide sprekers, sluit Zeilstra onder dankzegging voor de rustige aandacht de vergadering.
De tribune: soc. dem. weekblad 27-03-1925.
25-03 Erica Kant 't parlement verbetering VJV brengen?
VRIJE JEUGD VERBOND. (25 Maart 1925). — Heden sprak in het café Gez. Fokkema, de heer Jo de Haas, met het onderwerp „Kan 't parlement verbetering brengen?'' De heer H. van Houten uit Emmer-Compascuum, leidde spreker namens het Vrije Jeugdverbond in. Spr. beschouwt dezen avond als tegenactie, zoals die gevoerd wordt door de parlementaire partijen. Er wordt geen bepaald beginsel ontvouwd. De beteekenis van het parlement is in strijd met de oprichting - van de Eerste Internationale, 't Parlement veronderstelt dat leiders van het proletariaat in het parlement de actie voeren. De leiders zijn dan zelf geen proletariërs meer. Ze zijn bij het kapitalisme geïnteresseerd, de arbeidersbelangen staan dan op den achtergrond. De S.D.A.P. zal er niet tegen op zien, om desnoods met de R.-katholieken te regeeren. Welken kant het dan opgaat, toonde spr. aan door te wijzen op het Fransche Ministerie. Waldeck, Rousseau, Millerand, waarin Millerand de sociaal-democraten vertegenwoordigde. Nauwelijks had deze laatste plaats genomen, of hij plaatste zich tegenover de arbeiders. Alle leiders van het proletariaat zijn volgens spreker kapitalisten of knechten van het kapitalisme. De leiders zijn alleen in aanraking met het volk, tegen de verkiezingen, anders zijn ze met de kapitalisten in aanraking.
Spreker vond het eigenaardig, dat op de begrafenis van den sociaal-democraat Brenting, de Koning vertegenwoordigd was. Ebert, die anti-militairistisch moest zijn, werd met militaire eer begraven. Deze menschen zijn volgens spreker karakterloos. Door de bezittende klasse worden de tegenwoordige soc.-democraten gewaardeerd. Zij zijn immers beschermers van het kapitaal geworden. Door citaten toonde spreker aan dat de soc.-dem. militairisten zijn. De anarchisten echter houden hun anti-militairistische denkbeelden hoog. Ze zijn daarom aangevallen door regeerders niet alleen, maar ook door soc.-dem. Heeft het parlementairisme resultaat? Volgens spr. alleen voor de leiders der partijen: die nl. zelf bij de uitbuiting geïnteresseerd zijn. Aan het parlementairisme is het socialisme volkomen opgeofferd. Spr. stelt er tegenover het anarchisme, dat los staat van het kapitaal. Het anarchisme wordt niet geëerd door koningen enz., maar gevreesd, We moeten terug, zegt spreker, naar het begin onzer beweging, naar den onverzoenlijken klassestrijd. De arbeiders moeten zelf den strijd aanvaarden. De bevrijding der arbeiders is het werk van de arbeiders zelf.
Van de gelegenheid voor debat werd gebruik gemaakt door den heer P. Entjes (S.D.A.P.) Deze vond dat sprekers rede niets anders was dan een afkammen van 't socialisme, de anarchisten bezitten, volgens debater geen verantwoordelijkheidsgevoel. Hij zou wel eens willen vernemen wat de anarchisten hadden gedaan. De heer De Haas, die debater beantwoordde, zei, dat de anarchisten in de soc.-dem. niet het socialisme zien. Er is geen soc.-dem. Kamerlid, die met ons wil debateeren. Duys heeft eens gezegd: „Wij praten niet met arbeidersjongens''. Wij hebben wel verantwoordelijkheidsgevoel voor het socialisme, maar niet voor het kapitalisme. De anarchisten hebben niet de verwatering tot stand gebracht. Dat is al een verdienste. Wij hebben het socialisme onbesmet bewaard en verdedigd. Wij hebben gewerkt aan de vrijmaking van den geest der arbeiders. De soc.-dem. hebben de geesten bedorven. De anarchisten komen niet. op als concurreerende partij. Onze taak, zegt spr. is de waarheid te zeggen en als we niets anders doen, dan doen we al een praktisch werk. Daarna sloot de heer van Houten de vergadering met dank aan spreker en debater. Provinciale Drentsche en Asser courant 27-03-1925
26-03 Emmen Kan het parlement verbetering brengen?
KAN HET PARLEMENT VERBETERING BRENGEN? (26 Maart). — Met bovengenoemd onderwerp trad Donderdagavond op in de bovenzaal van Hotel Wielens alhier, de heer Jo De Haas, Anarchist te Den Haag. De heer v. Houten, voorzitter van het Vrije Jeugd-Verbond te Emmer-Compascuum, opent de vergadering, waarna het woord aan den spreker is. Het doel van deze vergadering, aldus spr., is niet om op te wekken, teneinde de arbeiders naar de stembus te drijven, doch veeleer om in tegenstelling met het werk der S. D. A. P ze daar vanaf te houden. Spr. releveert het zitting nemen van de eerste S. D. A. P. Minister in Frankrijk n.l. Millerand, die naast de groote kapitalisten plaats nam en daardoor het kapitalisme diende. In plaats dat hij den klassestrijd predikte, trachtte hij een verbond te sluiten tusschen kapitaal en proletariaat Met een uitspraak van Liebknecht en v. d Velde bespreekt de heer De Haas den toestand, wanneer een proletarische minister in een burgerlijk kabinet zitting neemt. Een en ander werd met meerdere uitspraken der vooraanstaande mannen in den klassestrijd gestaafd. Zooals het zich nu afteekent, zal hier straks de S. D. A. P. met de R. C. regeeren, zoodat we een rood-zwart kabinet zullen krijgen. De leiders der S. D. A. P. zijn geworden kapitalisten of kapitalistenknechten, zoodat ze tegenover het proletariaat zijn komen te staan. Spr. citeert de Amstelbode (RK.) met betrekking tot de houding van den heer Van Kol in de Eerste Kamer, waaruit blijkt, dat deze een zeer tam S. D. A. P.-er is gebleken te zijn, die een man als Idenburg allerlei pluimpjes gaf en dezen omhoog stak. Het behoeft ons niet te verwonderen, dat de geheele partij naar den vijand zal overloopen. Thans zijn de arbeiders op het kiezerspad en spiegelen de arbeiders allerlei moois voor en straks zakken allen weer. De leiders in de kussens en de arbeiders in het moeras. De leiders vervreemden van de arbeiders en kunnen de belangen der arbeiders niet langer dienen. Spr. wijst er op dat, bij den dood van Branting en Ebert, zelf Koningen kransen op de baar deden leggen. De leiders der Socialisten zijn de beste hulptroepen van de kapitalisten. Wanneer de arbeiders de bourgeoisie willen bestrijden, kan dit alleen met succes op economisch terrein en dit door de massa door de sociale revólutie. Verschillende S. D. A. P.-ers worden door spr. geciteerd. Ook met betrekking tot het militairisme citeert de heer De Haas verschillende leiders der S. D. A. P. als o.a. Bebel en Troelstra. Spr. wijst op de discipline die heerschte in de Duitsche S. D. A. P. die zich afspiegelde in de legers, waardoor bij een eventueele overwinning in den oorlog, deze daad. op het crediet der arbeidersorganisaties kon worden geschreven. Het stemmen vóór de oorlogscredieten door de S. D. A. P. had volgens dezen ten doel om de vrede te koopen, waardoor het volk werd bedrogen, al gaven ze als reden op, dat hét leger toch niet in staat was om daadwerkelijk op te treden. Na den oorlog hebben de S. D. A. P. leiders erkend, dat er niets te bereiken was door ons leger. Na de Harskamprelletjes kwamen de S. D. A. P. ers met het voorstel, om drie lichtingen naar huis te sturen en Troelstra stemde vóór, niettegenstaande hij drie dagen tevoren in de Kamer zeide: ,,Gedurende den oorlog moet de mobilisatie gehandhaafd blijven". In den breede bespreekt de heer De Haas de bezetting van de Roer, die ten gevolge heeft, dat de Roermagnaten 700 000.000 goudmark' kregen voor de schade, die ze door deze bezetting hebben geleden, aldus spr. Aan de hand van verschillende citaten bewijst spr., dat het standpunt der S. D. A. P. met betrekking tot het militairisme bedrog is en hun anti-militairisme mets anders is dan een verkiezingsreclame. Spr. komt ten slotte tot de conclusie, dat het parlement en de gemeenteraden niets voor de arbeiders kunnen doen daar de belangen der arbeiders aan het parlementarisme zijn opgeofferd. Hierna sluiting, Provinciale Drentsche en Asser courant 28-03-1925.
28?-03 Klazienaveen Jeugd, Oorlog en Revolutie (zie onder)
maart/april Emmer-Compascuum/tournee Godsdienst en Werkloosheid
door Oost-Drenthe
Evenals de vorige tournee's, is ook nu weer de tournee met Jo de Haas best geslaagd. Jo behandelde drie verschillende onderwerpen, n.1.: „Godsdienst en Werkloosheid', „Jeugd, Oorlog en Revolutie" en „Kan het Parlement verbetering brengen?" Inzake het eerste onderwerp kreeg Jo debat met Ds. Nijland te Emmer-Erfscheidenveen. Ds. N. ging echter niet op de rede van Jo in, maar betoogde, dat de slechte toestanden een gevolg der zonde waren. Dat Jo hem flink te woord stond, is begrijpelijk. En op de vergadering te Erica met het laatstgenoemd onderwerp kwam een soc.-dem. in debat, of beter gezegd: wou in debat, maar toen hij iets wou vertellen, wist hij niets, en zeide dat als er maar eens een kopstuk van de S.D.A.P. was, die zou Jo wel anders wat vertellen. Jo vond dat die man het nu eens heel juist had uitgedrukt, want het bleek nu al weer, dat als de kopstukken er niet waren waarin de hersenen zetelen, dat dan de romp niets kon uitrichten. Toen hadden we nog een cursusverg. met Jo over psycho-techniek, welke goed bezocht was. Als bewijs dat de soc.-dem. zich nog niet van hunne, den laatsten tijd geleden nederlagen hersteld hebben, getuigt wel het feit dat in Klazienaveen, Erica en Emmen, wat toch juist bolwerken der S.D.A.P. zijn, geen enkele der kopstukken aanwezig was. Terwijl wij de zalen gevuld zagen met hunne schaapjes. Wij kunnen gerust deze conclusie trekken dat het V. J. V. weer een prachtig stuk propagandawerk heeft geleverd. Laten we hopen dat dit ook een aansporing voor de ouderen is. H. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, no. 14, 04-04-1925.
04-04-1925.
29-03 Groningen/vrije jeugd verbond Jeugd - Oorlog - Revolutie (Groninger dagblad 27-03-1925)
01-04 Lippenhuizen Jo spreekt de stakers toe
“Eerst aan het werk en dan onderhandelen," klonk het bescheid van den minister via den burgemeester aan de stakende arbeiders. (Hier denk ik aan het gezegde van Jo de Haas, toen die op 1 April j.l. op de driehoek Lippenhuizen het woord voerde voor de demonstreerende stakers, toen hij op het vernemen van dat bericht van den burgemeester van Opsterland uitriep: „Vrienden dat is het aloude recept waarmee men gedurig aankomt!"). En Jo heeft niet misgezien. Het volk is aan het werk gegaan, doch er is niet onderhandeld. De regeering gevoelt zich hier ongetwijfeld de schuldige, zij weet tenminste dat ze een belofte aan de arbeiders onvervuld heeft gelaten en zij vreest dientengevolge een nieuw verzet van de arbeiders, waartegen maatregelen getroffen moeten worden.(geknipt uit bericht in De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, 1925, no. 37, 12-09-1925.
02-04 Assen Jo spreekt stakers in het veen toe
openl. meeting actiecomm. (wordt gearresteerd; 3/5maanden) Hierna mocht Jo de Haas nog wat zeggen, van welke gelegenheid Jo gebruik maakte door er op te wijzen dat hij geen clementie zou vragen omdat hij zich niet schuldig gevoelde, integendeel, „Ik weet, zeide hij, een cultureele, een beschavingsdaad verricht te hebben. Wij stellen tegen over de geest van geweld een humane geest, de geest van anti-militarisme en de geschiedenis leert mij dat de geest ten slotte overwinnaar blijf. Spr. weet dat de jonge generatie deze beneden dierlijke maatschappij zal omwentelen. De justitie staat hier machteloos tegenover. Spr. beschouwt het dan ook als een wanhoopsdaad van de justitie, dat zij hem en zijn kameraden in de gevangenis werpt. Zij kan wel mijn lichaam pijnigen, maar mijn geest blijft onveranderd, ja, wordt nog sterker. Spr. zal dan ook door gaan met het anti-militarisme te propageeren. De rechter zeide „dat hij niet op het gesprokene van beklaagde zou ingaan, maar gaf hem den raad over de consequenties van zijn daden na te denken en veroordeelde hem tot drie maanden gevangenisstraf. (worden 5 Zie De arbeider 11-04-1925, lgj).
De Demonstratie te Assen
(K. d. J.) Donderdag 2 April was het de groote dag alhier, en wel om het feit dat er een demonstratie is gehouden, zooals er nog een is nooit een geweest. En met recht kunnen we daar trots op zijn, omdat van allerlei kleur daarin vertegenwoordigd was: christelijk, katholiek, anarchist, communist, soc.-dem. enz. In groepjes trokken de menschen naar het stuk groenland, waar de massa zou worden toegesproken. Al spoedig had zich een dichte massa samengepakt; die steeds aangroeide, totdat eindelijk tegen 12 uur vertegenwoordigd waren een groot gedeelte uit de gemeente Emmen, een massa uit Friesland, Smilde, Assen en nog velen meer. Het was precies of het Eenheidsfront zich formeerde.
Allereerst werd het woord gevoerd door onze partijgenoot Moes uit Emmer Erfscheidenveen, die in 't kort vertelde hoe de toestand in Emmen was en welke de bekende eischen naar vooren schoof.
Daarna Jo de Haas, de anti-militarist en anarchist, die in 't kort de massa aanspoorde voet bij stuk te houden en schouder aan schouder de strijd te blijven strijden, totdat de overwinning was bevochten. De eischen noemde hij simpele eisschen o.a. die waarin gevraagd wordt een uurloon van 35 heele centen per uur. Als je het salaris van de vrouw neemt die ons regeert dan bedraagt dit 500 gulden per uur, altijd door. Ook als ze slaapt. Dit is nogal een groot verschil. Daarna werd het woord gevoerd de soc.-dem. Brader, die ook den strijd een rechtvaardige strijd noemde en allen zich solidair moesten verklaren met de stakers.
Hiermede was het afgeloopen en maakte de voorzitter van het comité, O. Greving, bekend dat demonstratief door Assen zou worden getrokken. Heel rustig had deze vervolgens plaats, waarbij de politie zich kalm gedroeg. Bij deze demonstratie zal het de zatgevreten bourgeoisie toch wel duidelijk geworden zijn, die achter de gordijntjes zaten te toeren dat er inderdaad verandering in den toestand van de tewerkgestelden aan de werkverschaffing moet komen. Een aanklacht was deze demonstratie voor de zatte kliek. Wat vroeger sterke kerels waren, liepen m kromgebogen in de stoet mede, krom geslagen door striemende slagen van de kapitalistische machthebbers, die zich in weelde baden van de meerwaarde van ons aller arbeid, welke meerwaarde nu wordt ontstolen op een satanische wijze. Zeer terecht zei De Haas: „dat wij de klasse vormden van de rechtlooze wezens," maar hier kan verandering in gebracht worden. Het begin is er kameraden, laat toonen dat ge een ijzeren wil hebt, dat ge desnoods vechten wilt voor uw bestaan, waar wij als mensch recht op hebben. Laat u niet weer terugdringen, want dan zullen de striemen nog vereer tot uw huid doordringen...Nog lacht de bourgeoisie, maar…. als dit het begin is van het Eenheidsfront van alle strijdende arbeiders tegen het kapitalistendom, dan zal binnen afzienbaren tijd de arbeid zegevieren over het kapitaal en een-gelukkiger tijd voorde arbeidersklasse, de bezitloozen aanbreken.
Opmerkelijk is het, dat het kapitalisme haar eigen mannetjes niet meer vertrouwd, want de militairen mochten tusschen 5 en 10 uur de kazerne niet uit, bang als ze waren dat er hedenavond (Donderdag) relletjes zouden plaats hebben. Ook de politie was hedenavond verdubbeld. Ze zitten dik in hun piepzak. Voor de arbeiders het bewijs, dat hun strijd tot hen doordringt en dat het niet lang zal duren of de eischen zuilen zijn ingewilligd. Een gelukkig verschijnsel is, dat de arbeiders zich kalm gedragen. Geen aanleiding wordt gegeven tot onhebbelijkheden maar... wat er nog zal gebeuren als deze toestand nog lang zoo blijft, wil ik niet zeggen, maar wel wil ik zeggen, dat de verantwoordelijkheid rust bij diegene, die deze menschen in de put van onuitsprekelijke ellende hebben gestort. Nog vaker zal de massatred van hen door de straten van Assen dreunen en aanvaardt dit dan, bourgeoisie, als een felle aanklacht tegen uw misdadige praktijken. Hoog de solidariteit, kameraden! Blijft vechten tot de overwinning!De tribune: soc. dem. weekblad 04-04-1925.
10-04 Appelscha Jo sprak op verg. opgepakt (zie De arbeid/nas van 11-04-1925)
Wie kan 1 Mei in Appelscha spreken? Door de gevangenneming van Jo de Haas zitten de kameraden in Appelscha op 1 Mei nog zonder spreker. Wie nog vrij is dien dag, stelle zich in verbinding met Sietse Mulder, Appelscha. De afd. I. A. M. V. aldaar vergadert morgen Zondagvoorm. 10 uur bij A. Wieldraaier.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, no. 17,25-04-1925.
30-08 Appelscha In de branding
Open lucht meeting I.A.M.V./VJV (Ooststellingwerver 21-08-1925)
Houdt 30 Augustus vrij. Op dezen datum houden we hier een openlucht-meeting. Voor 't V. J. V. spreekt Jo de Haas, terwijl voor de I. A. M. V. Constandse zal worden aangezocht te komen spreken. Kameraden, maakt propaganda voor deze meeting! 30 Augustus allen present in Appelscha!De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, no. 33, 15-08-1925.
08-09 Amsterdam Jeugd, oorlog en revolutie
Jeugd, oorlog en revolutie. Over dit onderwerp sprak 8 Sept. Jo de Haas voor een goed bezochte vergadering in Handw. Vriendenkring, uitgeschreven door de anarchistische en anti-militaristische groepen in A'dam. In een zeer mooi betoog schilderde hij de opvoeding der proletarische jeugd. Hij ziet in de jeugd de toekomst-menschen, waarnaar in het bijzonder onze aandacht moet gaan. De mensch ligt in de huidige samenleving gedurende zijn gansche leven in kluisters; bij zijn geboorte ligt het kind in luiers, wordt het grooter, dan wordt het omwikkeld met windsels en als het sterft, gaat het in de kist, zei Rousseau ergens. Het volk leeft absoluut niet. Het kind heeft zoowel materieel als geestelijk tekort. Materieel, door de economische verhoudingen, waaronder de ouders gebukt gaan en geestelijk, omdat zij niet in staat zijn, als gevolg ook van die economische omstandigheden, hun kinderen op te voeden. Als het kind dan ook naar school gaat, is het reeds in den grond bedorven. En op school gaat het al niet veel beter. Het openbaar onderwijs tracht bij de kinderen alle christelijke en maatschappelijke deugden aan te kweeken. Het schijnt dus, dat er twee soorten van deugden zijn. Een van die christelijke deugden is: „Ge zult niet stelen". Daarnaast wordt als maatschappelijke deugd aangekweekt, dat ge u in het groot moet laten bestelen door het kapitalisme. „Ge zult niet dooden", wordt als christelijke deugd geleerd naast de massamoord, die onder den naam oorlog een geboden noodzakelijkheid is als maatschappelijke deugd. Het geheele lager onderwijs wordt slechts dienstig gemaakt aan het kweeken van goede staatsburgers, dat is iets anders dan het vormen van menschen. Op school vormt het kind zich idealen. Het is gaan gelooven, dat de mensch, die deugdzaam is, het ver zal brengen in de wereld. Daardoor wordt de onderdanigheid, slaafschheid aangekweekt. Als dan op ±l4 jarigen leeftijd het onderwijs voor de proletarische jeugd is geëindigd, zien we de resultante van de twee deugden. Dan blijkt, dat het kind geen mensch, maar staatsburger is geworden. Dan komt op de fabriek, in de werkplaats de groote desillusie, waarvan het gevolg een groote reactie is. De idealen loopen dood in de maatschappij. We zien dan de jeugd uiteen vallen in een groote en een kleine groep. Een groote groep, die met den stroom mee drijft en een kleine, die bereid is te vechten voor verwezenlijking van de idealen. De ouderen oefenen dan maar al te vaak een felle reactie uit op de jeugd. De jongeren zijn te eigenwijs. Erich Mühsam zei echter eens, dat de jeugd niet minder ervaring heeft, maar door de geschiedenis een ervaring rijker is. De vrije jeugdbeweging in Nederland heeft finaal afgerekend met het oude. Ze zal misschien dikwijls falen, maar de oudere, de vorige generaties hebben tot nu toe steeds gefaald, want alles wat de ouderen ons achterlieten, is één groote rotzooi. Als ik de jeugd werkzaam zie, dan zie ik ook de reactionaire ouderen om de jeugd er weer onder te drukken, omdat ze niet wil loopen langs de oude, platgetreden paden der ouderen, aldus spr. Dan komt de staat, die ruw in de ziel van het jonge mensch grijpt en hém opeischt voor den militairen dienst. De jeugd heeft dan reeds bepaald, geen belang te hebben bij dezen dienst en weigert door zelf-denken en niet op last van een partij of vakvereeniging. Volgens de S.D.A.P. mag de jonge mensch dit echter alleen op bevel van hoogerhand (partij, staat) doen. Door het streven naar persoonlijke vrijheid moet die jeugd komen tot dienstweigering. Zij gebruikt die tevens om den staat te verzwakken. Aan de persoonlijke vrijheid sterft alle gezag. Nergens ontmoet de dienstweigeraar dan ook groote sympathie. In de burgerlijke maatschappij vanzelfsprekend niet. Dienstweigering is opstand tegen den staat, Ook niet in de z.g. socialistische beweging, omdat daarin het socialisme zoek is. Deze soc. beweging bestaat uit een groote massa stemvee en een klein aantal gekozen vertegenwoordigers. De laatsten bepalen, de eersten gehoorzamen. En alle partijen willen hetzelfde, ze willen alle regeeren, de een wil dat bereiken langs den weg der democratie, de ander door middel van de dictatuur, maar alle hebben de staatsslavernij noodig. Daarom zweren zij de dienstweigering af als zijnde in wezen anarchistisch. Er is geen grens meer tusschen de z.g. socialistische en de burgerlijke maatschappij te trekken. Ze vloeien inéén en vormen één geheel. Alles is tegenwoordig rood; het is de manier om er bovenop te komen. En als de een er boven op moet, moet de ander er onder, dus leve de slavengeest. De jongeren staan dan ook in strijd met al dat geklets over discipline. Wij willen iets anders dan roode legers, wij willen de vrijheid. Als dan het oogenblik van den militairen dienst is gekomen, dan weet hij, dat is de jonge, vrije mensch, dat hij moet weigeren, omdat hij weet, dat het resultaat van het militairisme oorlog is. Die daad van den dienstweigeraar is iets anders dan de burgerij hem ziet. Het is een bewuste daad, niet uit lafheid, zooals de burgerlijke pacifisten met prof. v. Embden aan het hoofd, ontwapenaars uit lafheid zijn. Ook weet de jeugd, dat de oorlog het resultaat is van onze economische verhoudingen. De loondienst bevordert den oorlog. Onze strijd blijft niet staan bij de kazerne, maar ook moet het proletariaat de loondienst gaan ontkennen, als ondergrond der economische verhoudingen. Ook de syndicalistische vakbeweging is militairistisch, door zijn eisch van productieven arbeid voor de werkloozen. Productieve arbeid vormt winst voor de kapitalisten, deze winst moet weer productief worden gemaakt door uitbreiding der markten, zoo noodig door verovering, waardoor oorlog ontstaat. Deze oorlog leidt weer tot winst en weer tot nieuwe oorlogen. Door productieven arbeid te eischen, eischt men dus oorlog. Daarom is het ook begrijpelijk, dat men op de z.g. anti-oorlogsbetoogingen van het N. S. V., wat eigenlijk militairistische bijeenkomsten moesten heeten, geen anti-militairistische sprekers als Constandse aan het woord laat. De winsten zijn dus op zichzelf een oorlogsgevaar. De financiers, die eigenlijk de macht in den staat vormen, dwingen met hun kapitalen de regeering. De regeeringen hebben dan alleen maar te zorgen. dat de loonarbeid functioneert. Want in ieder conflict, waarbij stagnatie van den loonarbeid dreigt, grijpt de regeering direct in, door onderhandelingen met de vakorganisaties, welke laatsten zich daar gaarne voor leenen. in Rusland gaat het niet anders toe. Op een conferentie van gedelegeerden der Russische Sovjet-regeering met vertegenwoordigers van Colijn en Deterding, over de exploitatie der Russische olievelden, maakten de Hollandsche vertegenwoordigers de opmerking, dat de werklust in Rusland niet groot was, waarop Krassin, de Russische zaakgelastigde antwoordde, dat men arbeiders, die geen werklust hadden, tegen den muur plaatst. Over een vuurpeleton kan men te allen tijde nog wel beschikken, zelfs in Rusland. Ons anti-militairisme stelt ons dus tegenover den staat en de vakorganisaties, die telkens contact met elkaar zoeken, om den loonarbeid te laten functioneeren. Het is niet zooals Lansink Jr. in de „Syndicalist- van 25-4-'25 zeide, dat wij de beste vrienden der bourgeoisie zijn en door haar met weldaden worden overladen. Dat hebben wij den laatsten tijd weer gezien. Die klassejustitie tracht door het grijpen 1) en veroordeelen van vele kameraden uit het Vrije Jeugdverbond de actie der anarchisten lam te leggen. Als dat nu bedoeld wordt door Lansink Jr. als de weldaden, dan is spreker het met hem eens. Daarna wees Jo de Haas in den breede nog op de laffe houding der vakbeweging in 't algemeen en der syndicalisten met Lansink Jr. aan het hoofd in het bijzonder, in verband met de actie in Drente, Groningen en Friesland. Na de actie, die door de anarchisten was bezield 2) streken al die vakvereenigings- en partijbonzen neer over die landen, gelijk hyena's over het slagveld. Vooral Lansink sloofde zich uit. Jo de Haas zou den geheelen winter geparasiteerd hebben op de Friesche en Drentsche bevolking en er goed aan verdiend hebben, terwijl de werkelijkheid is, dat hij, na ettelijke duizenden kilometers fietsen en eenige honderden vergaderingen precies een stel nieuwe binnen- en buitenbanden heeft overgehouden. Daarvoor zou Lansink Jr. het zeker niet doen. 3) Vervolgens wees spreker op de vervolging van Herman Schuurman, tegen wien heden juist 8 maanden was geëischt. Deze aanslag van de justitie is bedoeld als een aanslag op de geheele Vrije Jeugdbeweging. Deze is echter door het vatten van enkele personen niet te knevelen. De beweging wordt gedragen door honderden jongeren, die vrij zijn gebleven, of zich hebben vrij gemaakt van den verpestenden invloed der vakbeweging en partij. leder vonnis zal slechts een aansporing zijn tot grooter activiteit. Daarna sloot de voorzitter de vergadering. Een collecte voor George Oversteegen bracht f 13.261/2 op. M. STEVENS. 1) Niet geheel juist; men biedt zichzelf bij de justitie aan. Red. 2) „Geleid” kan men hier ook zeggen. Red.
3) Joh. de Haas heeft dien tijd toch geleefd, gegeten, gedronken, op een bed geslapen, zijn pijpje gerookt? Misschien had Lansink meer gegeten en gedronken en duurdere tabak gerookt, Lansink zou ook voor zijn gezin wat overgehouden moeten hebben; Lansink kreeg elke week zijn vaste salaris. Maar dat alles is toch maar een gradueel- of vormverschil. Het blijft gelijk: ook Joh. de Haas moet al propageerende leven en de kosten hoe sober ook moeten door zijn geestverwanten worden betaald. Het past Lansink niet om de Haas te verwijten dat hij parasiteert maar de Haas moet ook niet zoo opsnijen als hij met wat minder tevreden is... Het is van beide kanten een akelig, kleinzielig gedoe. Red.De vrije socialist16-09-1925. 18-10 Rotterdam God is dood Dageraad
God is dood -, was het onderwerp, waarmede Jo de Haas Zondagmorgen voor ons optrad. Op eenvoudige en logische wijze schetste hij het ontstaan van het godsbegrip en de evolutie van de diverse godsvoorstellingen vanaf den primitieven mensch tot dien van heden, die ondanks zijn rede, nog even bijgeloovig is als zijn oervoorvaderen. Vrees en onkunde hebben eertijds aan de goden het aanzijn geschonken; de mensch schiep zich toen een god naar zijn beeld en gelijkenis, kennis en wetenschap zullen hem ook weer doen sterven Spreker wijst er op, hoe de wetenschap den twijfel te voorschijn heeft geroepen, wat ten slotte daar twijfel tot denken voert en de kerk zulks verbiedt, als zijnde gevaarlijk voor het geloof tot een conflict tusschen geloof en wetenschap moest leiden. (Vandaar de pogingen van moderne predikanten als De Hartog c. s. om, door den godsdienst tot wetenschap te proclameeren, een verzoening tusschen beiden tot stand te brengen. Joh. S.) De heerschende klasse heeft er echter belang bij het geloof aan een god bij de massa levendig te houden, daar met het verdwijnen van god als de bron van het gezag, ook het aardsche gezag en de privaat-eigendom zullen verdwijnen. Dat zal gebeuren, als de mensch door zijn rede in opstand komt tegen god, dus de partij van den duivel kiest. God is een schepping van den menschelijken geest, hij zal door dien geest ook weer gedood moeten worden, en dat zal plaats hebben, als de mensch, vrij van alle dogma's, zijn rechten op zal eischen en zichzelf kan zijn. De goden zullen sterven aan het denken van de menschen. Helpen wij dan mede het denken te bevorderen, opdat god begraven kan worden; dood is hij al. Rest mij nog te vermelden, dat de autoriteiten het rijden met den wagen, met bovengemeld onderwerp, hadden verboden. De vrije socialist 24-10-1925.
18-10 Rotterdam De valsche munters (L.M.O.-groep)
Dit onderwerp is Zondag 18 dezer alhier behandeld door Jo de Haas voor een goed gevulde zaal en een aandachtig gehoor. De Haas liet goed uitkomen hoe geheel ons leven vervalscht is en wordt en dat wij daardoor niet eens meer zien wie of de eigenlijke valsche munters zijn. Een van de twee debaters bracht hulde aan De Haas voor zijn meening over de munters, en vroeg of de aanwezige bootwerkers daarmede rekening wilden houden, opdat men toch eindelijk eens zou inzien, wie de valsche munters eigenlijk zijn. Na afloop werd gecollecteerd voor de veenarbeiders.De vrije socialist 24-10-1925.
08-11 Sneek Ons standpunt inzake ontwapening
Het was een goede gedachte der Sneeker anti-mil. kameraden, om Jo de Haas uit te noodigen een tweetal spreekbeurten te vervullen. Zondag 8 November sprak Jo te Sneek voor een matig opgekomen publiek, over: „Ons standpunt inzake ontwapening". In z'n rede oefende hij felle critiek uit op de soc.-dem. Internationale, die bij 't uitbreken van den oorlog ineen viel en meedeed aan de internationale massamoord. Daarnevens stelde hij helder in 't licht onze opvatting omtrent bestrijding van militairisme en oorlog: niet afwachten op bevelen van bovenaf, doch zelf handelen. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, 1925, no. 47,21-11-1925.
In Amicitia sprak Zondag voor een klein gehoor voor de afd. Sneek I. A. M. V. Jo de Haas over: Ons standpunt inzake ontwapening. Spr. wees er op dat de leus welke Domela Nieuwenhuis eenmaal aanhief en waarom hij werd uitgelachen nl.: ,,algemeene werkstaking tegenover den oorlog", in 1920 ook door de soc.-dem. en de moderne vakbeweging is aanvaard. Toch is er verschil in de wijze waarop men die werkstaking eventueel zou willen ten uitvoer leggen. Domela Nieuwenhuis meende dat die werkstaking van onder op moest komen, door het revolutionnair klassebewustzijn van het proletariaat. Dit revolutionnair kenmerk ontbreekt bij de soc.-dem., die de algemeene werkstaking willen op bevel. Dat bevel zal echtere nooit komen zooals de oorlog tusschen Frankrijk en Marokko in Juli 1925 weer bewees, de soc.-dem. leiders namen een motie van vertrouwen in de regeering mee aan en de oorlog ging zijn gang. Dat kan ook niet verwonderen. De massa's komen alleen in werking als zij opgevoed zijn tot zelfwerkzaamheid en de massa die opgevoed wordt in de idee van het bevel zal nooit zelfwerkzaam zijn. Bovendien is 't woord ,,bevel" al typisch-militairistisch, een woord, dat uitgerukt moet uit het denken van het proletariaat als een rudiment van de militairistische geest. Domela Nieuwenhuis en de zijnen gingen voort anti-oorlogsgezindheid te wekken en in 1904 werd hier de l. A. M. V. gesticht, welke dus in 1914 een 10-jarig jubileum vierde, evenals de Internationale, die in dat jaar bij het gedonder der kanonnen der bourgeoisie, zijn 50- jarig bestaan gedacht, de internationale, die in dat jaar als een kaartenhuis ineenstortte. Als het proletariaat geen opvoeding in revolutionnairen geest heeft genoten is het op kritieke momenten tot niets in staat, dat is ook in 1914 bewezen. Dat kwam omdat de socialistische internationale haar afkomst had verloochend, de eerste socialisten van 1864 stonden wel degelijk op het standpunt der vaderlandloosheid, de arbeiders hadden maar één belang, de strijd tegen de uitbuiting. Maar allengs heeft de internationale haar scherpe kanten verloren, zij is wel een veel grootere beweging geworden, maar geestelijk leeg en dood, een groote massa, die het binnen het raam van het kapitalisme zoo goed mogelijk tracht te krijgen door loonstrijd en strijd voor werktijdverkorting, strijd die alle energie opslurpt en de groote lijnen van het socialisme uit het oog doet verliezen. En toch is er niets gebeurd in die 50 jaar dat verandering moest brengen in het standpunt der vaderlandloosheid, is de uitbuiting, eer geraffineerder geworden. Maar in de groote massa die uit de kerk in de soc.-democratische beweging trad bleef de kerkelijke ideologie doorwerken namelijk de idee dat zij eens verlost zouden worden, een idee welke een geest van fatalisme kweekt en de massa alle initiatief ontneemt om zich zelf te verlossen. Die godsdienstige geest nu hebben de soc.- leiders niet getracht uit te rukken, maar ze hebben ze gebruikt; in plaats van de zwarte priesters kwamen de roode, die de massa vertelden haar te zullen verlossen door parlement, gemeenteraad enz. Terwijl Marx, Engels en de andere eerste socialisten vijanden van de godsdienst waren, koketteeren de huidige leiders met de godsdienst en wordt de soc.-dem. een, soort R.-K. kerk. Het uitbreken van den oorlog deed Domela Nieuwenhuis recht, bourgeoisie en soc.-dem. sloten den godsvrede, maar de anarchisten zetten den strijd tegen het militairisme verbitterd voort. En waar zijn nu de resultaten van het verdedigen van het dierbare vaderland? Het volk is afgeslacht, en de bourgeoisie heeft haar winsten gemaakt, het vermogen der bourgeoisie is verdubbeld, de ellende der arbeiders eveneens. De soc.-dem. noemen de dienstweigeringsbeweging dilettantisme, terwijl dit toch per slot de eenige beweging is welke zich aan de beginselen der Internationale hield. Maar ook hier deed de geschiedenis recht, de zoon van een Schaper, die eens zeide de eerste te zullen zijn die met het geweer naar den grenzen zou snellen, zit nu gevangen wegens dienstweigering, de dienstweigeringsbeweging breekt in de soc.-dem. beweging door. De dienstweigering gaat uit van het standpunt dat de oorlog is het resultaat van het kapitalisme en dat er oorlog zal blijven zoolang dat kapitalisme er is. Derhalve is de strijd tegen 't militairisme er ook een tegen het kapitalisme. Deze dienstweigeringsbeweging is voor ons ook een cultuurbeweging, die grenzen wegvaagt en de mensch de omstandigheden overwinnen doet. Kunst, wetenschap, het dagelijksch leven, alles is tegenwoordig geïnternationaliseerd en ook onze beweging staat op dien internationalen bodem, waarvan het niemand gelukken zal haar weg te dringen. De geest van 't internationalisme moet groeien opdat als de oorlog uitbreekt, door individueele en collectieve dienstweigering, door sabotage en dergelijke middelen de oorlog verhinderd worde en de sociale revolutie kome. Dat men het volk tot zelfwerkzaamheid kan opvoeden blijkt uit de spontane strijd in 1924 hier in het noorden in de veenstreken. En hoe onjuist het is om de idee te propageeren van de werkstaking op bevel leert diezelfde staking, want de staat van beleg maakte immers alle contact onmogelijk en daardoor ook het optreden der leiders. In de praktijk is de werkstaking alleen mogelijk als ieder arbeider stuk voor stuk weet wat (tekst onleesbaar lgj) er op het kritieke oogenblik zelf handelt en niet wacht op een bevel. Die geest moeten wij weten te wekken, niet op de massa en haar scholing valle de nadruk voor onze propaganda, maar op de persoonlijkheid. Strooien we dit zaad dan zal het ontkiemen op vruchtbaren bodem en een beweging ontketenen, niet zoo futloos als de huidige. Met een woord van dank aan den spr. sloot de voorz. de vergadering. Sneeker Nieuwsblad 11 november 1925.
09-11 IJlst/verg anti-militaristen Ons standpunt inzake ontwapening
Maandag 9 Nov. sprak Jo de Haas te IJlst. Ook hier matig bezoek, doch de plaatselijke omstandigheden in aanmerking genomen, mochten wij tevreden zijn. Jo behandelde hetzelfde onderwerp; echter in eenvoudiger bewoordingen, daar hij z'n publiek scheen te kennen.Beide vergaderingen brachten geen debat; en eenige brochurenverkoop. Achteraf gezien, mag de afd. Sneek tevreden zijn over het succes dezer vergaderingen. Er werd met groote aandacht naar het gesprokene geluisterd, en ongetwijfeld zullen velen tot nadenken zijn gebracht. Kameraden, laat deze inzet van de winterpropaganda uw werklust hebben opgewekt, toont dat ge uw taak hebt begrepen en werkt aan de verbreiding onzer beginselen! De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, 1925, no. 47,21-11-1925.
11-11 Bolsward Anti-militarisme
Woensdagavond was er nóg eene openbare vergadering en wel op de bovenzaal van ’t café ,,Voorwaarts”. Deze samenkomst was belegd door de Anti-Militairistische Propagandaclub hier ter stede. De vergadering werd gepresideerd door de heer D. Bangma, die haar met een kort woord opende en vervolgens de heer Jo de Haas, van Amsterdam, de gelegenheid gaf tot het uitspreken zijner rede. Spreker ontwikkelde zijne zienswijze over den oorlog: hij is een voortbrengsel van het heedendaagsche kapitalistische stelsel. De kapitalisten toch lenen hun geld aan den Staat, en deze zorgt er op zijn beurt weer voor, dat die sommen met interest worden teruggeschonken, namelijk door de productieve voortbrengselen van de arbeidersklasse. Wie regeert, maakt ten slotte niets uit – allen hebben ze noodig: oorlogstoerusting, in elken vorm. Daarom naar een samenleving, waar geen parlement heerscht maar de productie komt aan de gemeenschap! In deze maatschappij met z’n oorlogen kan het mensch-zijn niet tot uiting komen. De vergadering was tamelijk bezocht. Van de gelegenheid tot debat werd geen gebruik gemaakt. Bolswards Nieuwsblad 14 november 1925.
11-11 Witmarsum Anti-militarisme Anti. -Militairistische vereeniging te Bolsward
Heden had een openbare vergadering plaats, geleid door het bestuur der Anti-Militairistische vereeniging te Bolsward, in het logement van den heer H. Bruinsma. Als spreker trad op de heer Jo. de Haas, Van Amsterdam met het onderwerp: „Anti-Militairisme". Een 60-tal menschen waren aanwezig, die met de grootste aandacht luisterden naar den spreker, die zijn onderwerp flink onder de knie had en het op een eenvoudige en zeer begrijpelijke wijze behandelde. Zeer duidelijk betoogde hij, dat militarisme en kapitalisme één zijn en zoo lang dit zoo blijft, zullen er altijd botsingen blijven bestaan. Om dit te bestrijden wekte spr., op zich aan te sluiten bij de Anti-Militairistische vereeniging. Debat had niet plaats, vragen werden niet gesteld en tot slot bracht de voorzitter den spreker dank voor zijn vlotte inleiding. De heer De Haas was zonder tusschenpoos een paar uur aan het woord geweest. Franeker courant 13-11-1925.
Heden had eene openbare vergadering plaats onder leiding van het bestuur der Anti-Militairistische vereeniging te Bolsward, in het logement van den heer H. Bruinsma. Als spreker trad op de heer Jo de Haas van Amsterdam, met het onderwerp Anti-Militairisme. Een pl.m. 60 menschen waren aanwezig, die met de grootste aandacht luisterden naar den spreker die het onderwerp volkomen meester was en dit op een zeer eenvoudige en begrijpelijke wijze naar voren bracht. Zeer duidelijk kwam aan het licht, door tal van voorbeelden naar v
een
oren te brengen, dat Militairisme en Kapitalisme éen zijn en zoo lang dit zoo blijft, zullen er altijd botsingen blijven bestaan en om dit te bestrijden wekte spreker op zich aan te sluiten, bij den Anti-Militairistischen Bond. Vragen werden niet gesteld. De voorzitter bracht den spreker, die onafgebroken zonder tusschen-poos een paar uur aan het woord was geweest zonder iets voor zich te hebben, dank voor zijne lezing. Bolswards Nieuwsblad 14 november 1925.
12-11 Makkum Anti-Militairisme of Ontwapening Op dezelfde avond (= donderdagavond, lgj) sprak de Heer Jo de Haas van Amsterdam in hotel de Zwaan over ,,Anti-Militairisme of Ontwapening”. Het publiek was niet talrijk en er was geen debat. Bolswards Nieuwsblad 14 november 1925.
14-11 Foxham/Vrije Groep Herdenking van de martelaren van Chicago
Een goede vergadering. De Vrije Soc. Groep te dezer plaatse had op Zaterdag 14 November een herdenkingsvergadering uitgeschreven, waar Jo de Haas sprak over „De martelaren van Chicago". Het eerste gedeelte van de zeer mooie, en vooral duidelijke redevoering, hield in een uitvoerige uiteenzetting van het verloop van het bekende proces in 1886. Na een korte pauze belichtte De Haas de economische achtergrond van dezen gerechtelijken moord op het achttal Chicagoër anarchisten en verzuimde daarbij vooral niet, er op te wijzen, dat het voeren van een zuiveren anarchistischen strijd voor de arbeiders dringende noodzaak is, willen zij aan hun slavenleven ('t welk, zooals De Haas op pakkende wijze aantoonde, in sommige opzichten nog minder is dan 't levenslot van de varkens der boeren) radicaal een einde maken. Aan 't slot van de gloedvolle rede werd nog even in scherpe bewoordingen het „socialisme" van de moderne vakorganisaties aan de kaak gesteld en gewaarschuwd voor hun arbeiders-vijandigen, reformistischen strijd.De opkomst van 't publiek was vrij goed te noemen en alzoo mag deze bijeenkomst geslaagd heeten. Over De Haas z'n eerste optreden alhier was men algemeen zeer tevreden en 't plan bestaat dan ook, om in samenwerking met de kameraden uit de omliggende plaatsen, hier in de buurt mettertijd een reeks vergaderingen te organiseeren. Waarover men natuurlijk te zijner tijd voldoende wordt ingelicht. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, no. 47, 21-11-1925.
16-11 Rotterdam Het schrikbewind in Europa (Jo en Constandse) (De vrije socialist 14-11-1925) 22-11 Wormerveer De psycho-techniek
WORMERVEER. Belangrijke cursusvergadering over het onderwerp: „de psycho-techniek", te behandelen door Jo de Haas, op Zondag 22 Nov. a.s., des morgens 10 uur, in het Tempelierenhuis. Als arbeiders zijn wij zeer geïnteresseerd bij de systemen en stelsels, welke onze heerschers uitdenken om de grootst mogelijke productie te verkrijgen in den kortst mogelijken tijd. Reeds ondervinden we overal de invloeden van het taylorstelsel, hetwelk beoogt: verbetering der techniek en verhooging der arbeidsprestatie. De proefnemingen, toegepast op machines en gereedschappen, worden thans aangevuld door de experimenteele psychologie van Münsterberg, wat beoogt de bekwaamheden van ieder arbeider vast te stellen, zoodat voortaan de arbeiders wetenschappelijk-zielkundig kunnen worden uitgebuit. Nadere en betere uiteenzetting geeft Zondag 22 Nov. a.s. kameraad de Haas, waarom wij dan ook met klem aandringen, dezen belangrijken cursus te bezoeken
De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, no. 46, 14-11-1925
29-11 Delft Vrijdenken, vrij doen
Dageraad (De vrije socialist 31-10-1925
. 29-11 Rotterdam De arbeidersbeweging in gevaar in Dageraad verband met de regeeringscrisis
(De vrije socialist 28-11-1925)
10-12 Leeuwarden Het geopende graf
afd. I.A.M.V.
I. A.M. V. Dc afdeeling ,,Leeuwarden" van de I. A. M V had gisteravond in café „Tivoli" aan de Huizumerlaan een openbare vergadering, die goed bezocht was. Als spreker trad op de heer Jo de Haas, uit Amsterdam, die tot onderwerp had gekozen ,,Het geopende graf”. De tijd van nu, aldus spreker verschilt al heel weinig met dien van 1914. Wel wordt er overal geschreven en gesproken over vrede, worden overeenkomsten en traktaten geteekend; wel heeft men den Volkerenbond opgericht, maar wanneer de kapitalisten het straks willen, wanneer er voordeelen te behalen zijn uit petroleum, erts en steenkool, dan worden al die geschreven overeenkomsten als waardelooze stukjes papier verscheurd evenals vóór de grooten wereldoorlog. Men ziet dit aan Spanje en Frankrijk en Marokko. We zitten op een vulkaan, die elk oogenblik tot uitbarsting kan komen. Wij, revolutionnairen, anti-militairen strijden daartegen met al de kracht, die in ons is. Vroeger werden onze pioniers bespot, doch thans neemt de anti-militaristische gedachte steeds toe. Ieder moet meewerken, dat die gedachte veld wint in huisgezin, fabriek en werkplaats, opdat eenmaal de tijd zal aanbreken, dat het internationale proletariaat de wereld zal dwingen, geen oorlog meer te voeren. Van de gelegenheid tot debat werd geen gebruik gemaakt. Na de pauze werden de oorlogslichtbeelden vertoond. Leeuwarder courant 11-12-1925.
11-12 Roordahuizum Idem
12-12 Warga Idem
't Zijn anarchisten en dus.... Zaterdagavond... alles is rustig in het dorp Warga. In het schemerdonker laat echter de dorpsomroeper z'n stem hooren en verkondigt met luide stem: „Hedenavond spreekt Jo de Haas uit Amsterdam in de consistoriekamer." Dit was de laatste bekendmaking voor de vergadering. En zie, een dertig personen kwamen op de plaats van samenkomst. Jo spreekt op verzoek van éénige V. J. V.ers. 't Onderwerp: „Het geopende graf." Daarna zouden dan lichtbeelden worden vertoond. Nadat de vergadering is geopend, spreekt Jo. Pittig en scherp, ieder begrijpt hem en als hij dan ook zegt— „en als de toestand van 1914 zich ook moge herhalen, wij anti-militairisten doen niet mee ", is het stil Jo gaat voort, men begrijpt hem en als hij eindigt, ontvangt hij een dankbaar applaus. Een S. D.A. P.er stelt nog een paar vragen, meent dat Prof. Van Embden een ontwapenaar is en spreekt over 't werk der I. V. V., Labour-partij enz. Dan begint Jo te antwoorden, bijna is hij hiermee klaar — daar gaat de deur open… één gemeenteveldwachter, één rijksveldwachter, nog een dito en tot slot nog een gemeente-veldwachter, samen 4 gewapende mannen. Dan plots de hoogste in rang: „De Haas mogen wij u even spreken ?" „O ja, waarom niet, wat is 't ?" „Heeft u permissie van den Burgemeester om hier te spreken ?" Gelukkig dat Jo een stoel voor zich had staan, anders ware hij omgevallen.... hij rilde zichtbaar „Neen, maar daar heb ik niets mee te maken, ik word uitgenoodigd en verder niets." Dan richt de man zich tot een V.J. V.er en begint deze te vragen. Deze is echter zoo van de wijs geraakt door 't aanschouwen van al die blinkende knoopen, dat hij niets kan zeggen. Dan zegt Jo dat men voor zoo'n vergadering geen vergunning van den Burg. behoeft. „Niet?" En dan komt het. Een boekje wordt uit den zak gehaald en volgens art. 11, hoe kan het ook anders, van de gemeenteverordening, moet men vergunning van den burgemeester hebben en anders mag men geen vergadering van dezen aard beleggen . . . enz. enz. Dan Jo: „maar dat is in strijd met de grondwet, deze verordening is krankzinnig". De oogen der agenten tintelen; zou het nu komen? Maar och, een der aanwezigen, raadslid der gemeente en president-kerkvoogd, begint te spreken. Hij kan zich niet begrijpen, waarom er 4 agenten voor noodig zijn, om dit bevel ten uitvoer te brengen. „Nog nooit heb ik een rede gehoord, welke op zoo'n hoog peil stond en ik spreek er dan ook mijn afkeuring over uit, dat zooiets, wat u van plan is, plaats vindt." Dit wordt met applaus onderstreept. Dan de politie-man weer…„en ik gelast alle aanwezigen in naam van den burgemeester van Idaarderadeel en in naam van den officier van justitie, dit gebouw terstond te verlaten. Jo belooft zoo spoedig mogelijk terug te komen, om deze onderbroken vergadering voort te zetten. Dat vindt bijval, allen verlaten nu het gebouw. Er zijn nog geen sabels gebruikt, o wat jammer, maar wacht, owéé, daar komt een stukje potlood en een boekje en daar gaat ie; „hoe is uw . . ." nou de rest weten de meesten zoo zachtjes aan wel. Als het Jo z'n beurt is en er wordt naar z'n beroep gevraagd, dan zegt hij: „ja dat is een rare zaak." „Je lijkt wel reiziger", merkt één op en o jé, daar staat het, beroep: reiziger en dat, omdat hij de onvertoonde tooverlantaarn bij zich droeg. Het doek zakt langzaam neder. Anne.
(Het voorbeeld, door den burgemeester van Idaarderadeel gegeven, vindt intusschen reeds navolging. Dinsdagavond zou Jo de Haas spreken in „Ons Huis" te Zwaagwesteinde. De burgemeester van Dantumadeel weigerde echter toestemming voor deze vergadering te geven en verbood den zaalhouder zijn lokaal langer dan het gewone sluitingsuur (10 uur) open te houden. Waar blijft op zoo'n manier het grondwettelijke recht van vrijheid van vergaderen? Is hier misschien van „hoogerhand" 'n wenk gegeven, de anarchistische propaganda onmogelijk te maken? Afgezien van het feit, dat dit laatste tóch niet lukken zal, is 't dringend noodzakelijk dat tegen het despotisch optreden van bedoelde burgemeesters met kracht wordt geageerd, aan welke agitatie allen, die gruwen van despotisme en willekeur, dienen mee te doen De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 35, no. 51, 19-12-1925.
Een verstoorde vergadering.
Zaterdagavond sprak, zoo wordt aan de L. C. bericht, Jo de Haas, uit Amsterdam, voor een 40-tal toehoorders in de consistoriekamer te Warga, eigen aan de Ned. Hervormde kerk aldaar. Als onderwerp had spreker gekozen: ,,Het geopende Graf''. Toen de Haas zijn rede had geëindigd, werden hem eenige vragen gesteld, en terwijl hij bezig was deze te beantwoorden, traden plotseling een viertal politie-agenten binnen, die vroegen, De Haas te spreken, waartegen hij geen bezwaar had. De politie verbood hem daarop, voort te gaan, op rond van artikel 11 van de gemeenteverordening. Er was namelijk geen vergunning, voor de vergadering aangevraagd, wat volgens dat artikel wet moest geschieden. Het raadslid, de heer Talsma, presidentkerkvoogd, van wien de secretaris van het Vrije Jeugdverbond vergunning had verkregen voor het houden van deze vergadering sprak de aanwezigen nog toe, aangezien hij zich niet begrijpen kon, waarom er een viertal agenten noodig waren, om dit bevel ten uitvoer te brengen. Een van de politiemannen gelastte daarop in naam van den burgemeester van Idaarderadeel en in naam van den officier van justitie alle aanwezigen, het lokaal te verlaten. Onder groote verontwaardiging werd hieraan voldaan. Van de oorlogs-lichtbeelden, welke spreker tot verduidelijking zijner rede zou vertoonen, moest worden afgezien. De Haas stelde zich echter beschikbaar om in Januari terug te komen en dan deze onderbroken vergadering voort te zetten. Dit vond bij de aanwezigen grooten bijval. Sneeker Nieuwsblad 16 december 1925.
13-12 Marssum Idem (Leeuwarder nieuwsblad: goedkoop advertentieblad 09-12-1925) 15-12 Zwaagwesteinde Idem-ook verboden (Leeuwarder nieuwsblad 09-12-1925)
16-12 Menaldum Idem
MENALDUM, 16 Dec. Voor 'n zeer klein aantal toehoorders kwam de heer Jo de Haas vanwege de I.A.M.V. alhier op de zaal van „de Klok" een rede houden met het onderwerp „Het geopende graf". Na de rede werden eenige oorlogs-lichtbeelden vertoond. Voor het oprichten van een afdeeling van de I.A.M.V. bleek alhier vooralsnog geen behoefte te worden gevoeld. Leeuwarder nieuwsblad: goedkoop advertentieblad 17-12-1925.
MENALDUM, 16 Dec. De bekende spreker, de heer Jo de Haas, was naar hier overgekomen om op de zaal van „de Klok" een rede te houden over het onderwerp: „Het geopende graf." Voor een klein auditorium, slechts een 25 personen waren opgekomen, verdedigde spreker zijn stellingen. Na de rede werden eenige oorlogs-lichtbeelden op doek vertoond. De rede, zoowel als de lichtbeelden werden met aandacht gevolgd. Van de poging om alhier een afdeeling van afdeeling van de I.A.M.V. op te richten, is niet gekomen.Franeker courant 18-12-1925.
16-12 Stiens Idem (Leeuwarder nieuwsblad 09-12-1925)
17-12 Bergum Idem (Leeuwarder nieuwsblad 09-12-1925)
23-12 Beets Idem (De vrije socialist 06-01-1926)
24-12 Tijnje Idem (De vrije socialist 06-01-1926)
Onze propaganda in Friesland.
J. B. schrijft ons: Onder buitengewoon moeilijke omstandigheden zet Jo de Haas zijn tournee hier door over „Het Geopende graf', met de bekende lichtbeelden van Ernst Fr. Sneeuw en ijs maken het reizen naar de dorpen erg moeilijk. Jo is al met fiets en al in een sloot terecht gekomen op het ijs. Enkele jonge kameraden èn ook ouderen treden flink op, eerst voor publicatie zorgende en dan er op af. En de kentering is gekomen. Voor het meerendeel zijn het flinke vergaderingen, waar Jo het oude nieuws op zijn bekende wijze vertelt. Tegelijk hiermede is echter ook de houding der autoriteiten veranderd. In Warga maakten 'n 4-tal tot aan de tanden gewapende kerels een eind aan de vergadering. De lichtbeelden, mochten niet vertoond worden. En ook in Zwaagwesteinde zijn de lichtbeelden verboden. Zoo ziet men dat het ware anti-militairisme nog altijd op dezelfde wijze de handhavers van het gezag aangrijpt.De vrije socialist 23-12-1925.
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1926
1926 03-01 Blaricum t
04-01 Hilversum I o
05-01 Bussum A u
06-01 Weesp M r (De arbeider 26-12-1925)
07-01 Horstermeer V n
08-01 Amersfoort e
11-01 Soest e
Lichtbeelden. Soest, Maandag werd in Hotel ,,De Gouden Ploeg" door een anti.- Militairistischen Bond een lichtbeeldenavond gegeven. De lichtbeelden waren naar foto's op het slagveld genomen. Sommigen waren wel wat absurd. De vertoonde beelden werden verduidelijkt door den bekenden spreker Jo de Haas. Er was veel belangstelling. Aan het slot van den avond werden eenige vragen gesteld en naar genoegen beantwoord. De entree was naar verkiezing.Utrechtsche courant 13-01-1926
UIT ONZE BEWEGING UIT GOOI- EN EEMLAND. — ’t Tournée Jo de Haas door de afdeelingen van de I.A.M.V. in Gooi- en Eemland gehouden is uitstekend geslaagd. Een manifest is in een oplaag van 16.000 exemplaren verspreid in Weesp, Bussum, Blaricum, Hilversum, Horstermeer, Soest en Amersfoort. Het bezoek was in alle plaatsen goed, behalve in Weesp, daar is nog veel voor ons te doen. We hopen dat dit tournee door meerdere gevolgd zal worden.De wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland, jrg 22, no. 2, 01-02-1926.
Gooi- en Eemland. Het tournée met Jo de Haas (- eerder dan 23 jan. lgj) is uitstekend geslaagd. In 't begin eenige strubbeling, omdat de plaatjes van de I. T. T. O. niet op tijd waren. Hierdoor bleven Blaricum en Hilversum van lichtbeelden verstoken. In Blaricum zijn ze echter de week daarop toch vertoond, 't Bezoek was overal best, behalve In Weesp, daar is voor ons nog veel te doen. We hopen spoedig weer op deze manier samen te werken. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, no. 4, 23-01-1926.
Door de gezamenlijke afdeelingen in het Gooi is een reeks vergaderingen gehouden. Jo de Haas trad op als spreker met de bekende anti-militaristische lichtbeelden. Te Blaricum waren den eersten keer de lichtbeelden niet aanwezig, doch hadden we 2 maal 'n volle zaal. Ook Amersfoort slaagde schitterend, evenals Bussum. Te Hilversum waren de lichtbeelden weer niet op tijd aanwezig, toch een mooie vergadering. Weesp was 'n mislukking; slechts 25 menschen! Voorwaar, een mooie propaganda! De vrije socialist 16-01-1926.
14-01 Amsterdam Protestverg. tegen vervolging niet- stemmers (De vrije socialist 13-01-1926)
15-01 Warga De roeping van de mensch is mensch te zijn (hervatting van 12- 12-1925) (Leeuwarder courant 13-01-1926)
18-01 Joure Hoe moeten de werklozen strijden (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 15- 01-192)6
31-01 Rotterdam Anti-militarisme en watersnood
Groep LMO (De vrije socialist 30-01-1926)
04-02 Amsterdam De vakbeweging als reactionaire factor in den bevrijdingsstrijd der arbeiders (De vrije socialist 03-02-1926) 10-02 Erica Het 25-jarig jubileum der koningin VJV en de ellende harer onderdanen
In het café Gez. Fokkema trad gisteravond Jo de Haas uit Amsterdam op met het onderwerp „Het 25-jarig jubileum der Koningin en de ellende harer onderdanen.” Na te zijn ingeleid door den voorzitter van het Vrije Jeugdverbond te Emmer-Compascuum, hield de heer De Haas een gloedvolle rede, welke hierop neerkwam, dat het Nederlandsche volk en voornamelijk de klasse der proletariërs absoluut geen reden tot feestvreugde had. De toestand van de arbeidersklasse, in Nederlands-Indië nog erger dan in Nederland, is in de moderne kapitalistische maatschappij een slaventoestand. En waar het kapitalisme, altijd volgens spreker, het Oranjehuis gebruikt als middel om het volk te regeeren, heeft dat volk volstrekt geen reden tot feestvieren. Het eenige mooie van den watersnood is, dat hij het Oranjefeest letterlijk in het water heeft doen vallen. Na een opwekking om ook in Erica een revolutionnaire centrale te vormen, besloot spr. zijn rede. Van de gelegenheid tot gedachtenwisseling werd geen gebruik gemaakt. Emmer courant 12-02-1926.
REDE JO DE HAAS (10 Febr.). — Gisteravond trad in het café Gez. Fokkema op de heer J. de Haas uit Amsterdam, met het onderwerp „Het 25-jarig jubileum der Koningin en de ellende harer onderdanen." De spreker werd ingeleid door den voorzitter van het Vrije Jeugdverbond te Emmer-Compascuum en hield daarna een gloedvolle rede, welke hierop neerkwam, dat het Nederlandsche volk en voornamelijk de klasse der proletariërs absoluut geen reden tot feestvreugde had. De toestand van de arbeidersklasse in Nederl.-Indië, nog erger dan in Nederland, is in de moderne kapitalistische maatschappij een slaventoestand. En waar het kapitalisme het Oranjehuis gebruikt als middel, om het volk te regeeren, heeft dat volk absoluut geen reden tot feestviering. Het eenige mooie van den watersnood is, zeide spr., dat hij het Oranjefeest letterlijk in het water heeft doen vallen. Na een opwekking om ook in Erica een revolutionaire centrale te vormen, eindigde spreker zijn rede. Van de gelegenheid voor debat werd geen gebruik gemaakt. Hierna sluitingProvinciale Drentsche en Asser courant12-02-1926.
Over de in deze omgeving gehouden openbare vergaderingen, met Constandse en Jo de Haas als sprekers, kunnen we tevreden zijn. Constandse behandelde hier: Anarchisme of sociaal-democratie. We hadden de kopstukken der S. D. A. P. tot debat uitgenoodigd, doch niemand verscheen. Te Erica sprak Jo de Haas over: Het jubileum der koningin en de ellende harer onderdanen. Hier (Nieuw Amsterdam) sprak hij over: Het N. V. V. en de werkloosheid. Bij deze gelegenheid kwam een evangelist in debat, die 't niet goed kon zetten dat Jo niet in 't bestaan van een god geloofde. Hij werd natuurlijk van antwoord gediend, terwijl Jo hem een openbaar debat aanbood. Te Emmen behandelde De Haas: Het N. V. V. en de revolutionaire strijd. Hier hadden we Portegies tot debat uitgenoodigd. P. kwam echter niet; wel plaatste hij een advertentie en een ingezonden stuk in de Emmer. Courant, dat hij niet zou debatteeren. Eigenaardig: de S. D. A. P.'ers hebben steeds den mond vol over: „Anarchistisch gedaas" enz., maar wanneer we hen de gelegenheid bieden, dat „anarchistisch gedaas" nu eens aan de kaak te stellen, blijven ze weg. Zooiets getuigt niet van sterkte. Intusschen: wij kunnen tevreden zijn over onze vergaderingen. Ook hier breidt zich het aantal revolutionaire strijdmakkers uit. De handen aan de ploeg, vrienden. Er is in deze omgeving nog ontzettend veel te doen, maar bij eendrachtig volhardend werken zullen we zeker vorderen in de richting van ons ideaal.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, no. 10,06-03--1926.
10-02 Nieuw Amsterdam Het N. V. V. en de werkloosheid Hier sprak hij over Het N. V. V. en de werkloosheid Bij deze gelegenheid kwam een evangelist in debat, die 't niet goed kon zetten dat Jo niet in 't bestaan van een god geloofde. Hij werd natuurlijk van antwoord gediend, terwijl Jo hem een openbaar debat aanbood. Te Emmen (11 febr. lgj) behandelde De Haas: Het N. V. V. en de revolutionaire strijd. Hier hadden we Portegies tot debat uitgenodigd. P. kwam echter niet; wel plaatste hij een advertentie en een ingezonden stuk in de Emmer Courant, dat hij niet zou debatteeren. Eigenaardig: de S. D. A. P.'ers hebben steeds den mond vol over: „Anarchistisch gedaas" enz., maar wanneer we hen de gelegenheid bieden, dat „anarchistisch gedaas" nu eens aan de kaak te stellen, blijven ze weg. Zooiets getuigt niet van sterkte. Intusschen: wij kunnen tevreden zijn over onze vergaderingen. Ook hier breidt zich het aantal revolutionaire strijdmakkers uit. De handen aan de ploeg, vrienden. Er is in deze omgeving nog ontzettend veel te doen, maar bij eendrachtig volhardend werken zullen we zeker vorderen in de richting van ons ideaal. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, 1926, no. 10, 06-03-1926 (zie ingezonden stuk van P.)
NIEUW-AMSTERDAM, 10 Febr. Hedenavond werd op initiatief van het Vrije Jeugd Verbond te Emmer-Compascuum een openbare vergadering gehouden, waarbij als spreker optrad de heer Jo de Haas te Amsterdam met als onderwerp: N. V. V. en werkloosheid. De voorzitter, de heer H. van Houten, te Emmer-Compascuum, leidde de vergadering. Spreker begon met te herinneren aan de massa-actie in het voorjaar van 1925, een actie die, vooral groot was in de diepte. Altijd hebben wij aangestuurd op de revolutionnaire bewustwording van de massa, in weerwil van alle verdachtmakingen van de S. D. A. P., welke partij met het N. V. V. altijd beweerde, dat de arbeiders zich niet moest organiseeren bij de anarchisten of het N- A. S. doch bij hun groote en machtige organisatie. Noch de S. D. A. P. noch het N.V.V. vermag iets te doen voor het proletariaat omdat deze bonden staan naast het Kapitaal. Duidelijk' is dit wederom gebleken in het voorjaar van 1925, toen men de arbeiders in den rug aanviel, „Het Volk” van April 1925 wees Jo de Haas (de spreker van dezen avond) als de verantwoordelijke persoon voor de actie, hiermede, aldus spreker, ontkennende de theorie, dat de eenling niets vermag. Spreker constateerde met vreugde, dat de strijd een succes is geweest en wel in dien zin, dat de revolutionnaire bewustwording voortgang heeft gemaakt. Spreker stond nu uitvoerig stil bij de vraag of de eischen in 1925 onredelijk waren en stelde tenslotte de vraag: kan de vakorganisatie eenigen invloed uitoefenen op loon en werkloosheid. Spreker constateerde, dat in de laatste halve eeuw, wat het eerste betreft, geen vooruitgang voor het proletariaat is te bespeuren. Noch de zwarte, noch de roode priesters hebben ons iets gebracht. Trouwens, de vakorganisaties, kunnen hun beloften niet nakomen omdat de hoeveelheid loon niet afhankelijk is van de meer of minder sterke organisatie, doch de hoeveelheid loon wordt bepaald naar de welvaart van de industrie. Als voorbeeld noemt spreker het veenbedrijf waar gedurende den oorlog zonder organisatie hooge loonen werden gegeven, terwijl trots een groeiende organisatie toen de oorlog was afgeloopen en de grenzen open kwamen, de loonen achteruit gingen. Ook de kortere werktijden houden geen verband met de vakorganisaties doch danken wij aan de machines. Spreker staat thans stil bij de werkloosheid en noemt dit een internationaal verschijnsel Ook hier vermogen de vakorganisaties niets tegen, omdat deze geen invloed hebben op de wereldmarkt, bankbedrijf en beurs. Slechts één middel tegen dit alles, aldus spreker, is de sociale revolutie. Spreker achtte het N. V. V. met de 187000 leden en de 7.500.000 in kas tot minder in staat dan spreker zelf. De heer Hoornstra, evangelist, maakte gebruik van de gelegenheid tot debat. Na wederwoord van den spreker, volgde sluiting. Emmer courant 12-02-1926.
18-02 Schoonoord Oorlog in China en Marokko
SCHOONOORD lezing JO DE-HAAS, (18 Febr.) — In het café Trip trad hedenavond voor een stampvolle zaal op, de heer Jo de Haas van Amsterdam met- het onderwerp: Oorlog in China en Marokko. Na een kort openingswoord, zette spr. uiteen dat deze oorlog beschouwd moet worden uit internationaal gezichtspunt. Het is niet goed stil te blijven staan bij kleine nationale gebeurtenissen. Deze oorlog kan ook voor de Hollandsche arbeiders van groote beteekenis zijn. omdat hij kan leiden tot een wereldoorlog. Spr. brengt in herinnering wat gebeurd is bij het uitbreken van den- grooten oorlog in 1914. De bourgeoisie was gereed voor den oorlog, de arbeidersklasse stond voor een geweldige uitbarsting. Ze kon direct haar houding niet bepalen, zooals het kapitalisme dat deed. De arbeiders hebben alle nadeelen van den oorlog gedragen- in de naïeve hoop en het geweldig groote verlangen, dat het na den oorlog beter zou worden. Maar het bestaan is er niet op verbeterd, aldus spr., ze hebben eens minimum — een lijdersbestaan. Ook nu weer hopen ze op betere tijden. De arbeiders kunnen blijven hopen, maar het betere komt nooit, tenminste niet op deze manier. Toen de oorlog eindigde, kwam men lot de ontdekking dat er nog grooter chaos was dan voorheen. Wij anarchisten hebben gewaarschuwd: Kameraden geloof niet aan hetere verhoudingen." De wereld is door den oorlog uit elkaar gerukt, 't Was dus wel kinderlijk te gelooven, dat er weer goede perioden zouden aanbreken. Na den oorlog ontstonden nieuwe staten. De nieuwe staten hadden nieuwe kapitalistische belangen. De Westersche mogendheden hadden gebruik gemaakt van tal van troepen uit de koloniën. Kleurlingen werden aangevoerd en daardoor is er iets ontstaan wat op dit oogenblik de wereld schokt. Er is een nieuwe geest ontstaan. Den kleurlingen was gezegd, dat ze na den oorlog zelfbeschikkingsrecht zouden krijgen, maar na het einde der oorlog kwamen de inboorlingen tot de ontdekking, dat van dit alles geen sprake was. De politiek van uitbuiting werd voortgezet, doch zij hebben uit den oorlog geleerd en gaan nu met wapens in de vuist het zelfbeschikkingsrecht veroveren. In Syrië is groote strijd omdat de Syriërs tegen- het Fransche gezag in opstand zijn gekomen. In Engeland ook. Die beweging om vrijheid' zien we sterk in Azië en China. Sinds Juni heerscht in China een geweldige strijd, een nationalistische, zooals wij die een paar eeuwen geleden tegen de Spaanschen hebben gevoerd. Daar wordt koloniale politiek gevoerd, dat is: uitbuiting en onderdrukking van de gekleurde bevolking. In Ned. Indië worden nog altijd de inlanders afgeranseld bij overtredingen. In China heeft men met vereende krachten gepoogd het kapitalisme uit te gooien en dit draagt onze volledige sympathie. We moeten deze politiek aan de kaak stellen. De Westersche mogendheden zijn echter niet van plan zich er zoo uit te laten zetten, 't Is een rijk land, vooral Mandsjoerije, dat rijk is aan natuurlijke schatten in den bodem (ertsen petroleum.) In de naaste toekomst zal het tenslotte een oorlog worden tusschen O. en W. In Marokko hetzelfde verschijnsel, 't Ts een kolonie van Spanje. Ook daar in den grond ertsen dus de lust tot rooven wordt bij alle staten opgewekt. Spanje overheerscht de kolonie al lang, maar nu voeren de inboorlingen in Marokko reeds 20 jaar oorlog tegen de overheersching. Sinds Juni heeft Frankrijk zich er naast geschaard. Frankrijk heeft ook m Marokko groote financieele belangen, want Engeland was aan den anderen kant in het spel, zij het dan ook in het geheim. De leider der opstandelingen is Abd El Krim. Engeland heelt hem gesteund met geld, wapens en munitie. Frankrijk en Spanje beoorlogen Marokko en als ze dit eventueel onderwerpen, dan krijgen we een Fransch-Spaansche militaire macht. Dan zouden ze de Middellandsche zee kunnen afsluiten en daarom wil Engeland in 't geheim er voor zorgen, dat dit niet mogelijk is, omdat het in 't belang van Engeland is, dat die zee open blijft. Engeland heelt zich verzekerd van de sympathie van Italië. Hij heeft deze gekocht en in klinkende munt betaald. Italië had een groote schuld aan Engeland te betalen en na conferenties der beide ministers werd er 3/4-deel geschrapt. Hier was natuurlijk een bijbedoeling bij. Men wil in Italië een geest ten gunste van Engeland scheppen. Wanneer er oorlog komt, wil Engeland verzekerd zijn van een militairen bondgenoot in de Middellandsche zee, om verbinding met zijn koloniën te kunnen behouden. In Spanje heerschen deerniswaardige toestanden, tengevolge van de zware lasten, die door den Marokkaanschen oorlog op het land rusten. Na den oorlog is een chaos, een onrustspanning ontstaan, omdat de geweldige kosten van den wereldoorlog verhaald moesten worden op de arbeidersklasse. Ze moeten zoo lang mogelijk werken voor lage loonen. Hierdoor is er een geest van verzet gekomen. In het Italië is het fascisme ontstaan, dat is niets anders dan een laatste poging van het kapitalisme om de proletarische klasse terug te drijven. Een beweging van het fascisme zien we ook in het centrum van Europa. De Hongaarsche valsche munters kwestie, was een fascistische zaak. De democratische arbeiders kunnen hier een les uit trekken. In Holland wou Treub een staatsgreep uitoefenen. Hij wou een Mussolini uitzoeken. De arbeiders hebben den strijd verkeerd aangepakt. De taktiek moet zich wijzigen. Elk geloof van den arbeider aan betere tijden zal geloof blijven. Ze 'zullen gedesillusioneerd worden en weer voor den oorlog komen te staan. Wij wenschen openlijk te verklaren, dat er voor hen niets te bereiken valt binnen het raam van het kapitalisme of ze moeten zich in revolutionairen zin wapenen tegen de kapitalisten. Wij kunnen ons de weelde niet veroorloven met iets in de handen tot hen te komen. Wij brengen aan de arbeiders strijdlust, strijdgeest en strijdwil. Ze moeten zich klaar maken om met onwettige middelen het doel te bereiken. Van 't begin tot het eind werd de spreker met groote belangstelling aangehoord. Daarna werden nog lichtbeelden vertoond van den oorlog en vervolgens van het antimilitarisme. Na nog een opwekking om bet gehoorde met ernst te overdenken, werd deze druk bezochte vergadering geslotenProvinciale Drentsche en Asser courant 20-02-1926
27-02 Foxham De watersnood en de werkloosheid (De arbeider 20-02-1926)
28-02 Sappemeer De valsche franc-zwendel en de
komende oorlog (De arbeider 20-02-1926)
05-03 Assen Het geopende graf
I.A.M.V.
Gisteravond trad in de Wilhelminazaal alhier voor de Asser Antimilitaristen als spreker op de heer Jo de Haas, met als onderwerp „Het geopende graf’. Spr. begon met er op te wijzen, dat het niet misplaatst is het licht eens te laten schijnen over de dagelijksche gebeurtenissen, daar de momenteele toestand van Europa nog veel gevaarlijker is dan vóór 1914. Toen leefde men in een tijd van oorlogsvoorbereiding en wist iedereen dat er oorlog zou komen, doch nu is het anders en wordt, terwijl men bezig is een nieuwen oorlog voor te bereiden, door de heerschende klasse de vrede gesuggereerd. Van vrede is echter nog geen sprake. Nog steeds wordt een economische oorlog gevoerd, daarbij het proletariaat de lijdende partij is. Ook in den Volkenbond zelve, heerscht geen vrede, zegt spr. daar heeft Duitschland's toetreding weer geharrewar uitgelokt, waarbij een internationaal gevecht wordt geleverd om de 4 permanente zetels. Uitvoerig ging de heer de Haas deze zaken na, om er voorts op te wijzen, dat de Volkenbond tegen de toekomstoorlogen niets vermag te doen, wat ook wel blijkt uit de nu gevoerde oorlogen in China, Syrië, Marokko en Mosoel. Na in vogelvlucht den Europeeschen- en buiten-Europeeschen toestand uiteen te hebben gezet, becritiseerde spr. de houding der Fransche Democratie in het parlement, bij de stemming over de oorlogsbegrooting, om voorts stil te staan bij het Italiaansche fascisme, dat zich overal in Europa tracht te vestigen. In Hongarije in de valsche munterszaak, zegt spr. niets anders dan 'n poging der bourgeoisie om 'n staatsgreep te financieren, terwijl ook in Nederl. de ontzetting van Ir. Damme uit zijn post door minister Bongaerts, een zuiver fascistische daad was. Spr. becritiseerde in verband hiermede de houding der Soc. Democraten bij de Ned. Regeeringscrisis, waarbij zij, volgens spreker, er voor bevreesd waren, dat het Parlement in miscrediet zou geraken, terwijl zij bij het voorstel Albarda door rechtsch in stilte uitgelachen zijn, omdat de S.D.A.P.'ers niets van het benoemen van den heer De Geer tot Kabinetsformateur, wien 24 uur voor de Kamerzitting de opdracht verstrekt was, afwisten, en rechts wel. Spr. besloot tenslotte met als zijn oordeel uit te spreken, dat een nieuwe oorlog zeker nog zal komen en dat de arbeiders hiertegen niets anders en beters kunnen doen dan er revolutionair tegen te ageeren. Na een kleine pauze werd een serie lichtbeelden geprojecteerd, waarbij de heer de Haas van toelichting diende. Kijkjes werden gegeven op de loopgraven, de slagvelden en van de verschrikkelijke gevolgen van den oorlog. De heer Frankot, die de vergadering had geleid, sloot haar daarna onder dankzegging.Provinciale Drentsche en Asser courant 06-03-1926.
07-03 Appelscha God en de watersnood
Zondagmiddag hadden we alhier een vergadering met Jo de Haas als spreker. Voor een stampvolle zaal werd door hem behandeld het onderwerp: „God en de watersnood." In een scherp betoog toonde spreker aan, dat niet de watersnood een gevolg was van een natuurramp, zooals de pers dit deed voorkomen, maar de oorzaak gezocht moest worden in het kapitalisme. Want waren de dijken tijdig zoodanig verzwaard dat ze bestand waren geweest tegen het hooge water, er zou van geen watersnood sprake geweest zijn. Aan gebrek aan arbeidskrachten kon het evenmin geweten worden, maar de regeering had natuurlijk daarvoor geen geld beschikbaar, het wordt door haar liever besteed voor het militarisme. De dwaasheid van de bewering dat god's straffende hand bij deze rampen merkbaar was, werd door spreker op heldere wijze gedemonstreerd. Joh. (De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, 1926, no. 11, 13-03-1926)
20-03 Terwispel Grafrede voor A. v.d. Berg
TERWISPEL. Wederom heeft één der voortrekkers uit de oude beweging het slagveld verlaten. Onze geestverwant A. v. d. Berg heeft ons verlaten, na zeker 30 jaren lang getrouw te hebben gestreden voor de anarchistische beweging. Zaterdag 20 Maart had te Terwispel de teraardebestelling plaats. Jo de Haas voerde op het graf het woord, en schetste hoe ook door dezen voortrekker de arbeid der jongeren mogelijk was geworden, waardoor wij veel reden tot dankbaarheid jegens hem hebben. Jo deed uitkomen dat dit voor ons een scheiding voor eeuwig was. Toch ligt er ook voor den vrijdenker een troost. Vielen in den oorlog millioenen dooden, voor niets, voor een waan, deze doode mest niet vergeefsch de aarde. Zijn dood is vruchtbaar. Want nieuw leven is er uit opgebloeid. En, zoo zeide Jo, wanneer dit afscheid nemen plaats vindt onder de stralen der komende lentezon, dan is dat het symbool der heerlijke harmonie die ook in de natuur is te vinden. Leven en sterven, in wezen één! Met een herinnering aan Ferrer's woord: „wij mogen om de dooden den levenden niet vergeten" wekte Jo op, in v. d. Berg's geest ons thans weer te werpen in den grooten bruisenden strijd voor onze idealen die ook de zijne waren.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, no. 13, 27-03-1926.
21-03 Ureterp Waarom oorlog aan den oorlog (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 19- 03-1926)
23-03 Boelenslaan Anti-militaristische redeBOELENSLAAN. Dinsdag j,l. sprak, op uitnoodiging van enkele personen, de anarchist Jo de Haas alhier. Zijn anti-militairistische rede werd met aandacht gevolgd. De heeren B. Dalstra en D. Pultrum wenschten met de spreker van gedachten te wisselen. Daar echter ook nog lichtbeelden op het doek moesten worden vertoond en de tijd tekort was om dan de debaters van antwoord te dienen, besloot men, een volgenden avond aan het debat te wijden.Dragtster courant 26-03-1926.
24-03 Groningen God is dood
Dageraad
Openbare vergadering. Voor een tamelijk bezette zaal met menschen behandelde Woensdagavond Jo de Haas het onderwerp: „God is dood". In een uitvoerig, niet van humor ontbloot, betoog zette spr. uiteen, hoe het godsbegrip het werkelijke geluk der menschheid in den weg staat en dat slechts op de graven der goden mooier en beter leven kan opbloeien. Van de gelegenheid tot debat werd geen gebruik gemaakt. De arbeider socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, 1926, no. 13, 27-03-1926.
Bestaat God wèl? Klaarblijkelijk naar aanleiding va' de openbare vergadering vanwege „De Dageraad" vorige week Woensdagavond gehouden met Jo de Haas als spreker met het onderwerp: „God is dood", verscheen eenige dagen daarna een advertentie in het Gron. Dagblad, waarin A. J. van Beurden zich richt tot de leden van „De Dageraad" en Jo de Haas, met de volgende vraag: „Waarschijnlijk kent u
niet het boek, getiteld: „Apologie van het Christendom" met tien bewijzen voor het bestaan van God, bewerkt door Dr. van Oppenraat S. J., 5e druk, uitgegeven bij Malmberg te 's Hertogenbosch en Antwerpen. Wil uw vereeniging deze tien bewijzen soms dezer dagen laten
weerleggen?" Eveneens per advertentie in genoemd blad, antwoordt „De Dageraad" hierop het volgende: „Het boek getiteld „Apologie van het Christendom" met tien bewijzen voor het bestaan van God, is ons bekend. Daarover heeft o.m. een kritiek in „De Vrijdenker" gestaan. Zeer gaarne zal onze vereeniging over genoemde bewijzen dan ook een debatvergadering aangaan, wanneer u voor een verdediger zorgt".
Afwachten dus, of uit een en ander een debatvergadering omtrent het al- of niet-bestaan van een God, voortvloeit.
De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, 1926, no. 14, 03-04-1926.
27-03 Scherpenzeel (Frl.) Geen titel
(Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant
23-03-1926)
29-03 Amsterdam Tegen de terreur in Bulgarije A.R.C. (met Giessen en Schuurman)
UIT AMSTERDAM.
De massa-moord in Bulgarije. Het Amsterdamsch Revolutionair Comité, waarbij verschillende organisaties aangesloten zijn, had Maandagavond in „Handwerkers Vriendenkring" een openbare vergadering belegd, om te protesteeren tegen de gruwelijke vervolging en moordpartijen, welke in Bulgarije georganiseerd worden tegen het ontwakend revolutionair proletariaat. Als sprekers traden op: Jos. Giesen, Herman Schuurman en J. de Haas. Bij de opening sprak de voorzitter zijn leedwezen er over uit, dat zoo weinig arbeiders en arbeidersvrouwen in Amsterdam gehoor hadden gegeven aan den oproep voor deze belangrijke vergadering. Een dienstweigeraar, welke pas uit de gevangenis was ontslagen en ook in de vergadering aanwezig was, werd door hem verwelkomd. Spreker hoopte, dat deze kameraad gestaald, in plaats van ontmoedigd uit de gevangenis is teruggekeerd en opnieuw met kracht zich werpen zal op de propaganda tegen het militairisme. Daarna was het woord aan Jos. Giesen, die de gebeurtenissen der laatste jaren in Bulgarije de revue liet passeeren. (…). Herman Schuurman, aan het woord komende, zegt, dat de aanslag op de kathedraal te Sofia, waarbij 200 menschen gedood zijn, heel wat opschudding teweeg bracht in de groote pers. Over dien aanslag spraken de persridders algemeen hun groote afkeuring uit. Dat noemde men een schandelijke daad. Maar over de moordaanslagen die worden ondernomen door de regeeringen op het proletariaat, wordt geen woord van afkeuring geuit. En deze moordaanslagen op het volk, vóór den aanslag op de kathedraal, zijn vele (…)
.J. de Haas, als laatste spreker, besprak het optreden der bourgeoisie in het algemeen. Niet alleen in Bulgarije heerscht de terreur, in alle landen waar de proletarische klasse in verzet komt tegen uitbuiting en onderdrukking wordt deze op ruwe wijze neergeknuppeld, aldus spreker. Een kameraad uit Bulgarije schreef eens: „Een revolutionair alhier is een terdood veroordeelde met grootverlof”. 't Is hier eigenlijk niets beter, zegt spr. De bourgeoisie is hier nog niet in gevaar, maar was dat wèl zoo, dan werd tegen de arbeiders in dit land niet anders opgetreden dan in Bulgarije plaats vond. Dat zien wij reeds aan het optreden van de Nederlandsche bourgeoisie in Indië, Ook daar worden de koelie's door rottanslagen doodgemarteld. En in ons eigen land? In 1925 kwamen in het Noorden van ons land uitgeknepen en beroofde arbeiders in verzet tegen verschrikkelijke uitbuiting. Hoe trad de overheid tegen die arbeiders op? Schandelijk. Waar nog geen verzet is onder de arbeiders, beroept de bourgeoisie zich op de democratie. Maar komt er verzet, dan treedt in de plaats van de democratie het ruwe geweld. Als de bourgeoisie het noodig oordeelt en het kapitalisme komt in gevaar, gebeurt hier hetzelfde als in Bulgarije. Met al de ten dienste staande middelen willen de overheden de opkomende arbeidersbeweging vernietigen. Toch zal dat nooit gelukken. Men heeft het in de historie voortdurend gezien. Ondanks alle onderdrukking en fascistische maatregelen, laaide het verzet steeds weer op. Onze taak is, om de arbeiders voor het verzet tegen de onderdrukkers in het algemeen te doen ontwaken. Want dát, aldus spreker, is het eerst noodzakelijke. De revolutionaire geest van het volk is zwak. De massa is versuft en doet geen enkele poging zich omhoog te werken. De massa, die dagelijks wordt onderdrukt en getrapt, blijft voortkruipen in slaafschheid in het stof der ellende. Is het geen schande dat de revolutionaire arbeiders van Amsterdam in deze vergadering ontbreken? Het is goed, aldus de Haas, dat de kameraden, die in Bulgarije in de kerkers versmachten, Handwerkers Vriendenkring niet zien kunnen.....Indien zij deze vergadering overzien konden, zouden nog meer lijden door dezen aanblik dan door de folteringen, ondergaan van de zijde hun beulen. Spreker spoorde de aanwezigen ten slotte aan, het gesprokene verder te dragen, opdat er wat meer geestdrift komt voor den revolutionairen strijd van het proletariaat. Besloten werd nog een protest te zenden aan den Amerikaanschen gezant te Den Haag inzake de terdoodveroordeling van Sacco en Vanzetti. Daarna werd de vergadering gesloten.
* * *Ik ben in dit verslag wat uitvoerig geweest, omdat het mij voorkomt, dat het van groot belang is de feiten omtrent Bulgarije zoover als het kan wereldkundig te doen worden. L. Sr. De vrije socialist 03-04-1926.
11-04 Enschede Revolutie en dienstweigering Congres Dienstweigering
Hierna trad als spreker op de heer Jo de Haas uit Amsterdam met het onderwerp: „Revolutie en Dienstweigering”.
Spreker merkte allereerst op, dat de oorlog een noodzakelijk gevolg is van de kapitalistische productie, Wanneer men op de geschiedenis van het menschdom terugziet, kan men opmerken, dat oorlogen stelselmatig voorkomen en elkaar steeds sneller opvolgen, Op het oogenblik kan men echter wel spreken van een steeds voortdurenden oorlog. Vervolgens weidde spr. in den breede uit over het verband tusschen dienstweigering en revolutie. Dienstweigering voert naar revolutie, Dienstweigering is een resultaat van menschelijke ontwikkeling. Er komen steeds meer menschen tot overtuiging dat deze maatschappij zoo niet langer kan blijven bestaan,Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant12-04-1926
Het woord werd nu gevoerd door den heer Jo de Haas, die besprak „Revolutie en Dienstweigering". Hij bezag het militairisme uit anarchistischen gezichtshoek. Men begrijpt in de kringen van de bezittende klasse wel, aldus spr., dat anti-militairisme in uiterste consequentie tot revolutie moet leiden, en men is daarvoor maar al te zeer bevreesd. Doch spreker deelt die vrees niet. Inderdaad, in wezen is de strijd tegen het militairisme het verlangen naar vrijheid, het verlangen van de individu naar het zelfbeschikkingsrecht over zijn lichaam en ziel. Maar die vrijheid zal men in deze bestaande maatschappij met haar onjuiste verhoudingen niet erlangen. Vandaar dat het wenschelijk is, te streven naar omwenteling. Het gaat echter om zedelijke waarden, en een beweging, die een redelijken, zedelijken achtergrond heeft, kan niet worden tegengehouden. In waarheid is het antimilitairisme dan ook niet alleen een negatieve beweging, juist daarvoor heeft men angst. Men weet maar al te goed, dat de resultante van dienstweigering de ontbinding van den Staat inhoudt. Dat is echter juist wat de anarchisten wenschen. Voor hen is de dienstweigering niet doel, maar middel om de kapitalistische staat van thans in een socialistische gemeenschap te doen verkeeren.Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant12-04-1926.
Jo de Haas van Amsterdam begon met te zeggen, dat georganiseerd geweld, legers, staat en maatschappelijke verhoudingen niet van elkaar te scheiden zijn, doch in sommige tijdperken zien we enkele van die factoren, welke gezamenlijk de bestaande „orde" van zaken daarstellen, de staat o.a. met. meer brutale middelen op den voorgrond treden, om de diefstal en de berooving ten bate van de bezittende klasse te handhaven, dan in andere tijdsomstandigheden het geval is. Spr.'s meening was dan ook, dat de dienstweigering, konsekwent doorgevoerd, niet alleen de vernietiging van den staat beteekent, maar tevens 't begin van de revolutie in zich sluit. Immers, de mensch die zich onttrekt aan het gewelds-apparaat, de staat, levert daarmede tevens het bewijs dat de geest tot op zekere hoogte boven de stof uitgaat, en zoodoende er toe komen kan om de klasse-samenleving van heden te vervormen tot een socialistische maatschappij van vrijen en gelijken.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, 1926, no. 16, 17-04-1926.
Jo de Haas Amsterdam, het onderwerp: „Revolutie en Dienstweigering" behandelende, zegt dat het militairisme een uitwas is van het\ kapitalisme, daartegenover moeten wij de algemeene werkstaking propageeren. Alle wetten over dienstweigering kunnen niet helpen, het individu moet zelf handelen. Ten slotte memoreert spr. het optreden en werken van wijlen F. Domela Nieuwenhuis als anti-militairist. De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg 3, 1925-1926, no. 147, 17-04-1926.
Het op den 11 April gehouden dienstweigeringscongres in Ons Huis was matig bezet. De proletariërs, jongeren zoowel als ouderen, bezoeken liever bioscopen, voetbalwedstrijden en dergelijke poespas, dan dat zij op vergaderingen of congressen komen, waar men beraadslaagt over de te nemen maatregelen in geval van oorlog. Het is een treurig verschijnsel, dat sterk het sentiment teekent van de arbeidende massa, die zonder het zelf te voelen of te weten, haar eigen ondergang helpt voorbereiden. 't Is niets anders dan het dansen en juichen op 'n vulcaan, die elk oogenblik in werking kan treden en dan alles onder de gloeiende lava, asch en steenen bedelft. Het verdere verloop van genoemd congres, om er nog met 'n paar woorden op terug te komen, droeg een goed ineensluitend propagandistisch karakter. Bonnet, die als voorzitter fungeerde, bewees de rechte man op de rechte plaats te zijn. Achtereenvolgens spraken Postmus, van Enschedé, Nine Minnema, van Brussel, Helmerhorst, van Mierop, Jo de Haas en Ds. de Vries, die allen op hunne wijze de dienstweigering als een daad van menschelijkheid verdedigden en den oorlog als een stuk barbaarschheid uit vroeger eeuwen op de kaak stelden. Te ruim 4 uur sloot de voorzitter, onder dankbetuiging aan sprekers en vergadering, 't congres, de hoop uitsprekende, dat de aanwezigen het gehoorde verder zouden dragen, en alzoo er aan mee zouden werken, dat de anti-oorlogsgeest een integreerend deel werd van het denken, werken en doen der arbeidersklasse. De vrije socialist 21-04-1926.
Zondag is te Enschede een congres gehouden voor Dienstweigering. Er waren betrekkelijk weinig belangstellenden opgekomen, zoodat de voorzitter, C. Bonnet, uit Amsterdam, zeide, dat dit congres, nog wel in een centrum van den arbeid, niet als geheel geslaagd mag worden beschouwd. Er waren zes sprekers ingeschreven (…)
Hierna (als vijfde lgj) sprak Jo de Haas over „Revolutie en dienstweigering". Hij erkende, dat als het gezag en het militarisme zijn ondermijnd, de revolutie in aantocht is. Maar de anarchisten willen juist de omverwerping van het staatsgezag, wijl alleen daaruit een nieuwe samenleving kan naar voren treden. Vandaar dan ook, dat zij zich met hart en ziel werpen op het leger en de dienstweigering predeken. De tribune: soc. dem. weekblad 15-04-1926.
Algemeen Kongres voor Dienstweigering (op de grondslag van het Manifest „Mobiliseren!”) te Enschede.*)
Zondag 11 April had bovengenoemd Kongres plaats in de grote zaal van „Ons Huis”, die door de plaatsing van tafeltjes met bloempotten en planten een aardig en gezellig aanzien had verkregen. Wij kunnen het een goed geslaagd kongres noemen, dat ongetwijfeld niet zal nalaten iets gunstigs uit te werken in het dommelende en weinig aktieve Twente. Over één ding zijn wij echter niet voldaan: over het te kleine aantal bezoekers. Daarom heeft het te meer zin gehad, dat er eens zulk een bezielend woord geklonken heeft uit de mond van verschillende richting, maar één in hun gemeenschappelike overtuiging, dat tegenover oorlog en oorlogsvoorbereiding prinsipiële dienstweigering dient gesteld te worden. Sprekers op dit Kongres waren: C. Bonnet, C.I. Postumus, Joh. Helmerhorst, N. Minnema, Lod. v. Mierop, Jo de Haas, en Ds. F. C. de Vries.*) Het uitvoerig verslag ons door Lod. v. Mierop gezonden, kon in dit Mei-nr. niet geplaatst. Bevrijding; orgaan v.d. Bond v. Religieuse Anarcho-Communisten, 1926, no. 68, 05, 1926.5
01-05 Appelscha1886—1889 — 1890—1926
APPELSCHA. De 1-Meidag, georganiseerd door de afd. I.A.M.V. alhier, kunnen we in alle opzichten als geslaagd beschouwen. Het begon met een kinderfeest, waaraan een 125-tal kinderen deelnamen. Dat de kleinen hebben genoten, behoeft zeker geen betoog. Dit toch was duidelijk te zien aan de voldane gezichtjes bij het naar huis gaan. Daarop volgde een openbare vergadering met als spreker Jo de Haas. Als onderwerp behandelde hij: 1886—1889 — 1890—1926 welke rede door ongeveer 200 personen met volle aandacht werd gevolgd. Hij schetste op heel duidelijke wijze het ontstaan en verloop der 1-Meidag. Tot slot werden door Jo nog verschillende stukjes gedeclameerd. We wonnen drie abonnees voor „De Arbeider". Alles bijeengenomen, zeggen we niet te veel als we spreken van een geslaagde 1-Meidag. En daarom kameraden, voortgegaan ook op de dagen die volgen. Joh.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, no. 19, 08-05-1926.
11-05 Aalsmeer Tegen de oorlog en zijn oorzaken meeting I.A.M.V., VJV, Vrije groepen (Jo en Constandse kwamen niet)
Openluchtmeeting te Aalsmeer. Zondag vond de meeting te Aalsmeer plaats. Wij troffen het niet. Zéér slecht weer... en van de 3 sprekers ontbraken er het liefst 2, nl. Constandse en Jo de Haas. Wat de redenen waren, lieten zij ons in het onzekere. Daar heeft men nu 2 maanden aan gewerkt! En het ergste was voor de 2 kameraden in Aalsmeer, die zich er zooveel van hadden voorgesteld en met hun beiden de organisatie keurig voor elkaar hadden gebracht! Laten onze sprekers er toch vooral aan denken dat, als zij hun spreekbeurt aannemen, men er op rekent dat zij komen. Om een meeting te doen slagen is er heel wat werk aan verbonden. Indien men een spreker aankondigt, stelt men de kameraden en vooral de buitenstaanders zeer en zéér teleur, als men zonder opgave van redenen wegblijft. Begon de meeting goed, het slot was net als het weer: treurig. De vrije socialist 09-06-1926.
16-05 Witmarsum Tegen het militairisme
WITMARSUM, 16 Mei. Heden had hier eene meeting plaats tegen het Militarisme, waar als sprekers optraden de heeren Jo de Haas van Amsterdam en Ds. v. d. Horst van Deersum. Door het koude en ongunstige weer werd deze meeting niet in het land, maar in de schuur van den heer P. Bangma gehouden. Een pl.m. 100 belangstellenden woonden de meeting bij waaronder nogal vele vreemdelingen. Bolswards Nieuwsblad 1926 19 mei 1926.
De meeting te Witmarsum. Wij gingen 1.1. Zondag naar Witmarsum ter meeting. De kameraden daar hadden zich bijzonder uitgesloofd. Alles was keurig in orde. Aanwezig waren kameraden uit Bolsward, Harlingen, Kimswerd, Franeker, Leeuwarden en zelfs uit den Bildthoek en andere veraf gelegen plaatsen. Jo de Haas en Ds. Ter Horst van Deersum spraken elk op hun wijze prachtig ten bate der dienstweigerings-idee. De geheele schuur, door een daar wonend landbouwer welwillend afgestaan, was vol. En dat met zulk weer! Het woei een orkaan! B.De vrije socialist 22-05-1926.
24-06 Soest De strijdmiddelen der Pinkstermobilisatie (22-24) Hollandsche Anti-mil. Jeugd
3e (Int.) Pinkstermobilisatie der anti-mil. jeugd.
Op 23 en 24 Mei vond te Soest op het terrein van den heer Rink de 3e thans internationale Pinkstermobilisatie der Jongeren plaats. Ondanks de tegenwerking der regeering en de geringschatting der sociaal-democratische pers kunnen wij zeggen, dat deze bijeenkomst schitterend geslaagd is. Ofschoon de regeering het noodig had gevonden eenige honderden politie „menschen", soldaten, marechaussee en rechercheurs in Soest te requireeren, is alles door het rustig en waardig gedrag der congressisten kalm verloopen. De angst der regeering blijkt wel ten duidelijkste uit het feit, dat alle wegen, die naar het vliegkamp te Soesterberg leiden voor iedereen waren afgesloten; de burgemeester van Soest was buiten zijn medeweten op nonactiviteit gesteld en werd als politiecommissaris vervangen door een kapitein van het leger. Feitelijk heeft dus de staat van beleg geheerscht. Ons kwam ter oore, dat op verschillende grensplaatsen door douane, politie en recherche samengewerkt is, om buitenlanders, die als plaats van bestemming Soest opgaven, terug te zenden. Zelfs het bezit van regelmatige papieren was tegen deze onwettelijke handelwijze geen waarborg. Jongelui, die naar het A.J.C.-kamp in Amsterdam gingen, ondervonden geenerlei moeilijkheid; integendeel trokken deze in extra-treinen met roode vlaggen naar hun plaats van bestemming.
Het is niet nauwkeurig aan te geven hoeveel menschen de bijeenkomst te Soest bezocht hebben. Zeker waren er een kleine 200 Duitschers, enkele Belgen, Franschen, Zwitsers, Oostenrijkers en Engelschen, terwijl we het aantal Hollanders op 250 schatten. Er waren 70 particuliere adhaesie-betuigingen binnengekomen uit Holland, België, Frankrijk, Zwitserland, Duitschland, Oostenrijk en Denemarken. Vele, voornamelijk Fransche, kameraden hadden bericht gezonden niet te kunnen komen wegens financieele moeilijkheden in verband met de valuta. Verder waren er adhaesie-betuigingen van de volgende organisaties: Friedensbund der Kriegsteilnehmer (Berlin), Vegetarische Anarchisten „Trait d' Union" (Paris), Féderation des Jeunesses Syndicalistes (Paris), Groep van Joodsche Anarchisten (Paris), Bund des Kriegsdienstgegner Oesterreichs (Wien), Gottlose Jugend (Wien), Freie Jugend (Wien), Ligue internationale des Refractaires a toutes guerres (Zürich), Vlaamsche Oud-Strijdersbond (Antwerpen), verschillende buitenlandsche Esperantistenbonden.
Zaterdagavond te 9 uur werd het congres door Jo de Haas geopend. Op dat oogenblik waren de meesten der congressisten reeds gearriveerd. Het terrein bood een prettigen aanblik met de vele opgeslagen tenten, van allerlei vorm en kleur. Uit alle deelen van Nederland waren de deelnemers toegestroomd, uit Brabant zoowel als uit Groningen en Friesland en uit het noorden van Noord-Holland. Van het gebouw der voormalige Engendaalschool, die als cantine en logement was ingericht, wapperden de door de Duitschers meegebrachte Zwarte vlaggen met de kernachtige spreuken: „Geen god, geen meester", „Oorlog den paleizen, vrede den hutten", enz.
Jo de Haas sprak een korte kernachtige rede uit, waarin hij voornamelijk wees op het verschil van optreden der regeering tegenover deze bijeenkomst en die der jonge sociaal-demokraten in Amsterdam. Dit komt, volgens hem, omdat het bij de sociaal-demokraten om de frase gaat, terwijl het bij de in Soest bijeengekomen staatloozen gaat om de onverzoenlijke daad.
Zondagmorgen vingen de besprekingen aan in de daarvoor gehuurde zaal te Soest. De zaal was overvol, zoodat velen zich met een staanplaats buiten moesten vergenoegen. Velen hebben zelfs niets kunnen hooren, zoodat de verdere besprekingen op het terrein van het kampement in de open lucht hebben plaats gevonden, Het eerst werd het woord gevoerd door Eugen Betzer uit Berlijn.
Duitsche jonge anti-militairisten hebben een moeilijk werk. Duitschland is nog altijd het klassieke land van het militarisme. In Duitschland wordt de mensch als militarist geboren. Het militarisme regeert het land. Door de politieke partijen van links tot rechts wordt het proletariaat militaristisch opgevoed en georganiseerd in allerlei „Schützbunden", die oogenschijnlijk dienen om de republiek of de revolutie te verdedigen, maar inderdaad natuurlijk in stand gehouden worden, omdat elke partij op haar beurt hoopt nog eens het staatsapparaat in handen te krijgen en dan natuurlijk over machtsmiddelen moet kunnen beschikken. Evenals hier te lande heeft ook in Duitschland de sociaal-demokratie zich meester gemaakt van een groot deel der jeugd; men denkt er in die kringen natuurlijk niet aan de jeugd anti-militaristisch op te voeden maar alleen tot goede sociaal-demokraten, dus tot stemvee. Het gevolg is dan ook geweest, dat in 1914 deze jeugdbeweging zich in dienst van het vaderland stelde. De leider dezer beweging, Ludwig Franck, gaf n.b. het schitterend voorbeeld, door zich als vrijwilliger op te geven.
Ook de in 1913 gestichte nieuwe jeugdbeweging, die als leus had: „Vrede, Vrijheid en Vaderland", bewees reeds het jaar daarop haar fiasco, door denzelfden weg (naar het front) te gaan als de sociaal-demokraten. Dit moet natuurlijk noodwendig gebeuren, wanneer men het begrip „vaderland" niet loslaat. Tijdens den oorlog heeft niemand in Duitschland; zich tegen den oorlog durven verzetten. Zelfs Karl Liebknecht heeft, geleid door de partijdiscipline, tot 1916 toe gezwegen. Toen deze echter sprak en naar het tuchthuis ging, vond zijn woord weerklank, want kort daarop kwamen te Jena enkele jongeren tezamen die het werk van Liebknecht voortzetten en het geloof der massa aan het militarisme ondermijnden. In 1918 kwam de revolutie, die door gewetenloozen uitgebuit werd om zich regeeringszetels te verschaffen. Reeds spoedig werd een nieuw militarisme geboren, opgebouwd door den sociaal-demokraat Noske, ondanks dat door Ebert gezegd was bij de opening van de eerste nationale vergadering, dat het militarisme tegen den grond lag. Al wie echter op dit oogenblik het militarisme onder welk voorwendsel ook organiseert, noemen wij de doodgravers der revolutie.
Met enkel dienstweigeren is het niet gedaan. We moeten den klassenstrijd tegen het kapitalisme voeren. Als jeugd alleen kunnen wij niet strijden. Wij moeten voeling krijgen met het geheele socialistische proletariaat. Tevens echter moeten wij de grondslagen leggen voor een nieuwe maatschappij-ordening en daartoe moeten wij een organisatie stichten, waarop de kapitalistische klasse zich de tanden stuk bijt.
Onze Duitsche Syndikalistische Anarchistische Jeugdbeweging is zeer jong. Eerst na den oorlog hebben wij ons tezamen geschaard als jongeren, die zich niet op sleeptouw wilden laten nemen door de Marxistische demagogie. Wij hebben als jeugdbeweging slechts één streven: wij staan op het standpunt van de omverwerping dezer maatschappij. Geen god, geen meester. Wij erkennen geen staat en zijn daarom anarchisten. Wij strijden tegen kerk, justitie en school. Maar bovendien zijn wij socialisten, omdat wij de partij kiezen van de ontrechten en onderdrukten. Wij keeren ons tegen hen, die nooit een vinger uitstaken om de revolutie te dienen. Wie niet werkt zal niet éten.
Overal steekt de reaktie den kop op. Wij moeten als jonge anarchisten pogen hiertegen een sterk front te formeeren. Wanneer ons dit niet zou lukken, staan ons middeleeuwsche folteringen en toestanden te wachten. Filosofeeren heeft geen zin. Wij moeten praktisch werk doen en ons sterk internationaal verbinden. De S. J. I. komt in Amsterdam bijeen. Terwijl wij allerlei moeilijkheden te overwinnen hebben om in Holland te komen, worden de lui van de S. J. I. door de Hollandsche regeering ondersteund. Dit bewijst, dat de sociaaldemokraten een kompromis met staat, kapitalisme en militarisme gesloten hebben.
Spr. drukt zijn verwondering uit over den geest, die in Holland heerscht onder de jongeren, die van het syndikalisme niets moeten hebben. Echter moeten wij ons niet in kleine, afzonderlijke groepjes splitsen, door filosofische verschillen gescheiden, maar een groot sterk geheel formeeren, waarop het kapitalisme zich te pletter zal loopen. Nadat deze rede door Odo Witsen in het Hollandsch vertaald was, kwam de parijsche kameraad Pierre Gady aan het woord, die namens de jonge anarchisten te Parijs sprak. (Slot volgt). De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, no. 22, 29-05-1926.
II 3e (int.) Pinkstermobilisatie der anti-mil. jeugd. (Er spreken nog vertegenwoordigers uit Zwitserland en Engeland). Jo de Haas, sprekende namens de Hollanders, merkt op, dat Holland de bakermat is der Internationale Anti-Militaristische Vereeniging, die in 1904 werd opgericht. De beweging der ouderen is anarchistisch ingesteld en zoo ook die der jongeren, echter met dien verstande, dat het meerendeel der jongeren deze lijn doortrekt en, mede gezien het gehalte van het syndikalisme in Holland, zich ook tegen de vakbeweging keert, die reformistisch is. In Holland is het aantal der dienstweigeraars in den oorlog 1000 geweest. Na den oorlog heeft de dienstweigering zich tegen de verwachting der regeering in doorgezet en is stijgende. Ondanks dat er hier slechts 8 maanden dienen is, zijn er na den oorlog nog 500 jongens geweest, die de 10 maanden gevangenis boven de kazerne kozen. Het meerendeel der dienstweigeraars is anarchist. Nadat de Haas' rede door Eugen Betser in het Duitsch was overgebracht, werden nog verschillende protestresoluties aangenomen, o.a. tegen de Russische en Tsjecho-Slowaaksche regeering, wegens de mishandeling der dienstweigeraars en tegen de Hollandsche regeering wegens het niet toelaten van de van legale passen voorziene buitenlanders. Het slot van den dag vormde een huishoudelijke bespreking.
Na drie dagen enthousiast samenwerken werd het congres door Jo de Haas gesloten. Degenen, die er aan deelnamen, zullen er met vreugde aan terugdenken. Het gaat met de jeugdbeweging crescendo en zoolang dat het geval is, behoeft men voor de toekomst der beweging niet te vreezen. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, 1926, no. 23, 05-06-1926.
Zaterdagavond 9 uur opende Jo de Haas de bijeenkomst en wees op het verschil in optreden der regering tegenover ons en de A. J. C.-bijeenkomst in Amsterdam, welke de beschikking kregen over legertenten en ekstra treinen met de grootst mogelike hulp van alle autoriteiten. Dit tekent, van welke kant de kapitalistiese regeerders weten, dat voor hen gevaar dreigt en de sosialistiese wil ernst is.
‘s Middags sprak Jo de Haas over de Hollandse beweging. Hier is het aantal dienstweigeraars in de oorlog 1000 geweest, daarna nog 500, en het aantal stijgt steeds. Het merendeel der d.w.ers zijn anarchisten.De moker; opruiend blad voor jonge arbeiders, jrg 3, no. 24, 10-07-1926.
27-06 Appelscha/anti-mil.-landdag Domela Nieuwenhuis wij na hem! Na een korte pauze kreeg Jo de Haas het woord, om te spreken over: Domela Nieuwenhuis wij na hem! De bedoeling van De H. was, aan te toonen, dat, Domela Nieuwenhuis steeds was doorgegaan, tot aan z'n dood toe, met den werkelijken strijd tegen militairisme en oorlog en dat hij (D. N.) door de werkelijkheid steeds méér in 't gelijk wordt gesteld. Verschillende passage's uit het ontwapeningsrapport der S.D.A.P. werden door spr. ontleed en dat bij deze ontleding de soc.-dem. menig veertje moest laten, spreekt wel haast vanzelf. Aan de hand van eenige voorbeelden, werd door De H. het verschil van bejegening, welke de soc.-dem. en de anarchisten van de zijde der bezittende klasse ondervinden, belicht, om aan 't slot van z'n uitvoerige rede de aanwezigen, in 't bijzonder de jeugd, op te wekken dóór te gaan met den strijd in den geest van Domela Nieuwenhuis.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, no. 27, 03-07-1926
07-07 Amsterdam Spiritisme. De spoken te Dageraad Rozendaal en te Amsterdam(Weekblad van den Algemeenen Nederlandschen Diamantbewerkersbond, jrg 32, no. 27, 02-07-1926)
18-07 Appingedam Anti-Oorlogmeeting De noodzakelijkheid der Anarchie De meeting te Appingedam. We kunnen over de j.1. Zondag te Appingedam gehouden openluchtmeeting tevreden zijn. Natuurlijk hadden we graag nog wat meer menschen — vooral uit Appingedam en omgeving — op de bijeenkomst gezien; echter, wanneer we in aanmerking nemen, dat de propaganda voor onze beginselen gedurende de laatste jaren vrijwel stil lag in dien hoek dan mogen we niet klagen over 't bezoek. Vóór den aanvang der meeting werd een optocht door eenige straten van A. gehouden, waardoor nog al wat leven in 't overigens betrekkelijk stille stadje werd veroorzaakt. Op de meeting werd het woord gevoerd door J. Bijlstra en Jo de Haas, die beiden een aandachtig gehoor hadden. De zangvereen. „Z. n. d. A.” van Sappemeer en „K. n. d. A." van Groningen, alsmede muziekvereeniging „G. d. V." van Sappemeer verleenden hunne medewerking, welke door de aanwezig zeer op prijs werd gesteld. De collecte ten behoeve van 't cantinefonds voor dienstweigeraars, bracht ruim 12 gld. op. En zullen nu de kameraden in Appingedam e.o. ook eens weer actief gaan werken voor de propaganda. Dat het noodig is, zullen ze natuurlijk niet ontkennen Bovendien: is het eigenlijk niet 'n klein beetje beschamend voor hen, dat van buiten-uit de propaganda in hun plaats moet worden gevoerd? Door de Groninger kameraden was naar deze meeting een boottocht georganiseerd. Ondanks de zeer korte tijd van voorbereiding, is deze boottocht goed geslaagd. Immers, wanneer dezen tijd van zooveel en velerlei middelen van vervoer een boottocht wordt gehouden zonder dat er sprake is van een finantieel tekort, dan is 't geen overdrijving als gesproken wordt van een welgeslaagden tocht. Maar ook in ander opzicht kunnen we over de tocht tevreden zijn. Gedurende heel de reis heerschte er aan boord een prettige stemming, waartoe het wakkere clubje muzikanten van „G. d. V." niet weinig heeft bijgedragen.
De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, no. 30,24-07-1926.
25- 07 Akkrum/ De onvruchtbare dood…. De vruchtbare ondergang
Meeting tegen oorlog en milltairisme. AKKRUM, 25 Juli. Heden werd op het sportterrein namens de Anti-Militairistenvereenigingen in Friesland een provinciale meeting tegen oorlog en militairisme gehouden. Het ruwe en buiige weer in aanmerking genomen, kan van een uitstekend geslaagde bijeenkomst worden gesproken. Het bezoek was goed en de sprekers vonden een aandachtig gehoor. Mej. Nine Minnema uit Brussel sprak over: „Hoe lang zullen wij het militairisme nog dulden?" Jo de Haas uit Amsterdam had tot onderwerp: „De onvruchtbare dood… de vruchtbare ondergang", terwijl als derde spreker optrad de heer Mesman van Amsterdam. Het weer hield zich tijdens de meeting uitstekend.Nieuwsblad van Friesland: Hepkema's courant 27-07-1926.
Akkrum 25 88 Juli. Onder een weersgesteldheid van te twijfelachtigen aard, om de meeting te doen slagen waren velen uit de provincie naar hier gekomen om hun jaarlijksche nooit-meer-oorlog-meeting bij te wonen. De heer Bottema, als voorzitter, deelde in zijn openingswoord mede dat de eerste spreker, ds. van der Horst, van Deersum. zich door verhindering had teruggetrokken. Daarop was het woord aan mej., Nine Minnema, van Brussel, met het onderwerp: “Hoe lang zullen we het militarisme nog dulden?" Spreekster hield een ernstige redevoering over de gruwelen en de gevolgen van den oorlog. Vele cijfers en handelingen, welke gewoonlijk niet worden gepubliceerd stelde zij in het licht, waarbij ook de reputatie van de Belgische regeering nog al eens een pluim had te verliezen, aangaande den zoogenaamden inval van de Duitsche legioenen. Met vele argumenten toonde spreekster aan. hoe het proletariaat nog is de slaaf der mitrailleuses. Indien de oorlog zich niet dreigde te herhalen, aldus mej. Minnema, we zouden kunnen zwijgen, de kranken genezen, de gruwelen vergeten en een beter leven beginnen. Doch zij ziet geen andere manier om te ontkomen aan een nieuwen oorlog dan door persoonlijke dienstweigering De tweede spreker, de heer Mesman, van Amsterdam was meer een bestrijder van den godsdienst en inzonderheid het katholicisme achtte hij een groot gevaar voor de zaak van het anti-militarisme. De godsdienst in het algemeen was naar sprekers overtuiging het groote middel om de onderworpenheid te kweeken en zonder onderworpenheid is het niet mogelijk, om oorlog te voeren. De heer Mesman besloot met een tweetal treffende gedichten.
De laatste spreker, de heer Jo de Haas. van Amsterdam behandelde het onderwerp: „De onvruchtbare dood — de vruchtbare ondergang." Deze spreker staat wat op een apart standpunt. Met de oorlogsinvaliden heeft hij niet het medelijden, dat gewoonlijk aan den dag wordt gelegd. Ieder, die heeft deelgenomen aan den wereldoorlog van 1914—1918, was gewaarschuwd door de I.A.M.V. Niemand is zodanig overrompeld, of hij had kunnen weten, welk lot hem stond te wachten. De Haas brengt eerder hulde aan de pioniers, aan hen die hun leven hebben gesteld voor het dienstweigeringsvraagstuk. Voorts profeteert de spreker, dat de volgende wereldoorlog op geheel andere wijze zal gevoerd moeten worden De techniek van den oorlog is in zooverre verlegd dat niet weer met groote menschenmassa's, doch met de door-en-door geoefende luchtvloot gifgassen enz. gestreden zal worden. Niet alleen de persoonlijke dienstweigeraars zullen het oorlogvoeren kunnen verhinderen, doch ook de burgerbevolking zal haar taak in deze hebben te verstaan, door het groote arbeidsprobleem stil te zetten. En voor dat alles is het noodzakelijk, dat het proletariaat worde doordrongen van den geest van het anarchisme. Leeuwarder courant 26-07-1926.
01-08 Amsterdam Dienst- en Werkweigering aan het nooit meer oorlog meeting Militairisme (Haas, Constandse en Eldering kwamen niet)
AMSTERDAM. Nooit Meer Oorlog-meeting. Zondag 1 Augustus was de tuin van het Paleis voor Volksvlijt gevuld met circa duizend menschen, die uit alle deelen van het land daarheen waren gekomen om kracht bij te zetten aan de leuze „Nooit Meer Oorlog". Ofschoon de andere meetings, die dezen dag gehouden werden, een minder druk bezoek konden doen verwachten, mag de I.A.M.V. zeer tevreden zijn. Van de opgegeven spr. was alleen Nine Minnema aanwezig, terwijl Constandse, De Haas en Ds. Eldering om diverse redenen zich hadden teruggetrokken. Hiervoor in de plaats werd het woord gevoerd door H. Schuurman en C. Bonnet. H. Eikeboom hield een inleiding tot zijn werk „Prometheus", dat onder leiding van O. Arbous door hoofdzakelijk leden van de vereen. „De Nieuwe Gedachte" voor een tweede maal werd opgevoerd, thans onder betere weersomstandigheden dan in Frankendael. Het spreekkoor kwam beter tot zijn recht, dan vorigen Zondag, toen het grootste deel van het klankvolume door den wind werd meegevoerd. Arbous droeg daarna nog voor „Slachtveld" van Collem, wiens aangrijpende taal ook nu weer niet zonder uitwerking bleef. Ook onze gebruikelijke lakeien in den vorm van in politiepakjes gehulde „menschen" waren in ruime mate aan den ingang van den tuin vertegenwoordigd. Er werden flink brochures en couranten verkocht; steunbons voor de dienstweigeraars gingen grif van de hand. Kameraadschapsbanden werden aangeknoopt, terwijl bestaande versterkt werden. Met vreugde kunnen we constateeren, dat onze beweging in de jongeren leeft, en dat steeds nieuwe menschen zich bij ons aansluiten! Na de woorden en redevoeringen hebben we echter de daad noodig. Laten we dat onder alle omstandigheden onthouden, ook en vooral den 1en Augustus, die we herdenken omdat in 1914 die daad ontbrak! Ko. v. P. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, no. 32, 07-08-1926.
De Nooit Meer Oorlog-Meeting te Amsterdam Deze meeting kan niet onverdeeld als geslaagd betiteld worden. Al had het L. C. en de afd. Amsterdam gedaan wat zij konden, — men heeft de menschen niet aan een touwtje, — en dat het duizendtal bezoekers niet eens vol was, was zeer zeker betreurenswaard. Ook de pech met de sprekers was groot. N.B. drie van de vier sprekers verschenen niet. Eldering was ziek, terwijl Constandse en De Haas hun eerst gedane toezegging introkken toen alle reklamemateriaal reeds gemaakt was! Enfin, — men komt toch niet ter meeting om een bepaalde „mooie” spreker te hooren, nietwaar? Dit laten wij aan kerkbezoekers over. Schuurman en Bonnet konden dan ook gelukkig de opengevallen plaatsen bezetten. Nine Minnema sprak, Arbous deklameerde, de muziek deed het mogelijke, maar onder zulke omstandigheden blijft het klemmend gevoel, dat het terrein toch 20 maal zoo veel menschen kon bevatten…Een verwijt richte men dus niet aan de bezoekers, niet aan de organisatoren, maar aan de wegblijvers. Ondanks alles heeft 1 Augustus ons protest geklonken. Niet luid genoeg? Kan zijn! Zetten wij allen dan onvermoeid en onversaagd dóór! E. De wapens neder; jrg 22, no. 9, 01-09-1926.
22-08 Winkel Geen titel
Zondag 22 Augustus hadden we een meeting te Winkel, waar Constandse en Jo de Haas het woord voerden, terwijl het zangkoortje van Langendijk eenige liederen zong. De opkomst was redelijk en we kunnen zeggen dat deze meeting vooral ook moreel goed geslaagd De arbeider 04-09-1926.
WINKEL. Zondag middag werd bij den heer R. Laan alhier een anti-militairistische meeting gehouden, uitgaande van de afd. Winkel en de afd. Langendijk en omstreken. De zaal was vrij goed bezet en met genoegen constateerde de voorzitter dat een zoo groot getal is opgekomen waar gewoonlijk de vergaderingen niet zo druk bezocht worden. In het programma was eenige wijziging gekomen, de muzikantennummers zouden niet worden gegeven.
De heer Constandse uit Den Haag krijgt het woord om te spreken over den Volkerenbond en de oorlogsmogelijkheden. Spreker wijst er op dat het schijnt of het er met het antimilitairisme niet slecht voorstaat, verschillende partijen pleiten er voor, bladen schrijven er over en maken er propaganda voor, doch dat is alles slechts schijn, want in werkelijkheid is het geheel anders - en spreker gaat uitvoerig na hoe de toestand dan wel is en neemt daarvoor als grondslag het voorbeeld van den Engelschman Shaw, die zegt van 1000 menschen er 700 zijn die zich bij de heerschende toestanden neerleggen en trachten het er zoo goed mogelijk bij te hebben, 299 idealisten, die alles zoo mooi mogelijk voor willen stellen en 1 realist die de zaak zoo ziet als die is en daardoor ook revolutionair is. In den strijd tegen den oorlog ziet spreker ook die verdeeling, die 1 op de 1000 is de partij der antimilitaristen. Uit verschillendo aanhalingen toont spreker aan dat oorlog voeren een winstgevende zaak is voor de bourgeoisie en 't kapitalisme, waarvan de kosten op den arbeider worden verhaald. Waarom wordt oorlog gevoerd? Voor groote industrieën, markten voor afzetgebied en grondstoffen. Voor oorlog is geen verdediging en kolonien hebben is roof. Voorts komt spreker tot den Volkerenbond, die echter geen bond is van volkeren, doch van regeeringen, want als volk staat men onderling verdeeld tegenover elkander, wat blijkt uit verschillende gebeurtenissen van de laatste jaren, de verschillen onderling en den gevoerden strijd tijdens den Volkerenbond. Hoe de vraag van ontwapening wordt geoordeeld door beroepsbewapeners en derhalve geen ontwapening is te verwachten. Voor sprekers partij is het een reden om uit te kijken als zoveel regeeringen bijelkaar zijn. Van den Volkerenbond, gesticht door de oorlogvoerende volken, verwacht sprekers partij de ontwapening niet. Het anti-militairisme is revolutionnair en de sociale revolutie moet het kapitalisme onmogelijk maken oorlog te voeren, en dan zullen de antimilitairisten moeten onteigenen en overnemen wat van de regeering is.
Tijdens de pauze liet een tijdelijk samengesteld zangkoortje van den Langendijk eenige liederen hooren, o.a. ,,Nooit meer oorlog" en ,,Vrij". Gezien de tijdelijke samenstelling werd er niet onverdienstelijk gezongen.
Daarna kwam de Heer Jo de Haas uit Amsterdam aan het woord, om te spreken over koloniale politiek, volgens spreker het meest afschuwelijke van het kapitalisme. Voor de beschaving der gekleurde rassen gingen eerst de zendelingen en den bijbel, dan de jenever en daar achter de sterke arm; in werkelijkheid ging het om de katoentjes. De arbeidsomstandigheden der gekleurde volken, en spreker bepaalt zich tot Ned.-Oost-Indië, waren veel slechter dan hier in het Westen van Europa en de loonen veel minder. Spreker haalt aan de wijze van optreden van verschillende West-Europeesche volken in Oostersche landen en wijst op verschillende moraal. Hier b:v. zou men ons dwingen te vechten voor den vaderlandschen bodem, doch doet een Inlander hetzelfde, dan heet het een rebel. Voorts komt aan de orde de rotanslagen in onze Oost toegepast, waarvan een christelijk minister van Kolonien beweerde, die niet te kunnen missen. Voorts geeft spreker aan hoe verschillende regeeringen aangesloten bij den Volkerenbond elkanders vijanden van wapens en munitie voorzien. Hoe in den grooten oorlog b.v. Duitschers teekenden op Fransche oorlogsleeningen en derhalve de Duitsche soldaten bij Verdun werden neergeschoten met munitie waarvoor hun eigen landgenooten geld hadden verstrekt. Het monument voor Generaal van Heutsz is voor spreker het symbool van den bewaker van het kapitalisme. Voorts critiseerde spreker de houding der S.D.A.P. ten opzichte van het koloniaal bezit, die zeggen als wij het niet nemen, neemt een ander het toch. Als spreker nog in het vuur van zijn rede is, waarschuwt de autobus en moet hij vertrekken. De voorzitter sluit daarna de vergadering, na sprekers en zangkoor te hebben bedankt en een opwekkend woord te hebben gesproken voor de meeting op 29 Augustus te Wieringen. Schager Courant 1926 24 augustus 1926.\
29-08 Wijnjeterp De dood als levensvernieuwer
De op den 29 Augustus gehouden meeting alhier, welke gewijd was aan den sterfdag van onzen kameraad K. Blauw, is uitstekend geslaagd. Voor zoover wij kunnen nagaan, hebben ruim 400 personen aan deze betooging deelgenomen. Begunstigd door het mooie weer, waren er velen die er verre afstanden voor hadden afgelegd, daaronder was ook de familie van Klaas Blauw. Door drie sprekers werden in gloedvolle bewoordingen de menigte toegesproken n.m.1. door C. Bosma, Ds. W. Tj. Klumper en Jo de Haas. De meeting werd opgeluisterd door muziek van het fanfarecorps van Wijnjeterp e.o. Er werd een collecte gehouden voor de dienstweigeraars, die, voor zoover ons bekend is, ongeveer 18 gulden heeft opgebracht.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, no. 36,04-09-1926.
(Nog een cijfer. Van 30 Aug. '25 tot en met 29 Aug. '26 sprak Jo de Haas 90 maal Dat is eens per vier dagen! Dat zou in dienst van de S.D.A.P. nogal wat opgebracht hebben! Ja, nu natuurlijk ook wel!! Ik zou niet graag willen dat het tegendeel gedacht werd! En het wordt nog beter! Als we maar eerst als Ds. Banning een „rooie God" ontmoeten die ons „in de ziel" grijpt (verzoeke hier plechtig met de oogen te knippen!) dan grijpen wij wel in 't centenbakje. O, vroolijke wereld! J. de H. De arbeider 11-09-1926).
12-09 Amsterdam Over de verwording in de jeugdbeweging
Verslag der Alg-Vergadering van 3e Cent. Pinkstermob.-Com. gehouden 12 Sept. 1926 te Amsterdam. Aanwezig waren afgevaardigden uit Amsterdam, Haarlem, Hilversum, Velsen, Weesp, en Haag, Schoten, Santpoort, Best.
Jo de Haas opent de vergadering, waarna Liberta Oldeboerrigter haar financieel verslag uitbrengt, hetgeen wordt goedgekeurd. Co Verhave (A'dam) maakt de opmerking, dat niet is genoemd de ontvangst van ƒ95, die wij de Duitsche kameraden hadden geleend, om per auto naar huis te komen. Jo de Haas antwoordt, dat dit bedrag nog steeds niet is ontvangen, ondanks herhaalde aandrijving en nogmaals zal getracht worden het binnen te krijgen. Thans is punt 3 aan de beurt. Jo de Haas zet uiteen hoe de Internationale op de P.-M. werd gesticht, 't Is niet geschied namens de P.-M., daar deze niet uitgesproken anarchistisch is. Er ontstaat een levendige discussie over 't al of niet anarchistisch zijn der P-.M. De discussie hierover wordt uitgesteld na Punt 4, dat de vraag stelt of een vierde P.-M. noodzakelijk is. De vergadering verklaart zich voor 't houden van een 4e P.-M. Wim Wessels (A'dam) is alleen voor 't houden van een P.-M. als deze uitgesproken anarchistisch is. Herman Schuurman wil dat de P.--M. als beweging zich anarchistisch uitspreekt, doch tegenover de buitenwereld op den ouden voet wordt voortgezet. Jac. Knap bestrijdt deze methode. Hij is tegen deze uitspraak. De P.-M. heeft als basis: tegen kapitalisme en oorlog, tegen wit en rood militairisme. Deze basis moet behouden worden. Bij deze uitspraak verliest de P~M. zijn aantrekkingskracht op een groot
aantal jongeren uit andere jeugdbewegingen. Evenals de vroegere A.G.A. zou dan ook de P.-MG zich afsluiten van de buiten-wereld.
Jo de Haas zegt dat deze vergadering ’t recht heeft een uitspraak inzake ’t anarchisme te doen daar er slechts een klein gedeelte uit de jeugdbeweging aanwezig is en het gehele Noorden ontbreekt. Er ontspint zich een discussie over de belangrijkheid van het Noorden, Enkelen vinden 't niet belangrijk anderen daarentegen uiterst belangrijk. Ook Johnnie Homan is tegen een directe uitspraak. Hij wil wachten tot de 4e P.-M. en als punt 1 op de agenda plaatsen. Herman Schuurman spreekt zich nog eens uit voor de directe beslissing. Hij meent dan van ,,'t gekanker" in de beweging af te zijn.
Door handopsteken wordt gestemd. Er blijken zich 50 vóór een anarchistische P.-M., uit te spreken en 23 tegen. Een voorloopig comité wordt gekozen, bestaande uit M. Stevens, J. Overstegen, Nies Reket en Jac. Luiting Jr.
Daarna werd gepauzeerd. 's Middags werd door Jo de Haas een inleiding gehouden over de verwording in de Jeugdbeweging. Hij bestrijdt vagebondisme en avonturisme en ziet als de oorzaak hiervan de manier van propaganda van Herman Schuurman. Er wordt dan meer gescholden dan besproken. Enkelen zien dit proces als wording. Daarna sluiting.
Daarna sluiting.De vrije socialist 06-10-1926/dezelfde tekst inDe arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, no. 39, 25-09-1926.
12-10 Delft De levensinzichten van een anarchist (De vrije socialist 18-09-1926)
17-10 Enschede Cursus Mokergroep 19-10
19-10 Enschede Potemkin en de Russische revolutie
In de groote zaal van „Ons Huis" had gisteravond een vergadering plaats van de S. A. V., waar de heer Jo de Haas een rede hield naar aanleiding van de vertooning van de film „Pantserkruiser Potemkin". Na een kort openingswoord van den voorzitter, den heer Lansink, ving de heer De Haas zijn rede aan met er op te wijzen, dat hetgeen in 1905 in de Zwarte Zee op de pantserkruiser „Potemkin" gebeurde, een daad is van verstrekkende propagandistische beteekenis. Onder de matrozen van alle landen werkt de invloed van die moedige daad nog na; onder het personeel van de vloot hebben de revolutionnaire beginselen diep wortel geschoten. Ook op de Nederlandsche vloot is zulks het geval; spreker weet dit bij ondervinding, daar hij zelf 7 jaar op de vloot heeft gediend. De film van de revolutie op de „Potemkin" is wel gemaakt naar de historie, doch het is slechts een deel van de werkelijkheid en belangrijke stukken zijn weggelaten. Door deze film is men zoo spoedig geneigd om de „Potemkin" opstand als een aparte gebeurtenis te beschouwen. Dit is juist de fout, want hetgeen de mannen van de „Potemkin" deden moet gezien worden in het historisch geheel. De „Potemkin" revolutie is slechts een klein deel van den Russischen opstand in 1905. Spr. gaf een uitvoerige uiteenzetting van het verloop dezer revolutie en de aanleidende oorzaken. In 1903 kwam er in Rusland de eerste groote massa-actie van het proletariaat toen de arbeiders van de Poetilof-fabrieken in Petersburg in staking gingen. De opstand op de „Potemkin" ging niet „om een lepel soep"; dat was slechts de druppel, welke de emmer deed overloopen. Reeds lang bestond ontevredenheid onder de matrozen der Zwarte Zee-vloot tijdens den Russisch-Japanschen oorlog, hetgeen tot uiting kwam in een resolutie, welke werd aangenomen en waarin o.a. het aftreden van het Czaren-regiem geëischt werd. De „Potemkin"-opstand ontstond mede naar aanleiding van de gebeurtenissen in het land. Spreker ziet in hetgeen later in Rusland gebeurde een herhaling van de ,,Potemkin"-revolutie. De in bloed gesmoorde opstand der matrozen te Kroonstad is in wezen gelijk aan de gebeurtenissen in 1905 op de „ Potemkin" in de Zwarte Zee. Om dit duidelijk te maken gaf spreker een uitvoerige beschouwing van de Russische omwenteling in 1917, toen het Czaren-regiem voor goed verdween. Na den korten tijd dat Kerensky regeerde, maakten de vrije Sovjets zich meester van de heerschappij in Rusland; toen ging er een siddering door het wereldproletariaat. Helaas, zeide spreker, deze revolutie heeft slechts een paar jaar geduurd en is thans dood. Rusland heeft weer een regeering, welke in wezen gelijk is aan de vroegere. Naar aanleiding hiervan wees spreker op de geschiedenis van de bekende Amerikaansche anarchisten Aleander Berkmann en Emma Goldmann. Zij meenden te komen in een land, dat zich vrijgeworsteld had van de tyrannie. Hoe glorieus was hun intrede, toen zij verwelkomd werden door de muziek van het Roode Leger. En twee jaar later werden ze door de bolsjewistische regeering uitgewezen, slechts omdat ze getuigd hadden, dat de ,revolutie in Rusland dood was!' Uitvoerig betoogde spreker, dat in Rusland met de revolutionaire beginselen gebroken is, hetgeen vooral tot uiting kwam in de revolutie van 1921 te Kroonstad. Dit was volgens spreker een herhaling van den Potemkin-opstand. Die opstand der matrozen is door het bolsjewistisch bewind in bloed gesmoord en duizenden zijn gevallen in de straten van Kroonstad. Aan het slot van zijn rede betoogde spreker in den breede, dat er in Rusland fouten gemaakt zijn. Want er is een regeering en waar een regeering het gezag in handen heeft, is de ware revolutie dood. Men had zich in Rusland moeten houden aan de anarchistische beginselen. Er was eenig debat van communistische zijde. Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant 20-10-1926.
Vergadering. De verg., vorige week in de groote zaal van „Ons Huis" gehouden, waar Jo de Haas sprak over de Russische revolutie, naar aanleiding van de film Potemkin, was jammer genoeg, de rede verdiende een volle zaal, slechts matig bezocht. Na 'n inleidend woord van den voorzitter Lansink, die de hoop uitsprak dat de kwaliteit van de opgekomenen het aantal zou vergoeden, gaf hij 't woord aan De Haas, die begon met te zeggen, dat de gebeurtenissen als waarvan de bemanning van de pantserkruiser „Potemkin" in 1905 op de wateren der Zwarte Zee uitdrukking gaf, niet uitsluitend, ja niet eens voor 'n belangrijk deel, moesten gezocht worden in ontevredenheid over ‘n hoeveelheid soep en 'n kwantum bedorven vleesch, dit was alleen de droppel die den emmer deed overloopen, maar in den algemeenen toestand waarin het geheele Russische proletariaat verkeerde, en die een sterke revolutionaire tendenz vertoonde. Spr. ging dan de revolutionaire periode na, vanaf 1903 tot en met 1921, toen dan hier en dan weer daarin het groote Russische rijk opstanden en verzet tegen de grenzelooze willekeur en onderdrukking van het czarisme plaats grepen. Het einde van de revolutie, wat tenminste niet dien naam bestempeld mag worden, werd bereikt in 1921; op dat moment kwamen de arbeiders van Kroonstadt in verzet tegen het knoetsysteem van de Bolsjewiki, de zoogenaamde regeering van het proletariaat, welke evenwel als iedere andere regeering de opstandelingen bij duizenden liet neerschieten, zoodat, toen de „rust en de orde" waren teruggekeerd, dat is de term, 18000 mannen, vrouwen en kinderen waren vermoord en de straten van Kroonstadt met hun bloed kleurden. Het was een overweldigend bewijs, zeide spr., hoe „zegenrijk" de diktatuur van het proletariaat op de vrijheid en verlossing uit de stoffelijke slavernij hier gewerkt had. Van de gelegenheid tot debat maakte Kromdijk van de Glanerbrug gebruik, die door het voorlezen van een lang artikel uit „De Tribune", waarvan de meeste hoorders geen snars verstonden, en 't afsteken van 'n klein scheidpartijtje op de anarchisten, genoeg meende gedaan te hebben tot verdediging van de Russische bolsjewiki. Met een woord van dank aan den spreker, en na de collecte tot dekking der onkosten, want deze vergadering beteekende voor het S.A.V. 'n strop, te hebben aanbevolen, sloot de voorzitter de bijeenkomst.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, no. 44, 30-10-1926. Vergadering. De S.A.V., die van meening was, dat de film Potemkin, die een week lang door de bioscoop Alhambra werd afgedraaid, een goede gelegenheid bood voor een pakkende propaganda, ten goede komende aan het anarchistisch beginsel, heeft weinig succes van haar werk en moeite gehad. Een goede honderd menschen waren opgekomen om te luisteren naar de uiteenzetting, welke van anarchistische zijde zou worden gegeven van dit drama op een oorlogsschip op de wateren van de Zwarte Zee. Jo de Haas, die men had uitgenoodigd om over deze kwestie te spreken, kweet zich uitstekend van zijn taak. In een helder, goed in elkaar zittend betoog, toonde hij aan de groote propagandistische waarde, welke deze moedige daad der matrozen van den kruiser Potemkin ook op het marine-personeel van andere landen heeft teweeg gebracht. Echter, de revolutionnaire daad van de bemanning der Potemkin is slechts een klein deel van den Russischen opstand in 1905. Spr. stond uitvoerig stil bij de aanleidende oorzaken, die deze revolutie voorafgingen. De opstand op den Potemkin ging niet om oneetbare soep en wat bedorven vleesch ; die dingen waren slechts de droppels welke den emmer deden overloopen. De oorzaken lagen dieper en bestonden in een diep ingewortelde ontevredenheid met het absolutistisch regeerings-systeem van het czarisme. Spr. ontwikkelde verder aan de hand van verschillende feiten, hoe deze revolutionaire situaties van 1903 tot en met 1921 door geheel Rusland, dan eens weer terneer gedrukt werden en dan weer tot een hooge vloedgolf oplaaiden, om ten slotte haar einde te vinden in den opstand van de arbeiders in Kroonstadt, die door de bolsjewistische regeering in stroomen bloed verstikt werd. 18000 arbeiders, vrouwen en kinderen werden neergeschoten en doodgeranseld. Spr. eindigde z'n met groote aandacht aangehoorde rede met een opwekking, om mede te strijden tegen iederen vorm van regeering en gezag, onder welken naam het zich ook mocht aandienen. Rusland leverde weer voor den zooveelsten keer 't bewijs, wat er van de revolutie terecht komt, als er zich regeeringen vormden, al droegen zij den naam van dictatuur van het proletariaat, die onder het mom van de revolutie in goede banen te leiden, haar verrieden en verkochten aan hare vijanden. Aan Kromdijk van de Glanerbrug, die in debat trad, geven we den welgemeenden raad, om zich eerst, voor dat-ie gaat debatteeren, beter voor te bereiden en de noodige bewijzen mee te brengen, want heusch, ouwe jongen, wat ge Dinsdagavond te berde bracht, ge zult het zelf wel gevoeld hebben, was zóó min en onbeduidend, dat zelfs een wilde Papoea-neger (sic!) uit Midden-Afrika zich er over zou geschaamd hebben. De voorzitter sloot met een woord van dank aan den spreker de vergadering. Vooraf had-ie al gewezen op den strop die deze vergadering aan de S.A.V. bezorgd had en drukte in dat verband den bezoekers de collecte warm op het hart.De vrije socialist 27-10-1926.
Twenthe. ENSCHEDE, 19 Oct. Voor een klein troepje toehoorders sprak hedenavond in de groote zaal van Ons Huis de heer Jo de Haas uit Amsterdam. Als Onderwerp behandelde hij ,,De Potemkin". Hij noemde het een fout, dat een van de eerste opschriften uit de film luidt: „Om een lepel soep". Want in waarheid was het niet de slechte soep en het bedorven vleesch, dat den opstand op den kruiser heeft veroorzaakt, doch waren deze slechts de druppels, die de revolutie-emmer" deden overloopen. Reeds jaren te voren was de revolutionnaire geest onder het Russische volk gegroeid, niet alleen door de misstanden van het czaristische regime, maar wijl het volk mondig werd en verlangde naar bevrijding. De eerste groote uitbarsting van dit verlangen naar vrijheid nam men waar in de groote stakingen bij de Poetiloff-fabrieken, en de verbittering van het volk tijdens den Russisch-Japanschen oorlog en na den Moedigen Zondag te Petersburg in 1905. Dat waren feitelijk de grondoorzaken, die den opstand óp de „Potemkin'' hebben mogelijk gemaakt. Spr. ging vervolgens de geschiedenis na van Rusland na 1905, hoe ten slotte het Sovjet-bewind kwam, maar hoe dit eveneens heeft teleurgesteld. Aan de hand van een brochure van Emma Goldmann en Alex Bergmann betoogde hij, dat de revolutie in Rusland feitelijk verloren is gegaan en evenals czaristisch Rusland zijn Potemkin had, zoo heeft ook het bolsjewistisch Rusland zijn Potemkin historie. Want toen in 1924 Kroonstad in opstand kwam tegen het gewelddadige regime van Sovjet-Rusland, toen werd de Russische roode vloot daarheen gezonden en werden in 10 dagen tijds 18000 menschen neergeschoten. Uit dit alles trok spreker de leering, dat alle revoluties mislukken zullen, zoodra er weer een minderheids-regeering komen zal, die de macht wil in handen nemen en die wil behouden. Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant 20-10-1926.
31-10 Enschede Het leven van M. Bakoenine
Verslag vergadering. De herdenkingsvergadering, op Zondagavond j.1. in de „Harmonie" te Enschedé gehouden, is bij uitstek goed geslaagd. Met groote aandacht luisterden de talrijk opgekomen hoorders naar de duidelijke levensbeschrijving van Jo de Haas, over het leven van M. Bakoenine; z'n strijd tegen onrecht en leugen — vooral niet minder tegen de stelselmatige verdachtmakingen van de zijde van Marx en c.s. Spr. stond daarna uitvoerig stil hoe in 't leven en werken van B. het vrijheidsbeginsel, het anarchisme, tot uitdrukking kwam, geheel tegenovergesteld aan de leer van Marx, waarin het gezag en de discipline en centralisatie belichaamd waren.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, no. 45, 06-11-1926.
Bakoenine-vergadering. De openbare vergadering in het gebouw „De Harmonie- alhier, waar Jo de Haas heeft gesproken over Bakoenine, mag goed geslaagd heeten. Het zaaltje van Hulsteijn was flink gevuld met 'n zeer gemengd publiek. Nadat de voorzitter met enkele woorden de aanwezigen had welkom geheeten, gaf hij 't woord aan De Haas, die begon met te zeggen, dat hij slechts enkele grepen uit het rijke, van strijd en worsteling getuigende leven ten beste kon geven, daar de tijd niet toeliet om op alle onderdelen van het leven en werken van Bakoenine het licht te laten vallen. Allereerst stond spr. stil bij den tijd toen B. nog officier was, daarna bij z'n studie en reis naar West-Europa en Berlijn. Z'n kennismaking met de filosofie van Hegel; de revolutionnaire conclusie die B. uit de leer van Hegel trok hadden tot gevolg, dat B. zich van H. afwendde en evenals Marx niet de idee, maar de materie, de stof als scheppend grondbeginsel, in navolging van Hume, Hobbes, en tot op zekere hoogte Kant aannam, en daaruit verder afleidde, dat alles betrekkelijk is, in altijddurende strooming, waaruit onophoudelijk nieuwe vormen en verschijnselen ook wat de maatschappij betreft te voorschijn treden. Toen kregen we den strijd met Marx en Bakoenine te hooren, die, ofschoon zich in hoofdzaak afspelende tusschen twee geweldige kampioenen, in 't wezen der zaak slechts twee beginselen vertegenwoordigden: gezag, centralisatie en vrijheid, kameraadschappelijke samenwerking zonder ons van buiten opgedrongen gezag : de staat. Met een krachtig woord van opwekking om te blijven strijden voor vrijheid en geluk voor allen, en, wanneer ons het pessimisme mocht besluipen, ons de heldenfiguur van Bakoenine voor den geest te halen, besloot spreker z'n duidelijk, mooi en helder betoog.De vrije socialist 10-11-1926
31-10 Enschede Den justitiëlen moord op Ferrer SAV herdacht! (Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant 28-10-1926)
01-11 Hengelo Waar blijven onze belastingcenten 100 Millioen voor het Militairisme en de muiterij in het leger. 1.200.000 per jaar voor de dure Dame.6 over dit onderwerp spreekt: Jo de Haas van Amsterdam in het Tempelierengebouw op maandag 1 nov. nieuwe (Hengeloosche courant30-10-1926
De opkomst was nu niet bijster groot voor de vergadering, waar Jo de Haas optrad met het onderwerp: De muiterij in het leger in verband waar en hoe de belastingcenten besteed worden. In een vlotte, vurige en welsprekende rede zette de Haas zijn onderwerp uiteen. Wij roepen hem een tot weerziens toe. De thuisblijvers hadden ongelijk. Toch zagen we onder het niet groote aantal toehoorders nog verscheidenen, die we anders op onze vergaderingen niet zien.De vrije socialist 06-11-1926.
07-11 Rotterdam Bestaan er zieke geesten of geestelijk zieken
„Bestaan er zieke geesten of geestelijk zieken ?” was het onderwerp dat Jo de Haas Zondagmorgen voor De Dageraad behandelde. Spreker begon met te zeggen, dat het een treurig verschijnsel is, dat anno 1926 aan dien onzin nog aandacht geschonken moet worden en noemde eenige spookgeschiedenissen van recenten datum in ons land, o.a. te A'dam en Roosendaal. Het spiritisme, in 1847 uit Amerika geïmporteerd als nieuwste snufje van godsdienst, heeft ook hier zijn funeste gevolgen gedemonstreerd, bewijze: de vele slachtoffers die als zenuwzieken of waanzinnigen de krankzinnigengestichten vullen. Spreker beschouwt het spiritisme als een geestelijken terugval tot het primitieve geestengeloof van geslachten, honderden eeuwen geleden, en bespreekt aan de hand van uitspraken van Acsakof het personalisme en somnambulisme, terwijl hij met citaten van dr. Zeehandelaar, de bekende psychiater, aantoont, dat alle z.g.n. verschijningen zijn terug te brengen tot de logische werking van het onderbewustzijn. Wetenschappelijk heeft het geen waarde, daar bij onderzoek duidelijk gebleken is, dat alles op zelfmisleiding, zelfbedrog of suggestie berustte: bovendien is er door de spiritisten nooit iets tot stand gebracht dat van algemeen nut geacht kan worden, integendeel heeft het de menschen geestelijk ziek gemaakt. Spreker tart de aanwezige spiritisten dat straks in het debat aan te toonen, of te weerleggen. Naast een felle critiek, liet De Haas het in zijn betoog ook niet aan humor ontbreken, n.l. toen hij een parodie op de geestenwereld gaf, zoodat de lachspieren der bezoekers meermalen in beweging kwamen. Na afloop werden door 'n bezoeker eenige vragen gesteld, die door spr. breedvoerig beantwoord werden. Een vragensteller verwarde „waarnemen" (hetgeen door de zintuigen geschiedt) met „kennis verkrijgen van iets" (wat we door middel van het verstand opdoen) en meende dat we ook zonder zintuigen konden waarnemen (sic!) Ja, misschien in de 4e dementie, als we „astraal" geworden en dan ook, zooals De Haas zegt, de „tafelpootentaal" machtig zijn! De collecte bracht f 6.68 op. Jos. Standaar.De vrije socialist 13-11-1926.
10-11 Sappemeer Waarom voerde Ford de 5-
Vrije groep daagsche werkweek in?
De vergadering met Jo de Haas vorige week was niet druk bezocht. We hadden voor dat onderwerp meer belangstelling verwacht. In een duidelijk betoog zette De Haas uiteen waarom Ford in zijn fabrieken in Amerika de vijfdaagsche werkweek invoerde. Eenvoudig omdat volgens het systeem Taylor in 5 dagen meer winst uit de arbeiders is te halen dan anders in zes dagen. Uitvoerig stond De Haas bij genoemd Tailor-stelsel stil en zette uiteen wat men er mee beoogde. Deze rede had een beter gehoor verdiend. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, no. 47, 20-11-1926.
11-11 Veendam De relletjes in Assen en het Ver. Vrij-Socialistische Groepen gebeurde in Veendam
Gisteravond sprak de heer Jo de Haas in de Wilhelminazaal alhier over: De Relletjes in Assen en het gebeurde te Veendam. Spr. begon zijn rede met er op te wijzen, dat de anti-militairisten vóór den wereldoorlog dezen al voorspeld hadden. Na het Marokkoavontuur in 1911 was detoestand steeds verscherpt. De oorlog van 1914 was, zooals spr. het noemde, een „staal- en goud-oorlog”. Na en wereldoorlog is deeconomische toestand zeer verscherpt. Zoo hebben Duitschland, Frankrijk en België een staaltrust gevormd tegen Engeland. Dit zijn, volgens spr., alle nieuwe aanleidingen voor een volgenden wereldoorlog. Ondanks den Volkenbond gaat de bewapening voort (groote lucht- en zeevloten). Ons land zelf doet er aan mee. Zoo is het vorige jaar in Utrecht een gasschool gesticht. De bourgeoisie heeft voordeel van het proletariaat, vervolgt spr. Het doel van de eerste is winst te maken. De laatste arbeidt, doch krijgt bijna niets terug, dan, aldus spr., honger en ondervoeding, met het gevolg de tuberculose. Het bewust worden van het proletariaat zal tevens de opstand zijn tegen de bourgeoisie, dus tegen den staat. Een van de teekenen van dezen opstand is de dienstweigering, die de laatste jaren, vanaf 1924 bij de herhalingsoefeningen, nog ieder jaar is teruggekeerd. De Minister van Oorlog had beweerd, dat de laatste relletjes een gevolg van dronken oproermakers waren, doch spr. beweerde, dat het juist het gevolg van nuchter worden was. De socialisten zijn geen anti-militairisten, maar on-militairisten, hetgeen spr. met verschillende voorbeelden duidelijk maakte. De heer De Haas bracht hulde aan de militairen die geweigerd hadden scherpe patronen in ontvangst te nemen, omdat ze getoond hadden dat hun socialistisch gevoel was ontwaakt. Vervolgens werd het gebeurde te Veendam besproken. Hier is nl. een lid van de burgerwacht, die te vroeg uit den kuil kwam, doodgeschoten. Dit had alleen het nut, volgens spr., dat er is bewezen, dat de Nederlandsche projectielen goed zijn. Voorts bewees spr., dat de burgerwacht een militaire instelling is, een instelling die door het heele publiek betaald wordt, dus ook door degenen die er vijandig tegenover staan. Het doel van de burgerwacht is om de orde te bewaren. Spr. eindigde zijn rede met eenige scherpe voorbeelden te geven, dat in den Nederlandschen Staat geen Orde, doch wanorde is.Provinciale Drentsche en Asser courant 13-11-1926.
12-11 Assen Idem -als Veendam
De vergad. te Veendam en Assen met Jo de Haas als spreker slaagden goed, de laatste zelfs boven verwachting. Van de andere vergaderingen is ons nog niets bekend. Men wil ons voor 't volgend no. daaromtrent zeker wel even inlichten? B. (De arbeider 20-11-1926)
13-11 Schoonoord Weg met de vakorganisaties. En dan? (De arbeider; 13-11-1926)
14-11 Stadskanaal Dominé, Pastoor en Rabbi.
(De arbeider; 13-11-1926)
15-11 Gasselte Weg met de vakorganisaties. En dan? (De arbeider; 13-11-1926)
16-11 Valthermond De militaire relletjes te Assen
(De arbeider; 13-11-1926)
17-11 Emmen Het mobilisatiekruis een bloedkruis. (antimil. rede)
(De arbeider; 13-11-1926)
18-11 Musselkanaal Zal de openbare school ten onder gaan
De vergaderingen, met Jo de Haas als spreker, alhier en te Ter Apel gehouden, hadden vrij wat beter bezocht kunnen zijn. Op de vergadering te Musselkanaal hadden we nog eenigen van het onderwijzend personeel der openbare school verwacht, maar mis hoor! Niemand hunner kwam, hoewel we hen uitgenoodigd hadden. Er is anders eenige beroering onder de onderwijzers, nu ze zien dat hun broodje dreigt in 't gedrang te komen. Hun "actie" heeft echter weinig om 't lijf. We zouden tot hen willen zeggen: wilt ge dat uw werken, uw onderwijs vruchten zal dragen, voedt dan de kinderen op in fierheid en karakter-grootheid. En bovenal: wees zelf flink. Daarnevens hebben vele ouders hun plicht verzaakt door van de vergadering weg te blijven, terwijl ze tevens iets gemist hebben. We kunnen allen aanraden, De Haas te laten optreden met het onderwerp: 't Zal de openbare school ten onder gaan?" Kameraden, daar wij 't plan hebben, om Jo plm. half December weer in een tweetal plaatsen te doen optreden, n.1. te Vlachtwedde en te Nw. Weerdinge, is het noodzakelijk even bijeen te komen ter bespreking van een en ander. Komt dus allen Zondag 28 Nov. ten huize van P. Potjegort te Musselkanaal. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, no. 48, 27-11-1926.
19-11 Ter Apel De muiterij te Assen en het gebeurde te Veendam
(De arbeider; 13-11-1926)
20-11 Emmer-Compascuum Idem (De arbeider; 13-11-1926)
21-11 Zwartemeer Idem (De arbeider; 13-11-1926)
22-11 Groningen Ferdinand Domela Nieuwenhuis; wij na hem
Wij weten niet of de heeren succes te boeken hebben, doch beter was het dat de kleermakers(sters) wat meer aandacht schonken aan die vergaderingen, waar hun de weg gewezen wordt, hoe zij moeten handelen om onder het juk der uitbuiters vandaan te komen. Zooals b.v. de F. D. Nieuwenhuis-herdenking, waar Jo de Haas het onderwerp „F. D. Nieuwenhuis, wij na hem", behandelde. In een duidelijk betoog zette de Haas uiteen hoe Nieuwenhuis de strijd zag, terwijl hij daarnaast met bewijzen aantoonde dat N.'s strijdwijze nog altijd de juiste is. De rede werd afgewisseld door eenige muzieknummers van het bekende viool- en piano-gezelschap, terwijl Mej. B. nog eenige aangrijpende liedjes met piano-begeleiding gaf, en B. de gedichten „De Kruisman" en „Uitvaart van Nieuwenhuis" declameerde.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, no. 48, 27-11-1926.
23-11 Nieuwe Pekela De muiterij te Assen en het gebeurde te Veendam
De vergadering met Jo de Haas is goed geslaagd De spreker wees er op, dat de relletjes te Assen en Ede aantoonden, dat het anti-militarisme groeiende is. Er komen steeds meer, die begrijpen, dat oorlog verwildering beteekent, dat het volk het gelag moet betalen en de voordeelen komen aan de geldvorsten. Deze geldvorsten, de werkelijke meesters onder de menschen, willen hun positie handhaven en de burgerwacht, een militaristische instelling, steunt de heeren. Wanneer onderdrukking wordt beantwoord met verzet, zullen de wapens van de burgerwacht gericht worden op de onderdrukten. Hulsman beval de werkwijze aan van de S.D.A.P. De Haas antwoordde, dat het parlement machteloos is en het georganiseerd geweld het groote woord spreekt. Uit geschriften van de S.D.A.P. bewees de spreker, dat deze partij tegen ontwapening is. Hulsman stelde een debat-vergadering voor, welk voorstel door De Haas werd aangenomen. Ninteman wees er op, dat het in deze omgeving reeds twee keer was voorgekomen, dat de debater van de S.D.A.P. schitterde door afwezigheid. Hulsman beweerde, dat dit bij overleg niet zou plaats vinden.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, no. 48, 27-11-1926.
25-11 Appelscha Waarom voerde Ford de 5- Vrije groep daagsche werkweek in?
De door ons op Donderdag 25 Nov. belegde vergadering met Jo de Haas als spreker, is vrij goed geslaagd. Als onderwerp werd door Jo behandeld „Waarom voerde Ford de 5-daagsche werkweek in?" Dit belangrijke onderwerp werd op een zoodanige wijze door hem behandeld, dat het voor elkeen duidelijk moet zijn geweest. Hij maakte in een vrij uitvoerig betoog duidelijk, dat we in de handelingen en bedoelingen van Ford c.s. niets anders moesten zien dan een steeds hooger opdrijven van de productiviteit der arbeiders. Ook de onmacht der vakorganisaties werd in dezen zeer duidelijk gedemonstreerd, daar die pas gingen eischen hetgeen al door verschillende in hun soort vooruitstrevende grootkapitalisten in praktijk werd gebracht, zonder den minsten invloed van de vakorganisaties. We kunnen dan ook niet beter doen dan aan te bevelen Jo de Haas met dit onderwerp te laten optreden. Verder hadden we voor Vrijdagavond daarop volgende een vergadering belegd te Smilde, welke door samenloopende omstandigheden op zichzelf mislukte. De mislukking werd veroorzaakt doordat nog twee bijeenkomsten waren georganiseerd en wel een lezing met lichtbeelden over Canada en dan als de aller belangrijkste een uitreiking van het mobilisatiekruis, van welke gelegenheid door ons gebruik werd gemaakt om bij deze poppenkasterij aanwezig te zijn. Allereerst werd door den burgemeester een aantal kruizen uitgereikt aan oud-gemobiliseerden waaronder ook de dominé, dus 't ééne kruis bij 't andere. Daarna werd door een zekere Vos uit Assen een uiteenzetting gegeven omtrent het doel en streven van den bond. Met veel nietszeggende woorden verklaarde hij dat de bond niets militaristisch in zich had en niets anders beoogde dan een waarborg te zijn voor de neutraliteit. Hij verklaarde dit alles zoo onschuldig, opdat men er toch vooral niets kwaads in moest vermoeden. Men begrijpt natuurlijk hoe hier weer de arbeiders met zoet-zalvende woordjes in de luren worden gelegd, en, dat al dat gezwam niets te beteekenen heeft, en niets anders dan nieuwe pogingen zijn om de zaak te redden, die al meer en meer verloopt. Na deze uiteenzetting werd door den voorzitter aan dominé verzocht, om eenige woorden te zeggen en tevens een nadere verklaring te geven door welke verdiensten hij het mobilisatiekruis had verworven. Dit was allervermakelijkst om te hooren. Dominé was zoo nederig en nu moest hij nog wel zijn eigen deugden gaan vertellen. Hij was, zoo zeide hij telkens, bang, zich te kort te doen in zijn eigen nederigheid. Zijn deugden waren dan ook weer zoo onschuldig, hij was ook heelemaal niet militairistisch aangelegd. Zijn deugden kwamen in het kort hier op neer: hij had tijdens de mobilisatie veel met de militairen omgegaan, had ze getroost zich te schikken in hun positie, en had dikwijls met hen samen chocolade gedronken. Men begrijpt natuurlijk wel dat dit niet alle deugden zijn geweest, zeer zeker zal wel de voornaamste deugd zijn geweest om het moreel der troepen hoog te houden. Hij besloot met te zeggen het kruis te zullen verdedigen tegen elken aanrander. Daarna werd er gepauseerd en dominé zal zeer zeker niet gedacht hebben zoo gauw al een aanrander te zullen ontmoeten, want in deze pauze zocht Jo de Haas dominé op en stelde zich aan hem voor als de eerste aanrander van het kruis. Men had dominé moeten zien, geheel in verwarring; eerst niet wetende wat te antwoorden, kwam er eindelijk hakkelende uit dat hij het niet zoo had bedoeld, en dit in ieder geval geen geschikte plaats was. Ook gevoelde hij zich niet bekwaam voor die taak. Hij was stellig weer vergeten wat hij even te voren had verklaard. Jo maakte hem dan ook duidelijk, dat hij tegen voorstanders niets te verdedigen had, doch dat hij dit moest doen tegenover tegenstanders. Eindelijk dan heelemaal in 't nauw gedreven stemde dominé zoo goed als toe in een debatvergadering. Deze zal vrij zeker worden gehouden in Dec. Afwachten dus. In ieder geval beleggen wij over deze kwestie een vergadering daar ter plaatse. Verder willen we hopen en verwachten dat in die donkere streek, waar kerk en kroeg nog hoogtij vieren, licht mag doorbreken en onze ideeën er ingang mogen vinden. Denken de leden der I.A.M.V. om de huish. vergadering op a.s. Zondag, 's morgens 10 uur, bij P. Bruinsma? Zorge ieder tijdig aanwezig te zijn. JOH.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, no. 49, 04-12-1926.
26-11 Smilde De relletjes in Assen en het gebeurde in Veendam (Provinciale Drentsche en Asser courant 24-11-1926)
05-12 Rotterdam Het christendom een redelijke religie
Vrijdenkersvereeniging „De Dageraad". Zondag 5 Dec. debatteerden de heeren J. Gangel (pro) en Jo de Haas (contra) over het onderwerp: „Het christendom een redelijke religie." J. Gangel, zijn betoog in een 3-tal stellingen inleidend, noemt het officieele christendom: atheïsme met een godsdienstig vernisje, geeft een opsomming van de verschillende godsdienstige secten en constateert, dat alle afwijken van het christendom in zijn oorspronkelijken, openbaringsvorm ; dát christendom is de ware religie. Met uitspraken uit het N. Testament tracht spr. aan te toonen, dat het christendom anti-militaristisch en geweldloos is, zoodat dienstweigering b.v. een specifiek christelijke daad is. Ja, hij noemt het christendom zelfs anarchistisch! Het ware (?) christendom erkent god als geest, door wien alles is en... die ook het kwade heeft geschapen, maar daarnaast erkent spreker toch de causaliteitswet en de eeuwigheid van de wereld (de stof, Jos. S.) zelfs het onredelijke in de natuur, maar dat noemt hij een gevolg van den zondeval. Na eenige critiek op den god der Calvinisten en Adventisten, alsmede op het leger des heils en het officieele christendom, besluit spreker met eene vergelijking van den christelijke en den vrijdenker, wier-beider geloof, volgens hem, de redelijkheid is. De Haas, het woord verkrijgende, merkt op, dat er van een vruchtbaar debat z. i. geen sprake kan zijn, daar zijn tegenstander eerder een medestander genoemd kan worden. Hij wil hem echter op den voet volgen en constateert dan, dat, wat de heer Gangel heeft verkondigd, geen christendom, maar Gangeldom is, daar deze zijn eigen opvatting in de plaats van de christelijke heeft gesteld. De stellingen van zijn opponent ontledend, toont spreker het bankroet daarvan aan, en bewijst aan de hand van de feiten en met voorbeelden, dat 't betoog van zijn tegenstander verward en deze zelf vaak in tegenspraak met zichzelf is. In plaats van op het individualistisch wezen van het christendom te wijzen, zegt de Haas, had zijn tegenstander moeten aantoonen, dat het christendom een gemeenschap kan zijn van het moderne proletariaat; dat heeft hij niet gedaan. Wat overigens de bijbel betreft, de vrijzinnigen nemen er uit wat zij kunnen gebruiken of in hun kraam te pas komt. Spreker wil ook eenige grepen uit den bijbel doen en bewijst met aanhalingen van Paulus, Johannes e. a. dat men ook tot tegenovergestelde uitspraken kan komen. God is geest, heeft Gangel gezegd, doch geest is bewustzijn en als god als grond der dingen een eenheid genoemd wordt, is dat niet te rijmen met het tegendeel, het onredelijke, het tegenstrijdige in de natuur. Als opponent de onredelijkheid nu op rekening van den zondeval wil schuiven, dan is Borculo dus verwoest omdat Adam en Eva gekheden hebben gedaan, roept De Haas uit. Als god den oorlog niet wil, als god anti-militarist is, hoe is het dan mogelijk, dat in Utrecht gasscholen worden opgericht en in de toekomst weer een nieuwe oorlog dreigt? vraagt spreker. Het christendom en de christelijke moraal is hieraan mede schuldig. Resumeerende komt De Haas tot de conclusie, dat de levensbeschouwing van Gangel niet die van den bijbel is; en zijn religie geen christendom, maar... Gangeldom. Na de pauze bracht Gangel in zijn repliek hulde aan De Haas voor zijn zakelijke en eerlijke bestrijding, doch herhaalt dan wat hij reeds in zijn betoog gezegd had en beroept zich voor zijn aanhalingen uit den bijbel op 3 bijbelvertalingen waaruit hij geput heeft. Hij eindigde met eene verdediging van het oorspronkelijk christendom. De Haas zet een en ander even recht, o. a. dat dienstweigeren geen specifieke christelijke daad is, maar voortspruit uit ons mensch-zijn, uit onze levensbeschouwing. Hij is het eens met Gangel, dat de mensch verbeterd moet worden, maar dan moet het maatschappelijk vraagstuk veranderd worden, tot heil en glorie van allen. Dat is het werk van de atheïsten, en dat is hoopvoller en zegenrijker dan die verlossings-gedachte van het christendom! De opbrengst der collecte zal in het volgend verslag worden vermeld. De vrije socialist 11-12-1926
12-12 Vlagtwedde Vrijzinnig of Hervormd
twee lezingen Hoe worden de menschen in Indië behandeld(De arbeider; 11-12-1926)
19-12 Sappemeer De Kerstleugen
De vergadering, j.1. Zondag, was voor velen een teleurstelling. Jo de Haas, die zou spreken, had goed gevonden ons een plaatsvervanger te zenden, zoodat J. Bijlstra van Groningen voor een goede 60 personen het onderwerp behandelde „De Kerstleugen". In een duidelijk betoog zette B. uiteen dat er in de tegenwoordige maatschappij, welke berust op kapit. grondslag, geen sprake kan zijn van vrede op aarde en nog minder van welbehagen in de menschen, doch enkel van strijd, bittere, onverzoenlijke strijd van mensch tegen mensch, veroorzaakt door de schrijnende klassetegenstellingen, om daarna tot de conclusie te komen dat enkel in een maatschappij welke gebaseerd is op onderlinge solidairiteit en wederkeerig dienstbetoon, waar in plaats van kapitalisme het socialisme zal heerschen, vrede en harmonie onder de menschen kan zijn. Zonder dus ook maar iets te willen afdingen op het gesprokene van B. meenen we toch dat we moeten spreken van een teleurstelling, omdat gerekend was op De Haas — en is zulks zekerlijk niet bevorderlijk voor de opkomst op dergelijke verg., vooral daar dit reeds de tweede keer is te dezer plaatse met De Haas.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 36, no. 52, 25-12-1926.
20-12 Appingedam Waarom voerde Ford de Propaganda-Comité vijfdaagsche werkweek in? Noordelijke Vrije Soc. Groepen (De arbeider; 18-12-1926)
21-12 Winschoten Idem (De arbeider; 18-12-1926)
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1927
1927 09-01 Rotterdam De waardeloosheid van den De Dageraad godsdienst
Zondag 9 Jan. sprak Jo de Haas over : „De waardeloosheid van den godsdienst”. Spreker begon zijn rede met een aanhaling van prof. Groenewegen: „dat de godsdienst een uiting en bevrediging van behoeften van den mensch is”, hetgeen hij een onjuistheid noemt; de godsdienst kan wel een uiting van behoeften zijn, doch geen bevrediging, dat is in strijd met de werkelijkheid, de godsdienst zelve is daar een sprekend bewijs van. Het roomsch-katholicisme is in de 16e eeuw gefnuikt geworden door het protestantisme, doch dit heeft zich ook niet kunnen handhaven. Het Lutherdom en het Calvinisme heeft hoogtij gevierd en toch den mensch niet kunnen bevredigen. en tenslotte zien we het protestantisme in een 100-tal secten zich verdeelen. De strijd van Luther tegen den aflaathandel in de roomsche kerk in 1517, had de breuk met die kerk tengevolge, zijn beroep op de consciëntie, 2 jaar later, heeft echter aan het prot. den doodsteek toegebracht. De vernietiging eenerzijds van het prot., door Luther ingezet, heeft anderzijds het in 't leven roepen van concilies tengevolge, om zijn prestige te redden, zooals er heden nog synode's bijeen geroepen worden voor hen, die vrijzinnige opvattingen hebben. Het protestantisme heeft in de practijk bewezen, als onderdrukkings-godsdienst den evenknie van Rome te zijn, en Luther verstond toen reeds de kunst (evenals dr. Den Hartog thans) een eenheidsfront te stichten met de vorsten tegen de door onderdrukking in verzet komende boeren, die daarom ketters genoemd werden. Dat de godsdienst geen steun voor den mensch is en geen bevestiging van de zedelijkheid, bewijst spreker met voorbeelden o. a. van de Eskimo's, die een hoog peil van zedelijkheid hebben, terwijl de godsdienst hen geheel vreemd is... dank zij het feit, dat deze menschen nog niet met de christelijke beschaving in aanraking zijn geweest. Vervolgens geeft spreker eenige staaltjes van zedelijkheid en verdraagzaamheid van christenen van recenten datum en onderwerpt aan een felle critiek het Oude Testament, waarvan hij het onzedelijke aantoont van sommige geboden, en voornamelijk de beruchte 10 geboden, wegens hun schunnigheid, flink onderhanden neemt. Naarmate echter de moderne wetenschap in toepassing wordt gebracht, moet de godsdienst zich aanpassen (bewijze: de moderne protestanten) en komen zij voor het dilemma: óf terug naar Rome, óf het waasje laten vallen en bij het atheïsme terecht komen, óf zich opnieuw oriënteeren. Bij toepassing van de moderne wetenschap echter heeft de godsdienst geen zin meer; de zedelijkheid zal er echter bij winnen, daar zij met den godsdienst niets uitstaande heeft, integendeel, er onzedelijk door wordt. Er is een zedelijke en wereldlijke moraal die véél hooger staat en die haar uitgangspunt heeft in den mensch zelve en niet in voorgeschreven geboden. De godsdienst is derhalve van geen nut of beteekenis, ze is waardeloos en bovendien schadelijk voor den menschelijken vooruitgang. Het was een ochtend van propagandistische waarde. De vrije socialist 15-01-1927Jos. Standaar.
17-01 Den Haag Spiritisme, occultisme en De Dageraad geestverschijningen
Het was alweer eenige jaren geleden, dat Jo de Haas hier ter stede als spreker optrad. Het deed ons daarom genoegen, de kennismaking weer eens te hernieuwen, vooral nu hij zoo'n interessant onderwerp behandelde als het spiritisme en aanverwante verschijnselen. De Rotterdamsche correspondent heeft eenige weken geleden uitvoerig verslag over deze rede gegeven, zoodat wij, wat den inhoud betreft, daarnaar kunnen verwijzen. Iets nieuws hebben we geleerd, nl. hoe men op eenvoudige wijze „geestesfoto's“ kan vervaardigen. De Haas had er zelf een gemaakt, die aan de aanwezigen getoond werd. Er was eenig debat, dat weinig nieuws opleverde. Een „christelijk” debater, die precies wist te vertellen hoeveel millioenen engelen, demonen enz. er zijn, oogstte natuurlijk een uitbundig lachsucces. We hopen Jo de Haas spoedig weer eens terug te zien,De vrije socialist26-01-1927.
23-01 Amsterdam Immanenz-idealisme De Dageraad (Het volk 22-01-1927)
30-01 Haarlem Waarom wij de godsdienst bestrijden
30 Jan. sprak Jo de Haas voor „De Dageraad". Z'n onderwerp was iets gewijzigd en luidde nu: „Waarom de godsdienst bestreden?" Deze bijeenkomst was goed bezocht en De Haas had een aandachtig gehoor. Een dame kwam als spiritiste zeggen, dat er werkelijk sprake is van een hiernamaals, waarmee zij voortdurend in contact stond. Overigens was zij het volkomen met het gesprokene eens. Omtrent hare opmerking zou een nieuwe vergadering belegd kunnen worden, wat genoemde dame ook wel zou willen, wanneer ze maar wat beter over de gave van 't woord beschikte. We moeten hieromtrent dus afwachten.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 37, no. 6, 05-02-1927.
06-02 Rotterdam Weg met het openbaar onderwijs (Voorwaarts: sociaal-democratisch dagblad 03-02- 1927)
06-02 Rotterdam (avond) Is politie veiligheid of vuiligheid An. Prop.-Club Linker-Maasoever
Dit was het onderwerp, hetwelk Jo de Haas Zondagavond in' 't Jagershuis voor een talrijk en aandachtig gehoor behandelde. Op zijn gewone pittige manier zette spreker, aan de hand van ontelbare feiten, uiteen, dat het politie-instituut internationaal zich schuldig heeft gemaakt aan allerlei schanddaden en misdaden, en stelde in het licht van deze feiten de nuchtere vraag: wie zal ons beveiligen tegen deze geüniformeerd van boven af beschermde boeven. Glashelder deed hij uitkomen, dat de politie een klasse-instelling is, altijd paraat waar het geldt een voor zijn rechten strijdende proletariër neer te knuppelen. Resumeerende, komt spreker dan ook tot de conclusie, dat alle door hem opgesomde wandaden een afspiegeling zijn van onze rotte samenleving, een maatschappij, waar onrecht en uitbuiting hoogtij vieren. Makkers, aan ons de moeilijke maar schoone taak, om dag en nacht tegen deze leugenwereld te vechten, om te komen tot een samenleving, waarin voor geboefte geen levensmogelijkheid meer is. Als een treffende bizonderheid dient nog vermeld, dat na 't beëindigen van De H.'s rede, één der aanwezigen opstond om in levenden lijve te demonstreeren, dat de politie werkelijk vuiligheid is. Deze toch stond daar in den bloei van zijn jonge leven.... blind geschoten door de bloedhonden van het patronaat, omdat hij met een stoomfiets met licht op stil stond op den Hilledijk. Genoeg; laten we ons niet dood ergeren, maar met de tanden op elkander strijden. Eéns zullen wij winnen. En jij, Jo, gegroet makker, wij verwachten je spoedig terug binnen de muren van onze Rotte stad.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 37, no. 7, 12-02-1927.
20-02 Nederhorst den Berg Waarom wij de godsdienst bestrijden (De vrije socialist 19-02-1927)
21-02 Alkmaar Waarom wij de godsdienst bestrijden (Alkmaarsche Courant 18 februari 1927)
04-03 Smilde Het mobilisatiekruis. Waarom ds A.I.M.V. afd. Appelscha Van Loon niet debatteert (Provinciale Drentsche en Asser courant 26-02- 1927)
05-03 Tijnje De zwendel der verkiezingen;
Vrije Soc. Groep
5-tal vergaderingen met Jo de Haas als spreker. Met tal van feiten toonde Jo aan, dat in de politieke partijen steeds grootere verwording te constateeren valt. Vooral de S.D.A.P. werd door hem aan critiek onderworpen. We hebben, aldus spr., voornamelijk onze critiek te richten tegen die partijen, welke de kiezers trachten wijs te maken, dat ze door het parlementairisme het socialisme zullen brengen of bevorderen, omdat we vanuit onze socialistische wereldbeschouwing een en ander bezien.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 37, 1927, no. 10, 05-03-1927.
11-03 Ureterp Verkiezingszwendel
(Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 08-03-1927)
12-03 Boelenslaan Socialisme en Anarchisme
Zaterdag 12 Maart sprak Jo de Haas alhier in een stampvolle vergadering over: Socialisme en Anarchisme. In 't eerste uur besprak spreker de noodzakelijkheid van 't socialisme voor alles in economisch opzicht, doen uitkomende dat het kenmerk der kap. maatschappij vooral is: het wezen van den privaateigendom. Dit privé-bezit van goederen leidt noodzakelijk tot persoonlijke slavernij voor den niet-bezitter. Spreker deed vooral uitkomen dat van nature de privaateigendom niet denkbaar is, aangezien de ontzaglijk enorme rijkdommen aan goederen, welke onze maatschappij bezit, niet het resultaat is van de arbeid van een enkele mensch, ook niet van een geheel menschengeslacht, maar wel van alle menschen die de aarde tot nu toe hebben bewoond. Dit feit rechtvaardigt ook het gemeenschapsbezit. In 't tweede uur deed spreker uitkomen dat anarchisme het noodzakelijk gevolg is van het socialisme. Alle gezag toch dient vóór alles tot eigendomsbescherming. Zoodat opheffing van den eigendom de noodzaak van het gezag opheft. Terwijl nog werd besproken de onredelijkheid en de onzedelijkheid van alle gezag. We wonnen 2 ab. op „Opstand" en 5 op „De Arbeider", terwijl nog 8 personen zich opgaven voor een proefnummer. Het batig saldo der vergadering, zijnde ƒ 6.—, werd bestemd als steun voor „De Arbeider". De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 37, no. 12, 19-03-1927.
27-03 Rotterdam Eenige consekwenties van het De Dageraad godsgeloof
In een goed-geargumenteerd en gedocumenteerd betoog behandelde Jo de Haas Zondagmorgen die tevens de laatste lezing was voor dit seizoen het onderwerp: „Eenige consekwenties van het godsgeloof," Elke godsdienst, aldus spreker, is 'n soort handel tusschen den mensch en het opperwezen, hetwelk in de offeranden tot uiting komt, En hij noemt het streven naar geluk door middel van den godsdienst huichelarij, omdat voor den geloovige het geluk niet in deze wereld ligt, zoodat het ook niet van hemzelf afhangt, maar het als een soort genadegift van boven verwacht. De grondslag der wereld is zondig en verkeerd en de mensch in zijn totaliteit slecht. De vrijdenker daarentegen gaat uit van de stelling, dat het geluk mogelijk is, als gevolg van strijd, durf en energie en definieert met eenige uitspraken wat wij onder geluk verstaan. De consekwentie dat er zonder god geen zedelijkheid is, noemt spreker een inconsekwentie, want de geloovige bouwt op god zijn zedelijkheid, maar als nu blijkt dat god er niet is, (en het bewijs daarvoor is nog niet geleverd) dan valt met god ook de zedelijkheid. Met voorbeelden toont spreker aan, dat wij in een godsdienstige crisis verkeeren, die tevens een zedelijke crisis is en stelt tegenover de bloedwraak in het 0. T. de moderne rechtspraak, die alle wraakgedachten al niet meer accepteert. Ten slotte ziet spreker in den godsdienst een zelfverminking en zelfvernedering van den mensch. De geloovige is altijd een slaaf tegenover zijn god. Concludeerende besluit spreker: le. dat de godsdienst tot geestelijke onteigening leidt ; 2e. de godsdienst leidt tot economische onteigening om te komen tot geestelijke en maatschappelijke slavernij en het geestelijk peil zal niet kunnen stijgen, zoolang men geen afstand van den "godsdienst doet. Dát te bevorderen is de taak van „De Dageraad”. Jos. Standaar.De vrije socialist 30-03-1927.
28-03 Enschede Debat over Geloof en Ongeloof De Dageraad
„Waar zal de strijd tusschen geloof en ongeloof in eindigen ?" In de groote zaal van Ons Huis werd Maandagavond vanwege De Dageraad een debatvergadering gehouden over het onderwerp „Waar zal de strijd tusschen geloof en ongeloof in eindigen?" Als sprekers traden op de heeren Jo de Haas uit Amsterdam en D. Prins uit Hengelo. Voorzitter was de heer D. Oldenhof. Het eerst trad op de heer Prins. Spreker constateerde allereerst de groote tegenstelling welke er bestaat tusschen de vrijdenkers en de christenen. De eersten ontkennen Gods bestaan, de laatsten zijn er van overtuigd dat God alle dingen heeft geschapen in hun eigen vorm en Hij is eveneens voor hen de onderhouder van al het bestaande. Zonder Hem is er geen leven mogelijk. Zie hier wel een groote tegenstelling, welke heel lang reeds bestaat en deze tegenstelling is oorzaak van een strijd die wel telkens van uiterlijk verandert, doch die in wezen altijd dezelfde blijft. Spreker gelooft in den bijbel en nooit heeft hij een boek gezien of gelezen dat zoo oud was als die bijbel. Reeds terstond na den zondeval is de groote strijd tusschen geloof en ongeloof begonnen. God heeft getracht dien strijd op te heffen en dat kan ook. Nu en elken dag kan die strijd beëindigd worden, omdat God heeft gegeven Zijn eenigen Zoon en door het aannemen van Hem kan de strijd tusschen geloof en ongeloof beëindigd worden. Met ongeloof bedoelt spreker niet de verschillende richtingen die den godsdienst verwerpen en met geloof niet hen die tot godsdienstige richtingen behooren; deze beide termen geeft hij aan hen, die de vrijheid der wereld zoeken en haar toch niet kunnen vinden en aan hen die leven in de vrijheid Gods. De strijd tusschen geloof en ongeloof is dus de strijd tusschen den vorst dezer wereld, den duivel, en God. Deze groote strijd tusschen geloof en ongeloof is niet een oppervlakkige strijd, neen, onder den druk van dien strijd zucht heel het schepsel tot in zijn teerste snaren. Heel de menschenziel lijdt omdat de zonde in de wereld gekomen is en ieder mensch snakt naar verlossing van dien druk. De strijd tusschen geloof en ongeloof heeft twee kanten. Aan de eene zijde heeft men de geloovigen die verzekerd zijn van de overwinning, het bereiken van de vrijheid, waarnaar zij snakken en die er zal komen indien de strijd tusschen geloof en ongeloof beëindigd wordt op den dag dat God het wil. Zoo dus, met de overwinning als zekerheid zal van den kant der christenen de strijd tusschen geloof en ongeloof eindigen. Aan den anderen kant, aan den kant van het ongeloof, zal het resultaat van den strijd een heel andere zijn. In den tijd van de voorbereiding voor het einde, wanneer het hoopje christenen van de aarde zal zijn weggenomen, zal voor de ongeloovigen die „zijn teeken hebben aangenomen", die den antichrist aanvaarden, een poos een vrij en blij leven werkelijkheid worden tot de groote oorlog komt waarin die Ongeloovigen zullen ten onder gaan. De strijd tusschen geloof en ongeloof zal van den kant van het geloof geen doodsstrijd zijn, integendeel, de géloovigen zullen veilig geborgen worden in hemelsche zaligheid.
Hierna was het woord aan den heer Jo de Haas. Deze is teleurgesteld. Spreker had gehoopt van den heer Prins iets te hooren over de geschiedenis van den strijd tusschen geloof en ongeloof, over hetgeen het geloof en het ongeloof hebben gedaan of tot stand gebracht. De geachte opponent heeft alleen een getuigenis, een preek gegeven. Feiten en argumenten heeft hij niet genoemd of aangebracht. De heer Prins acht Gods bestaan bewezen door de orde die er in de wereld is, maar spreker ziet nergens orde. Heel de menschenmaatschappij is een groote chaos. De strijd tusschen geloof en ongeloof zelf is toch geen bewijs van groote orde en in de natuur? Hoe zijn daar de blinde krachten aan het werk die alle door elkaar werken en één grote chaos, één groote warboel scheppen. Spreker wijst op de verwoestingen die stormen en aardbevingen, pest en cholera aanrichten. Komende tot den zondeval en de verleiding door den duivel, vraagt spreker hoe God den duivel duldt als Hij alleen het goede met den mensch op het oog had. Hierna behandelt hij het zoenoffer van Christus. Spreker vindt het standpunt, waarop dat zoenoffer aanvaardbaar is, reeds lang overwonnen. De rechtsopvatting van de bloedwraak, welke hier tot uiting komt, wordt door de menschheid van thans onzedelijk genoemd. De geloovigen vinden den strijd tusschen geloof en ongeloof onzalig en verderfelijk, maar God, die toch almachtig is en een einde aan dien strijd zou kunnen maken, doet dat niet. God heeft alles geschapen, dus ook de atheïsten. Hij laat den strijd toe en dus vindt Hij dien blijkbaar niet erg of verkeerd. De heer De Haas heeft door de rede van den heer Prins weer zijn opvatting bevestigd gekregen dat de godsdienst oer-conservatief is en daarbij dat de godsdienst de menschen tot fatalisten maakt, omdat telkens wordt geleerd, dat de mensch tot iets goeds niet in staat is. Dat is een verderfelijke leer, want daardoor worden de krachten in den mensch niet gewekt en daardoor komt het ook, dat er juist zoo weinig nog tot ontwikkeling gekomen is. De leer dat de mensch niet tot iets goeds in slaat is. heeft echter toch niet allen vooruitgang kunnen tegenhouden en wij hebben thans geleerd ons van veel geesels, die vroeger golden als bezoekingen Gods, te bevrijden. De oorlog kan niet uit het leven der volken verbannen worden, zeggen de Christenen, omdat de mensch in zonde geboren is. Daarom zal de oorlog, zeggen zij, eeuwig eén geesel Gods blijven. Spreker stelt daartegenover zijn overtuiging, dat door afschuw der menschen en door krachtige anti-militaristische actie de oorlog onmogelijk gemaakt zal worden, zooals er ook een einde gemaakt is aan veel epidemieën. De eeuwige gelukzaligheid, waarover de heer Prins gesproken heeft, kan slechts gekocht worden door onderwerping aan de geboden Gods, door het opgeven dus van karakter en werkelijke menschenwaarde, door zich zelf tot slaaf te maken; dat acht spreker te duur gekocht. Inderdaad is het resultaat van den strijd tusschen ongeloof en geloof voor beide partijen verschillend. Voor de geloovige is het resultaat een zelfverzekerdheid van eeuwige gelukzaligheid in het hiernamaals. (Het geloof leidt steeds tot wereld-ontkennen). Het ongeloof wil hier op de aarde de menschen zóó doen leven, dat geestelijk en stoffelijk hier een werkelijk menschwaardig leven mogelijk zij. Een geloof aan God is daartoe niet noodig integendeel, alles wat tot nu toe bereikt is, is het resultaat van de activiteit van den mensch en de menschelijke wetenschap, Na re- en dupliek werd de vergadering gesloten.Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant 30-03-1927.
Vorige week Maandagavond werd in de groote zaal van Ons Huis een debatvergadering gehouden tusschen Jo de Haas uit Amsterdam en D. Prins, voorganger van de Baptisten-gemeente te Hengelo. Het onderwerp dat behandeld zou worden door de beide sprekers luidde: „Waar zal de strijd tusschen geloof en ongeloof in eindigen?". Prins, die als inleider optrad, meende de vraag duidelijk te stellen als hij constateerde, dat de christenen gelooven in een almachtig, alwetend en algoede god, welke alle dingen heeft gemaakt en nog dagelijks bezig is te maken en te veranderen, de Schepping is niet af, en de vrijdenkers, die het bestaan van een god ontkennen, en als gevolg van die stelling het geheele wereldgebeuren, incluis de mensch, meenen te kunnen verklaren uit de bewegingen van de materie. In den vorm van een preek bouwde Prins hieruit z'n betoog verder op, waarin de duivel, goed beschouwd, de voornaamste rol vervulde. Neem den Satan uit het christelijke geloof weg en het valt in elkaar als een oude door brand vernielde noodwoning.
Jo de Haas, aan het woord komende, had verwacht iets te zullen hooren over de geschiedenis en 't ontstaan van het geloof, over wat deze beide levens- en wereldbeschouwingen hadden gedaan en tot stand gebracht, niet voor den hemel want daarover weet ook Prins niets te zeggen, maar hier op aarde, voor de menschen. En als god zoo goed en barmhartig is, zegt spr., waarom schiep hij dan den duivel, van wien hij al vooraf wist, dat deze z'n werk op de jammerlijkste wijze zou in de war schoppen want god als eenigste en eerste oorzaak is toch ook de schepper van Satan! Nog stond De Haas uitvoerig stil bij het zoenoffer, de dood van Jezus Christus. Dit herinnert duidelijk aan de bloedwraak, erger nog, een ander te laten lijden voor datgene wat men zelf gedaan heeft. Onze hedendaagsche zedelijkheidsbegrippen staan hooger dan die van den god, welke zijn zoon liet kruisigen voor de misdaden van anderen. Na re- en dupliek werd de vergadering met een woord van dank aan beide sprekers door den voorzitter D. Oldenhof gesloten.
Hoewel deze vergadering matig bezocht was, zagen we veel vreemde gezichten en werd er heel wat lectuur van sterk uiteenloopende strekking verkocht en rondgedeeld, zoodat het uitgestrooide zaad zeker wel vruchten zal dragen. De vrije socialist 06-04-1927.
04-04 Hengelo Verkiezingsdebat
De ,,geweldige” hier.
Wel, kunt ge dat nog vragen wie dat is! Moet dat niet Stenhuis zijn, die Lou de Visser in de Tweede Kamer de vuist onder den neus duwde? Echter, deze geweldenaar is ons geweldig tegengevallen, 't Leek ons net zo'n bulderende rijk geworden veekooper op 'n marktdag. Jo de Haas, die voor de Almelosche kameraden was overgekomen om de vorige week met een soc.-dem. aldaar in een verkiezingsvergadering debatteeren, was ook hier aanwezig om Roelf eens aan den tand te voelen over wat hij Maandagavond zeide over het onderwerp: Waarom de soc.-dem. versterkt in de Prov. Staten? Nu, daar zou weinig van overgebleven zijn had men Jo de Haas, toen hij een kwartier het woord had gevoerd, dit niet ontnomen. Ongetwijfeld was het gesprokene van De Haas voor velen van de nog al talrijk opgekomenen iets nieuws en heeft zeer zeker z'n nut gedaan. Tot het houden van een openbaar debat, waartoe De H. Roelf uitnoodigde, had deze geen tijd... Wat ’n smoesje! De vrije socialist09-04-1927.
05-04 Enschede SDAP-verkiezingsdebat
In de groote zaal van „Ons Huis", welke beneden grootendeels bezet was, had gisteravond de afd. Enschede van de S.D. A.P. een openbare vergadering belegd in verband met de verkiezingen. Na een inleidend woord van den voorzitter, den heer M. van Assen, sprak allereerst de heer H. Voogdgeerd uit Hengelo, die meer in het bijzonder stil stond bij de beteekenis van de Statenverkiezingen, waarbij hij vooral over de provinciale politiek van Overijssel sprak. Spr. betoogde o. a., dat na de intrede van de soc. dem. in de Provinciale Staten in sommige opzichten een verbetering is te bespeuren, o. a. wat betreft de loonregeling voor de provinciale arbeiders, hetgeen indirect van groote beteekenis is voor de gemeentearbeiders. Spr. wekte op om er voor te zorgen, dat het aantal soc. dem. in de Staten van Overijssel vermeerderd wordt. In het college van Ged. Staten heerscht vooral in Overijssel een reactionnaire meerderheid. Dit moet veranderd worden, want Ged. Staten hebben het veelal in hun macht, om democratische besluiten van gemeentebesturen te niet te doen, hetgeen reeds meerdere malen is gebleken. Vervolgens voerde de beer R. Stenhuis uit Amsterdam, voorzitter van het N.V.V., het woord. In den breede zette sp. uiteen, dat de soc. democratie strijdt voor economische goederen en hervormingen, hetgeen haar onderscheidt van de burgerlijke partijen, die zich op het kapitalistisch standpunt plaatsen. Steeds moeten de soc. dem. er naar streven, zich meester te maken van alle politiek-parlementaire machtsorganen, ook van de minst belangrijke. Daarom is het een dringende eisch, dat bij elke verkiezing de stem der soc. democratie met steeds grooter kracht wordt gehoord. Nooit, vervolgde spr., is de strijd tegen het kapitalisme noodzakelijker geweest dan thans. De kerkelijke partijen keeren zich tegen de soc. dem. en de bisschoppen hebben in de R.K. kerken hun brief van 1924 doen herlezen, waarin tegen het socialisme gewaarschuwd wordt, omdat het beginsel van den klassenstrijd lijnrecht zou indruischen tegen de Chr. naastenliefde. Dit is, zeide spr., misleiding, omdat de Chr. naastenliefde een moraaltheorie is en niets te maken heeft met het maatschappelijk leven. De leer van den klassenstrijd is niets anders dan een ontleding van de maatschappelijke verhoudingen en wat de arbeidersklasse moet doen, om die verhoudingen te veranderen. De vraag moet gesteld worden: Wat heeft het kapitalisme van de wereld gemaakt? Het is, zeide spr., op een groote mislukking uitgeloopen en de kapitalistische machthebbers van Europa konden niet voorkomen, dat de vreeselijkste oorlog, welke ooit gewoed heeft, werd ontketend. Het kapitalisme heeft niets dan ellende gebracht en in de meeste landen staan de arbeiders economisch op lager peil dan in 1914. Van liberale zijde is gezegd, dat meerdere welvaart zou ontstaan, indien er meer geproduceerd werd. Een waarheid welke de soc. dem. geheel onderschrijven. Maar doet het kapitalisme dat? Integendeel, door de kartel- en trustpolitiek wordt de productie meer en meer ingekrompen en de werkloosheid neemt toe. Voortdurende prijsverhooging is er het gevolg van. Door de internationale ijzertrust werd b.v. de Duitsche ijzerindustrie beboet, omdat ze meer geproduceerd had, dan vastgesteld was. Zoo worden de verbruikers steeds meer uitgebuit, door de „moderne roofridders", een bewijs, dat het kapitaal een verderfelijke macht is. Ook in politiek opzicht heeft het kapitalisme jammerlijk gefaald. De oorlogsdreiging blijft bestaan en elk oogenblik kunnen nieuwe oorlogen uitbreken. Maar een middel is er om de oorlogen te voorkomen. Wij weten, aldus spr., dat het proletariaat dan den stormvogel der revolutie over Europa zal laten gaan (daverend applaus). De oorlogsvoorbereiding vindt steeds doorgang en Europa zal ondergaan, indien het socialisme niet sterk genoeg is, redding te brengen. Daarom moet doelbewust gestreefd worden naar voortdurende versterking van het socialisme. Anders gaat Europa onder in een zee van ellende. Wanneer het socialisme zal zegevieren, zal Europa onder haar leiding weer langzaam stijgen in welvaart. De vereenigde staten van Europa moeten komen tot samenwerking met Rusland en tevens leven in arbeidsgemeenschap met Azië. Om dat doel te bereiken moet blijken, dat de soc. dem. bij iedere verkiezing weer sterker zijn geworden. De Statenverkiezingen zijn daarom ook van veel belang; zij vervullen tevens de functie van politieke barometer, waarop de gezindheid is af te lezen. De heer Stenhuis besprak hierna de landspolitiek. De belangrijkste gebeurtenis na de jongste Kamerverkiezingen is z. i. het feit, dat de kerkelijke coalitie ingestort is. Het gezantschap bij den Paus was de aanleiding, maar niet de oorzaak. Deze was dat de politieke en sociale tegenstellingen, die zich binnen de coalitie voltrokken, steeds grooter werden. De kerkelijke partijen werden bijeen gedreven door den schoolstrijd. Toen deze geëindigd was, waren de voor de hand liggende sociale maatregelen de band, die het coalitie nog eenigen tijd in stand hield. Thans regeert een intermezzo-kabinet. Er is geen enkele politieke leider, van welke partij ook, of hij beweert, dat een zakenkabinet verderfelijk is voor hei parlementaire stelsel. Zoo kan de regeering de moties Bulten en Suring voor kennisgeving aannemen. Dit alles is volgens spr. de schuld van de R.K. Staatspartij, die geweigerd heeft met de soc. dem. samen te werken. De R.K. hebben verschillende sociale eischen op hun program staan, die volkomen gelijk zijn aan die van de soc. dem. Wanneer de heer Nolens het wilde, konden die program-punten door samenwerking verwezenlijk worden. Spr. zou veel liever niet met de R.K. samenwerken, indien dit mogelijk was. Zoolang de S.D.A.P. echter de meerderheid niet bezit, is dit in het belang der democratie noodzakelijk. Met een krachtige opwekking om zich bij de verkiezingen te scharen aan de zijde der S.D.A.P., eindigde spr. Er werd gedebatteerd door de heeren Jo de Haas (anarchist), Van 't Reve (Communistische Partij Holland, sectie 3e internationale) en Huiskes (Comm. Partij, Landelijk Comité). De heer Stenhuis beantwoordde de sprekers, waarop de vergadering gesloten werd. Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant 06-04-1927.
ENSCHEDE, 5 April. De SD.A.P. had hedenavond in Ons Huis een verkiezing vergadering, die maar matig bezocht was. Eerste spreker was de heer II. Voogdgeert, wethouder van Hengelo, die van het standpunt uitging, dat de Prov. Staten in het Nederlandsche staatsbestuur best gemist konden worden. Maar nu ze er eenmaal zijn, meende spr., moest ervan gemaakt worden wat kon. Hij somde op, wat door Prov. Staten alzoo wordt gedaan, en welken invloed de soc. dem. gedurende de afgeloopen zittingsperiode op den gang van zaken hebben uitgeoefend. Zij eindconclusie was: kiest zooveel mogelijk candidaten van de S.D.A.P. Tweede spreker was de heer Stenhuis. Deze besprak de verkiezingen van meer algemeen socialistisch gezichtspunt en critiseerde ook de maatschappij en den staat in hun huidige constellatie. Er werd nog door enkele personen, o.a. door den anarchist Jo de Haas gedebatteerd. welke debaters door den heer Stenhuis werden beantwoord.Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant 06-04-1927.
Een verkiezingsvergadering. De vorige week Dinsdagavond hadden we het genoegen den grooten voorvechter Stenhuis, voorzitter van het N.V.V., in Enschede, in de groote zaal van Ons Huis te hooren spreken over de Statenverkiezingen. Er was weinig publiek, nog geen 200 menschen hadden de moeite genomen om naar St. te komen luisteren. En dat voor zoon machtige partij, die alleen te E. onder het textielproletariaat 3000 leden telt…
Nadat eerst de wethouder van publieke werken, Voogdgeert van Hengelo 'n dik half uur had staan praten over wat zij, de SDAP'ers, hadden kunnen doen in de provinciale staten, als ze de meerderheid hadden gehad, doch nu achterwege was gebleven, op een manier, dat er hier en daar al menschen zaten te knikkebollen, kreeg Stenhuis het woord, welke, dat dient gezegd, een goed spreker is en 'n flinke dosis vuur en geest in z'n voordracht wist te leggen. St. begon met een uiteenzetting te geven van den huidigen toestand: tot millioen werkloozen in Europa, dreigend oorlogsgevaar, 't steeds meer samentrekken van de kapitalistische ondernemingen in kartels en trusts, het kunstmatig beperken van de productie vooral in de ijzer-, staal- en koper-industrie, om de winst op peil te houden, waren verschijnselen, volgens spreker, die ons ernstig tot nadenken moesten stemmen. De ondergang van de Grieksche en Romeinsche beschaving, ook daarvan kunnen we als oorzaken noemen de ellende der massa, economisch zoowel als geestelijk, en de verdierlijkte ontaarding in z'n meest afschuwelijke vormen bij de heerschers en bezitters van dien tijd. En 't was sprekers vaste overtuiging, dat, als het de socialisten niet gelukte om binnen een tijd van een halve eeuw het socialisme te doen zegevieren, onze beschaving en daarmee de arbeidersklasse zouden vernietigd worden. Die oorlog, die dreigde, moest van de zijde der massa dit waren de slotwoorden van St. den stormvogel der revolutie te voorschijn roepen. Van de gelegenheid tot debat werd gebruik gemaakt door Jo de Haas, Van 't Reve en Huiskes. Jo de H. toonde aan, dat overal, waar de SDAP. de meeste machtsposities had veroverd (in België b.v. vormen zij met de katholieken de regeering: wat is daar van de omvorming van de kapitalistische samenleving in een socialistische maatschappij terecht gekomen? Niets, totaal niets!). Het bankroet van den wetgevende-parlementairen arbeid is in België en in andere landen van Europa, Zweden, Denemarken, Engeland, waar de soc.-dem. een tijdlang èn in het parlement èn in de regeering de meerderheid hebben gehad, zoo schril aan den dag gekomen, dat debater er zich over verwondert hoe Stenhuis en met hem de SDAP den moed heeft om hier in dit land de arbeiders te begoochelen door te beweren, dat vermeerdering van machtsposities in handen van de soc.-dem. een van de voorwaarden is om het socialisme spoediger te doen verwerkelijken?
Ook de beide communisten vielen St. op verscheidene uitlatingen aan, welke duidelijk bewezen hoe onbetrouwbaar de SDAP in den loop der jaren is geworden. De beantwoording van Stenhuis op hetgeen de verschillende debaters gezegd hadden was allertreurigst; wij hebben vele sprekers gehoord, ook in het debat, doch geen enkele die zich op zoo'n ongelukkige, onbeholpen wijze van 't debat afmaakte als ‘t met St. op de jl. gehouden vergadering het geval was. En wanneer St. nu nog een der besten is, wat moeten dan wel de slechtsten zijn?De vrije socialist 13-04-1927.
30-04 Beets 1886-1889; 1890-1927 (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 29-04-1927)
01-05 Wijnjeterp 1-Meibeweging en over hare
verwording
Del Mei-meeting, georganiseerd door de Vrije Groep te Tijnje, was slecht bezocht; pl.m. 150 menschen waren aanwezig. Waar 't verblijf in een zaal aangenamer was dan in de openlucht, werd besloten in 't café Blauw te vergaderen. Jo de Haas sprak over de oorspronkelijkheid der Meibeweging en over hare verwording. Hij schetste haar aanvankelijk revolutionair karakter, en constateerde daarnaast, dat de hedendaagsche Mei-viering niets meer was dan een slappe vertooning.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 37, no. 19, 07-05-1927.
07-05 Tijnje Weg met de stembus...Op naar de stembus
TIJNJE. Den 7en Mei werd door de S.D.A.P. een vergadering belegd waar de ex-burgemeester Kolk sprak over de gemeenteraads-verkiezingen. In zijn betoog deed spreker uitkomen, dat het kapitalisme in de staat een machtig middel heeft om zich staande te houden. Daarom moest die staat worden veroverd door de arbeiderspartij. Had de S.D.A.P. de meerderheid, dan zou de macht van het kapitalisme worden gebroken. Voor 30 a 40 jaar terug was de bourgeoisie bevreesd voor de socialistische beweging, zelfs zóó, dat sommigen het land uittrokken, en anderen de glazen dichtspijkerden. De bourgeoisie heeft de machtsmiddelen echter beter leeren kennen. De muren van het kapitalisme zijn sterk, die waaien maar zoo niet om. Daarvoor is noodig felle strijd. Spreker wil dan die felle strijd voeren met het stembiljet. Aan 't slot van zijn rede sprak hij den wensch uit, dat de arbeiders rustig de leiding der politieke partij zouden volgen. Een eigen meening moogt ge er niet op na houden. Volgen, steeds uw leiders maar volgen!
Van de gelegenheid tot debat werd door Jo de Haas gebruik gemaakt. Jo wees er op, dat de bourgeoisie de arbeidersbeweging niet meer te vreezen heeft. Die kwam niet meer in beweging zooals vroeger. Alleen de kern beweegt zich nog in parlement, provinciale staten en gemeenteraden. De arbeiders worden van alle zelfactie afgehouden. Met de staking van 1925, toen er nog maar 10.000 arbeiders staakten, waren de bezitters evenwel zoo bevreesd, dat er mitrailleurs en militaire politie werd geroepen om het bezit te beschermen. De bourgeoisie voelde toen neiging de glazen wel dicht te spijkeren. Dit kwam doordat de arbeiders zelve actie voerden buiten partijen om, evenals 30 a 40 jaar geleden. Als het bolwerk van het kapitalisme nog zoo stevig is gegrondvest, dan waait die zoo maar niet om door een stembiljet, dan zal er heel wat anders moeten gebeuren, dan 't voeren van den stembusstrijd. Nadat Jo met citaten had duidelijk gemaakt dat de parlementaire strijd ons geen stap nader tot het socialisme brengt, betoogt hij nog, dat de arbeiders zelf de productie en de distributie moeten ter hand nemen en de bourgeoisie onteigenen. Het was voor de bezoekers zeker een leerzame avond. Door één der onzen werd de S.D.A.P. uitgenoodigd een openbare debat-avond te beleggen over „Anarchisme en Marxisme". We noodigden de S.D.A.P. reeds eerder uit, om een debat-avond te houden, doch ze liet dan nimmer iets van zich hooren. S.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 37, no. 20, 14-05-1927.
08-05 Terwispel (2x) Weg met de stembus,
Op…. naar de stembus (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 29-04-1927)
08-05 Gorredijk Idem
08-05 Lippenhuizen Idem (Nieuwsblad van Friesland:
08-05 Beetsterzwaag Idem Hepkema’s courant 29-04-1927)
08-05 Beets Idem
04—06 Assen/Rolde De jeugd in den strijd om Pinksterkamp /Verb. opst. jeugd nieuwe levenswaarden.
Daarna zong een vrouwencorps eenige strijdliederen, waarna heer Jo de Haas het woord verkreeg. Spr. die als onderwerp had gekozen „De Jeugd in den Strijd om nieuwe levenswaarden," wees er na een inleiding op, dat de huidige kapitalistische wereld de jeugd beschouwt als 'n haar daden nog niet omvattende groep. En toch gebruikt diezelfde maatschappij diezelfde jongeren om b.v. haar problemen op het slagveld te laten uitvechten. Spr. betoogt vervolgens dat de kapitalistische wereld een aanslag pleegt op de persoonlijkheid van de jeugd, voor wie toch het voornaamste eigen persoonlijkheid en vrijheid is. De jeugd, aldus spr., wil zich ontplooien en merkt dan ook al spoedig dat er iets mankeert aan de tegenwoordige maatschappij, die, naast leugen en geweld ook nog een moraal heeft, welke doodt. De jeugd van thans verzet zich daartegen, wetende dat er nieuwe levenswaarden moeten komen. Met een beroep op de aanwezige ouders om te trachten de jeugd te begrijpen, en met hen te wijzen op hun taak bij de vrijmaking van het beste in de maatschappij, besluit spr. onder applaus zijn betoog.
Provinciale Drentsche en Asser courant 08-06-1927.
Bommen zijn gevaarlijke dingen. Vooral als ze springen. Al is ook dat nog niet 't ergste. Bepaald ernstig wordt het pas als ze springen aan den verkeerden kant! Wat thans het geval is geweest. Laten we beginnen vast te stellen dat onze Pinksterdagen prachtig zijn geslaagd. Niettegenstaande het bar slechte weer. De lieve God heeft ons, als revolutionairen, natuurlijk knapjes tegengewerkt. Al moet direct worden vastgesteld dat de geloovigen van dienzelfden regen óók nat werden. Daaraan kan zelfs een almachtige God niets veranderen!
Wat voor de geloovigen reeds op zichzelf een probleem is. Terwijl ook het geval door hen niet gemakkelijk zal worden opgelost. Want men bedenke eens dit: daar is een almachtige God, waardoor hij dus duizenden en tienduizenden gelukkig zou kunnen maken. Arbeiders met hun vrouwen en kinderen, arme sloebers, die alle dagen van het jaar in zorg en ellende, zonder vreugde en zonneschijn, hun eentonig bestaan rekken. Die allen spitsen zich op de Pinksterdagen, voor zoovelen de paar eenigste dagen van het jaar dat krot en stad ontvlucht zullen worden om heerlijk vrij te ademen in bosch en op hei. Aller verlangen zich daarop richtende om dan.... dóór te regenen!
Die God kan allen dat geluk schenken, maar hij doet het niet. Hij pest en treitert. En ik vraag: zou een mensch, met alle gebreken, hoe slecht dan ook, zoo iets kunnen doen! ? Neen natuurlijk! Gelukkig nu maar voor de geloovigen, dat die beroemde Jantje-van-alles er niet is, want anders ware hij de grootste ploert der ploerten En dus — het regende. Hoe groot de belangstelling wel geweest zou zijn bij mooi droog warm weer, bewees de opkomst nu het allerbest. De geweldig groote loods, 's morgens en 's avonds stikke-vol. En veel meer nog op de meeting die plaats vond tusschen twee natte perioden in!
Er was ook een beste voorbereiding geweest. Van onze zijde.... maar ook vooral van politiezijde!! Wat hebben wij weer veel te danken aan deze brave lieden! Die — ze blijven immer even stom! — zich weer voor ons hadden uitgesloofd! Wekenlang hadden ze hun belangelooze welwillende medewerking verstrekt. Ze wierpen stinkbommen. In Rolde wist het publiek niet beter of er zouden plundertochten en brandstichtingen worden gehouden. De politie was voortdurend in de weer om onze komst te verijdelen. En natuurlijk spreekt het vanzelf: Dat lieve vieze soepie, wat de wet moet handhaven, was zoo onwettelijk mogelijk in haar pogingen. De heeren wilden inzage van het tusschen den terreineigenaar en ons gesloten contract. Om te zien of er geen „ontkomen" aan was. De eigenaar had zooveel eerlijkheid en courage dit te weigeren. Maar wat te zeggen van deze methode? Sinds wanneer ligt dit op den weg der politie? Of wordt het al meer de gewoonte dat de politie niet de heilige wet handhaaft, maar zelfs vertrapt. Enfin, — dit is maar een kleinigheidje voor een instituut wat steelt, inbreekt en Culemborgsche moorden pleegt. Ons werd natuurlijk een demonstratie geweigerd. Men mocht ons in de stad niet zien. Alsof, dank zij de zenuwstuipjes der politie en haar zeer uitgebreide maatregelen al niet ieder wist dat wij komen zouden! De demonstatie werd geweigerd met het oog op 't verkeer!!! Aldus demonstreerde het glimmende korps dat de leugen bij de politie veilig is. Want men moet begrijpen dat je in Assen op het drukst van den dag gerust een kanon kan afschieten zonder iemand te raken. Een agent zélf verzekerde ons, dat wij die weigering dankten aan „die zenuwlijder". Wie dat was, kregen we in de gaten toen we op het door ons voorgestelde uur gingen „wandelen". Midden in de straat stond, omgeven door veel glans, een pracht-exemplaar. Hij maakte op mij de indruk van een welvoldane spekslager op z'n Zondags! Kan iemand die immer met vee omgaat wel iets anders dan slager zijn?!
Maar heusch! Toen barstte de bom toch verkeerd. Het politie-optreden tegen ons was zoodanig, dat vlak na Pinksteren, toen wij ons oor te luisteren legden hier en daar, eenstemmig de meening was: het politieoptreden was allerbelachelijkst, het was tot aan het krankzinnige.
Het eenvoudige publiek in Rolde, wat het leger van smerissen zag komen, dacht daardoor alleen al dat er allerontzettendste dingen zouden gebeuren! Tot nu de ontspanning is ingetreden. Nu wij na de Pinkster de meening van het publiek in Rolde vernamen, was dat als in Assen: de politie is gek! Het publiek is ten zeerste tevreden, hun opinie is gewonnen ten onzen gunste!! Zoo heeft zich de opzet der politie verkeerd in hun tegendeel. Wij hebben de sympathie van het publiek gewonnen. Men heeft ons leeren kennen als beschaafde wezens op hetzelfde oogenblik dat de politie zich op haar slechtst liet zien. Aldus moeten wij voortwerken. Winnen moeten wij de sympathie van het publiek om aan invloed te winnen. De Asser politie en de zenuwlijder-spekslager hebben ons thans genoegzaam geholpen. Aan hen zij onzen dank gebracht. J. de H.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 37, no. 24, 11-06-1927.
06-06 Assen/Rolde Geestelijk-zedelijke bevrijding. Pinksterkamp /Verb. opst. jeugd
Jo de Haas komt even later zijn redevoering: „Geestelijke en Zedelijke bevrijding" houden. Hij heeft verschillende redenen aan te vangen met de bewering, dat de evolutie niet door een voortdurend stijgende lijn is voor te stellen, doch door een op en neergaande. Ten eerste, omdat de economische vrijheid nooit te winnen is, wanneer niet de geestelijke is bereikt. Nu is in het kapitalisme de mensch niets dan handelswaar en dit is het eerst goed begrepen bij 't opkomen der machinale industrie. In den tijd van de manufactuur bracht iedere producent alleen iets tot stand, maar alle persoonlijkheid is uit de producten verdwenen. Het kan de arbeiders dan ook niets meer schelen wat zij maken en nog minder of zij iets moois of iets leelijks maken. De specialisatie van den persoon voor één soort arbeid had tot gevolg het opslorpen der begaafdheden ten behoeve van de op de spits gedreven bekwaamheid. Dit noemde Marx terecht een verminking. Ook de besten onder ons ontkomen niet aan de zedelijke degradatie, want wie een plaats aan den disch verlangt, moet zich aanpassen. In den handel in spierkracht verliest dus de arbeider immer. Kropotkin ontdekte reeds, dat de menschensolidairiteit onder deze ontzieling leed en evenzeer de klasse-solidairiteit. Het onderkruipersverschijnsel dient toegeschreven te worden aan angst voor den honger en verlies van verantwoordelijk-heidsbesef. Intusschen moeten de arbeiders wel voelen, dat zij totaal geen invloed uitoefenen op het groeiproces van de maatschappij. Zij staan als nietige wezens tegen een onwrikbaar vast gebeuren, wat Reijndorp er toe bracht te zeggen: Het kapitalisme is een nieuwe godsdienst en de maatschappij een nieuwe godheid. Bij de vraag wat nu 't eerst moet komen: de geestelijke bevrijding of de economische, opdat de één den ander tot gevolg hebbe, gaat 't ons als bij 't raadsel van: wat was er eerst, de kip of het ei. Reijndorp zegt, dat de marxisten zijn als calvinisten, zij gelooven aan voorbeschikking en dat alles zich vanzelf zal ontwikkelen. Wanneer nu uit deze toestand het socialisme groeien moet, waarom is het er dan nu nog niet? Het antwoord is ongetwijfeld: „wij zijn geestelijk incompetent". En dat de marxisten beweren dat de trust- en kartelvorming voordeelig is voor het socialisme, omdat, dank zij dit, de productie door het proletariaat beter is over te nemen, is toe te schrijven aan een andere opvatting van wat socialisme is. V. d. Berg v. Eysinga, Reijndorp e.a., hebben beweerd, dat het socialisme een nieuwe cultuur is. De sociaal-democraten echter toonen door hun strijd aan, dat zij zich geheel instellen op directe voordeelen, koste wat kost, zonder naar 't belang van bijvoorbeeld de Indonesiërs om te zien. Dit is zakkenrollerij, wanneer de arbeiders pogen bijvoorbeeld bij een bedrijf in de winst te deelen en geen socialisme. Verantwoordelijkheidsbesef is zoek. Om nu te pogen de geestelijke bevrijding te bevorderen, moeten we vooral in iedere arbeidersstrijd, waar dit gewenscht is, ons werpen en arbeiden aan ontwikkeling. Deze speech werd met de grootste aandacht aangehoord.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 37, no. 25, 18-06-1927.
Zedelijk- Geestelijke Bevrijding
Zeker bestreven wij anarchisten bevrijding in politiek-economischen zin. Als voorwaarde daartoe echter beschouw ik de bevrijding zedelijk-geestelijk. Overal thans dient dit laatste om twee redenen op den voorgrond te worden gesteld. Ten eerste als reactie op de zedelijk-geestelijke vernieling welke het kapitalisme uitoefent op het Proletariaat en ten tweede omdat zonder geestelijke bevrijding onze economische rijpheid tot rotheid verwordt. in het kap. is ook de mensch „handelsartikel". Zijn arbeidskracht is koopwaar. In de gildentijd was de mensch nog met zijn arbeid één. De stoomuitvinding met als gevolg het individualisme leidde onmiddellijk tot de arbeidssplitsing. De arbeider wordt „verlengstuk der machine''. Zijn geest — als overbodig — uit het arbeidsproces verbannen. Urquhart schreef in 1855: „De onderverdeeling van den arbeid is het sluipmoorden van het volk. Karl Marx schreef in ,,Het Kapitaal": „Zij verminkt den arbeider tot een abnormaal wezen... zij ontwikkelt de maatschappelijke productiviteit ...zelfs door de verminking van den arbeider."
Er ontstaat een versuft, geestelijk gedegradeerd fabrieksproletariaat. De zedelijke degradatie volgt hieruit als vanzelf. De arbeider immers moet zich "verkoopen" in welker verkoop hij niet dezelfde kan blijven! Om zijn arbeidskracht ten gelde te maken moet hij zich ,,aanpassen", zijn zedelijke vermogens mogen niet normaal-gezond functioneren. Verenging zijner geheele persoonlijkheid is de resultante zijner verkoop. Er vindt dus een tweevoudige vernieling plaats. De verkoop van de arbeidskracht vermoordt het zedelijk gehalte van den arbeider, het arbeidsproces zelf vernielt hem geestelijk. Zo maakt het kapitalisme van de menschen zedelijk-geestelijk ruïnes. Bovendien staat in de modern georganiseerde kap. maatschappij de mens eigenlijk niet in het productieproces, waardoor hij de beheerscher zou zijn. Hij staat er veeleer tegenover, om overheerscht te worden door de dingen! De mensch staat op het tweede plan. Rond hem is zoo iets gegroeid als een „maatschappelijke almacht", waartegen hij niets weet te beginnen. Het productieproces wordt niet meer in stand gehouden door de Rede, maar maakt hem redeloos! En ten slotte reddeloos!! De mensch wordt door zijn eigen scheppingen volledig overheerscht, de „dingen" staan als een fatum tegenover hem. De kap. maatschappij is die der ontaarding op elk gebied! Zonder zedelijk-geestelijke rijping baat ons geen enkele productievermeerdering! Omdat we dan de producten toch niet weten te. . . . verbruiken! Zonder innerlijke bevrijding verwordt economische „rijpheid" tot. . . . rotheid. Hier ligt zooiets als het bekende probleem van de kip en het ei! Welke van die beiden was er het eerst?
Wij willen bevrijding. Maar hoe en waardoor? De z.g.n. socialistische arbeidersbeweging is vanuit foutieve, Marxistische, theorieën en door een grenzenlooze oppervlakkigheid eigenlijk gekomen tot een nieuwen vorm van godsdienst! In den godsdienst is God de motorische, albewegende kracht. In de socialistische beweging werd „de maatschappij" als de motorische kracht aangewezen die de vernieuwing verwezenlijken zou! De „verhoudingen" zelf zouden het. . . . Socialisme baren!! Terecht noemde Reijndorp deze fatalistisch-Marxistische beschouwing „een Calvinisme zonder God." Want juist die verhoudingen vernielen den proletariër! Daar ligt juist de moeilijkheid!
Hetzelfde kapitalisme dat een nog nimmer te voren gekende goederen-rijkdom deed ontstaan, schiep tegelijkertijd een eveneens nooit
gekende geestes-armoede. Deze noodlottig-dubbele werking van het kapitalisme is zoodanig aan de socialistische beweging ontgaan, dat alle strekkingen en ontwikkelingen van het kap. werden toegejuicht en beschouwd als noodzakelijk omdat dit alles uiteindelijk tot Socialisme zou leiden! Maar nu het kap. ons voor het Socialisme economisch reeds meer dan „rijp" heeft gemaakt zijn we geestelijk.... „rot". En worden het al meer. Het kap. heeft de mensch ontzield, dientengevolge werken de economische krachten in blinde woede voort om onzen rijkdom tot armoede te doen verkeeren! Wij zijn vastgeloopen! Dank zij de verwaarloozing der geestelijke factoren. Zoodoende leven we momenteel in een faze waarin de algeheele vernieuwing der maatschappij meer noodzakelijk is dan ooit maar we zijn zedelijk-geestelijk impotent!
Zedelijk vooral. De socialistische beweging heeft het Socialisme veel te veel gezien als een politiek-economisch probleem. En oreerde, vervelend Marxistisch, maar steeds over: saamtrekking, concentratie, gemakkelijk over te nemen bedrijven enz. enz. Maar het Socialisme is vèèl meer. En geheel iets anders. Het is voor alles een zedelijk probleem! Het Socialisme heeft met goederen vèèl- of weinigheid niets te maken!! De massabeweging van het proletariaat gaat uit van den maag. Dat kan wel haast niet anders. Maar gerechtvaardigd is het daarmee nog niet! En in stede van er bovenuit te stijgen doen óók de leiders van het proletariaat (die moesten beter weten en doen) niet anders dan pogingen, het proletariaat onder dat peil te houden! Ik denk hier aan de beweging van „medezeggenschap", waardoor dus de arbeiders mede-verantwoordelijk gaan worden voor het kapitalisme!!
Met Socialisme heeft het niets te maken, het voert juist naar de andere oever.... Het is symptoom van dit banale denken: jullie kapitalisten vreet, wij willen óók vreten! Het getuigt er slechts van dat alle waarachtig socialistisch bewustzijn afwezig is. Terecht heeft Reijndorp in zijn prachtige, en dus niet gelezen boek, gezegd dat slechts hij socialist is die nu reeds, dwars door alle kapitalisme heen, het Socialisme geestelijk doorvoelt en doorleeft, ja zóó geestelijk heeft vóórgeleefd. Waardoor dezulke heel veel niet meer kan, en heel veel al wel!
Iets daarvan komt tot uiting in de dienstweigeringsbeweging, welke mèèr dan politiek-anti-militairistische beteekenis alleen heeft. De dienstweigering is symbool van zedelijke bewustwording en zedelijke verantwoordelijkheid. Hier leeft zich nu reeds iets uit van het Socialisme. Het kap. heeft de maatschappij economisch gerevolutioneerd. Het schiep ontzaglijke goederenrijkdommen en nóg grooter mogelijkheden!
Maar het riep de zedelijk-geestelijk ontaarding mede óp! En zoo gaan twee klassen onder. Eén door te veel, één door te weinig. En moeten er dus twee klassen worden gered! Hetgeen beteekent dat de afgekloven leuze van „de bevrijding van het proletariaat" zich in ons denken reeds heeft uitgezet tot Menschheidsbevrijding.
Het beteekent alles bij elkaar dat onze revolutionaire voorhoede er steeds op bedacht moet zijn de psychisch vernielende werking van het kapitalisme naar vermogen te keeren! Door elke revolutionnaire actie van groep of enkeling te steunen omdat in die zelfwerkzaamheid de zedelijke elementen groeien die wij voor de opbouw van het Socialisme behoeven! Zoodat wij óók hebben te beseffen dat — om het met Michels te zeggen — het individualisme een integreerend bestanddeel is van het Socialisme en dat wie dat niet erkent, door het bosch de boomen niet ziet! Voor mij blijft derhalve de allervoornaamste taak voor het proletariaat zijn eigen innerlijke vernieuwing!! Voor die menschenrevolutie hebben wij te ijveren. Want zij alleen zal ons ook brengen de door zoo velen begeerde politiek-economische bevrijding. JO DE HAAS. (Voordracht gehouden in de Pinkstermeeting te Rolde, Juni 1927).De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 44, no. 20, 19-05-1934.
26-06 Hoornsterzwaag Geen titel
't Was hondenweer jl. Zondag, zoodat onze meeting niet in de openlucht kon plaats hebben, 't Werd alzoo een openbare vergadering in de zaal van Brinksma. Bijlstra en De Haas voerden het woord. Jammer, dat de eerste bijeenkomst vanwege de Vrije Groep zoo slecht verliep. Enfin, moed houden en een volgende keer beter. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 37, 02-07-1927.
26-06 Krommenie Thema: Sacco en Vanzetti
Protest-Meeting „Sacco en „Vanzetti" te Krommenie.
Zondag 26 Juni, houdt de V.S.V. een openluchtmeeting op het Zuiderschoolplein, 's middags 4 uur; spreker Jo de Haas, of A. L. C. Constandse, over bovenstaand onderwerp. Het is zeker wel onnoodig, onze lezers tot bezoek aan te sporen. Elk hunner weet, kan het ten minste weten, welk een lot deze kameraden dagelijks bedreigt en wat hun door het Amerikaansche dollar-kapitalisme wordt aangedaan. We moeten het evenwel betreuren, dat hier niet een zoo groot mogelijke actie voor op touw is gezet door middel van zoo nauw mogelijke samenwerking voor dit doel. Wat in andere plaatsen kan, moet toch zeker hier ook kunnen. Wij zullen echter hierover niet verder redetwisten, want dat leert ons de geschiedenis te Wormérveer wel, waar ook zoon geval is geweest. Desniettemin roepen wij allen, die met het doel der meeting sympathiseeren, op om Zondag in grooten getale naar het Zuiderschoolplein op te trekken voor de vrijmaking van Sacco en Vanzetti25-06-1927De tribune: soc. dem. weekblad 23-06-1927.7
03-07 Ter Apel Geestelijk-zedelijke bevrijding (Jo de Haas)
Wat willen toch die anarchisten; waarom vervolgt men toch Sacco en Vanzetti?8
Noordelijk Prop.-Comité. Meeting Ter Apel. De jl. Zondag te Ter Apel gehouden meeting was niet zoo druk bezocht als we wel hadden verwacht. Een 250 a 300 menschen voor die omgeving is beslist te weinig. Jo de Haas en J. Bijlstra spraken, terwijl de muziekvereen. „Geluk door Vrijheid" van Sappemeer en de zangvereen. van N. Pekela voor eenige afwisseling zorgden. De volgende motie's werden aangenomen: Inzake Sacco en Vanzetti. „De openluchtmeeting, gehouden door de Noordel. anarch. en anti-mil. groepen op Zondag 3 Juli te Ter Apel, protesteert tegen de marteling van Sacco en Vanzetti, en eischt hunne onmiddellijke in-vrijheidstelling".
Inzake Constandse. De openluchtmeeting, gehouden vanwege de Noordel. anarch. en anti-mil. groepen op Zondag 3 Juli te Ter Apel, eischt vernietiging van het vonnis, geveld door de Haagsche rechtbank tegen A. L. Constandse, en zulks op gronden van menschelijkheid, want hij of zij, die de menschen aanspoort niet te moorden, verricht daarmede een menschelijke daad en mag juist daarom niet gestraft worden". De meeting werd voorafgegaan door een optocht, waarbij „G.d.V." hare medewerking verleende. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 37, no. 28, 09-07-1927.
20/21-08 Appelscha De psychologie van het Revol. landdagen Socialisme Ook declamatie van Jo
(De arbeider 20-08-1927)9
29-11 Zaandam Geen titel (De Zaanlander 28-11-1927)
De Dageraad
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1928
1928 01-15 Rotterdam Zedelijk-geestelijke bevrijding (De nieuwe cultuur; onafhankelijk atheïstisch weekblad, jrg 1, no. 2, 14-01-1928)
05-02 Rotterdam Declamatie van Jo op Vergadering Bouwarbeidersbond (Voorwaarts : sociaal-democratisch dagblad 02-02-1928)
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1929
1929 01-05 Appelscha Een dag in Mei tot de 1 Meidag
Onze l Mei-vergadering is uitstekend geslaagd. De zaal van P. Bruinsma was geheel bezet. Jo de Haas hield een prachtige rede, welke met volle aandacht werd gevolgd. Daarna declameerden Frankot en Jo eenige stukken, terwijl Kleis Helffrich dit alles afwisselde met vioolmuziek. Alles bijeen een aangename en vooral leerzame bijeenkomst. Ongetwijfeld heeft het de makkers gesterkt in hun ideaal, en laten we hopen enkelen opnieuw de oogen geopend. Makkers voorwaarts! Daarom allen a.s. Zaterdag l1Mei samenkomen ten huize van S. Mulder, 's avonds half acht, om te bespreken de te houden landdag (hierover later meer) en meerdere propaganda.
Makkers, bedenkt: het moet,
Dan pas gaat het goed.
Daarom aan den strijd
Al uw kracht gewijd.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 39, no. 19, 11-05-1929.
18/19/20-05 Emmen De Anarchist en het Huwelijk
Ingezonden (Buiten verantwoordelijkheid der Redactie.) De Anarchisten, het huwelijk... en nog wat. Op een dezen zomer te Emmen gehouden Landdag heeft Jo de Haas, die enkele jaren van het tooneel was verdwenen, weder het woord gevoerd over „De anarchist en het huwelijk". Zijn rede was verbijsterend kleinburgerlijk. Hij verdedigde door dik en dun de handhaving van het gezin, waarin de kinderen eigendom zijn der ouders en deze laatsten ook alle zorg en verantwoording te dragen hebben. Gemeenschapszorg voor kinderen was dwaasheid. Hij — Jo de Haas — betaalde ook belasting (ja, ja!) en hij had geen lust om op te komen voor kinderen, die anderen verwekken.
Het was zóó erg, dat Constandse zelfs debatteerde en het standpunt van de Haas erger dan burgerlijk noemde en de gemeenschapszorg voor kind verdedigde. Korten tijd daarna plaatste de Haas een kort verslag zijner rede in „De Arbeider", waarop o.a. Piet Kooijman reageerde en het standpunt van alle socialisten, communisten en sociaalanarchisten uiteenzette, lichtelijk spottend met de Haas' burgerlijkheid. Kooijman zeide, dat het kind toebehoorde aan de gemeenschap en niet aan enkele individuen, de ouders, waarvan het volledig afhankelijk is. De nieuwe gemeenschap zal de best daarvoor geschikten met de opvoeding moeten belasten, want de ouders zelf zijn niet zelden volstrekt onbekwaam, van de kinderen sociale wezens te maken. Het kapitalistische familie-egoïsme, dat anti-sociaal is, moet vervangen worden door een opvoeding, die gebaseerd is op grootere vrijheid van het tot solidariteit met alle verdrukten groot te brengen kind. Hoc antwoordt daar nu De Haas op? Niet alleen met bakerpraatjes, die een halve eeuw terug alle gereformeerden aanvoerden tegen het socialisme! Hij gaat verder. Hij brengt geroerd zijn dank aan den redacteur van „De Vrijdenker", dien parlementairen zetel-hengelaar, die n.b. telegrafisch bij de Mexicaansche regeering protesteerde tegen de vervolging van reactionaire katholieken(H) en wiens blad zich dezen winter opwierp tot pleitbezorger van de politiek en de uitspattingen van de rechterhand des tsaren, Raspoetin! — maar die nu weer moralistisch is geworden, blaakt van verdedigingslust van 't burgerlijk huwelijk en deswege Kooyman persoonlijk aanvalt. Zoo ook De Haas. Hij valt de persoon aan van Piet Kooijman en zegt, dat deze „met verstand en wijsheid niets te maken heeft".
Tableau! Want wat gebeurde er in 1921? Toen liep De Haas rond met plannen tot een aanslag, dien hij niet alleen dorst te ondernemen. Hij klampte dus Kooijman aan, die (met v. d. Linde en Eekhof) onmiddellijk bereid was, dien beruchten aanslag te plegen. De Haas wordt 't eerst gearresteerd, valt door de mand, en de anderen worden opgepakt en voor een voldongen feit gesteld. Kooijman neemt, trots alles, de schuld op zich, v. d. Linde houdt zich best en De Haas verzint alles, om er zich uit te redden. Terwijl Kooijman meer den zes jaar doorbrengen moet in de gevangenis, ziet De Haas kans, zich te laten vrijspreken. Hij ontkent alle schuld! Toen Kooijman uit de gevangenis kwam, beschuldigden hij en v. d. Linde dan ook de Haas van „verraad", zij het misschien in zwakheid bedreven. En Jo de Haas verdween van 't tooneel! Spoorloos. Maar nu keert hij, met een onbeschrijfelijke brutaliteit van een geboren priester, terug. En de man, die in elke andere beweging onmogelijk zou zijn geworden, debuteert met een persoonlijken aanval op Kooijman. (Als pikante bijzonderheid zij vermeld, dat De Haas in tusschen eigen baasje is geworden, en Kooijman werkloos monteur!) En de anarchistische redacteur van „De Arbeider" plaatst zonder blikken of blozen dien persoonlijken aanval van den kleinburgerlijke bonze (want dat kan men van karakter zijn, ook zonder functie!) op een revolutionair. Zouden de oudere en ernstiger socialisten niet anders hebben gehandeld — en zou Domela Nieuwenhuis zich niet in zijn graf omdraaien, als hij van dit gedoe, kennis kon nemen? M.O.
(Bovenstaande is een symptoom en daarom leek ons plaatsing wel goed. De vraag dringt zich meer en meer op: moet er in onze beweging niet wat zuivering en loutering komen? Mag het zoo blijven, dat telkens als er een of ander vraagstuk in debat wordt gebracht, allerlei zuiver persoonlijke dingen daarbij moeten worden gesleept? En de kwestie waar ‘t hier nu eigenlijk om gaat. Geven onze vrienden hier geen blijk zelfs de elementaire beginselen van het anarchisme onvoldoende te begrijpen? Als men een anarchist vraagt, wat dunkt van de huwelijksverhoudingen, de kinderopvoeding enz., dan moet zijn antwoord zijn: „Vier Wörter habe ich dir zu sagen: Vrijheid, recht en plichtsbetrachting". (sic) Als de menschen een monogaam huwelijk of een poligaam huwelijk willen; als de ouders zelf de kinderen willen opvoeden of die kinderen liever aan een speciale inrichting willen afstaan.... het is alles hun vrijheid, hun recht. En als zij bij die vrijheid en dat recht hun plicht als mensch betrachten, dan komt alles heerlijk in orde. De anarchisten willen geen dwang en vooral waar het deze dingen betreft geen voorschriften, terwijl zij zelfs hier een vaste norm verwerpen, omdat elk mensch ten opzichte van die zaken zijn bijzondere gevoelens en begeerten heeft. RED) De vrije socialist 21-08-1929. Eenzelfde tekst in De tribune: soc. dem. weekblad 08-08-1929 (zonder redactioneel commentaar).
Kapitalisme en militairisme/ De Anarchist en het huwelijk
De Pinksterlanddagen te Emmen. Toen we Zaterdag op ons kampterrein arriveerden, dachten we een oogenblik, dat Emmen uit de Drentsche omgeving was weggerukt en verplaatst was ergens in de zandwoestijnen. Zoo geweldig stoof het, door de sterke wind die er waaide, dat alle kameraden zich met zwarte gezichten en tranende oogen afvroegen: „Hoe zou dat worden??" De tent kon ook al niet gebouwd worden, zoodat we alras allen dachten, dat van de eerste bijeenkomst in het Noorden geen spaan terecht zou komen. Zaterdagavond, te ongeveer 8 uur, opent kam. Haan de bijeenkomsten, waarna kam. Bijlstra een inleiding hield over Anti-militairisme en Jeugd. Doch door het pessimisme wat er onder de plm. 80 aanwezigen heerschte, kwam de mooie inleiding van Bijlstra maar half tot z'n recht. Immers er was geen rust en voldoende aandacht onder de aanwezigen; een zeker gedeelte van de aanwezigen verkoos dan ook liever in eigen tentjes te blijven liggen, dan zich bij den cursus te laten verkleumen. We kunnen dit allerminst goedkeuren, want het waren juist de jongeren, die zooveel goeds konden putten uit de zeer leerzame inleiding van B. Er volgde op het gesprokene van B. geen discussie. De voorzitter Smit sloot daarna de eerste bijeenkomst, de hoop uitsprekende, dat allés zich nog zoodanig zou wijzigen dat we toch werkelijk geslaagde landdagen zouden krijgen.
Zondagmorgen. Al heel vroeg waren er kameraden op de been, die de moed nog niet geheel en al hadden verloren en die druk bezig waren de tent verder op te bouwen. En toen dan tegen 10 uur Jo de Haas z'n inleiding zou houden, was aan de tent nog heel wat veranderd, was het weer veranderd en hadden de geesten en gezichten van de aanwezigen ook een verandering ondergaan. Het bezoek was ook al grooter geworden; en toen dan Jo de Haas begon, was bij velen het pessimisme in optimisme veranderd. Zeer duidelijk was de inleiding van Jo over: De Anarchist en het huwelijk. De aanwezigen volgden met groote aandacht hetgeen Jo over dit belangrijke onderwerp had te zeggen en na afloop kwamen er dan ook kameraden naar voren, die met den inleider van gedachten wisselden, zoodat uit de inleiding een uitgebreide discussie ontsproot. Ook deze inleiding heeft zeker z'n nut gehad voor de kameraden. (In 't volgend no. hopen we een korte samenvatting van De H.'s inleiding te kunnen publiceeren. Red.)
De meeting. Er kwamen steeds meerdere kameraden op het terrein en toen Smit om plm. half drie de meeting opende, konden we bogen op een groote belangstelling. Aandachtig volgden de aanwezigen de redevoeringen gehouden door Constandse en Jo de Haas, resp. over „De vrouw en het antimilitairisme", en „Kapitalisme en militairisme". Ook het zangkoor van E. Compascuum liet zich niet onbetuigd en luisterde door haar zang de meeting op. In de pauze werd er een collecte gehouden, welke een flink bedrag opleverde, en waren er tal van colporteurs bezig hun lectuur aan den man te brengen, wat ook best gelukte. Na afloop van de meeting zagen we alreeds, dat er belangstelling bestond voor de Rev. Kunstavond; daar heel wat meetingbezoekers geen haast schenen te hebben om weer naar huis te gaan. Zeker wel plm. 250 personen woonden den Kunstavond bij, waarvoor dan ook wel een uitvoerig programma was samengesteld. Na de opening kwamen er allereerst een paar vioolnummers van Henk Geerssinga van Groningen, die de aanwezigen geheel en al onder den indruk brachten, en dus zeer zeker goed in den smaak vielen. Vervolgens hield Constandse een causerie, declameerde Jo de Haas, kwam Henk Geerssinga nog weer aan de beurt, en zong (niet te vergeten) het Zangkoor van E. Compascuum nog een 4-tal liederen, en ook thans konden we aan de aanwezigen merken, dat ook de Rev. Kunstavond aan aller verwachting had voldaan. Eventjes nog werd de avond onderbroken door kam. Tinus Veenstra uit Donkerbroek, die zeide, dat het hun geweldig speet, dat ze den kunstavond niet tot het einde toe konden bijwonen, daar ze om zekere redenen weer moesten vertrekken, maar hij hoopte dat de Groninger kameraden de Friezen nog op meerdere plaatsen zouden ontmoeten dezen zomer.(...). Maandagmorgen. Voor de laatste cursus was het woord aan Constandse die een inleiding hield over: Anarchisme en Syndicalisme. C. zette op de ons welbekende wijze het verschil tusschen syndicalisme en anarchisme uiteen, en concludeerde, dat het syndicalisme feitelijk niets verschilde van de overige organisaties.
Ook deze cursus heeft bepaald haar nut gehad. Er volgde op deze inleiding geen discussie en Herder merkte dan ook op, dat het eigenlijk overbodig was om thans nog met de sluiting een opwekkend woord te spreken, want daar alle aanwezigen het met Constandse eens waren, begrepen we ook allen wel, dat het anarchisme niet vanzelf komt, maar dat er voor gewerkt en gestreden moet worden. H. hoopte dan ook, dat alle kameraden zich zelve vast beloofden om het niet alleen bij landdag-bezoeken te laten, maar dat ook ieder zou werken aan de verbreiding van ons mooi en schoon ideaal: De Anarchie!!
Zeker, er kwam met de regeling wel eens een kleine strubbeling voor, en we hadden van enkele kameraden soms wel eens een beetje meer steun verwacht, maar gezien de tegenslag, gezien de vele werkzaamheden, die er gebeuren moesten, kunnen we gerust zeggen, dat er veel, zeer veel door de kameraden is gepresteerd. En nu nog eens kameraden. dit is de inzet van de zomerpropaganda geweest: Het woord is thans aan ons allen . J.B.H. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 39, no. 21, 25-05-1929.
De anarchist en het huwelijk. (Korte samenvatting van het gesprokene door Jo de Haas op de Pinkster-landdag te Emmen.) De houding van den anarchist inzake het huwelijk wordt bepaald door zijn algemeen anarchistische opvatting. Hij wil het leven laten functioneeren zonder wet en gezag. En deze gedachte omvat natuurlijk óók het terrein van liefde en huwelijk. Feitelijk, dit is in de feiten, is er geen verschil tusschen wettig en vrij huwelijk. De tegenstelling ligt in 't woord. In de practijk zijn er sublieme wettig gesloten huwelijken en vrij-huwelijken waarvan men walgt. Hoeden we ons dus voor deze misvatting: het wettig huwelijk is per sé slecht, het vrij-geslotene per sé goed. De al- of niet deugdelijkheid ligt in het huwelijk zélf. Het is goed of niet goed. Is het slecht, dan kan de wet daaraan niets verbeteren en is het goed en wettig gesloten, dan is de wettelijkheid derhalve een volkomen overbodige. Weshalve we principieel voorstanders zijn van een vrijwillige verbintenis. Dit laatste echter steeds in de meest ideale beteekenis! Onder „huwelijk" verstaan we iets goeds, iets schoons, iets verhevens. Onder vrij-huwelijk dienen we dus te verstaan datzelfde goeds, schoons en verhevens functioneerende in vrijwilligheid. Door velen echter wordt het begrip vrij huwelijk geheel anders verklaard. Zij pogen aan dit begrip argumenten te ontleenen om op ieder gewenscht moment zich zoo spoedig mogelijk van hun levensgezel of -gezellin te ontdoen! Deze opvatting vloekt met de ideale bedoeling. Want of het samenzijn ook kort of lang zij — men begint toch met de oprechte wensch eener zoo langdurig mogelijke verbintenis. Trouwens vloekt het begrip huwelijk zelf met die opvatting. Want huwelijk beteekent: verbinding. De genoemde verkeerde opvatting zou veeleer scheiding insluiten. Stellen we nu 4 principieele vragen: 1. Wie huwt? 2. Hoe huwt men? 3. Wat is dus het huwelijk? 4. Is het huwelijk privaatzaak? De burgerlijke moraal spreekt van een „huwbare leeftijd". Het huwbare ligt daar dus in den leeftijd! Volgens ons m de lichamelijke en geestelijke geschiktheid. Krachtens deze opvatting zijn er dus ook beslist niet-huwbaren. Huwen dezulken toch, onder den druk der burgerlijke moraal, dan ontstaan allerlei ontzettende onheilen. Huwen moet dus alleen de geestelijk-lichamelijk daartoe geschikte. Hoe men moet huwen? In vrijwilligheid. Immers na de gesloten verbintenis komt zeer vaak een verwijdering doordat in den groei van man en vrouw, jongen en meisje, een groei die natuurlijk ook na de verbintenis is voortgegaan, b.v. geen harmonie tot stand komt. Soms lichamelijke dis-harmonie, soms geestelijke — soms beiden. Voor dezulken is het vrij-huwelijk de uitkomst. In zulk een geval van besliste disharmonie zou de wet blijven kluisteren! Maar men begrijpe goed! Door het vrijhuwelijksbegrip wordt de scheiding niet vooropgezet!! Zooals in 't wettig huwelijk de levenslang blijvende verbinding wel wordt vooropgezet, Het begrip vrij-huwelijk is dus die vorm van verbinding waarin de m o g e 1 ij k h e i d tot scheiding niet bij voorbaat wordt verijdeld. Naar onze opvatting is dus het huwelijk een zoo lang en zoo hoog mogelijke ideale lichamelijke en geestelijke associatie tot wederzijdsch lichamelijk en geestelijk welzijn Het huwelijk privaatzaak? Dit is afhankelijk van een andere vraag, te weten: schept het huwelijk al of niet kinderen. De burgerlijke moraal schijnt een huwelijk zonder kinderen alweer iets ondenkbaars te achten. . . Voor ons echter bestaan er principieel niet-huwbaren en ook principieel kinderlooze huwelijken. Soms zijn de kinderen de sluitsteen van het huwelijk en maken het pas volkomen. Soms echter zijn de kinderen de verstoorders van het huwelijk! Ideaal is dat de ouders met de kinderen gaan leven. Niet om of voor de kinderen! Want niet één der partijen, ouders of kinderen, maar allen moeten leven. Menigmaal gaat 'de liefde van één der ouders grooter worden voor de kinderen dan voor de gezel of gezellin. Dan ontstaat zeer langzaam een kloof tusschen man en vrouw en leven dezen niet meer met elkaar doch één van hen met de kinderen. Verder bestaat de burgerlijke opvatting als zou iedere vrouw ook moeder kunnen zijn! Maar ook dit is een misvatting. Iedere moeder is een vrouw, maar iedere vrouw is nog geen moeder, ook al heeft zij kinderen! Dan is daar de vraag van lichamelijke en geestelijke geschiktheid. Geestelijk en lichamelijk zieken moeten de volstrekte vrijheid hebben te huwen. Ook al is één der partijen ziek en de andere gezond. Dit is, en hier beantwoorden we onze vierde vraag, een private aangelegenheid! Echter groeit deze privé-zaak, uit tot een sociale, zoodra het huwelijk wordt afgesloten door kinderen. Deze gedachte geeft ook het bestaansrecht aan den N.M.-Bond, die optreedt voor bewuste regeling van het kindertal. Immers wie een gezonde samenleving wil, kan het niet onverschillig zijn welk soort geslacht wordt voortgeplant. Indien een huwelijk niets kan verwekken dan stumperig-ziekelijke wezentjes, dan zijn dezulken een aanslag op onze bedoelingen. Wij hebben belang bij een voortplanting, die ons zal schenken een in den levensstrijd weerbare jongere. Zoodat in 't kort gezegd het kinderlooze huwelijk een privézaak is, maar het kinder-rijke huwelijk een sociale! Ook al omdat bij e.v. scheiding het vraagstuk van de kinderen een uiterst belangrijke is. De tirade dat het dan maar „kinderen van de gemeenschap" moeten worden^ houdt geen steek. Eerstens omdat we weten wat dat beteekent in deze samenleving, waarin wij thans leven, maar óók omdat die gemeenschap toch maar niet zonder meer de kinderen, door anderen verwekt, in den schoot geworpen kunnen worden! Zal die gemeenschap, zelfs in de toekomst, daarvan gediend zijn? Natuurlijk zijn slechts heel enkele punten aangeraakt van het zoo ingewikkelde probleem van den anarchist en het huwelijk. En die weinige punten nog maar op zeer eenvoudige wijze. Alles bij elkaar echter geeft wel dit inzicht: het probleem is van een buitengewoon groote moeilijkheid, geldende regelen zijn niet te verschaffen en dus zal ieder, die er mee te maken krijgt, zijn eigen zoo ontzaglijk moeilijke kwesties moeten oplossen. Maar één begrip is hier wèl universeel, het begrijpen n.1. dat de anarchist, zeker op het terrein van liefde en huwelijk meer dan ergens anders, een niet te omschrijven ontzaglijk zedelijk verantwoordelijkheidsgevoel dient te bezitten, hetwelk de voedingsbodem moet zijn van waaruit ieder op eigen wijze zijn eigen moeilijkheden moet trachten op te lossen.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 39, no. 22, 01-06-1929.
16-05 Delfzijl Sociaal-Democratie & Noordel. Prop. Comité Bolsjewisme of Anarchisme
Noordel. Prop. Comité. De meeting te Delfzijl zou ongetwijfeld schitterend zijn geslaagd, als de natuur ons maar iets goedgunstiger gezind was geweest. Nu het Zondag vanaf elf uur tot ver in den namiddag stevig regende, kon van een openlucht-bijeenkomst natuurlijk geen sprake zijn. Gelukkig konden we op 't laatste oogenblik nog de beschikking krijgen over de groote zaal van „De Harmonie", welke in een oogwenk vol liep. Een 400-tal menschen waren er aanwezig. Dit in aanmerking genomen, overdrijven we niet wanneer we zeggen, dat bij goed weer een 1000-tal menschen op onze meeting zouden zijn gekomen. .De beide sprekers, Bijlstra en De Haas, hadden een sympathiek en belangstellend gehoor. Niet minder dan drie zangkoren, n.1. „K.n.d.A." van Groningen, „Z.n.d.A." van Sappemeer en het Gemengd koor van N. Pekela zongen ter afwisseling eenige liederen. Bij 't sluiten werd een collecte gehouden ten behoeve van een zieke kameraad te Sappemeer.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 39, no. 25, 22-06-1929.
23-06 Winkel De anarchist en de komende oorlog Vrije groep Nieuwe Niedorp (De arbeider 15-06-1929)
20/21-07 Appelscha Anarchisten en de gemeenschap11
Kort verslag van de Landdagen te Appelscha. Een heel voorname factor voor het slagen van landdagen of meetings is wel het weer en dit is voor ons hier wel gunstig geweest; Alleen hadden we het wel met een klein beetje minder zonnewarmte kunnen doen en dit zal zeer zeker ook op het bezoek nog wel van invloed zijn geweest. Reeds Zaterdagavond was er al een aardig clubje kameraden aanwezig, om den kunstavond bij te wonen. Hoewel hiervoor een ruime tent gebouwd was, hebben we deze in de openlucht gehouden, omdat de atmosfeer met die warmte in de tent nu niet bepaald aangenaam was. Wat hebben we weer genoten van de mooie muziek van Henk Geerssinga. Daarnaast werd |de avond gevuld door declamatie van Jo de Haas en levensliedjes van Jouke Lenstra, die beiden ook zeer in de smaak vielen, terwijl Constandse nog iets ten beste gaf uit de werken van Heine. Alles bijelkaar een mooie avond. 's Zondagsmorgens werd een cursusvergadering gehouden, waar Constandse sprak over: G. B. Shaw en het socialisme. C. citeerde hierbij verschillende gedeelten uit de tooneel-en dichtwerken van Shaw, waarbij hij liet uitkomen, hoewel deze groote denker en schrijver vaak handelde onder invloed van andere groote denkers als Ibsen, Karl Marx, Nietzsche e.a. (waar hij ook altijd eerlijk voor uitkwam) hij toch een groot en eerlijk voorvechter voor het socialisme is geweest. Scherp was zijn ontleding van de maatschappij, die volgens hem op elke duizend menschen bestaat uit 700 zuivere materialisten, d.w.z. menschen, die zich anders nergens mee bemoeien dan met hun zaken en alles voor lief nemen, als zij er maar aan kunnen verdienen. Van de overige 300 waren volgens Shaw 299, die wel zien de tegenstellingen en de groote wanorde van het kapitalisme, maar die terugschrikken voor de consequentie's en de werkelijkheid en daarom de dingen graag zien, zooals zij ze zouden wenschen en dit dan als de waarheid aan anderen durven voorhouden. Terwijl er op iedere duizend slechts één persoon zou zijn, die werkelijk idealist is, die werkelijk de dingen durft zien zooals ze zijn, zonder dat hem dit ontmoedigt, integendeel, wat hem juist maakt tot strijder. Ik weet niet, of deze verhouding juist is, maar ver bezijden de waarheid is zij in elk geval niet, en dit toont ons, die toch de werkelijkheid willen en durven zien, hoé noodig onze strijd is.
Op de meeting waren naar schatting ongeveer 500 menschen aanwezig. Jo de Haas sprak over: „Anarchisten en de gemeenschap” en Constandse over: „De leugens van de staat". Beiden vonden een aandachtig gehoor, hoewel de warmte dit niet in de hand werkte. Voor, tusschen en na de meeting zong de gem. zangvereeniging uit Emmer-Compascuum zeer verdienstelijk eenige nummers. Ook finantiëel is er geen reden tot klagen. Alles bij elkaar genomen dus: goed geslaagd. Een collecte voor de dienstweigeraars bracht op f 17.70. Het zaad is weer uitgestrooid. Of het ontkiemen en vruchten dragen zal? Dat ligt aan ons, makkers. Aan 't werk dus. Voorwaarts — steeds voorwaarts. T. VEENSTRA. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 39, no. 31,03-08-1929.
01-09 Wijnjeterp Herdenking Klaas Blauw
Wijnjeterp. Evenals nu al eenige jaren, houden we ook dit jaar weer een meeting, ter herdenking van den sterfdag van onzen kam. KI. Blauw, en wel op 1 Sept. a.s. Uit de omgeving komen natuurlijk alle geestverwanten deze meeting bezoeken, en andere vereen. houden met deze bijeenkomst wel rekening, door op dien dag geen meeting of verg. te beleggen. We kunnen mededeelen, dat Jo de Haas reeds toezegging heeft gedaan om te komen spreken. Naar een tweede spreker zijn we op zoek. Nadere bekendmaking volgt per advertentie.
De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 39, no. 32,10-08-1929.
08-09 Boelenslaan Waarom anarchisten zo gehaat zijn Onze meeting j.1. Zondag gehouden, is goed geslaagd. Onze oude kameraad W. Giezen besprak op gloedvolle wijze het onderwerp: „De vrouw en het militairisme", terwijl kam. De Haas in een uitvoerig betoog uiteenzette waarom de anarchisten zoo gehaat zijn., Op duidelijke manier zette hij daarbij ons standpunt tegenover dat der staats-socialisten uiteen. Een goed-geslaagde propaganda-bijeenkomst!De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 39, no. 37, 14-09-1929.
22-11 Krommenie Is dienstweigering nog steeds Vredescomité Zaanstreek noodzakelijk
(De Zaanlander 20-11-1929)
19-12 Amsterdam Het huwelijk in kameraadschap
De Dageraad (Naar het gelijknamig werk van Rechter B. Lindsey, met eigen gedachten) (De tribune 28-12-19290)
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1930
1930 19-01 Delft Huwelijk in Kameraadschap (naar het bekende boek van Lindsey)(Delftsche courant 17- 01-1930)
26-01 Haarlem (Soc. Prop. Club) Huwelijk in Kameraadschap
Haarlem. De op Zondagmorgen j.1. gehouden lezing door kameraad Jo de Haas over het onderwerp: „Huwelijk in Kameraadschap" voor de Soc. Prop. Club alhier, is in elk opzicht goed geslaagd. Op zeer duidelijke wijze en zeer zeker voor een ieder begrijpelijk, werd dit onderwerp door Jo behandeld, en wellicht zal ook deze bijeenkomst haar resultaat gehad hebben. Wij kunnen dan ook niet beter doen dan de behandeling van dit onderwerp bij de kameraden aan te bevelen, want zeker zal het niet overbodig zijn, dat ook ten opzichte van dit vraagstuk en vooral aangaande de sexueele zijde er van, meer licht verspreid wordt. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 40, no. 5, 01-02-1930.
08-02 Assen Huwelijk in kameraadschap
Zaterdagavond sprak de heer Jo de Haas, uitgaande van de Friesche propagandaclub van sociaal-anarchisten, in de Wilhelminazaal alhier voor een matig bezochte vergadering, over het onderwerp „Het huwelijk in kameraadschap". Als basis voor zijn rede nam de spreker de twee boeken van den Amerikaanschen oud-kinderrechter Lindsey „Opstandige Jeugd" en „Huwelijk in Kameraadschap", welke hij aan uitvoerige beschouwing onderwierp, zich bij de conclusie er van, dat de tegenwoordige sexueele verhoudingen niet deugen, aansluitend. Nadat de spreker nog enkele vragen had beantwoord, werd de vergadering gesloten.Provinciale Drentsche en Asser courant10-02-1930.
Assen. Zaterdagavond sprak Jo de Haas voor een niet talrijk publiek in de Wilhelminazaal over 2 belangrijke boeken van den Amerikaanschen ex-kinderrechter Lindsey, n.1. „Opstandige Jeugd" en „Huwelijk in 'Kameraadschap". Het is niet mijn bedoeling over de rede zelve uit te wijden of verslag te geven, echter wilde ik voor den vervolge in overweging geven om dergelijke vergaderingen ook — en zelfs in de allereerste plaats — te publiceeren in „De Arbeider". Want nu doet zich het feit voor, dat in de burgerlijke bladen wèl geadverteerd wordt, en in onze eigen anarchistische pers niet. Behalve om financieele is het ook om moreele redenen noodig in de eigen pers bekendheid te geven, want dan worden de lezers op de hoogte gehouden van de actie, die kan leiden dat anderen ook weer actief beginnen te handelen en te denken. Tevens wil ik bij dezen de Arbeiderslezers in Assen, indien zij met mij voelen om ook hier in Assen propaganda te voeren voor de vrije idee, opwekken, zich bij mij te vervoegen, teneinde een en ander te bespreken. FRANKOT, Violenstraat 22, Assen. (Bovenstaande opmerking omtrent „De Arbeider" is volkomen op z'n plaats. Zelf schreven we meermalen in gelijken geest. Laat men nu dergelijke opmerkingen eens ter harte nemen. Red,). De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 40, no. 7, 15-02-1930.
10/15-02 Appelscha e.o. Tournee
Appelscha. Voor de Vrije Soc. Prop.-Club alhier sprak Jo de Haas in een achttal vergaderingen en wel in Assen, Appelscha, Smilde, Haulerwijk, Elsloo, Makkinga, Oosterwolde en Jubbega. We kunnen met voldoening op deze avonden terugzien. En wat de opkomst, èn wat de aandacht betrof, waarmee allen de zeer duidelijke uiteenzetting van de verschillende onderwerpen door Jo behandeld, volgden. Makkers, een flink succes en daarom voorwaarts! We hebben a.s. Dinsdag 25 Febr., 's avonds 7 uur samenkomst ten huize van S. Mulder, ter bespreking van verdere propaganda, o.a. de te houden landdagen dezen zomer (hier-; over binnenkort meer). Vrienden komt allen! De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 40, no. 8, 22-02-1930.
10-02 Appelscha Het huwelijk in kameraadschap het sexuele leven |O10-02 Smilde Want het licht schijnt in de | duisternis maar heeft |O
Smilde het ook verstaan? | 11-02 Haulerwijk De godsdienst is een gevaar |S voor de arbeidersbeweging |T 12-02 Elsloo Zijn anarchisten ook|stel- anti-militaristen |ling- 13-02 Makkinga Alleen de arbeiders kunnen |wer- de vrede brengen |ver 14-02 OosterwoldeHet huwelijk in kameraad- |31 jan
schap - het sexuele leven |193015-02 Jubbega De bevrijding van de arbeiders (anti-militairisten) moet het werk van hen zelf zijn
Op uitnoodiging van eenige anti-militairisten sprak Jo de Haas j.1. Zaterdagavond alhier in het café van S. Brinksma over het onderwerp: „De bevrijding van de arbeiders moet het werk van hen zelf zijn." De zaal was tamelijk goed bezet. Op zeer duidelijke wijze werd door Jo aangetoond — mede gestaafd door citaten uit werken van sterk op den voorgrond tredende parlementariërs — dat de bevrijding van de arbeiders niet langs parlementairen weg bewerkstelligd kan worden. Zeker — aldus de H. — men kan in de Eerste of in de Tweede Kamer, in de Prov. Staten of in den Gemeenteraad wel wat doen, doch slechts iets voor de hervormingsgezinden. Maar voor het socialisme kan daar niets gedaan worden; doch dat niet alleen: de deelname aan den parlementairen arbeid maakt de betrokken persoon, willens of onwillens, tot een anti-revolutionair. Wie het parlementairisme aanvaardt, veroorzaakt daarmede, dat de aandacht en de activiteit van de arbeiders op dien schijnstrijd geconcentreerd worden en zij derhalve geen gebruik maken van hun werkelijk doeltreffend strijdmiddel: de revolutionaire zelf-actie. In de wetgevende lichamen des lands wordt een spiegelgevecht gevoerd of m.a.w. daar kan niets gedaan worden ten goede van de arbeiders, tenzij ook de kapitalisten, de geldschieters, dat willen. Dit feit — dat voortdurend door de practijk bevestigd wordt — demonstreert de volslagen onmacht van het parlementaire systeem. Daarnevens — vervolgt de spr. — werkt men ook door het scheppen van hervormingen reactionair. De practijk wijst uit, dat, als de arbeiders in een eenigszins betere levenspositie worden geplaatst, zulks remmend werkt op de sociale bewustwording van hun geest. Desniettemin behooren wij te strijden voor directe lotsverbetering. Maar we moeten dat doen door toepassing van de juiste, dat is de buiten parlementaire, de revolutionaire strijdwijze. Van de gelegenheid voor debat werd gebruik gemaakt door S. Brinksma. Daar echter het debat liep over weinig belangrijke verschilpunten, behoef ik daarover niet meer te zeggen. Na afloop van de vergadering werd een collecte gehouden voor het cantinefonds der dienstweigeraars. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 40, no. 8, 22-02-1930.
12-03 Blaricum (I.A.M.V.) Dienstweigeren. Alleen de arbeiders kunnen den vrede brengen
Blaricum. Wij hebben hier 12 Maart een protestvergadering belegd tegen het gevangennemen van het lid onzer afd. Henk Colly, die sinds enkele weken verblijf houdt in Scheveningen. Deze vergadering is in elk opzicht geslaagd te noemen. Door den secretaris Petri werd (nadat Bonnet met een kort woord de vergadering had geopend) eens uiteengezet wat er door de jongens moet worden doorgemaakt in de bekende 10 maanden, met name hoe Jurriaans door verwaarloozing van zijn ziekte het leven verloor. De stemming in de zaal was bewogen. Te veel toch blijven deze dingen onbekend voor het groote publiek. Toen een der aanwezigen voorstelde een protestmotie aan te nemen, vond dit algeheele instemming. Deze motie luidde na een kleine wijziging aldus: De openbare protestvergadering tegen het gevangen houden der dienstweigeraars, te Blaricum bijeen, spreekt hare diepe verontwaardiging uit over het gevangen houden der jonge dienstweigeraars en speciaal tegen het gevangen houden van H. Colly. wetende dat zijn lichamelijke gesteldheid opsluiting niet toelaat, eischen de directe invrijheidstelling voor H. Colly, in het belang der menschheid. Na de pauze werden 2 mooie kalenders verkocht ten bate der dienstweigeraars, welke f 24.90 opbrachten. Hierna kreeg Jo de Haas het woord, die de noodzakelijkheid der dienstweigering besprak en met feiten aantoonde wat we van Volkenbond en Vlootconferenties kunnen verwachten. Sterk was hij in zijn betoog waar hij naar voren bracht, dat als wij van de menschen weigering bij oorlog durven verwachten, wij ze eerst in deze richting op moeten voeden en leeren denken en handelen.De wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland, jrg 26, , no. 4, 01-04-1930
Blaricum. 12 Maart belegde onze afd. der LA.M.V. een protestavond tegen het gevangen zetten der dienstweigeraars, w.o. ons lid H. Colly. Na een inleidend woord van onzen Secr. hield Jo de Haas uit Amsterdam een rede met als onderwerp: „Dienstweigeren. Alleen de arbeiders kunnen den vrede brengen." In de pauze werden twee mooie kalenders (door een geestverwant ter beschikking gesteld ten bate der dienstweigeraars) op z'n Amerikaansch verkocht, welke de niet onbelangrijke som van f 24.80 opbrachten, hetwelk ten goede komt (ieder de helft) aan het Dienstw. Steunfonds en Cantine-fonds voor Dienstw. Na afloop werd met algemeene stemmen een motie aangenomen, welke de eisch inhield, de dienstweigeraars vrij te laten. Een goed geslaagde avond. Door de Ontwikkelings-club is Constandse aangezocht eerstdaags ook hier zijn rede „De godsdienstvervolging in Rusland" te komen houden.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 40, no. 12,22-03-1930.
13-04 Wormerveer Openbaar of libertair onderwijs
Wormerveer. PROPAGANDA-AVONDONTSPANNINGSSCHOOL. De Wormerveersche Ontspanningsschool hield Zondagavond 7 uur in „De Jonge Prins” een Openbare Propaganda-avond, welke druk bezocht was. In zijn openingswoord wees de voorzitter, de heer Vlind, in het bijzonder op de groote moeilijkheden, waarmede de leiders nog voortdurend te kampen hebben. Het enkele uurtje, dat de kinderen in de sfeer der Ontsp. school kunnen worden opgenomen, is zonder blijvende resultaten, wanneer de ouders dit werk thuis niet zooveel mogelijk aanvullen. Daarom zijn ook avonden als deze goed, waar meer contact met de ouders der kinderen wordt verkregen. Spr. brengt voorts nog in herinnering, dat 27 April a.s. een tentoonstelling van het clubwerk gehouden zal worden en dit jaar het achtdaagsche uitstapje, thans waarschijnlijk naar Nijmegen, weer op het programma staat. Hierna wordt het programma geopend met een drietal goed uitgevoerde nummers door een gevormd mondorgelsextet onder leiding van het oud-lid Cor de Vries. De daarop uitgevoerde Dalcroze-spelletjes genoten een niet minder prachtig onthaal. Ter afwisseling gaf één der jonge leden een nummertje declamatie, dat ook bijzonder in den smaak viel. Hierna hield de heer De Haas een causerie, waarin hij de vraag stelde: „Openbaar of Libertair onderwijs" en deze zelf beantwoordde ten gunste van het laatste. Van de Openbare en nog meer van de Christelijke Bijzondere school deugde volgens spr. niet veel. Daar werd de kinderen alleen maar wijsheid bijgebracht, inplaats dat de kinderen opgevoed werden. Karaktervorming moest echter juist het voornaamste zijn. Vooral dienden de in het kind sluimerende krachten tot ontwikkeling te worden gebracht, waardoor een vooral individualistisch onderwijs noodzakelijk was. De O. School was er om de Staat te beschermen, terwijl de kinderen er door onderwijzers, die van opvoedkunde geen jota begrip hadden, opgekweekt werden tot goede slaven van het huidige maatschappelijk stelsel. Na den spreker, trad de mondorgelclub weer op, thans echter als negers. Dit nummer werd weer gevolgd door een aantal alleraardigste Dalcroze-spelletjes, onder leiding van den heer H. Stolp, die zich hier weder belangeloos voor disponibel had gesteld en daarvoor dan ook hartelijk
bedankt werd. Hij had een fraaie plant in ontvangst te nemen. Vervolgens trad de mondorgelclub weer op, kregen we nog een nummer declamatie te hooren, waarna nog een spel in drie, zij het dan korte, bedrijven, werd opgevoerd, dat „Jeugdbloei” geheeten, door de leiders der Ontspanningsschool was samengesteld en propaganda maakte voor verschillende den leiders na aan het hart liggende zaken. De Zaanlander16-04-1930.
28-04 Wormerveer Pro of contra christendom; de waarde van Jezus' prediking voor onzen tijd (debat)
Wormerveer. Ds. F. Kuiper contra den heer Jo de Haas. Maandagavond werd in de groote zaal van „De Jonge Prins" een druk bezochte vergadering gehouden, belegd door de Vrijdenkers-vereeniging te Wormerveer en waar Ds. Frits Kuiper te Krommenie met den vrijdenker Jo de Haas uit Amsterdam zou debatteeren over het onderwerp: „Heeft Jezus’ prediking nog waarde voor onzen tijd?” Ds. Kuiper, die het pro zal behandelen, vangt aan 40 min te spreken, vervolgens de heer Jo de Haas, hierna wordt gepauzeerd, waarna ieder nog 20 min. mag spreken en ten slotte ieder nog weer 5 minuten. Ds. Kuiper begint met op de omvangrijkheid van het onderwerp te wijzen. Vandaar dat het zoo moeilijk is en er ook zooveel misbruik wordt gemaakt, waarover spr. ook veel zou kunnen zeggen. Spr. heeft in zijn rede er naar gestreefd, weliswaar met een persoonlijken kijk, zooveel mogelijk de zaak in het hart te treffen. Naar aanleiding van een drietal stellingen tracht spr. dat te doen. De eerste hiervan luidt: Terecht wijst het evangelie op de kleinheid en zondigheid van den mensch tegenover den Eeuwigen God en herinnert hem in verband hiermede aan zijn saamhoorigheid. Wij zijn niet als enkelingen geschapen, maar als onderdeel vaneen groot geheel. De mensch, zooals wij die kennen is niet zooals die had moeten zijn. De mensch is ook sterfelijk en gaat voorbij, waarmede ieder rekening heeft te houden. Hiertegenover staat de godsverkondiging. De schepping een gevolg van eeuwige wil en daardoor heeft het leven waarde. Tegenover de kleinheid van den mensch staat de eeuwige wil van den Almachtige. Tegenover het kwaad, waarin de mensch gevallen is staat God als de in liefde vergevende. Daarom zegt het evangelie: „Een is uw meester en gij allen zijt broeders.” De kern van het Evangelie is ook daardoor dieper en waarachtiger dan eenige andere opvatting. De tweede stelling luidt: „Het evangelie kan de blik scherpen voor de gruwelen van den tegenwoordigen tijd als oorlog, onderdrukking, enz. Het doel heiligt geenszins de middelen. En de derde stelling luidt, dat het Evangelie den mensch tot diepste levensbeslissing dringt, tot de keuze voor God en zijn gerechtigheid. Jezus vraagt de erkenning met de daad. Hij heeft stand gehouden ondanks overmacht van wereldlijk en geestelijk gezag. Daardoor stelt hij voor de keuze, de eene of de andere zijde. Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij zoo ge ze doet.
De heer Jo de Haas, die vervolgens het woord krijgt, zegt, dat de groote beteekenis van J.C. en zijn evangelie ook voor hem zonder twijfel is, maar deze is juist gelegen in reactionnaire kracht. Alle godsdienstgeloof is wondergeloof. Zonder dat heeft het voor de velen geen beteekenis en reeds in de dagen, dat Jezus op aarde zou hebben rondgewandeld, kwamen de velen ook vooral tot hem door het doen van zijn wonderen en niet door zijn prediking. De zielkundige gesteldheid der velen gaat hier ook naar het sprookjesachtige uit. Een wonder is al Jezus' geboorte; ook verder vinden we herhaaldelijk fabeltjes, die menschelijkerwijze onmogelijk zijn. Nu zijn er, die hebben beweerd, dat men die wonderen meer geestelijk dient te verstaan, maar er zijn er waarbij men absoluut aan de letter moet vasthouden, als de opwekking van Lazarus. In het evangelie komt dan ook duidelijk het fantasierijke en sprookjesgeloof tot uiting. Als door de eeuwen heen belang zou zijn gesteld in de prediking, was die al lang afgezworen. Ds. Kuiper vindt, aldus spreker, het evangelie van zoo’n diepe beteekenis, maar spr. vindt het in oorsprong juist diepst onzedelijk. Daar zou kunnen, dat een mensch lijden moet voor de zonden van een anderen en dan van een liefhebbend vader de kruisdood nog ontvangt. Hierdoor botst juist ons zedelijk gevoel met dat christendom. God zelf laat toch de zonden toe. De geboorte van Christus komt uit tegen een bloedroode achtergrond van den kindermoord, toch door God gewild. Wij noemen zulks onzedelijk. De geheele strekking is voorts geen andere dan te worden afgewezen van de aarde naar den hemel. Altijd gaat het over het Koninkrijk der Hemelen; J.C. stelt het heele leven als een theorie voor. Het is niets anders dan een hemel suggereeren. Spr. wijst vervolgens op het absoluut gebrek aan maatschappij-inzicht bij J., die aardbevingen, pestilentiën en oorlogen bij elkaar noemt. Het Evangelie is vol moraal, maar onmaatschappelijk en los van de menschen als de 19e eeuwsche grondleggers van het socialisme. Juist omdat wij 20ste eeuwsche proletariërs zijn roepen wij op tot een leven op aarde en dit tot schoonheid en kracht te willen wekken. Na een korte pauze gingen de sprekers daarna over tot repliek en dupliek. (De Zaanlander 30-4-1930).
28-04 Wormerveer Debat met ds. Kuijper
Uit Wormerveer. Openbare debat-vergadering. De eerste openb. vergadering na de oprichtingsvergadering van de Vrijdenkersvereen. is schitterend geslaagd. Ongeveer 300 personen waren aanwezig jl. Maandagavond in De Jonge Prins, om de beide sprekers, ds. Kuijper en Jo de Haas, aan te hooren. De betoogen der beide Sprekers werden met groote aandacht gevolgd; geen enkele wanklank werd gehoord. Als onderwerp had ds. Kuijper gekozen: „De waarde van Jezus' prediking voor onzen tijd'', op grond van een 3-tal stellingen. Het geheel uitvoerig te behandelen en toe te lichten zou te veel plaatsruimte eischen; het kwam echter hoofdzakelijk neer op het volgende: het evangelie wijst op de kleinheid, eindigheid en zondigheid van den mensch tegenover den eeuwigen god, en wordt in verband daarmee er aan herinnerd, dat hij saamhoorig moet zijn met zijn medemensch. Door het evangelie wordt 's menschen blik gescherpt voor de tegenwoordige gruwelijke samenleving, t.w. oorlog, uitbuiting en onderdrukking. Het evangelie dwingt tenslotte den mensch tot de diepste levensbeslissing, d. i. de keuze voor god en zijn gerechtigheid. Spr. wijst er op, dat ook hij, voorz. zijnde van een afd. van „Kerk en Vrede", midden in den strijd tegen het militarisme staat, en ook, door het socialistisch gevoel wat in hem leeft, met volle sympathie aan de zijde der onderdrukte massa staat in den klassenstrijd. Maar het is juist het evangelie dat hem in dezen moeilijken strijd steunt en hem tot richtsnoer dient, hoewel ook hij niet alles kan aannemen wat het evangelie zegt, deels omdat zijn verstand daarin tekort schiet. In dit opzicht reikt hij zichzelf dan ook een brevet van onbekwaamheid uit.
Jo de Haas bestrijdt in een zeer duidelijke en logische rede de opvattingen van ds. Kuijper. Hij vraagt voor wie of het evangelie beteekenis heeft, zeker niet voor de soc. arbeiders. Aangenomen dat Jezus heeft geleefd, wat wij echter in 't geheel niet weten (wat hierover in den bijbel staat is voor ons verstand ten eenenmale onmogelijk aan te nemen, dus we kunnen het als een sprookje beschouwen). Waar komt Jezus nu eigenlijk vandaan? Niemand weet het. Aangenomen dus dat hij heeft geleefd, dan heeft zijn prediking voor ons, moderne proletariërs, absoluut geen waarde. Jezus heeft immers altijd de armoede zalig gepreekt en de arbeiders stelselmatig naar het hiernamaals verwezen. De socialist strijdt voor een hemel op aarde, maar niet voor een niet bestaanden hemel boven de aarde. Jezus heeft dan ook zijn grooten aanhang niet te danken aan zijn leer, maar aan de wonderen, welke hij z.g.n. verricht heeft. Verder wijst spr. op de grove onzedelijkheid van het evangelie, b.v. de bloedofferingen. God heeft met voorbedachte rade zijn zoon geofferd, laten afslachten voor de zonden der menschen. Deze zonden zijn ook gods wil, terwijl god toch alles vooraf beschikt. Als god zoo almachtig is, waarom heeft hij dan niet een minder barbaarsche methode toegepast? Beide sprekers stellen en beantwoorden verder nog verschillende vragen, zoodat die avond voor het publiek zeer leerzaam was. Om 11.45 sluit de voorz. de vergadering met een woord van dank aan de sprekers, vergezeld gaande met een opwekking om onze beweging daadwerkelijk te steunen. Zoo behoort ook deze avond weer tot het verleden, maar heeft zeer zeker zijn nut afgeworpen en onze beweging doen versterken. We gaan nu maar weer vol goeden moed verder, hoewel de strijd zwaar zal zijn, doch de zegepraal zooveel te schooner. Gij strijdt toch allen mee voor het bereiken van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap? Geeft u dan direct op bij: M. Zwart, voorz., Sluispad 10, Wormerveer of bij P. W. v. Leeuwen, Secr., Lange heit 537b te Assendelft. De vrije socialist 07-05-1930.
26-05 Amsterdam De beteekenis van de dienstweigering
Amsterdam. Vrije Soc. Groep. Openbare Propagandavergadering op Maandag 26 Mei, 's av. 8 uur, in het Old Fellowhuis, Keizersgracht 416, ter gelegenheid der thuiskomst van den dienstweigeraar Breurken. Sprekers: Jo de Haas. Onderw.: De beteekenis van de dienstweigeringDe arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 40, no. 20, 17-05-1930.
(Buiten verantwoording der Redactie). Jo de Haas weggejaagd. Op Maandag 26 Mei, werd in het Old Fellow-gebouw op de Keizersgracht te Amsterdam, den dienstweigeraar W. Breurken verwelkomd, daarvoor had de Vrije Soc. Groep, Walraven en Jo de Haas als sprekers uitgenoodigd. Bij het begin van de vergadering, werd door enkele kameraden aan de voorzitter Bishoff verzocht om Jo de Haas niet te laten, spreken, dit werd door hem geweigerd, waarna twee kameraden (beide dienstweigeraars) de zaal verlieten. Bishoff heeft kalm kunnen openen en Walraven heeft onder aandachtig gehoor zijn reden beëindigd, tot zoover had dus de Vrije Soc. Groep eer van haar werk, maar toen zou Jo de Haas spreken. Dat was mis, als een man verzette de verg. er zich tegen, dat deze verrader aan het woord zou komen en naar onze meening zeer terecht, werd Jo de Haas de zaal uitgejaagd, zonder dat hij een woord had kunnen spreken. Wij begrijpen mannen als Lodder, Bishoff, Kok, v. d. Keuken en zoovele andere oude rotten in de socialistische beweging en leden van de Vrije Soc. Groep niet, dat zij een kerel als Jo de Haas weer de gelegenheid geven om aan de oppervlakte te komen. Wij willen en wij mogen niet oordeelen over de daad van Kooiman en v. d. Linden, of hij wel of niet goed was, maar feit is het, dat deze kameraden hun daad gedaan hebben om Herman Groenendaal te steunen in zijn strijd en een feit is het ook, dat Jo de Haas de geheele zaak in al zijn bijzonderheid aan de politie heeft medegedeeld. Of hij dat nu gedaan heeft uit stommiteit, uit angst of uit verraad, is nooit komen vast te staan, maar het is alweer een feit, dat Kooiman en v. d. Linden zes en vijf jaar in de gevangenis hebben doorgebracht en dat Jo de Haas vrijuit ging. Nu dat Kooiman en v. d. Linden uit de gevangenis kwamen, hebben zij getypeerd wie Jo de Haas is en dat moest toch voldoende zijn. Zal hetgeen wat gebeurd is, op bovengenoemde verg. nu een leerschool zijn voor alle kameraden en vooral zij, "die de organisatie van de anti-militairistische meeting te Schoorl" in handen hebben, waarvoor ook Jo de Haas als spreker staat aangegeven? Het is beter ten halve gekeerd dan ten heele gedwaald. C. J. P.De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg 7, 07-06-1930.
Amsterdam Willem Breurken, de dienstweigeraar, die uit de gevangenis is ontslagen, werd 26 Mei in een vergadering uitgeschreven door de Vrije Soc. Groep in het Odd Fellowshuis, Keizersgracht 430, verwelkomd. De voorzitter, Bishoff, opent de vergadering, hetgeen onmiddellijk gevolgd wordt door een protest door Joh. J. Lodewijk, tegen het spreken op deze vergadering door Jo de Haas. Verschillende aanwezigen ondersteunden dit met te verklaren, dat wanneer de Haas zou spreken een groot deel der vergaderden de zaal zou verlaten.
Toen Willem Breurken binnenkwam werd hij door de kameraden met een hartelijken handdruk begroet. Kameraad Walraven hield een rede waarin hij hulde bracht aan Breurken voor zijn persoonlijken moed en durf. ledere cultuur heeft haar pioniers gehad, zoo ook nu voor het tijdperk, dat komende is. Wat onze beweging ontbreekt, is meer saamhoorigheid, al bedoelt spreker niet zooals bij de S.D.A.P., een graf, waar al wat persoonlijk is, in begraven wordt. Hierna kreeg Mevrouw Priem het woord, die hare waardeering uitspreekt voor het harde werken, dat door de vrije groep ten opzichte van het anti-militairisme is gepresteerd, doch spreekster kan zich niet begrijpen hoe de vrije groep er bij komt om Jo de Haas uit te noodigen. Terwijl de voorzitter hierop antwoordt, werd de Haas de zaal uitgehoond, waarna Mevr. Priem haar rede vervolgde. Daarna sloot de voorzitter de vergadering zoodat deze weder tot het verleden behoort. De vrije socialist 31-05-1930.
UIT AMSTERDAM. Jo de Haas weggejaagd. Omtrent het gebeurde op de vergadering, waar de dienstweigeraar W. Breuken verwelkomd
zou worden en o. a. Jo de Haas 't woord voerde, schrijft C. J. P. ons nog: Bij het begin van de vergadering werd door enkele kameraden aan den voorzitter Bishoff verzocht om Jo de Haas niet te laten spreken, dit werd door hem geweigerd, waarna twee kameraden (beide dienstweigeraars) de zaal verlieten. Bishoff heeft kalm kunnen openen en Walraven heeft onder aandachtig gehoor zijn rede beëindigd. Tot zoover had dus de Vrije Soc. Groep eer van haar werk, maar toen zou Jo de Haas spreken, dat was mis. Als één man verzette de vergadering er zich tegen dat deze verrader aan het woord zou komen en naar onze meening zeer terecht, werd Jo de Haas de zaal uitgejaagd, zonder dat hij een woord had kunnen spreken. Wij begrijpen mannen als Lodder, Bishoff, Kok, v. d. Keuken en andere oude rotten in de socialistische beweging en leden van de Vrije Soc. Groep niet, dat zij een kerel als Jo de Haas, weer de gelegenheid geven om aan de oppervlakte te komen. Wij willen en wij mogen niet oordeelen over de daad van Kooiman en v. d. Linden of hij wel of niet goed was, maar feit is het, dat deze kameraden hun daad hebben gedaan om Herman Groenendaal in zijn strijd te steunen en een feit is het ook dat Jo de Haas de geheele zaak in al zijn bijzonderheid aan de politie heef. medegedeeld. Of hij dat nu gedaan heeft uit stommiteit, uit angst, of uit verraad, is nooit komen vast te staan, maar het is alweer een feit dat Kooiman en v. d. Linden zes en vijf jaar in de gevangenis hebben doorgebracht en dat Jo de Haas vrij uitging. Nadat Kooiman en v. d. Linden uit de gevangenis kwamen hebben zij getypeerd wie Jo de Haas is en dat moest toch voldoende zijn. Laat hetgeen wat gebeurd is op bovengenoemde vergadering nu een les zijn voor alle kameraden en vooral voor hen die de organisatie van de anti-mil. meeting te Schoorl in handen hebben, waarvoor ook Jo de Haas als spreker staat aangegeven. Het is beter ten halve gekeerd, dan ten heele gedwaald.De vrije socialist 07-06-1930.
Bewijzen gevraagd
Inderdaad, de door de Vrije Soc. Groep uitgeschreven openbare vergadering op 26 Mei jl. naar aanleiding van de invrijheidsstelling van een dienstweigeraar was allerminst een feestvergadering. Er zijn aan het adres van een der sprekers verwijten gericht, zoodanig dat de stemming hopeloos verloren was. Wij wenschen aan het adres der oppositie geen verwijten te richten als, jullie hadden zus of zoo moeten handelen, alleen stellen wij er prijs op te verklaren, dat wij verwachten dat men binnen 14 dagen na plaatsing dezes, bewijze wat men heeft gezegd, daar wij ons anders genoodzaakt zien hen voor lasteraars en praatjesmakers te verslijten. Namens de Vrije Soc. Groep, A. J. Lodder, Sec. Lindengracht 24, A'dam. De vrije socialist 11-06-1930
Wij achten het ook beter dat Jo de Haas, die zich toch mild gezegd, altijd zeer zonderling gedragen heeft, niet meer zoo naar voren wordt gehaald. En er zijn toch werkelijk wel andere sprekers te krijgen. Maar.... incidenten als op de vergadering te Amsterdam, zijn erg nadeelig voor onze propaganda en daarom moest elke geestverwant het mogelijke doen om ze te voorkomen. Red.De vrije socialist 11-06-1930.
Amsterdam. Naar aanleiding van de motie van de afdeeling Alkmaar in het vorige nummer van de W . N. verzoekt de „Vrije Socialisten Vereeniging” Amsterdam opname van de volgende motie : „De V.S.V. Amsterdam, in huish. vergadering bijeen op Dinsdag 29 Juli 1930, gehoord de uiteenzetting van het incident op de antimilitaristische meeting te Schoorl, gaat accoord met het optreden van J. C. Priem op bovengenoemde meeting, daar de secretaris van het N.-Holl. antimilit. prop. comité het schrijven van Priem lang genoeg in zijn bezit had om overleg met het Comité te plegen teneinde Jo de Haas niet op deze meeting te laten spreken. Geeft de kameraden in den lande in overweging Jo de Haas niet meer als spreker noch voor de antimilitaristische, nóch voor de anarchistische beweging uit te noodigen.”De wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland, jrg 26, no. 9, 01-09-1930.
07-06 Schoorl Dag voor de Landdag
Anti-Mil. Landdagen te Schoorl (N.H.) Op een mooi gelegen grasveld, tusschen bosch en zandwegen, sloegen des Zaterdagsnamid. voor Pinksteren de eersten hun tenten op. Omstreeks 9 uur, toen door Joop Wiedijk in een kreupelboschje de eerste bijeenkomst werd geopend, telden we een 14-tal tenten, Jef Last declameerde en deed ons de martelaren gedenken. C. Bosma uit Heerenveen was de inleider voor dezen avond. Spreker bracht menige stelling naar voren, waaruit bleek, hoe het kapitalisme zich steeds versterkte, hoe bijv. de kartels in het groot de menschen weten te bestelen. Ook de pers wist Bosma als een sprekend gevaar te schilderen. Om te komen tot een socialistische samenleving en tot verweer tegen kapitalisme en militairisme was voor hem de vakbeweging, zooals we die kennen bij de modernen en christelijken, geen afdoende beweging. De vakbeweging versplintert, maakt klassen en tegenstellingen. Kerk en Vrede houdt zich eveneens buiten den werkelijken strijd. Staat en kerk blijven gehandhaafd, en zoo kunnen dan de oorlog-bestrijder en de oorlogsvoorstander samen in hun kerk blijven. Jan Zee maakte een korte opmerking naar aanleiding van het Kerk en Vrede-standpunt. Bij 't opstaan des Zondagsmorgens was het kamp nog met eenige tenten vermeerderd.
Mevr. L. Sirks-Harmeijer was door ziekte verhinderd te komen. Jef Last hield daarvoor een inleiding. De jeugd heeft geleden door en in den oorlog, zegt spreker en is daardoor eischen begonnen te stellen; dat is de noodopstand. Spreker kon zich niet met Gandhi en de S.D.A.P. vereenigen. De werkelijke socialist, zoo gaat spreker voort, plaatst zich niet boven, maar is in en met de massa, 't Zit niet in de hoeveelheid deugd, zoo de kerkelijken dat willen. Het socialisme heeft aan een breede massa dat christelijk begrip onttrokken, het zonde-begrip gaat er uit, men gelooft weer aan de oorspronkelijke goedheid) van den mensch. Nooit is het kapitalisme zoo brutaal geweest dan heden. Geen gepraat wil spreker over humanisme en geweldloosheid. De goede menschen in de S.D.A.P. en Kerk en Vrede steunen evengoed het kapitalisme, 't Is afleiden, gelijk voetballen en geheelonthouding enz. Er moet anders aangepakt worden. Jeugd en ouderen moeten één zijn en dan klasse tegen klasse. Spreker wil een andere vakbeweging dan het N.V.V. Verwerpt de persoonlijke dienstweigering. In de gevangenis is men geen propagandist meer. Spreker wil niet goochelen met wat eens zal komen, thans staan we voor een revolutie, thans is het „de wapens hier" om een einde te maken aan het kapitalistisch stelsel. Op voor het oude Marxisme!
Bosma, die, zooals hij zegt, uit de tent is gelokt, neemt het eerst aan de discussie deel. De eenheid in de vakbeweging lijkt Bosma niet mogelijk, leder zoekt ook daar omgang met zijn gelijken, ook daar is geen gelijkheid, het verschil in loon enz. houdt de eenheid tegen. Solidairiteit wordt niet gekweekt door de vakbeweging. De stakingen eindigen voor 39 pct. met een schikking, 50 pct. gaat verloren, een klein deel er van wordt gewonnen. De vakbeweging trekt het kapitalisme tot zich. Verder komt Bosma nog voor de dienstweigering op.
Nadat Last Bosma heeft beantwoord, krijgt Jo de Haas het woord. De Haas zegt, dat, om het socialisme te willen, moet men het eerst in den geest beleven. Wat is de consekwentie, wanneer men zich met de massa gelijkstelt? 't Gevolg is, dat men ook met die massa in de kroeg en iets dergelijks gaat. Het is een groot verschil: geweldloosheid of weerloosheid, wat Last verwart. Er zijn heel wat weerloozen, die vrij wat actiever zijn dan de geweldsmenschen. Jo is niet tegen de massa, dat zijn de anarchisten ook nooit geweest, maar er moet meer verantwoordelijkheid gepropageerd worden. Wat is de massa zonder groote persoonlijkheden? Wij moeten een beroep doen op de persoonlijkheid, we moeten ruimte laten voor alle mogelijkheden. De massa maakt geen revolutie, de voortrekkers doen het. De revolutie moet niet na, maar vóór den oorlog plaats vinden. Een revolutie moet opbouwen en dat kan niet uit een chaos, welke uit een oorlog voortkomt. Jo is een principieele tegenstander van de vakbeweging. Vakbeweging versplintert. Nadat Last nog Jo kort beantwoordt, is hiermee de morgen ten einde. Na een maaltijd geeft Jo de Haas een uiteenzetting over de noodzakelijkheid van de revolutie voor de jeugd. Er is rev. noodzaak; duizenden zijn nog niet door een ideaal aangeraakt. De grondslag moet zijn een sociale begeerte. We moeten hebben een redelijke en zedelijke revolutie. Na een economische revolutie zal nog evengoed een revolutie noodig zijn. Er ligt ook een ethisch motief aan het soc. anarch. beginsel ten grondslag. Na het karakter van den oorlog te hebben uiteengezet, wijst Jo op den strijd in het Oosten, op den strijd om 't bezit van koloniën. De jeugd van heden heeft met de na-oorlogs-kosten niets te maken, zij zijn onschuldig in dezen. Ouderen en jongeren zijn zielkundig gesproken ook niet gelijk. Bij de jongeren is daarom een nieuwe begeerte. De ouderen zijn bekrompen door haar geïsoleerdheid. De jeugd begint zich in bosch en hei gelukkig te gevoelen. De wereld kan goed zijn, indien er maar een redelijk-geestelijk besef aanwezig is. Niet blind staren op economie, maar ook de geestelijke factoren in 't oog houden, eerst dan kan het socialisme een feit worden. De jeugd is daarom van meer belang dan de ouderen. Binnen het raam van het kapitalisme kan de jeugd niet gedijen, daarom ten strijde tegen het kapitalisme.
Geen discussie. Na de broodmaaltijd maakten de meesten een wandeling en gingen de Haarlemmers vanaf de duinen hun stad bezien. Om 9 uur 's: avonds een kampvuur op een terrein waar de J.G.O.B.'ers kampeerden. Henk Geerssinga uit Groningen en Frits Tingen maakten het tot een groote, mooie kunstavond. Jo de Haas hield een korte treffende Pinksterrede. Een 100-tal jongeren luisterden ademloos stil naar dit alles. Koud en stijf gingen we in den nacht de tenten weer opzoeken. En toch volkomen voldaan. Menigeen heeft dezen nacht door kou niet kunnen slapen, maar om 7 uur 's morgens geen wanklank. Allen weer kameraadschappelijk aan en om den disch en werden de aardappels geschild voor den middag. Na een zonne- en zeebad genomen te hebben, was ook dit gedeelte ten einde en volgde thans de meeting. MEINTE De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 40, no. 25, 21-06-1930.
08/09-06 Schoorl (Prov. Sam. op Anti-Mil. De noodzakelijkheid der gebied) revolutie — ook voor de jeugd! Christendom, Militairisme, de Vrouw en hare bevrijding; (Amsterdammers: Jo is een verrader. Jo gaat weg; spreekt niet) Correspondentie. Wij ontvingen de laatste weken verschillende stukken, met betrekking tot Jo de Haas' optreden in de beweging. Aan de inzenders daarvan deelden we reeds mede en ter inlichting van onze lezers herhalen we hier deze mededeeling, dat door 'de Expl.-Com. van „De Arbeider" is besloten, géén dezer stukken, hetzij ze vóór of tegen De Haas gericht zijn, te plaatsen. Uit de Expl.-Com. en het N.P.C. is een commissie samengesteld, die een onderzoek naar een en ander zal instellen. Van dat onderzoek zal een rapport worden samengesteld en aan de hand van dat rapport kunnen de geestverwanten dan zelf beoordeelen welke houding zij t.o.v. De Haas wenschen aan te nemen. Nog ontvingen we van T. de Jong te Winkel (namens de Prov. Samenwerking op a.m. geb. in N.-H.) en P. Dekker te N. Niedorp een stuk, waarin krachtig geprotesteerd wordt tegen het optreden van Priem en enkele anderen op de meeting te Schoorl, tengevolge waarvan J. de Haas op die meeting niet het woord voerde. We kunnen met plaatsing van al deze stukken niet beginnen. Deden we 't wèl, dan zouden we minstens eenige weken lang een groot deel der krant moeten reserveeren voor deze geschiedenis. En daarvoor achten we werkelijk de ruimte van „De Arbeider" te goed. 't Gaat er dus in dezen niet om, alles maar aan z'n beloop over te laten. Integendeel: op ons voorstel werd reeds vorige week een commissie van onderzoek ingesteld. Bestaat er verdenking tegen welke persoon dan ook, dan heeft de b e w e g i n g tot taak te trachten, daaromtrent klaarheid te brengen. Maar noch de openbare propaganda-bijeenkomsten, noch onze propagandaorganen mogen er voor worden gebezigd om dergelijke zaken „uit te vechten”. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 40, 1930, no. 24, 14-06-1930.
Verklaring. Zooals in dit blad werd medegedeeld, is uit de Expl. Com. van ,De Arbeider" en het Noordel. Prop.-Com. een commissie samengesteld, die tot taak zou hebben een onderzoek in te stellen inzake de geschiedenis J. De Haas. Aan de hand der diverse gegevens, die de Commissie hoopte, dat ze aan haar zouden worden verstrekt, zou een rapport worden samengesteld, aan de hand van welk rapport de geestverwanten dan zelf1 zouden kunnen beoordeelen, welke houding zij t.o.v. De Haas wenschten aan te nemen. Het spijt ons, thans te moeten mededeelen, dat wij de ons opgedragen taak niet tot een goed einde kunnen brengen. Noch van de zijde der beschuldigers, nóch van die van den beschuldigde, ondervond de Commissie een zoodanige medewerking als in dezen wenschelijk en noodzakelijk mag heeten; integendeel wordt het pogen der commissie door eenigen der aangeschrevenen met wantrouwen begroet. Onder deze omstandigheden heeft het geen zin, dat onze Commissie verder voortwerkt. Besloten is daarom deze geschiedenis aanhangig te maken op een algemeene vergadering van geestverwanten uit het Noorden, waar eventueel voorstellen kunnen worden behandeld ten doel hebbende te komen tot een andere Commissie, samengesteld zoo mogelijk uit andere instanties der beweging. De commissie W. Wolters J. Bijlstra B. Herder. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 40, 1930, no. 27, 05-07-1930.
VRIJE TRIBUNE. Protest en Waarschuwing. Den 2en Pinksterdag werd te Schoorl de Meeting gehouden van de Provinciale Samenwerking, waar o.a. Jo de Haas zou spreken. Op het terrein van deze meeting waren o.a. ook enkele Amsterdammers aanwezig, welke de klaarblijkelijke bedoeling hadden herrie te schoppen. Even voor den aanvang bleek n.1., dat de heer C. J. Priem het plan had, direct als Jo de Haas zou beginnen te spreken, naast hem te springen en hem het spreken onmogelijk te maken. Wij deelden mee, dat hij hier het recht niet toe had, daar wij Jo de Haas lieten spreken en indien hij niet wenschte te luisteren zich slechts te verwijderen had. De conclusies van enkele Amsterdammers, dat de Haas een verrader was, aanvaarden wij zonder meer niet, dit zou de geheele beweging eerst uit moeten laten maken. Nochtans bleef Priem bij zijn voornemen, en ontstond er een heftige woordenwisseling. Tot onze spijt vond Jo de Haas aanleiding in één en ander maar te vertrekken, daar hij in geen geval aanleiding voor herrie op onze meeting wou zijn. Na zijn vertrek hebben wij Priem den toegang tot ons terrein ontzegd en hem verzocht te vertrekken. Deze weigerde en bleef. Wij moeten hierbij tegen deze houding nadrukkelijk protesteeren, en geven hiermee tevens uiting aan de groote verontwaardiging van de aanwezige kameraden tegen de houding van Priem en enkele anderen. Wij wenschen onze menschen in den lande verder voor deze menschen te waarschuwen, zij zien er niet tegen op desnoods alle propagandistische waarde te ontnemen aan onze openbare meetings en vergaderingen en trachten de beweging te verscheuren door gekanker. Nogmaals, indien men opmerkingen over Jo de Haas heeft, dan dient men die aan de beweging voor te leggen, doch zeker niet aan het publiek op onze meetings! Men zij op zijn hoede! en neme maatregelen om in eventueele gevallen den toegang tot onze terreinen voor deze menschen te belemmeren. Voor de Prov. Samenwerking T. de Jong, Secr.
(Menschen als Priem en zijn vrouw die een dertig jaren lang de beweging hebben gediend van onze bijeenkomsten te weren, dáár moeten wij op onze beurt voor waarschuwen en tegen protesteeren. En dit ondanks dat wij hun optreden niet taktisch vinden. Beter zou 't zijn om Jo de Haas maar op stal te laten staan. Er zijn sprekers genoeg. De tijd dat „Jo" aktief was, heeft hij zooveel onheil gesticht, dat het beter zou zijn als hij maar non-aktief bleef. Wij doelen hier niet op politie-spionnage. Daar gelooven wij zoo spoedig niet aan en wij bezweren de kameraden om met die dingen, vooral niet lichtvaardig om te springen. Dat is iets vreeselijks. Red.) De vrije socialist 18-06-1930.
NIEUWS Alkmaar. In de laatste huishoudelijke vergadering der IAMV werd besloten een meeting te organiseeren te Heiloo ongeveer half Augustus. Tevens werd het gebeurde in Schoorl besproken, welke gebeurtenis aller afkeuring verwekte. Hiertegen werd de volgende motie aangenomen: „Afd. Alkmaar der IAMV in vergadering bijeen op 18 Juni, protesteert ten sterkste tegen het feit, dat de zich noemende kameraden, de fam. Priem uit Amsterdam, door een zeer onwaardig optreden op de meeting te Schoorl, Jo de Haas het spreken verhinderden, waardoor zij de meeting geheel in de war brachten en daardoor een voornaam deel der propaganda vernietigden. En meent, dat wij dergelijke personen niet langer als kameraden kunnen beschouwen.”
Noot van den. Red. Men kan het optreden van Priem e.a. organisatorisch niet juist vinden, daar is over te praten. Maar dat men Priem, die door oprechte gevoelens gedreven en toch ook zeker niet geheel zonder reden tegen De Haas optreedt, niet langer als kameraad zou kunnen beschouwen, dat gaat toch waarlijk te ver. De Prov. Samenwerking op Anti-Mil. gebied in N.-Holland, willen allen er nota van nemen dat het adres van de Sekr.-Penn. niet meer Teun de Jong, Winkel is, doch Piet Dekker, Winkelerweg, Nieuwe Niedorp. De groepen die tot heden hun steunbijdrage niet zonden, worden verzocht dit nu zoo mogelijk onverwijld te doen en te storten op postrekening 144334. PIET DEKKER, Sekr.-Penn.De wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland, jrg 26, 0, no. 7, 01-07-1930.
22-06 Schoonoord De Vredesconferenties, wij en de (Noordel. Prop.-com) wereldvrede
In den tuin van den heer Chris Vos werd Zondagmiddag een meeting gehouden, georganiseerd door het Noordelijk Propagandacomité der anarch.-anti-militairistische groepen. Voorafgegaan dooreen optocht met muziek en banieren met opschriften als: „Oorlog aan den oorlog” en „Voor den wereldvrede” trok men in groote menigte naar het terrein, waar ter inleiding de „Internationale” door het muziekcorps „Emmer-Compascuum” gespeeld werd. Na een kórt woord van den voorzitter, die er op wees, dat even noodig als het ploeteren voor een boterham is, dat men zich geeft voor het vormen eener nieuwe maatschappij, die op andere, betere grondslagen berust en nadat het zangkoor van Emmer-Compascuum ouder leiding van de jongedame M. van Weeren „Vooruit is de weg” en „Vertrouwen” kranig gezongen had, verkreeg de heer Jo de Haas van Amsterdam het woord, die sprak over „De vredesconferentie, wij en de wereldvrede”. Onze propaganda is gericht tegen de roof- en moordmaatschappij, aldus spr. degene, die actief aan onzen strijd heeft deelgenomen, moet erkennen, dat tegenwoordig de meetings en vergaderingen in geen enkel opzicht zijn te vergelijken met die in de oorlogsjaren. Toen waren het massa-bijeenkomsten. Nu moeten we onze bijeenkomsten beperken tot kleineren kring. Die let op cijfers, zou daarin een ontmoediging vinden, die het echter juist belicht, zal weten, dat de tijd van massabijeenkomsten zal wederkeeren. We gaan naar een nieuwen wereldstrijd, naar een nieuwen wereldoorlog. Het verschil tusschen massa en individu is, dat de massa geen innerlijke overtuiging heeft, maar bij impulsie geleid wordt, het individu niet. De massa leeft uit stemmingen en gevoelens. Deze zijn niet constant. In den oorlog waren het angststemmingen, die overheerschten. In principe is de massa bevreesd voor individuen. Hendrik Ibsen heeft het individu eens genoemd: „de wilde eend”. Men verdraagt ook ons niet, ook wij zijn wilde eenden. Wij, revolutionnair-antimilitairisten, worden met een kwaad oog aangezien. De persoonlijkheid heeft zich een eigen overtuiging veroverd, de massa is alleen tot nabootsing in staat. De individueele dienstweigeraars zetten hun taak voort, gedreven door eigen overtuiging. De angstobsessie der oorlogsjaren heeft afgedaan. De volksmassa interesseert zich voor alles: matches, filmhelden, radio. Het is een zielkundige trek der massa om helden- te aanbidden; het is het verraden van de eigen kleinheid. Wij hebben geweldige concurrentie gekregen. De oorlog heeft één lichtzijde, n.l. dat ze tot consequentie geleid heeft. Er waren toen 2 groepen: militairen en anti-militairen. Met den Volkenbond kan men de menschen pakken. Het is een verzameling van Kanonnenkoningen, en militairisten, een trust van regeeringen. De Volkenbond is nu de held, die den oorlog uit de wereld zal bannen. Dat is het reddend instituut. De sociaaldemocraten vertrouwen er ook op. De suggestie wordt internationaal op de menschheid uitgeoefend. Wat is het leven? Politiek — een kwestie van zaken doen— reclame maken — geld hebben. — de mogelijkheid bezitten je te laten hooren door millioenen menschen. En daar staan wij tegenover met ons klein groepje en een enkele krant. Wij trekken aan het kortste eind wij worden gehandicapt. Ons inzicht zegt: de wereldoorlog zal wederkeeren. Dit beteekent den wederkeer der consequentie en der de voor- en tegenstanders in den meest absoluten zin. De oorlog is het resultaat van het kapitalisme, hij komt als noodzaak. Dan zingen de vredesvrienden een oorlogsmarsch, de pacifisten worden chauvinisten, de Volkenbond wordt volkenworger. In de pauze zong het zangkoor „Vooruit”, waarna de spreker vervolgde: De juistheid van onzen strijd van onze dienstweigering is niet afhankelijk van de waardeering der massa. Het ligt in het beginsel zelf. In de laatste jaren hebben we vredesconferenties gekregen. Ze vragen niet: hoe bereiken we den wereldvrede, maar hoe kunnen we doelmatiger en zoo goedkoop mogelijk oorlogvoeren, effenciency, daarbij betrachten dus. Wij blijven zeggen: de vrede kan alleen komen door het volk, het bedreigde slachtvee. Als de oorlog uitbreekt, is het volk zelf, dat de vrede moet handhaven. De S. D. en V. D. nemen het voor de ontwapening op. Van Emden zegt: „Nederland is technisch niet verdedigbaar”. Dit is onzin en leidt tot desillusie. Wij anti-militairen vinden het hoogste gezag in eigen geweten wij gehoorzamen aan de innerlijke stem. Wie gezag wil, heeft cadaverdicipline noodig. Daarom wil de S. D.- de dienstweigering niet. Het is een daad van anarchie. Wie regeeren wil, duldt geen anarchisme. Wij willen in de menschen een geest van verzet kweeken, wij willen over ons eigen leven beschikken en ons verzetten tegen een wet, die daartegen ingaat. We zullen tegen de komende oorlog een strijd moeten voeren, tegenover de macht der suggestie, en comedie-conferenties. Wij laten ons niet van de wijs brengen, omdat we op ’t oogenblik niet de sympathie van de velen hebben. Wij zijn paraat om onze inzichten onder de massa te brengen. Wanneer we spreken tot beperkten kring, laat u dat niet ontmoedigen, de geschiedenis zal ons eenmaal in het gelijk stellen, de vernietiging van den oorlog zal moeten komen van het volk uit de onderste lagen. Deze met gloed uitgesproken rede werd met de groote belangstelling gevolgd. Nadat spreker, zangers en muziekcorps, benevens den heer Vos, een woord van dank in ontvangst hadden genomen, werd deze goedgeslaagde meeting gesloten. Emmer courant 24-06-1930.
Noordel. Prop. Comité. De meeting te Schoonoord j.1. Zondag gehouden, kan als goed geslaagd worden beschouwd. Plm. 300 menschen waren op het terrein aanwezig en luisterden met aandacht naar de rede van Jo de Haas. De muziek- en zangvereeniging van Emmer-Compasc. verleenden op verdienstelijke wijze hunne medewerking, trots het feit dat de zangvereen. in zooverre pech had, dat hare directeur ziek was. Door de welwillendheid van een juffrouw, die thans als directrice optrad, kon de zangvereen. toch nog haar taak volbrengen. De muziekvereen. verleende ook bij de optocht hare medewerking. We kunnen op deze dag van propaganda met genoegen terugzien. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 40, no. 26, 28-06-1930.
05/06-07 Appelscha De noodzaak van de revolutie, in Pinksterlanddagen het bijzonder voor de jeugd
Hierna spreekt Jo de Haas met als onderwerp: De noodzakelijkheid van de revolutie, in het bijzonder voor de Jeugd. Hij begint met vast te stellen, dat de revolutie noodzaak is. Deze revolutie is velerlei, zoowel economisch als geestelijk. Voor millioenen menschen is geen plaats meer in onze samenleving. Er moet komen een op- en omwenteling in de huidige productieverhoudingen. De grondleggers van het socialisme zijn niet geboren uit het proletariaat, doch uit de kapitalistische klasse, uit ethische motieven. Voor hun is de revolutie noodzaak. Hij wijst op de groote werkloosheid, het is een idee-fix dat hieraan ooit een einde zal komen. 30.000.000 menschen zullen nog jaren de ellende voelen, misschien met een tijdelijke opleving. Het kapitalisme ligt verankerd in het privaat-eigendom. De grond en de productie-middelen bevinden zich in handen van weinigen. De massa zal slaaf moeten zijn, zoowel economisch als geestelijk. Niet de redelijkheid is de grondslag van het kapitalisme. Het laat de bezittende klasse onverschillig wat er wordt geproduceerd, of het granaten of bloemkool is, het gaat hun om de winst. Neem b.v. de alcohol-industrie, deze productie is misdadig. Doch wat doet dat er toe? Als de winstmachine maar werkt. Het particularisme viert hoogtij, inplaats van het individualisme, hetwelk een uiting is van levensgeluk voor zichzelf en voor anderen. In herinnering roept Jo de groote hongersnood in Rusland in 1921. Terwijl de persberichten toentertijd meldden, dat in Amerika de locomotieven met graan werden gestookt. We leven nu in eenzelfden tijd. Door een misoogst tracht Amerika nu te ontkomen aan een financiëele debacle. We leven van crisis tot crisis. De wereldoorlog is geen noodlot, doch noodzaak. Dit hebben wij vast te leggen tegen de pacifisten. De nieuwe oorlog zal opnieuw noodzaak zijn. Het verschil is, dat de groote conflicten op een andere wijze zullen worden uitgevochten, inplaats van op de beurzen en banken, zooals de Novemberdebacle. „We leven in de na-oorlogsche periode", is een klank voor de ouderen, niet voor de jongeren; zij leven in een voor-oorlogschen tijd. De kapitalistische tegenstellingen worden steeds scherper. Voorbeeld: Britsch-Indië. Daar gebeurt iets. De geweldige worsteling tusschen het Oosten en het Westen. Ook hier spelen natuurlijk de economische belangen een geweldige rol. Het Westen wil het Oosten overheerschen om hare groote afzetgebieden. En dat dit afzetgebied een groote is, blijkt wel uit het feit, dat als gevolg van de boycot van Britsch-Indië 10.000 arbeiders in Engeland ontslagen werden. Hij wijst voorts op de duizenden Indiërs, die vielen in den wereldoorlog. Het volk ontwaakt, een groote drang naar vrijheid en onafhankelijkheid leeft in het hart van deze gewelddadig onderdrukte volksmassa. Dit leidt tot groote verwikkelingen. Nooit zal de Engelsche regeering afstand doen van haar macht in Indië, zij mag dan rood of zwart zijn. In Europa is het al evenzoo. Vooral de laatste maanden komen geregeld conflicten voor tusschen Italië en Frankrijk. Mussolini is de eenige die ronduit zegt hoe het er internationaal voorstaat. De vredesconferenties zijn niets anders dan fraseologie. De jeugd is een belangrijke factor. Ze heeft haar eigen eischen. De kosten van den oorlog zijn verdeeld. Theoretisch zal in 1972 (sic! lgj) de buit verdeeld zijn. Dat heeft de jeugd van nu te betalen, zoodat zij het meest wordt gedrukt door den oorlog. Waarom moeten wij de lasten van den oorlog dragen? Een ding staat vast. De jeugd draagt geen schuld aan den oorlog. Daarom mag zij niet de lasten dragen en het slachtoffer worden. Toch heeft de oorlog nog wat goeds gebracht. Er groeit al meer en meer de gedachte van de gemeenschap. Er is een drang naar meer levensblijheid. Het rassenverschil wil de jeugd niet meer, er is afname van de oude godsdienstige begrippen. De godsdienst wordt verbannen voor menschen-dienst. De wetenschap kan levensgeluk brengen aan alle menschen. De doodsklok van het kapitalisme zal luiden, het socialisme zal levensvreugde en geluk brengen aan alle menschen, besluit Jo zijn onder groote aandacht gevolgde uitstekende rede.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 40, no. 29, 19-07-1930.
27-07 Winkel De meeting zal staan in het I.A.M.V. teeken van de anti-vlootwet- actie
Winkel. In den tuin bij den heer Laan was tegen Zondagmiddag een meeting belegd, waarin door den heer Jo de Haas uit Amsterdam gesproken werd over de antivlootwet-actie. Deze meeting, welke dank zij het goede weer buiten kon worden gehouden. werd door omstreeks 80 personen bijgewoond. In zijn rede protesteerde spreker tegen de Vlootwet. De spreekbeurt werd afgewisseld door enkele zeer verdienstelijk gespeelde muzieknummers. Schager Courant 29 juli 1930.
10-08 Houtigehage Het Christendom, de Vrouw en het (openbare meeting) Militairisme (De arbeider 02-08-1930)
17-08 Nijehorne meeting
Rev. Anti-Mil. Prop. Com. Friesl. Geen titel (De arbeider 26-07-1930)
31-08 Wijnjeterp Tegen oorlogen en Militairisme
I.A.M.V.
Door de afdeeling der I.A.M.V. is alhier Zondag 31 Aug. een meeting gehouden. Van de beide sprekers bleef Jo de Haas weg, zoodat alleen (voor 'n tachtigtal personen) het woord is gevoerd door Ds. Warners van Dr.-Compagnie. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 40, no. 36, 06-09-1930.
01-09 Wormerveer Debat met prof Hartogh over: De Dageraad Bestaat God
UIT WORMERVEER. Vrijdenkers Vereeniging „De Dageraad". Woensdag 1 Oct. hebben wij onze wintercampagne ingezet met een openbare debatvergadering. En we kunnen gerust zeggen dat het begin niet beter had kunnen zijn, alsdat 't was. Immers, de belangstelling voor deze vergadering, waar Prof. dr. A. H. de Hartog en Jo de Haas debatteerde over het onderwerp: Bestaat staat God?'', overtrof onze stoutste verwachtingen. Het publiek vocht bijna om een plaatsbewijs, terwijl er honderden teleurgesteld moesten worden. Toen de voorzitter om half negen de verg. opende met een woord van welkom en een korte uiteenzetting van het doel onzer vereeniging, was zelfs het tooneel geheel gevuld met toehoorders. Het zou teveel plaatsruimte vergen, beide sprekers op de voet te volgen, dus we geven alleen maar even een algemeen overzicht. Jo de Haas, die het eerste het woord voerde, begon direct met de vraag aller vragen te stellen „Bestaat God en wie en hoe is die God?" Dan gaat hij de verhoudingen van den godsdienst, t.w. , der maatschappelijke, sociale, zedelijke en hygiënische vraagstukken na, waarbij hij opmerkt, dat de geloovigen in die opzichten steeds de vijanden zijn van den redelijken en zedelijken mensch, die naar vooruitgang streeft. Dan wijst hij nog op de godsdienst-oorlogen, kettervervolgingen, den strijd met de wetenschap en op de censuur, enz. Vervolgens schetst spr. deoorsprong en het wezen der godsdienst en de wijze, waarop de theologen den godsdienst verdedigen. Immers, dr. de Hartog had er met nadruk op gewezen dat hij zich nooit of te nimmer inliet met politiek en sociale kwesties.
Prof. dr. de Hartog kwam in zijn antwoord ongeveer geheel terug op zijn eerste rede. Op het laatste moment schijnt hij zich echter te herinneren dat hij kwam om het bestaan en het wezen van God aan te toonen, „maar'', zoo zeide hij: het is op dit uur natuurlijk te laat om daarop in te gaan, want daar zit nog heel wat aan vast''. Hierna sluit de voorzitter met een woord van dank aan de beide sprekers en aan het publiek, dat zich zoo voorbeeldig had gedragen, na eerst nog even de aandacht gevestigd te hebben op de eerstvolgende bijeenkomst. Vrienden, deze verg. is een succes geweest, laten we op den ingeslagen weg voortgaan, laten we onze propaganda met verdubbelde ijver voort zetten, zoodat onze tegenstanders, die nu ook in zoo'n groot getal vertegenwoordigd waren, ook steeds onze volgende bijeenkomsten bezoeken. De vrije socialist 11-10-1930
Prof. Dr. A. H. de Hartogh contra Jo de Haas. „De Jonge Prins” te Wormerveer bestormd.
Woensdagavond had de vrijdenkersvereeniging „De Dageraad" in de „Jonge Prins” een openbare debatvergadering belegd, waar de vrijdenker, de heer Jo de Haas zou spreken over: „Bestaat God", terwijl de bekende Amsterdamsche hoogleeraar en predikant Prof. Dr. A. H. de Hartogh bereid was gevonden dezen avond te komen debatteeren. Toen we op de Marktstraat aankwamen, meenden we aanvankelijk dat er iets bijzonders aan de hand was. Een groote menschenmenigte had zich voor de „Jonge" Prins" verzameld. Niet allen konden binnen, daar de zaal reeds propvol was en zelfs het tooneel geheel met toehoorders was bezet. Zooals men weet kan de groote benedenzaal op 2/3 in tweeën gedeeld worden. „De Dageraad” had alleen het voorste gedeelte gehuurd. Er waren echter nog 300 belangstellenden in de zaal. Als de debater, die per auto van Amsterdam gehaald was, is aangekomen, opent de heer Zwart, de vergadering, waarna allereerst het woord is aan den heer De Haas.
Jo de Haas spreekt. De vraag „Bestaat God” beïnvloedt zooveel gesprekken op zoo verschillend gebied, dat spr. een antwoord op deze vraag van groot belang acht. Gesprekken over zedelijkheid, huwelijk, liefde, moraliteit, onderwijs, militarisme, kapitalisme, enz. dragen die eene vraag steeds in zich. Wij kunnen dan ook niet onverschillig tegenover die vraag staan, aldus spr. Het Godsbestaan is dan ook geen privaat zaak, maar een algemeen, een sociaal vraagstuk. Het mag ons dan ook niet onverschillig zijn, hoe anderen hierover denken. Sinds de opkomst der psychologie wordt wel van den godsdienst gezegd, aldus spr., dat die een geïdealiseerde sexualiteit is. Spr. wijst op de verhouding godsdienst-sexualiteit in de middeleeuwen en thans. Hoewel de godsdienst een werkelijkheid is, zegt mij dat nog niets omtrent de deugdelijkheid daarvan. Wij vragen dan ook of dat sociaal verschijnsel vóór- of nadeelig is voor verschillende levensuitingen en verschijnselen. Als bewijs hiertegen citeert spr. een boekje van Prof. Ziegler. Spr. hekelt den invloed van godsdienst op de vrije meeningsuiting van anderen en censuur op lectuur, bioscoop en schouwbrug. Zoo willen de godsdienstigen bedisselen over de rechten en wetten van hen, die niet gelooven. De godsdienst werkt daar mede remmend op andersdenkenden en ongeloovigen. Spr. ontkent, dat het verschijnsel van den godsdienst alleen op het Godsbestaan berust. Die ontstaat nog uit iets anders en volgens spr. wel vooral uit een gebrek om op eigen beenen te staan. De godsdienst wordt aangehangen door menschen, die zelf niet kunnen denken. Prof. S. spreekt van een levenservaring, voortvloeiend uit een gemoedstoestand. Zoo zal de een door ziekte vroom worden, maar de ander niet. Maar spr. laakt, dat wanneer achter dit alles een Albesturend God zou staan een voor de menschheid gevaarlijk man, waarbij spr. Colijn op het oog heeft, gezond zou rondloopen, terwijl spr. zenuwreumathiek in zijn beenen heeft, wat spr. bij een Godsbestaan onbillijk vindt. De godsdienst vindt ook zijn oorsprong in het gezegde „Nood leert bidden”. Een mensch in nood gaat bidden als hij niet zedelijk en redelijk op eigen beenen kan staan. Doch die niet gelooven en op eigen kracht vertrouwen, bidden niet. Een bewijs voor het Godsbestaan vinden de theologen in den Bijbel, maar de menschen zijn critisch gaan lezen en tot andere overtuiging gekomen. Spr. bespot verschillende in den Bijbel te vinden gebeurtenissen als wetenschappelijk waardeloos. Job, die 14 dagen op een mesthoop zat, werd „met zweren geslagen” staat er, maar wie nu zoo iets zou doen, kwam ook vol zweren. Men moet echter niet op een mesthoop gaan zitten, maar zijn lichaam rein houden, zich baden en wasschen. In dezen geest gaat spr. voort. Voor ons is het een kleine moeite het Godsbestaan te ontkennen, aldus spr. De vromen zeggen dat alles uit God is. Maar dan toch ook de pestilentiën, stormen en cyclonen. Als er volgens spr. een God zou zijn, zou zooiets niet mogelijk zijn. Betreffende den oorlog spreken de vromen van den geesel Gods, maar dan is ook de vredesbeweging uit God en waarom legt God ons, godloochenaars dan het zwijgen niet op? Wat natuurnoodwendig en -noodzakelijk is en ook de menschen kunnen, schrijft men aan God toe. Spr. ziet tenslotte het ongeloof steeds meer veld winnen en verwacht, dat het Christendom het deze eeuw nog uithoudt, maar dan gedoemd is te verdwijnen. Als de zon van het Christendom zal ondergaan, zal die voor de menschheid rijzen. [applaus).
Professor De Hartogh aan het woord. „Dat was een overtuigd man, dat hooren en zien we en één die rekenschap en rede verwacht”, aldus begint de debater, die door zijn krachtige stem en forsche gestalte (de haardos van den volksredenaar was echter al aardig gedund), sterk imponeert. Een groote fout acht spr. het al dadelijk in de rede van den spreker, dat hij godsdienst en maatschappij vereenzelvigt. Dit wordt helaas ook door duizenden godsdienstigen gedaan, waartegen spr. ook steeds is opgetreden. Het is fataal, aldus spr., om b.v. de vlootwet in verband te brengen met den godsdienst. Spr. gelooft dan ook, dat er een groote verwarring in onzen tijd bestaat door b.v. rood, kapitalist of wat anders als een godsdienstige zaak voor te staan. Communisme, anarchisme etc. betreft de vraag, hoe wij ons huishouden hebben in te richten. Om te spotten is geen kunst, aldus spr. vol vuur; als ik Sovjet-Rusland bespot en niet den achterkant van de dingen wil zien, zou dat walgelijk zijn. Spr. begrijpt dan ook niet, hoe de heer De Haas zoo oppervlakkig de dingen meent te kunnen behandelen. Spr. heeft bij een persoonlijke ontmoeting met den grondlegger van de psychologie, Freud, van gedachten gewisseld, wat de godsdienst en sexualiteit betreft, waarbij naar voren kwam, dat deze zaak niet van één zijde gezien mag worden. De sexualiteit komt overal voor. Ook b.v. in de dichtkunst, maar daarom zullen we de dichtkunst toch nog niet verwerpen? Als de godsdienst ook alleen maar met gevoel en zwakheid zou samen hangen, zou spr. zeker niet godsdienstig zijn. Spr. heeft gezien, dat het door den heer De Haas geciteerde boekje van Ziegler bewerkt is door den theoloog Prof. Groenewegen, die toch zeker maar niet zoowat tegen den godsdienst zal zeggen en spr. verwacht dan ook, dat in dat boekje nog wel wat anders zal staan. Ik zou gezegd hebben, dat God de Alkracht is. Inderdaad, maar ik heb meer gezegd en wel, dat er ook een Alwet is. Naar ons gevoel te oordeelen is een graf wel het meest weerzinwekkend. Door over de dualiteit tusschen God en graf te denken, zou men een godloochenaar moeten worden. Maar een professor in de scheikunde zegt, niets mooiers te kennen, dan een graf, waarin hij de binding en ontbinding der stoffen kan zien. Overal wetten, waardoor we bij dieper doorgronden tot een Alwet komen. Einstein, de man van de relativiteitstheorie, zegt tot die dingen altijd als een leerling te komen. Hoe komen we nu aan al die Wetmatigheid? Multatuli zegt wel, dat dat die wet in zichzelf is, maar zoo denken we niet. Hoe meer we onderzoeken, zullen we een alomvattende wet zien. Spr. heeft vanavond van den spreker niet veel anders dan miserabeligheid gehoord. Overal narigheid, zegt de heer De Haas. Op dat gebied zullen we echter niet verder komen. Door het denken te komen tot een eenheid, zien we een universeel geheel met al de daarin besloten tegenstellingen. De heer De Haas heeft gevraagd, waarom, als er een God is, er dan pestilentiën zijn, enz. De menschen zouden hun middelen daartegen gekregen hebben. Maar kan men zich een redelijk wezen indenken, dat geen „neen” kan zeggen? Een God, die zoo’n wereld van redelijk-zedelijke wezens maakt, bewijst daarmede Zijn geweldige grootheid. En waarom is de godloochenaar er? Om te laten zien, hoe men zich dood kan denken. Iemand heeft eens gezegd, met zijn sterrenkijker den geheelen hemel te hebben afgezocht, zonder God te hebben gevonden. Maar als God op een ster was, zou het een eindig wezen zijn en De Hartogh een godloochenaar. U ziet, aldus spr., echter zooveel ellende en zooveel narigheid, dat u de eenheid niet ziet. Als we het water wild dooreen sluisje zien kolken en niet weten dat de sluiswachter daar achter zit, zullen we tot zulke resultaten komen. Door deze verwardheid in het betoog van den heer De Haas, komt spr. tot de conclusie, dat de vrijdenkers van thans niet meer de Monisten van vroeger zijn. De waarachtige vrijdenker zegt niet: dat zal niet en dan kan niet, maar gaat vrij denken. Doordringend tot het einde, zullen we echter komen tot de aanvaarding van het Al-Proces. Iemand als Leopold Ziegler schreef een boek vol over het atheïsme, maar kwam aan het eind tot de woorden: „Ich, mein Al - Ich”. Daar kom je bij het goddelijke, het Al-Enige, dat niet te denken is (langdurig applaus). Na een korte pauze dupliceert de heer De Haas, waarna ten slotte Prof. De Hartogh eveneens gedurende 20 min. tripliceert, waarop de voorzitter met een opwekking het gesprokene wel te willen overdenken, tegen 11 uur sluit. Beide sprekers hadden een zeer aandachtig gehoor.De Zaanlander 04-10-1930.
16-11 Delft Herdenkingsverg. Domela Vrije groep
Op Zondag 16 Nov. belegden we een herdenkingsavond voor Ferdinand Domela Nieuwenhuis, alwaar Johan de Haas als spreker en Jef Last als declamator optrad. De Haas hield een goed gedocumenteerde rede en schetste in den breede den strijd en het leven van F. D. N. Jef Last gaf weinig blijk van begrijpen, betreffende den doode door te zeggen, dat als F. D. N. nu nog leefde, hij zeker lid zou zijn der R. S. P. en voorstander van het revolutionnaire parlementairisme. Een gewaagde voorspelling, die door niets gerechtvaardigd wordt en veel lijkt op waarzeggerij. Men houde Jef Last in zijn optreden even in de gaten; het is zeker een goede declamator maar zijn roep: „Jongens, verover den staat" is voor ons een slecht teeken. De vergadering was matig bezocht. A. R. v. Meekeren Jr. De vrije socialist 26-11-1930.
` 16-11 Rotterdam De chaos in ons sexueele leven De Dageraad
De Dageraad. Zondag 16 Nov. hield de vereeniging „De Dageraad' haar 8ste openbare vergadering. Na opening door den voorzitter en vertooning van de Dageraadsfilm, kreeg de heer Jo de Haas gelegenheid te spreken over „de chaos in ons sexueele leven'. Spreker ving zijn rede aan, met te zeggen dat sexueele zedelijkheid geen concreet iets is, maar gebonden aan politieke en economische veranderingen. Het sexueele leven is voornamelijk een christelijk vraagstuk geweest. Door de nieuwe inzichten te aanvaarden, valt het christendom. Vele menschen varen niet meer op het christelijk compas. Paulus noemt het huwelijk een noodtoestand tegen hoererij, het huwelijk is een hemelsche toestemming tot zondigen. De moderne vrouw is economisch onafhankelijker dan voorheen; dit is van grooten invloed op het huwelijk. De koehandel (huwelijk) is opgegroeid met den staat en het privaat-eigendom. De huwelijken nemen af om economische redenen. De menschheid schreeuwt om meer sexueele vrijheid. De vrije gedachte zal de menschen helpen. Het eind-resume van spreker was, dat er vrijheid moet zijn voor elk individu om zich „ook sexueel" te kunnen uitleven. Een flink applaus dankte spreker voor zijn leerzame rede. Hierna volgde de film „de vlucht uit de hel', welke ons deed zien hoe immoreel de menschen nog zijn, en hoe noodig de strijd is, voor veredeling en werkelijke beschaving. Wij hadden weer een stampvolle zaal. Onze vereeniging doet goed werk. Dat het zoo moge blijven.De vrije socialist 22-11-1930.
18-11 Sneek Herdenkingsverg. Domela Herdenkingsvergadering sterfdag F. Domela Nieuwenhuis. De afd. der I.A.M.V. en de afd. van „De Dageraad" hielden Dinsdag 18 November een herdenkingsvergadering van den sterfdag van F. Domela Nieuwenhuis, waar als spreker optrad Jo de Haas van Amsterdam. Spreker zeide o.m. dat de vrijdenkers geen heiligen vereeren, maar groote figuren dank brengen als zij daarop recht hebben. De menschheid bestaat uit een massa kleine en enkele groote individuen in geestelijken zin, en die werken wederzijdsch op elkaar in. De massa is het deeg, de groote figuren zijn het levenwekkende gist, die de massa begeesteren kunnen met idealen waartoe deze massa zelfstandig niet zou komen. In deze maatschappij drijven echter niet de besten boven, maar zij die van hun geweten het minste last hebben en deze worden beladen met roem en eer. De werkelijke dragers der cultuur worden bespot; slechts enkele ware grooten laten zich niet door roem en eer verleiden en gaan het doornige pad tot het einde. Zoo een was Domela Nieuwenhuis, die onder hoon en verachting zijn eigen weg ging; een geestelijk geadelde.
De ontwikkelingsgang van F.D.N. besprekende, zegt spr. dat deze in de sociaal-democratie al spoedig een nieuw soort katholicisme zag, dat de vrijheid onderdrukt, een beweging, die verloopt tot een leiderskliek en een lijdersmassa. Het is haar te doen niet om een volledige omzetting der maatschappij, maar slechts om een machtswisseling, ze wordt een burgerlijke hervormingsbeweginkje. De roode ministers zijn even tyranniek als de andere gebleken, en terwijl 100 jaar geleden de liberalen streden voor de openbare school, verkwanselden hier de s.-d. die school voor het alg. stemrecht, waardoor het mogelijk is, dat tienduizenden kinderen socialistisch-vijandig worden opgevoed. Domela Nieuwenhuis strijdt eerst nog voor het stembiljet als sleutel tot de broodkast. Maar hij ziet tenslotte, dat die sleutel niets beteekent als in die kast niets is. Hij ziet dat het parlementairisme geen middel tot bevrijding van het proletariaat kan zijn; dat blijkt thans ook weer, nu de soc.- dem. hengelen naar de uiterste noodzaak en daarvoor bij de R.-K. in het gevlei trachten te komen. Juist het bankroet der soc.-democratie heeft de socialistische strijdlust vernietigd, waardoor ook de wereldoorlog mogelijk werd. Langzaam aan ontdekt D. N. dat langs den weg der hervorming geen verandering in de maatschappij komt, slechts door een revolutie, die een eind maakt aan de kapitalistische grondslagen der maatschappij en het privaat-bezit vernietigt, kan de arbeidersbeweging haar vrijheid winnen. Het parlement is de doodkist van het socialisme, zegt D. N. Zijn revolutionaire gezindheid komt vooral uit in zijn anti-militairistische actie. Hij wil tegenover de wereldoorlog de algemeene werkstaking stellen. In 1914 bleek, dat door het optreden der soc.-dem. in de arbeidersmassa geen grein anti-militairisme leefde. Domela Nieuwenhuis bleek de practische man geweest te zijn met z'n voorstellen op vroegere congressen en bleef de geheele oorlog trouw aan het anti-militairisme; rond hem groepeerden zich de anti-militairisten; hij was de grondlegger der I.A.M.V. en bij honderden kwamen de gevallen van dienstweigering voor; maar het was in die oorlogsjaren dat de S.D.A.P. de soldaten aanried zich rustig te houden en zich niet te werpen in de armen der anti-militairisten! Kameraad K. Niemeijer declameerde heel mooi een stuk anti-oorlog-proza en eenige door hem zelf geschreven gedichten, hem komt op deze plaats zeker een woord van dank toe! De vergadering was goed bezocht, er werd gewerkt met het blad „De Arbeider", „De Vrijdenker" en diverse brochures. Ik hoop, dat op meerdere vergaderingen personen zijn, die met ons blad ,,De Arbeider" zullen werken, het is bewezen, dat dit wel wil. S. BRANDSMA.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 40, no. 48, 29-11-1930.
Herdenking F. Domela Nieuwenhuis. SNEEK. 18 Nov. De Vrijdenkersvereen. „De Dageraad" en de I.A.M.V. alhier, hielden hedenavond boven café Leeuwen aan de Parkstraat een openbare vergadering ter herdenking van den sterfdag van F. Domela Nieuwenhuis. Nadat de declamator K. Niemeijer van Sneek, eenige aardige anecdotes verteld heeft, is het woord aan den spreker van dezen avond, Jo de Haas, te Amsterdam. Wij staan niet op het standpunt dat we helden vereeren, aldus begint de Haas z'n rede, maar wel dat we groote figuren uit de wereldgeschiedenis dank brengen, indien zij die hebben verdiend. De geschiedenis der menschheid werd vroeger zeer eenzijdig geschreven en daaruit zouden we den indruk kunnen krijgen, dat de wereld een aaneenschakeling is van groote Pieten. Zoo is het niet. De grooten werken op de kleintjes in, en omgekeerd werkt de massa in op de persoonlijkheden. Deze laatsten zijn het. die de groote logge massa in beweging zetten, waartoe die zelf nimmer zou kunnen komen. De groote figuren mogen dus wel worden herdacht, juist omdat er voor de grooten zoo weinig leven bestaat. We leven immers in een samenleving, waarin die menschen de beste kansen hebben, die van hun geweten den minste last hebben, en het zijn deze slechten die met roem en eer wórden overladen; de werkelijke dragers van de cultuur worden gehoond en bespot. Met deze woorden, zegt de spreker, zijn we al bezig Nieuwenhuis te herdenken, een man die in velerlei opzichten is te erkennen. In dit opzicht willen wij hem als mensen ver boven de massa uitheffen. Domela Nieuwenhuis begreep, dat in deze maatschappij vooral, en in de eerste plaats behoefte is aan groote karakters en daarom zeide hij "de wereld heeft niet alleen behoefte aan verstand, maar aan karakters". Door het verstand gaat de menschheid ten onder; het intellect overheerscht in de maatschappij en op karakter wordt niet gelet. Verstand, dat niet gericht is op en gedreven wordt door een zedelijk inzicht, werkt niet aan de cultuur, maar aan de ondergang. Wij, die weten dat we op den voorgrond staan van een nieuwen wereldoorlog, vragen ons af: „hoe kan zoo’n oorlog ontstaan?'' Die wordt voorbereid in de laboratoria en in de studeerkamers en daarom legt de kapitalistische klasse steeds direct beslag op een intellectueele kracht.
Nieuwenhuis, die zich ook had kunnen laten koopen, weigerde dat. en zei: Ik laat me niet slaan, maar sla liever zelf" Dat komt ook uit in de lijfspreuk van D. N.: „Laat ik ondergaan, mits ik nuttig ben geweest". Spreker behandelt dan achtereenvolgens Domela Nieuwenhuis als Christen, als Sociaal-Democraat, als atheïst, als anarchist en als anti-militairist. Z'n heele leven was één worsteling en strijd, een worsteling tusschen gevoel en verstand. Uitvoerig staat spr. verder stil bij de motieven die Domela Nieuwenhuis uit de Kerk dreven.
Na de pauze, waarin de heer Niemeijer enkele mooie anti-oorlogsverzen declameerde, behandelde de Haas Nieuwenhuis' toetreden tot de Soc. Democratie, waarin hij echter geen baat kon zien, daar hij er al spoedig een nieuw soort Katholicisme inzag. De S.D.A.P. strijdt niet voor de vrijheid, maar onderdrukt die; het is haar niet te doen om de maatschappij werkelijk om te zetten in een socialistische, maar alleen om machtsverwisseling. Daarom heeft hij de S.D.A.P. en het parlementairisme spoedig verlaten. Domela Nieuwenhuis z'n revolutionnaire opvatting komt vooral tot uiting in z'n antimilitairisme. Tegenover den oorlog stelde hij de algemeene werkstaking, waarom hij op de internationale congressen werd bespot en gehoond. Hij is de stichter geweest van de I.A.M.V., die in 1904 werd opgericht. Dienstweigering kwam tijdens en na den wereldoorlog in honderden gevallen voor. Dan krijgen we Domela Nieuwenhuis van een anderen kant te zien: als atheïst. Bij hem vloeide het atheïsme ineen met het anarchisme. Wie niet meer in God gelooft, kan niet meer gelooven aan het wereldsche gezag, daar alle rechtsgrond daarvoor dan wegvalt.
Niet alleen door het reeds genoemde was Nieuwenhuis een groot mensch maar daarnaast trad hij nog op als geheelonthouder, opvoedkundige. Alles bij elkaar genomen is hij een ontzaglijk groote geest geweest. Die geest blijft tot in eeuwigheid. Hij was de kampioen voor de vrijheid, en de idee van de vrijheid is eeuwig. Het nageslacht zal Ferdinand Domela Nieuwenhuis dankbaar gedenken als de eerste die in Nederland het zaad van het socialisme gezaaid en de banier van de vrijheid ontrold heeft.Leeuwarder nieuwsblad: goedkoop advertentieblad 20-11-1930.
Herdenking Domela Nieuwenhuis In hotel Leeuwen hadden Dageraad en IAMV Dinsdagavond een goed bezochte herdenkingsvergadering voor F. Domela Nieuwenhuis belegd. Na eenigen humoristische voordrachten van de heer Niemeijer kreeg Jo de Haas het woord, die zeide dat de vrijdenkers geen heiligen vereeren, maar groote figuren dank brengen als zij daarop recht hebben. De menschheid bestaat uit een massa kleine en enkele groote individuen in geestelijken zin, en die werken wederzijdsch op elkaar in. De massa is het deeg, de groote figuren zijn het levenwekkende gist, die de massa begeesteren kunnen met idealen waartoe deze massa zelfstandig niet zou komen. In deze maatschappij drijven echter niet de besten boven, maar zij die van hun geweten het minste last hebben en ze worden beladen met roem en eer. Maar de werkelijke dragers der cultuur worden bespot; slechts enkele ware grooten laten zich niet door roem en eer verleiden en gaan het doornige pad tot het einde. Zoo een was Domela Nieuwenhuis, die onder hoon en verachting zijn eigen weg ging; een geestelijk geadelde.
Door het verstand gaan wij in deze maatschappij ten onder, het intellect overheerscht, op karakter wordt niet gelet, omdat men het daarmee niet ver brengt. In deze eenzijdige verstandelijkheid gaat de wereld ten onder, omdat het verstand niet gebonden is aan moreele normen en zich gebruiken laat voor alles, zooals bv. voor de voorbereiding van den nieuwen oorlog, waaraan de geheele intellectueele klasse meewerkt, gekocht door een geldbezittende klasse, die op elke intellectueele persoonlijkheid beslag legt. Ook Domela Nieuwenhuis had zich kunnen laten koopen, doch hij wilde niet, hij stelde karakter boven verstand: ,,laat ik ondergaan, mits ik slechts nuttig ben geweest", was z'n levens- spreuk.
Uit dergelijke figuren zijn de zieners en profeten gegroeid. Telt bij ons nog mee de massa die eeuwen geleden het gewone leven leefde? Neen, wij zien terug naar de fonkelende figuren, uit het grijs verleden, die de geschiedenis uitstippelden, de vuurtorens, waarlangs de geschiedenis en vooruitgang zich bewogen.
Er is een ontzaglijke harmonische ontwikkeling in Domela Nieuwenhuis, langs een lange lijn van worsteling om de waarheid. Als de Christen Domela Nieuwenhuis voor de vraag staat of hij nog langer in de Kerk, die hij eenmaal lief had, maar die geen oplossing kan brengen voor de maatschappelijke vragen, kan blijven, wordt hij de maatschappelijke denker en ontstaat bij hem de worsteling tusschen gevoel en verstand; als
•
het laatste overwint schenkt het hem een beginsel, dat hij dan weer met liefde aanhangt.
Wat had zich in de negentiende eeuw ontwikkeld? Als na de fransche revolutie de derde stand opkomt, stelt de uitvinding der machine deze stand in staat tot bloei te geraken; wel tracht de kerk haar positie te behouden, doch de derde stand gaat, om die positie te ondergraven, de godsdienst bestrijden op grond der voortschrijdende wetenschap. Dat zijn de liberalen, waaruit de ketters groeien en de bestrijders van den godsdienst als S. van Houten.
Domela Nieuwenhuis ondergaat de inwerking van die strijd en ook hij zal tegen de kerk gaan strijden. Maar als die derde stand de kerk heeft, overwonnen en maatschappelijk overheerschend is geworden, ontdekt deze stand dat als de groote arbeidersmassa's zich uit de kerken vrij zullen maken, het met het kapitalisme gedaan is, omdat het geloof dat er rijken en armen moeten zijn, dan bij de massa niet meer voortleef. En daarom gaat de derde stand de arbeiders leeren, dat de godsdienst heel goed is, hoewel die stand zelf de godsdienst verwerpt. Hij subsidieert weer de kerk om de arbeiders zoet te houden. En nu komt het socialisme op, eerst de utopische, dan de wetenschappelijke socialisten die leeren dat de menschen het in hun macht hebben de ellende der wereld te verbeteren, dat een maatschappij kan gevormd worden waar geen armoede meer zal zijn.
Op Domela Nieuwenhuis werken twee groote stromingen in, die van het liberalisme en het socialisme en hij treedt uit de kerken werpt zich in de volksbeweging, schenkt zich aan het volk, en strijdt voor dat volk als socialist, atheïst en anarchist.
In de sociaal-democratie ziet D. N. echter spoedig een nieuw soort Katholicisme, dat de vrijheid onderdrukt, een beweging, die verloopt tot een leiderskliek en een lijdersmassa. Het is haar te doen niet om een volledige omzetting der maatschappij, maar slechts om een machtswisseling, ze wordt een burgerlijk hervormingsbeweginkje. De roode ministers zijn even tyranniek als de andere gebleken, en terwijl 100 Jaar geleden de liberalen streden voor de openbare school, verkwanselen hier de! s.-d. die school voor het alg. stemrecht, waardoor het mogelijk is dat tienduizenden kinderen socialistisch-vijandig worden opgevoed. Domela Nieuwenhuis strijdt eerst nog voor het stembiljet als sleutel tot de broodkast. Maar hij ziet ten slotte dat die sleutel niets beteekent als er in die kast niets is. Hij ziet dat het parlementarisme geen middel tot bevrijding van het proletariaat kan zijn; dat blijkt nu ook weer nu de soc.-dem. hengelen naar de uiterste noodzaak en daarvoor de R-K in het gevlei trachten te komen. Juist het bankroet der soc.-democratie heeft de socialistische strijdlust vernietigd, waardoor ook de wereldoorlog mogelijk werd. Langzaam aan ontdekt D. N. dat langs de weg der hervorming geen verandering in de maatschappij komt, slechts door een revolutie, die een eind maakt aan de kapitalistische grondslagen der maatschappij en het privaat bezit vernietigt kan de arbeidersbeweging haar vrijheid winnen. Het parlement is de doodkist van het socialisme, zegt D. N. Zijn revolutionnaire gezindheid komt vooral uit in zijn anti-militarische gezindheid. Hij wil tegenover de wereldoorlog de algemeene werkstaking stellen.
In 1914 bleek dat door het optreden der socdem. onder arbeidersmassa geen grein anti-militarisme leefde. Domela Nieuwenhuis bleek de practische man geweest te zijn met z'n voorstellen op vroegere congressen en bleef de gehele oorlog trouw aan het anti-militairisme; rond hem groepeerden zich de anti-militairisten, hij was de grondlegger der I. A. M. V. en bij honderden kwamen de gevallen van dienstweigering voor; maar het was in die oorlogsjaren dat de S.D.A.P. de soldaten aanried zich rustig te houden en zich niet te werpen in de armen der anti-militaristen. En Nieuwenhuis blijft het oude liberalisme getrouw in zijn godsdienstloosheid, blijvend ook in de lijn van de groote denkers van het socialisme, dat anti-godsdienstig is, al moge ds. Banning ook anders beweren. In de godsd1enst zag D. N. het sterkste bolwerk van het
kapitalisme en zijn atheïsme vloeide ineen met het anarchisme. Door het vrije denken moet men komen tot het vrije handelen. Welnu, de arbeiders die godsdienstig denken, aanvaarden de kapitalistische maatschappij, doch als zij de kerk verwerpen, verwerpen zij ook de kapitalistische maatschappij. Dan komt het gezag los te staan, het heeft geen rechtsgrond meer en alle reden tot gezag valt weg. Er is geen recht gezag over iemand uit te oefenen, het gezag maakt iemand slecht, aldus zag Nieuwenhuis het en zoo werd hij langs de lijn van het atheïsme naar het anarchisme gevoerd. Als wij de maatschappij gezond willen maken, moet ieder deel daarvan gezond zijn, daarom moet in ieder individu eigenwaarde en vrijheidsgevoel ontwikkeld worden en dat wil het anarchisme en krachtens dit anarchisme strijden wij niet voor hervormingen doch voor een grondige omwenteling. Wij allen hebben recht op de aarde, onze voorraadschuur, voedster en moeder. Onze strijd gaat dus om de verovering van die aarde.
D. N. was een strijder op alle gebied; hij was een anti-rooker, vegetariër, geheelonthouder, voortrekker in de opvoedkunde, deze man was een ontzaglijke harmonische geest, een geest die blijft leven voor de eeuwigheid. Al wordt hij nu nog niet begrepen als hij moet, na eeuwen zal hij op juiste waarde geschat worden als kamper en kampioen voor die vrijheid, die deel is van de natuur, dus eeuwig is en daarom zal ook zijn geest eeuwig zijn. Generaties, na eeuwen terugblikkend, zullen erkennen dat D. N. een was van hen, die de menschheid uit de knechtschap hebben bevrijd. De spr. heeft daarna nog opgewekt met het oog op de a.s. volkstelling, om als men niets meer voor z'n kerkgenootschap voelt, er dan ook voor te bedanken. De heer N i e m e ij e r heeft nog ernstige en luimige declamatie gegeven en daarmede veel succes geoogst. Sneeker Nieuwsblad 22 november 1930.
23-29-11 Makkinga (23), Haulerwijk (25), God bestaat niet!!Maar Oosterwolde (26), Appelscha (27), Assen (28) wel de V.R.O.!
en Wijnjeterp (29)V(rijdenkers) R(adio) O(mroepvereeniging),/V.S.P.C.
Appelscha. Voor onze V.S.P.C. alhier sprak vorige week onze kameraad Jo de Haas in een zestal vergaderingen, t.w. Makkinga, Haulerwijk, Oosterwolde, Appelscha, Assen en Wijnjeterp, over: „God bestaat niet!!" „Maar wel de V. R.O.!" In een schitterend betoog toonde Jo aan het niet bestaan van God, om ten slotte op te wekken zich aan te sluiten bij VRO om deze te steunen in haar strijd voor de Vrije Gedachte en om het haar mogelijk te maken ook in de toekomst haar stem door de microfoon te laten hooren en zoodoende duizenden te bereiken, welke anders onmogelijk zijn te bereiken. En met goed succes: Jo wist ongeveer een 100 nieuwe leden in te schrijven.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 40, no. 49, 06-12-1930.
28-11 Assen God bestaat niet!!Maar wel de V.R.O.!
REDE JO DE HAAS. In de zaal Dageraad werd gisteravond een propaganda-avond gehouden van den Vrijdenkers Radio Omroep, waar voor eenige belangstellenden als spreker optrad de heer Jo de Haas te Amsterdam. Spr. betoogde, dat de godsdienst optreedt als een reactionnair maatschappelijk verschijnsel en een gevaar oplevert voor de opwaarts willende socialistische arbeiders, wat spr. illustreerde o.a. met het optreden van Ds. Kersten in de Kamer. Daarnaast wees hij er op, hoe een cultuurbeweging buiten de kerk groeiende is en hoe de vrijdenker tot de conclusie komt, dat God niet bestaat, n.1, doordat het redelijk denken God niet kan ontdekken. Aan het slot vroeg hij sympathie voor den Vrijdenkers-Radio-Omroep, die de godsdienstlooze wereldbeschouwing propageert. Provinciale Drentsche en Asser courant 29-11-1930.
13-12 Wieringen Debat over atheïsme (Jo-pro) Vrije groep
“Vrije Groep", Wieringen. Openbare debatvergadering in Concordia", op Zaterdag 13 December. Sprekers J. de Haas. Amsterdam, J. Groenendijk, Helder. Onderwerp: Past het atheïsme in het kader eener beschaafde maatschappij?
Deze debatvergadering, waar de Haas, van Vrijdenkerzijde voor zou spreken en Groenendijk van Christelijke zijde stond op zeer hoog peil. Er was zeer veel belangstelling en men hield zich stipt aan het verzoek van den Voorzitter om alleen de sprekers aan het woord te laten. De heer De Haas als eerste spreker, zette in een zeer gedocumenteerde rede uiteen, waarom te verklaren valt dat zooveel menschen kerk en godsdienst den rug toekeeren. Aan de hand van citaten en wetenschappelijke uitspraken lichtte hij als het ware den geheelen bijbel uit zijn verband. Door het domhouden der menschheid, voornamelijk de armen, heeft men hen lang sprookjes kunnen wijsmaken over het bestaan van god. Het voortschrijden der wetenschap, de astronomie voornamelijk heeft de twijfel bij de menschen opgewekt, wat ten slotte tot ongeloof voerde, alleen b.v. de ontdekking al dat de aarde geen plat vlak was, maar een ronde bol, welk een ontzetting heeft dit niet te weeg gebracht in den godsdienst. Achttien eeuwen heeft men hier aan vastgehouden. Wat een beroering zal het geven, zegt spr. als men vandaag of morgen, tot de ontdekking komt, dat bijv. Mars ook bewoond is, zoodat er eigenlijk nog zoo'n wereld is als waarop wij leven, en wie zou daar de schepper dan van zijn? zou 0.L Heer dat vergeten kunnen hebben? De stroom van twijfel stijgt naar mate men de geheimen van het Universum oplost, aldus spr. en met iedere volkstelling komt men tot de ontdekking dat steeds meer menschen zich van kerk en godsdienst afscheiden. Het atheïsme is de eenig levende beweging onder de menschen, de godsdienst legt op den duur het loodje.
De heer Groenendijk hield een vurig pleidooi voor het geloof in God, en hoewel hij lang niet tegen de Haas is opgewassen, wat wel bleek uit zijn langs het onderwerp heen praten, deed zijn betoog toch zeer sympahiek aan. De heer Groenendijk had het zeer veel over Rusland, doch dit was in het geheel niet aan de orde, en werd afdoende door den heer De Haas weerlegd. Aangezien uit den heer De Haas zijn repliek bleek dat er zeer veel in Rusland gebeurde, waar hij het lang niet mee eens was. De heer Groenendijk is een dapper verdediger van zijn standpunt; niet ieder heeft den moed om in het openbaar, ten aanhoore van toch zeker negentig procent andersdenkenden door zijn rotsvast geloof in God en godsdienst te getuigen. En ja. het gezegde van Groenendijk trof ons. Aan het einde van Uw wetenschap begint mijn geloof. Het was een zeer leerrijke avond. Den heer Vergaai een compliment voor zijn correcte leiding. Schager Courant16 december 1930.
15-12 Rotterdam Liefde, huwelijk en sexualiteit
De Dageraad
Maandagavond 15 Dec. hield de vereeniging "De Dageraad" een cursusvergadering in de groote zaal van Café-Restaurant „De la Paix". Spreker was Jo de Haas met het onderwerp: Liefde, huwelijk en sexualiteit. Spreker ving aan met te zeggen dat het vraagstuk der sexualiteit zich in een storm- en drangperiode bevindt. Wij hebben den laatsten tijd veel lectuur gekregen over dit vraagstuk. Allen wijzen er op dat er meer vrijheid moet komen. Calverton o.a. noemt 't wettig huwelijk een bankroet, daar het tegenwoordig huwelijk is gebaseerd op de verhoudingen van eigendom en wetten. De godsdienst heeft 't huwelijk vergiftigd, acht het lichaam en de geslachtsdrift als minderwaardig en beveelt daarom onthouding aan. Wij moeten tot de erkenning komen dat de geslachtshonger een feit is, en er moet komen een vrije sexueele verhouding. Evenals wij de vrijheid voor de heterosexueelen eischen, moeten wij die ook eischen voor de homo-sexueelen. Vijf personen gaven zich op voor debat en werden door den spreker beantwoord. Het was een leerzame avond, welke naar wij hopen, door meerdere zullen worden gevolgd. De vrije socialist 20-12-1930.
16-12 Zaandam God bestaat niet (Jo en prof De (Vrije Soc. Groep) Hartogh) De Zaanlander (15-12-1930)
21-12 Amsterdam God bestaat niet(positieve De Dageraad bewijsvoering) (De tribune 13-12-1930)
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1931
1931 18-01 Amsterdam De chaos in ons sexueele leven, het De Dageraad Christendom en de Vrije gedachte(De arbeid/nas 17-01-1931)
01-02 Sneek De bloedige internationale
SNEEK, 1 Febr. 't Was hedenavond een vriendenavond van de I.A.M.V. in de bovenzaal van 't café „Poelman". De voorzitter, de heer J. Visser, opende en begroette de aanwezigen, die talrijk waren opgekomen. Achtereenvolgens hoorden we een paar nummers muziek en daarna eenige voordrachten van den heer de Vlas, waarna de spreker, de heer Jo de Haas, van Amsterdam, zijn rede aanving. In hoofdzaak bestond deze uit een verhandeling over een kort geleden verschenen boekwerkje „de Bloedige Internationale". Dit werk geeft een schrille kijk op het donkere werken en wroeten van een geforceerde oorlog als bedrijf. Wij zien de oorlog als een zaak die staat tegenover de vrede, maar in werkelijkheid zijn oorlog en vrede in wezen één. De vrede van nu is een voortdurende strijd tegen de proletarische massa. In deze worsteling maakt het proletariaat kennis met het kapitalisme, dat steeds om vermeerdering van winst zoekt, zich nieuwe handelsgebieden wenscht te scheppen, daartoe alle middelen gebruikt en als in laatste instantie op een oorlog of oorlogsvoorbereiding aanstuurt. Bij deze beide manoeuvres moeten de proletariërs bloeden. Dat deze vrede enkel een bittere bestaansstrijd is. getuigen de 25 millioen werkloozen over de geheele wereld. Duizenden vielen ten offer aan het kapitaal, en is daarom het verschil tusschen oorlog en vrede zeer gering. Wat zien we eigenlijk bij 't gadeslaan van dit huidige vredesbedrijf? Dat een deel van de menschen belang heeft hij de oorlog. Want hoe wil het kapitaal zich handhaven zonder oorlog? Het kapitaal zal steeds oorlog brengen, kan nimmer tot een gecontinueerde vrede voeren. Economische omstandigheden, b.v. malaise, moeten oorlog verwekken, en waar de tijdperken van malaise elkander sneller opvolgen, zullen ook de oorlogen in gelijk tempo zich herhalen. De stuwende krachten tot een volgende wereldoorlog nemen toe en de tusschenruimten, zooals van 1870 tot 1914, van 44 jaar, zullen verminderen. Voortdurend werken schijnbaar ondergrondsche krachten om de opvolging van oorlogen te versnellen. De staal- en kanonnen-koningen, met hun belang voor grootere winstmogelijkheden, moeten hierbij het eerste genoemd worden. Deze heeren werken op internationale wijze, terwijl bij de arbeiderspartijen zoo goed als niets van internationale verhoudingen is te bespeuren. Daarentegen wordt de vaderlandsliefde, wat niets andere is dan een fictie, door pers, school en kerk met alle mogelijke middelen aangekweekt. „De Bloedige Internationale" stelt in het licht, dat de proletariërs niet in de greep van het nationalisme, maar in die van het internationalisme van 't kapitaal zitten geklemd. Zoo werkt de firma Krupp volstrekt niet enkel voor Duitschland, maar geheel internationaal; zelfs werden van de 53.000 kanonnen, die tot 1911 waren gefabriceerd, 27.000 aan andere landen geleverd. Menig Duitsch soldaat is door eigen vaderlandsche kanonnen gedood. Bij onderling geregelde levering ontving de firma Krupp van de bekende wapenfabriek Vickers en Armstrong, uit Engeland eenige duizenden shillings provisie. Ook betrok Frankrijk duizenden machinegeweren uit Essen en kan men berekenen, dat de firma Krupp op deze wijze aan iedere gedoode Duitsche soldaat f 36 verdiende: zaken zijn zaken. Meer dergelijke gevallen in Oostenrijk en andere landen worden aangewezen. Al deze feiten getuigen wat de internationale wapenfabrieken hebben gedaan en hoe twee staaltrusts in Europa de prijs van al het oorlogsstaal beheerschen, waardoor in 1914 de prijs van f 2.27 direct gestegen is tot f 3.27 per K.G. Zelfs bestond er voor de drie groote mogendheden slechts één internationaal bureau, dat zeer goed functionneerde, de leveringen om beurten aannam en de niet-leverende fabrieken 10 % provisie uitkeerde. Dit internationalisme komt in de maatschappij ook nog op andere wijze tot uiting, namelijk door de pers, welke diende om den mensch te bedwelmen en in oorlogsroes te brengen. Zoo werd in 1907 door een agent van de firma Krupp, in Frankrijk een valsch persbericht gelanceerd, wat ten gevolge had, dat in beide landen een onnoemelijk getal machinegeweren aangeschaft werd. Een truc die volkomen gelukte. Tot op heden zijn 't nationale, en geen internationale groepen, die hiertegen te velde trekken. Het nationale socialisme is hiertoe geheel onvoldoende, als men weet hoe in stilte achter de schermen gewerkt wordt om de conferenties van de Volkenbond te beïnvloeden en te doen mislukken. De roode internationale kan hier alleen tegenover worden gesteld, waarbij de gedachte aan grenzen geheel opzij gezet is en diene elk bij zich zelf vast te leggen, dat oorlog alleen het bedrijf is van het kapitalisme. Muziek, voordrachten en een paar tooneelstukjes vulden het verdere gedeelte van de vriendenavond. De voorzitter der afdeeling Sneek van I.A.M.V. dankte den spreker en zeide, dat allen met voldoening aan deze bijeenkomst kunnen terugdenken.Leeuwarder nieuwsblad: goedkoop advertentieblad 03-02-1931.
I. A. M. V. De afd. Sneek van de I. A. M. V. hield Zondag in café Poelman een vriendenavond. De voorzitter de heer J. Visser opende de vergadering, waarna de heer Confucius pianospel ten beste gaf en de heer De Vlas met voordrachten volgde. Jo de Haas was de spreker van den avond over ,,De bloedige Internationale". De ,,bloedige internationale' is het bekende werkje dat de oorlog als bedrijf van zekere groepen onthult., Wij, linksche anti-militairisten, zien de oorlog als een bedrijf en zien geen verschil in wezen tusschen oorlog en vrede, wel verschillend in demonstratie, maar één als manoeuvre van het kapitalisme tot opvoering en veiligstelling van zijn winsten. Vrede is ook niets anders dan de gruwelijke strijd van het kapitalisme tegen het proletariaat, en slechts een toestand van oorlogs-, voorbereiding, als wanneer zekere groepen probeeren nieuwe markten te veroveren enz. In oorlog en vrede, altijd bloedt het proletariaat voor het kapitalisme. Nu, in dit tijdperk van vrede, zijn er 25 millioen werkloozen, die worstelen hun bittere bestaansstrijd, en vallen op het economisch slagveld als offers van het kapitalisme. Oorlogen hooren bij het kapitalisme, ze komen met wetmatige regelmaat daarin voor. De economische crises volgen elkaar steeds sneller op en worden altijd gevolgd door oorlog, zoo
,. , ' .
dat deze ook zich in steeds sneller tempo zullen herhalen. Bepaalde kapitalistische groepen als de staalkanonnenkoningen en de financiers hebben bij een oorlog grootere winstmogelijkheid en deze groep van aanhitsers zijn feitelijk de eenige internationalisten, die voor en na den oorlog waarlijk een internationale gebleven zijn, terwijl het tragische was, dat de arbeidersinternationale uiteenviel. Die kliek kapitalisten leed niet als de arbeiders aan de ziekte ,,vaderlandsliefde". Het boek ,,de bloedige internationale" stelt duidelijk in het licht dat de menschheid door deze internationalisten is gebruikt als een citroen om in een oorlog uit te persen. Neem de firma Krupp, Duitschlands kanonnenkoning van voor den oorlog, die in 1826 zijn fabriek met 7 arbeiders opende, in 1911 reeds 53000 kanonnen had gefabriceerd, waarvan 27000 voor niet-Duitsche staten, zoodat in den oorlog Duitsche soldaten aan flarden geschoten zijn door wapens van hun mede-Duitscher. Nog in den oorlog leverde Krupp Nederland wapenschilden voor de infanterie, goedkooper dan aan zijn eigen land. De Engelsche firma Vickers en Armstrong had het patent voor Engeland van de levering van de Krupp-ontstekingsdop voor granaten. Na den oorlog presenteerde Krupp aan Vickers een rekening van 123 millioen shilling dus 72 millioen gulden (nl. 60 cent per dop) voor door Vickers geleverde granaten aan Engeland. Er zijn 2 millioen Duitsche soldaten gesneuveld, zoodat Krupp f 36 aan elke doode Duitscher verdiende.
Nog midden in de wereldoorlog leverde de Duitsche staalindustrie veel staal via de neutralen aan Frankrijk en Engeland en met dit Duitsche staal werden de Duitsche soldaten gedood. Twee Zwitsersche fabrieken werkten dag en nacht om uit het Duitsche staal de merken te verwijderen om dan door te voeren naar Frankrijk. De draad- en kabelfabriek te Maagdenburg leverde 250.000 ton draad voor versperring aan het front aan Frankrijk en Engeland. Die fabriek beweerde maar 15000 ton per jaar aan Duitschland zelf te kunnen leveren. Engelschen leverden aan Duitschland vet, rubber enz., in ruil voor optische instrumenten voor de Engelsche vloot. De Zeissfabriek voorzag de heele Engelsche oorlogsvloot van kijkers en 6 maanden later werden in de slag in het Skagerak de Duitsche matrozen gedood met dit Engelsche geschut. Het waren door de Duitschers aan de Enge1schen geleverde Parseval-luchtschepen waarmee Duitsche duikboten in den grond werden geboord. De Engelsche firma Vickers leverde aan de Turken mijnen, waarop de Engelsche oorlogschepen in de Dardanellen liepen; de Turksche kanonnen waren door Engeland geleverd. De Oostenrijkers aan het Russische front werden weggemaaid door kanonnen door de Oostenrijkse Skoda-fabrieken aan Rusland geleverd. Dit alles kon alleen omdat deze fabrieken internationaal waren georganiseerd. Er waren in Europa eenige syndicaten, die de orders verdeelden en de prijzen opjoegen. Voor 1898 toen er nog concurrentie was, betaalde Frankrijk voor het staal voor oorlogschepen 2.27 fr. per kilo, en nadat het syndicaat gevormd was, kostte het kilo 3.27. Engelschen, Franschen en Duitschers hadden een internationaal bureau en afspraak was dat men om de beurt zou leveren; dus werd bepaald wie het laagste moest inschrijven en 10% van de inschrijvingssom werd onder de groepen, die doelbewust hooger inschreven. verdeeld. Zoo werd de menschheid bedrogen! Het spreekt dat de trusts moesten zorgen voor de gewenschte spanning onder de massa om oorlogsvoorbereiding te verkrijgen. Daarvoor had men de pers. Zoo gaf Krupp in 1907 zijn Parijsche agent last te zorgen dat de Fransche pers publiceerde dat Frankrijk groote bestellingen machinegeweren deed waarvan niets waar was. Maar de agenten van Krupp in de Duitsche Rijksdag zorgden er voor dat Duitschland nu werkelijk voor millioenen machinegeweren kocht En toen Duitschland dat deed, volgde Frankrijk natuurlijk! Dat is de methode waarmede deze fabrikanten werken. Abd el Krim, die Frankrijk jaren beoorloogde, werd van wapens voorzien door de Fransche wapenfabrikanten. De menschheid is dus in de greep van een groep internationalisten, die de massa's tegen elkaar ophitsen. Zoo staat de bloedige internationale- tegenover de socialistische groepen, die hun internationale nog behoorlijk moeten vormen. Zelfs de conferenties van de Volkenbond zijn beïnvloed door die bloedige internationale, welke de menschheid verstrikt in haar net. Daarom moeten wij daartegen de roode internationale van het anti-militairisme stellen. Het verdere van den avond werd gevuld net tooneelspel, muziek en voordrachten. De zaal was flink bezet. Sneeker Nieuwsblad 4 februari 1931.
02-02 Leeuwarden De komende oorlog en de heerschende wereldcrisis
Voor het anarchistisch verbond heeft de heer Jo de Haas van Amsterdam gisteravond een rede gehouden over bovenstaand onderwerp. Het zijzaaltje van „Schaaf", waar de vergadering werd gehouden, was slechts matig bezet. Na een kort openingswoord van den voorzitter ving de heer de Haas aan met te wijzen op de ontredderde economische toestand, waarin de geheele wereld thans sedert ruim een jaar verkeert. Een ieder voelt de crisis aan den lijve en de arbeidersklasse wel in het bijzonder. Zij moet het gelag betalen en heeft geen middelen van verweer. Op haar worden de crisisverschijnselen afgewenteld. Ten opzichte van de oorzaak van de crisis zijn de meeningen maar al te zeer verdeeld. Het is niet alleen een economische depressie, maar evenzeer een geestelijke neergang, en het is nu maar de vraag hoe men de crisis voor nu en altijd kan doen verdwijnen. Het grootste deel der menschheid oriënteert zich alleen maar op de economische crisis. Voor haar is de oogenblikkelijke oplossing het hoofddoel en het groote plan een gesloten boek. Onder het kapitalistische stelsel zal de economische crisis zich herhalen, zooals dit in het verleden steeds is geschied. Die herhalingen volgen steeds sneller op elkaar, wat ook met de oorlogen het geval is. De voorlaatste crisis deed zich gevoelen in 1923 en zoo zal de eerstvolgende wereldoorlog te verwachten zijn binnen een luttel aantal jaren. Immers de oorlogen volgen met wiskundige zekerheid op de economische depressies. Let men op de feiten, dan komt men tot de conclusie, dat de maatschappij zooals zij thans is, absoluut ziek kan worden genoemd. Slechts bij een socialistische wereldhuishouding zullen crises uiteindelijk onmogelijk zijn. Het kapitalisme kan niets anders dan toestanden scheppen als waaronder men thans leeft. De resultaten van het veelgeprezen particulier initiatief kwamen niet ten bate van de gemeenschap, maar van den enkeling. Dank zij toegepaste wetenschap functioneert de kapitalistische maatschappij. Godsdienst speelt op dat terrein geen rol, verricht geen wezenlijken arbeid. Stoom en electriciteit, de ongekende vlucht van de techniek, zijn toegepast op het arbeidsproces en daaruit is de kapitalistische samenleving gegroeid. Principieel staan de kerken en de godsdienst vijandig tegenover iedere vooruitgang in de samenleving. Toen het Proletariaat, dat het werk verrichtte in het kapitalistische stelsel, in de verleiding kwam mede te profiteeren van de behaalde resultaten. predikte men in de godsdienst de vergoeding in het hiernamaals. De enorme productie noemde men een noodlot en de depressie is niet een gevolg van het te weinig, maar van het te veel en toch lijdt de groote proletarische massa aan een tekort. De bevoorrechte klasse ontleent haar voorsprong niet aan een betere constellatie maar berust op de verloochening in de godsdienst en verzekert zich de steun van het militarisme. De crisis is een gevolg van de nationale eenheden, van de tegenstrijdige belangen en radicale opheffing is alleen mogelijk door internationalisme. In het leven van wetenschap en verkeer is de internationalistische theorie sinds lang aanvaard: slechts in de geesten van menschen hinkt nog het nationalisme als het derde wiel. Alleen op de wereldorde heeft men het internationaal beginsel niet aangenomen. Zelfs georganiseerde arbeiders ontzien zich niet te spreken van vreemde arbeiders, die hun arbeidskansen verminderen en hun vrijheid belemmeren. Sprekende over de geestelijke crisis merkte spr. op dat het kapitalisme ook de geest en de zeden van het proletariaat aantast. De beste eigenschappen van den mensen zijn door het kapitalisme ten onder gebracht. In de oorlog is datgene, wat men nog altijd moreel als goed aanvoelde, grondig uitgerukt of verstikt. In de jongere generatie bestaat ongetwijfeld verantwoordelijkheidsgevoel, maar men diene te bedenken, dat alles wat zij als nieuw propageert, vaak in 't geheel niet nieuw is. Vaak doet zij niets anders dan de schijn van het wezen onderscheiden en beweegt zij zich aan de oppervlakte, omdat zij ook haar deel eischt van wat de oudere generatie in het geheim nam.
Revolutie was een gevolg van de oorlog en het huidige communisme is dan ook een oorlogscommunisme dat geen eerbied meer voor het leven kent. Dat alles brengt geen nieuwe cultuur, het schept barbarisme. Rusland is het beste bewijs van die beangstigende mentaliteit.
Met angst en vreeze ziet spr. de toekomstige cultuur komen. Aan de eene kant het kapitalisme, aan de andere zijde het bolsjewisme en het fascisme, die gedrieën de menschheid ten verderve zullen voeren.
De huidige crisis is een voorbereiding voor de nieuwe wereldoorlog, die verschrikkelijker zal zijn dan alle vorige oorlogen en de wetenschap zal dit conflict verhaasten. Internationaal staat de arbeidersklasse voor een enorm zware taak. ten opzichte waarvan het gewenscht is, dat. men zich bewust worde. Een momenteele oplossing van de crisis zal misschien voor een korte tijd verademing schenken, maar als men een uiteindelijke oplossing wenscht van dit onvermijdelijk met het huidige stelsel gepaard gaande conflict, dan is noodig een vernieuwing en een verruiming in de geest van de millioenen, die thans onder de druk der depressie zuchten.
Leeuwarder nieuwsblad: goedkoop advertentieblad03-02-1931
03-02 Tijnje De roode terreur in Rusland
(De arbeider 31-01-1931)
04-02 Nijehorne De komende oorlog en de wereldcrisis (De arbeider 31-01-1931)
05-02 Bontebok De komende oorlog en de wereldcrisis (De arbeider 31-01-1931)
06-02 Bolsward De roode terreur in Rusland
(De arbeider 31-01-1931)
02-03 Wormerveer Werkloosheid en de R.E.V-strijd(De Zaanlander 28-02-1931)
15-03 Rotterdam God bestaat niet (De vrije socialist
De Dageraad 11-03-1931)
20-05 Rotterdam Atheïsme en Vrijdenken
De Dageraad. Woensdag 20 Mei j.1., belegde „De Dageraad" een cursusvergadering. Voor een goed bezette zaal sprak Jo de Haas over: „Atheïsme en Vrijdenken”. In een helder betoog zette de spreker uiteen, hoe de mensch, die vrij-denkt, (dus geen dogma's of overleveringen vooropstelt, noodwendig zal moeten komen tot het A-theïsme. Vrijdenken is eigenlijk de weg om te komen tot een zuivere en waarachtige levens- en wereldbeschouwing. Wij kunnen niet bij het Vrijdenken stil blijven staan. Want door het ongebonden* denken, kunnen wij slechts tot twee resultaten komen, n.l. tot het aanvaarden van een God of het ontkennen van een God. Komt men er echter toe een God aan te nemen, dan moet er in het Vrije denken een fout gemaakt zijn, die God tot gevolg had. Een God te aanvaarden is ten eenenmale in strijd met alle redelijkheid. Komt men echter tot het ontkennen van God, dan is men geen Vrijdenker meer, doch Atheïst en als zoodanig dient men ook de consequentie's daarvan te aanvaarden. De voornaamste dezer is dan wel het socialisme. Hiervoor zijn reeds vele Vrijdenkers teruggeschrokken en noemen zich dan ook liever Vrijdenker dan Atheïst. De spreker wijst er nog op, dat zelfs de redactie der „Vrijdenker", de consequentie van het Atheïsme niet aanvaarden durft, want herhaaldelijk betoogt de redacteur dat het Vrijdenken nog tot andere resultaten kan leiden dan Atheïsme of Theïsme. Het was een zeer leerzame cursus, die wij in het bijzonder kunnen aanbevelen bij andere afdeelingen en groepen. H. J. L. *) Met „ongebonden denken" wordt alleen bedoelt het denken, vrij van dogma's, enz.De vrije socialist 27-05-1931.
24/25-05 Appelscha Nieuwe jeugd en Sexueele (Pinkster landdagen) vernieuwing
Nieuwe Jeugd Sexueele Vernieuwing. Met opzet spreken we over „nieuwe" jeugd — niet over moderne. Modern immers is bepaling van tijd, nieuw is bepaling van wezen. Modern is niet méér dan met den tijd, waarin men leeft, meegaan. Nieuw zijn wil zeggen z'n tijd vooruit zijn. Dezulken zijn dus voorbereiders van een komende en vooral hoogere cultuur. Onder jeugd verstaan we die menschengroep, welke zich kenmerkt door een eigen ziele-inhoud en dus eigen, duidelijk van anderen te onderscheiden, levensvisie, als voornamelijk gevolg van het ontwakend geslachtsleven. Jeugd, met andere woorden, is dus die menschengroep, welke voor een actieve deelname aan het geslachtsleven in aanmerking gaat komen. Jeugd is dus vooral bepaald door de sexualiteit, méér dan door de leeftijd. Al spreekt het vanzelf, dat het ontwakend geslachtsleven met een bepaalde leeftijd samenvalt! Krachtens deze definitie: behooren ouderen van jaren, ook al blijven dezen verstandelijk jong, nooit tot de jeugd. Reeds ons spreken over de sexualiteit „en public" is een. vernieuwing. Dr. v. d. B. v. Eijsinga toch, schrijft in: „De ziel der Menschheid": „De tactiek der 19e eeuw was: dit alles niet te willen zien, men sprak niet over sexueele dingen, en een jongen en een meisje werden er dus niet van onderricht en de dominé preekte over Joseph en Salomo, maar niet over een thema, dat toch van het uiterste belang is, en in gezelschap werd het ook verzwegen en ondertusschen woekerde de ontucht en zij werd gesanctioneerd door de gemeenschap."
Zoo is in onzen tijd het plaatsen van het sexueele vraagstuk in 't licht van het volle leven nog wel geen vernieuwing der sexualiteit zélve, maar toch in ieder geval een vernieuwing in het denken óver de sexualiteit. Reeds direct stellen we dan het feit, dat de sexualiteit bestaat, dat zij functioneert in allen, aanleiding geeft tot lief en tot leed, tot moeite, worsteling, tot zwaren strijd. Deze ridderlijke aanvaarding van dit feit is het preciese tegendeel der vroegere duistere, geheimzinnigheid, waarin gedaan werd alsof dit alles niet bestond. Waardoor het toch reeds vele leed, dat uit den aard der zaak bestaat, overbodig nog veel grooter werd. Het belangrijkste is echter wel, dat door de erkenning van het sexueel proces die sexualiteit principieel in een ander licht komt te staan. Vroeger waren sexualiteit en schunnigheid vrijwel identiek. Beteekenis en wezen van het eerste werden niet begrepen. Geslachtelijke functies beteekenden vroeger voor den man, die van nature de aanvaller is, niet veel anders dan stierengenot, de geslachtsdaad was een lijfsbevrediging zonder meer! Thans begrijpen we de geslachtsdaad als een geestelijk-lichamelijke handeling. De oorzaak van het louter stoffelijk zien van dit proces, en degradatie als gevolg, moet vóór alles worden geweten aan den godsdienst waar deze optreedt als „levensbeschouwing". Deze levensleer is supra-naturalistisch, heeft de totale werkelijkheid gescheiden in twee elkander vijandige grootheden, geest en stof. Door dit „dualisme" ontstaat een vergoddelijking van het eerste. De geest is uit God om, als eenigst ideaal, tot dien weer te keeren. De stof is uit de duisternis, uit den Duivel, waaruit niets goeds geboren kan worden.
De geest der wetenschappen van dezen tijd spreekt anders. Al grooter wordt de erkenning van de al-eenheid der dingen, van het begrijpen dat de totale werkelijkheid niet in zelfstandige deelen splijtbaar is, dat het is al wisselwerking op elkaar. Waardoor ook geest en stof slechts in het onderzoek te deelen zijn, maar in de werkelijkheid één, ze zijn „ongescheiden te onder-scheiden".
Door de theologie was het echter al verheerlijking van het geestelijke, d.i. van het „idealisme" geworden. Practisch moest dit voeren tot het grofst-brutaalste materialisme. Reeds Bakunine doorzag dit schitterend! In zijn verhandeling over: „God en de Staat" zegt hij: „Elke ontwikkeling, heb ik gezegd brengt de ontkenning van het punt van uitgang mee. Daar het punt van uitgang volgens de materialistische school stoffelijk is, moet de ontkenning noodzakelijk-idealistisch zijn, Daarentegen komt, daar het punt van uitgang der idealistische school, het ideaal is, deze school om dezelfde reden noodzakelijk tot het stoffelijk maken der maatschappij".
Bakunine ziet dus terecht het leven als proces, deze, als alle, ontwikkeling is volgens hem „een zich steeds verder verwijderen van het punt van uitgang". Wie, als de theologie, het uitgangspunt legt in God, d.i. het hoogste van het Allerhoogste!!, die kan zich bewegende dit niet anders doen dan naar beneden! Het theologisch denken vergiftigde aldus óók de sexualiteit. Dit laatste behoorde tot de lagere regionen van het stoffelijke, dat. „overwonnen" moest worden! De geest werd verheerlijkt, het vleesch onderdrukt. Zóó is strijd vóór sexueele bevrijding principieel strijd tégen den godsdienst! In deze degradatie van de sexualiteit is vooral de vrouw er slecht afgekomen. De oorzaak is vanzelfsprekend. God is een man! Alle bijbelschrijvers mannen. In de Joodsche godsdienst bestaat, als bijna overal elders, het patriarchaat, d.i. de regeering der mannen. Vrouwen komen dan ook in 't Oude Testament niet voor of 't moest zijn om de hoer te spelen bij de „godvruchtige" koningen. Zelfs moet in de Joodsche gebeden er één zijn, waarin de mannen God danken, dat zij niet als vrouw geboren zijn! In het Christendom, uit drie godsdiensten opgebouwd, waaronder ook de Joodsche, werken als vanzelf al deze dingen nog dóór. Men leze de 'brieven van de apostel Paulus slechts. De vrouw 'heeft „in de gemeente te zwijgen". Zij late zich leeren in stilheid en onderdanigheid". „Ik sta niet toe dat zij spreke". „Zij zal zalig worden in kinderen baren". Waarom dit alles?? Omdat „Adam is eerst gemaakt en daarna Eva". En dit is nog niet het einde der Paulinistische wijsheid!! De natuurlijke toestand van den mensch is niet te trouwen. Hoerenloopers enz. enz. komen echter niet in den hemel, derhalve, wie zich niet kan onthouden, die trouwe! „Want het is 'beter te trouwen dan te ,,branden". In deze verheven sfeer woekerde de sexualiteit. Om deze als minderwaardig, zondig n onrein te veroordeelen en eeuwen lang de geesten te vergiftigen.
Maar Goethe heeft gelijk. Ook nu nog! Honger en Liefde zijn de groote krachten die het leven doen bewegen. In laatste instantie feitelijk één! Want in de literatuur spreken we nu ook moedig van „geslachts-honger". En onweersprekelijk is in ieder geval dat geen enkele theorie, geen enkele moraal of zedeleer in staat was, is of zal zijn, de sexualiteit te onderdrukken in den zin van „uitrukken". Wie 't probeeren worden abnormaal tegenover zich zelve. Deze laatste woorden beklemtoon ik zéér in 't bijzonder. Immers het woord „abnormaal" heeft een zéér onjuiste beteekenis gekregen. Het wordt gewoonlijk verbonden aan „homosexualiteit'. Dit als gevolg van een onjuist uitgangspunt. Immers de sexualiteit in totaliteit is sociaal, het is iets algemeens, maar de normen, waarlangs deze wordt uitgeleefd zijn zuiver individueel. Zij zijn bij allen ander-soortig. Aldus gesteld is abnormaal pas hij of zij, die handelt tegen de norm, de eigen-innerlijke wet, in eigen persoon aanwezig. Wie ongehoorzaam is aan eigeninnerlijke wet is abnormaal, hij of zij is dit door de handeling tegen de eigene-norm en niet door te handelen tegen de norm van een ander. Als voorbeeld zal een homo-sexueel abnormaal zijn indien deze huwt met iemand van de andere sexe. En omgekeerd. Daarom zal naar mijn meening de menschheid niet op alle terrein beschaafd zijn in de toekomst, wanneer aldan ook niet het homo-sexueele huwelijk wordt erkend! Het is het recht waarop duizenden wachten, ontstolen door de zedewetten der normalen, waaronder velen die schreeuwen om mèèr vrijheid voor zichzelven. Zoo zijn ook abnormaal tegenover zichzelven de hetero-sexueelen, de z.g. „normalen dus, die in zichzelven het vleesch „uitrukken". Als voorbeeld doel ik hier op monniken en nonnen, waar in de mannenkloosters de Maria-vereering en in de vrouwenkloosters de Jezusliefde bloeien!! (Wordt vervolgd).De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 41, no. 24, 13-06-1931.
Nieuwe Jeugd Sexuele Vernieuwing. II. (Slot). En op de Theosophen, waarvan de vrouwelijke gilde een paar jaar geleden in een groot Sterkamp te Ommen ging slapen met onder het hoofdkussen een foto van Krisnamurthi. In al deze gevallen gehoorzamen de menschen niet aan de eigen-innerlijke wet en zijn, handelende in strijd met eigen norm, abnormaal. Uit al deze, naar mijn meening, abnormaliteiten blijkt tevens overduidelijk, dat van onderdrukking der sexualiteit geen sprake kan zijn! De menschenkracht in een bepaalde uiting onderdrukt, duikt elders weer op in andere vormen. Aan deze kracht, ook door Paulus begrepen als onoverwinnelijk, is het Staats- en kerkelijk huwelijk feitelijk niet veel meer dan een concessie! Het vleeschelijke, stoffelijke, is zondig, maar Reden waarom de zonde werd gereglementeerd, omschreven wanneer en hoe hij bedreven mocht worden. Waardoor ook zedelijk Nederland niet uitsteekt boven enkele staten waar b.v. in staatsbordeelen de prostitutie wordt uitgeoefend, 't Is principiëel vrijwel gelijk. Lindsey sprak over dit-soortig huwelijk dan ook als over den toestand waarin „men mag zondigen met hemelsche vergunning". Waaraan hij toevoegde, dat zulke huwelijken slechts tot stand komen „onder den zweepslag der zinnelijke begeerten", omdat buiten het gereglementeerde huwelijk het recht op geslachtelijke verhoudingen niet wordt erkend. Deze zedelijke inzichten loopen parallel met talrijke economische factoren. De vrouw was en is onder de patriarchale verhoudingen een stuk „bezit". Men sla er de 10 geboden op na, waarvan er een waarschuwt tegen de begeerte naar eens anders eigendom en waar de vrouw in eenen adem wordt genoemd tusschen de andere gebruiksvoorwerpen als het huis, de os en de ezel!! Deze economisch afhankelijke vrouw kan natuurlijk ook sexueel niet vrij zijn. Zij zoekt zich geen levensgezel waarvan zij de gelijke is, maar een „kostwinner" in ruil waarvoor zij de .huisvrouw" wordt en zich overigens geeft. In deze verhouding vloeien huwelijk en prostitutie ineen. Slechts naar het woord zijn ze verschillend, in wezen één. De prostituée staat op „stukwerk", de gehuwde vrouw heeft voor de zelfde arbeid „een vaste aanstelling". Deze grof-zinnelijke koehandel vindt men dagelijks uitgedrukt in de advertentiën in de dagbladen. Zie hier er één. „Israëlitisch Huwelijk. — Gezocht voor mijn eenigsten zoon, 27 j. oud, zeer bekwaam in zaken, intelligent, firmant in mijn likeurfabriek en wijnkelders in groote stad in Beieren, jong int. Meisje, niet ouder dan 22 jaar, uit slechts eerste klas fam. met een bruidschat van minstens 60 mille gulden. Ouders of familieleden worden verzocht uitvoerige brieven met foto" enz. enz. (Handelsblad 8 Juli '30). Is het wonder, dat de nieuwe geslachtsrijpe jeugd, wier geest is verhelderd door 't opnemen van talrijke indrukken van den nieuwen tijd, gaat huiveren van zulk-soortig vies gedoe? Is het wonder, dat nieuwe paden worden betreden en nieuwe methoden beproefd? Te méér, waar onder den invloed van verschillende wetenschappen ook wezen en bedoeling der sexualiteit meer en meer worden begrepen! Voor die jeugd voor wien de tijdgeest levend is óók op dit terrein, wordt denken en spreken over sexualiteit identiek aan worsteling om Algeheele Levensvernieuwing!! Die jeugd heft de sexualiteit op uit het duister en de banaliteit om haar te plaatsen in 't volle licht en te zien en óók te beleven als iets grootsch-eerbiedwaardigs in 't menschenleven. Eerbiedwaardig vooral door de verkregen kennis van de eenheid, beter misschien, de samenhang tusschen den geest en de sexualiteit. Nieuw is deze kennis natuurlijk niet! Men denke alleen maar aan het woord van Rousseau, waar deze de puberteit de tweede geboorte noemt. Duidelijk was het reeds lang, dat de geslachtelijk-lichamelijke groei vergezeld ging van een geestelijke opbouw. Maar door de wetenschappen als psychologie en psycho-analyse is deze kennis ontzaglijk vergroot en verdiept. De psychologie heeft, met succes, gepoogd de handelingen van enkeling en massa te verklaren van onder den invloed der ziel. Tot de psychoanalyse de ziel zélf als voorwerp van onderzoek aanvatte. Hem ging ontleden en de inhoud verklaren. En toen bleek, vooral uit de droomanalyse, dat de sexualiteit een zeer groot bestanddeel vormt van den totaalinhoud. Dat de mensch in zijn bewustzijn en onderbewustzijn, dit laatste vooral!, voortdurend staat onder invloed en wordt bewogen door de sexueele neigingen etc. zelfs daar, waar dit niet wordt vermoed. En de onderzoekingen mogen nog in den aanvang staan en de psycho-analyse naast vele bewonderaars ook vele bestrijders bezitten, namen als Freud, Adler, Stekel enz. enz. worden door ons allen toch niet anders dan met eerbied uitgesproken. Want hoe ook het verloop der verdere onderzoekingen moge uitvallen, onvoorwaardelijk staat toch vast dat van de „christelijke ziel" niets meer is overgebleven! Dat God daarin niet werd gevonden maar wel veel sexualiteit., waardoor als vanzelf deze sexualiteit niet langer zondig, misdadig en minderwaardig werd beschouwd maar als een meer dan eerbiedwaardige oerkracht werd aanvaard, waarvan slechts het begrijpen noodzakelijk is om deze kracht ten nutte aan te wenden. En hiertoe zijn wij op weg! Want als de psycho-analyse niet méér had weten te zeggen dan dat de ziele-inhoud van den mensch vol duistere, brute sexueele kracht is, had zij ons wèl in armoe laten staan. Echter ontdekte zij hoe een groot deel van de sexueele energie langs anderen weg dan louter geslachtelijk kan worden afgeleid. Dit werd de theorie der z.g.n. „sublimatie". En deze: wetenschap is vooral voor jonge menschen van 't allerhoogste belang. Want hij leert hen de sexueele kracht beter en grootscher te benutten dan geslachtelijk alléén, door zich te wijden aan kunsten en wetenschappen en zich te geven aan den strijd voor mooie menschelijke idealen. In deze beteekenis zijn alle jeugdbewegingen van onschatbare waarde. Deze „sublimatie" zouden we mogen noemen „de anti-christelijke idealiseering der sexueele energie", niet door, als in het christendom, stompzinnige onderdrukking, maar door aanvaarding en daarna doelbewuste omzetting. Hierdoor wordt de sexualiteit verlost van de banvloek onder christen-dom-heid en opgeheven in gezuiverde vrijheid! Aan dit alles gaat gepaard een nieuwe economische verhouding die groeiende is. In en door den oorlog is de vrouw een steeds meer aan den man onafhankelijk wezen geworden. Zelf heeft ze haar plaats in 't productieproces ingenomen, ze verdient haar eigen brood, vaak beter dan de man, die, dubbele werking!, tot eeuwige werkloosheid is gedoemd. Door dit alles wordt de vrouw in staat gesteld zich niet langer een „kostwinner" te zoeken, maar een levensgezel. Zij kiest in vrijheid, schenkt zich weg aan wien ze wil, waardoor een nieuwe natuurlijke selectie = uitverkiezing groeit! Als aan al deze nieuwe inzichten wordt gepaard een zéér sterk verantwoordelijkheidsbesef voor het ter wereld brengen van nieuw leven, als begrepen wordt dat er een bepaald parallellisme moet bestaan tusschen de economische situatie, waarin men leeft en het kindergetal, als gevoeld wordt, dat kinderen slechts in liefde en niet in armoede mogen worden ontvangen, waaruit beperking van het tal vanzelve groeit, dan krijgen èn mannen èn vrouwen èn kinderen nieuwe liefdes- en levenskansen! Zeker klopt het machtige Leven nergens sterker dan in de verhoudingen van de sexen onderling. Zeker moet dus ook hier een machtige, fiere strijd worden gevoerd door allen die 't wèlmeenen met de vernieuwing der cultuur. Liefde ontbloeie, Schoonheid zette zich dóór en Waarheid breke zich baan! Tot heil van mensch en maatschappij. (Op veler verzoek schreef J. de Haas bovenstaand uittreksel van zijn op de Pinksterlanddagen te Appelscha gehouden rede. Red.) De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 41, 1931, no. 25, 20-06-1931.
Jeugd, Fascisme en Bolsjewisme (zielkundige beschouwing) OPENLUCHTMEETING TE APPELSCHA OP 24 MEI
Jo de Haas van Amsterdam spreekt over: Jeugd, fascisme, bolsjewisme. Hoe men over fascisme en bolsjewisme mag denken, doet hier niet ter zake, een feit is, dat het zijn wereldmachten, waar men rekening mee te houden heeft. 't Bolsjewisme beheerscht één-zesde, 't Fascisme is verspreid over vijf-zesde van Europa. Hoe verhoudt zich de jeugd tegenover deze verschijnsels. De jeugd is uiteraard enthusiast, spontaan, houdt van spanning, van sport en avonturen, wil ruimte en vrijheid en daden, heeft de wereld vóór zich, is idealist. Zij wordt stelselmatig en leugenachtig opgevoed, in Italië b.v. tot 't fascisme, in Rusland tot 't bolsjewisme, verheerlijkend Lenin, verzwijgend de verbannen Trotski. (Schrijver dezes herinnert hierbij aan onze jeugd, ook daar heldenvereering, inzonderheid Néérlands helden, met weglating van hetgeen die verheerlijking mocht schaden. Men leze daarover „Oorlog aan den Oorlog" van Ernst Friedrich, betreffende de Duitsche jeugd, en „School en Staat" van Albert de Jong). De ouderen daarentegen hebben ervaring, rekenen, meten en passen, zijn praktisch. De middenstand, die nu ook in 't gedrang komt en nooit ooren had voor 't socialisme, zoolang hun welstand niet in gevaar kwam, geraakt in een toestand van spanning en er moest maar eens wat gebeuren. 't Fascisme vindt onder deze omstandigheden gemakkelijk ingang bij hen, zoo wel als bij de jeugd der middenstanders. 't Bolsjewisme wint veld bij de arbeiders en de arbeidersjeugd. Toch zijn ze in wezen één, n.1.: te wapen, trapt alles onder den voet, klaar?? Maar in lijnrechten strijd met de jarenlang gevoerde propaganda voor het socialisme. Bildtsche courant 29-05-1931.
Pinkster-Landdagen Appelscha. Onder de gunstigste omstandigheden wat het weer betreft, opende kam. Herder des Zaterdagsavonds deze landdagen onzer anarchistische beweging in het Noorden. Hij deelde mee dat deze landdagen uitgingen van het Friesch en het Noordelijk Propaganda-Comité en sprak een kort welkomstwoord uit, waarin hij zegt tevreden te zijn over de opkomst, omdat onze beweging maar klein is, doch daarnevens geen naloopers heeft zooals dat bij andere richtingen in de arbeidersbeweging wel het geval is. Hierna geeft hij het woord aan kam. Siert Tillema, die een inleiding houdt over „Anarchie en Geweld", waarvan hij hoopt dat er gezonde en kameraadschappelijke discussie op zal volgen.
Siert Tillema, het woord krijgende, begint met er op te wijzen dat er vanaf de vroegste tijden reeds gezag heerschte, en het eene individu niet kon nalaten de baas te spelen over het andere .In dit verband wijst hij op de Friezen en Batavieren, waar in 't bijzonder de vrouw een ondergeschikte rol vervulde. Op de hoorigen en lijfeigenen, die het eigendom zijn van den heer, en meestal door oorlogen tusschen de stammen werden verkregen. Deze gezagsvorm van de eene mensch over de andere wordt steeds sterker, en ontwikkelt zich tot de regeeringsvorm waaronder wij momenteel leven. Geweld en geweldsuitingen zijn dus geen verschijnselen en uitvindingen van vandaag of gisteren, doch zijn er eeuwen lang geweest. En deze uitingen hebben zich door hun langdurig bestaan zoo diep in den mensch ingevreten, dat men bij de huidige mensch kan spreken van een gewelds- en gezagspsychose. Daarnevens hebben wij ook steeds kunnen zien de pogingen van den mensch om zich vrij te maken. En 't zijn vooral de anarchisten, die, niets boven zich duldende, zich de vrije ontplooiing van 't individu tot doel hebben gesteld. Na in dit verband nog gewezen te hebben op het Staatssocialisme, dat aan het gezag vasthoudt, en verschillende uitspraken van de pioniers der anarchistische beweging te hebben aangehaald, komt hij tot de conclusie dat de anarchist zich in zijn doelstelling principieel onderscheidt van de staats-socialisten. De laatsten willen nog steeds gezag, en dit steunt op geweld, de anarchisten willen de volledige vrijheid, wat niet te verkrijgen is door gezag, regeeren en onderdrukking, doch alleen door de rede en overtuiging en hiermede is ook alle geweld verworpen, immers geweld baart geweld en gezag baart gezag, en dat is strijdig met het anarchisme. Na hierop nog met voorbeelden gewezen te hebben, eindigt hij zijn goed uitgesproken en bevattelijke inleiding met: Anarchisme is de ontkenning van geweld, dwang en gezag. Anarchie is vrijheid en solidariteit. Anarchie is steeds de strijdende idee, de hoogste uitleving van humaniteit, van hoogere beschaving. Roossien stelt de vraag of het anarchisme wel toelaat dat, wanneer hij gedwongen wordt in militairen dienst te gaan om te dooden, dat hij zich daartegen met alle middelen verzet. Tillema wijst er op dat dit in strijd is met het anarchistisch beginsel, dat geen geweld doch vrijheid wil. Wij moeten als slachtoffer van deze maatschappij onze tegenstanders door de rede overtuigen. Roossien wijst er nog op of het dan wel mag dat wij in geval van oorlog deze saboteeren door het opbreken van rails en het laten ontsporen van treinen, om zoodoende een mobilisatie onmogelijk te maken. Tillema antwoordt, dat dan steeds de machtigste de overwinnaar blijft, en het gezag blijft bestaan en dat wil het anarchisme niet. Tinus Veenstra is het in 't algemeen met de rede van Tillema eens, wij mogen geweld nooit als onze ideeën propageeren, echter het is niet altijd te vermijden. Misschien kunnen wij als een klein deel bewuste menschen door een daad een mobilisatie, een oorlog onmogelijk maken, en dat is volgens Roossien wel een offer waard, ook al zou het b.v. een aantal menschen het leven kosten, echter hiermede is nog niet gezegd dat het anarchisme het geweld propageert. Tillema is het volkomen met Veenstra eens, en meent ook reeds in zijn rede gezegd te hebben dat geweld tegen de over ons heerschende machten in onze kringen nog wel eens voor zal komen, echter anarchie wil zeggen geweldloos. Ook zijn er nog wel andere middelen om een oorlog te voorkomen, b.v. zooals de Ligt schreef: wanneer 10 % van het koloniale proletariaat weigert te werken, is een oorlog onmogelijk. Hierna declameerde Frits Tingen uit de ,,Opstandige Bundel" van Collem „Diepe Verachting" en „Voor het Vaderland". Dit gebeurde op gevoelvolle wijze en maakte wel indruk op de aanwezigen. Waarna kam. Herder deze eerste bijeenkomst der landdagen sloot met een aansporing te werken voor het anarchistisch ideaal en zich aan te sluiten bij de Propaganda-Comité's. B. M.
De Kunstavond. Deze kunstavond mag in elk opzicht geslaagd heeten. Een pracht van een avond. Een nog tamelijk groot aantal menschen was voor dezen avond gebleven en had zich rondom een heuveltje „neergelegd", dat dezen avond als podium dienst deed. Nadat B. Herder de menschen begroet heeft krijgt Jo de Haas het woord, die in heel korte trekken de kunst bespreekt in de verschillende tijdperken. Zangvereeniging E.-Compascuum zingt dan eenige liedjes, die mooier klonken (misschien door stilte v. d. avond) dan 's middags op de meeting. Het muzikale gedeelte voor dezen avond werd verzorgd door Hinke Herder en Henk Geerssinga. Zoowel de duo's als de solo's verdienen alle lof. Henk Geerssinga had voor dezen avond voor een verrassing gezorgd. Op een leuke manier wist hij al de aanwezige menschen om zich heen te scharen en met hen een aardig versje in te studeeren, wat hem volkomen gelukte. De kam. geest kwam hierin zoo mooi tot uiting. Een waardig slot voor dezen avond was de voordracht van Frits Tingen. Prachtig mooi klonk zijn diepvoelende stem door de avondstilte. De declamatie van dezen dichter viel bijzonder in den smaak.
Huishoudelijke zitting op Maandagmorgen. Herder was voorzitter. Besproken wordt de almanak voor 1932. Friesch Comité voelt er voor en werkt in dezen samen met 't N.P.C. voor de uitgave van een anarchistische almanak. Voor samenwerking met niet-anarchistische organisaties wordt niet gevoeld, mede doordat de tijd van voorbereiding tekort zou zijn. Coöperatieve Uitgeverij. Algemeen werd hier veel voor gevoeld. Hier en daar bleek nog een misverstand te bestaan, die door een uiteenzetting van Herder werd weggenomen. 14 Jan. zal omtrent deze Uitgeverij voor 't Noorden in Assen gecongresseerd worden. „De Arbeider". De noodzakelijkheid en mogelijkheid werd besproken flink en hard te werken voor „De Arbeider". Getracht werd op te sporen wat de oorzaak is, dat dat blad in abonnè's steeds gelijk blijft, dat er wel nieuwe bij komen, maar er evenveel weer afgevoerd moeten worden. Meerdere groepen zullen zich aansluiten bij de expl.-commissie van het blad. Met een opwekkend woord om krachtig aan 't werk te gaan voor de anarch. propaganda, sluit Herder deze geslaagde bijeenkomstDe arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 41, 1931, no. 23,06-06-1931.
Jeugd - Fascisme - Bolsjewisme. De beschouwing is er eene vanuit psychologisch oogpunt. Zoodat de politieke zijde van deze zaak slechts „ter loops" ter sprake zal komen. Bedoeld wordt met deze overdenking, hoe zich de jeugd verhoudt tot het bolsjewisme en fascisme. Reeds het spreken over dit dusgenaamd onderwerp duidt op de zielkundige zijde van het probleem. Anders zouden we volstaan met te bespreken de verhouding van de menschen tot bolsjewisme en fascisme. Maar het gaat ons juist om een bepaalde groep! Want al behoort de jeugd tot de menschen, de menschen zijn nog geen jeugd. De jeugd bezit een eigene zielegesteldheid, groeiende uit de sexueele krachten die aan 't ontwaken zijn. Een ziel dus, zeer belangrijk beïnvloed door de geslachtelijke groeiperiode. Deze ontwakende geslachtsdrift, welke een bepaalde menschengroep tot jeugd stempelt, geeft als directe kenmerken aan die jeugd: een bruisende levensliefde, een brandende begeerte en een moed welke lichtelijk leidt tot over-moed. Een andere eigenschap der jeugd is de ego-centrische levensbeschouwing en -houding. De jeugd acht zichzelf het belangrijkst! Krachtens die beschouwing draait eigenlijk gansch de wereld om de jeugd. Zij, zij, en nog eens zij! Duidelijk laat de .jeugd dit uitkomen door nog te spreken over: „wij èn de wereld". Waarbij die wereld in het denkleven dier jeugd vrijwel altijd optreedt als een soort „vijandige mogendheid". De ouderen gingen in de wereld op en.... er in onder, werden er dus één mee. Zij transigeeren, berekenen, wikken en wegen, om zich dan gewoonlijk „aan te passen". Maar de jeugd staat niet in de wereld, veeleer er tegenover! Die wereld is haar te koud, te daadloos en te „practisch". Deze psychologie levert de conflicten tusschen ouderen en jeugd. Driewerf gelukkig! Wie hier gelijk hebben? Allen! Want ieder, oudere èn jongere, doet zooals hij moet! Maar onmiskenbaar is de jeugd hierdoor altijd revolutionair. Maar natuurlijk niet in verstandelijk opzicht. De jeugd is revolutionair in psychologische beteekenis.
----De wereldoorlog die een bepaalde geschiedenis definitief heeft afgesloten, baart ten slotte twee groote wereldbewegingen. Aan wien voorloopig nog de toekomst is. Deze zijn: het fascisme en het bolsjewisme. Politiek gesproken zijn ze beiden precies hetzelfde. Hun doelstelling is: vestiging der absolute staatsmacht. Met als noodzakelijk gevolg het eveneens absolute dooddrukken van alle persoonlijke menschelijke vrijheid. Naar aanleiding van het vestigen dezer wereldslavernij door het bolsjewisme merkt Panaït Istrati zeer terecht op: „Dus dat is het nu, wat gij over de heele wereld wilt verbreiden? Dank u zeer. Dat heeft Mussolini al „gevestigd"…. "
Het verschil tusschen fascisme en bolsjewisme is gelegen in de leuzen. Niet in de feitelijkheid. De fascisten zijn in ieder geval meer te respecteeren dan de bolsjewisten. De fascisten zeggen openlijk dat ze het socialisme niet willen, dat ze het zullen uitroeien enz. De bolsjewisten zeggen het socialisme te willen en bouwen (5 jaren-plan!) een gemoderniseerd technisch kapitalisme! Onder het zingen der Internationale wordt het nationalisme gevoed. Want de „Internationale" is in Rusland het nationale volkslied. Fascisme en bolsjewisme vinden beiden hun aanhangers. Dat zit in den tijdgeest en in de economische verhoudingen. De tijdgeest maakte dat ieder aan de politiek ging deelnemen. En aangezien volgens Bolland èn de werkelijkheid! de „velen" nu eenmaal „niet veel bijzonders zijn", is het voor beide wereldbewegingen gemakkelijk genoeg met wat politieke humbug beslag te leggen op de hersenloozen…
Economisch zit de massa méér dan ooit in de knoei! En hierop parasiteeren bolsjewisme en fascisme door zich beiden aan te dienen als de groote heelmeesters van dezen tijd. De armen van geest en aan geld vliegen er op af! Wat de aanhangers betreft der beide bewegingen, dezen kiezen bolsjewisme óf fascisme al naar hun maatschappelijke positie. De economisch in den knoei gekomen burgerman wordt fascist, de economisch in den knoei gekomen arbeider wordt bolsjewist.
---De beide bewegingen werken met geweldige suggestie. Met een ontzaglijke reclame en met veel krachttermen. Is het wonder dat de jeugd zich hiertoe voelt aangetrokken? Want bolsjewisme en fascisme willen niet transigeeren! Ze zijn beiden partijen „van de revolutie". De één heeft z'n opmarsch naar Rome, de ander naar Leningrad. Beiden willen ze met één groote slag de wereld wentelen. Wie voelt hier niet de psychologische overeenkomst met de jeugd? Ook deze toch wil „den grooten slag", de handeling, de daad! De wereldomzetting in één grootsche slag! Inderdaad. De bolsjewistische en fascistische methoden sluiten zich aan bij de zielkundige gesteldheid der jeugd. Daarenboven hebben de bolsjewisten en fascisten hun helden. Lenin en Mussolini. En de heldenvereering is er groot. Ook hier een punt van aansluiting. Want heldenvereering is ook weer één der vele eigenschappen van de jeugdziel. Terwijl de bolsjewistische en fascistische strijdmethoden voortdurende spanning geven aan de respectievelijke aanhangers.
En de jeugd? Deze heeft aan emoties en avonturisme immer behoefte! Wie begrijpt hier niet dat de methoden van de bolsjewisten en fascisten volledig voldoen aan de psychische behoeften der jeugd! Door de verstandelijke critiekloosheid bemerkt de jeugd natuurlijk niet dat haar groote geestelijke energie wordt „opgebruikt" ten bate eener wereldslavernij. Volkomen dus in strijd met de werkelijke jeugdbelangen. Want de jeugd heeft vóór alles behoefte aan vrijheid.
----In 't kort aldus geformuleerd: bolsjewisme en fascisme zijn psychologische reacties op economische werkelijkheid om in de gevolgen weder nieuwe politieke werkelijkheid (slavernij) voor te bereiden. Deze bewegingen die met een ontzaglijke suggestieve humbug op de jeugd inwerken, zijn voor haar een groot gevaar. Fascisme en bolsjewisme exploiteeren de jeugdbehoeften, door er in zekeren zin aan te voldoen. Indien ze daarin volledig slagen, en dit gevaar is méér dan groot, dan zijn de rampen niet te overzien! In het huidige Rusland toch bestaat een methode van opvoeding, fokking is misschien beter, waarbij vergeleken zoo langzaamaan de R.-Katholieke kerk in de leer kan gaan. Een sprekend beeld hiervan geeft weder P. Istrati in het volgende: „Ik sprak laatst met een Russischen kameraad over politieke dingen. Hij had een lief kind van zeven jaar op zijn schoot. „Lenin", zei ik, „heeft zich vergist in deze omstandigheid…." Het kind sloeg verbaasd de oogen naar mij op en zei ernstig: „Lenin heeft zich nooit vergist". Als ik verder had gevraagd, zou dit lieve, kleine meisje, dat geregeld een der goede kindertuinen van de stad bezocht, er zeker bijgevoegd hebben, dat Trotski zich altijd vergist heeft".
Deze laatste toch is verbannen. Voeg er aan toe hoe kinderen van zeven jaar „schutspatroon" worden over cavaleriekorpsen, hoe kindertjes walgelijke bolsjewistische psalmen leeren zingen, en bedenk dan eens wat dit moet worden als een dusdanige verminking van den kindergeest een 25 jaar voortgaat! Over een zesde deel der aardoppervlakte! Voorloopig nog maar.... Want het ontzaglijke China wordt naar vermogen ,.gebolsjewiseerd". Dan zal over een kwart of halve eeuw een ontzaglijke, millioenen-groote slavenmassa de laatste resten van West-Europeesche cultuur eenvoudig verpletteren. Dan kunnen de vrijgeesten van twee generaties na ons zich gemakkelijk weer... protestanten gaan-noemen. Iets soortgelijks, maar minder gevaarlijk, dreigt ons van het fascisme. Hoe dan ook, de perspectieven zijn méér dan somber....
-----Deze laatste gedachten waren het die mij noopten over het onderhavige onderwerp te spreken. Als waarschuwing aan de opgroeiende generatie alhier. Waarbij ik in de dóórschouwing van de verhouding jeugdbolsjewisme, fascisme vaststelde:
1. Dat de invloed van bolsjewisme en fascisme op de jeugd, voorzooverre die bestaat, niet van verstandelijken aard is.
2. Dat deze invloed wel is van psychologischen aard.
3. Dat dit laatste het geval is omdat bolsjewisme en fascisme voldoen, in hun methoden, (wel te onderscheiden van de doeleinden!) aan de oogenblikkelijke zielsbehoeften der jeugd.
4. Dat die psychologische beïnvloeding in 't heden vooral wordt bevorderd door de economische malaise.
5. Dat èn voor de jeugd èn voor de maatschappij alles bij elkaar een zeer ernstig gevaar is!
-----Wat nu te doen? Voor de anarchistische beweging is deze vraag slechts van principieele beteekenis. Niet van practischen aard. Want al heeft ook de anarchistische beweging als vanzelf haar jeugd-lingen, een georganiseerde jeugdbeweging (jeugd krachtens de door mij gegeven definitie) is er niet. Voor de J.G.O.B., waar die definitie wordt begrepen en vastgehouden, zoodat telkens de 23-jarigen moeten uittreden, en voor wie ik dit soortgelijke onderwerp behandelde, kon ik in practischen zin de vraag beantwoorden.
De jeugd, aldus stelde ik de feiten, heeft nu eenmaal bepaalde, machtige driften. Van lichamelijk-geestelijken aard. Deze driften stopzetten, omdat ze zoo gemakkelijk tot gevaren leiden, zou in strijd zijn met de natuur. Maar bovendien is het absoluut onmogelijk. Derhalve moeten ze functioneeren. Maar de jeugdbeweging moet ze leiden. Opdat ze worden afgeleid langs gezonde bedding. Door sport, spel, zang en dans alsmede door eenvoudige propaganda moet en kan de jeugdbeweging zorgen voor de noodige spanning en emoties.
Op deze wijze worden de jeugddriften niet geëxploiteerd maar vermenschelijkt, gecultiveerd. En de jeugd zélve blijft uit de handen van fasci's en nazzi's.
Naar mijn meening zal een jeugdbeweging, aldus functioneerend, ook door anarchisten moeten worden begroet als een prachtige gezonde menschengroep die langzaam opgroeit tot den strijd om menschelijke bevrijding en vrijheid. (Bovenstaande vormt een beknopte weergave van de door J. de Haas op de Pinksterlanddagen te Appelscha gehouden rede. Red.).De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 41, no. 26, 27-06-1931.12
21- 06 Scherpenzeel Wat willen de Rev. Anti- (Rev. Anti-Mil. Prop.-Com. Friesl.) Militaristen? (De arbeider 20-06-1931)
22-07 Delft Tegen de wet op godslastering De Dageraad
UIT DELFT. Onze meeting, belegd door „De Dageraad” als protest tegen het ingediende wetsontwerp van minister Donner, betreffende de godslastering, is heel goed geslaagd. De kameraden uit Den Haag en Rotterdam waren flink vertegenwoordigd en ook uit Delft waren velen aanwezig. Johan de Haas hield een zeer mooi en boeiend betoog waarvoor wij hem nogmaals dank zeggen: Het is zeker geen overbodige luxe als we voortaan ieder jaar zoo’n meeting organiseeren en dit kan zeer gemakkelijk als alle leden doen wat hun plicht is en zorgen voor een goede propaganda. Veel tot het welslagen van deze meeting heeft zeker het intensieve werken van de kameraden met onze strooibiljetten en reclamewagen bijgedragen en ook aan deze stille werkers een woord van dank. Zoo moet het voortaan altijd zijn, kameraden, een opgewekte geest en eensgezind in het werk. Aan onzen oproep om de meeting van het te bezoeken, heeft een flink aantal gehoor gegeven zoodat Delft stevig vertegenwoordigd was. Dat niemand spijt gehad heeft de reis naar Den Haag gemaakt te hebben, daarvan ben ik overtuigd, want bet was leerzaam voor allen. Ik eindig deze correspondentie heden met deze nadrukkelijke boodschap: Geef u per omgaande op aan mijn adres of bij J. v. d. Akker, voor de reis naar Amsterdam op 29 Augustus tot uiterlijk 7 Augustus. Wie sparen wil voor de reiskosten kan dit doen bij van de Akker, die het geld gaarne wekelijks bij u komt incasseeren. A. R. v. Meekeren Jr.De vrije socialist01-08-1931.
25-07 Sint-Annaparochie Antimilitarisme Anti-mil. landdag
Tweede spreker was de heer Jo de Haas namens het 1.A.M.V., die herinnerde aan 't feit dat anarchisten tegen elke staatsvorm gekant zijn, en uit wiens midden de gevleugelde leus „Geen man en geen cent voor het militairisme" is voortgekomen. De oorlog staat weer voor de deur. In de afgeloopen week hing de vrede aan 'n dunne zijden draad. Wij gelooven niet in vredesconferenties en petionnementen. De onmiddellijke weigering om dienst te nemen, om te werken in wapen- en munitiefabrieken, de opstand der millioenen proletaren over de gansche wereld, zal ons van het gruwelijk monster dat militairisme heet, kunnen verlossen. Leeuwarder nieuwsblad: goedkoop advertentieblad 27-07-1931.
Tweede spreker was de heer JO DE HAAS namens het I.A.M.V., die herinnerde aan het feit dat anarchisten tegen elken staatsvorm gekant zijn en uit wiens midden de gevleugelde leus: „Geen man en geen cent voor het militairisme" is voortgekomen. De internationale revolutionaire anti-militairisten, volgelingen van Ferdinand Domela Nieuwenhuis zien de moderne oorlog niet als een noodlot, maar als een onafwendbare noodzaak in deze kapitalistische wereld die zoolang zij in haren huidigen vorm bestaat, telkens tot oorlogen zal leiden, Daarom propageeren wij de onverzoenlijke klassenstrijd, de onmiddellijke werkstaking, het omverwerpen van den staat. De oorlog staat weer voor de deur. In de afgeloopen week hing de vrede aan een dunne zijden draad. Wij gelooven niet in vredesconferenties en petitionnementen, „laat u door vodjes papier niet misleiden!" Het dagblad „De Telegraaf", die in deze papieren actie de leiding heeft, deed in 1914-1918 niets anders dan ophitsen. De onmiddellijke weigering om dienst te nemen, om te werken in wapen- en munitiefabrieken, de opstand der millioenen proletaren over de gansche wereld, zal ons van het gruwelijk monster, dat militairisme heet, kunnen verlossen. Bildtsche courant 28-07-1931.
26-07 Bontebok De beteekenis van de jeugd voor Rev. Anti-Mil. Prop.Com. Friesland het rev. anti-militairisme (De arbeider 18-07-1931)
02-08 Hoorn Moeten wij nog steeds Anti-mil.-meeting dienstweigeren
De meeting te Hoorn met Jo de Haas en A. L. Constandse als sprekers is geslaagd. Geestverwanten uit den omtrek waren aanwezig.
De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 41, no. 35,29-08-1931.
09-08 Heerenveen (Dageraad) Het bankroet van den godsdienst Rev. Soc. Prop. Com. Friesland
HEERENVEEN, 9 Aug. De meeting voor De vrije Gedachte, uitgaande van het Rev. Soc. Prop. Com. Friesland, in samenwerking met de Ver. „De Dageraad", heden alhier gehouden, was, gezien de weersomstandigheden, goed bezocht. Uit verschillende plaatsen in Friesland waren belangstellenden opgekomen. Als eerste spreker trad op de heer Jo de Haas, van Amsterdam, met het onderwerp: „Het Bankroet van den Godsdienst". Wij leven zei spr., in een eeuw van vergevorderde wetenschap en techniek, waarin het menschelijke denken en doen het godsbestaan afwijst. Er valt niet alleen te constateeren een stoffelijke, mechanische en technische vooruitgang, maar evenzeer een geestelijke vooruitgang, doch in verhouding tot de laatste bestaat er een groot verschil in tempo. Terwijl de techniek zich met razende snelheid ontwikkelt, blijven er millioenen menschen gelooven aan sprookjes en mythen. De godsdienst is niet meer in overeenstemming met de wijsheid van onzen tijd. De wetenschap doet n.l. te niet alle kinderlijk-naïeve beantwoording van velerlei vragen. Spr. becritiseert de moderne theologie, die niet op filosofische, doch op sofistische gedachten het godszijn wil verklaren, doch noemt dit slechts een pogen om den godsdienst te rechtvaardigen. De wetenschap leert ons, dat de aarde millioenen jaren bestaat; de bijbel leert ons circa 6000 jaar. De geologie bewijst ons echter den levensduur der aarde; dat kan de godsdienst niet. De aarde is — en er is niemand die dat meer kan ontkennen — een planeet, en óm onze aarde heen bewegen zich legio planeten. De astronomie weet vast te stellen de afstanden tusschen de planeten onderling, alsmede den loop derzelve. Het is mogelijk te bepalen, wanneer een bepaalde planeet op een bepaalde plaats terugkeert. De spectraal-analyse bewijst het aanwezig zijn op die planeten van stoffen, mineralen en gassen en hierop zou de hypothese kunnen worden opgebouwd, dat er op die planeten leven en beweging kan zijn, evenals op onze aarde. Is dus ten opzichte van de werelbeschouwing van een bankroet van den godsdienst te spreken, evenzeer geldt dit ten aanzien van de levensbeschouwing, zegt spr. De godsdienst zegt te willen geven: rust, vrede en geluk. De feiten, zegt spr., verklaren ons duidelijk, dat hij dit niet bracht. In Duitschland worden iedere maand 1400 à 1500 faillissementen uitgesproken; welk een kommer, zorg, angst en vrees hebben deze menschen doorleefd. In Wenen plegen eiken dag twee menschen zelfmoord; in Duitschland is het aantal levensmoeden nog veel grooter. Vraag niet, wat deze menschen geleden hebben voór ze tot deze uiterste daad kwamen. Daar is in het heele menschelijke leven vrees, foltering, ellende en wat men maar meer wil. Doch de godsdienst is niet in staat tegenover de maatschappelijke nooden ook maar iets te stellen. Wij echter, zegt, spr. stellen tegenover al deze nooden het hoogste doel van het leven: groeien, bloeien en eigen geestesrijkheid afzetten aan anderen, welvaart brengen daar waar dat noodig is. Het leven eischt van ons niet alleen te putten, maar óók te schenken. Nieuwsblad van Friesland: Hepkema's courant10-08-1931 (Dezelfde tekst, maar een alinea minder inLeeuwarder nieuwsblad: goedkoop advertentieblad11-08-1931).
09-09 Amsterdam Limburg en Nederland
De Dageraad (in verband met den tocht der vrijdenkers naar Limburg). (Het volk 08-09-1931)
13-09 Amersfoort Jeugd en het sexuele vraagstuk (Amersfoortsch Dagblad/De Eemlander 10-09 1931)
11-10 Rotterdam Fr. Ferrer en het onderwijs en de De Dageraad opvoeding (Voorwaarts: sociaal-democratisch dagblad 10-10-1931)
13-10 Wormerveer De moord op Ferrer en haar beteekenis voor de libertaire school
Dinsdag 13 Oct. herdacht de Vrijdenkersvereeniging „De Dageraad” de 22ste sterfdag van de groote Spaansche pionier voor de libertaire school, Francisco Ferrer. Als de voorzitter om kwart over acht de vergadering opent, is het bovenzaaltje van „De Jonge Prins” geheel gevuld. Nadat door het kinderkoortje van de Ontspannings-School op lofwaardige wijze een 4-tal stukjes is gezongen, o.a. „Ferrer’s dood” houdt de spr. van dezen avond, Jo de Haas, zijn herdenkingsrede op waarlijk boeiende en propagandistische wijze.De Zaanlander 17-10-1931.
16-10 Winkel Eist de SDAP het volle pond? (SDAP Winkel + I.A.M.V. Winkel) (debat tussen P.J. Smidt-SDAP, die pro is - en Jo anarchist, die contra is). Schager Courant 14 oktober 1931
01-11 Rotterdam Het bankroet van de godsdienstDe Dageraad (Voorwaarts: sociaal-democratisch dagblad 31-10- 1931)
18-11 De Haag Herdenking martelaren Chicago en Vrije Socialisten Domela Nieuwenhuis
Domela Nieuwenhuis-herdenking. In Mille Colonnes heeft gisteravond de Vrije Socialisten Vereeniging Domela Nieuwenhuis en de martelaren van Chicago herdacht. Muziek luisterde de bijeenkomst, die vrij goed bezocht was, op. Men begon laat en leurde met allerlei in de zaal. De voorzitter, de heer Schoonlingen, leidde de vergadering en begon met een begroeting. Spr. zeide, dat men als elk jaar den pionier D. N. zal herdenken. Hij zou dat zeker niet wenschen, maar een dankbaar nageslacht — men mist hem nog elken dag — is dat aan hem verplicht. Waar is het enthousiasme, waar de Kameraadschap van die dagen? Juist in dezen tijd mist men hem dubbel. Daarna gaf spr. het eerst het woord aan den secretaris J. Bakker, die kort zou spreken over de martelaren van Chicago. De heer Bakker herinnerde aan 11 Nov. 44 jaar geleden en aan het vonnis, dat toen te Chicago geveld werd. Aan heldenvereering doet de vereeniging niet, maar we willen betuigen één te zijn en ons één te voelen met die martelaren. Spr. herinnerde aan den strijd in Amerika voor den achturigen werkdag, welke werd ingeleid met een algemeene werkstaking. Te Chicago ontstond een beweging tegen onderkruipers. Men belegde een meeting, die door de politie werd verstoord. Er werd een bom onder de politie geworpen en de redenaars van den avond werden gevangen genomen en terechtgesteld, hoewel zij onschuldig waren aan het werpen van den bom. Volgens spr. ging het heele proces, om het anarchisme te treffen. Hoewel een zekere Parson zich als dader aanmeldde, het veranderde niet aan het vonnis. Alleen werd Parson medeslachtoffer. In verband daarmede zei spr. het een en ander over de revolutionaire gedachte en haar doel: de bevrijding van het volk.
Domela Nieuwenhuis Daarop heeft Jo de Haas (Amsterdam) over D. N. gesproken. Hij schetste hem als de groote figuur in de geschiedenis, hetgeen wat zeggen wil in een wereld van filisters. In de Kapitalistische wereld ziet men zoo dikwijls de kleine figuren op de hoogste plaats, hetgeen spr. met voorbeelden uit de huidige wereld toelicht. De besten hebben het in deze wereld niet gemakkelijk. Spr. schetste daarop D. N. als mensch, die veel meer gaf om karakter dan om intellect. Gaat onze huidige wereld niet aan intellect ten onder, omdat het geen zedelijken bodem heeft? Het intellect is overal te koop. Domela Nieuwenhuis bewees in zijn leven, karakter hooger te stellen dan intellect. Hij had voor het bewijs alles over; ook zijn ondergang. Deze geesten brachten altijd de zieners en profeten voort. Daarom leeft ook D. N. nog, terwijl zoo velen van zijn tijd al totaal vergeten zijn. Zeldzaam was de harmonische ontwikkeling in dezen man geweest: predikant, atheïsme, socialisme, anarchisme. D. N. was met zijn ideaal en zijn geloof één. Alle eigenliefde had hij prijsgegeven voor de liefde tot volk en ideaal. Naast den mensch stond de wetenschappelijke denker, altijd in beweging, altijd in innerlijke worsteling tusschen gevoel en verstand. De kerk stelde hem teleur en hij verliet haar toen hij zag dat zij het volk niet bevrijden zou en dat niet kón. Daarom brak hij met de Kerk. Wetenschappelijk stond D. N. onder den invloed van het Liberalisme, maatschappelijk onder het Socialisme (dat oorspronkelijk ontstond vóór de proletariërs en niet uit hen). Het gezindheidsmotief bracht als vele anderen ook D. N. tot het Socialisme uit zedelijke overweging. D. N. verliet de Kerk en gaf zijn liefde aan het volk. De logica deed D. N. het socialisme den rug toe keeren, omdat hij voorzag dat het uit zelfbehoud anderer vrijheid zou onderdrukken (in 1904 schreef hij dit reeds). De ontwikkeling der internationale sociaal-democratie heeft hem in het gelijk gesteld; zij is niet meer dan een hervormingsbeweging gebleken en zij is verzand in het parlementarisme, zooals D. N. ook heeft voorzien. De logische denker heeft heelemaal gelijk gekregen. Niet de publiekrechtelijke lichamen regeeren thans, maar de banken met hun financieele almacht. Zij controleeren de staatsbegrotingen. MacDonald vernietigde voor de banken de Labour Partij. D. N. achtte al 25 jaar geleden de democratische ontwikkeling failliet en hij noemde het parlementarisme de doodkist der arbeidersbeweging. Hij verklaarde dan ook den oorlog aan Kerk, parlementarisme en socialisme en werd atheïst en anarchist. Na een pauze schetste spr. nog het levenswerk van D. N., gevoed als het werd uit zijn nieuwe godsdienstige en politieke overtuiging, waarna hij eindigde met een woord van diepen dank aan dezen waren pionier der arbeidersbeweging. (Applaus.)Het Vaderland: staat- en letterkundig nieuwsblad 19-11-1931.
Geslaagde vergadering. De herdenkingsvergadering, gewijd aan wijlen F.D.N. en de Martelaren van Chicago, kan als goed geslaagd worden aangemerkt. Als spreker trad op: Jo de Haas, uit Amsterdam, die D.N. schetste als een groote figuur in de geschiedenis, wat volgens spr. heel wat zeggen wil, temidden van een wereld met filisters. Zeldzaam, noemt spr. de harmonische ontwikkelingsgang van D.N. Van predikant tot anarchist. Hij was een man van karakter, maar daarnaast was hij een wetenschappelijk denker, altijd in beweging, steeds in innerlijke worsteling tusschen gevoel en verstand. Wetenschappelijk stond. D.N. onder invloed van het Liberalisme, maatschappelijk onder het Socialisme. Spr. schetst hierbij de opkomst en ontwikkeling van het Liberalisme. Hij laat uitkomen, dat haar machtspositie gevormd werd, door de domheid en kortzichtigheid van het proletariaat v.n. ten tijde van de Fransche revolutie. Men laat zich wijsmaken dat het Liberalisme de vrijheid zou brengen. De liberalen wisten zich de hulp van het proletariaat te verzekeren, om zich van het feodale juk (door adel en geestelijkheid opgelegd) te ontdoen en den grondslag te vestigen voor haar t.w. machtspositie. Thans wordt het proletariaat door deze zelfde klasse getyranniseerd en uitgebuit. De geestelijkheid heeft men intusschen, (zij het onder andere verhoudingen) weer de hand gereikt, om hierdoor gemakkelijker te kunnen regeeren. Ook de S.D.A.P. heeft om dezelfde redenen ingezien, dat zij de kerk te vriend moet houden, vandaar dat zij godsdienst als privaatzaak verklaard heeft. D.N. keerde de S.D. den rug toe, omdat hij terecht inzag, dat de S.D. niet anders is, dan een verkapt katholicisme. D.N. voorzag, dat het tevens zou verzanden in het parlementarisme. De zienswijze van D.N. bleek juist. Niet de regeerings-lichamen, doch de Banken regeeren de wereld. Het parlementarisme werd in 1909 door D.N. reeds de doodkist der
arbeidersbeweging genoemd. Vervolgens schetst spr. het levenswerk van D.N. Als anarchist en atheïst, zijn deelname aan verschillende internationale congressen, enz. Het voert ons te ver dit alles op te sommen. Aan het slot van dit zeer boeiende en leerzame betoog, spreekt pr. den wensch uit, dat de ideeën van D.N. de beginselen van de toekomst mogen zijn. Door Bakker werden enkele woorden gewijd aan de martelaren van Chicago en het gedicht voorgedragen waarmede Samuel Fielden z'n verdedigingsrede mee inleidde. Tevens werd door kam. v. d. Meer nog een declamatie ten beste gegeven, terwijl muziek de avond aanvulde. De groep kan op een geslaagde avond terug zien. De Vrije Socialist 25-11-1931.
19-11 Hippolytushoef Het bankroet van den godsdienst (Vrije groep Wieringen)
Men deelt ons mede dat voor de ,,Vrije Groep" a.s. Donderdagavond 19 Nov., om 7½ uur in ,,Concordia" van den heer Jb. Bruul als spreker zal optreden de heer Jo de Haas van Amsterdam met het onderwerp : ,,Het bankroet van den Godsdienst”. Heldersche Courant 19 november 1931.
20-11 Alkmaar Het bankroet van den godsdienst De Dageraad (Heldersche Courant 19 november 1931) 22-11 Amsterdam Het bankroet van den godsdienst De Dageraad (De tribune 20-11-1931)
06-12 Haarlem Het bankroet van den godsdienst De Dageraad (Haarlem's Dagblad 3 december 1931)
20-12 Rotterdam Het bankroet van den godsdienst De Dageraad
Het bankroet van den godsdienst. Over bovenstaand onderwerp sprak Jo de Haas Zondagmorgen voor „De Dageraad". Spreker ving zijn rede aan met te zeggen, dat wanneer wij van iets willen vaststellen, dat het bankroet is, wij ook moeten aangeven in welk opzicht; hij wil dat doen op het terrein van de astronomie. Met cijfers ontleend aan het nieuwste boek van een Engelschen astronoom geeft spreker ons een voorbeeld van de enorme afstanden in het universum waaronder hij als de grootste tot nog toe bekende noemt: 140.000.000 lichtjaren (1 lichtjaar is 10 billioen K.M.) Met behulp van instrumenten heeft men 4000 billioen zonnen waargenomen en volgens de laatste berekeningen komt men zelfs tot 11.000 trillioen zonnen. De astronomie toont de geestelijke armoede van den godsdienst en den primitieven, bekrompen kijk op de aarde door den samensteller van den bijbel. In de Openbaring b.v. wordt gezegd, dat op den dag des oordeels de zon verduisterd en een derde deel van de sterren op de aarde zal vallen. Wat heeft in het licht van deze wereldbeschouwing de wetenschap te zeggen, vraagt spreker? In de natuur heerscht wetmatigheid en natuurnoodwendigheid. Eb en vloed staan in verband met den stand van de maan; wet van de aantrekkingskracht. De theorie van de getijden is geen theorie van uitwerping maar uittrekking van zonne-energie, de planeten van ons zonnestelsel zijn niet uitgeworpen, maar uitgetrokken uit de zon. Het leven op aarde danken wij, behalve aan de zon ook aan den dampkring. Uitvoerig ging spreker vervolgens na de werking van den dampkring en noemde in dit verband de oorzaken van het ontbreken van een dampkring op de maan, alsmede de temperatuur, die 200 gr. Fahrenheit bedraagt. Sprekende over de nevels, zegt spreker, dat het licht 50.000 jaren noodig heeft om van de eene zijde van den nevel Andromeda tot de andere zijde te komen en 900.000 jaren om tot ons te komen. En ondanks deze wetenschap, zoo besloot spreker zijn leerzaam onderwerp, gaat de godsdienst voort de menschen dom te houden. De bijbelsche voorstelling van zaken is bankroet; de astronomie is wetenschap, is kennis en daartegen zal de arrogante godsdienst het tenslotte moeten afleggen. Na de pauze werd vertoond de film: „Opstanding" naar het gelijknamige boek van Leo Tolstoj. Daar ik mag aannemen, dat dit boek voldoende bekend is bij de lezers, meen ik verslag van deze film achterwege te kunnen laten. Jos. Standaar.
De vrije socialist 30-12-1931.
27-12 Amsterdam Herdenkingsrede bij viering 75- jarig bestaan van De Dageraad (ook Hoving en anderen spraken)
Jo de Haas meende „na twee dagen van christelijke Kerst-morfinisme" allereerst een woord van realisme te moeten laten hooren. Het realistisch woord, dat de huidige politiek-economische structuur het bestaan van „De Dageraad "dringend-noodzakelijk maakt. In de vrijdenkersbeweging is een gelukkige opgang te constateeren: de atheïstische critiek op den hemel heeft zich verkeerd in een critiek op de aarde. Zoo gezien is het atheïsme niets anders dan vermaatschappelijkte godsdienst, terwijl de godsdienst van het kapitalisme steeds duidelijker niets anders dan een vergeestelijkte politiek blijft. Het atheïsme is dus allerminst negatief. Het is een positieve politiek, omdat het bevrijd wórden door bovenmenschelijke, mystieke krachten (wat door alle godsdiensten gepredikt wordt) vervangt door de zelfbevrijding van den mensch in den opstandigen strijd voor het socialisme. Onder het kapitalisme is „vrijdenken" slechts een woord, omdat het tijdens dit stelsel nooit zal kunnen samengaan met vrij-doen en vrij-handelen. Dus eerst de strijd voor.de economische gelijkberechtigdheid: En als wij bij dien strijd voor de economische gelijkberechtigdheid telkens stuiten op de barrière van den godsdienst, dan wordt het ons duidelijk, dat het socialisme tegelijk met de economische gelijkberechtigdheid ook de godsdienstloosheid proclameerde.; Men kan nu — in omkeering van die volgorde — bijna zeggen dat de strijd tegen de kerk is geworden tot een strijd vóór het socialisme. En zóó gezien moet „De Dageraad", door den socialistischen proletariër worden beschouwd als zijn zuiversten bondgenoot — is het anders, dan kan mij alle vrijdenkerij gestolen worden! (Geestdriftig applaus) Het volk: dagblad voor de arbeiderspartij 28-12-1931.
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1932
1932 13-01 IJmuiden Honger, Oorlog, Revolutie
De Dageraad
IJmuiden. Openbare vergadering. Alhoewel we reeds toestemming hadden om de vergadering met Jo de Haas den 13 Jan. te houden in het „Vacantie-kinderhuis", was het bestuur van dat gebouwtje genoodzaakt ons ter elfder ure te berichten, hun toestemming weer te moeten intrekken. Het bestuur van het Vac. kinderhuis schreef ons: „Wij kunnen het niet toestaan, zonder in conflict te komen met B. en W. van Velsen." (Het gebouwtje staat op gemeentegrond.) Het gelukte ons voor dezelfde avond nog een zaal te bemachtigen voor een cursusavond. Dit met het oog op de houding van B. en W., die blijkbaar niet met art. 168 van de Grondwet op de hoogte zijn en zich daarom zoo grappig aanstellen. Ondanks hun minderwaardige practijken, hebben wij 't deze keer gewonnen en grepen ze er naast. De belangstellenden werden dus naar het laatstgenoemd zaaltje gewezen, welke voor ongeveer 150 menschen plaats bood en stampvol was. Jo hield een mooie en zeer begrijpelijke rede over het onderwerp: Honger, Oorlog, Revolutie. Scherp becritiseerde hij de kap. productiewijze, wees op de onmacht van politieke partij en vakorganisatie en toonde aan, mede naar aanleiding van een mededeeling van een kameraad uit Beverwijk, dat op aandringen der geestelijkheid ons de zaal voor een vergadering aldaar was geweigerd, hoe foutief de S.D.A.P. is met haar leuze: godsdienst is privaatzaak. Met een opwekking tot het publiek, als kameraden mede hunne schouders te zetten onder de zware taak, het proletariaat tot bewustheid te brengen, tot het welslagen der sociale revolutie, werd de vergadering gesloten.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 42, no. 4, 23-01-1932.
IJmuiden. 13 Jan. zou alhier in het Vacantie-Koloniehuis een a.m. vergadering worden gehouden met ]o de Haas als spreker over „Honger-oorlog-revolutie”. De vergadering werd door B. en W. (vermoedelijk door den burgemeester, red. W. N.) verboden en het gebouw werd door het bestuur niet beschikbaar gesteld. In „Parkzicht" werd toen een zaal gehuurd, maar toen de eigenaar vernam, wat er voorafgegaan was, wilde hij ook de zaal niet beschikbaar stellen. De belangstelling was groot en bang geworden voor zijn ruiten, opende de caféhouder toch de zaal. Het bestuur maakte er een besloten cursusvergadering van en hield de politie buiten de deur. Te tien uur ging de vergadering zonder incidenten uiteen (IJmuider Courant). De wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland, jrg 28, no. 2, 01-02-1932.
Prov. Samenwerking op Anti-Mil. gebied in Noord-Holland.
Onze eerste tournee's zijn alle goed verloopen (….). Na veel tegenspoed door zaalafdrijven e.d. hebben we toch te IJmuiden en Beverwijk flinke vergaderingen gehad, waar Jo de Haas voor ons gesproken heeft. Ook te Beverwijk zal binnen eenige weken een I.A.M.V.-afd. opgericht worden. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 42, no. 7, 13-02-1932.
14-01 Beverwijk Honger, oorlog, revolutie
Beverwijk. Op aandringen der geestelijkheid werd ons hier de zaal van P. van Lem, waar Jo de Haas zou spreken, geweigerd en werd tevens in de plaatselijke pers gemeld, dat de vergadering niet doorging. We hadden het geluk een caféhouder te vinden, die met onze propaganda was ingenomen en zijn café disponibel stelde. Met al die tegenwerking van het roomsche front was onze verwachting niet zeer hoog. Toch waren er nog een 60 belangstellenden. Ook hier constateerden we een groote aandacht voor Jo's rede. Het pogen van Jan Wouda, om een I.A.M.V.-afdeeling op te richten, mislukte. Oorzaak hiervan zal grootendeels zijn de pas opgerichte „Dageraad"-afdeeling. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 42, no. 4, 23-01-1932.
25-01 Westzaan Moeten wij nog steeds dienstweigeren?
26-01 Wormer Idem
28-01 Assendelft Idem
„MOETEN wij nog steeds dienstweigeren?” Hierover spreekt Jo de Haas Maandag 25 Jan. bij C. May. E 75, Westzaan. Dinsdag 26 Januari in het café „Landzicht” te Wormer en Donderdag 28 Januari in ’t zaaltje van de A.N.G.0.B. bij Boet te Assendelft.De Zaanlander 20-01-1932. 30-01 Rotterdam De godsdienst in verband met de De Dageraad huidige crisis
UIT ROTTERDAM.
„De Dageraad”. Voor „De Dageraad' sprak Zondagmorgen Jo de Haas over: „De godsdienst in verband met de huidige crisis. Spreker ving zijn onderwerp aan met te zeggen, dat we met een crisis niet doen (sic!) hebben; dat zijn van die huichelachtige woorden waarachter het kapitalisme den werkelijken toestand tracht te verbergen. De menschen zullen niet meer aan den slag komen, daarom moeten zij, die werken en de werkloozen, gezamenlijk slachtoffers van het productiestelsel, zich vereenigen, om een nieuwen opbouw te vormen. Spreker citeert dan aan de hand van het blad „Voorwaarts" eenige staaltjes van uithongering van kinderen in Duitschland. Het onderzoek wees uit dat in een plaats 70 pCt der kinderen geestelijk en lichamelijk achterlijk zijn; 2400 kinderen konden niet naar de school omdat zij naakt zijn. Deze kinderen krijgen nimmer een maaltijd terwijl van deze 2400 kinderen er 260 naar school gaan zonder ontbijt te hebben gehad. De onderwijzers kunnen geen les geven omdat de kinderen voortdurend bewusteloos vallen; in Saxen gaan 41 pCt. van de kinderen naar school zonder eten. De zelfmoord-statistiek van 1929 wijst uit, dat de zelfmoord voor de meeste menschen zich tusschen den leeftijd van 50-60 jaar beweegt; het aantal zelfmoorden bedroeg 16665 en groeide in 1931 tot 60 per dag en 21900 per jaar. Een afslachting van menschen in de kracht van hun leven. Deze uitsterving is niet een gevolg van te kort, maar van te veel en spreker toont met voorbeelden, hoe voorraden levensmiddelen verbrand er vernietigd worden om de markt op peil te houden. Spreker brengt vervolgens hulde aan de Duitsche vrouwen, daar zij de zwangerschapstaking in toepassing brengen en stelt daartegenover de R.K. kerk met haar propaganda voor groote gezinnen, die hij misdadig noemt. Spreker gelooft, dat de kerk deze catastrophe niet te boven zal komen, de statistiek toont, dat de kerk het zal moeten afleggen tegen den volksnood. Anderhalf millioen menschen leven buiten ieder godsdienstig verband. Ook onder de kinderen heeft een ontkerstening plaats; de antwoorden op een vragenlijst, waar naar hun meening over god gevraagd werd, bewezen dat; de antwoorden waren.... „onheilspellend." Kinderen beneden 12 jaar schreven, dat zij van god niets willen weten, omdat zij honger hadden. Maar ook in Holland, zegt spreker, trekken de boertjes samen. De cijfers van de volkstelling (deze zijn nog niet precies bekend) wijzen uit, dat het resultaat een slag voor de kerk is. Van de 11.000 inwoners van de Bilt hebben 2000 gezegd, niets meer van den godsdienst te moeten hebben. In een andere plaats hebben van de 2100 inwoners 1700 hetzelfde verklaard en in een plaatsje als Halfweg met 1055 inwoners verklaarde 189 zich zonder godsdienst. De kerk, zoo besluit spreker zijn betoog, is niet meer in staat aan de redelijke behoeften van den mensch te voldoen, de kerk die geen antwoord geeft op de vraag wat moet worden gedaan, die kerk zal ontegenzeggelijk ten gronde gaan. De film „Weary River" die na de pauze vertoond werd, geeft ons de levensgeschiedenis te zien van een jongeman, die als „bookmaker" in de gevangenis komt, maar door het humane optreden van den directeur voor de maatschappij behouden blijft. Jos. Standaar.De vrije socialist 03-02-1932.
17-02 Vlissingen De betekenis van het atheïsme De Dageraad voor de bevrijding
(Vlissingse Courant 16 februari 1932)
18-02 Middelburg De godsdienst als ernstig gevaar voor de beschaving (Middelburgsche Courant 15 februari 1932)
27-02 Sappemeer De Crisis en de Godsdienst en de De Dageraad Godsdienst in de Crisis
SAPPEMEER, 29 Febr. In het Volksgebouw alhier trad Zaterdagavond voor een vrij talrijk publiek als spreker op de heer Jo de Haas van Amsterdam met het onderwerp „De crisis en de godsdienst en de godsdienst in de crisis" Spreker vond een zeer aandachtig gehoor en
hem werd door den heer J. Drenth voorzitter van de Vrijdenkersvereeniging „De Dageraad" afd. Hoogezand-Sappemeer, aan het slot een hartelijk woord van dank gebracht. Nieuwsblad van het Noorden 29-02-1932.
Voor de afdeeling Hoogezand—Sappemeer van „De Dageraad" sprak j.1. Zaterdagavond Jo de Haas in 't Volksgebouw alhier. Ruim 100 menschen waren opgekomen om aar de belangrijke rede van De Haas te luisteren.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 42, no. 10, 05-03-1932.
28-02 Groningen De beteekenis van het Atheïsme De Dageraad voor de bevrijding
De j.1. Zondagvoorm. vanwege „De Dageraad" gehouden bijeenkomst in „De Beurs" was niet erg druk bezocht. (Bij den voetbalwedstrijd dien dag even buiten Groningen gehouden, waren 15000 menschen aanwezig). De Haas hield een begrijpelijk betoog, terwijl na z'n rede de film „Het gele paspoort" werd vertoond. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 42, no. 10,05-03-1932 13-03 Amsterdam Alle cultuurbewegen is een op- De Dageraad waartschen gang naar atheïsme
(Jo in debat met Scheps, pro, J.H. Scheps contra, (De tribune 14-03-1932)
13-03 Wormerveer Spreekt op feestavond v/d Ontspanningsschool
Voor de pauze werd nu een woord gesproken door den heer Jo de Haas van Amsterdam, welke in het kort dezer (sic!) school schetste De Zaanlander 16-03-1932.
15-03 Amsterdam De godsdienst en de crisis De Dageraad(Het volk 5-03-1932)
05-04 IJmuiden Welke uitweg biedt ons deze Prov. samenwerking malaise?(De arbeider 02-04-1932)
18-04 Wormerveer Theosofie is vrijdenken
Debatavond Debat tusschen K. de Jong en Jo de Haas. (De Zaanlander 15-04-19320)
01-05 Appelscha Herdenking 1 mei
Anarch. vergadering
De Anarchistische partij hield een avondvergadering in het Compagnons-hotel, met als spreker den heer Jo de Haas. Na afloop der rede werd door eenige dilettanten opgevoerd het tooneelstuk “De uitgeknepen citroen". Het spel was goed en de spelers hadden een warm applaus in ontvangst te nemen. Nieuwsblad van Friesland: Hepkema's courant 04-05-1932.
MEIFEEST (2 Mei). — De eerste Meidag is hier als naar gewoonte gevierd en heeft een ordelijk verloop gehad. Als spreker voor de I. R. H. trad in den namiddag op de heer Lakerveld van Amsterdam, die in een helder betoog de maatschappelijke toestanden uiteenzette. 's Avonds trad als coupletzanger en humorist voor dezelfde vereeniging op de heer L. Houwman van Oldeberkoop, die zoowel in ernst als luim het publiek wist te boeien. Vooral zijn propagandastukjes als „Slagveld", „Herinnering" en „De Fuselier" vielen geducht in den smaak. Dit had plaats in café Wieldraaier, terwijl in het Compagnonshotel als spreker optrad Jo de Haas. Na het eindigen der rede werd door eenige dilletanten opgevoerd „De uitgeknepen citroen". Dit stuk werd goed voor het voetlicht gebracht, het applaus was verdiend. Provinciale Drentsche en Asser courant 03-05-1932.
05/12/19/26-05Rotterdam Waar het vrije denken toe leidt13 /02-06 Dageraad-cursus
De Dageraad - Rotterdam belegt na het eindigen der winter-campagne een reeks cursusvergaderingen in het Roxy-Theater, met de kameraden Constandse en Jo de Haas als spr. De eerste cursus begint Donderdag 31 Maart, ‘s avonds 8 uur, met Constandse, die zal behan-delen: „Inleiding tot de wijsbegeerte" (Psychologie, Determinisme toerekenbaarheid, het strafsysteem enz.). De volgende cursussen worden gehouden op Donderdag 7, 14, 21 en 28 April a.s. Jo de Haas zal spreken over: 'Waar het vrije denken toe leidt' en wel op Donderdag 5, 12, 19 en 26 Mei en 2 Juni. De toegang tot iedere vergadering is 10 cent, doch kan ook ineens vooruit (f I.—) betaald worden en zijn ook voor niet-leden toegankelijk. Kameraden in Rotterdam, wekt vrienden en kennissen op tot deelname aan deze cursusvergadering en helpt mede, het ledental van onze vereeniging uit te breiden. Voor deelname kan men zich opgeven bij: J. Warnars, Boezemlaan 23l of Dageraadskraam, markt. Jos Standaar De vrije socialist 02-03-1932.
14-05 Appelscha (Pinksterlandd.) Oorlog, crisis, werkloosheid noordel. soc.-anarch. propcom./
Friesch rev. anti-mil. Prop.com
15-05 Appelscha (Pinksterlandd.) Revolutionaire Kunst
noordel. soc.-an. Propcom./ (Inleiding kunstavond) Friesch rev. anti-mil. Propcom.
16-05 Appelscha (Pinksterlandd.) Cultuurgedachten
Anti Mil. Landdagen APPELSCHA. Begunstigd door prachtig zomerwee werden hier 14-15 en 16 Mei bovengenoemde landdagen gehouden. Zaterdagmiddag werd een cursus-vergadering gehouden, waar als spreker optrad de heer Max Praag, met het onderwerp Anarcho Socialisme". Zondagmorgen had een openluchtmeeting plaats waar Jo de Haas het onderwerp „Oorlog, crisis en werkloosheid" behandelde. In den avond sprak de heer Joh. W. Warners over het onderwerp, „De oorlog die nadert". Een en ander werd afgewisseld door zang van „Kunst na Arbeid", van Groningen, en de muziek- en zangvereeniging van Emmer-Compascum. In de avondvergadering besprak Jo de Haas het onderwerp „Revolutionnaire kunst". In de feesttent trad als declamator op de heer F. Tingen, terwijl de heer H. Geersinga van Groningen zijn muzikale talenten ten beste gaf. Eenige dilettanten voerden op „De uitgeknepen citroen". Maandagmorgen werd nog een cursus-vergadering gehouden, waar Jo de Haas het onderwerp „Cultuurgedachten" besprak. Het bezoek was zeer groot.
Nieuwsblad van Friesland: Hepkema's courant 18-05-1932.
De landdagen te Appelscha.
Schitterend geslaagd! Bij alle deelnemers aan de Pinkster-landdagen te Appelscha is deze indruk de overheerschende: schitterend geslaagd! Zeker, het weer was ons gunstig (we konden 't niet beter wenschen) en dan is 't in de duinen te Appelscha verrukkelijk-mooi, maar het feit dat alle bijeenkomsten flink bezocht waren, bewijst dat het „doode anarchisme" nog altijd springlevend is in 't Noorden. Van niet minder belang dan het flinke bezoek was het feit, dat in alle bijeenkomsten een goede, d.w.z. kameraadschappelijke stemming heerschte. Het is natuurlijk niet noodig (en ook niet mogelijk) van alles een uitvoerig verslag te geven. We kunnen een en ander slechts even aanstippen. Beginnen we dan met de Zaterdagavond, toen kam. M. van Praag een cursus inleidde, waarbij hij verschillende actueele vraagstukken maar voren bracht. Een leerzame bijeenkomst; groote belangstelling.
Zondagvoormiddag hield kam. Warmers een inleiding over: Staat en Militairisme, waarbij hij tot de conclusie kwam, dat principieele strijd tegen het militairisme alleen vanuit de anti-staatsgedachte mogelijk is. Ook hier intense aandacht zoowel voor W.'s inleiding als voor de discussie, welke er van de zijde van Praag en Jo de Haas op volgde. Voor en na deze cursus gaven onze kameraden-muzikanten uit Emmer-Compascuum eenige nummers ten beste. Dat was in orde, vrienden!
Des namiddags had de meeting plaats. Evenals zulks bij de cursussen het geval was, was ook voor deze meeting de belangstelling grooter dan 't vorig jaar. Het woord werd gevoerd door de kameraden De Haas en Wanners, die beiden uitstekende redevoeringen hielden resp. over: „Crisis, oorlog, werkloosheid" en „De dreigende oorlog". Met groote aandacht werd de uiteenzetting van deze uitermate belangrijke onderwerpen gevolgd.
De muzikanten van Emmer-Compascuum waren ook nu weer op 't appèl, terwijl „Kunst na den Arbeid" van Groningen en de Zangvereeniging uit Emmer-Compascuum voor welkome afleiding zorgden door het zingen van eenige goedgekozen liederen. Eenige uren waren nu disponibel om zich even uit te springen of om een wandeling te doen en dan was de tijd aangebroken voor den aanvang van den kunstavond.
Ook de kunstavond mocht zich in een druk bezoek verheugen, van den kant der heel jonge garde wel wat al te druk. De vrienden Fr. Tingen en Geersinga wisten de aanwezigen te boeien met declamatie en muziek, terwijl door de kameraden uit Appelscha een toonwelstukje werd ten beste gegeven.
Maandagmorgen de laatste bijeenkomst: een cursusvergadering, waarin. J. de Haas sprak over cultuur. Ook nu weer veel belangstelling voor deze leerzame inleiding. Daarmee behoorden ook deze Pinkster-landdagen weer tot het verleden.
Met genoegen kunnen we op deze dagen terugzien. Het waren dagen van leering en propaganda, dagen die de kameraden hebben gesterkt voor verderen strijd.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 42, no. 21, 21-05-1932.
19-05 Rotterdam Cultuurgedachten
Cursusvergadering van „De Dageraad". Donderavond had de eerste cursusvergadering plaats van de reeks met Jo de Haas over: Cultuurgedachten. Spreker begon zijn onderwerp met te zeggen dat de menschelijke psyche een godsdienstig bewustzijn vertoont en steeds weer zien wij de behoefte aan een nieuwe fetisch. In het materialisme is de nieuwe fetisch de molecuul; in het historisch materialisme het marxisme, is het productieproces en in het bolsjewisme is de tractor, het 5 jaren-plan de nieuwe fetisch. Breedvoerig zette spreker daarna uiteen wat wij onder cultuur hebben te verstaan en wees daarbij op de beteekenis van den godsdienst als cultuurvijandig element; hij vergelijkt het snelverkeer met de cultuur en de trekschuit met den godsdienst. De godsdienst is een lagere bewustzijns-toestand en geboren uit sociaal onmachtsgevoel van de individuen en collectief; zij is maatschappelijk ontstaan, maatschappelijk bepaald. Zoo is het ook met de zedelijkheid, zij is van buitenaf opgelegd, pas later ontstaat een individueele ethiek; de zedelijkheid is ook een sociaal product. De godsdienst zou automatisch moeten ophouden, de psychische reactie echter blijft. Langzamerhand wordt door de wetenschap de functie van de godsdienst verengt, de godsdienstige eischen zijn steeds aan verandering onderhevig. Ook de priester wordt overbodig, hij wordt vervangen door den psychiater. Door de ervaring van heden zou eigenlijk niemand meer godsdienstig zijn, het is echter niet mogelijk de godsdienst uit te roeien, omdat de psyche van den godsdienst in het bewustzijn verankerd ligt. Door omwenteling van het bewustzijn moeten wij de psyche veranderen (van binnen naar buiten en niet omgekeerd) en door een nieuwe cultuur vervangen. Jos. Standaar. De vrije socialist 21-05-1932.
26-05-1932 Rotterdam Traditionalisme
Cursusvergadering van „De Dageraad." In de tweede cursus over cultuurgedachten gaf spreker eerst een kort resumé van het gesprokene in de vorige cursus en ging daarna over tot het traditionalisme. De godsdienstige mensch leeft, psychisch gesproken, in het verleden, de massa-mensch leeft in de traditie. De kerk is opgekomen uit de traditie. De kerk, de godsdienst, doorkruist voortdurend onze maatschappij en werkt belemmerend. Elke collectiviteit, elke gemeenschap drukt een gemiddelde uit en er is altijd strijd tusschen de gemeenschap en het individu. De godsdienst en het socialisme vormen twee vijandige levensvisies, het socialisme neemt als stelling, dat de maatsch. zich steeds aan 't vervormen is en het waarachtig blijvende is 't veranderlijke; de Godsdienst kan de maatschappij niet zien als een proces, omdat het in 't verleden leeft; dat is de verstarring. Conclusie: als de Godsdienstige mensch in 't verleden leeft, moet de socialistische mensch in het heden leven. Het socialisme heeft de godsdienst niet kunnen overwinnen, het onmachtsgevoel van den godsdienst moet worden overwonnen. Alle handelingen van den socialist. mensch zijn (als voorbeeld neemt spreker de vakorganisatie en de partij) de mensch is socialist geworden maar hij is drager gebleven van de godsdienstige psyche. Een van de vormen van den godsdienst is het fetischisme de meest moderne fetisch is de Staat. 't Socialisme heeft den Godsdienst niet overwonnen, deze geest, die eeuwen en eeuwen duizenden geslachten heeft beheerscht kan in een halve of driekwart eeuw niet overwonnen worden; alle ontwikkelingsvormen zullen de inslag van het nieuwe vormen. De vrije socialist 28-05-1932.
26-05 Emmen Beschaving contra Godsdienst (Emmer courant 24-06-1932)
Noordelijk Prop.-Comité. Onze eerste meeting in dit seizoen, jl. Zondag te Emmen, is vrijwel verregend. Ondanks het slechte weer waren nog een paar honderd menschen aanwezig. Nadat Jo de Haas plm. een half uur had gesproken, begon het zoo geweldig te regenen, dat verder vergaderen onmogelijk was.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 42, no. 23,04-06-1932.
30-05 Amsterdam Godsdienst contra beschaving De Dageraad (Het volk 28-05-1932)
02-06 Rotterdam Natuurwetenschappelijk en historisch materialisme
Cursusvergadering van „De Dageraad" In de derde cursusvergadering behandelde Jo de Haas Donderdagavond het natuurw. mat. en het hist. materialisme. De 19e eeuw, ook wel de eeuw van de Aufklärung genoemd, aldus spr., is die van de natuurwetenschap. Dit philosofisch stelsel is het materialisme, eens een heldhaftige poging van den mensch tot wereldverklaring en een reactie op den godsdienst. Tegenover de theologie en de meta-physica, die de wereld verdeelden in twee deelen, stof en geest, op dit dualisme was het materialisme een felle reactie en stelde daar tegenover, de eenheid van stof en geest. Het mat. kreeg een revolutionnaire karaktertrek; in het atheïsme zag men de kiemen van de volksvrijheid, de proletarische klasse wordt aanhangster van deze leer. Vervolgens levert spr. critiek op het materialisme van Büchner, dat volgens hem verouderd is en zegt, dat het mat. op kennistheoretisch terrein metaphysisch geworden is. Het ziet de werkelijkheid als een groot moleculair gebeuren, de substantie is primair. Het standpunt van onzen tijd is, dat het mat. een twee-eenheid is; het verschil tusschen godsdienst en het mech. mat. is: voor de eerste is de geest, voor de laatste, de stof alles. In het historisch mat. zien we eenzelfde dualisme; het is niet het bewustzijn, dat oorzaak kan zijn van materieele veranderingen, alles wordt bepaald door economische noodzakelijkheid; de mensch heeft geestelijk geen deel aan dat proces. Evenals de godsdienst, ligt ook het hist. mat. in de menschelijke psyche verankerd. Deze fatalistisch – mechanische opvatting is ontstaan, doordat de marxisten de philosophie van het mat., dat de zichtbare buitenwereld als werkelijkheid ziet, op de maatschappij als zichtbare werkelijkheid ging toepassen. De wereld echter, is een psychisch-physisch geheel; in de substantie gelden bepaalde wetten; ook in den menschelijken geest gelden wetten, die met elkaar verschillen; men bracht de wetten uit de substantie over, op den menschelijken geest. Verschil tusschen productie-proces en substantie is: dat de laatste bezield is; de wetten van de substantie zijn zuiver mechanisch, de andere niet; men ging in het productie-proces de wetten toepassen, die in de natuur golden. Van psychologie had Marx geen notie; hij erkende, dat aan alles een dialectiek ten grondslag ligt, derhalve…. aan het Marxisme. Jos. Standaar De vrije socialist 04-06-1932.
05-06 Purmerend Geen titel (De arbeider 04-06-1932)
09-06 Rotterdam Over Marxisme dat geen rekening houdt met psychologie (onderbewuste)
UIT ROTTERDAM. Cursusvergadering van „De Dageraad". Donderdagavond hield Jo de Haas zijn 4en cursus over: Cultuurgedachten. Spreker begon met te zeggen dat het marxisme met een geweldig philosofisch tekort zit en wees in dit verband op een uitspraak van mevr. R. Holst, dat Marx niet kende den invloed van het onbewust denken en alleen uitging van de gedachte, dat alleen het bewuste denken ons handelen beïnvloed. Een zuiver autom. omzetting dus van den mensch: geest onder invloed van het prod. proces. Deze foutieve stelling is een gevolg van de toepassing van de phil. van Hegel op de maatschappij. Uitvoerig zette spreker daarna uiteen, dat bij het prol. niet de gezindheid werd gepropageerd, maar de belangen, het soc. werd een belangenzaak; belang heeft echter niets te maken met zedelijkheid en ethiek. Het soc. groeit uit het bewuste denken; de sociale leerstellingen zijn ontstaan bij menschen van den anderen kant door edele gezindheid gedreven, het soc. als zoodanig is niet geboren uit klassebelang van het proletariaat. Met voorbeelden als: de Verelendungstheorie, de theorie van de crisissen, de bedrijfsconcentratie e. a. toont spreker het bankroet van het marxisme; we nemen echter juist het tegendeel waar: de vakbonden en partijen zijn ineengegroeid met de burgerlijke beweging. Het kenmerk van den soc. mensch is bewust handelen, soc. handelen. Doordat bij de Marx. de wils- en gezindheidsmotieven niet ontwikkeld zijn, zijn zij geloovig en projecteeren krachten buiten den mensch, die den menschelijken geest stuwen, dat is het fetisch karakter van het hist. materialisme; het mat. is een vermaterialist. godsdienst op aarde. God is men staat gaan noemen. De marx. beweging is collectivistisch en heeft een verkeerde opvatting van het individualisme, omdat zij niets weet van psychologie; de psychologie begint bij het individu. Een soc. beweging die dat niet begrijpt, is een fiasco. Onze inzichten zijn niet voorop gesteld, zij berusten op ervaring. Onze taak is versterking van het revolutionnair bewustzijn. Jos Standaar. De vrije socialist 15-06-1932.
12-06 IJmuiden Geen titel (De arbeider 04-06-1932)
15?-06 Rotterdam Cultuurgedachten
5e/laatste/Dageraadscursus
De 5e en laatste cursus begon Jo de Haas, met aan te toonen, hoe ver we nog van cultuur af zijn en aansluitende op zijn onderwerp: cultuurgedachten, met voorlezing van het slotwoord uit Fedor Vergin's boek: „Onbewust Europa", dat een felle critiek is op het volk van Europa. De schrijver noemt Europa een woestijn en zegt dat de volken elkaar hebben uitgeroeid op bevel en om de belangen van anderen te dienen. Na vervolgens in vogelvlucht een overzicht te hebben gegeven van het voorgaande, waarbij spreker nog even terugkomt op het fetichisme van den prim. mensch en den modern. Arbeider, daar de laatste het prod. proces buiten zich stelt en dan gaat gelooven dat de kap. maatschappij zijn geest zal richten, kwam spreker tot den modernen staat als de nieuwe afgod. God en de Staat zijn beiden abstracties, bestaan in concreto niet; de ideëele dingen heeft men vergroot, buiten zich geprojecteerd; door aanleg is de mensch vatbaar voor fatalisme. Uitvoerig verklaart spreker dan aan de hand van de psycho-analyse den invloed van het onder-bewustzijn op 's menschen handelen en geeft daarvan verschillende voorbeelden. De moderne strekking van het kapitalisme is één groote ontzieling, een verenging van den geest, een verbanning uit het prod. proces. Er groeide niet uit een soc. mensch, maar een mechan. mensch, geestelijk en lichamelijk gecastreerd, of zooals Werner Sombart het noemt: de homo economicus. De strekking van het mod. kap., met zijn tailor-systeem, psycho-techniek etc., is er op gericht de menschen zielloos en zenuwziek te maken. De geest is niet een doelstellend wezen, maar een niet-ethisch, immoreel element. Deze strekkingen en uitwassen van het mod. kap. moeten dan volgens Marx den menschelijken geest in de richting van 't soc. wentelen; we komen dus tot het tegengestelde. Als het bewustzijn het zijn bepaalt, geldt dat voor de prod. wijze, deze komt voort uit het geestelijk leven van den mensch. Wat wij nu waarnemen is alleen wat uit het onderbewustzijn opborrelt. De mensch. geest moet bewust bezield worden, het komt er in dezen tijd op aan een nieuwe gezindheid te wekken. Deze tijd is zonder cultuur. We zijn zedeloos, het is daarom noodig dat we het zedelijk element beklemtoonen om tot een nieuwe cultuur te geraken. JOS. STANDAAR. De vrije socialist 18-06-1932.
19-06 Middenbeemster Alles bij het oude… (De vrije socialist 29-06-1932)
20-06 Den Haag Tegen politiegeweld
Gisteravond werd in het gebouw van het Haagsch Vak-Comité aan de Stille Veerkade een openbare protestvergadering gehouden, vanwege de besturen van de Vrije Socialistenvereeniging, de Int. Anti-Militairistenvereeniging, het Syndicaat P.A.S. en het Haagsch Vak-Comité, tegen het optreden der Haagsche politie op Donderdagmiddag j.l. In deze vergadering, die druk bezocht was, spraken Jo de Haas en B. Bouwman, uit Amsterdam en B. Lambo uit Den Haag. De eerste spreker wees er op, dat in verband met de gebeurtenissen van de laatste dagen, het noodzakelijk is, dat het proletariaat tegenover het geweld middelen van economisch verweer moet stellen. De tweede spreker critiseerde de houding van de S.D.A.P. en het N.V.V., dat de beloften in verkiezingstijd aan de arbeiders gedaan, niet is nagekomen. Ten slotte wees de derde spreker op de noodzakelijkheid van het vereenigd optrekken der geheele arbeidersbeweging om zoowel den huidigen als den komenden moeilijkheden het hoofd te bieden. Het Vaderland: staat- en letterkundig nieuwsblad21-06-1932.
In samenwerking met H.V.C. en libertaire organisaties belegden we 20 Juni een door circa 500 personen bezochte protestmeeting in het H. V. C.-gebouw, tegen de moord te Boskoop en het politieoptreden na de NVV.-demonstratie alhier op 16 Juni. Sprekers: B. Lambo, E , Bouman en Jo de Haas.De wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland, jrg 28, no. 7, 01-07-1932.
UIT DEN HAAG. Tegen de politie-terreur. Door het Haagsche Vak-Com. de I. A. M. V. het Synd. P. A. S. en de Vrije Soc. Ver., was j.l. Maandagavond een protestvergadering uitgeschreven tegen het optreden der politie te Boskoop en elders. De zaal was stampvol. Het woord werd gevoerd door Joh. de Haas, Bot en Bonneman. Het was een waardig protest, waardoor de strijdgeest stellig is aangewakkerd. De vrije socialist 25-06-1932.
26-06 Emmen Beschaving contra Godsdienst Vrijdenkers vereeniging
De Dageraad afd. Emmer-Compascuum
MEETING op Zondag 26 Juni in de Emmer Dennen, Bij ongunstig weer in zaal WIELENS. SPREKERS: JOH. W. F. WARNERSvanGroningen (voorheen Ned. Herv. Predikant te Drachten) ONDERWERP:„GOD EN GEZAG”, Jo de Haas van AmsterdamONDERWERP:BESCHAVING CONTRA GODSDIENST. Medewerking Muziek en Zangvereen. van Emmer-Compascuum.Emmercourant24-06-1932.
03-07 Beets De Bolsjewisten, de Anarchisten Prov. rev. anti-mil. comité en de Arbeidersbeweging
Daar is bijv. de heer Jo de Haas, die op 3 Juli een rede hield te Beets, voor welgeteld honderd man en onder de bescherming van 2 veldwachters en 2 marechaussees, en die zich niet ontzag, de strijdende arbeiders van Rotterdam en Amsterdam voor „plebs" en „schorem" uit te maken, waarmee hij niets te maken wilde hebben! Natuurlijk kwam hij ook weer met de gewone anarchistische ophitsing tegen de communisten. Maar de arbeiders, die hij voor „schorem" uitmaakt, weten, wie hun vrienden, en wie hun vijanden zijn! De tribune: soc. dem. weekblad 07-07-1932.14
Uit Beets (…) Een anarchistische meeting. De anarchisten hebben hier ook een meeting gehouden. Jo de Haas voerde het woord. Als men honderd verschillende anarchisten over dezelfde zaak hoort praten, dan hoort men honderd volledig van elkaar afwijkende meeningen. Of zij het willen of niet, zij verwekken hiermee verwarring onder de arbeiders, wat rechtstreeksche ondersteuning van de bourgeoisie beteekent. Kam. Roorda kwam in debat. Hij wees op de noodlottige verwarring die de anarchisten stichten en gaf daarna een duidelijke uiteenzetting van de communistische politiek. Tenslotte wees hij op het oorlogsgevaar, om te besluiten met een krachtige opwekking om 17 Juli, deel te nemen aan de anti=oorlogsmeeting te Gorredijk.De tribune: soc. dem. weekblad13-07-1932.
10-07 Hoorn Wat heeft ons de oorlog van 1914 Provinciale Samenwerking geleerd
Jo de Haas, die in zijn betoog op felle wijze de handelingen geeselde der heeren wapenfabrikanten — vooral Krupp moest het ontgelden — die voor en tijdens den oorlog geweldige winsten hebben gemaakt, echter ten koste van nog geweldiger menschenoffers. Met zeer veel aandacht werden de sprekers gevolgd en zoo mag, ondanks het geringe bezoek, deze meeting dan toch geslaagd heeten. Nieuwe Hoornsche courant 11-07-1932.
13-07 Delft God en de crisis De Dageraad (De vrije socialist 09-07-1932)
31-07 Haarlem Dageraad, uw licht breke door De Dageraad
gewestelijke landdag
Jo de Haas hield hierna een rede over het onderwerp: Dageraad, uw licht breke door!" Spreker vraagt zich af, hoe lang het nogverboden zal zijnom iets te zeggen dat niet-vrijdenkers, kan hinderen, terwijl wij, vrijdenkers, dagelijks door woord en daad dooranderen in onze heiligegevoelens worden beleedigd. Daar schijnt men zich niets van aan te trekken. Tegen deze reactionnairemaatregelen zal „De Dageraad" eenkrachtig protest laten klinken. Spreker geeft tal van voorbeelden hoe verderfelijk theologischedogma's werken. Met den wensch, dat deinzichten van „De Dageraad" mogen veld winnen, dat zij vat zullen krijgen op de massa,dat de verhoudingen in de maatschappij weermenschelijker zullen worden, dat actie de reactie zal wegvagen, besloot spr. zijnrede. (Daverend applaus.) Het volk: dagblad voor dearbeiderspartij 01-08-1932.
06-08 N. Beets (Open Verg.) Bolsjewisme als crisis-verschijnsel 17-08 ook in Beets/Gorredijk (De C. P. H. is uitgenoodigd voor debat)
(De arbeider 30-07-1932)
21-08 Appelscha De vernieuwing ten opzichte van het sexueele vraagstuk
De vernieuwing ten opzichte van het Sexueele Vraagstuk. (Korte samenvatting van het gesprokene door Jo de Haas op den landdag te Appelscha op 21 Augustus.) Voor wat het onderwerp zelf betreft, ben ik volmaakt onschuldig. Ik bespreek het in opdracht. Wat geenszins wil zeggen dat ik er zelf eenig bezwaar tegen heb. Integendeel!! Wie zoozeer van de beteekenis van het sexueele overtuigd is als ik, niet slechts voor zoover het betreft de uiting er van b.v. door de geslachtsdaad maar veel meer voor wat de invloed er van betreft op den geheelen mensch in al zijn uitingen, ook in het dagelijksch leven, van de beteekenis van dien invloed in zijn verhouding van mensch tot mensch en óók voor de politiek, die zal voorloopig nog niet gelooven aan „overdrijving" voor wat bespreking van deze soort onderwerpen betreft, doch veeleer weten dat er eerder van onderschatting sprake is. Nu omvat dit „vraagstuk" velerlei! En in tegenstelling tot wat ik reeds meerdere malen besprak, n.l. de details van een of ander onderdeel, wil ik mij juist nu bepalen tot het geven van een poging om de groote beteekenis van het sexueele voor den geheelen mensch en dus ook voor de politiek in het licht te stellen. Al direct ligt hier de groote scheidingslijn tusschen het individueeIe en het sociale. Voor de deskundigen is thans voldoende bekend hoe ieder mensch worstelt met zijn eigen driften en hoe dit van zeer groote beteekenis is voor wat wij gewoonlijk plegen te noemen het zieleleven van den mensch. De stemming van den mensch, zijn aangenaam of héél onaangenaam gedrag in den huischelijken kring of dien van vrienden, is heel dikwijls bepaald door het al of niet bevredigd zijn van bepaalde sexueele verlangens. Bekend is ook hoe een volkomen onbevredigd blijven van liefdesverlangens vaak leidt tot zenuwstoornissen. Doordat de groote volksmassa natuurlijk niets weet en begrijpt van de werking dier sexueele driften op den mensch, is deze massa nooit in staat de soms zeer eigen-aardige gedragingen van menschen in hun omgeving te begrijpen. Waaraan ik moet toevoegen dat ook de meeste menschen , n i e t s begrijpen van zichzelf en dus van hun eigen zieletoestand en als gevolg weer daarvan van hun eigen handelen in 't leven. Zelfkennis is zeker op dit terrein wel uiterst moeilijk. Waar ik echter dezen keer de details juist wil verwaarloozen, volsta ik dus met te zeggen dat de mensch in zijn geheele wijze van spreken, schrijven, handelen, óók in ‘t openbare leven voor een zéér belangrijk deel wordt bepaald door diep-liggende driften. Waar deze driften zich, op welke wijze dan ook, gaan uiten langs den weg van de geslachtelijke verhouding, daar drukt reeds dit laatste woord uit, dat het individueele overgaat in het sociale. Hierdoor dringen zich weer tal van nieuwe vraagstukken aan ons op. In 't groot gezien zijn die verhoudingen van drieërlei aard, te weten Hetero-, Bi- en Homosexueel. En waar er zelfs in onze beweging nog menschen zijn die vragen of er heusch homosexueelen bestaan!! die zal ik dan maar besparen de nog veel meerder, bestaande verhoudingen, die ze dan zeker niet zouden gelooven. De homosexualiteït verwekt gewoonlijk direct een storm. Wat niet verwondert! Storm is luchtinval in een luchtledig. Die storm bestaat dus in de ledige hoofden. Eén onzer groote geleerden, Prof. Hugo Vries, vond de homosexualiteit eigenlijk een vanzelfsprekendheid, aangezien hij op alle levensgebieden, waar hij vorschte, steeds op alle regels uitzonderingen vond. Voor hem zou derhalve het niet vinden van zulk een uitzondering in het leven van den mensen op zichzelf een uitzondering zijn! De groote afkeer van de homo-sex. vindt natuurlijk zijn oorzaak, als bij alles, in totale onwetendheid. Daarnaast hebben we dan nog een moraal van den godsdienst die niet is opgebouwd uit de verschijnselen van het werkelijke leven zélf, maar omgekeerd heel vaak die werkelijkheid wil ontkennen en daardoor tot mishandeling er van overgaat. Als voorbeeld behoef ik slechts te geven de roomsche kerk, waarin men van een groep menschen (de priesters) eenvoudig wil doen of het geen „mannen zijn! Hier gaat dan de godsdienst strijden tegen biologische feiten en slaagt er vaak in de sexualiteit zelfs geheel „om te zetten”. Niet uitroeien! Want sterker dan elke godsdienst is de kracht der sexueele drift!! Wat ook heel begrijpelijk is als ik als bijzonderheid er slechts aan toe voeg, dat de godsdienst zélf ten deele product is van de sexualiteit!! Maar de godsdienstige moraal, ontstaan in een ver verleden, kan niets weten van een biologisch verschijnsel als de homosexualiteit. En heeft het uit geestes-armoede maar als „zondig" bestempelt, waarvan de biologische werkelijkheid zich tot op heden niets aantrok. De heterosexueele verhouding levert weer tal van andere problemen, waarvan zeker dat van de voortplanting wel het voornaamste is. Dan komen de vragen over het al of niet noodzakelijke en het al of niet geoorloofde der voortplanting. Vragen die van politieken, economischen, hygiëinischen en ethische n aard zijn. En in dezen tijd van „crisis in permanentie" zeker héél sterk economisch, waardoor de inzichten groeien in de noodzakelijkheid van bewuste beperking van het kindertal, dat in zichzelf weer ethisch is tegelijk. Ook hier natuurlijk stuiten dan de nieuwe „inzichten van de wereld" weer op de moraal van de kerken. Leveren al deze dingen ons reeds een staalkaart van vraagstukken, een nog veel ingewikkelder gaat den laatsten tijd onze aandacht vragen. Want onze kennis neemt steeds toe, waardoor we tot de erkenning komen, dat we nog niet veel weten in verhouding tot de groote raadselen die nog besloten liggen in dat wat wij gewoonlijk de ziel noemen. Zoo worden we ons er al meer van bewust dat ook de politiek een zekere achter- of ondergrond moet hebben. Dat dus ook politieke persoonlijkheden worden bewogen door in hen levende driften van sexueelen aard. Wat eigenlijk allemaal reeds vanzelf sprak, maar wat we in de toekomst wetenschappe1ijk zullen moeten stellen. De groote macht van het sexueele is reeds lang erkend. En het is de psycho-analyse, welke ons heeft geleerd dat de inhouden der menschelijke ziel zeer belangrijk sexueel zijn. En ieder mensch welhaast weet dat we natuurlijk handelen in ons leven vanuit onzen ziel of geest. Dan is de logica hiervan, dat óók ons politiek optreden niet los te denken is van sexueele driften diep in ons. En bij z.g.n groote politieke figuren moet dus een bepaalde sexualiteit, die tot hun optreden aanleiding geeft, naspeurbaar zijn. Een poging hiertoe is het groote werk van Fedor Vergin, getiteld „Het Onbewuste Europa". Verschillende figuren als wijlen de keizers van Duitschland en Oostenrijk, Bismarck, Mussolini en Hitler worden sexueel „geanalyseerd". En daarmede dus tegelijkertijd de systemen, uit die figuren gegroeid of rond die figuren gekristalliseerd, zooals b.v. Hitler en het fascisme. Dit ongetwijfeld belangrijke boek is natuurlijk niet het laatste woord, veeleer het eerste. Maar in ieder geval versterkt het nog eens wat ons niet geheel vreemd meer was, n.l. dat fascisme en, ik voeg er bij, ook bolsjewisme nog heel iets anders is dan een politiek verschijnsel zonder meer. Het is als politiek verschijnsel zelfs niet eens het belangrijkste. Wat wij hier het politieke noemen, is waarschijnlijk niet veel anders dan de vorm waarin zich bepaalde driften uiten, of waartoe zich die driften hebben gekristalliseerd. Fascisme en bolsjewisme kenmerken zien door hun geest van gewelddadigheid. De heele na-oorlogsche faze trouwens kenmerkt zich er door. Men denke slechts aan Polen, Hongarije, de Balkanlanden enz. en wij zien overal de middeleeuwsche foltering herleefd. Toegepast op gevangenen. Maar deze geweldsdriften en bloed-hartstochten, deze wellust en wreedheid zijn evenmin als fascisme en bolsjewisme politieke verschijnselen op zichzelf. Deze dingen zijn niet politiek-economisch te verklaren omdat ze véél en véél dieper wortelen. De politiek-economische verhoudingen van onzen tijd leveren veeleer slechts de omlijsting waarbinnen ze tot uiting komen en waardoor ze ook zijn gewekt, maar ze zijn niet zelf politiek-economisch. We hebben hier te doen met oer-driften die de mensch nooit kwijt kan raken, maar op z'n best sublimeeren. En naar mijn meening is alle cultuur eigenlijk niet anders dan het leeren beheerschen en doelbewust „omzetten" van de eigenlijk dierlijke driften! Wie dit alles gaat begrijpen, begrijpt ook de ontzettende tragiek van dezen tijd!! Die begrijpt hoe moeilijk de dingen zijn en óók dat wat politieke „leuzen" niets baten. Als bv de bolsjewisten het fascisme willen bekampen met rood front-geweld, dan doen zij bij de volksmassa slechts een beroep op p r e c i e s h e t z e l f d e waarop de fascisten het deden! Te weten op de oerinstincten, dat is: op geweld, wreedheid en wellust. En het ontzettende is juist dat op deze wijze als méér gewekt wordt dat, wat - we juist hoe eer hoe beter moesten overwinnen, En wie driemaal roept „rood front" roept niet vanuit zijn geest, maar schreeuwt van tusschen de beenen vandaan!!! Hij gilt om het beest Wie nu van een en ander doordrongen wordt, gaat dus begrijpen, dat het ook hier weer openlijk bespreken van het sexueele geen „particuliere liefhebberijtje" is, dat met de werkelijkheid niets te maken zou hebben. Integendeel: het sexueele zélf is waarschijnlijk de grootste werkelijkheid, welke andere, kleinere werkelijkheid (óók politiek) verwekt. Hoe belangrijk ook voor het practische leven een begrijpen van deze dingen is, leert ons b.v. de strijd tegen den oorlog. Want ook hier is alles weer véél en véél ingewikkelder dan „de man van de straat" wel denkt. Zoo min men fascisme keert met „rood front"- geschreeuw, zoo min keert men de oorlog door het populaire woord „breekt de zwaarden over de knie". Want de werkelijke „oorlogsmogelijkheid" ligt weer veel dieper als wordt vermoed. Tusschen oorlog en sexualiteit bestaat óók weer een nauw verband. Ik verwijs hier naar De Ligt's prachtig artikel in de „W. N." over: „Oorlog en geslachtsdrift" en het goede werk dat Mr. Giltay verricht op dit gebied in „Bevrijding". Want ook hier wordt ons al meer duidelijk dat de oorlogsanalyse van voorheen niet deugde, althans maar voor de helft juist. En juist dié uitgesproken helft was en is de onbelangrijkste. De oorlog werd steeds door de socialisten politiek-economisch verklaard. Slechts weinigen dorsten een diepere diagnose te stellen. Hier moet ik wijzen naar het buitengewoon fraaie werk van Reijndorp , In den greep van het Barbarisme". Waarin meesterlijk een psychologische diagnose wordt gesteld. 'immers de politieke economische diagnose van den oorlog gaf alléén aan van waaruit de oorlog noodzakelijk werd. Maar het verklaarde niets!! Het gaf geen enkele opheldering voor wat de m o g e l ij k h e i d betrof. En ik vraag sterk de aandacht voor het verschil tusschen die beide woorden: noodzakelijkheid en mogelijkheid. En met een variatie op Vergin's boek zou ik hier kunnen spreken van: „het onbewuste menschdom", want onbewust had vrijwel ieder het vage gevoel dat die gegeven politiek-economische verklaring niets verklaarde! Hoe vaak werd niet dat woord gehoord als de gruwelen van den oorlog weer steeds de aandacht trokken: „hoe is het mogelijk?" Inderdaad. Als het anti-militairisme slechts een kwestie was van een beroep op het nuchtere verstand, was alles stellig veel gemakkelijker. Maar alles is zooveel moeilijker! Want bij diepergaande studie blijkt ons, dat de oorlog als kristallisatie van bloeddorst, wreedheid en wellust zich feitelijk aansluit bij bepaalde driften in den mensch. Wie er iets van gevoelt, begrijpt dat ook hier weer alle oppervlakkigheid zonder beteekenis is voor den strijd tegen den oorlog. Ja, die komt er toe de oorlog te gaan bestrijden; door een beroep te doen op driften die een „andere" oorlog oproepen! En het wordt ook duidelijk waarom fascisten èn bolsjewisten zoo gemakkelijk de massa's winnen. Zij doen beiden een beroep op één en 'hetzelfde. En oorlog, fascisme, bolsjewisme, geweld, bloed, wellust, wreedheid, het wortelt alles in één en denzelfden grond! En geweld, bloed, wreedheid en geslachtsdrift zijn óók weer één!! Bekend is hoe de geslachtsdrift kan worden bevredigd door pijniging (sadisme). Hieruit moet dan ook de na-oorlogsche herleefde foltering op politieke gevangenen worden verklaard. En ook in de geslachtsdaad zelf komt telkenmale een meerdere of mindere mate van gewelddadigheid op. En bedenk bovendien hoe krachtens de menschelijke natuur zelf de man altijd in het geslachtsleven de aanvaller, de veroveraar is. Het laat zich denken,, dat bij de oermenschen die verovering een gewelddadige moet zijn geweest. De cultuur van vele, zeer vele eeuwen heeft eindelijk over de oerdriften een laagje vernis gesmeerd. En alleen met héél veel eigenwaan en zelfoverschatting kunnen de menschen meenen ver daaraan te zijn ontgroeid. Maar de oorlog leerde ons wel dat door en onder den druk van uitwendige dingen de oermensch weer zóó was op te roepen!! Millioenen konden hun driften geen baas blijven en plotseling ging een kokende stroom van tijdelijk ingedamde wellust, bloedbegeerte etc. over de wereld. Men loosde met groote kracht.,,. Millioenen die „de krachten tusschen de beenen" niet konden beheerschen, uitten het via het militairisme. Daarlangs werd alles afgeleid. Dat heette toen moreel, het werd officieel geoorloofd en zelfs heldhaftig verklaard: en toen na dit tijdperk van „officieel geoorloofde sexueele uitbarsting" enkelen dit voortzetten, werden die arme stakkers persoonlijk verantwoordelijk gesteld (Haarmans). Zóó houdt dan een wereld, kokende en schuimende van wellust, de schijn der heiligheid op! Zoo zette de oorlog het noodlot in. En de oerdriften, eenmaal gewekt, konden wel niet anders dan zich voortzetten in gewelddadige revoluties. En de finale instorting wordt welhaast voltooid door de groote geweldsstroomingen van onzen tijd, fascisme en bolsjewisme, die slechts beslag behoeven te leggen op de verschrikkelijke waanzin waardoor de menschheid nu bijna een kwart eeuw bevangen is. Aldus is er eenerzijds het staatsgeweld dat al vreeselijker wordt en de menschheid al heviger prikkelt. Anderzijds, als gevolg en ten deele als reactie daarop, andere en toch; weer zelfde geweldsgezindheid. Om allen met elkander de oerdriften van den mensch al meer en meer te wekken. En wie, als ik, de dingen zóó ziet, heeft met de „leuzen" afgedaan en met de oppervlakkigheid gebroken maar is aldus als realist en idealist niet meer te grijpen, door welke bewegingen ook die z.g.n. cultuurwerk willen verrichten door terug te loopen. Eeuwen ver terug in de geschiedenis. En wat ik derhalve versta onder vernieuwing op dit terrein in dit verband is dit: eerst moeten we erkennen wat de mensch is. Waarvoor we alle schijn-heiligheid moeten afwerpen, om eerlijk te verklaren, dat we in zéér belangrijke mate een sexueel wezen zijn en dat we ons daarvoor niet behoeven te schamen, omdat deze sexualiteit 's menschen grootste stuwkracht is. Alleen dit erkennen en kennen kan tot sublimatie leiden. Als we er ons van bewust zijn zeker als voorhoede der s t r ij d e n d e m e n s c h h e i d dat deze onze driften tot ondergang maar óók tot opbouw eener hoogere wereldorde kunnen worden „verbruikt", dan dienen we ook met de daad het voorbeeld te stellen door alle sexualiteit die zich langs den weg der gewelddadigheid wil uiten, aan te merken als verkeerd verbruikte energie, en ons volledig in te stellen op de b o v en-gewelddadige middelen. Aldus zal ook het anarchisme het beste gebaat zijn. En erkennende dus ons sexueel wezen, moeten wij door het begrijpen onzer krachten komen tot rustige en voorname „uitlening" ervan. Een deel onzer krachten zal ongetwijfeld ook als geslachtsdaad in een bepaalde verhouding worden verbruikt. Deze verhouding ieder naar de wijze waartoe hij of zij biologisch is bestemd. En het andere deel zoo doelbewust mogelijk sublimeeren, „omzetten" tot iets hoogers, opdat tenminste een stuk van het beest zal worden GEEST!!
De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 42, no. 39, 24-09-1932
Kommentaar van Metz in De arbeider 08-10-1932.
Open brief aan de Redactie van „De Arbeider". Zeer zeker ben ik er van overtuigd, dat Uw streven, om vernieuwing te brengen ten opzichte van het sexueele vraagstuk, voortkomt uit een streven wat gericht is op de toekomst en het geluk van onze nakomelingen. Door het uitgeven van een brochure, om te komen tot vernieuwing van het sexueele vraagstuk, tracht gij dit te bereiken. Naar aanleiding daarvan wil ik U op een groot gevaar wijzen. Volkomen ben ik er van overtuigd, dat de handelingen van de menschen voor een groot deel door de liefde worden bepaald al is het dan niet zoo om hen, die in de oorlog zijn gedreven en verschillende revolutionairen de naam te geven van sadist. Mijn waarschuwing geldt voor een gedeelte van de conclusie van J. de Haas, n.l.: Een deel onzer krachten zal ongetwijfeld ook als geslachtsdaad in een bepaalde verhouding worden verbruikt. Deze verhouding ieder naar de wijze waartoe hij of zij biologisch is bestemd. Hierin schuilt een groot gevaar. Personen, waarbij perverse geslachtsgewaarwordingen zich voordoen of ziek zijn, die zouden kunnen veronderstellen dat ook zij op den goeden weg zijn. Indien dit zoo is dan is dat tot schade van de menschheid. Het is niet voldoende ons in te stellen op de sexualiteit, die bevrediging vindt in de gewelddadigheid. Er zijn. ook andere en die zeer zeker een gevaar vormen (vooral voor de jeugd). Er zijn helaas heel wat personen die uit hun evenwicht zijn op sexueel gebied, voor hen is deze conclusie gevaarlijk. Zij hebben een andere behandeling en raad .noodig. Dit is werk voor een psychiater. Vaak heb ik sexologen hooren beweren, ieder geval staat op zich zelf en heeft een aparte behandeling noodig. Dit neem ik aan. Indien U vernieuwing ten opzichte van het sexueele vraagstuk wil brengen, past dan op, men doet gauw schade. Men kan geen maatstaf trekken, die voor een ieder geldt. Ik adviseer U, geef deze brochure niet uit A'dam, 26 Sept. 1932. G. METZ.
Antwoord: Het is allesbehalve aangenaam, dat er altijd menschen zich gedrongen gevoelen om op grond van futiliteiten de werkkracht van anderen te verlammen, door altijd en eeuwig iets aan te merken. Natuurlijk is er wel wat aan te merken op het door mij geschrevene, maar dacht Metz nu misschien, dat iemand ter wereld ooit kans zag een artikel te schrijven waarop een ander niets aan te, merken zou hebben'?! M.i. zou het vruchtbaarder zijn om wat minder Letterzifterij te beoefenen na eerst zelf d e zinnen los van elkander t e h e b b e n gemaakt, waardoor d en g e e s t welke het geheele artikel in verband houdt, n a t u u r l ij k verdwijnt. De oppositie gaat hoofdzakelijk tegen den zin: „Een deel onzer krachten enz." Wie nu dezen zin leest vooral in verband met het laatste gedeelte van het artikel, waar ik juist de schoonheid, de zuiverheid, de sublimatie beklemtoon, en juist alle gewelddadig geuite sexualiteit (sadisme) aanmerk als „verkeerd verbruikte energie", die moet er toch van overtuigd zijn dat juist dit artikel nooit aanleiding kan geven tot de gevaren waarop Metz doelt van doe maar raak. Lezen is: het opnemen van de totaalgeest die uit een artikel spreekt. Lezen is niet: zin voor zin, los van elkaar, inslikken Wie dit eerste doet, begrijpt ook, dat de door mij geschreven zin: „Een deel onzer krachten. enz." als conclusie (nadat ik er de sublimatie-gedachte aan heb laten voorafgaan!!) aansluit bij het eerste gedeelte van het artikel, waar ik drieërlei uitingsvorm der driften stel: Hetero-, Bi- en Homosexualiteit. Is het nu wel iets anders van Metz dan de zucht toch maar iets te willen zeggen, als ik er nog aan toevoeg, dat die gewraakte zin wordt voorafgegaan (lezers controleer!) door dezen: „En erkennende dus ons sexueel wezen, moeten wij door het begrijpen onzer krachten komen tot r u s t i g e en voorname „uitleving" ervan." Deze zin heeft Metz rustig laten rusten. Maar hij laat aan wat ik werkelijk bedoel geen twijfel over!! Ik vraag in die gewraakte zin niets anders dan wat Metz zélf wil.,1 in zijn eigen beweging!! De „Wereldbond voor Sexueele Hervorming" eischt internationaal gelijkstelling tusschen homo- en heterosexueele uitingen: „indien er sprake is van handelingen tusschen geslachtsrijpen en met wederzijdsch goedvinden." Hetgeen ik nu „rustige en voorname" uitleving heb genoemd. Als er in weerwil daarvan personen komen die „ziek zijn, die zouden kunnen veronderstellen enz." (zie Metz) nu ja, dan vermag ik daartegen niets te doen. Dezulken zullen misschien omdat ze ziek zijn niet kunnen of willen lezen, maar tegen hen zal zelfs de best gehanteerde pen van de edelste schrijvers uit het kamp der N.-Malthusianen niet zijn opgewassen. Voor wie lezen kunnen laat mijn artikel geen twijfel en alléén voor dezulken is het geschreven. JO DE HAAS,De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 42, no. 41, 08-10-1932.
21-08 Appelscha De ondergang van het proletariaat (rev. anti-mil. prop-com Friesland) (De arbeider 13-08-1932)
28-08 Wijnjeterp Kl. Blauw De eenzame mensch in den Groote Herdenkings-Meeting grooten strijd (De arbeider 20-08-1932)
18-09 Leeuwarden Heeft de godsdienst nog beteekenis voor onzen tijd?
De d.d. 18 Sept. j.l. hier ter plaatse door de gewestelijke Vrijdenkers Propaganda Commissie „de Noordelijke provincies" georganiseerde meeting is moreel zoowel als financieel goed geslaagd. Een 400 bezoekers luisterden vol aandacht naar de kam. C. Bosma van Heerenveen en Jo de Haas van A'dam, die resp. behandelden de onderwerpen: „De verderfelijke invloed van den godsdienst op de jeugd", en „Heeft de godsdienst nog beteekenis voor dezen tijd'. Vuil was hier de tegenwerking van den heer Zonderland, directeur van de. soc. dem. Zangvereeniging „De Dageraad" te Leeuwarden, die eerst medewerking toezegde, wat ook in de reclame werd gemeld, doch zich op het laatste ogenblik terugtrok en de zangvereeniging dwong hetzelfde te doen, omdat deze heer aanstoot nam aan het onderwerp van Bosma. Deze soc. dem. zangvereeniging schijnt heelemaal onder dictatuur te staan van genoemden direkteur, 't met toezeggingen tegenover andere vereenigingen niet zoo nauw te nemen. Gelukkig was de mandolineclub „Harmonie" direct genegen haar gratis medewerking te verleenen, zoodat misschien wel het bezoek, doch meeting zelf er niet onder heeft geleden. 's Morgens werd een vergadering van het Gewest gehouden, waar naar men ons mededeelde 'n prettige en werkzame geest heerschte, en de afgevaardigden naast verschillende organisatorische zaken, de propaganda voor 't komende seizoen behandelden en vaststelden. Werden er het vorige seizoen door het Gewest en de aangesloten afdeelingen 'n 70-tal openbare vrijdenkersvergaderingen gehouden, ook dit seizoen belooft weer goed te worden. De vrije socialist 24-09-1932.
08-10 Assen Breekt de dreiging van terreur en Openbare verg. geweld Tegen oorlog en fascisme
Zaterdagavond hield het Antifo-comité Assen een openbare vergadering in de Foyer van het Concerthuis. Als sprekers waren aangekondigd J. de Kadt, Haarlem en J. de Haas, Amsterdam. Deze laatste was echter wegens ziekte verhinderd, in wiens plaats G. Nabrink te Den Haag als spreker optrad, over het onderwerp: Breekt de dreiging van terreur en geweld. Na een korte pauze sprak J. de Kadt over: De taal der arbeidersklasse tegen oorlog en fascisme. Beide sprekers bestreden het fascisme en wekten op tot verweer der arbeidersklasse. Op beide redevoeringen volgde nog eenig debat, waarna de voorzitter deze vergadering met een opwekkend woord sloot. Nieuwsblad van het Noorden 10-10-1932.
15-10 Rotterdam Heeft de godsdienst nog De Dageraad beteekenis voor onzen tijd?
Zondagmorgen behandelde Jo de Haas voor ons het onderwerp „Heeft de godsdienst nog beteekenis voor onzen tijd”. Na een inleidende beschouwing over de psycho-analyse van Freud, toonde spreker de overeenkomst tusschen droom-wensch-bevrediging, wensch-vervulling en den geloovige: bij beiden speelt het onbewuste een rol. De geloovige is gelijk te stellen met den lijder aan dwangneurose; de paranoïcus, want zijn godsdienstige voorstellingen berusten eveneens op dwangvoorstellingen; de godsdienst is naar buiten geprojecteerde psychologie. Vervolgens schetste spr. uitvoerig de maatschappelijke taak en de materieele functie van den godsdienst en bewees met tal van voorbeelden dat door den vooruitgang op technisch en wetenschappelijk gebied, de invloed van de kerk merkbaar verminderd is. Gemengde huwelijken, kinder-geboorte, kerkafscheiding, bewijzen dat de mensch het buiten de kerk kan stellen; in het maatschappelijk leven functionneert de godsdienst niet meer. Van de gelegenheid tot debat werd door 3 personen gebruik gemaakt, die door spr. uitvoerig werden beantwoord. Jos Standaar. De vrije socialist 15-10-1932.
25-10 Leeuwarden Tegen de Roode kruiscollecte Protestvergadering (Leeuwarder nieuwsblad 24-10-1932)
03-11 Hilversum Heeft de Godsdienst nog De Dageraad beteekenis voor onzen tijd
En wanneer dit berichtje onder de oogen der lezers komt, heeft op 3 November Jo de Haas reeds zijn spreekbeurt gehouden voor „De Dageraad" met als onderwerp: „Heeft de godsdienst nog reden van bestaan?"De vrije socialist 09-11-1932.
04-11 Velsen Noord Heeft de Godsdienst nog De Dageraad beteekenis voor onzen tijd15
Velsen Noord. De vergadering vanwege „De Dageraad" alhier gehouden met als spreker Jo de Haas is best geslaagd. Jo sprak over: „Heeft de godsdienst in dezen tijd nog reden van bestaan?" Op een zeer eenvoudige manier werd dit onderwerp behandeld en bracht voor de meeste aanwezigen veel nieuws en tevens eenvoudige gezichtspunten over dit vraagstuk. Het was een goed bezochte vergadering en mag in alle opzichten best geslaagd heeten.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 42, no. 47, 19-11-1932.
07-11 Rotterdam Revolutionair gedoe
Vrije Gr. L.M.O.
Maandag 7 Nov. heeft voor de Vrije Groepen in het gebouw „De Spil" Dordtschestraatweg Jo de Haas het onderwerp behandeld: „Revolutionair gedoe" Spreker concludeerde dat crisis in deze periode feitelijk geen crisis is (omdat logischerwijze crisis een komende opleving vooronderstelt) maar een inluidende fase van de ondergang van het kapitalistisch systeem en zocht een verklaring voor deze onvermijdelijke ondergang. Deze ligt in het conflict nationalisme-internationalisme; reëel gedacht, geestelijk en materieel. De periode 1914—1918 bracht het direct nationalisme een gemis aan internationalisme. Het volk heeft zoo goed en kwaad het ging de oorlog maar opgeheven. De toenemende techniek, luchttransport, radio b.v., kunnen niet bestaan binnen nationale grenzen. Kunst en wetenschap in 't geheel niet. Kapitalisme daarentegen als exploiteerende groep is geestelijk-nationaal ingesteld (steunt de nationale industrie b.v.) doch moet voor haar materieele belangen tevens internationaal zijn (ook door z'n koloniale politiek). De grootste groep arbeiders dragen ook hetzelfde in zich, maar dan omgekeerd. Materieel-nationaal (het niet dulden van buitenlandsche arbeidskrachten b.v.) geestelijk internationaal. De Marxistische arbeidersbeweging is gericht op het ingroeien in het kapitalisme (parlementkaderschool). Het leidersproces is tot lijdersproces verworden, gelijk onze oude kameraad Domela Nieuwenhuis altijd voorzien heeft. Door het ingroeien zijn de leiders over de lijn gegroeid en zijn er als kind in huis. Dat ze het samen best kunnen vinden, blijkt wel uit het feit, dat een zoon van den margarine-koning v. d. Berg er met een dochter van A. B. K. vandoor is. Verder illustreerde hij nog enkele feiten omtrent geldbelegging van organisatie's aangesloten bij N.V.V., zooals in de spoorwegen b.v. (8 November, daar ga je met je goeie gedrag) in oorlogsleeningen enz. enz. Het groote licht Henri Polak', vergoeilijkte het met de woorden, dat je op deze wijze makkelijk geld kreeg voor propaganda om daarmee hen later aan te tasten (moet je nog peultjes). Uit waardeering is hij dokter in de letteren gemaakt. Met dit al is de arbeidersbeweging machteloozer dan ooit. Leuzen worden vervlakt, vroeger was het tegen de directe oorzaken, nu voor water- en melkachtige vaagheden zooals socialisatie, medezeggingschap enz. Het reformisme is bankroet en brult nog steeds hoera bij elke nieuwe overwinning, zooals werkverschaffing, loonsverlaging, werktijdverlenging enz. Tenslotte vestigde spreker er nog de aandacht op, dat uit de arbeidersklasse steeds de beste dictators zijn voortgekomen (Mussolini, Pilsoedski b.v.) Deze tijd heeft ze noodig, het masker der democratie valt weg en het kapitalisme staat er in z'n ware fascistische gedaante. Felle terreur naar binnen en fel militairisme naar buiten. Verdrongen van het Oosten en uit koloniën door de technisch opkomende landen als Rusland en Japan, doet Europa, trots het geklets van den Volkenbond over internationale samenwerking (nationaal herstel) inéénstorten als kapitalistisch systeem, met als laatste redmiddel tegen het Europa koloniseerende Oosten, een der verschrikkelijkste oorlogen. Een debater vulde na de pauze het gesprokene nog goedbedoeld aan, waarna kameraad de Uitert de vergadering sloot. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 42 no. 47, 19-11-1932.
10-11 N. Schans Wat ons naar den ondergang drijft En wat ons redden kan
(De arbeider05-11-1932)
11-11 Zuidbroek Idem
In „Ons Gebouw" trad hedenavond voor het Noordelijk Sociaal-Anarchistisch Propaganda-Comité als spreker op de heer Jo de Haas van Amsterdam, met het onderwerp „Wat ons naar den ondergang drijft en wat ons redden kan". De opkomst was gering.
De Noord-Ooster 12-11-1932.
12-11 Warffum Idem (ging niet door)
(De arbeider26-11-1932)
13-11 Engelbert Idem (De arbeider05-11-1932)
13-11 Groningen Heeft de godsdienst nog beteekenis voor dezen tijd?
Openbare vergadering „De Dageraad". Er bestond maar matige belangstelling voor de j.1. Zondagvoormiddag gehouden openbare vergadering, waarin Jo de Haas als spreker optrad met het onderwerp: „Heeft de godsdienst! nog beteekenis voor dezen tijd?" Dat was jammer, want de door De Haas gehouden redevoering was werkelijk waard door meerderen aangehoord te worden. Aan de hand van verschillende feiten toonde hij aan, dat de godsdienst meer en meer door de wetenschap wordt verdrongen, waarbij hij uitvoerig uitweidde over de verrassende ervaringen welke de studie over de zielkunde hebben opgeleverd. Van de gelegenheid tot discussie werd door één persoon gebruik gemaakt, terwijl door een ander een vraag werd gesteld. Na beantwoording daarvan sloot de voorzitter de vergadering. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 42, no. 47, 19-11-1932.14-11 Musselkanaal Wat ons naar den ondergang drijft en wat ons redden kan
(De arbeider 12-11-1932)
15-11 Valthermond Idem (De arbeider05-11-1932)
16-11 Schoonoord Wat ons naar den ondergang drijft Sociaal Anarchistisch Propaganda-comité en wat ons redden kan
In het café Trip hield bovenstaande vereeniging een openbare vergadering, die ook door velen, buiten deze gemeente, bezocht werd. Spr. was de heer Jo de Haas met als onderwerp: „Wat ons naar den ondergang drijft en wat ons redden kan". In een vlot betoog zette spr. uiteen, dat de menschheid op 't oogenblik voor een algeheele ondergang staat. De crisis werd uiteengeplozen en spr. kwam tot de conclusie, dat deze een aankondiging was van een stervende maatschappij. Volgens spr. is in het diepst der arbeiderszielen nog niet een zuiver begrip van het socialisme aanwezig. De arbeiders liggen in groote massa geestelijk verankerd in het nationalisme en daarom is propaganda zoo bitter noodzakelijk. Een daverend applaus beloonde spr. voor zijn uiterst boeiende voordracht.Provinciale Drentsche en Asser courant 18-11-1932.SCHOONOORD. In ’t café van wed. Trip trad in een openbare vergadering, belegd door liet Noordelijk Sociaal Anarchistisch Propagandacomité, op de heer Jo de Haas van Amsterdam met het onderwerp: „Wat ons naar den ondergang drijft en wat ons redden kan.” In een uitvoerig betoog zette spr. uiteen, dat we op ’t oogenblik aan den vooravond staan van ondergang der geheele menschheid. Economisch bezien, blijkt, dat de arbeidersklasse het sterkst wordt gegrepen. Volgens spr. bestaat er geen crisis. De grondoorzaken der geweldige gebeurtenissen zijn de conflicten tusschen nationalisme en internationalisme. De zoogenaamde crisis is een pijnlijke aankondiging van een stervende maatschappij. Het kapitalisme bestrijden en de arbeiders internationaal te leeren denken, weten, handelen, daarvoor is stevige propaganda noodig. Men moet zich daarvan bewust worden en eendrachtelijk zich willen klaar maken voor het socialisme, dat een zuiver nationalisme in zich sluit. Aan het einde der rede klonk een daverend applaus. De vergadering was ook door velen, buiten ons dorp, bezocht. Emmer courant 22-11-1932.
17-11 Emmen Idem
Noordelijk Prop.-Comité. Onze acht vergaderingen met Jo de Haas zijn weer achter de rug. En laat het ons maar direct bekennen, ze zijn over het algemeen niet best geslaagd. Warffum moest zelfs heelemaal overgaan. Emmen werd veranderd in een cursusvergadering. Alles tezamen slecht, en begrijpelijkerwijze een financieele strop. (Al was onze spreker ook nog zoo opofferend). Kameraden, we moeten daar weer doorheen. Zij, die nog geld aan het N.P.C. willen afstaan, laten die het direct doen. En anderen die nog iets willen missen, weten het adres: B. J. Ploeger, Selwerderstraat 24, Groningen.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 42, no. 48, 26-11-1932.
20-11 Rotterdam Theosofie is vrijdenken De Dageraad
Het Zondagmorgen j.l. gehouden debat tusschen de heeren R. de Jong en Jo de Haas over: ,,Theosofie is Vrijdenken", is moreel 'n fiasco geweest. Eerstgenoemde, die tot taak had de stelling dat theos. vrijdenken is, te verdedigen, (het onderwerp was door hemzelf positief vastgesteld) bepaalde zich er slechts toe, om aan te toonen, dat men in zijn vereeniging vrij kan denken en om zulks te bevestigen las hij een 4-tal artikelen voor uit de statuten zijner vereeniging. De rest van spr.'s betoog was een zuiver subjectieve beschouwing over theosofie, dat met vrijdenken niets te maken had. Jo de Haas wees dan ook terecht op het z.i. onvruchtbare van het debat, daar de Jong zich niet aan het opgegeven onderwerp gehouden had. Spr. had van zijn tegenstander positieve stellingen verwacht; hij had willen hooren dat men de leerstukken van de theos. aanvaardend, vrijdenker kon zijn. De Haas leverde vervolgens een vernietigende critiek op de theos. en bewees aan de hand van de theos. litteratuur (Blavatsky) de overeenkomst tusschen de geloovige die in 'n leven na dit leven, en de theosoof die in de re-incarnatie gelooft en noemde de theos. de meest reactionnaire beweging. De opkomst was helaas slecht. JOS STANDAAR De vrije socialist 26-11-1932.
23-11 Hoorn Mogen we dood gaan, of: moeten I.A.M.V. West-Frl. we krepeeren
DOODGAAN OF CREPEEREN? Gisteravond hield de I.A.M.V. een bijeenkomst in de Parkzaal, waar het woord werd gevoerd door Jo de Haas. De opkomst was niet bijster groot. Spreker vergeleek de wereldgeschiedenis met een wals, die over ons heen dreigt te gaan. Het geweld gaat als een waanzin over de wereld en het geweld van rechts uit zich in den vorm van fascisme, d.i. niet anders dan kapitalisme. De historische noodzakelijkheid van fascisme stond vast en is een uiting van het kapitalisme in zijn ondergang, evenals de democratie uiting van het kapitalisme was in zijn bloei. Tijdens den bloeitijd van het kapitalisme hadden de arbeiders het ideaal van verovering der machtsposities in deze kapitalistische maatschappij. Zij gingen in den politieken en economischen strijd hand in hand en pikten werkelijk eenige graantjes van de rijk voorziene kapitalistische tafel. Daardoor werd echter het wezen van het kapitalisme niet aangetast en meestal werden de kleine overwinningen door de arbeiders weer langs een omweg betaald. Men meende hiermede op den goeden weg te zijn. doch de arbeiders werden er geestelijk door aangetast. Vroeger hoorde men nog eens een leuze als: Weg met kroon, beurs en altaar! Nu is echter de arbeidersbeweging vroom geworden en houdt er nog slechts, enkele water- en melkleuzen op na. Men wil nu op vilten pantoffeltjes den weg marcheeren naar den socialistischen hemel. Men verlangt zelfs weer naar een tijd van hoog-conjunctuur, inplaats van naar den dood van het kapitalisme te verlangen. Deze hoog-conjunctuur zal echter nooit meer komen en daarom hebben wij ook geen crisis. Er groeit momenteel een Oostersch kapitalisme, hetwelk dat van het Westen gaat bedreigen, zooals spr. met tal van voorbeelden illustreert. In de textiel-nijverheid kiezen onze arbeiders partij tegen het Japansche kapitalisme ten bate van het Nederlandsche kapitalisme. Men verzoekt vreemde arbeidskrachten te weren — wat een internationalisme, arbeiders tegen arbeiders! — terwijl zij veeleer een beroep op elkander moesten doen om hun onderdrukkers er uit te smijten. Wij leven in een felsten economischen oorlog en daaruit volgt onherroepelijk de militaire oorlog. Er wacht ons niet anders, aldus spr., als een felle, revolutionnaire strijd. De periode van het stembiljet is voorbij. Spr. wijst op het geweldige wereldgebeuren, op de drastische maatregelen tegen het socialisme. Men laat. zich afslachten…. en wij doen niets. De groote massa blijft leuteren over haar V.A.R.A.-liedje. De geheele wereld rond woedt een krankzinnige terreur, welke ook hier over een paar jaar haar intrede zal doen. Gelukkig maar, want dan wordt men misschien wakker! Het kapitalisme is niet zoo dom als de arbeiders, het verwacht — de minister heeft dit nog onlangs gezegd— nog belangrijke diensten van vrijwillige landstorm en burgerwacht, en zouden de arbeiders dit dan moeten verwachten van hun stembiljet? De Volkenbond beschouwt spr. als één ernstig gevaar voor den wereldvrede. Terwijl de Volkenbond vergadert, bouwt de heele wereld oorlogsvliegtuigen, is men op de laboratoria bezig met het kweeken van pest- en cholera-bacillen enz. De gasoorlog wordt nu reeds uitgevochten op de ruggen van de beesten, zoo zijn er nog onlangs in Duitschland 2000 katten op de alleronmenschelijkste wijze om het leven gebracht om de uitwerking der gifgassen te controleren. Dit geschiedt met beesten, die met de heele rotz…. niets te maken hebben. Boden zich daar nu eens burgerwachters voor aan, dan kon men daar respect voor hebben en was men ze meteen kwijt (Gelach.) Zoo gaat de wereld en de menschheid onder en gevoelt men ook het verschil tusschen doodgaan en crepeeren. Als een mensch dood gaat, moet hij eerst hebben geleefd en wij leven op het oogenblik niet, tenzij in een waanzin. Wij moeten ons oefenen te leven en een ieder, die niet meewerkt om het verschrikkelijke, wat ons wacht, te vermijden, is mede schuldig aan het crepeeren der menschheid. (Applaus.). Nadat de heer De Haan nog een enkele vraag heeft gesteld, wordt de bijeenkomst door voorzitter Machielsen met een woord van dank gesloten. Nieuwe Hoornsche courant 24-11-1932.
24-11 Hippolytushoef Heeft de godsdienst nog betekenis voor deze tijd
J.L. Donderdag had in het café van den heer C. Scheltus te Hippolytushoef een openbare vergadering plaats van ,,De Vrije Groep", afd. Wieringen. Als spreker trad op de heer Jo de Haas met als onderwerp: ,,Heeft de godsdienst nog beteekenis voor onzen tijd"
.
De Voorzitter opent de vergadering en zegt tevreden te zijn over de opkomst. Pl.m. 6o personen zijn aanwezig. Hierna verkrijgt de heer de Haas het woord en spreekt het volgende: Een van de verschansingen van den godsdienst is eeuwenlang geweest dat de godsdienst iets min of meer geheimzinnigs was, voor wetenschappelijk onderzoek niet te benaderen. De l9e eeuw echter werd de eeuw van de zielkunde daarna verdiept tot psycho-analyse. De menschelijke ziel wordt voorwerp van onderzoek en ontdekt naast het bewuste geestesleven in den mensch het onbewuste geestesleven of het z.g. onderbewustzijn. Dit onbewuste laat zich afmeten aan een lijden aan neurose en openbaart zichzelf aan den normale mensch in den vorm van vergissen, vergeten. verschrijven, enz. Daarnaast ontstaat de wetenschappelijke bestudeering van den droom. Deze droom blijkt te zijn een schepping van het onbewuste waaraan wensch ten grondslag ligt. Sigmund Freud heeft nu den godsdienst eveneens geanalyseerd als te zijn een schepping van datzelfde onbewuste. Zoomin als de droomer de beelden in den droom herkent als de scheppingen van hem zelf, zoo min herkennen de menschen de symbolen waarin zij hun godsdienst uitleven als scheppingen van zichzelf, De psychoanalyse vestigde onmiddellijk er de aandacht op dat bij droom en godsdienst één en hetzelfde grondelement aanwezig zijn, nl. den wensch. De droom is daarom als wenschbevrediging gezond en dus noodzakelijk. Hij geeft den mensch de innerlijke ontspanning welke voor zijn geestelijke gezondheid onontbeerlijk is. De godsdienstige mensch echter heeft wenschen die hij niet in droomtoestand, maar in de werkelijkheid bevredigen wil. Deze wenschen echter zijn niet te verwerkelijken. Zij zijn: eeuwig leven, geluk bezitten zonder ongeluk, vreugde smaken zonder enig leed. Alle dus wenschen in het absolute. De werkelijkheid echter is niets dan betrekkelijkheid, althans voorzoover zich deze werkelijkheid als bewustzijn laat bedenken. Daarom moet de godsdienstige mensch voor de verwezenlijking van zulke wenschen zijn toevlucht zoeken in de fantasie. Dientengevolge is het de wijsgeerige noodzakelijkheid, dat de vrome komt tot de vlucht uit het leven. En zijn wenschen in 't absolute zullen, zoo meent hij, dan verwezenlijkt worden als een normaal mensch juist vaststelt dat er niets meer te verwezenlijken valt, omdat dat de dood is. Daarnevens heeft de psycho-analyse gewezen op de treffende overeenkomst tusschen de dwanghandelingen van den zenuwpatiënt en de ceremonieele handeling van den godsdienstigen mensch. De zenuwpatiënt en de vrome mensch missen beiden het geestelijk gezonde vermogen om oorzaak en gevolg in een bepaald geval op de juiste wijze te binden. Vandaar dat de geloovigen b.v. wereldcrisis zien als gevolg van de zonde in het menschelijk hart instede van in een bepaald economisch stelsel. De spreker maakte met voorbeelden duidelijk, dat de godsdienst dan ook niets anders was dan een ziekte van den geest. terwijl op het materiële gebied van 's menschen leven de godsdienst practisch gesproken geheel is uitgeschakeld en vervangen geworden door de wetenschap. Met voorbeelden op alle levensgebieden werd dit verduidelijkt. Spreker kwam dan ook tot de eindconclusie dat de godsdienst geen enkele beteekenis meer heeft voor onzen tijd. Een hartelijk applaus verwierf deze rede en nadat voorzitter den spreker dank had gebracht, werd de vergadering gesloten. Schager courant 26 november 1932.
VERGADERING „VRIJE GROEP". Bovengenoemde vergadering vond plaats Donderdagavond in de zaal van den heer Scheltus, te Hippolytushoef, en werd bijgewoond door ruim vijftig personen. Spreker was dezen avond de heer Jo de Haas met onderwerp: „Heeft de Godsdienst nog beteekenis voor onzen tijd". Heldersche Courant 26 november 1932).
04-12 Haarlem Politiek en sexualiteit Afd. Dageraad (De vrije socialist 30-11-1932)
06-12 Oterleek Waarin we leven kunnen en waarin we ondergaan
OTERLEEK. Door de Provinciale samenwerking op anti-militaristisch gebied, was Dinsdagavond een vergadering uitgeschreven in café van Ham. De heer Joh. van Harskamp leidde met een enkel woord den spreker, Jo de Haas, in, die zijn rede aanving met het bekende bijbelwoord: ,.Eben Haezer". dat wil zeggen ,,tot hiertoe heeft de Heer ons geholpen". In goed Hollandsch wil dat zeggen. dat de wereld krankzinnig is. Waartoe heeft De Heer ons dan geholpen? Het is ongelooflijk maar waar, dat de kerkmenschen nog steeds met hun gedachten vertoeven in een sfeer dat alles van God komt en stopt de kerken in het Zuiden vol met munitie. Menschen, die op grond van hun principe niet naar een bioscoop gaan, zien er echter geen bezwaar in des Zondags schietoefeningen te houden in de kerk. Zij vormen de burgerwacht en vrijwillige landstorm, tellende een 70000 manschappen, bereid de ,,orde'' te handhaven. De minister heeft gezegd. dat hij ze weer van wapenen had voorzien. omdat hij nog groote diensten van hen verwacht. De minister is de spreektrompet van het kapitalisme, een gevolg van
'
ons waanzinnig systeem, aldus spr. Men weet zeer goed. dat daar opstand en verzet van zal komen. Het kapitalisme ziet wel, dat een groot deel der menschheid dreigt onder te gaan. In Nederland steunt het kapitalisme op politie en troepen. Dat is alleen mogelijk doordat de menschen met hun gedachten eeuwen ten achter zijn. De wereldorde is nog steeds een goddelijke orde en hieruit vloeit voort dat de overheid, het gezag, ook komt uit God. Het Nederlandsche parlement heeft een wet aangenomen tegen de godslaslering. In wezen is deze wet gericht tegen de vrijdenkers, maar hoe belachelijk is deze wet. Het heeft den schijn alsof men onzen lieven Heer in bescherming moet nemen. Als wij zeggen. dal de wereldorde krankzinnig is, dan is dit geen overdrijving. We beschikken over wonderen van techniek en in weerwil daarvan is de wereld zieker dan ooit. Millioenen menschen hebben behoefte aan alles en toch spreekt men van overproductie en vernietigt tegelijkertijd groote voorraden. In China loopen 35.000.000 menschen zonder kleeding maar het katoen word vernietigd. Onder het kapitalisme wordt alleen geleverd wat men kan koopen, anders wordt er geen winst gemaakt. Op het oogenblik leven in Düsseldorf 41000 gezinnen onder den blooten hemel op een stuk heide omdat ze de huur niet meer kunnen betalen. En deze waanzin zou worden geleid door God? Dan zijn de vrijdenkers nog het zedelijkst, zij beschuldigen tenminste daarvan het kapitalisme. Deze ellende is niet plotseling opgekomen. maar is een gevolg van een langdurig proces. De ontwikkeling der maatschappij is uitgegroeid tot wat wij noemen: het moderne kapitalisme. Daardoor zijn millioenen menschen onteigend, daar ze over niets anders beschikken dan over hun spierkracht. Dit is moderne slavernij, de meesters eigenen zich de opbrengst toe. In de 18e eeuw is een geweldige vlucht gemaakt door de invoering der machines. Het feodale tijdperk waarin nog plaats was voor handenarbeid werd hierdoor afgesloten. Het moderne industriekapitalisme stichtte groote fabrieken en centra' s en de groote rooftocht over de wereld was begonnen. De arbeiders werden een verlengstuk van de machine, de gouden eeuw voor het kapitalisme was aangebroken. De koloniale politiek kreeg hierdoor tevens een ander aspect. Had deze eerst het karakter van handel, van ruil, dit werd door de veranderde behoeften van de groote fabrieken ook anders. Men kreeg behoefte aan allerlei producten welke hier niet te krijgen waren. De benoodigde grondstoffen zaten buiten Europa in den grond. Men had arbeiders noodig die er uit te halen en zoo maakte het kapitalisme de bruine inlanders tot loonarbeiders. Men dwong hun die producten en grondstoffen af te staan. Hierdoor ontstond een razende productie in het Westen, met als gevolg, dat de wereldmarkt overvoerd raakte. Telkens opnieuw stokt de wereldhuishouding en dan spreekt men van crisis. Men tracht elders afzetgebied te vinden, doch overal is ook reeds de concurrent. Hieruit groeit het militarisme. Steeds weer stoot het kapitalisme van het eene land op dat van een ander bij het zoeken van afzetgebieden. Dit proces heeft in 1914 geleid tot den wereldoorlog. Maar het volk werd wijs gemaakt, dat het vaderland in gevaar was. Indien er sprake was van gevaar dan was het wel het leven van de proletariers, toen zij ten oorlog trokken. In 1826 begon Krupp zich in Duitschland te ontwikkelen en werkte met 7 menschen. Er werden alleen geweerloopen gemaakt, doch in 1847 begon hij ook kanonnen te fabriceeren. Toen hij in 1877 stierf had het geweldige bedrijf 24.576 kanonnen geproduceerd, waarvan 10.000 geleverd waren aan het eigen land en de rest aan andere landen. In 1911 had men afgeleverd 53.000 kanonnen, waarvan 26.000 aan Duitschland en de rest aan 52 verschillende landen. Dat wil dus zeggen, dat toen de oorlog uitbrak, de Duitschers aan flarden werden geschoten door hun eigen kanonnen. Dat is het nationalisme van de bezittende klasse. In Dordrecht staat een ammunitiefabriek, doch deze werkt niet alleen voor Nederland, doch levert aan ieder die betalen wil. Zoo werden in I929 80 millioen patronen geleverd aan China, waar de Nederlandsche regeering een oorlogsbodem heen zond om de belangen van Nederland te verdedigen. Indien het tot ongeregeldheden had geleid waren de Hollanders beschoten met door Hollanders vervaardigde patronen.
een
De oorlog heeft gekost duizend milliard mark, dat is 700.000.000 mark per dag. Er zijn 10.000.000 menschen gevallen in den oorlog, d.w.z., het dooden van enkel mensch kostte f 60.000. Hiervan zou een arbeidersgezin 60 jaar lang kunnen leven, als ze f 20 per week berekenden. Om dat alles moogelijk te maken werden geldleeningen gesloten bij het kapitaal, tegen een flinke rente. Zoo verdiende het kapitaal eerst aan de leveranties en daarna aan het geleende geld. Engeland leende 365.000.000 pond sterling. Per dag moet deze natie betalen 12.000.000 tot het jaar 2070. Nederland leende twee milliard gulden tegen 5 % rente. zoodat ze per jaar 100.000.000 gulden moet betalen aan rente alleen. 0p de begrooting is uitgetrokken voor militaire doeleinden 375 millioen gulden. In totaal wordt aan het militarisme per jaar betaald twaalf milliard gulden. En wat krijgt de menschheid daarvoor? Een staand leger van 7.000.000 manschappen, waarbij nog komen 38.000.000 geoefenden, totaal 45.000000 soldaten. Deze beschikken over: 7000 tanks, 9000 stuks zwaar geschut, 35.000 stuks licht geschut, 256.000 machinegeweren, een oorlogsvloot van 5 millioen ton en bovendien nog 20.000 gevechtsvliegtuigen. Dit alles niettegenstaande de Volkenbond reeds 13 jaar lang niets anders doet, dan praten. Deze zal den vrede niet kunnen brengen, men spreekt in Genéve over vrede, doch bereidt zich thuis voor. Spr. noemde het een verstandig besluit om de conferentie maar te verdagen tot 1936. De vrede zal moeten komen van onderen op door propaganda door de arbeiders. Niet alleen om te weigeren dienst te nemen maar ook om te weigeren oorlogsproducten te fabriceeren. De mensch staat voor de keus: ten onder te gaan of door eigen kracht naar boven te worstelen ten bate der gehele menschheid. Een vraag werd door den spreker beantwoord waarna de heer Harskamp de bijeenkomst sloot.
Alkmaarsche courant 9 december 1932.
07-12 Schermerhorn Waarin we leven kunnen en waarin we ondergaan(De arbeider 26-11-1932)
08-12 Hensbroek Waarin we leven kunnen en waarin we ondergaan (De arbeider 26-11-1932)
09-12 Akersloot Waarin we leven kunnen en waarin we ondergaan (De arbeider 26-11-1932)
Uitgeest. Voor rekening van de Prov. Samenw. organiseerden wij in Akersloot een openbare vergadering, waar Jo de Haas sprak over „Waarin we ondergaan en waarin we leven kunnen”. De vergadering slaagde schitterend, 40 personen waren aanwezig wat voor zulk een plaatsje uitstekend is. Drie aanwezigen gaven zich na de rede van Jo als lid op, zoodat onze afdeeling nu 4 leden daar ter plaatse telt. Met de verdere propaganda, zooals kolportage met de W. N. wordt nu begonnen, in de hoop dat er weer een zelfstandige afdeeling gesticht kan worden. De wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland, jrg 29, no. 2, 01-02-1933. 10-12 KoedijkWaarin we leven kunnen en waarin we ondergaan
Zaterdagavond werd in het lokaal van den heer M. K. de Weerd een openbare vergadering gehouden door de provinciale samenwerking op anti-militaristisch gebied in Noordholland, waar als spreker optrad de heer Jo de Haas, uit Amsterdam. De voorzitter opende met een woord van welkom en was tevreden met de opkomst. Hij behandelde de noodzaak van het werk voor het anti-militarisme en wees hierbij op het binnenlandsch militarisme. Hierna was het woord aan den spreker, die wees op de crisis in verband met het fascisme en het militarisme. Men kan niet aantoonen dat er een betere tijd komt. Deze maatschappij is kapitalistisch en de arbeider is een slaaf die zijn arbeid verkoopt voor enige guldens. De kleine tuinder en de boer in hun eigen bedrijf konden zicht zelfstandig houden door veel en lang werk. Ook die is een werker in slavernij. Het gaat nu naar den opbouw van een betere maatschappij. Het moet worden de socialistische maatschappij, waar de levenszekerheid der menschen bestaat. Spreker gaf aan dat de vroegere toestand niet meer kan bestaan. Spr. wees hierbij op Engeland dat heeft een miljoen zwarte menschen in de oorlog gebracht, maar die hebben Westersche indrukken gekregen. Hun was beloofd een betere toestand en zij ondervinden nu nog zwaarder druk. Rusland en Japan ontwikkelden zich, China produceert met een geweldige snelheid (dit heeft Colijn erkend) en die groote landen concurreren den Westersche export weg en knoeien de markten. Na de pauze zeide spreker dat wij nog meer naar beneden gaan. De kapitalisten kunnen zich handhaven op het minimumbestaan van den arbeider. Het kapitalisme maakt zich klaar voor bruut optreden tegen de arbeiders, want de minister verwacht meer werk van landstorm en burgerwacht. Ook in den Haag en Utrecht wordt met kracht gewerkt om op te treden wat spreker met voorbeelden aantoonde. Thans hebben wij een aantal menschen, die wel geld geven om het militarisme te bekostigen. Daarvoor worden groote sommen betaald die door de belastingen worden opgebracht. Spr. verwachtte dat in 1934-1935 de oorlog wel zal uitbreken. De Volkenbond geeft geen uitkomst, daar het militarisme grooter is dan in 1914. De menschen in den Volkenbond zijn zeer geïnteresseerd bij den aanmaak van oorlogstuig. Spreker gaf sterke staatjes van gasverstikkingen en het materiaal dat er voor klaar staat om gebruikt te worden. Het platteland heeft de taak om het proletariaat van de steden te steunen, Van de gelegenheid om met den spreker van gedachten te wisselen werd door een 4-tal toehoorders gebruik gemaakt, welke sprekers op diverse punten verschil van inzicht hadden. De belangrijkste vraag hoe het moet worden, kan moeilijk beantwoord worden. Daar de spreker aan tijd gebonden was gaf het debat niet veel resultaat. Bij het sluiten werden door den voorzitter pogingen aangewend om een afdeling op te richten. Alkmaarsche courant 13 december 1932.
12-12 Alkmaar Heeft de godsdienst nog betekenis voor dezen tijd
OPENBARE VERGADERING VAN VRIJDENKERS. Spreker Jo de Haas. Gisteravond organiseerde de vereeniging voor provinciaale samenwerking op antimilitairistisch gebied in Noord-Holland een openbare vergadering in de dancing van de Harmonie, waar Jo de Haas zou spreken over het ontwerp: ,,Heeft de godsdienst nog beteekenis voor onzen tijd." Het bezoek op deze vergadering was weinig, wat door den voorzitter, die bij de opening eenige woorden van inleiding sprak, werd betreurd. Hierna kwam de spreker aan het woord, die met de theorie van Freud trachtte aan te toonen wat godsdienst eigenlijk was. Freud meende, dat godsdienst was een ziekte van de menschelijke geest, die men als normaal beschouwt, omdat zoovelen er aan lijden. De psycho-analyse stelde vast, dat de mensch in hoofdzaak leeft en handelt naar het onbewuste geestesleven. Freud's leer zegt dat wat hier verborgen ligt, de geheele historie is van het menschelijk geslacht en dat dit het gebied is van de verdrongen sexualiteit, omdat men zich in de maatschappij niet kan uitleven. Veel raadselachtige dingen aan den mensch konden verklaard worden uit dit onderbewustzijn, zooals allerlei zenuwziekten, waartoe Freud ook meende, dat de godsdienst behoorde. Spr. zeide vervolgens, dat tusschen de droom en de godsdienst punten van overeenstemming en verschil zijn. De droom werkt ontspannend, maar de godsdienst stelt eischen, die niet verwerkelijkt kunnen worden, want de godsdienstige mensch wil b.v. eeuwig leven. Na nog eenige van Freud's theorieen opgehaald te hebben, ging spr. over tot het bespreken van de practische kanten der kwestie. Alkmaarsche courant 13 december 1932.
14-12 Nieuwe Niedorp Jeugd en het anti-militairisme
Woensdagavond had een vergadering plaats van de afd. van de I. A. M. V. in de zaal van den heer Kossen ter verwelkoming van den dienstweigeraar C. Bosman. De heer Dekker verklaarde in zijn openingswoord dat deze vergadering niet is belegd om een dienstweigeraar omhoog te steken zooals sommigen wel eens meenen, maar in hoofdzaak om het anti-militaristisch vraagstuk aan de orde te stellen. Hierna behandelde de heer Jo de Haas het vraagstuk van de jeugd en het anti-militarisme en zette in een gloedvol en kernachtig betoog het anti-militaristisch en revolutionair-socialistisch standpunt uiteen. Ter afwisseling werden door den heer Drenth eenige gedichten voorgedragen. Een 100-tal personen was aanwezig. Alkmaarsche Courant 5 december 1932.
Woensdagavond had een vergadering plaats van de afd. van de I.A.M.V. in de zaal van den heer Kossen, ter verwelkoming van den dienstweigeraar C. Bosman. Een 100-tal personen was aanwezig. In het openingswoord heette de heer Dekker den heer Bosman welkom en zei een misvatting die hier heerscht omtrent dergelijke vergaderingen als deze te moeten rechtzetten, omdat sommigen de veronderstelling hebben dat die speciaal worden belegd om een dienstweigeraar omhoog te steken. Dit is geenszins het geval. De hoofdzaak van deze vergadering is het vraagstuk van de jeugd en het anti-militairisme aan de orde te stellen. Hierna behandelde de heer Jo de Haas het vraagstuk van de jeugd en het anti-militairisme en zette in een gloedvol en goed gedocumenteerd betoog het anti-militairistisch en revolutionair socialistisch standpunt uiteen. Ter afwisseling werden door den heer Drenth eenige gedichten voorgedragen. Schager Courant 15 december 1932.
15-12 Winkel Wij hebben het nooit geweten, en wie zeggen het te weten, weten 't niet.(De arbeider 05-11-1932)
16-12 Hoorn Heeft de godsdienst nog beteekenis voor onzen tijd?
Nadat nog kort geleden Jo de Haas in het Park was opgetreden voor de Prov. samenwerking op anti-militairistisch gebied, hield hij gisteravond wederom een lezing, thans de vraag behandelende: Heeft de godsdienst nog beteekenis voor dezen tijd? Spr. trachtte aan de hand van Freud’s bekende theorieën het wezen van den godsdienst aan te toonen, als zijnde een ziekte van den menschelijken geest, welke niet als zoodanig wordt aangemerkt, omdat zij zoo algemeen is. Op Freud’s theorieën voortbouwende, gaf spr. een beschouwing over het onbewuste geestesleven, het onderbewustzijn, dat zoo’n belangrijke rol speelt, bron is van allerlei zenuwziekten, waartoe dan volgens Freud ook de godsdienst zou behooren. Na dit nog van meer nabij te hebben belicht, kwam spr. tot behandeling van de verschilpunten en overeenkomst tusschen godsdienst en droom, daarbij opmerkende, dat de godsdienst niet te verwezenlijken eischen stelt, zooals bij voorbeeld ten aanzien van het eeuwig leven. Nadat inleider nog enkele van Freud’s theorieën had belicht, kwam hij tot een korte beschouwing van de practische kanten van het vraagstuk om aan de hand hiervan de in den aanvang gestelde vraag, of de godsdienst nog beteekenis heeft voor dezen tijd, tenslotte ont kennend te beantwoorden. Nieuwe Hoornsche courant 17-12-1932.
20-12 Velsen/IJmuiden Het uitvaagsel der maatschappij Plaatselijke vredesgroep (IJmuider Courant 19 december 1932)
21-12 Beekbergen Gaan wij naar den vrede
GAAN WIJ NAAR DEN VREDE? BEEKBERGEN. Over dit onderwerp sprak de heer Jo de Haas voor de Anti-Militairen Vereeniging, in de zaal van hotel Smittenberg te Beekbergen. Spr. is van meening, dat zijn vraag een vraag is, die zeker niet van belang is ontbloot. Immers, vier wezenlijk tot oorlogdragende krachten zijn na den oorlog niet alleen gebleven, maar zelfs verscherpt. Volgens spr. zijn dit het spionnagestelsel, de geheime diplomatie, de geheime militaire verdragen en vooral de bewapenings-industrie. Was er kort voor den oorlog internationaal 10 milliard voor het militairisme uitgegeven, thans is dat geworden 12 milliard. Spr. vermeldde, dat de laatste wereldoorlog gekost heeft 1000 milliard, hetgeen geleend moest worden en waarvoor op dit oogenblik de volkeren weer moeten bloeden om dit bedrag met de noodige rente terug te betalen. In Nederland moet men om schuld en rente af te lossen, voor wat de mobilisatie heeft gekost, jaarlijks vele millioenen opbrengen. Spr. noemde een cijfer van f 375.000.000 in 1932. Aan de hand van cijfers en gegevens kon spr. naar zijn meening positief mededeelen, dat het militairisme per jaar f 100.000.000 kost. Nimmer was er een zoo razend militairisme als momenteel internationaal. Spr. meende erop te moeten wijzen, dat een van de grootste gevaren op dit oogenblik de internationale bewapeningsindustrie is, geleid door personen, wier eenig doel is, de menschheid in een oorlog te storten, omdat oorlog voor hen beteekent winst. Met klem verklaarde spr., dat voor hen zonder meer de oorlog zaken doen was. Hun lugubere praktijken begonnen reeds voor den oorlog. Spr. vervolgde, dat midden in den oorlog het internationaal zakendoen van kracht bleef. Krupp verkocht een patent op ontstekingsdoppen op granaten aan Engeland. Er waren 123.000.000 stuks granaten met „die" doppen op de Duitschers verschoten en de firma Krupp berekende 99 pfenning per dop. Spr. vervolgde, dat de Duitsche draadfabrieken aan het Duitsche leger 15.000 ton prikkeldraad per maand leverden en aan het Fransche leger 150.000 ton. Omgekeerd leverde Engeland aan Duitschland nikkel, rubber, enz., waardoor volgens de Engelsche admiraal Consett in een in 1928 geschreven boek, de Duitschers den oorlog twee jaar langer konden volhouden. Spr. ging voort met mede te deelen, dat die zelfde kapitalistengroepen propageerden door hun pers, dat vaderlandsliefde een van de schoonste zaken ter wereld is. Spr. kon mededeelen, dat in Nederland ook een zoo'n vaderlander woonde, n.1. den heer H. Deterding. Naar spr. meening, had deze in het land een benzolfabriek staan, welke stof wordt gebruikt voor springstof. Engeland kreeg behoefte aan benzol en op een bepaald oogenblik werden de installaties naar Engeland overgebracht, onder bescherming van de Engelsche vloot, Spr. wees de aanwezigen met nadruk erop dit feit te bezien vanuit een zuiver nationalistisch standpunt. Spr. wees erop, dat, had Nederland oorlog gekregen, het Nederlandsen leger zonder benzol zou gezeten hebben. Aan de hand van dit feit bracht spr. naar voren, dat de pers dit verzweeg, maar na beëindigen van den oorlog gaf de heer H. Deterding een schilderij present aan het Mauritshuis, en toen jubelde de heele vaderlandsche pers over die vaderlandsche daad. Aan het einde van zijn betoog deelde spr. mede, dat op dit oogenblik de menschheid door de internationale dreiging naar den afgrond voert. Daarom was het allereerste en voornaamste werk van de anti-militairisten, de bewustmaking der groote volksmassa, opdat deze de groote dreigende gevaren zal doorzien en verijdelen. Nieuwe Apeldoornsche courant 22-12-1932.
22-12 Apeldoorn De krankzinnigheid der tegenwoordige wereld
Voor de afdeeling Apeldoorn van de Anti-Militairisten vereeniging sprak Donderdagavond in de Harmonie, in de Mariastraat, de heer J. de Haas, over „De krankzinnigheid der tegenwoordige wereld". De heer de Haas zeide in den aanvang van zijn betoog, het oorspronkelijk aangekondigde onderwerp te willen handhaven. Hij zag in de wijziging een poging van bepaalde zijde om terug te dringen wat aan bepaalde groepen onaangenaam was en daartegen teekende hij bij voorbaat protest aan. De heer de Haas wenschte de kwestie van het anti-militairisme en militairisme te bezien van zijn atheïstisch standpunt. Hij meende het aanhangen van een godsdienst, met name dan van den christelijken godsdienst, gelijk te mogen stellen met achterlijkheid. Godsdienst is voor hem een vorm van reactie, welke in het bijzonder tot uiting komt met betrekking tot het militairisme. De godsdienst heeft de eeuwen door in zich gedragen het beginsel van onderdrukking en is naar het oordeel van spreker, gebruikt geworden door de machthebbers in welk tijdsgewricht dan ook, ter onderdrukking en onderdrukt houden van de steeds uitgebuit geworden arbeidersklasse. De heer Haas wreekte ‘t in de godsdiensten, dat zij aanspraak meenen te mogen maken op het bezit van de eenige volstrekte waarheid, waarnaast spr. stelde het verschijnsel, dat er in Nederland minsten twintig kerkelijke secten zijn, die allen op hun beurt aanspraak meenen te mogen maken op het bezit van de waarheid. Voor spreker zijn echter al die z.g. waarheden slechts schijnwaarheden. Het bezit van die z.g. waarheden is voor den godsdienst 'n levenskwestie. Zonder die waarheden zou de godsdienst ophouden te bestaan. Ze zijn noodig om de greep op de geloovige menschen te kunnen behouden. En als vanzelf komen de aanhangers daarvan, ten aanzien van hen die anders denken, tot ketterjagerij. Dat is in ’t verleden ook zoo geweest en bestaat ook nu nog zij ‘t ook in anderen vorm, dan in de middeleeuwen. In het vervolg van zijn betoog zette de heer de Haas uitvoerig uiteen, aan de hand van citaten uit den Bijbel en uitspraken van Duitsche en andere wijsgeeren, dat de godsdienst gebruikt wordt tot verklaring en handhaving van misstappen in de samenleving en tot het ondergeschikt en in slavernij houden van de bezitlooze massa. Hij poneerde de stelling, dat het bestaan van God ontkend moet worden, althans voor een denkend wezen niet kan worden waargemaakt. Hij stelde den eisch, dat de mensch, door nadenken over de dingen en de verschijnselen in de wereld, moet komen tot een eigen levensbeschouwing, los van den godsdienst, wat z.i. de noodzakelijke voorwaarde is voor de waarachtige vrijwording van den mensch. Alleen dan is naar sprekers meening sprake van een ethisch, dat is zedelijk leven, waarin den mensch zelf bepaalt wat goed en wat kwaad is en vanzelf zich richt naar het goede. Dat sluit ook in zich afkeer van en protest tegen al dat zweemt naar militairisme en oorlog of oorlogsvoorbereiding en een revolutionair streven tot omverwerping van de bestaande kapitalistische maatschappij, waar een kleine groep zich baadt in weelde en de groote massa onder dreigt te gaan in ontbering. Op het betoog van den heer De Haas volgde eenig debat, dat door hem werd beantwoord. Nieuwe Apeldoornsche Courant 24-12-1932.
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1933
1933 02-01 Harlingen Hoe bestrijden wij het Anti-Militairistische Bond militairisme
In de Harmonie was hedenavond een groote openbare vergadering georganiseerd, waar als spreker optrad de heer Jo de Haas, van Amsterdam, met als onderwerp: „Hoe bestrijden wij het militairisme?" In zijn rede zette de heer de Haas op uitvoerige wijze uiteen onder welke omstandigheden de huidige arbeidersgeneratie door de heerschende klasse zoowel geestelijk als materieel op een komende oorlog wordt voorbereid. Spr. beschouwde de oorlog in deze maatschappij niet als een toevalligheid, maar als een inhaerent verschijnsel van het kapitalistisch stelsel. Op scherpe wijze bestreed spr. het nationalisme, dat onder de leus „God, Vaderland en Oranje" de massa weet te bedwelmen. Uitvoerig zette spr. uiteen, dat in deze maatschappij geen werkelijke vrede zal kunnen komen. Dat is alleen mogelijk in een socialistische maatschappij.Leeuwarder nieuwsblad: goedkoop advertentieblad03-01-1933.
Frieslands Westhoek. Op een 4-tal plaatsen, n.1. Harlingen, Kimswerd, Witmarsum en Bolsward, werden namens het Comité van Vrije Rev. Socialisten vergaderingen gehouden, die allen uitstekend zijn geslaagd. Het onderwerp: „Onze strijd tegen het Militairisme" werd meesterlijk behandeld door Jo de Haas. De Harmonie-zaal te H. was tjokvol. En we kunnen gerust zeggen, dat als het vergaderingbezoek aldus is en dat der S.D.A.P. zelfs vaak overtreft, dat ook de beweging in den geest van velen nog voortleeft. Wellicht dat a.s. zomer een schitterende meeting ons weder is beschoren! De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 43, no. 3, 21-01-1933.
03-01 Franeker Hoe bestrijden wij het militarisme
Rede JO DE HAAS. Dinsdagavond hielden de revolutionnaire anti-militairisten een openb. verg. in de Koornbeurs te Franeker, waarin als spreker optrad Jo de Haas, van Amsterdam, die sprak over: Hoe bestrijden wij het militairisme. Na opening der vergadering begon spreker met de opmerking, dat de vraag hoe wij het militairisme moeten bestrijden ten nauwste samenhangt met de vraag waardoor het militairisme ontstaat. In dit opzicht verschillen de revolutionairen principieel van de burgerlijke vredesvrienden. De laatsten toch beschouwen het militairisme als een op zich zelf staand verschijnsel, de eersten daarentegen zijn er van overtuigd, dat het militairisme een noodzakelijk gevolg is van het kapitalistische stelsel. Daarom moet ook de bestrijding gaan tegen dit stelsel. Vrede komt er alleen op aarde, als er een nieuwe maatschappijvorm de huidige vervangt. De burgerlijke vredesvrienden verwachten dan ook succes van den Volkenbond en wat daarmede samenhangt. Spreker daarentegen ziet in den Volkenbond een groot gevaar, omdat de kans groot is, dat hij werkt als een verdoovingsmiddel; de zelfwerkzaamheid wordt er door tegengewerkt, omdat men den vrede van anderen of iets anders verwacht dan van den mensch zelf. Gaat men wat dieper in op de beteekenis van den Volkenbond en zijn doel, dan blijkt ook duidelijk, dat hij een instrument is van het kapitalisme. Reeds de naam is misleidend. Want in plaats dat hij is een bond van volken, is hij een bond van verschillende regeeringen. Een eigenlijke volkenbond is het internationale socialisme. De tegenwoordige Volkenbond echter is feitelijk niets anders dan een bond van groote mogendheden. Wel zijn er 52 landen bij aangesloten, maar de kleine hebben niets te zeggen, de groote deelen de lakens uit en daar kunnen de anderen mee tevreden zijn. Oorspronkelijk was het zelfs zoo, dat het een bond was van landen die meenden den oorlog te hebben gewonnen; tegenwoordig weet men al dat niemand den oorlog heeft gewonnen. Immers eerst in 1926 is Duitschland tot den Volkenbond toegetreden. Reeds lang was daarop gewacht, want het is niet meer mogelijk om een land met 60 miljoen inwoners te beschouwen als bestond het niet. Practisch leeft men al internationaal en het is juist het ongeluk, dat men nog niet boven het nationalisme kan uitkomen om de conflicten op te lossen. Dat de oplossing alleen internationaal mogelijk is dringt wel langzamerhand tot de leiders door. Zoo zien we, dat niet alleen de leden van den Volkenbond te samen komen, maar dat ook Amerika en Rusland aan de besprekingen deelnemen. Komende tot het doel van den Volkenbond betoogde spr., dat het doel niet is om tot ontwapening te komen. Dat kan niet. Aan de besprekingen nemen immers menschen deel uit de kapitalistische maatschappij: diplomaten, ministers en grootkapitalisten, ook heel wat, die belang hebben bij de oorlogs-industrie. Neen, het doel van de aangesloten regeeringen is om door internationale besprekingen de nationale veiligheid te verzekeren. Bezien we de resultaten van de besprekingen, dan bemerken we dat overduidelijk. Zoo is op 2 Febr. van het vorige jaar de met zooveel spanning verbeide groote ontwapenings-conferentie bij een gekomen. En het resultaat? Het is hierop neergekomen, dat men aan den Duitschen eisch van gelijkberechtigdheid inzake bewapening heeft toegegeven, zoodat dat land nu weer mag bewapenen. En met zulk een resultaat is de Pers dan ook nog ingenomen. Voor Duitschland is het geen groot verschil. Het was bekend, dat dit land, ondanks het feit, dat het volgens het verdrag van Versailles ontwapend is, in de practijk een van de sterkst bewapende landen is. Want bij den komenden oorlog ligt het zwaartepunt niet bij de grootte van de legers, maar in de kwaliteit en de inrichting van de industrie. Wordt, naar het bekende spreekwoord, de boom uit zijn vruchten gekend en passen we dit toe op den Volkenbond, dan kunnen we ook niet zeggen, dat het een goede boom is. Ondanks het werk van den Volkenbond toch zijn de oorlogstoebereidselen nog veel grooter dan voor den oorlog van 1914—'18. De totale uitgaven bedragen per jaar 12 miljard gulden, de staande legers tellen tezamen 7 miljoen man, terwijl er een geoefend reserve-leger is van 38 miljoen man. Betreffende de uitrusting zeide spr., dat de mogendheden hebben 7000 tanks, 9000 zware en 35000 lichte stukken geschut, 256000 machine-geweren, 20000 oorlogsvliegtuigen en een oorlogsvloot van 5 miljoen ton. Hoewel miljoenen menschen leven aan den rand van den ondergang of reeds zijn ondergaan (sic.), hebben de regeeringen nog miljoenen beschikbaar voor militaire uitgaven. Dat men de besprekingen over de ontwapening wilde uitstellen tot 1936 spreekt ook voor zichzelf. Het is toch een publiek geheim, dat men een nieuwen oorlog verwacht uiterlijk in 1935. En gezien de groote spanning, die overal waargenomen wordt, moet binnen betrekkelijk korten tijd een uitbarsting volgen. In plaats van het van zichzelf te verwachten, hopen en gelooven de menschen altijd op iets anders. Psychologisch is dit zeer wel verklaarbaar. De theologie heeft het eeuwen aaneen den menschen voor gehouden en aan dien invloed heeft men zich nog niet kunnen onttrekken. En de S. D. A. P. heeft zich feitelijk daarbij aangesloten. Daartegenover moeten de menschen en vooral de arbeiders er van worden doordrongen, dat tegenover het militairisme de revolutionaire daad moet staan. Natuurlijk moet dan niet op het sein van wie ook worden gewacht, want zulk een sein komt toch niet. Daarom kan ook de S. D. A. P. wat dit betreft geen uitkomst brengen, daar van haar leiders zeker niet een bevel van dienstweigering en werkstaking is te verwachten. De leiders van die partij zijn immers aftandsche burgerlijke menschen met kruidenierszieltjes. Maar ook als deze wel het bevel tot staking zouden willen geven, dan nog zou hier niets van kunnen komen, omdat de leiders wel spoedig genoeg uit den weg zouden zijn geruimd. Daarvoor, zorgt het kapitalisme wel! Nu moet, omdat het militairisme uit 't kapitalisme voortkomt, er nog op worden gewezen, dat na en mede tengevolge van den oorlog we een slechten tijd beleven. Men noemt dit crisis. Intusschen is er geen crisis en is dus het wachten op het voorbij gaan ervan ook dwaas. Neen, er is na den oorlog een gewijzigde constellatie gekomen in het kapitalistische stelsel. Landen, die voor den oorlog aan het productie proces weinig of niets medewerkten, zijn nu uitvoerende landen geworden. Spr. wees in dit verband op Japan, China en Rusland. Ook Rusland moet hierbij genoemd worden, omdat wel het particuliere kapitalisme is verdwenen, maar daarvoor in de plaats kwam het staats-kapitalisme. Dit veroorzaakt een economische spanning, doordat de nieuwe uitvoerende landen de andere van verschillende markten verdringen. Evenals we dat voor jaren in Duitschland zagen merken we nu ook bij verschillende landen een expansie-zucht en tracht men koloniën te krijgen. Zoo zien we overal economische spanning, die aan de politieke en militaire steeds voorafgaat. Evenals voor den oorlog van 1914 zien we, dat de landen, ook die, welke bij den Volkenbond zijn aangesloten, weer mee doen aan spionage, geheime diplomatie en verbonden. Er moet ook nog op gewezen worden, dat het groot-kapitaal belang bij den oorlog heeft. Terwijl de vredes-industrie in onzen tijd een kwijnend bestaan heeft of stilstaat, is er bij de oorlogs-industrie werk genoeg. En de winst, die voor oorlogsmateriaal wordt gemaakt, is ook veel grooter dan voor gewone vredesmateriaal. Daar dus het zwaartepunt in den oorlog van het leger naar de industrie is verlegd, moet ook met de bestrijding van het militairisme hiermede rekening warden gehouden. De arbeiders moeten bewerkt worden, opdat zij bij dreigend oorlogsgevaar tegenover het militairisme stellen de revolutionaire daad van werkstaking. De dienstweigeraars van voorheen en thans hebben, wat dit betreft, een voorbeeld gegeven, dat naderhand in massa moet worden gevolgd. Nadat door een tweetal aanwezigen een paar vragen waren gesteld en opmerkingen gemaakt, die door den spr. werden beantwoord, werd de flink bezochte vergadering gesloten.Franeker courant 06-01-1933.
05-01 St. Jacobiparochie Vrij of Staatssocialisme Rev. Anti Mil. Comité
ST. JACOBIPAROCHIE, 5 Jan. Uitgaande van bovenstaand comité werd gisteravond door den heer J. Stellingwerf alhier een openbare vergadering gehouden, waarbij als spreker optrad Jo de Haas van Amsterdam met het onderwerp: “Vrij of Staatssocialisme”. Spr. onderwierp de verschillende staatsvormen aan critiek en eindigde met te zeggen, dat alleen het socialisme voor de arbeiders de zege zal kunnen brengen. Leeuwarder nieuwsblad: goedkoop advertentieblad 06-01-1933.
Rev. Anti-Mil. Comité. Bovenstaand comité had gisteravond een openbare vergadering belegd bij den kastelein J. Stellingwerf alhier, waarbij als spreker optrad de heer Jo de Haas van Amsterdam, met het onderwerp: Vrij- of Staatssocialisme. Spr. onderwierp de verschillende staatsvormen aan felle critiek en eindigde met te zeggen, dat alleen het socialisme voor de arbeiders de bevrijding van allen dwang zal brengen. Het bezoek was tamelijk bevredigend. Van de gelegenheid tot debat of vragen stellen werd geen gebruik gemaakt.Franeker courant 06-01-1933. (Zelfde tekst in Bildtsche courant 06-01-1932).
09-01 Kimswerd Hoe bestrijden wij het militarisme Voor een flink aantal aanwezigen sprak Maandagavond op de zaal v. d. Leij de heer Jo de Haas uit Amsterdam over het onderwerp: ,,Hoe bestrijden wij het militairisme''· De spreker wees in zijn betoog op de huidige wereldverhoudingen en hoe daarin het militairisme niet zal verdwijnen, omdat het kapitalisme het nodig heeft. Verbetering, aldus de spreker, zal slechts komen als langs revolutionairen weg een nieuwe wereldorde tot stand zal zijn gekomen. Bolswards Nieuwsblad 14 januari 1933.
KIMSWERD, 11 Jan. Gisteravond trad in café v. d. Lei op de heer Jo de Haas, van Amsterdam, met het onderwerp: ,,Hoe bestrijden wij het militairisme?" In een duidelijke rede schetste spreker de huidige toestand en wist de aanwezigen er van te overtuigen hoe noodig een krachtige actie is tegen het toekomstige oorlogsgevaar. De opkomst was bevredigend. Leeuwarder nieuwsblad: goedkoop advertentieblad 11 jan 1933.
10-01 Witmarsum Idem
WITMARSUM, 10 Jan. In het logement van Bruinsma trad hedenavond op de heer Jo de Haas te Amsterdam. Spreker had tot onderwerp: „Hoe bestrijden wij het militarisme", schetste de huidige toestand op zeer duidelijke wijze en wekte allen op een krachtige actie te voeren om het gevaar te bestrijden. Leeuwarder nieuwsblad: goedkoop advertentieblad 10 jan 1933.
WITMARSUM, 11 Jan. In het logement van Bruinsma trad gisteravond op de heer Jo de Haas van Amsterdam met het onderwerp: „Hoe bestrijden wij het militarisme." Hij schetste den huidigen toestand op zeer duidelijke wijze en wekte allen op groote actie te voeren om het oorlogsgevaar te bestrijden. Franeker courant 13-01-1933. (zelfde tekst in Bolswards Nieuwsblad14-01-1933).
11-01 Bolsward Idem
Woensdagavond had in het Volksgebouw aan de Wipstraat de aangekondigde vergadering plaats, waar de heer Jo de Haas van Amsterdam het onderwerp: Hoe bestrijden wij het Militairisme zou behandelen. Te ruim acht uur opende de Voorz, de heer Frankena, met een gepast woord de vergadering, waarna. hij het woord geeft aan den heer Jo de Haas. Het eerste gedeelte van sprekers betoog werd grootendeels gewijd aan de verschillende schakeeringen in 't Anti-Militairisme uiteen te zetten, doch wat met het Rev. Anti-Militairisme niets gemeen heeft en noemde dit het burgerlijk Anti-Militairisme. Verwijzende naar de radio rede van Prof. Van Emden, zegt spreker, dat ook deze reeds moest erkennen dat de Volkenbond een teleurstelling is gebleken. De S. D. A. P. zoo vervolgt spr., is thans reeds bezig om het Anti-Militairisme als stokpaardje te gebruiken voor de komende verkiezingen en becritiseerde de propaganda van deze partij, wat alleen ter wille van het stembiljet geschiedt, doch hiermede is de massa niet uit het moeras geholpen. Ons werken is er op gericht de revolutie te verwekken. Wij, Rev. Anti-Militairisten, willen den oorlog onmogelijk maken door middel van de militaire dienstweigering en het weigeren van den arbeid in alle bedrijven, welke met het oorlogvoeren in verband staan, om daarna het kapitalisme te beslechten, want, zegt spreker, het militairisme en oorlog vloeien voort uit het kapitalisme.
'I
De burgerlijke vredesvrienden zouden deze maatschappij gaarne in stand willen houden, doch hiertegen zullen wij ons met kracht verzetten. Na de pauze werd door de spreker meer het onderwerp behandeld en gaf hierin op zijne wijze de richting aan om de oorlog te voorkomen. De bevrijding van het volk moet van het volk zelf uit gaan. Het volk hecht tot op heden nog te veel waarde aan de verlossing van boven, waarmede spreker doelde op den Volkenbond. Nog werd door spreker de woorden van Domela Nieuwenhuis, gesproken op congressen in 't jaar 1891, in herinnering gebracht om in geval van mobilisatie de massale dienstweigering te proclameeren, doch deze gedachte werd door de S.D.A.P. met kracht tegen gewerkt. Spr. waarschuwt de massa voor de leiders der moderne beweging, op wiens steun men te zijnertijd niet zal kunnen rekenen, We staan nog voor een ontzaggelijk gebeuren en daarom aan ons de taak dit te voorkomen. Na nog eenige woorden van opwekking tot de aanwezigen, om actief aan de beweging deel te nemen, eindigde spreker zijn vlot uitgesproken rede. Daar geen der aanwezigen van de gelegenheid voor debat zich aanmeldde, sloot de Voorzitter met een woord van dank aan den spreker, deze goed bezochte vergadering. Bolswards Nieuwsblad 14 januari 1933.
13-01 Sneek Idem
Voor het rev. anti mil. comité sprak Vrijdagavond in ,.Amicitia" Jo de Haas over: ,,Hoe bestrijden wij het militarisme". Als men het militarisme wil bestrijden, moet men eerst weten waaruit dat militarisme ontstaat. Wist men dit voldoende dan zouden er niet zooveel vredesvrienden van verdachte gezindheid zijn. Prof. v. Embden heeft nog pas voor de radio over nationale ontwapening gesproken en wat hij zei was geestelijk armoedig; er was evenveel militarisme als anti-militarisme in. De werkelijke antimilitarist is internationalist, voor hem is militairisme en nationalisme één. Bij prof. v. Embden is de ondergrond echter nationalisme, men wil het nationale handhaven, terwijl wij de duurzame vrede verbinden aan het internationale. Prof. v. Embden acht Nederland te klein om zich te verdedigen, militair technisch acht hij dat onmogelijk. Als prof. v. Embden in een groot land geboren was, zou hij wel voor bewapening zijn om dat militair technisch daar verdediging wel mogelijk is. Dit is een soort lafheid, men wil eerst de zekerheid hebben dat men zal winnen, voor men ten oorlog trekt. Voor ons staat de zaak anders; wij stellen ons op het standpunt dat de oorlog is een zaak van en ten bate van het kapitalisme en tegen het socialistische proletariaat. Prof. v. Emden noemt de dienstweigeraars ,.klaploopers", terwijl juist deze dienstweigeraars het bewijs leveren voor hun idealen bereid te zijn in het strijdperk te treden. De burgerlijke vredesvrienden willen de kapitalistische maatschappij handhaven, maar er de oorlog uit verbannen, om een ,geordende maatschappij" te krijgen. Wij verbinden aan ons anti militaristisch willen ons socialistisch beginsel. Wij zeggen: wie het militarisme bestrijden wil, moet het in de oorzaak aantasten, dat is het kapitalisme, het militairisme is slechts gevolg. Wij beweren dat het proletariaat altijd, economisch gesproken, in volle oorlog verkeert tegenover de uitbuitende kapitalistische klasse. Van de wieg tot het graf leeft de massa in kommervolle omstandigheden door het stelsel van het privaat bezit, voor hem is er geen vrede, vóór de socialistische maatschappij er zal zijn. De burgerlijke vredesvrienden bestrijden juist, wat wij als ideaal stellen. Prof. v. Embden beweert dat de Volkenbond moet zorgen dat er ontwapening komt, anders kan er wel revolutie komen; hij is voor een internationaal politieleger om de opstandigen, dat is het proletariaat, neer te slaan. Hij erkent dat ook dit een geweldsinstituut is, maar een instituut dat in dienst van het recht staat. De politie die de hongerlijders naar hun sloppen en keeten terugdrijft als ze willen demonstreeren, staat echter juist in dienst van het onrecht. Terwijl die burgerlijke vredesvrienden de revolutie als een soort bedreiging zien, zien wij die juist als een ideaal, wij willen juist de revolutie, welke de vrede is en zonder welke de vrede niet mogelijk is. De revolutie is geen ontzaglijke hoeveelheid geweld, doch een zedelijk innerlijke vernieuwing van de mensch, waaruit die van de maatschappij volgt. De dienstweigeringsdaad is een revolutionnaire daad omdat deze mensch tot zelfvernieuwing is gekomen. Wij antimilitairisten zijn dus socialisten en revolutionairen, en staan recht tegenover de burgerlijke vredesvrienden. Wij staan vierkant tegenover de Volkenbond, omdat deze voor de wereldvrede een ernstige bedreiging is. De feiten demonstreeren dat na 14 jaren Volkenbond die 15 millioen aan contributie per jaar kost, de menschheid wordt bedreigd door een veel omvangrijker militair apparaat dan ooit te voren. Zienderoogen zijn wij achteruit gegaan en is de oorlogsdreiging grooter dan ooit. In 1913 werd 10 milliard aan militarisme betaald, nu 12 millibar, terwijl de militaire techniek ontzaglijk is opgevoerd; wat in de oorlog daarvan is getoond, is verouderd. Het is met Genève inderdaad hopeloos en nooit sterker bleek dat dan met de ontwapeningsconferentie die 2 Februari 1932 begon en waar Duitschland zijn eisch tot gelijkgerechtigdheid in principe kreeg ingewilligd, hetgeen er op neerkomt dat Duitschland weder bewapend zal worden! Dat is wel een schitterend succes voor een ontwapeningsconferentie. Er wordt te Genève met werkelijkheden gegoocheld, dat zal ook blijken op de economische conferentie, waar men zal trachten de ineengestorte kapitalistische maatschappij weer op te lappen. Honderden millioenen menschen hebben geen levenskansen meer in deze chaos, de oplossing ware eenvoudig dat we niet meer 60 millioen gulden per etmaal aan het militarisme besteedden maar deze uitgaven voor de gezondmaking van de wereld. Maar ter economische conferentie zal men met dat eenvoudige middel zeker niet komen.
Men denkt er nu over 'n ontwapenings-studiecommissie te vormen en de Volkenbond zou tot 1936 uiteengaan om daarna deze studie-commissie te hooren. Men weet waar het om te doen is, daar de regeeringen zeer goed weten dat de eerstvolgende groote oorlog verwacht wordt omstreeks 1935, en zij, bij uiteengaan van de Volkenbond, zich rustig kunnen voorbereiden voor die oorlog. Japan heeft zijn vlootprogram ma voor 1934 al laten uitvoeren in 1932, wat voortvloeide uit de zeer gespannen internationale verhoudingen.
Men maakt zich op waanzinnige wijze klaar voor de groote wereldoorlog, terwijl de Volkenbond, waarvan millloenen tevergeefs de verlossing wachten, slechts dient om de aandacht af te leiden van wat er in de kapitalistische maatschappij gebeurt.
z.
Als in weerwil van de feiten de menschen maar blijven hopen op de Volkenbond, is dat zielkundig verklaarbaar uit de godsdienst, die steeds leert dat hier op aarde niet veel goeds is, de mensch is van nature tot niets goeds in staat, deze gedachte door de eeuwen in 's menschen ziel omgedragen is thans nog een deel van die ziel en men verwacht nog altijd het goede van buiten, niet uit zich zelf.
Zoo, gelooft de een aan Genève, een ander aan Moskou, een derde aan de hemel, maar verwacht men niets uit zich zelf. En daar ligt de fout. Zelfs de sociaal-democratie wordt van die gedachte de dupe. Domela Nieuwenhuis wilde elke oorlog beantwoorden met de algemeene werkstaking, men lachte hem uit. 30 jaar later aanvaardde de 2e Internationale echter deze algemene werkstaking, doch die werkstaking mag alleen komen op bevel van de leiders, terwijl dat D. N.'s bedoeling niet was, het proletariaat zou volgens hem zoo moeten opgevoed dat het innerlijk gedreven zelf tot zoo'n staking kwam. Moet men inderdaad op een bevel der leiders wachten? Hier wordt gespeeld met de levens van millioenen menschen. In Duitschland wilden in 1914 duizenden sociaal-democraten de oorlog niet, zij wachtten op de partijleiding, maar deze ging met vlag en wimpel naar de overkant over en deze duizenden zijn afgeslacht in de loopgraaf. Die heele leiderskliek van de S.D.A.P, ook hier bestaat uit duffe ouderwetsche burger mannetjes die spr. onbetrouwbaar acht, ze hebben een vreeselijk verleden. Overal is de leiding der s.-d. naar de bourgeoisie overgeloopen, daarom zegt spr. dat de leiders niet zijn te vertrouwen, wat niet gezegd mag van hun volgelingen. Deze leiders zouden als er oorlog uitbrak, als het dus gaat om de kogel, het bevel tot staking moeten geven, wie gelooft het? We zouden dan bij de duivel te biecht zijn. Wij wagen het liever met het proletariaat zelf. Bovendien hoe zou zoo'n bevel worden uitgegeven, de generale staf zou geen tegenwerkende krachten aan het woord laten. Daarom moeten de arbeiders eigener beweging kunnen optreden. Dat de generale staf onze bedoelingen kent blijkt uit het feit dat de minister in een circulaire aan de gemeenten medegedeeld heeft dat een archief wordt gehouden van de revolutionnair antimilitaristen en dienstweigeraars, van hen verwacht de regeering dus tegenwerkende kracht, de soc.-dem. worden in die circulaire niet genoemd! Wij beoogen met onze propaganda van de arbeiders-massa een lichaam te maken bestaande uit zelf denkende eenheden, zoodat het niets zou geven als de leiders gevat werden. Niet alleen de heerschende klasse belemmert ons, maar ook de s.-d, doet het. Paul Kiès organiseert de Ned. Vredes-Centrale, waar alleen wij niet zijn uitgenoodigd, wij die juist in de oorlog onze betrouwbaarheid bewezen. Kiès heeft het s.-d. partijbestuur opgewekt voldoende invloed in die Centrale uit te oefenen, er moet geen vredesbeweging buiten de s.-d. zijn, men wil deze vredesbeweging een zuiver parlementaire grondslag geven, waarom antiparlementairen als wij zijn uitgesloten, De Ned. Vredes Centrale moet de s.-d blijkbaar aan stembussuccessen helpen, een Vredesactie, dus die een verkiezingshandigheidje is. Wij hebben dus een regeering tegen ons en ook de Ned. Vredes-Centrale, doch dat zal ons niet afhouden van onze taak tegenover de actie tot afleiding van de vredesbeweging naar het stembiljet, te propageeren dat van de massa zelf de vrede komen moet. De tijd is ernstig, men organiseert de volgende wereldoorlog, de wapendindustrie is internationaal sterk georganiseerd en beïnvloedt het werk te Genève, meer dan de helft der gehele industrie is onmiddellijk oorlogsindustrie de rest kan er spoedig in omgezet, dus de industrie staat in het teeken van de dood, niet meer in die van het leven. Terwijl 400.000 menschen nu als werkloozen geen schoenen en kleeding hebben, liggen voor hen bij mobilisatie 2 paar schoenen en kleeren en levensmiddelen klaar. Als er oorlog komt, dan krijgen ze dat wat hun nu wordt onthouden. Men organiseert niet meer het leven, maar de massamoord. De eenige industrie welke nog winst kan maken is de oorlogsindustrie, daarom legt het kapitalisme zich daarop toe. De uitbreiding der wapenindustrie maakt dat hoe hanger hoe meer menschen bij de oorlog betrokken worden, en eigenlijk heel het volk er deel aan heeft. Daarom kunnen wij appelleeren aan het geweten van allen; hebben wij vroeger gestreden onder de leus: .,geen man en geen cent voor het militairisme", nu onder die van: ,,geen man, geen cent en geen arbeid voor het militarisme"; er zal niet alleen dienstweigering moeten plaats hebben maar ook arbeidsweigering in de fabrieken. Wie menschelijk gevoelt weigere zijn deelneming aan den oorlog. Wij zijn altijd voorstanders geweest van massale dienstweigering, doch wijzen individueele niet af, omdat wij beseffen wat dit eigenlijk is, in die daad komt een gezindheid tot uiting welke wij van noode hebben en niet kunnen missen. De massa kan tot oorlogsverhindering niet komen, zonder een bepaalde gezindheid en uit die gezindheid groeit de dienstweigeringsdaad, deze gezindheid zal bij honderdduizenden noodig zijn om de vrede te brengen, De individueele dienstweigeringsdaad is voor ons dus een vertegenwoordigend beginsel. Massale dienstweigering in leger en fabrieken, van soldaten en arbeiders zal slechts vanuit die gezindheid mogelijk zijn. Slechts als deze gezindheid er is kan men op het historische oogenblik er een beroep op doen. Het zal van de .menschen zelf moeten komen wil de menschheid en de cultuur nog gered worden. Daarom gaan we tot het volk om die gezindheid in hen te wekken om de oorlog te bannen. Juist omdat uit het volk zelf de vrede moet komen door te weigeren diensten aan de oorlog te bewijzen hoopt spr. dat allen hun steun zullen geven tot doorzetting dezer beginselen. Sneeker Nieuwsblad 18 januari 1933.
17-01 Jubbega Het ontstaan van de Crisis en hoe te strijden (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 16-01-1933)
19-01 Wijnjeterp idem (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 16-01-1933)
24-01 Bontebok Welkomstverg. dienstweigeraar Gerrit de Haan (De arbeider 21-01-1933)
28-01 Appelscha Rood front of anti-militairisme
APPELSCHA. OPENBARE VERGADERING. Zaterdagavond hield de Anarchistische partij een goedbezochte vergadering in het Compagnons-hotel. Als spreker voor dezen avond was uitgenoodigd de heer Jo de Haas van Amsterdam die als onderwerp had gekozen „Rood front of anti-militarisme" Provinciale Drentsche en Asser courant 30-01-1933.
04-02 Muntendam Heeft de godsdienst nog beteekenis De Dageraad voor dezen tijd (De Noord-Ooster 02-02-1933)
16-02 Leeuwarden De blijvende noodzaak van de Dienstweigeringsmanifest Mobiliseeren dienstweigering
(….) Ik sprak 16 Februari in Leeuwarden voor de manifestgroep „Mobiliseeren" over: „De blijvende noodzaak van de Dienstweigering”. Na afloop één debater. Deze begon met de verklaring, dat hij over het algemeen genomen met mijn betoog instemde, omdat hij óók anti-militairist was. Hij voelde zich echter „pijnlijk getroffen" door één uitlating. Ik zou nl. hebben beweerd, dat Hindenburg een grootmoordenaar is, die millioenen in de moerassen en op de slagvelden den dood heeft ingedreven. Waarheid is, dat ik hier niet Hindenburg beklemtoonde, maar de verwording der Duitsche Soc. Democratie, die als „hun socialistischen candidaat” voor het Rijkspresidentschap dezen Hindenburg met zulk een oorlogsverleden dorsten te stellen. Mijn zedelijken afkeer richtte zich dus kennelijk tegen de Duitsche Soc.-Democratie, de voorbereiders van het huidige fascisme in Duitschland! De debater nu vond de „uitlating" grootmoordenaar grievend voor Hindenburg. Het bewijst alleen wat voor gehalte „antimilitairisten" de na-oorlogsche jaren ons hebben opgeleverd! ! Krachtens onze „ethikers" zijn we dus eigenlijk pas „zedelijk" als we moordenaars geen moordenaars meer noemen. Onze „ethische" vriend was daarna zoo vriendelijk te verklaren: dat de spreker er toch ook om denken moest, dat de politie van dergelijke uitlatingen nota zou kunnen nemen. Dat vertelde deze etisch-trillende ziel, terwijl er twee agenten vlak naast hem zaten!!! De politie heeft deze vingerwijzing dan ook ter harte genomen en ik kreeg 8 Maart een proces-verbaal te zien, opgemaakt door de Leeuwarder politie ter zake: beleediging (…).
De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 43, 1933, no. 11, 18-03-1933.
19-02 Amsterdam Politiek en sexualiteit De Dageraad (Het volk 17-02-1933)
20?-02 Elsloo Hoe bestrijden wij het militairisme Elsloo. Maandagavond hadden we hier een openbare vergadering met als spreker Jo de Haas, die het onderwerp behandelde: „Hoe bestrijden wij het militairisme?" Op zeer duidelijke wijze werd door spreker in het licht gesteld, dat de revolutionair anti-militairistische propaganda de eenigst doeltreffende en daarom de juiste propaganda is tegen het militairisme, omdat de diverse vredesbonden verzuimen het militairisme in den grond, dit is het kapitalisme, aan te tasten. Meermalen werd door Jo het muiterschip als voorbeeld aangehaald en in dit verband becritiseerde hij scherp de laffe houding van de soc.-dem. leiders, wier ware aard nu duidelijk bloot kwam te leggen. Het was een goede avond voor dit dorp, er waren plm. 50 toehoorders, waaronder gelukkig ook enkele vrouwen. Op Woensdag 22 Febr. zullen we hier een cursusvergadering houden bij J. Koops en trachten hier een kern te vormen van de vrije socialistische beweging.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 43, no. 8, 25-02-1933.
20-02 Purmerend. Hoe bestrijden wij het Militairisme
Prov. Samenwerking op Anti- (De arbeider 18-02-1933)
Mil. gebied Noord-Holland
21-02 West-Graftdijk Idem
WEST-GRAFTDIJK. Dinsdagavond sprak namens den Bond van Anti-militairisten de heer Jo de Haas propagandist van dien bond, in het hotel v.d. Oord. De vergadering had een groote opkomst. Een belangwekkende rede werd door den heer de Haas gehouden. Eenig debat werd gehouden Alkmaarsche Courant 24 februari 1933.
22-02 Koedijk Idem
KOEDIJK. Woensdagavond werd door de afdeeling Koedijk van I. A. M. V. een openbare vergadering gehouden in het lokaal van den heer M. K. de Weerd, onder leiding van den heer P. Zwetsman, waar als spreker optrad de heer Jo de Haas, met het onderwerp: .,Hoe bestrijden wij het militarisme?". De voorzitter beschouwde de opkomst als een goed teeken van belangstellen in het monster, de Oorlog, en gaf het woord aan den spreker, die aanving met te wijzen op het moeilijke dat gelegen is in den tegenwoordigen tijd voor de I. A. M. V. Hij gaf hierbij een overzicht van het werk van Domela Nieuwenhuis die in 1891 propaganda maakte voor dienstweigering waarna in 1904 de I. A. M. V. kwam. De propaganda der I A. M. V. in de laatste jaren heeft in breede lagen der arbeiders wortel geschoten. Na den oorlog kregen velen genoeg van de gruwelen, en na 1918 kwamen er vele vredesfronten maar zij waren van een verdacht allooi. Wij waren een klein front omdat wij de daad eischen van het dienstweigeren. De kapitalisten werden ook vredesvrienden n.l. de Volkenbond en men heeft in die jaren vele verdragen gemaakt, maar de oorlog woedt nog voort al heeft de Volkenbond een machtige pers. Het militarisme is goed geperfectionneerd zoodat men in een tegenwoordigen oorlog alles vermoordt. Toen de Zeven Provinciën een muiterschip werd, was hier een begin van ontwapening, maar de partijen waren direct omgekeerd zooals de Vrijz. Democraten, S. D. A. P., zij zouden in Indië het gezag handhaven. Colijn zegt het gezag moeten wij behouden, Cramer zeide tegen het werpen van den bom te protesteeren, maar spreker wees hierbij op wat de Sociaal Democraten doen als zij aan de regeering zijn, zooals men in Engeland tegen den kleurling heeft gedaan. Wie regeert kan geen muiterij tegen zich hebben, de geschiedenis met de Zeven Provinciën heeft het bewezen. De Nederlandsche regeering is tegen bommen werpen in oorlogstijd en nu is het gebeurd zonder oorlog en in oorlogstijd is er geen menschelijkheid. Na de pauze behandelde spreker het werpen van de bom en wat er internationaal van gezegd werd. Het Westen heeft altijd het Oosten geregeerd maar de gekleurden vechten zich vrij. Spr. wees hierbij op China en Japan. Overal komt opstand en verzet en het was opmerkelijk dat een gekleurde Commandant de Zeven Provinciën bestuurde, zoodat voor Nederland de vraag komt: kunt gij uw eilanden besturen? Dat is een vraag, die ook voor het buitenland van belang is. Spreker noemde het gebeurde op de Zeven Provinciën niet alleen een loongeschil, maar een protest voor hen die dienstweigerden. Spreker had het beter gevonden als de muiters het schip hadden verlaten en dan hadden laten zinken. Het antwoord op de vraag: hoe bestrijden wij het militarisme het best is: door dienstweigering: ook in oorlogstijd door de burgerlijke bevolking. Die heeft hierin een belangrijke taak, door weigering van het aanbrengen van verschillende benoodigdheden. Met een opwekking tot medewerking eindigde spreker en ontving een dankbaar applaus van de talrijke aanwezigen. Hierna sluiting met dank aan den spreker. Alkmaarsche Courant 24 februari 1933.
Koedijk Vergadering der anti-militairisten vereeniging. De afdeeling Koedijk hield Woensdagavond een openbare vergadering in het lokaal van den heer De Weerd, onder leiding van den heer P. Zwetsman. Er waren talrijke aanwezigen. Als spreker trad op de bekende anti-militairist, de heer Jo de Haas, met het onderwerp ,.Hoe bestrijden wij het militairisme?" In een uitvoerige rede, die met belangstelling gevolgd werd, ging de heer de Haas de geschiedenis der I.A.M.V. na. Hij memoreerde o.a. het pionierswerk van Domela Nieuwenhuis, die reeds in 1891 dienstweigering propageerde, waarna in 1904 de I.A.M.V. als linkervleugel der socialisten werd opgericht. Door de propaganda heeft vooral in de laatste jaren het zaad bij arbeiders wortel geschoten. Er zijn meerdere vredesfronten geweest, gaf de spreker aan, maar zij eischen niet als de I.AM.V. ,,de daad." - Verder becritiseerde de heer de Haas den arbeid van den Volkenbond, en behandelde vrij uitvoerig de gebeurtenissen met de Zeven Provinciën. Het begin der ontwapening werd, volgens spr. gestuit door de houding van S.D.A.P. en V. D. Spreker achtte zelfbestuur van Indië noodig en mogelijk en eindigde zijn referaat met een opwekking om daadwerkelijk de ideeën der I.A.M.V te steunen. De rede verwierf een dankbaar applaus. Hierna sluiting. Nieuwe Langedijker Courant 25 februari 1933. 23-02 Castricum Idem
Op 23 Februari zou Jo de Haas spreken. Niettegenstaande dat er huis aan huis was verspreid en flink geplakt was de opkomst van dien aard dat de vergadering niet door kon gaan.De wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland, jrg 29, no. 4, 01-04-1933. 24-02 UitgeestVan Sociaal-Demokratie tot Fascisme
In Uitgeest was het al niet veel beter, voor ruim 30 personen sprak Jo over „Van Sociaal-Demokratie tot Fascisme”. Behalve voor bovengenoemde vergaderingen werden nog manifesten van het LC. en voor de protestvergadering op 12 Maart te Alkmaar verspreid.
De wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland, jrg 29, no. 4, 01-04-1933.
25-02 Beets (N.H) Heeft de godsdienst nog beteekenis voor onzen tijd?(De arbeider 25-02-1933)
26-02 Rotterdam Het christendom als een bedreiging voor de beschaving
De Dageraad. Jo de Haas sprak Zondagmorgen over ,,Christendom een bedreiging voor de beschaving". Godsdienst onderstelt een band tusschen god en de mensch. Beschaving is het leven van de mensch, krachtens bepaalde zedelijke normen. Godsdienst is de economische en politieke veiligstelling van het leven; beschaving principieel het veiligstellen van het menschelijk leven individueel en collectief. Godsdienst en beschaving vormen een tegenstelling. God is het absoluut almachtige wezen, de mensch het absoluut onmachtig wezen. Beschaving is een band tusschen het leven en de mensch; godsdienst onderstelt een beginsel van slavernij. Stelt men een onveranderlijk god als schepper, wetgever, ethieker, dan zijn de zedelijke normen ook onveranderlijk als god. Volgens de menschl. ontw. gesch. blijkt dat de zedelijkheid groeit, een proces is. De moraal en de ethiek voor het 0. T. is oorlogszuchtig, god is een krijgsheer. De vrijdenker huldigt een veel gezonder standpunt, een beschaving van het anti-mil. omdat beschaving voor ons beteekent levensheiliging. Identiek zijn godsdienst en militarisme en identiek zijn anti-mil., en godsdienstloosheid. Het N. T. is in strijd met de rechtsopvatting van onze tijd. Wij zijn met onze zedelijke opvattingen boven allen straffen uit. Een christus die plaatsvervangend lijder is en zich laat vonnissen en dooden; een god die dat verordineert en doet; een christendom die (sic!) daarmede paradeert is aan de zedelijkheid nog niet toe. Armoede, verdrukking, dood, is de beste voedingsbodem voor de godsdienst; hij is een rem voor het sociale geluk van de menschheid. Waar de godsdienst heerscht is de beschaving nog niet doorgedrongen, waar de beschaving is doorgedrongen is de godsdienst weggeleefd. Beschaafd leeft de mensch als een zichzelf ontw. leven. De vrijdenker heeft tot taak de godsdienst te bestrijden, om een beschaafde samenleving mogelijk te maken. JOS. STANDAAR De vrije socialist 04-03-1933.
08-03 Wormerveer Sexualiteit en godsdienst
Debatavond te Wormerveer met Jo de Haas. Dageraad. Voor de Vrijdenkersvereeniging „De Dageraad” en de afdeeling Wormerveer-Krommenie van den Nederlandschen Malthusiaanschen Bond, trad Woensdagavond in „De Jonge Prins” op de heer Jo de Haas, de bekende spreker in deze kringen. Als onderwerp van zijn rede had hij gekozen: „Sexualiteit en Godsdienst”. Nadat de heer M. Zwart, voorzitter der Vrijdenkersvereeniging „De Dageraad” de weinige aanwezigen welkom geheelen en de spr. had ingeleid, nam de heer Jo de Haas het woord: Spr. zou dit onderwerp in 2 deelen kunnen splitsen en houden een theoretische en dan een practische beschouwing in het onderwerp. Eerst geeft hij dan een psychologische beschouwing over den godsdienst. Godsdienst is niets anders dan sexualiteit, die zich door middel van den godsdienst uit. Spr. geeft hiertoe een uiteenzetting van den inhoud der menschelijke ziel en onderscheidde hierin twee verschillende zaken n.l. het bewustzijn en het onderbewustzijn. Deze twee zijn door de diepte-psychologie oorzakelijk met elkaar verbonden. Bij de verschillende verschijnselen van het onderbewustzijn staat spr. geruimen tijd stil. Evenals o.m. de droom een verschijnsel is uit het onderbewustzijn, als gevolg van sexueele driften, is dit ook de godsdienst. In den droom komt de mensch echter tot een bepaalde bevrediging van zijn wenschen, doch in den godsdienst niet. De godsdienstige mensch heeft wenschen, die niet bevredigd kunnen worden in de werkelijkheid. Hij wil b.v. een eeuwig leven en kan daaraan geen dood bedenken. Daarom moet hij komen tot een vlucht uit het leven. Hij moet het onderbewuste heerschappij laten voeren over het bewuste en komt tot fantasie. De droom en de godsdienst komen beiden voort uit de sexueele driften van het onderbewustzijn, doch de droom behoort tot de werkelijkheid en de godsdienst tot het rijk der fantasie. Spr. kan dan ook geen verschil ontdekken tusschen een zenuwleider en een godsdienstig mensch. Spr. komt dus tot de conclusie, dat de godsdienst is een ziekte van den geest, die men als normaal is gaan beschouwen omdat de meerderheid ziek van geest is. Tenslotte komt spr. tot zijn tweede punt: De practische zijde van zijn onderwerp en verbindt hij hieraan een propagandistisch woord voor de vrije gedachte, die leeft, niet uit het verleden, maar bereid is rekening te houden met de dingen van dezen tijd en voor de toekomst antwoord geeft op allerlei vragen, waartoe het Christendom niet in staat is en voor de idee van den Nieuw-Malthusiaanschen Bond. Voor debat gaf zich niemand der aanwezigen op.De Zaanlander10-03-1933.
12-03 Alkmaar Antimilitaire bijeenkomst
Prov. sam. op antimil. gebied
Jo de Haas beweerde dat het fascisme een laatste poging is van het kapitalisme om zich staande te houden. Alle andere instituten met eenig gezag bekleed, als de volkenbond, het parlement, zij moeten verdwijnen. In Italië is dit reeds door Mussolini volbracht. In Duitschland is nu Hitler er mee bezig en in Holland is het Colijn die ons het fascisme zal brengen. Het gaat nu om het groote principe: gezag of geen gezag. In dit licht bezien baart het geen verwondering, dat juist onze kameraden, de vijanden van het gezag, het eerst in aanmerking komen voor de gevangenis. Spr. noemde dit een hooge onderscheiding voor het anarchisme. Verder bestreed spr. de waarde van het stembiljet. Er moet komen een revolutionaire massa-actie, die uitsluitend zal toepassen de economisch strijdmiddelen.. Ter vervanging van de gevangengenomen kameraad Haan, kregen wij nog een zeer kort betoog van Kriller, waarin deze waarschuwde toch niet op de massa te rekenen, waar het gaat om spontaan verzet, daar wij, trots de zeer ernstige gevaren waarin de heele menschheid verkeert geen enkel teeken van meeleven met ons streven bij de massa kunnen constateeren. Hij bepleitte een veel grootere activiteit van de anarchisten en revolutionnairen, in de bestrijding van de enkele menschen, die inderdaad de dragers zijn van het kwaad. De vrije socialist18-03-1933.
De Provinciale Samenwerking op Antimilitaristisch gebied in Noord-Holland, hield Zondag jl. te Alkmaar een openbare demonstratieve protestvergadering tegen het gevangen zetten van eenige kameraden, tegen het gevangen houden der dienstweigeraars en tegen het optreden tegen de bekende muiters in Indonesië. Als sprekers waren uitgenoodigd B. Haan J. de Haas en A. R. van Meekeren. Fernee (= Vernee, lgj) opent en deelt hierbij mede, dat Bart Haan, die op deze vergadering zou spreken, gisterenavond te Zaandijk is gearresteerd. Spr. protesteert tegen deze gevangenneming en zegt, dat als het gezag meent, dat men op deze manier onze propaganda zal kunnen beknotten, men bedrogen zal uitkomen, want voor iedere kameraad die gevangen gezet wordt, staan er drie klaar om zijn werk over te nemen. Het woord was hierna aan van Meekeren. Het was omstreeks 1600 zegt spr., dat er in Engeland een geleerde zeide, dat er in de eerste oorlog geen enkel teeken van onderlinge genegenheid of hulpbetoon was te ontdekken. In die dagen hebben enkelen het gezag ter hand genomen en het was dit gezag, dat onder de a-socialen een maatschappelijk leven mogelijk maakte. Omdat nu nog altijd millioenen menschen in deze stelling gelooven, ziet men in ons. anarchisten menschen, die de cultuur en de beschaving willen vernietigen. Spr. bestrijdt uitvoerig deze stelling komt tot de conclusie dat het juist het gezag is wat cultuur en beschaving in den weg staat. Hij bepleit verder vernietiging van het gezag in elken vorm.
Jo de Haas beweerde dat fascisme een laatste poging is van het kapitalisme om zich staande te houden Alle andere instituten met enig gezag bekleed als de Volkenbond, het parlement, zij moeten verdwijnen. In Italië is dit reeds door Mussolini volbracht. In Duitsland is Hitler er mee bezig en in Holland is het Colijn, die ons het fascisme zal brengen. Het gaat nu om het groote principe: gezag of geen gezag. In dit licht bezien baart het geen verwondering dat juist onze kameraden, vijanden van het gezag, het eerst in aanmerking komen voor de gevangenis, Spr noemde dit een hooge onderscheiding voor het anarchisme. Verder bestreed spr. de waarde van het stembiljet. Er moet komen een revolutionaire massa-actie, die uitsluitend zal toepassen de economische strijdmiddelen.
Ter vervanging van de gevangen genomen Kameraad Haan, kregen wij nog een zeer kort betoog van Kriller, waarin deze waarschuwde toch niet op de massa te rekenen waar het gaat om spontaan verzet, daar wij trots de zeer ernstige gevaren waarin de heele menschheid verkeert, geen enkel teeken van meeleven met ons streven bij de massa kunnen constateeren. Hij bepleitte een veel grootere activiteit van de anarchisten en revolutionairen in de bestrijding van de enkele menschen, die inderdaad de dragers zijn van het kwaad. De arbeider socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 43, no. 11, 18-03-1933.
Tweede spreker was de heer Jo de Haas uit Amsterdam. Deze tijd, zoo zei spr. leert ons, dat er thans geen plaats is voor nationaal denken, voelen en handelen, en dat elk nationaal gebeuren een internationalen achtergrond heeft. Dit is ook het geval bij de vervolging van revolutionnairen hier te lande en in Indië. Daarom moet de aandacht erop gevestigd worden, dat wij vóór alles leven in tijden, waarin alle dingen nieuw zijn. Wat thans gebeurt, is alleen te begrijpen in het licht van den nieuwen dreigenden wereldoorlog. Jarenlang is de brandstof daarvoor reeds aangebracht. Spr. weer hierbij op het persbericht, dat in Oostenrijk herstel zal komen van de Oostenrijksch-Hongaarsche monarchie met aartshertog Otto en in dit verband zag spr. ook herstel van het keizerschap in Duitschland. Spr. zag voorts een band Hitler-Mussolini en een dreiging daarvan tegen Frankrijk. Dit alles en ook Colijns uitlating dat we leven in de nadagen van het parlementarisme, is een symptoom van het doorbreken van het fascisme en een voorbereiding van den voor het kapitalisme noodzakelijken oorlog. Drie principieele verschijnselen heeft men te zien, die samen den komenden oorlog zouden voorbereiden: het opkomend fascisme, de vele oorlogsvoorbereidingen en het opdoeken van den Volkenbond. De Volkenbond heeft een bedoeling gehad in het kapitalisme en de anarchisten hebben er terstond reeds de aandacht op gevestigd, dat hij slechts bedoelde tijd te winnen voor het kapitalisme. Het einde van de ontwapeningsconferentie is de herbewapening geweest van Duitschland en het uittreden van Japan uit den Volkenbond. Alkmaarsche Courant 13 maart 1933.
06-04 Sint-Pancras Antimilitaire bijeenkomst
Van bevriende zijde schrijft men ons: Donderdagavond. organiseerde het Prov. Comité uit Noordholland van de Anti-militairistische beweging een vergadering in het lokaal Bouwstra welke druk bezocht was. Als spreker trad op de bekende redenaar Jo de Haas. De leiding van de avond berustte bij den heer Swetsman van Koedijk, die de vergadering opende met een woord van welkom en opmerkte dat deze avond geen verkiezingspropaganda betrof maar uitsluitend ten doel had, om de menschen te doen laten weten dat de dreigende oorlog nabij is. Vervolgens kreeg het woord de heer de Haas die in een rede van twee uur op een leerzame manier de menschen onder het oog bracht hoe de toestand werkelijk is en hoe slechts een eenparig "neen" den gruwel van den komenden oorlog zal kunnen voorkomen. Uitvoerig stond spr. stil bij den wereldoorlog 1914-1918 en toonde aan hoe een volgende oorlog nog vreeselijker zal zijn, omdat deze in hoofdzaak de menschen achter het front vrouwen en kinderen zal treffen. Nederland zal daarbij niet vrij blijven. Ook in den volgenden oorlog zal het weer gaan a1s toen, dat de soldaten vermoord en verminkt worden, door oorlogstuig uit eigen land, dat via een naburig land aan den vijand geleverd werd. Er is uitkomst voor de werkloozen, zei de spreker, want er liggen twee paar soldatenschoenen en een veldtenue te wachten. De rede werd onder de grootste aandacht en stilte aangehoord en het succes was dat een afdeeling Sint Pancras werd opgericht. Nieuwe Langedijker Courant 8 april 1933.
In samenwerking met de Provinciale vereeniging van Anti-Militairisten is door de afdeeling Koedijk een propaganda-vergadering gehouden te Sint Pancras waar ongeveer 100 personen aanwezig waren. Spreker was Jo de Haas. Er werd een afdeeling opgericht. Alkmaarsche Courant 10 april 1933.|
13-04 Amsterdam Protest verg. tegen fasc. terreur en De Dageraad e.a. jodenvervolging in Duitsland
(Het volk 12-04-1933)
17-04 Leeuwarden Economisch (Constance) en Sociaal Anarchisten- Politiek (Jo) Parlementairisme Federatie Friesland Afdeeling Leeuwarden
Economisch parlementairisme. Gewoonlijk wordt er, over parlementairisme sprekende, alléén gedacht aan den politieken strijd zooals die werd gevoerd in de publieke lichamen als: parlement, provinciale staten en gemeenteraden. Daarenboven echter bestond er ook wel degelijk een economisch parlementairisme, dat tot uitdrukking kwam in den strijd zooals die werd gevoerd door de vakorganisaties. Het was wezenlijk precies hetzelfde. Het eene was de onderhandeling met het kapitalisme waar zich dit politiek manifesteerde, het andere diezelfde onderhandelingspoging waar dit kapitalisme economisch tot uitdrukking komt. Dat is in de uitbuiting, zooals deze plaats vindt in de bedrijven van het kapitalisme. En feitelijk was dit economisch parlementairisme, ook al werd het als zoodanig eigenlijk niet eens erkend en herkend, van ernstiger beteekenis dan het politieke. Immers, in de publieke lichamen zetelt niet de werkelijke macht van het kapitalisme, maar slechts de schijn. Dat dit zoo is wordt direct bewezen door het feit, dat na den oorlog in verschillende landen van Europa eenvoudig het parlement werd uitgeschakeld. En als dat kapitalisme dan toch regeert, is het ieder duidelijk, dat dan haar macht ook elders moet liggen. Wat dan ook zoo is. De macht van het kapitalisme ligt verankerd in haar bezit ~ aan geld en goederen, fabrieken, schepen, machines enz. En het is begrijpelijk dat geen enkele onderhandeling in staat is een werkelijke verschuiving in de machtsverhouding tot stand te brengen. Steeds staan tegenover elkander de allesbezitter en de nietsbezitter. Alleen de sociale, d.i. de economische revolutie, zal deze machtsverhoudingen kunnen wijzigen, omdat de revolutie het tegenovergestelde van de onderhandeling is. Zij beteekent de machtsvorming door de arbeiders op grond van wat die arbeiders zich gaan toeëigenen door de onteigening van het kapitalisme. Want alléén bezit is macht! Zoolang deze revolutie nog geen feit is en dus „slechts" de onderhandeling kan plaats vinden, staan als het ware de leeuw en het lam tegenover elkaar. En de leeuw zal altijd slechts tot de onderhandeling bereid zijn wanneer hij voor zich daar voordeel in ziet! Waarin dus al direct het nadeel voor de andere partij is vóórondersteld! ! Nu is deze fase van de onderhandeling op economisch gebied, evenals die op het politieke terrein — in de parlementen — ook wel degelijk gebonden aan een bepaald stadium waarin het kapitalisme zelf verkeert. Dat is de periode van de hoogconjunctuur. Hetgeen ook wel blijkt uit het feit, dat nu het kapitalisme hier in 't Westen zich in den neergang bevindt, niet alléén politiek de arbeiders tot geen enkele machtsontplooiing meer kunnen komen, maar ook economisch alle werkzaamheid van het proletariaat tegelijkertijd tot stilstand is gekomen. Doordat de economische strijd = onderhandeling een reflectie is van het kapitalisme, zijn op dit oogenblik de vakbonden eigenlijk volledig uitgeschakeld. Want hunne onderhandelingstaak had in de eerste plaats het-kapitalisme-in-bloei als voorwaarde! Nu die bloei is geëindigd, zijn de vakbonden niet alleen niet in staat om nog iets te „veroveren” — nu het harder dan ooit noodig zou zijn!! — maar ze kunnen zelfs niet verhinderen dat het proletariaat over de geheele linie almeer wordt teruggeslagen. De bewering, dat hieruit blijkt dat de arbeiders méér macht moeten vormen door zich in nóg grooter getale te organiseeren, is een leugen — en ligt er als zoodanig te dik bovenop! In de periode dat de z.g.n. „veroveringen" werden bevochten, telde b.v. het N.V.V. tienduizenden leden en nu zouden ze nog niet eens de groote teruggang kunnen stuiten, terwijl ze honderdduizenden (350.000) leden hebben! Wie kan nu zooiets gelooven?! De waarheid is dan ook, dat in 't verleden die overwinningen mogelijk waren doordat het kapitalisme zélf in een daarvoor gunstige positie verkeerde. Maar we moeten er onmiddellijk de aandacht op vestigen, dat deze overwinningen het proletariaat zelf méér hebben aangetast dan het kapitalisme! Want het wezen van het kapitalisme is er niet door aangetast, de privaateigendom is hechter gefundeerd dan ooit, en toen door den oorlog en wat er uit volgde de gouden tijd van het kapitalisme verliep en zij een bepaalde faze afsloot en die van het fascisme inzette, was dit kapitalisme voor alles klaar en de arbeiders… zitten met de dingen hopeloos verlegen! Het blijkt nu pas hoe ernstig ook dit economisch parlementairisme van de vakbonden de arbeiders hebben vermoord! Het kapitalisme „doet" niet meer aan politieke en economische „democratie". Het heeft zich, kennende de naaste toekomst met haar oorlogsnoodzaak, enkel en alleen ingesteld op de handhaving van haar geheele systeem als zoodanig. Precies zoo zou, in omgekeerde richting, óók het proletariaat zich nu al lang hebben moeten instellen op den eindstrijd — dat is op de revolutie, die de economische machtsverhouding omzet — waardoor het socialisme kansen krijgt. Maar de groote, zeer groote volksmassa wil maar één ding: de opbloei van het kapitalisme — zoodat zij dan weer zal mogen werken, waardoor er dan weer een beetje meer loon zal kunnen worden betaald — en dan gaat alles weer zoo knusjes. God hebbe deze kruidenierszielen — want ik begeer ze niet….. En deze geestelijk-arme-lui's gesteldheid is nu het eindresultaat van het ook economisch parlementairisme. Terwijl het juist het anarchisme is geweest dat de andere — de revolutionaire gezindheid — wilde wekken en levend houden, waardoor wij juist voor het Groote zouden gereed groeien! Het is dan ook waarlijk geen wonder dat het kapitalisme, dat oorspronkelijk van de organisatie van het proletariaat niets wilde weten, ging begrijpen dat juist de organisaties het gevaar voor haar zouden afleiden. Vandaar de volledige omzetting: mocht men vroeger niet werken als men georganiseerd was, heden moet men het zijn! Hoe de vakbonden doelbewust door het kapitalisme werden gebruikt om het reformisme te laten zegevieren over de zoo voor haar gevaarlijke anarchistische gezindheid, bleek wel duidelijk bij het 25-jarig bestaan van het N.V.V. in 1931. Het was de antirevolutionaire burgemeester de Vlugt, van Amsterdam, die toen een redevoering hield, waarin hij zeide, dat hij in 1906 de oprichting van het N.V.V. met vreugde had begroet, omdat het een dam ging opwerpen tegen het toen nog in Nederland woekerende anarchisme…. In hoeverre de arbeiders tevreden kunnen zijn met deze overwinning op het anarchisme, toen behaald, moeten ze zichzelf maar eens afvragen als ze hun afschuwelijke toestand overdenken, hun hongerige kinderen…. en hun in villa's en luxe levende leiders aanzien…. Wij voor ons zijn er van overtuigd, dat slechts de geest van het anarchisme, zooals deze nog altijd in duizenden voortleeft, vaardig moet worden over de groote massa om de kansen bij den eindstrijd voor het proletariaat gunstig te keeren. JO DE HAAS.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 43, no. 15, 15-04-1933 (artikel samenvatting van de paasrede lgj).
Terublik Paasch-Mobilisatie Leeuwarden. En dit ligt dan weer achter ons. Zonder eenige overdrijving mag worden gezegd, dat onze Paaschdemonstratie tegen het parlementairisme is geslaagd. De afdeeling Leeuwarden heeft van dezen dag veel pleizier beleefd, hetgeen een prachtige belooning was voor het vele werk, dat de organisatie van zulk een dag altijd opeischt. Rotterdam was als verst verwijderde plaats het eerst aanwezig. Eenige kameraden van daar waren per fiets opgekomen en het bleek — psalm 104 —dat de wind woei helaas precies van den verkeerden kant! Maar ach, als je er dan eenmaal bent, is alle leed gauw vergeten, en ik geloof dat ook deze makkers tevreden zijn. En tevredenheid was hetgeen allen heeft gekenmerkt. Wij hebben tenminste niet anders gehoord. Zondagavond werd aangevangen met een bijeenkomst in een keurig zaaltje voor de Hollanders en andere reeds vroeg aanwezigen. De stemming zat er toen reeds onmiddellijk in! Onder een fijn kopje thee met een koekje, waarvoor de vrouwelijke makkers hadden gezorgd, plus zang, voordracht en muziek, was deze avond om voor we het wisten. Maandag liep de groote, mooie zaal van „De Groene Weide" onmiddellijk zóó vol, dat gevreesd werd, dat er tweemaal eenzelfde programma zou moeten worden gegeven! Door de zaal eivol te „laden" ging het dan net in één keer door. Het program werd vlot afgewerkt.
Jo de Haas opende. Van de vrije socialistengroep Antwerpen was een sympathiek schrijven ingekomen met de beste wenschen voor het verloop. Onmiddellijk werd toen de belangstelling gevraagd voor de mandolineclub, die op zeer verdienstelijke wijze drie mooie nummers gaf. En toen kwam de clou van den ochtend! Wie zou er nu eigenlijk dood zijn?? Het is ieder nu duidelijk geworden. Er was een agit.-troep gevormd, die in een handomdraai een scène had ingestudeerd, die méér dan in den smaak is gevallen! Het geleverde spel was zeer best en het agitatorisch geheel er in verwerkt duidde zeer precies, dat de „parlementaire mogelijkheden" dood zijn. De bons v. Dommelen, de vrouwelijke strijdster, de arbeiders en de doodbidders maakten allen tezamen het geheel tot iets waar ook hartelijk om gelachen is! Na dit gaf „Amicitia" weer eenige goede nummers, waarvan het slot, de Internationale, onmiddellijk door de stampvolle zaal werd overgenomen. Om twee uur 's middags ving de vergadering aan in de groote garage, die voor dit doel in gereedheid was gebracht. Er was intusschen nog meer publiek aangekomen, zoodat deze veel grootere localiteit ook weer stikvol was.
Constandse en Jo de Haas spraken, de eerste voornamelijk over de vakbonden en het reformisme, de laatste vooral over de machteloosheid van het stembiljet tegen het opkomend fascisme. We gelooven dat beide redevoeringen wel weer in den smaak zijn gevallen. Precies kwart voor vijf werd deze middagvergadering, die onder leiding van Fedde Weidema stond, gesloten. Een collecte van ƒ 36.— sloot het geheel waardig af — een bedrag, dat ondertusschen wel noodig was voor de groote gemaakte kosten. In ieder geval is het bewijs geleverd, dat het anarchisme nog niet dood is! Maar… van Dommelen óók nog niet! U hebt hem van het tooneel zien gaan. Vergissen we ons niet te zeer, dan zullen we hem in Appelscha met de Pinkster weer ontmoeten! Een reden voor ons allen om daar maar weer eens te gaan kijken.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 43, 1933, no. 16, 22-04-1933.
18-04 Tijnje Naar de stembus! De laatste ronde?De Anti-parlementairen(Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 14- 04-1933)
19-04 Beets Idem (Nieuwsblad van Friesland: De Anti-parlementairen Hepkema’s courant 14-04-1933)
20-04 Wijnjeterp Idem (Nieuwsblad van Friesland: De Anti-parlementairen Hepkema’s courant 14-04-1933)
23-04 Antwerpen. Godsdienst contra Beschaving
Antwerpen. Voor de Vrijdenkersvereniging „Francisco Ferrer" sprak Jo de Haas op Zondag 23 April over het onderwerp: Godsdienst contra Beschaving. De vergadering was best bezocht en het gesprokene voldeed de bezoekers volkomen. Maandag 24 April sprak Jo de Haas voor de „Vrije Groep" te Antwerpen over: „De chaos en het Anarchisme". Ook deze bijeenkomst was druk bezocht en zal er zeker toe hebben bijgedragen, dat de anarchistische gedachte verstevigd zal worden.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 43, no. 18, 06-05-1933.
24-04 Antwerpen De chaos en het Anarchisme Vrije Groep (zie boven)
25-04 Enschede Verkiezingsbedrog
Anti-verkiezingsvergadering. Vorige week werd te Enschede, in de zaal van ten Berge; Deurningerstraat, een openbare vergadering gehouden tegen het verkiezingsbedrog met Jo de Haas als spreker. Ruim 200 menschen luisterden naar het goed gedocumenteerde betoog van de H., die met voorbeelden duidelijk maakte, dat de geheele kiezerij beschouwd kon worden als een fopspeentje, waarmede men niet alleen kleine kinderen, maar ook groote menschen, in 't bizonder proletariërs, tevreden hield. Het proletariaat stopt men een vodje papier in handen, maar de economische en de militaire macht behoudt de bourgeoisie. En dit feit alleen maakt het parlementarisme tot een aanfluiting met betrekking tot de werkelijke bevrijding van de arbeidende klasse uit de boeien van het kapitalisme. Alleen de gekozenen der verschillende partijen zijn voor 4 jaar geborgen. Vijf duizend gulden en vrij eerste klas reizen op de Ned. spoorwegen, ziedaar de resultaten, niet voor de kiezers, die worden trots hun stemrecht steeds armer en ellendiger, doch voor de gekozen tweede kamer-leden. Eerst dan als het proletariaat tot bewustzijn is gekomen van z'n goed recht op de rijkdommen dezer aarde, stoffelijk en geestelijk, is het oogenblik aangebroken de bourgeoisie te onteigenen in 't belang en tot welzijn van allen zonder onderscheid De vrije socialist 06-05-1933.
Anti-verkiezingspropaganda. Ondanks de slechte omstandigheden, waarin de arbeidersklasse en dus vanzelf ook de organisaties verkeeren, heeft het PAS.-Enschedé in samenwerking met de SAV een goed geslaagde anti-verkiezingscampagne gehouden. Zaterdag 22 April werd begonnen met een antiverkiezingswagen. Deze stelde op duidelijke wijze de onzin van de verkiezingen voor en al moet gezegd worden dat er waren, die hoofdschuddend en schouderophalend ons troepje meewarig nakeken, velen waren er die de opmerking maakten: die kerels hebben gelijk. Maandag 24 en Dinsdag 25 April is ook met dezen wagen gedemonstreerd en tevens een goed, opgezet manifest verspreid. Dinsdagavond een goed geslaagde openbare vergadering in de zaal van ten Berge met Jo de Haas als spreker. Alles bij elkaar genomen een propaganda, die, hoewel ze ons financieel een dikke strop bezorgde, toch als geslaagd beschouwd moet worden en onze propaganda tegen het parlementarisme ten goede.De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg 10, no. 516, 13-05-1933.
01-05 Alkmaar Jo spreekt op 1 Mei vergadering Vrije groep sociaal-anarchisten
De Mei-vergadering van SOCIAAL ANARCHISTEN Men schrijft ons: In de dancing van de Harmonie waren gisteravond ongeveer 70 bezoekers aanwezig. De voorzitter opende met een woord van welkom en wees op den ernst van dezen tijd; en de noodzaak de Meivergadering als een strijdvergadering te beschouwen vooral in dezen tijd nu de arbeiders zijn lam geslagen. Als spreker trad op de heer Jo de Haas uit Amsterdam. Deze begon met te zeggen, dat deze 44ste Meidag wel een van de somberste is: Juist nu ziet men den komenden oorlog en het dreigende fascisme: en juist nu overal een overvloed is aan voeding spreekt men over crisis omdat het heele distributie-apparaat is ingericht ten bate van de bezittende klasse. Alle volkeren zijn onderworpen. Spreker lichtte dit uitvoerig toe. Men wil nu stichten de Vereenigde Europeesche Staten, wat geen enkele oplossing geeft. Wij, anarchisten, willen de grenzen laten verdwijnen tusschen de menschen en tusschen de klassen. Het kapitalisme is aan het einde, en de arbeiders is niet voldoende geleerd door de politieke partijen de revolutie goed te volbrengen. Men is beangst bij den val van het kapitalisme, en denkt zelf ook onder te gaan, vandaar de groei van het fascisme dat juist groeit uit de ellende der arbeiders. De arbeiders die door de politiekers steeds op de stembus zijn gewezen, zijn in een revolutionnairen toestand overgeleverd aan het fascisme dat hun iets belooft al is het slechts schijn. Men moet de arbeiders strijd leeren. In Duitschland ziet men het voorbeeld. De fascisten gebruikten ongewone parlementaire middelen en hebben veel te danken aan de socialisten. De 1 Meidag moet het parool zijn, een aansporing zich revolutionnair te scholen. Men moet een getuigenis afleggen dat men werkelijk internationaal denkt en voelt. Het nationalisme viert hoogtij onder de arbeiders zonder dat zij er zich van bewust zijn. Men zingt de Internationale misschien 10 keer met 1 Mei, en de andere dagen is men in zijn doen en laten nationalistisch. De vakbonden gaan te keer als er een buitenlander hier werkt, zuiver nationalistisch. De arbeiders kunnen geen internationalisme demonstreeren zoolang zij niet sociaal bewust zijn. Eenheid is er noodig, maar die kan komen als de arbeiders vertrouwen op elkaar en in plaats van verkiezingen den economischen strijd doorvoeren. Dan zal het fascisme in Nederland niet komen, dan zullen de arbeiders zich bevrijden en zullen hun fouten in het verleden een leerschool zijn. De avond werd opgeluisterd met declamatie van de heeren J. Bakker uit Winkel en Slikker uit Langendijk.
bet
De voorzitter las een schrijven voor van het Russische hulpfonds I. A. A., waarin een oproep in gedaan werd om de vervolgde anarchisten in Rusland te steunen, menschen die steeds nog strijden voor het vrije socialisme en nu in verbanningsoorden in Rusland leven onder zeer slechte omstandigheden. De voorzitter wekte de bezoekers op de collecte te gedenken ten bate van de in Rusland gevangen anarchisten. De voorzitter sloot om 11 uur dezen moreel goed geslaagden avond. De collecte bracht f. 12 op.
Alkmaarsche courant 2 mei 1933
06-05 Vrijdenkers radio-omroep Levenswijsheid zonder God. (Cultuurgedachten)
Voor de Vrijdenkers radio-omroep spreekt Jo de Haas Zaterdag 6 Mei van 19—20 uur over het onderwerp „Levenswijsheid zonder God". (Cultuurgedachten). De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 43, no. 18, 06-05-1933.
25-05 Nieuw-Amsterdam De politieke beteekenis van den Noord. Prop. Comité dienstweigering (Emmer courant 23-05- 1933)
04/05-06 Appelscha Geweld of weerbaarheid Pinksterlanddagen(De arbeider 27-05-1933)
Landdagen Anarchistische Partij. APPELSCHA, 6 Juni. In de Pinksterdagen werd door bovengenoemde partij van de drie Noordelijke provinciën een landdag gehouden in de bosschen en duinen, door het Staatsboschbeheer daartoe welwillend afgestaan. Naar schatting hebben ongeveer duizend personen deze landdagen bezocht. Het Zaterdagavond-programma werd verzorgd door het ensemble „Willem van Iependaal" van Rotterdam. Zondagmorgen 10 uur werden, na opening door den heer B. Herder uit Groningen, eenige jeugddansen uitgevoerd door eenige jongedames uit Gruno's veste. Daarna volgde een satire, genaamd „Van Dommelen", openluchtspel in 2 bedrijven. Na afloop hiervan gaf de heer Iependaal nog eenige levensliedjes ten beste. De bijeenkomst werd toen geschorst tot halfdrie. Voor den namiddag werd medewerking verleend door de zangvereeniging uit Groningen en de muziekvereeniging van Emmer-Compascuum. Als sprekers traden achtereenvolgens op de heeren S. Tillema en Gé Nabrink. De avondvergadering werd gewijd aan de kunst, waaraan werd deelgenomen door den heer Iependaal, muziekvereeniging Emmer-Compascuum en jeugddansen van Groninger dames. Op verzoek van het publiek werd de lintendans herhaald. In het Maandagmorgen-program werd eenige wijziging gebracht. In plaats van de cursus-vergadering, waar Jo de Haas als inleider zou optreden, werd een huishoudelijke vergadering gehouden, waarin zaken van meer intiemen aard werden besproken. De voorzitter Herder deed aan deaanwezigen de mededeeling, dat aan de dienstweigeraars te Veenhuizen een telegram zou worden verzonden.Nieuwsblad van Friesland: Hepkema's courant 07-06-1933.
13-06 Westerveld Jo spreekt bij uitvaart Jan Bijlstra
De uitvaart van Jan Bijlstra, Dinsdag 13 Juni op Westerveld, was een ontroerende en aangrijpende plechtigheid. In Groningen vergezelden talrijke kameraden het stoffelijk overschot naar het station, waar het mannenkoor De Pionier een afscheidslied zong. Dertig a veertig kameraden uit Groningen waren meegekomen naar het crematorium te Westerveld, waar zich eenige honderden bij hen aansloten om Bijlstra de laatste eer te bewijzen. Het woord werd gevoerd door de kameraden H. E. Kaspers, die hem heeft zien opgroeien als kind en die zijn voorganger is geweest als redacteur van De Arbeider; door H. Kok namens GGB., door B. Reyndorp, Jo de Haas, W. Heeringa, die sprak namens de groningsche anarcho-syndicalisten, door G. Nabrink namens de IAMV. De aanwezigen waren diep onder den indruk. De meesten konden hun aandoening niet langer meester blijven en hun tranen niet bedwingen. Nadat de kist onder een schat van bloemen langzaam was gedaald, verlieten de aanwezigen het crematorium onder het spelen van het orgel en den solozang van kam. D. Stevens te Amsterdam De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg 10, no. 521, 17-06-1933.
18-06 Harlingen De Anarchisten hadden dus altijd gelijk
Harlingen De meeting, welke hier 18 Juni is gehouden, had wat de opkomst van het publiek betreft wel beter gekund, er waren 3 a 400 bezoekers aanwezig. Kam. Jo de Haas sprak voor ons over: „De Anarchisten hadden dus altijd gelijk". (Kam. Constandse, die ook voor ons zou spreken, was tot onze spijt niet aanwezig.)* Fel hekelde spr. de houding van Mr. Duijs en consorten over het vieze en laffe verraad, dat de leiders der S.D.A.P. plegen over de arbeidersklasse. Arbeiders en arbeidersvrouwen, wilt gij het fascisme, gelijk in Duitschland,. welnu, sluit u dan aan bij de leiders der S.D.A.P. (want er is geen haar verschil tusschen Mr. Duijs, Albarda of Hitler) en het fascisme zal ook hier zegevieren. Wilt gij dat niet, welnu, sluit u dan aan bij de rev. anti-militaristen en strijdt met ons mede tegen die afschuwelijke massamoord, militarisme en fascisme. *) Wegens een plotseling opkomende griepaanval kon deze niet komen. (Red.)De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 43, no. 25, 24-06-1933.
25-06 Heerenveen De politieke beteekenis van den Land. Com. I.A.M.V. dienstweigering
I.A. M. V.-landdagen op 24 en 25 Juni te Heerenveen. Ofschoon de weervoorspellingen voor 24 en1 25 Juni niet onverdeeld gunstig luidden en het water op verschillende plaatsen in het land, naar wij later hoorden, in stroomen nederviel, hebben we toch voor wat onze landdagen in de Hepkema-boschjes betreft, in een uitzonderingspositie verkeerd, althans wij hebben prachtig weer gehad. Wat echter het bezoek van het weekend betreft, in vergelijking tot dat van het vorige jaar gelooven wij echter, dat de dreigende donkere luchten hieraan niet vreemd zijn geweest. Men zingt wel eens van door een muur van vuur maar thans bleek echter weer, dat slechts bij een teeken van naderende druppels, de moed reeds in de schoenen zinkt om dezen te trotseeren. Doch de thuisblijvers hebben ongelijk gehad. En we kunnen dan ook, sprekende over deze landdagen, van geslaagde landdagen spreken. Aanvankelijk zou op de Zaterdagavond Gé Nabrink een inleiding houden. Door verschillende omstandigheden is dit echter gewijzigd en werd thans de Zaterdagavond besteed aan besprekingen betreffende ons werk. Te ongeveer half negen opende Nabrink de eerste bijeenkomst en deelde de veranderingen mede. Allereerst herdacht hij met enkele woorden Jan Bijlstra en verzocht de aanwezige kameraden hunne gedachten een wijle naar dezen te laten uitgaan. Nabrink gaf nu een uiteenzetting van het propaganda-werk in het algemeen. Deelde het voorstel van het L. C. mee, betreffende het organiseeren van een cursus voor methodisch spreken. Uit een en ander bleek, dat er bij de aanwezige kameraden voor dezen cursus veel animo bestond en velen gaven zich hiervoor reeds op. Men besloot om dezen cursus einde Sept. in Friesland te houden te Heerenveen of Leeuwarden. (Zij, die zich hiervoor niet opgaven, kunnen, dit alsnog doen bij het secretariaat 1e Dijkstraat 20, 1 Dordrecht). Daarna werd het ontwikkelingswerk uitvoerig besproken en de aandacht gevestigd op het uitgeven van schriftelijke cursussen betreffende één onderwerp. Eenige discussies volgden nog, waarna te ongeveer 10 uur Nabrink deze bijeenkomst sloot. Des Zondagsmorgens 8 uur vond een bijeenkomst plaats, alwaar de oprichting van een Coöperatieve vereeniging tot exploitatie van meeting- en kampeerterrein te Appelscha werd besproken en deze oprichting tevens aldaar een feit geworden is. Vlugge, zakelijke en weldoordachte besprekingen leidden spoedig tot het beoogde doel en stemmen ons hoopvol wat de toekomst van deze coöperatie — die den naam van „Vrijheidsbezinning" ontving — betreft. Te 10 uur ving de derde bijeenkomst aan, welke bijeenkomst door ongeveer 70 kameraden was bezocht. Op deze bijeenkomst hield Nabrink een inleiding over „Jeugd en Vaderland". Spreker begon met te zeggen, dat hij in deze inleiding alleen de psychologische zijde van het vraagstuk za1 belichten. Een referaat als dit leent zich er echter niet voor om het gesprokene in het kort weer te geven. Daarvoor is dit vraagstuk te belangrijk en vormde het referaat een te sluitend geheel, dat een verkort uittreksel er van in ieder opzicht schade aan het geheel zal doen en tevens niet de minste zin zal hebben. Volstaan wij in dus met te zeggen, dat gedurende twee en een half uur het referaat met de grootste aandacht werd gevolgd. Daarop volgden nog eenige discussies. Van enkele kameraden kwam het verzoek, dit referaat als cursus uit te geven, welk verzoek door het L. C. ernstig in overweging wordt genomen. (Zoodra dit vasteren vorm heeft aangenomen, zullen we hiervan mededeeling doen). Des namiddags vond de openbare meeting plaats. Gé Nabrink en Jo de Haas voerden het woord. Het Mandoline-ensemble „Amicitia" uit Leeuwarden verleende zijn muzikale medewerking, hetgeen ten zeerste door de aanwezigen op prijs werd gesteld. De meeting werd door ongeveer 250 personen bezocht. Ook deze meeting is uitstekend geslaagd. Hopen we, dat een en ander ook voor de toekomst vruchtbare resultaten afwerpen zal.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 43, no. 27,08-07-1933.
02-07 Valthermond Gewas 1902—Fascisme 1933(De arbeider 24-06-1933)
8/9-07 Schoorl De politieke betekenis der
Prov. Samenw. op Anti-Mil. gebied in dienstweigering (De arbeider 24-06-1933) N.-Holland in samenwerking met het
L.C. der I.A.M.V.
15/16-07 Bakkeveen (Jo niet aanwezig) Jeugd en Militarisme (zaterdag) Openb. Meeting Gewas 1902 -Fascisme 1933 (zondag) Wegens het ondergaan van een operatie, met als gevolg dat de patiënt 10 à 14 dagen het bed moet houden, is Jo de Haas in het Diaconessenhuis te Groningen opgenomen.De arbeider 15-07-1933//Jo de Haas heeft het ziekenhuis te Groningen weer verlaten. De arbeider 29-07-1933.
22-29-07 Bentveld 1933 Geweld en klassenstrijd Woodbrookers Bevrijding Zomerschool
(Jo door ziekte afwezig. Zie Bevrijding; orgaan v.d. Bond v. Religieuse Anarcho-Communisten, jrg 5, , no. 7, nov., 1933).
23-07 Rotterdam Psychologie der massa en Vrije groep individualiteit(De arbeider 15-07-1933)
30-07 Antwerpen Levenswijsheid zonder God Vrijdenkersver. „Ferrer” 31-07 Antwerpen Geweld en klassenstrijd de vrije groep
Voor de Vrijdenkersver. „Ferrer" 'sprak Jo de Haas Zondag 30 Juli over: „Levenswijsheid zonder God". , Maandag. 31 Juli 'sprak Jo de Haas voor de vrije groep over „Geweld en klassenstrijd . In een betoog van bijna 2 1/2 uur schetste Jo hoe geweld in wezen burgerlijk is en hoe waarlijk revolutionaire gezindheid als vanzelf leidt naar het niet-meer-gewelddadig-kunnen en dus tot waarachtige vernieuwing. Er werden slechts enkele vragen gesteld. Beide vergaderingen zijn uitstekend geslaagd.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 43, no. 33,19-08-1933.
06-08 West-Graftdijk Meeting (De arbeider 22-07-1933)
Provinciale Samenw. op antimil. gebied in N.-Holland
08-08 Nieuwe Niedorp Nieuwe Oorlogsvormen en hunne bestrijding (Schager Courant 05-08 1933)
09-08 Aartswoud Idem (Schager Courant 05-08 1933)
11-08 Dirkshoorn Idem (Schager Courant 05-08 1933)
12/13-08 Venhuizen De geestelijke doorschouwing van Landdag het fascisme (De arbeider 22-07-1933)
Provinciale Samenw. op antimil. gebied in N.-Holland
15-08 Vlaardingen De geestelijke doorschouwing van De Dageraad het Fascisme
DE GEESTELIJKE DOORSCHOUWING VAN HET FASCISME. Dinsdagavond sprak in openluchtmeeting, belegd door de afdeeling alhier van de Vereeniging „De Dageraad”, in den tuin van het Volksgebouw, de heer Jo de Haas, over „De geestelijke doorschouwing van het Fascisme”. De heer W. Angenent, die de vergadering opende met een woord van welkom, sprak er zijn blijdschap over uit, dat de openluchtmeeting begunstigd werd door zulk prachtig zomerweer en dat de heer De Haas hier wilde spreken over een onderwerp, dat ieder dagelijks bezig houdt. Hij hoopt, dat men door die bespreking een beter inzicht in het probleem mag krijgen en dat men daardoor tot een betere methode van bestrijding van het Fascisme mag komen dan tot heden is gevolgd. De heer De Haas, dan het woord verkrijgende, sluit zich aan bij de opmerking van den voorzitter, dat het Fascisme ons dagelijks bezig houdt en dat de methode van bestrijding absoluut niet deugt. Men ziet het Fascisme als een politiek-economisch verschijnsel en denkt het met eenige schetterende leuzen te kunnen bestrijden. Maar zoo eenvoudig is het niet. Spreker zal het Fascisme van avond psychologisch bespreken. Vooraf zal hij van de politiek-economische zijde iets zeggen. Naar die zijde bezien is het slechts een methode van het kapitalisme om zich te handhaven. Het brute geweld is in de plaats getreden van de democratie, van het parlementarisme, dat als een afgesloten periode kan beschouwd worden. Politiek-Economisch is het Fascisme dus een volgende phase van het Kapitalisme. Dat is heel iets anders dan steeds door het Marxisme werd geleerd. Dat meende, dat het kapitalisme zichzelf zou vernietigen: het bezit zou zich steeds meer ophoopen in handen van enkelen, de massa zou steeds armer en ellendiger worden en dan kwam de revolutie en daarna het socialisme. Uit deze Maxistische theorie ontstond de Sociaal-Democratie met haar klassestrijd. Het eigenaardige is echter, dat het meest de nadruk werd gelegd op de democratie. Over het socialisme werd alleen maar gesproken op volksvergaderingen; het werd voor „hoogtijden” bewaard, als een vlag, die bij zon- en feestdagen eens werd uitgestoken. In werkelijkheid ging het om hooger loon, korter werken, betere arbeidsvoorwaarden en woningen voor de arbeiders. Het Marxisme maakte plaats voor het revisionisme. Dat alles kon gebeuren binnen het raam van het kapitalisme. Het werd zelfs door vooraanstaande kapitalisten bevorderd en toegepast, omdat het de kapitalistische maatschappij absoluut niet in gevaar bracht. Het kapitalisme is altijd in wezen bruut geweld geweest en nu het er op aankomt zich te handhaven deinst het er ook nu niet voor terug. En dat is juist het vreeselijke. Zoo was het ook met den oorlog. Spr. en zijn geestverwanten vulden de gevangenissen in den oorlogstijd, omdat zij dienst weigerden, maar de sociaal-democraten gingen naar de fronten. En nu is niet het vreeselijke, dat in den oorlog zooveel menschenlevens en goederen verloren gingen, maar dat de mensch geestelijk, psychisch werd vernield. Want de oorlog, in 1914 begonnen, woedt nog onverminderd voort al werd in 1918 op papier gezet, dat het uit was. Het kapitalisme, dat voor den oorlog internationaal was, is schijnbaar plotseling nationaal geworden en sleept ook nu weer de massa mee.
Hoe is nu de groote vlucht van het Fascisme te verklaren? En hoe is het mogelijk, dat de heele arbeidersbeweging zich laat „gelijkschakelen”? Volgens spreker door de ellende van den oorlog en omdat het in ieder mensch leeft. De mensch handelt door zijn bewustzijn en door zijn onderbewustzijn. Bewust handelt de mensch als hij zich in zijn handelingen laat leiden door zijn verstand en zijn wil; door zijn onderbewustzijn geleid handelt hij vaak in strijd met verstand en wil. In heel moeilijke, gevaarlijke oogenblikken, als het er juist op aan komt met verstand te handelen, gebeurt meestal bij de massa het tegenovergestelde. Als voorbeeld haalt spreker aan een brand in een bioscoop, waarbij een paniek uitbreekt en allen omkomen, waar zij door kalm en verstandig te handelen allen ongehinderd uit het gebouw hadden kunnen komen. In onze dagen zijn tengevolge van den oorlog en al wat daarmee gepaard ging en opgevolgd is, de driften, die in den mensch sluimerden, opgewekt en werkt het verstand minder. Een van de primitiefste driften is het geweld. Dat is het natuurlijkste zelfhandhavingsinstinct. De dieren komen daar nooit bovenuit. De mensch kan er bovenuit stijgen. Werd in vroeger eeuwen elk persoonlijk geschil met de vuist uitgevochten, de beschaafde mensch zal eerst trachten door overleg, door praten, de kwestie op te lossen. Zelfs op staatkundig gebied worden er al pogingen aangewend om door arbitrage, in plaats van door oorlog, geschillen tusschen de landen op te lossen. Bewijs dat we wel iets vooruit gegaan zijn, al zijn we nog lang niet waar we wezen moeten. Door den oorlog en de ellende daarna zijn dus deze primitieve driften weer in hevige mate opgewekt en daardoor was het mogelijk dat het Fascisme, ’t georganiseerde, beestachtige, brute geweld, vat op de groote massa kreeg. Het kapitalisme heeft het masker der democratie van het gelaat getrokken en vertoont zich in zijn ware gedaante. De massa heeft nog niets door den oorlog geleerd, want het Fascisme drijft naar een oorlog, zoo vreeselijk, dat wij er allen misschien aan ten gronde gaan. Dat de arbeidersbeweging, zooals zij zich tot nu toe kenmerkte, door het Fascisme kon worden overwonnen, komt omdat in wezen ook die beweging hetzelfde beoogde: verheerlijking van de collectiviteit, van de massa, van den staat, met uitschakeling van den enkeling en daarnaast vereering van de leiders. Het is alles hetzelfde: geweld. Men doet ook allen hetzelfde! Of men nu de rechterhand opsteekt en roept : „heil Hitler”, of „rood front” of „vrijheid”, het is in wezen precies hetzelfde. Daarom was het een leugen, welke door Hitler werd gedebiteerd, toen hij zeide, dat hij het socialisme had overwonnen: het socialisme moet nog geboren worden dus kon het door Hitler niet overwonnen worden. Hetgeen tot nog toe door de volgelingen van Hitler in Duitschland is gedaan (o.a. het verbranden van boeken enz.) kwalificeert spreker als infantilisme. Resumeerende zegt spr. ten slotte, dat het Fascisme in politiek-economisch opzicht een methode van het kapitalisme is om zich te handhaven; dat het in wezen bruut geweld is; dat dit in het onderbewustzijn van ieder mensch aanwezig is en dat de sociaal-démocratie gefaald heeft in den opbouw van het socialisme. Het Fascisme kan niet overwonnen worden door geweld. Mogen sommige arbeiders al droomen van de barricaden, dat was een strijdwijze uit de vorige eeuw. Tegen de machtswapenen waarover de staat beschikt staan zij ten eenenmale machteloos. Maar afgezien daarvan is dat al fout. Het Bolsjewisme is in wezen hetzelfde als het Fascisme. Slechts door boven het geweld uit te stijgen door innerlijke cultuur en er dus absoluut niet aan mee te doen; door het taaie, lijdelijke verzet, als van een Gandhi is het mogelijk het Fascisme te bestrijden en het socialisme te bouwen. Spr. eindigde met een opwekking tot het streven naar innerlijke cultuur en vrij denken, opdat zoo het ware socialisme moge komen. Nadat eenige vragen waren gesteld en door spr. beantwoord, sloot de voorzitter de bijeenkomst met een woord van dank tot den spreker. Nieuwe Vlaardingsche courant 18-08-1933.
27-08 Wijnjeterp Jeugd en Militairisme (herdenkingsmeeting Kl. Blauw)
Evenals de vorige jaren is alhier ook nu den laatsten Zondag van Augustus door de afdeeling der I.A.M.V. weer een Klaas Blauw-herdenkingsmeeting gehouden met als spreker Henk Eikeboom. Ook zou het woord gevoerd worden door Jo de Haas, doch die kon er dien dag niet de noodige kracht voor vinden. Ruim 200 personen waren op het terrein aanwezig. En er was goede muziek van L. Blauw en de zijnen.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 43, no. 36,09-09-1933.
10-09 Wijnjeterp Conferentie: thema Wat is er rond De Arbeider gebeurd
Wat er rond „De Arbeider" is gebeurd. Het is niet een plotseling opgekomen idee om nu op 10 September de geestverwanten ter beraadslaging op te roepen. Wel de voortzetting eener door mij voorgestane gedachte. De huishoudelijke bijeenkomst, Pinksteren gehouden, kwam door mij persoonlijk tot stand, aangezien ik mij, toen de vernieuwing van ons blad aan de orde was, op het standpunt plaatste: lezers, geestverwanten en al diegenen die per saldo gezamenlijk de krant in stand houden, moeten toch ook eens weten wat er gebeurt. Hoeveel te meer is dit nu noodzakelijk, nu er ernstige dingen staan te gebeuren. Men late zich nu niet van de wijs brengen — en de aandacht afleiden!! — dat van mijn kant er lucht wordt gegeven aan „opgekropte haatgevoelens". Er zijn zéér ernstige zedelijke, principieele en organisatorische conflicten rond „De Arbeider". Wij hebben als de vrienden van Bijlstra verklaard, dat wij zijn blad zouden in stand houden! „De Arbeider" is zijn geestelijke nalatenschap en de instandhouding waarvan ik persoonlijk aan zijn baar op Westerveld getuigde, heeft slechts zin als wij Bijlstra's geest in dat blad meehandhaven. In ieder ander geval moge mijnentwege de krant naar den bliksem gaan! Welnu, deze geestelijke nalatenschap is in gevaar! En al degenen die na Bijlstra’s dood hebben verzekerd zijn vrienden te zijn, die hebben er dan ook nu van te getuigen! Want anders „liggen" de dooden en „liegen" de levenden nog weer eens voor de zooveelste maal. Tijdens de Pinksterdagen hebben in de huishoudelijke bijeenkomst zeer velen goedgekeurd wat ik tot op dat oogenblik voor „De Arbeider" had gedaan. Het conflict dat er nu is, is in 't wezen van de zaak geen ander dan dit: Jo de Haas verdedigt ook nu nog hetzelfde standpunt dat honderden geestverwanten tijdens Pinksteren hebben goedgekeurd, terwijl anderen een reuzenzwaai hebben gemaakt met zeer unfaire oogmerken! En al deze dingen zal ik zeer uitvoerig uiteenzetten te Wijnjeterp, waar zooveel mogelijk geestverwanten den zedelijken plicht hebben te komen! Want wie de dingen niet in de krant wil hebben, zal dan toch ter anderer plaatse moeten komen. Op die vergaderingen zullen de feiten spreken. Er zullen aanwezig zijn: verslagen van gehouden vergaderingen, briefwisseling Weidema—Jo de Haas, Mevrouw Bijlstra— Jo de Haas, Wieke Bosch—Jo de Haas, Holland—Jo de Haas. Aan de hand van deze dingen, zwart op wit, zullen dan alle aanwezigen in staat zijn te bepalen dat er dingen gebeuren die nog beslist beneden-kapitalistisch zijn en die de geestverwanten in hun voortgang hebben te stuiten! Terwijl blijken zal dat ik, die wordt overstroomd met hoon en laster, één der weinigen ben die Bijlstra's blad en geest beter hebben bewaakt dan de anderen, waarop men „zuinig" moet zijn. Ik verwacht heel veel geestverwanten te Wijnjeterp. Tot afdoening van zaken. En verwijs naar de advertentie van vorige week. JO DE HAAS De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 43, no. 35, 02-09-1933.
Beknopt verslag van de Vergadering te Wijnjeterp op Zondag 10 September.
Wat gebeurt er rond „De Arbeider"
Om plm. 11 uur opent Jo de Haas en heet de talrijke geestverwanten welkom. Het is precies uitgekomen zooals ik gedacht heb, aldus begint Jo, dat men mij zou verwijten niet het recht te hebben deze vergadering te beleggen. Doch niets is minder waar dan dit, juist omdat wij anarchisten staan op het standpunt van zelfactie. Welnu, men heeft mij verwijtingen gemaakt, wat is nu logischer dan dat ik op één door mij zelf bijeengeroepen vergadering deze verwijtingen kan weerleggen?
Ik kan onpartijdig spreken, omdat ik mij heb teruggetrokken als candidaat voor redacteur van ons blad „De Arbeider". Van verschillende zijden beweert men, dat ik een tegenstander zou zijn van samenwerking ten opzichte van „De Arbeider" tusschen de Noordelijke en de Hollandsche Vrije Groepen. Niets is minder waar dan dit. Ik ben de eerste die het plan heeft geopperd. 9 Mei zond ik een brief aan v. Meekeren, waarin ik hem wees op het plan dat „Naar de Vrijheid" vergroot zou worden, zoodat er dan 2 bladen zouden zijn, plus „De Vrije". Dit zou verbrokkeling zijn, terwijl er juist behoefte is aan één groot en goed anarchistisch blad. Voorts vroeg ik v. Meekeren er eens over te denken, of hij niet mee wil werken aan een groote, vernieuwde „Arbeider".
v. Meekeren antwoordde hierop, dat door het Soc. Anarch. Verbond op 11 Juni een congres zou worden gehouden, alvorens tot uitgave van een nieuw blad zou worden overgegaan. Dit congres is echter niet doorgegaan, doordat de exploitatie-commissie van „De Arbeider" een vergadering in Groningen belegde, waartoe het verbond werd uitgenoodigd.
Aan deze vergadering namen deel de Groepen Groningen, Beerta en Leeuwarden. Jo de Haas, het volle vertrouwen genietende van groep Leeuwarden, was voor hen als afgevaardigde aanwezig. Op deze vergadering werd de samenwerking besproken en op welke wijze de exploitatie-commissie zou worden gevormd. De groepen konden zich opgeven bij de exploitatie-commissie en werden dan in de exploitatie opgenomen.
Slechts 3 groepen gaven zich op. Indien de Hollanders groepsgewijze zouden toetreden, dan zouden zij een overheersching krijgen met een stemmen-verhouding van 10—3. Deze toestand zou ongezond zijn.
Besloten werd, dat het verbond 3 personen zou aanwijzen, zoodat er een commissie van 6 personen zou komen. De goedkeuring hiervoor moest worden verleend door de Noordelijke groepen.
Wat er verder besproken is, kan men lezen in de gepubliceerde verslagen in „De Arbeider". Fedde Weidema, die eveneens op deze vergadering aanwezig was, was het hier volkomen mee eens.
Ter sprake kwam op deze vergadering de sfeer welke in Holland heerscht tegen Jo de Haas. Dit punt werd ter sprake gebracht, omdat dit tot conflicten kon leiden. Bakker, Den Haag, die eveneens aanwezig was, bevestigde dit. Van hun (het S.A.V.) zou geen heibel zijn te verwachten. In alles zouden zij organisatorisch handelen. Op grond van deze verklaring werd samenwerking aangegaan, Jo de Haas sprak de hoop uit, dat dit in de naaste toekomst zou mogen blijken.
Op 25 Juni werd toen een 2de exploitatie-vergadering gehouden, waar Jo de Haas niet aanwezig was, daar hij dien dag moest spreken in Heerenveen. Op deze vergadering werden verkeerde besluiten genomen. Fedde Weidema wilde deze besluiten met alle geweld doordrijven. Van Leeuwarden kwam critiek. „Wat hebben jullie nu gedaan voor de opbouw van de anarchistische beweging?" „De exploitatie-commissie staat daar buiten", was het antwoord van Jo de Haas, een standpunt dat volkomen door Weidema werd gedeeld; zij bemoeit zich alleen met „De Arbeider". Groningen zag in dat de besluiten van deze vergadering niet konden worden gehandhaafd. Toen begon de ellende. Groep Leeuwarden zette Jo de Haas aan de dijk.
Leeuwarden belegde daarna een vergadering op Woensdag, hoewel men wist dat Jo de Haas dien dag in Rotterdam moest spreken. Hij bleef toen echter in Leeuwarden. Hier trof hij Herder, die was overgekomen om te hooren welke besluiten hier zouden worden genomen. Bij monde van Wieke Bosch werd daar tegen Jo gezegd: „Hou jij je mond maar". Op de vraag van Jo wat of zij daarmee bedoelde, gaf ze tot antwoord: „Laten wij daar maar over zwijgen..."
In de voltallige exploitatie-commissie vergadering op 25 Juni kwam het eerste conflict met Fedde Weidema. Besloten werd op deze vergadering, dat de huidige redacteur zou blijven tot het congres. Candidaat voor redacteur werden gesteld: Jo de Haas door Leeuwarden, Constandse door Beerta en Lilie Post door Groningen. Fedde Weidema stelde zich zelf candidaat. Volgens Weidema zouden de Hollanders onder geen enkele voorwaarde Jo de Haas als redacteur willen hebben. In plaats te protesteeren hiertegen, hield hij zijn mond en stelde zich zelf candidaat, om alzoo „De Arbeider" in het Noorden te behouden. In een brief aan Jo de Haas is hij echter tegenstrijdig. Eerst zegt hij daarin, dat Jo door Holland candidaat is gesteld, om even later te verklaren dat de Hollanders Jo niet willen hebben.
Weidema trommelt een groep op Vrijdag bij elkaar om te vergaderen. (Wat door v. d. Wal wordt tegengesproken.) Deze vergadering was een groote warboel. Op deze vergadering stelde Weidema voor om de candidatuur van Jo de Haas in te trekken, omdat anders van samenwerking met Holland niets kon komen.
Op 2 groepsvergaderingen werd Jo gecandidateerd, nu echter kwam men tot de ontdekking, dat hij verkeerde karaktereigenschappen heeft. Fel werd hier door Jo en enkele anderen tegen geprotesteerd. Op een bespreking bij Herder thuis met Weidema, kwam een telegram, dat de candidatuur niet officieel mocht worden ingetrokken van Minkes uit Leeuwarden. Later volgde een brief, waarin hij mededeeling doet, dat het telegram niet namens de groep kwam. Verder werd de houding van Leeuwarden ten sterkste hierin afgekeurd.
Constandse, die aanvankelijk Jo aanspoort om zich te laten candideeren, verklaart later in een brief aan Herder, op een vraag van deze, hoe hij staat tegenover de candidatuur van Jo, dat hij liever zijn meening in dezen niet wilde geven. Is dat nu een houding? Aldus Jo.
Zijn candidatuur kan hem echter niet beletten om eerlijk te zijn. Daarom ook zijn ingezonden stuk in „De Arbeider" tegen Fedde Weidema. Hoewel hij wist de geestverwanten hierdoor tegen zich in het harnas te jagen.
Wieke Bosch verwijt hem, dat hij alles doet om persoonlijke redenen, daar hij met alle geweld redacteur wilde worden. Dat dit echter niet het geval is, meent Jo te kunnen bewijzen uit de correspondentie die hij voerde met Mej. Bijlstra, waarin hij o.a. zegt: „Pas als „De Arbeider" veilig is, laat ik mij opereeren. Op het graf van Bijlstra heb ik beloofd zijn werk voort te zetten, dit kan alleen wanneer het blad veilig is."
Jo de Haas zijn vermoeden dat Fedde Weidema in relatie zou staan met de Hollanders, wordt onmiddellijk tegengesproken.
16 jaar lang heb ik de beweging onkreukbaar gediend, om persoonlijke belangen te bevredigen, volgens enkelen althans, ik ben hinderlijk voor een samenwerking met Holland, ik zal graag verdwijnen, evenals voor 8 jaar terug. Niet ik ben de heibelaar, doch Leeuwarden. Mij zijn de menschen minder dan de waarheid. Fedde Weidema is een gluipert. Zijn bewering, dat deze vergadering niet bevoegd is, laat ik over aan u. Evenzoo is het woord thans aan u om mijn bewering te weerleggen.
Hierna volgt een langdurige discussie. Tinus Wessels leest enkele artikeltjes voor uit „De Arbeider" vanaf 1927. En zegt dat al is hij niet bij een groep aangesloten, toch belangstelling heeft voor „De Arbeider". Uit het door hem geciteerde doet hij uitkomen, dat Jo de Haas absoluut ongeschikt is voor de functie van redacteur. De voorzitter verzoekt Wessels zich overigens te bepalen tot de zaak die door De Haas is aangesneden. Voorts zegt Tinus: „Als het rolt zooals de Haas het wil, is alles goed. Zoo niet, dan ben je fascist en wat dies meer zij." Hij blijft er bij dat Jo de Haas capaciteiten heeft, maar deze duldt niet, dat een ander naast hem staat. Mij verjagen uit de beweging kan niemand, het is een stuk van mijn leven. Ik durf een onderzoek naar mijn doen en laten aanvaarden, maar Jo de Haas niet, besluit Tinus.
Jo de Haas antwoordt, dat Tinus niet is ingegaan op zijn betoog, zoodat hij er niet op zal reageeren.
Wim Wessels heeft 14 jaar lang Jo de Haas gadegeslagen. De beweging heeft de Haas nooit terug geroepen en in Amsterdam heeft hij den kans niet om ooit weer te werken. De Haas is niet betrouwbaar, hij vreest een commissie van onderzoek. Als het blijkt dat alles onjuist is, zal hij de eerste zijn die zijn woorden intrekt.
Ook op dezen spreker zal Jo (niet antwoorden, omdat hij ook niet de zaak raakt waarvoor wij hier bijeen komen. Alleen blijkt nu nog eens duidelijk dat er wel degelijk een sfeer tegen Jo is in Amsterdam.
Bakker wil trachten een misverstand uit de weg te ruimen. Ik vertegenwoordig niet Holland, doch het Soc. Anarch. Verbond. Bij ons heerscht geen sfeer tegen Jo de Haas, Ik beweer niet dat dit de meening is van alle leden. Een relatie tusschen Weidema en Bakker of Soc. An. Verbond bestaat niet.
Jo de Haas merkt op, dat de vergadering F. Weidema in staat van beschuldiging dient te stellen. De groote knoeier is Weidema.
Herder was bevreesd dat dit een lawaaivergadering zou worden. Wim Wessels liegt, als hij zegt dat Jo de Haas niet is teruggeroepen door de beweging. De beweging in Friesland, Drenthe, Groningen heeft hem teruggeroepen. (Spontaan applaus).
Wat de candidatuur van Jo de Haas betreft voor redacteur, hier mogen alleen de capaciteiten spreken en niet de persoon, zooals Priem heeft gedaan. Bakker had tot taak Priem hier op te wijzen.
Bakker zag gaarne dat deze vergaderiing toch resultaten zal hebben. Organisatorisch is het onjuist dat een exploitatie-commissie een krant uitgeeft en daarnaast een Land. Verbond. Wij behooren te zijn een anarchistische beweging.
Tinus Wessels zegt nog, zoolang alles niet tot klaarheid komt, is er voor samenwerking geen kans. Wij willen dat graag, maar wil Jo de Haas dit ook?
Hettema, Leeuwarden: Er zijn door de Haas dingen gezegd die onjuist zijn. De groep had vertrouwen in hem, vandaar zijn afvaardiging naar de exploitatie-commissie. Jo de Haas beweerde toen dat wij niets konden doen buiten hem, daarom belegden wij de vergadering op Vrijdag, hem daarmee te toonen, dat wij ook buiten hem wel konden besluiten.
Op de vergadering van Woensdag durfden de menschen zich niet te uiten, omdat zij niet op konden tegen de woorden van Herder en Jo. Op deze vergadering werd de candidatuur van Jo teruggetrokken, aan de exploitatiecommissie overlatende een redacteur te benoemen. Henk Pitstra zegt dat Fedde Weidema op de bewuste vergadering voorgesteld heeft, om contact te zoeken met Holland, opdat ze dan 4—2 stemmen zouden krijgen, zoodat zijn benoeming als redacteur vaststaat. Herder zegt: Om nu de Groningers te verwijten dat ze diplomatiek zouden hebben gehandeld, is ten eenenmale een leugen, dit verwijt treft alleen de Leeuwarders of althans Fedde Weidema. Tenslotte stelt Bakker het volgende voor:
1. Een referendum uit te schrijven.
2. Bepalen een datum tot stichting van een Soc. An. Verbond. (Genoemd worden de Kerstdagen.)
Lenstra wil gaarne zien dat de voorwaarden dan zullen worden genoemd, opdat de lezers zullen weten, wie of ze stemmen. Vooral waarschuwde hij tegen de candidatuur van A. L. Constandse, die 15 gulden per nummer vraagt, zoodat dit een onkosten meebrengt van ruim f 750.— per jaar.
Na tenslotte te hebben besloten met de Kerstdagen een congres te trachten te houden, kreeg. Jo de Haas het slotwoord.
Deze vergadering heeft zijn nut gehad. Groningen en hij zijn volkomen in het gelijk gesteld. Hij zal zich echter niet meer beschikbaar stellen voor redacteur en zegt dat hij de beweging voor goed gaat verlaten.
Verslag JOUKE LENSTRA.
Met dank aan kam. Lenstra voor 't mooie verslag deelen wij hier tevens mee, dat over, „de kwestie" nu verder niets in „De Arbeider" meer wordt opgenomen. WAARN. RED.
De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 43, no. 37, 16-09-1933.
Na afloop der hier gehouden conferentie inzake „Wat gebeurt er rond „De Arbeider", gaf Jo de Haas, hoewel volkomen gerehabiliteerd ten opzichte van aantijgingen tegen hem gericht, te kennen, zich uit de beweging te zullen terugtrekken, wat, gezien de capaciteiten van Jo, voor onze beweging een groot verlies beteekent. Direct, nadat Jo zijn voornemen te kennen gaf, werd door verschillende kameraden hem er op gewezen, dat hij dit, gezien het verloop der vergadering, niet behoefde, neen niet mocht doen. Voorloopig echter zonder resultaat. Overtuigd echter als we zijn, dat met ons zeer vele geestverwanten in het Noorden dit besluit van Jo betreuren, doen we nogmaals langs dezen weg een beroep op Jo, om op zijn besluit terug te komen. Ons inziens zou het beter zijn dat en het Noorden en Holland ieder afzonderlijk zijn propaganda voerde met Jo de Haas in de beweging, dan het Noorden en Holland in één verband zonder hem. Om Jo te overtuigen dat we hem zeer noode missen, zouden we graag van hen, die onze meening deelen, een blijk van instemming in de vorm van een briefkaart of i.d. ontvangen. Deze alsdan te zenden aan C. Mulder, Duurswoude. Namens meerdere kameraden, ANDR. v. d. BOS, Duurswoude. C. MULDER, Duurswoude.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 43, no. 37, 16-09-1933.
29-10 Amsterdam De vernieuwing van het De Dageraad socialisme (geestelijke instelling)
(De arbeid/nas 28-10-1933)
12-11 Leiden Geen titel
De Dageraad
MISLEIDING VAN EEN SPREKER VOOR „DE DAGERAAD.
Zondag 12 November sprak te Leiden voor ,,De Dageraad” J. de Haas. In zijn rede gebruikte hij eenige argumenten tegen de 0.S.P., die zoo misleidend waren dat wij daartegen hebben gedebatteerd en het hier ook willen signaleeren daar hij dit mogelijk overal zal gebruiken. J. de Haas haalde „De Fakkel van 12 Mei aan waarin in een redactioneel artikel staat, dat wij voor een oorlog tegen Hitler-Duitschland zijn als wij een socialistische staat hadden. Dit evenwel zei De Haas er niet bij, hij deed het voorkomen alsof wij (zooals de S.D.A.P.) samen met de Nederlandsche bourgeoisie willen vechten tegen Duitschland. Wij raden de kameraden in het land aan overal deze misleiding van J. de Haas te weerleggen.De fakkel; links-socialistisch weekblad, jrg 2, no. 113,24-11-1933.
03-12 Gouda Het sexueele vraagstuk VVSO(De fakkel 01-12-1933)
10-12 Groningen Congres tegen terreur en De gezamenl. noordel. fascisme anarchistische groepen
Na de pauze kreeg Jo de Haas het woord voor de volgende rede: Aan belangstelling van de zijde der machthebbers heeft het ons niet ontbroken. Als gevolg van onzen oproep greep de justitie naar de pers van de anarchisten en zette een vervolging in tegen vier kameraden. Dit alles was heel leerrijk. Immers toonde het kapitalisme hiermede waar voor haar de zwakke plek ligt, waar zich haar doodelijk te treffen Achillespees bevindt! Die zwakke plek is het volk, de massa. Op dit oogenblik is die massa nog steeds de kurk waarop het kapitalisme drijft. Maar het zal er aan ten gronde gaan zoodra deze kurk in voldoende mate is „aangeraakt" door de rev. anti-mil. propaganda. Vandaar alle pogingen om de bewustwording der massa te bemoeilijken. Terwijl onze machines werden onklaar gemaakt verzocht de Nederlandsche Regeering aan den „socialist" Vliegen om Nederland weer te vertegenwoordigen in Genève. Duidelijk zien we aldus de al-oude tegenstelling tusschen de officieele vredesbeweging van boven naar beneden en van beneden naar boven als bedoeld door ons. Die tegenstelling wordt duidelijker naarmate de „officieele leugen" steeds meer in 't licht treedt. Deze leugen is ondertusschen een tweesoortige: één van het kapitalisme en één van het proletarisme. De Volkenbond is een apparaat dat slechts dient om het kapitalisme door de jaren heen te sleepen welke liggen tusschen twee oorlogen. In die beteekenis heeft de bond twee bedoelingen — een positieve en een negatieve. Op dit oogenblik echter zien we in kapitalistische kringen zélf een bepaaldelijke apathie tegenover den bond. Hierop wijst b.v. ook het plan tot „reorganisatie" van den bond, terwijl groote staatslieden als Mussolini en Colijn hun verachting voor Genève maar heel moeilijk kunnen bedwingen! Deze apathie echter is geen toevallige. Zij valt samen met een onrustbarende nationalistische groei bij de groote volksmassa. Dit weer groeiend nationalisme heeft velerlei oorzaken. Maar waar dit feit in ieder geval niet te loochenen valt is er dus een groei naar het kapitalisme en verflauwt al meer de gezindheid bij het volk welke de Volkenbond moest afleiden. M.a.w., de negatieve taak van den bond houdt automatisch op te bestaan! Het vaststellen van dit feit doet ons dus de leugen van het Proletarisme tegelijkertijd begrijpen. Want terwijl het Socialisme het antimilitarisme en het internationalisme vóóronderstelt groeien we weer bedenkelijk naar de verhouding van 1914. En we hebben ons maar ter dege rekenschap af te leggen van de feiten zooals die zijn. Sowjet Rusland is volledig ingeschakeld in de geheime diplomatie, in het Imperialisme en Militarisme. De hakenkruisvlag waait bijna al een jaar op 't Kremlin en Litwinof maakt de indruk handelsreiziger te zijn in „bondgenootschappen". Reeds nu wil de 3e Internationale herhalen wat zij de 2e circa 15 jaar heeft verweten, n.1. de Godsvrede met de nationale bourgeoisie. In Frankrijk, België en Nederland zijn de z.g.n. socialistische partijen reeds weer voor de verdediging van het vaderland…. Aldus zitten we in de verleugening van Kapitalisme en Proletarisme beide. De werkelijke antimilitarist zal het derhalve ook in Nederland steeds moeilijker krijgen. De aanval op „de Arbeider" en de vervolging der vier kameraden nu weer zijn er het bewijs van. En gezien dit alles dringt zich dus de vraag aan ons op: wat hebben wij nu te doen? Het antwoord is slechts dit: geen voetbreed terug — geen „inschakeling" eigener beweging en zich evenmin laten “gelijkschakelen" door de anderen. Versterking van onze „Arbeider" zij het parool en vastbesloten voorwaarts gaan!! Dat en niets anders moet het resultaat zijn van dit congres opdat de Pinkstermobilisatie ons zal tezamen vinden met een behoorlijk uitgegroeide Arbeider.
Door den voorzitter werd een motie voorgesteld van den volgenden inhoud: „Het Congres tegen Fascisme en Terreur, bijeen te Groningen op Zondag 10 December 1933 vertegenwoordigend het strijdbaarste deel der arbeidersklasse, protesteert tegen de gevangenhouding en mishandeling van de tallooze militante strijders door de Duitsche regeering, en in het bizonder tegen de arrestatie van Erich Mühsam. Besluit deze motie ter kennis van de Duitsche autoriteiten en de pers te brengen, en besluit de konsekwente strijd verder te voeren tegen overheersing en onderdrukking van welke zijde die ook moge komen". Besloten werd deze motie ter kennis van den Duitschen gezant en de pers te brengen. Na afloop was er gelegenheid tot het stellen van vragen, betreffende de propaganda met De Arbeider. Door Haan werd voorgesteld om geen concrete voorstellen aan te nemen betreffende de propaganda, daar dit een openbaar congres was. Hij zag dat liever behandeld in een congres van meer huishoudelijk karakter. De voorzitter stelde dan ook voor om zoo'n congres voor te bereiden. De voorzitter sloot daarop het congres met een kort woord tot opwekking tot den verderen strijd. JOOP APTROOT. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 44, 1934, no. 1, 01-01-1934.
GRONINGEN Van 't Noordelijk Front. Zondag 10 Dec. j.1. vond hier uitgaande van het sociaal-anarchistisch weekblad De Arbeider een demonstratief congres tegen terreur en fascisme plaats, naar aanleiding van het feit dat de justitie door onbruikbaarmaking van zetmachine en drukpers van de drukkerij „de Volharding", onmogelijk wilde maken, dat het blad nog verder werd uitgegeven. Dit laatste is echter niet bereikt. Er waren in het Concerthuis, Poelestraat, een 200 bezoekers uit het Noorden aanwezig, terwijl respectievelijk als spreekster en sprekers optraden mej. Heijnen, Henk Eikeboom en Jo de Haas, die ieder op hun wijze de reactie en het fascisme behandelden en een aandachtig gehoor hadden. Naar aanleiding van de rede van Eikeboom, waarin hij o.m. wees op de Anarcho-Syndicalistische en Anarchistische actie in Spanje, stelde één der onzen hem de vraag waarom dat hier niet mogelijk was en in 't bijzonder de anarchisten rond De Arbeider van deze noodzakelijke samenwerking niets willen weten, (zelfs georganiseerd zijn in de Moderne Vakbeweging en daarmee de parlementaire actie der SDAP steunen. — Corr.). E. zat hier schijnbaar een beetje mee in, en wist niets anders te antwoorden dan dat de Syndicalisten hier geen anarcho-syndicalisten waren. Waarop een andere kameraad hem verweet dat hij door dit te beweren bewees niet op de hoogte te zijn met de syndicalistische beweging in Nederland. 's Middags sprak Jo de Haas, tegen wiens optreden door één der aanwezigen bezwaar werd gemaakt, op gronden die hij, omdat er politie aanwezig was, niet nader uiteen wilde zetten, echter welk bezwaar zooals wij nader hebben gehoord van zeer ernstigen aard was en noodzakelijk maakt, dat dit zoo spoedig mogelijk nader onderzocht wordt. Want één van tweeën, Jo de Haas is onbetrouwbaar en moet dan uit de beweging verdwijnen, of er zijn grove lasteraars aan 't werk, die dan aan de kaak gesteld moeten worden. Het bezwaar werd door de leiding van het congres echter niet aanvaard, zoodat het optreden van Jo de Haas na de pauze doorging, alleen moesten wij constateeren dat het aantal bezoekers sterk gedund was.De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg XI, no. 26, 23-12-1933.
Een demonstratief kongres. Naar aanleiding van de justitie-aanval op de Arbeider, werd hier Zondag j.l. in het Koncerthuis Poelestraat, een demonstratief kongres gehouden, georganiseerd door de geestverwanten rond de Arbeider. Sprekers waren Henk Eikeboom, mej. Heijnen en Jo de Haas, die naar wij vernemen voor een gevulde zaal, ieder op zijn (haar) wijze tegen deze aanval op de vrijheid van drukpers protesteerden en stelling namen tegen de huidige samenleving en in het bijzonder tegen het fascisme. In het bijzonder de rede van geestverwante Heijnen viel in goede smaak bij de aanwezigen, echter wij zouden Eikeboom en de Haas te kort doen, wanneer wij ook van het door hen gesprokene niet zeiden „dat het af was". Alleen Eikeboom wist eigenlijk niet wat hij moest antwoorden, toen hem door een anarcho-syndikalist de vraag gesteld werd, waarom hier de anarcho-syndikalisten en anarchisten niet samenwerkten in hun aktie, evenals dat in Spanje het geval was, waar bewezen werd dat het kon en met succes. Het antwoord van Eikeboom was: „de syndikalisten hier zijn niet zooals in Spanje", wat voor een ander debater aanleiding was te beweren dat Eikeboom dan niet op de hoogte was met de syndikalistische beweging hier, en hem de raad gaf de Syndikalist te lezen. Inmiddels is dit het kongres geweest en zal het ook wel zijn nut afwerpen, echter vruchtdragender was het geweest wanneer de geestverwanten rond de Arbeider, de zinsnede „nu alle geschillen op zij", zooals in hun oproepingsbrief vermeld, te beginnen met deze aktie ook in praktijk hadden gebracht, door de geheele vrijheidslievende beweging er niet toe uit te noodigen, doch ook hun medewerking te vragen, bijvoorbeeld in de vorm van sprekers. De vrije socialist 16-12-1933.
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1934
1934 05-01 West-Graftdijk Oorlog en sexualiteit
De hier gevestigde Vrije Studiegroep hield op 5 Januari wederom haar cursusavond, die gedurende de wintermaanden om de veertien dagen plaats heeft. Voor ditmaal een extra „openbare cursus" voor genoodigden over het onderwerp: „Oorlog en sexualiteit". Als inleider was uitgenoodigd Jo de Haas. Hoewel wij zeer weinig bekendheid hadden gegeven was de opkomst uitstekend. Het aandachtig gehoor van de bezoekers getuigde, dat zoowel onderwerp als inleider bijzonder in den smaak vielen. Wij zijn er van overtuigd, dat op den 30en Januari, wanneer het vervolg verhandeld zal worden, de opkomst niet minder zal zijn. Jo heeft het onderwerp onder de knie; en zijn woordenkeus is in een woord af. Wie de „Syllabus" in handen krijgt, zal direct bemerken, dat dit onderwerp, zoo rijk aan stof, zeer moeilijk is, om voor een jonge groep van cursisten begrijpelijk te maken. Maar de spreker heeft zijn hoorders weten te boeien. Hem werd bij het einde van den avond dan ook een tot weerziens toegeroepen. Ik kan niet nalaten den wensch uit te spreken, dat meerdere clubs of groepen dit voorbeeld van West Graftdijk zullen volgen.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 44, no. 4, 27-01-1934.
13-01 Wijnjeterp Declamatie Jo
Feestelijke propaganda-avond (Nieuwsblad van Friesland : Hepkema’s courant 12- 01-1934)
22-01 Kimswerd Tegen fascisme
Voor de Soc.-Revolutionnaire partij trad hier j.l. Maandagavond als spreker op de heer Jo de Haas van Amsterdam. In een gloedvolle rede wekte de spreker zijn partijgenooten op pal te staan voor de beweging en koers te houden in dezen tijd, nu ook hier te lande 't fascisme, meer nog dan men vermoedt, den kop begint op te steken. Daarna werd gesproken over den Rijksdagbrand en de brand in de telephooncentrale te Amsterdam, waarna nog een aangrijpende voordracht volgde over „de onbekende soldaat," in welke voordracht men dezen soldaat 's nachts bij maneschijn liet spreken tot eenige eveneens gevallen kameraden, die hem bezochten en zich neerzetten aan de voet van zijn met triumph-bogen versierd graf. Een flink aantal toehoorders woonde de bijeenkomst bij, onder wie velen uit de omgeving.Franeker courant 26-01-1934. 23-01 Makkum Geen titel (De arbeider 20-01-1934)16
24-01 Bolsward Geen titel (De arbeider 20-01-1934)
25-01 Workum Rijksdagbrand te Berlijn... Telefoonbrand te Amsterdam
25 Jan. Hedenavond sprak in café ,,De Leeuw" alhier, de heer Jo de Haas van Amsterdam over het onderwerp: ,Rijksdagbrand te Berlijn... Telefoonbrand te Amsterdam. Spr. zette eerst het streven van de revolutionaire anti-militairisten op eenvoudige, begrijpelijke wijze uiteen, n.l. de anti-militairistische idee moet van het volk zelf uitgaan door weigering tot deelneming aan elke militairistische beweging, onder welke mooie leuzen ook aanvaardbaar gemaakt. De steeds opgevoerde bewapening moet leiden tot een nieuwe oorlog; de voorbereiding daartoe is onmiskenbaar. Vervolgens werden de internationale toestanden critisch belicht, hier en daar met typeerende voorbeelden verduidelijkt, waarna tenslotte op het verband gewezen werd tusschen de Rijksdagbrand te Berlijn en de brand in de telefooncentrale te Amsterdam, ten aanzien van het opkomend fascisme. Een dertigtal bezoekers beluisterde aandachtig deze met overtuiginggesproken rede. Friso 27 januari 1934.17
26-01 Bolsward Geweld of Weerbaarheid
(De arbeider 20-01-1934)
27-01 Witmarsum Geen titel (De arbeider 20-01-1934)
Witmarsum. Goede vergadering. Bij zijn tournee door Friesland was 't laatst onze plaats aan de beurt, alwaar Jo de Haas Zaterdag j.1. optrad. De dorpszaal was als naar gewoonte flink bezet. Onze oudgediende Andringa opende en de Haas sprak op meesterlijke wijze over de rijksdagbrand. Waar de pers ons gedeeltelijk inlicht ten allen tijde, kwam deze beginselvaste spreker bestrijden, fascisme en Sociaal-democratie, benevens het regeerend Christelijk bewind en Amsterdamsch gemeentebestuur. Geen duimbreed week de vermaarde spreker af van zijn revolutionair beginsel, en allen die vaak nu nog het fascisme meenen niet te zien, of te willen zien, waren reeds fascist in merg en been. Dit verduidelijkte spreker door voorbeelden. Mr. Duys en Burgemeester Jansonius afval werd mede ter vergadering besproken.De vergadering was 'n schitterend einde van dit tournee. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 44, no. 8, 24-02-1934.
Geslaagd tournée. We hebben weer een week van actie achter den rug en kunnen met bevrediging daarop terug zien. De aangekondigde vergaderingen met kameraad Jo de Haas zijn schitterend geslaagd!! Zelfs in het zwarte Workum hadden we een goede 40 belangstellenden. In de openbare vergaderingen hebben we 13 nummers van onze krant verkocht! Terwijl we 65 proefnummers zullen verspreiden! We zien hieruit, dat met wat goede wil, de krant er in gaat! Het viel vooral op, dat we zeer vele nieuwe gezichten zagen en hebben ons afgevraagd: waar blijft de oude garde? Ouderen, ook jullie hoort nog bij ons, niet waar, we laten ons niet gelijk-schakelen!? Het beste beentje voor en we komen ook door deze tijden heen. Even dient nog vermeld, dat van de gelegenheid tot debat in Makkum werd gebruik gemaakt door een S.D.A.P.er. Deze wees er op, dat onze beweging niet de goede is, want dan hadden wij meer aanhang. Jo de Haas antwoordde, dat als men naar het aantal te werk gaat, dan toch ook de S.D.A.P. niet de ware is, want de R.K. kerk is weer talrijker. Hierover schreef het „Volksblad" dat de spreker er zich met een klein handigheidje afmaakte Dit is echt gelogen en de verslaggever in Makkum mag hier in 't vervolg wel aan denken. Nog zij voorloopig bericht, dat in de week van 14-20 Februari, vergaderingen in voorbereiding zijn te Hindeloopen, Pingjum, Zurich en Harlingen. Alle geestverwanten, lezers, etc. in deze omgevingen houden zich dus al vast gereed voor bekendmaking in zoo groot mogelijke kring, en lette op nadere berichten. D. de Wit.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 44, no. 6, 10-02-1934.
06-02 Wijnjeterp Oorlog en Sexualiteit18 Cursus (De arbeider 27-01-1934)
04-02 Haarlem Wat is God en waar komt De Dageraad. hij vandaan? (De fakkel; 02-02-1934)
06-02 Bakkeveen Paul Kiës en onze I.A.M.V. afd. dienstweigeraars (Waar blijft nu de Verwelkomingsavond. dw. L. Postma dappereongehoorzaamheid)
Dinsdag 6 Febr. hield de I.A.M.V. afd. Bakkeveen met als spreker J. de Haas een verwelkomingsavond van onzen dw. L. Postma, die pas uit Veenhuizen was ontslagen. Hiervoor was veel belangstelling, en de zaal Wiering was geheel bezet zoo, dat er nog enkele personen moesten staan. Jo de Haas had het onderwerp gekozen: „Paul Kiës en onze dienstweigeraars." (Waar blijft nu de dappere ongehoorzaamheid). Deze rede werd op een uitstekende wijze naar voren gebracht. Eerst gaf Jo de strijdwijzen aan welke wij als Anti-militaristen voeren en trouw zijn gebleven en daarna de tactiek van S.D.A.P. welke tot een bankroet is en moest lijden, welke de arbeiders altijd hadden verraden. Dit werd zoo duidelijk door den spreker naar voren gebracht met cijfers en woorden, dat niemand van de aanwezigen, hoewel alle schakeeringen ook aanwezig waren, naar aanleiding ook maar één vraag stelden. Tevens werd er door een paar personen nog een stukje gedeclameerd. Daarna werd er een collecte gehouden om de onkosten te dekken en het overige geld zal worden besteed voor het cantine-fonds der dienstweigeraars. Wij mogen dezen avond als uitstekend geslaagd beschouwen. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 44, no. 8, 24-02-1934.
06-02 Wijnjeterp Oorlog en sexualiteit I
(De arbeider 27-01-1934)
07-02 Emmer Erfscheidenveen Rijksdagbrand Berlijn en Vrije groep Emmer- Compascuum Telefoonbrand Amsterdam. Wie buiten dit uit? (De arbeider 03-02-1934)
08-02 Valthermond Idem (De arbeider 03-02-1934) Vrije groep Emmer-Compascuum
09-02 N. Weerdinge Idem (De arbeider 03-02-1934) Vrije groep Emmer compascuum 10-02 Emmer Compascuum Idem (De arbeider 03-02-1934) Vrije groep Emmer Compascuum
11-02 Nieuw-Dordrecht. Idem
Vrije groep Emmer Compascuum
Nieuw Dordrecht In ’t café Ten Berge sprak namens de Vrije Anarch. Groep Emmer-Compascuum Zondagavond de heer Jo de Haas. Op scherpe, maar kalme wijze keurde spreker de parlementaire strijdwijze van andere partijen af, aantoonende, dat deze wijze in Duitschland in 1932 geheel fiasco had geleden. Niet het stembiljet, zegt spreker vooral aan ’t adres der SDAP en niet het geweld - dit aan het adres der comm. partij -zal den arbeider redden uit den greep van fascisme, of N.S.B., maar het weigeren van den arbeid als ’t noodig blijkt: de staking. De vergadering was matig bezocht, van de gelegenheid tot debat of ’t stellen van vragen werd geen gebruik gemaakt. Emmer courant 13-02-1934.
12-2 Zwartemeer Idem (De arbeider 03-02-1934)
Vrije groep Emmer Compascuum
13-2 Barger-Compascuum. Idem
Geslaagd tournée. Het tournée door de Vrije Groep alhier gehouden met als spreker Jo de Haas, kan weer als een succes geboekt worden. Jo sprak hier achtereenvolgens op 7 verschillende plaatsen, Er werden tijdens onzen rondgang 150 Arbeiders verkocht. Verder boekten wij 14 nieuwe vaste abonné's en 16 proefabonné's. Te Nieuw Weerdinge werd een Vrije Groep opgericht, waarbij 14 leden toe traden. Te Zwartemeer zijn wij er eveneens in geslaagd een Vrije Groep op te richten met 7 leden. Kameraden van Zwarte Meer en N. Weerdinge, wij heeten jullie hartelijk welkom in onze gelederen, en vertrouwen dat ook gij alles zult doen om onze Anarchistische beginselen ingang te doen vinden. Ofschoon wij in Barger Compascuum van katholieke zijde nog al heftige tegenwerking ondervonden, (afscheuren van onze reclamebiljetten) konden deze kruisjes- en rozenkransaanbidders toch niet verhinderen, dat hier een klein maar uiterst aandachtig publiek van 50 menschen, waaronder vele katholieken, aanwezig was.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 44, no. 9, 03-03-1934.
14-20-02 Hindeloopen Geen titel
Pingjum Idem
Harlingen Idem Zurich Idem
Geslaagd tournée. De vergaderingen met kam. Jo de Haas zijn weer achter den rug, en we kunnen, evenals de vorige tournée, best tevreden zijn. In Harlingen hadden we (natuurlijk) een volle zaal. We zijn daar haast niet anders gewoon, maar, dat ook Hindeloopen goed zou worden, was boven verwachting! Ook het zoo kleine dorpje Pingjum deed zijn oude naam „Het roode dorp" eere aan, terwijl de laatste vergadering in Zurich ook goed bezocht was. We kunnen zien, dat al het andere faalt, en dat de menschen beginnen in te zien, dat onze strijdmiddelen de juiste zijn. Op de vergaderingen zijn wederom een flink aantal bladen verkocht, terwijl van de loopende proefnummers reeds resultaten zijn te boeken Zoo gebruiken we iedere gelegenheid om de krant er in te krijgen, en het gaat!! Op andere plaatsen evenzoo, en de krant wordt sterk en groot!! D. DE WIT.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 44, no. 9,03-03-1934.
26-02 Groningen Over Godsdienst over droomen en De Dageraad over sprookjes (De arbeider 17-02-1934) 27-02 Groningen Oorlog en Sexualiteit De Dageraad (De arbeider 24-02-1934)
01-03 Wijnjeterp Oorlog en Sexualiteit II tweede cursusavond in de zaal van L. Blauw
04-03 Amsterdam Over Godsdienst, over droomen en De Dageraad over sprookjes (Het volk 03-03-1934)
08-03 Wormerveer Geweld of weerbaarheid
DEBAT-VERGADERING J0 DE HAAS—KO BEUZEMAKER. wvr— Donderdagavond werd in „de Jonge Prins” een groote debatvergadering gehouden over het onderwerp; „Geweld of weerbaarheid”, met als sprekers Ko Beuzemaker, communist van de C.P.H. en Jo de Haas, anarchist, revolutionair, anti-militarist van de Vrijdenkers Vereeniging "De Dageraad”. De politie had zorgvuldige maatregelen genomen. In de zaal waren twee marechaussee’s aanwezig, terwijl elke binnenkomende gefouilleerd werd door een tweetal agenten, alvorens te worden toegelaten. Jo de Haas verkreeg eerst een uur gelegenheid om het standpunt der weerloosheid te verdedigen. Fascisme en oorlog zijn twee groote opkomende gevaren die de bezinning der arbeiders wakker behooren te roepen. Bezinning om met doeltreffende middelen klaar te zijn. Wij veroordeelen de revolutie door middel van geweld om de practische reden dat we niet op kunnen tegen de geraffineerde georganiseerde weerbaarheid der kapitalistische klasse, die geen ander doel kent, dan vernieling en onderdrukking van de arbeidersklasse. Het hindert niet dat zij zich hierdoor geheel ontmenschelijken en geheel ontzedelijken als zij hun doel bereiken. Zonder twijfel heb ik hedenavond de moeilijkste taak, omdat zij bestaat uit het opheffen van de arbeiders, terwijl de gewelddadige spreker slechts behoeft aan te sluiten bij al wat dierlijk in den mensch is. Spreker trachtte aan te toonen dat de gewelddadige revolutie falikant moet uitloopen, door te wijzen op de laatste gebeurtenissen in Duitschland en Oostenrijk. Dat algemeene werkstaking, dienstweigering, sabbotage, boycot enz. de aangewezen middelen zijn om tot het doel te geraken. Ko Beuzemaker kreeg vervolgens een uur gelegenheid. Spreker begon met op te merken dat dit vraagstuk zoo oud is als de eerste Internationale, als het manifest van Marx. Dat inderdaad geweld het doeltreffende middel is, bewezen de successen in de Fransche en Russische revolutie. Om te oordeelen over de nederlagen in Duitschland en Oostenrijk moet men de politieke situatie van dat oogenblik in die landen nagaan. In Duitschland lieten de Sociaal-Democraten de Communisten alleen staan, en in Oostenrijk verliet de leiding op liet critieke moment haar verantwoordelijke plaats. Het is de heerschende klasse die de massa dwingt geweld te gebruiken omdat de algemeene werkstaking b.v. door de bourgeoisie met bloedig geweld onderdrukt zal worden. Na de hierop volgende korte pauze kregen de beide sprekers elk nog 20 minuten waarin de eerste spreker er op wees dat, wanneer de menschheid niet met het geweld afrekende, het geweld met de menschheid afrekende door een totale vernietiging bij den eerstvolgenden oorlog. Ook attendeerde hij op verschillende onjuistheden die hij in de rede van B. meende te constateeren. Ko Beuzemaker besloot met te zeggen dat zelfs zonder die geraffineerde middelen de arbeidersklasse zou winnen en raadde daarom aan zich bezinnen en van te voren te bepalen wat den arbeiders op het critieke moment te doen staat. De vergadering, die de geheele groote zaal vulde en onder leiding stond van den heer M. Zwart had een bijzonder rustig verloop, wat temeer verwonderd, daar de anarchist vooral, zich dikwijls scherp uitdrukte. De Zaanlander 10-03-1934. 11-03 Amersfoort Wat is God en waar komt Hij De Dageraad vandaan? (Amersfoortsch Dagblad/De Eemlander 27 februari 1934)
12-03 Apeldoorn Wat is God en waar komt Hij De Dageraad vandaan
VRIJDENKERS VEREENIGING „DE DAGERAAD". Spreker Jo de Haas uit Amsterdam. Voor de Vrijdenkers Vereeniging „De Dageraad" afd. Apeldoorn heeft gisteravond in het Tempelierenhuis de heer Jo de Haas uit Amsterdam gesproken over het onderwerp „Wat is God en waar komt Hij vandaan". Spr. wees er op, dat de theologie eeuwenlang zich heeft bemoeid met de menschelijke ziel, zonder er verstand van te hebben. Om iets van de ziel te begrijpen, moet men psycho-analytische studies hebben gemaakt. De ziel van den mensch is het inmaterieele, terwijl de wetenschap haar onderzoek in het materieele richtte. Zoo was volgens de theologische opvattingen de ziel het schip en de ziel de lading. Het merkwaardige is, dat er verband bestaat tusschen den geestelijken groei van den mensch en zijn sexueele energie (libido). Ook het godsdienstig leven kan niet vrij zijn van die libido. Twee eigenaardige dingen in den mensch vallen samen: phasen van de heiligheid en sexualiteit. Wat leert ons de psycho-analyse van het kind? Het tijdperk tot 5 jaar in het kinderleven kunnen we als de verzetsperiode aanduiden, van 6—12 de latente periode (rust), dan wordt het kind rijp voor intellectueele beinvloeding. De 3e periode na 12 jaar geeft ons een hernieuwde verzetsperiode. Spr. toonde aan, hoe het kind door de natuur geheel aan de moeder gebonden is, van de moeder krijgt het de eerste liefde. De vader heeft er eigenlijk niets mee te maken. Het kind wil de geheele liefde van de moeder; het begint onbewust den vader, die daarop ook aanspraak maakt, te haten. Deze jalouzie uit zich ook bij broertjes en zusjes, het komt daardoor meermalen voor, dat kinderen elkaar met messen of scharen bedreigen. Echter groeit naast de moederliefde het ideale vaderbeeld, doch dit is tweeslachtig; naast haat, groeit onbewust vereering. Hieruit rijst reeds het Godsbeeld voor onze oogen op. De volwassen mensch staat tegenover den God, waarin hij gelooft, als een kind, dat zijn ouders lief heeft en vreest. Hij heeft God lief. omdat God sterk is. Het kind maakt, als het naar school gaat en met andere kinderen omgaat, zich los van vader en moeder. De liefde voor beiden wordt minder, want het kind maakt vergelijkingen met andere ouders. Schijnbaar verdwijnt het vaderideaal, maar in werkelijkheid zakt het weg naar het onderbewustzijn, om als vereering voor God tevoorschijn te komen. Dat iemand revolutionnair gezind is, valt maar al te dikwijls aan een slechte jeugd te wijten. Te weinig moederliefde heeft de vaderhaat vergroot en deze vaderhaat wordt geprojecteerd op andere en zelfs maatschappelijke toestanden. Typisch is voorts, dat liefde tot de moeder kan zinken en opnieuw uitgroeien tot vaderlandsliefde. Bekend is, dat b.v. Hitler en Mussolini uitstekende en liefdevolle moeders hebben gehad. De eenige fout is, dat dergelijke menschen hun liefde projecteeren op hun eigen land en niet op de geheele aarde. De voorzitter van de afd. Apeldoorn van de Vrijdenkers Vereeniging heeft den heer de Haas dank gebracht voor zijn betoog. Van de gelegenheid tot debat maakte niemand der aanwezigen gebruik. Nieuwe Apeldoornsche courant 13-03-1934.
16-03 Oude en Nijehorne Geen titel(De arbeider10-03-1934)
27-03 Leeuwarden Wat is God en waar komt Hij De Dageraad vandaan?
(Leeuwarder nieuwsblad 26-03-1934)
02-04 0osterwolde Over tragisch en verblijdend19 (dienstweigeringscongres) FPC/NPC
ANTI-MILITARISTEN DEMONSTREEREN VOOR DIENSTWEIGERING! Prachtig Congres in Oosterwolde. De jeugd goed vertegenwoordigd! Het dienstweigeringscongres, dat op 2den Paaschdag in Oosterwolde werd gehouden, is schitterend geslaagd. De jeugd getuigt. Toen we tusschen de vele auto's en bussen, de massa fietsen op het marktpleintje achter Hotel „De Zon’’ tijdens de pauze een kijkje namen en later een blik over de stampvolle zaal lieten gaan, was de groote opkomst der jongeren opvallend. Grootendeels waren dit kameraden uit het Noorden, maar ook Hollanders merkten we hier en daar op (Amsterdam, Haarlem, Venhuizen). Er was een band van hartelijke kameraadschap tusschen jong en oud, die geen twee aparte groepen vormden maar als één kompakte eenheid de zaal vulden. Het is ons een vreugde, dit in een speciaal jongeren-nummer te kunnen vaststellen, het teekent zoo juist de beteekenis en de plaats van de jeugd in onze beweging: samen met de oudere makkers in de voorste gelederen van een gemeenschappelijke strijdeenheid. Nadat een groep Groningers een spreekkoor had uitgevoerd, opende kam. K. Looper te 10.30 uur met een woord van welkom tot de bijna 500 aanwezigen. In zijn openingswoord merkte de voorzitter op, dat de eenzijdige opzet van dit congres niet moet worden geweten aan de organisatoren, maar aan de verschillende vredesorganisaties, die taal noch teeken van zich lieten hooren. Na het voorlezen van begroetingen van het L. C. der I.A.M.V. en van een zestal dw.-ers uit Assen, is het woord aan Jo de Haas, wiens rede we in beknopten vorm hieronder weergeven: „Deze bijeenkomst is tragisch en verblijdend. Tragisch, omdat nog steeds de dienstweigeraars aan vernederende gevangenhouding zijn blootgesteld. Dit is het tragische en beschamende voor de arbeidersbeweging, die steeds meer verzinkt in het walgelijkst nationalisme. In deze dagen van fascisme en nationalisme is dit congres iets zeer verblijdends. Het is verheugend te zien, dat er een kern leeft van moedige vasthouders. Onze beweging heeft in het opbouwen van die kern een belangrijk aandeel gehad. Niet de duizenden, slechts enkele honderden wisten wij in de ziel te grijpen, maar dit is juist het belangrijke. De massa is ontvankelijk voor frazen en klinkende tirades. Deze gemoedstoestand kan zeer gemakkelijk worden gebruikt om de massa te voeren in oorlogsstemming. De groote menigte is een gevaarlijke menigte, door alles en iedereen te beïnvloeden, zonder eenig eigen kritisch inzicht. Wanneer wij niet over een kern van tot alles bereide anti-militaristen beschikken, dan is de tijd voor de machthebbers rijp om de massa in de oorlogshel te storten. De groei van het fascisme in dezen tijd is het noodzakelijk gevolg van den groei van den oorlog. Het fascisme is niet een na-oorlogsch verschijnsel, maar is begonnen 1 Augustus 1914, toen de millioenen proletariërs den klassenstrijd opgaven en naar de fronten trokken. Toen kon de staat als het allesbeheerschende monster groeien en bloeien, dank zij de verdwazing van de arbeiders zélf. Het ernstige van dezen tijd is, dat men er te weinig uit heeft geleerd: men wil dit fascisme te boven komen met middelen, waaruit het juist geboren werd. Men wil het fascisme bestrijden met het middel van den oorlog. Dit is een terugval tot 1914 (Einstein!). Men propageert b.v. den oorlog tegen Hitler-Duitschland met precies dezelfde leuzen als in 1914! Maar het fascisme is overal op de wereld — ook in Holland — en dit begrijpen de arbeiders niet. Wie het fascisme wil bestrijden door den oorlog moet eerst zelf fascist worden: oorlogsbereidheid veronderstelt een fascistischen geest. Zoo komt de beteekenis van de dienstweigering in een zeer bijzonder licht te staan: zij is de kristallisatie van den anti-fascistischen geest, waarin de mensch vasthoudt aan zijn eigen souvereiniteit. Het dienstweigeringsprincipe als zoodanig staat lijnrecht tegenover den geest van heden ten dage, de verbreking van de cadaverdiscipline, de doorbraak van de menschelijke persoonlijkheid. Daarom is de tegenstand van de overheid tegenover onze dienstweigeringsbeweging zoo begrijpelijk (dienstweigering erger dan diefstal!). Deze geestesgesteldheid kan het kapitalisme niet langer verdragen. Het is onze plicht om onvoorwaardelijk naast de dienstweigeraars te blijven staan. Wij scharen ons naast de enkelingen, die iets van onzen geest hebben overgenomen. Laat deze dag zijn als een wapenschouw, die ons laat zien, dat er in dit land is een sterke anti-militaristische beweging, die trots en in weerwil van alles stand wil houden. Hoe het fascisme ook stormen moge over de wereld wij zullen ons nimmer verslingeren aan deze vloekbaarste gedachte, die de wereld kent. Op voor de militaire dienstweigering! Op voor de arbeidsweigering!Slot volgt. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 44, no. 14, 07-04-1934.20
DIENSTWEIGERINGSCONGRES TE OOSTERWOLDE (Fr.) is uitstekend geslaagd. Uit Groningen, Friesland en Drente waren op den tweeden Paaschdag een 400 kameraden bijeengekomen, terwijl ook enkele kameraden uit Rotterdam, Den Haag, Amsterdam en Haarlem present waren. Sommigen hadden 40 km. en meer per fiets afgelegd, anderen kwamen per autobus. Van het L. C. der IAMV. was een telegram van sympathie ingekomen. De voorlezing van een brief van vijf dienstweigeraars uit Assen ontlokte een spontaan en algemeen applaus. Er heerschte een prachtige geest en het congres getuigde van den vasten wil om aan geen oorlog deel te nemen, nu niet en nooit. Met groote belangstelling en vaak met teekenen van instemming en meeleven werden de sprekers aangehoord. Onze ruimte laat niet toe van het gesprokene verslag te geven. Een spreekkoor uit Groningen liet zich eenige malen op krachtige wijze hooren. Er sprak overtuiging uit hun woorden en vooral het „Arbeiders, Soldaten! Staakt!" sloeg geweldig in. Overigens verwekte dit nummer een incidentje. De burgemeester had verlangd, dat de tekst der spreekkoren aan hem zou worden voorgelegd — met welk recht is ons niet duidelijk. Het schijnt dat het nummer „Arbeiders, soldaten, staakt!" daar niet bij was, en daarom werd door de aanwezige marechaussees aanmerking gemaakt. Vroeger moest de politie voor zoover niet feitelijk de orde werd verstoord, zich ertoe beperken proces-verbaal op te maken, waarna de rechtbank uitmaakte, of er al dan niet een strafbaar feit was gepleegd. Thans kreeg men den indruk, alsof de opperste leiding reeds bij de marechaussees berustte, alsof men in den Balkan of in Indonesië was en in Nederland openlijk de politiestaat is ingevoerd. Het spreekkoor had het nummer, dat grooten indruk maakte, juist ten einde gesproken, voor de marechaussees er erg in schenen te hebben en zoo liep alles zonder ongelukken af. Vermelden wij nog, dat het muziekcorps uit Emmer Compascum zijn zeer gewaardeerde medewerking verleende en spreken wij de hoop uit, dat ook dit congres het zijne ertoe zal bijdragen, dat de diensten arbeidsweigering aan militarisme en oorlog zoo uitgebreid mogelijk zal worden georganiseerd en dat de dienstweigeringsbeweging een echte volksbeweging zal worden! De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg XI, no. 41, 07-04-1934.
11-04 Vlissingen Godsdienst, dromen, sprookjes (Vlissingse Courant 9 april 1934)
midden april Beekbergen Geen titel
De Dageraad
De afdeeling belegde in April een goedgeslaagde vergadering in Beekbergen met Jo de Haas.
De wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland. jrg 30, no. 5, 01-05-1934.
14-04 Bussum Het vrije denken in dezen tijd De Dageraad (Het volk 12-04-1934)
30-04 Bolsward Geen feest, doch strijd Vrije Groep
Maandagavond werd door de Vrije Groep een vergadering belegd in Café Voorwaarts, waar als spreker optrad Jo de Haas. De Voorzitter opende deze niet erg druk bezochte vergadering met een woord van welkom tot de spreker en de aanwezigen. Reden tot feestvieren, aldus Jo de Haas, is er niet, en dat is ook volkomen in strijd met het karakter van den 1 Meidag, die voor het eerst gehouden werd in 1890 en bedoeld was als een wapenschouw. Sinds dien dag zijn de 1 Mei dagen gegroeid wel in de lengte, maar niet in de diepte. In socialistische beteekenis zijn zij afgenomen. De 1Meidagen werden dienstbaar gemaakt aan het parlementisme en daardoor aan het stembiljet. Toen in 1914 de historische dag kwam dat het socialisme had moeten bewijzen waartoe het in staat was, toen sloot het Marxistisch socialisme de godsvrede met de bourgeoisie. Het was onder aanvoering van Domela Nieuwenhuis, dat de revolutionaire anti-militairisten stand hielden. Toen in 1918 het kapitalisme in elkaar stortte en daardoor nieuwe mogelijkheden ontstonden ten gunste van een nieuwe wereldorde, die van het socialisme, hebben de arbeiders wederom een verbond gesloten met het kapitalisme en internationaal de kapitalistische orde helpen opbouwen. Als belooning hebben de arbeiders het fascisme gekregen. In dit fascisme kan de bourgeoisie de laatste toebereidselen voor de nieuwe oorlog treffen. In deze arbeid wil zij niet worden gestoord. De S. D. A. P. aanvaardt ook nu reeds de komende oorlog en geen sterveling bemerkt ook maar iets van de beroemde dappere ongehoorzaamheid van Albarda en waar blijft nu de beweging van Paul Kiès, dat de soc. democraten de mobilisatie aan hun schoenzolen lappen.
Te midden van deze schrijnende verhoudingen houden de werkelijke anti militairisten geen feest, maar blijven doordrongen van de werkelijkheid en zich instellen op de oorlogsverhindering door blijvende propaganda voor dienstweigering. Bolswards Nieuwsblad 02-05-1934.
01-05 Wijnjeterp I mei viering (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 30-04-1934)
02/03-06 Katwijk Arbeidsweigering (Albert de Jong) JVA congres
Het district Zuid-Holland der Jongeren Vredes Actie, hield op 2 en 3 Juni j.1. in Katwijk een studieconferentie over het onderwerp: "OORLOGSVERHINDERING”. In zijn openingswoord wees de voorzitter, Cor Huisman uit Gouda, op de belangrijkheid van dit thema, daar de tijd waarin wij leven vol is van dreigend oorlogsgevaar en de vraag zich aan ons - antimilitaristen - met steeds meer klem opdringt "Wat kunnen wij doen ter verhindering van die oorlog?" Albert de Jong uit Haarlem, sprak daarna over "Arbeidsweigering". Spr. zegt dat de wereldoorlog '14-'18 niet alleen de grootste ramp is geweest, maar tevens de grootste schande, millioenen zijn gesneuveld voor een leugen. Thans wordt een nieuwe oorlog weer met volle kracht voorbereid. Daarin zal de jeugd onvoorwaardelijk worden betrokken. De vraag is daarom "Doe je er aan mee of niet?" Op die vraag moet de jeugd een antwoord geven. De volgende oorlog zal uitloopen op een internationale burgeroorlog. Het klinkt - zoo zegt de Jong - misschien als een frase, maar het is heel juist, dat: Arbeid zonder oorlog mogelijk is, maar: Oorlog zonder arbeid is onbestaanbaar. De meest afdoende methode om de oorlog te treffen is daarom: de oorlog treffen in de arbeid. De volgende oorlog is geen oorlog van legers tegen elkander, maar een moderne oorlog van industriën, van naties, van heele volken, waarin betrokken worden de mannen, vrouwen, kinderen, grijsaards, enz. De productie wordt ingesteld op komende tijden van oorlog, en het streven naar autarkie in alle landen dient er toe om elk land onafhankelijk van andere landen te maken. Hierop gaat spr. uitvoerig in. Het is een illusie te meenen dat men naar het front trekt om huis en haard, vrouw en kinderen te verdedigen. In de komende oorlog bestaat het front uit het geheele vaderland! Daarop wordt door de regeeringen gerekend, en overal wordt de oorlog voorbereid, Niet alleen in Duitschland, maar ook in de zgn. "democratische'' landen! Een heel groot deel van de industrie is er op ingesteld om in de kortst mogelijke tijd te worden omgevormd tot oorlogsindustrie, Wanneer wij er in slagen om de oorlogsindustrie lam te leggen, dan is het voeren van een oorlog onmogelijk. Onze propaganda tegen de oorlog, moet er op gericht zijn er bij de arbeiders op aan te dringen dat zij zich bewust worden van hun verantwoordelijkheid voor hetgeen zij doen, Dit verantwoordelijkheidsbesef is nog veel te weinig aanwezig. Voor de allermeesten is het belangrijkste: loon volgens collectief contract, aantal werkuren zooals door de regeering is voorgeschreven. maar verder geeft men zich geen rekenschap van het dragen van verantwoordelijkheid bij de te verrichten arbeid, waardoor de arbeiders zich verlagen tot slaven. De wezenlijke slavernij van de arbeidersklasse bestaat juist daarin, dat zij zich verkoopt aan patroon of regeering voor een aantal werkuren, zonder zich af te vragen of dit verantwoordelijk is en dat is de slavernij van de arbeidersklasse. Kan dat anders worden? Ja, want het is niet altijd zoo geweest, Spr. noemt dan enkele voorbeelden uit de Spaansche arbeidersbeweging als ook die in Italië voor dat Mussolini aan de macht kwam, waarin door de arbeiders geweigerd werd oorlogstuig te vervaardigen of te transporteeren, Het verhinderen van de oorlog door middel van arbeidsweigering is geen utopie, daarvoor zijn reeds talrijke voorbeelden geleverd. Men - en hiertoe behooren ook de zich noemende socialistische arbeiders(!)- zegt de oorlog verschrikkelijk te vinden, maar zonder bezwaren werkt men mee aan de voorbereiding van de oorlog. Daarom zullen de arbeiders steeds gewezen moeten worden op hun onverantwoordelijk werk. Het zal wellicht nog lang duren, voordat zij in staat zullen zijn daardoor de oorlog te verhinderen, naar het is voor de arbeiders de eenige weg. Persoonlijke- en massale dienstweigering
Aansluitend op dit referaat, sprak Jo de Haas uit Amsterdam, Zondagmiddag over ,,Persoonlijke en massale dienstweigering”. Spr. gaat uit van de veronderstelling dat - hoe men overigens ook moge denken - men het hierover zal eens zijn, nml. dat oorlog misdaad is en tot iedere prijs moet worden voorkomen. In Genève confereert men nu reeds vanaf 2 Februari 1932 zonder resultaat, Ook de Nederlandsche regeering zegt de vrede te willen en is daar dan ook vertegenwoordigd. Maar voor dat de delegatie eenige weken geleden naar Geneve vertrok, bestelde de Nederlandsche regeering enkele dagen daarvoor nog maar even voor alle zekerheid voor 2-millioen 8-c.M.-kanonnen. Hieruit demonstreert zich de waarde van de ontwapeningsconferentie en de zgn. "Vredeswil". Niets dan woorden! Woorden echter, hebben pas waarde, als ze door daden worden vergezeld, of het woord zelf daad is. De "burgerlijke" vredesbeweging steunt in haar strijd op de wettelijke methoden als Volkenbond, Parlement, Petitionnement, etc. Men onderstelt door internationale rechts- of wetsregeling de oorlog buiten de beschaafde naties te plaatsen. Oorlog en kapitalistische maatschappij vormen echter een onverbrekelijke eenheid, Deze kapitalistische maatschappij is überhaupt een oorlogsmaatschappij en het is een waandenkbeeld te verwachten dat het mogelijk zou zijn uit deze kapitalistische maatschappij de oorlog te bannen met behoud van het kapitalisme. De oorlog van de militaristen is voor ons niet het allerergste. Men is bijna vergeten wat de Vrede beteekent! Nog vreeselijker dan de loopgravenoorlog zal zijn de fabrieken-oorlog: de internationale, aardomspannende oorlogsindustrie met zijn ontelbaar vele vertakkingen. Wie de oorlog wil overwinnen moet zich stellen op het standpunt, dat het kap. stelsel moet worden overwonnen om plaats te maken voor het socialistisch. Oorlogsbestrijding moet tevens zijn: maatschappijvernieuwing. Een ander economisch stelsel moet de voorwaarde zijn voor een duurzame wereldvrede, Maar tegelijk ook: menschheidsvernieuwing. Daarom is oorlogsbestrijding behalve een economisch, ook een geestelijk vraagstuk.
Het is - aldus de Haas - een feit, dat de arbeidersbeweging, en niet in het minst de socialistische arbeidersbeweging zich de laatste 75 jaar meer heeft ingesteld op het kapitalisme dan op het socialisme. Zij heeft zich door tientallen jaren aangepast aan het kap. stelsel, Toen in 1914 de oorlog uitbrak met zijn nationalisme en zijn vaderlandsliefde, beantwoordden de proletaren deze met de godsvrede, nml. met de aanvaarding van het nationalisme. Als ooit van een zondeval is sprake geweest, dan is het zeer zeker hier wel! In 1918 was het evenwel mogelijk de oorlog te beëindigen omdat het volk hem niet langer wilde. Het kapitalisme was lamgeslagen en - historisch gesproken – ‘t juiste moment daar, om het kap, stelsel de laatste doodsteek toe te brengen, doch het is door de arbeidersbeweging weer op de been geholpen. Sinds 1918 is er niets veranderd met het gevolg dat we thans in eenzelfde toestand verkeeren als in 1914. En toch is de arbeidersbeweging in staat de oorlog te keeren als men maar wil, maar durft, als men zich maar bewust wil zijn van de groote kracht en macht waarover men beschikt. Om de oorlog te bestrijden en te verhinderen is meer n o o d i g d a n dienstweigering alleen. Iedere man en vrouw is voor de oorlog gereed (fabrieken, chemici, Roode Kruis, Luchtbescherming, enz.). De persoonlijke dienstweigering is een onverbreekelijk onderdeel van anti - oorlogspropaganda , doch niet het middel, maar een middel. Spr, is geen voorstander van persoonlijke dienstweigering, doch wel van collectieve dienstweigering, maar, wie voorstander is van collectieve dienstweigering is geen tegenstander van de persoonlijke dienstweigering. Dit is het tegengestelde van de meestal geuite redeneering. Men moet de persoonlijke dienstweigering zien als voorafgaande aan de massale dienstweigering. Men moet vragen: "Wat is de diep-principieele beteekenis van de individueele dienstweigeringsdaad" Eigenlijk is het geen persoonlijke daad, maar een vertegenwoordigende daad, richting gevend, De dienstweigeringsdaad is tevens een demonstratie van de wil van de mensch die machtiger is dan de eisen van de staat. Uit de daad van den dienstweigeraar spreekt klaar en duidelijk de wil om voor de gemeenschap levenwekkend werkzaam te zijn. Het is het doorbreken van een nieuwe geest die leidt tot de menschheidsvernieuwing, Men heeft zich verlaten op Volkenbond, Parlement enz., maar de vraag "Wat te doen als een oorlog uitbreekt" heeft men nog nooit beantwoord. Noodig is ons geestelijk voor te bereiden op de verhindering van de oorlog, opdat men straks zien moge dat men op ons niet meer kan rekenen! Bij de volgende oorlog zal men niet - als in 1914 - kunnen zeggen door de oorlog "verrast" te worden, want de oorlog wordt elke dag voorbereidt. Ons kort maar duidelijk antwoord op de vraag van oorlog of vrede moet zijn: W I J DOEN NIET MEER MEE ! Daar moet het heen. Zoó is de oorlogsverhindering alleen mogelijk. De oorlog moet verhinderd worden door onze wil.Vredes Pers Bureau ten dienste van de vredesbeweging in Nederland, no. 340, 08-06-1934.
District Zuid-Holland. J.V.A. in Katwijk 2 en 3 Juni. Het onderwerp dezer conferentie was: „Oorlogsverhindering”. Albert de Jong sprak Zaterdagavond over „Arbeidsweigering”. Hij wees er op, dat een heel groot deel van de industrie er op is ingesteld om in de kortst mogelijke tijd te worden omgevormd in oorlogsindustrie. Wanneer wij er dus in slagen — aldus De Jong — om die industrie lam te leggen, dan is het voeren van een oorlog onmogelijk. Onze propaganda tegen de oorlog moet er dus op gericht zijn, de arbeiders zich bewust te doen worden van hun groote verantwoordelijkheid in deze. De wezenlijke slavernij van de arbeidersklasse bestaat juist daarin, dat zij zich verkoopt aan patroon of regeering voor een aantal werkuren, zónder zich af te vragen of haar arbeid verantwoord is en dat is de slavernij van de arbeidersklasse. Men — en hiertoe behoren ook de zich noemende socialistische arbeiders (!) — zegt de oorlog verschrikkelijk te vinden, maar zonder bezwaren werkt men mee aan de voorbereiding van de oorlog.
Jo de Haas sprak Zondagmiddag over: „Persoonlijke en massale dienstweigering”. Oorlog is misdaad! Daarover zijn wij het allen eens. De Ontwapeningsconferentie brengt de ontwapening noch de vrede. Integendeel! De „burgerlijke” vredesbeweging steunt in haar strijd op de wettelijke methoden als Volkenbond, Parlement, Petitionnement, etc. Men veronderstelt door internationale rechts- of wetsregeling de oorlog buiten de beschaafde naties te kunnen plaatsen. Oorlog en kap. maatschappij echter vormen een onverbrekelijke eenheid. Om de oorlog te overwinnen, moet het kap. stelsel plaats maken voor het socialistische. Noodig is maatschappijvernieuwing; een ander econ. stelsel. Maar tegelijk ook menschheidsvernieuwing. Daarom is oorlogsbestrijding behalve een econ.- óók een geestelijk vraagstuk. De arbeidersbew. is in staat om een oorlog te keeren, als men maar durft en zich bewust is van zijn groote kracht. De persoonlijke dienstweigering is een onverbrekelijk onderdeel van de anti-oorlogspropaganda. Men moet de indiv. dienstw.-daad zien als voorafgaande aan de massale dienstweigeringsdaad van straks. De diep-principieele beteekenis van de d.w.-daad is, dat het geen persoonlijke maar een vertegenwoordigende daad is, richting gevend; de daad van de d.w. is tevens een demonstratie van het feit, dat de wil van de mensch machtiger is dan de eisch van de staat. Uit die daad spreekt klaar en duidelijk de wil om voor de gemeenschap levenwekkend werkzaam te zijn! Het is het doorbreken van een nieuwe geest, die leiden zal tot menschheidsvernieuwing. Noodig is, ons geestelijk voor te bereiden op de verhindering van de oorlog, zoodat men straks zien zal, dat men op ons niet meer rekenen kan. Ons kort, maar duidelijk antwoord op de vraag van oorlog of vrede moet zijn: „Wij doen niet meer mee!” Daar moet het heen. Zóó is oorlogsverhindering alleen mogelijk. De oorlog moet verhinderd worden door onze wil!
Uitvoerige gedachtenwisseling volgde op de beide lezingen, die met groote aandacht werden gevolgd. Voor de deelnemers aan deze zeer geslaagde conferentie zijn het zonder twijfel heel goede dagen geweest; de thuisblijvers hebben zeer veel gemist! Vredesstrijd; orgaan van de Jongeren Vredes Actie, jrg 6, no. 14, 20-07-1934.
14-07 ST. Anna Parochie Mensch onder menschen vredesavond
Anti-militairistische landdag ST. ANNA PAR., 14 Juli. Op initiatief van de afd. Het Bildt van Kerk en Vrede, de Vredesgroep Oudebildtzijl, deafd. Stiens der Intern. Vrouwenbond voor Vrede en Vrijheid, de. afd. I. A. M. V. St. Anna Par. werd hedenavond een anti-militairistische landdag gehouden in het Volksgebouw. Als sprs. traden op mevr. Buspher (sic!) te Leeuwarden; Jo de Haas van Amsterdam; en ds. J. Vink, te Bolsward. De eerste behandelde: De vrouw en de vrede"; de tweede had als onderwerp gekozen: „Mensch onder menschen", terwijl ds J. Vink sprak over: .De hoogste wet". Met groote aandacht werden de sprekers beluisterd. De gemengde zangvereeniging „Frisia Cantat", dir. de heer K. Molenaar, gaf een zestal zangnummers, dat zeer werd gewaardeerd. Met een kort woord sloot da. Boerlage de bijeenkomst, die door 200 personen was bezocht.Leeuwarder nieuwsblad: goedkoop advertentieblad 16-07-1934.
Vredesavond. Zaterdagavond 14 Juli vond hier de telkenjaar plaatsvindende anti-mil. vergadering plaats, uitgaande van een combinatie van vereenigingen. Mej. Dr. Boelinga (sic!), die als voorzitster fungeerde opende met de bemerking dat het aantal deelnemende ver. dit jaar geringer is, aangezien de bijeenkomst zoodanig principieel is opgezet, dat alleen kon worden deelgenomen door wie voor directe ontwapening is. Zij verwelkomde de vele aanwezigen waarvan het allergrootste deel bestond uit jonge menschen, en gaf het woord aan Mevr. Brusschart Sjirp (sic!) uit Leeuwarden. Deze wekte vooral de vróuwen op tot deelname aan het politieke leven in den Staat, om zich te doen gelden. De vrouw moet voor den vrede worden gewonnen. De tweede spreker was Jo de Haas die het rev. anti-mil. verdedigde en pleitte voor dienstweigering nu, steeds en overal. Ds. Vink als derde spreker pleitte voor waarachtig christen zijn, hetgeen moest culmineeren in een revolutionnaire houding van dappere ongehoorzaamheid. Een uitstekend koor uit Stiens zong op zeer verdienstelijke wijze een 6-tal nummers. Het geheel was een prachtig geslaagde avond. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 44, no. 29, 21-07-1934.21
ST. ANNAPAROCHIE. Landdag tegen het militarisme. 14 Juli. Hedenavond had alhier de aangekondigde Landdag tegen het militarisme plaats. De minder gunstige weersomstandigheden waren oorzaak, dat de openluchtsamenkomst niet doorging en de Landdag in het Volksgebouw werd gehouden, dat dientengevolge half gevuld raakte met belangstellende bezoekers. Ds. Boerlage van St. Anna, had de leiding van den avond en wees er in haar openingswoord o. m. op, dat er in de organisatie van deze regelmatig terugkeerende Landdag, eenige wijziging was ingetreden. Het mag als bekend worden geacht, dat er in de vredesbeweging een kentering is gekomen, als gevolg waarvan het aantal deelnemende vereenigingen aan dezen Landdag tot een viertal is beperkt. Niettemin is het uitspreken van een principieel getuigenis meer dan ooit noodzakelijk, en het mag daarom een verheugend verschijnsel worden genoemd, dat nog zoovelen zijn opgekomen om naar het gesproken woord te luisteren, en bovendien door hun aanwezigheid zonder woorden te getuigen van hun gezindheid. Het woord was daarna aan Mevr. BUSSCHER van Leeuwarden, die de positie besprak, van de vrouw ten opzichte van oorlog en vrede in onze huidige samenleving. Spreekster was overtuigd van den invloed der vrouwen in deze vraagstukken, indien zij zich hun invloed in dezen bewust worden en op doeltreffende wijze ten nutte maken. Het is daarom van groot belang, dat de vrouwen hun verworven democratische rechten trachten te behouden en zoo mogelijk uitbreiden. Hun aantal in de wereld, hun meestal zeer grooten invloed in het huisgezin op de jeugd, zal een groote macht kunnen vormen en het dreigende oorlogsgevaar, dat voortdurend ons leven versombert, zooal niet afwenden, dan toch remmen, in zijn noodlottige vaart.
Als tweede, beklom het podium, de heer J. DE HAAS van Amsterdam, die aanving met er op te wijzen, dat we leven in den tijd der bevestiging. Bevestiging n.l. van datgene, wat door de revolutionaire anti-militairisten, ten aanzien van oorzaak en gevolg van den oorlog steeds is beweerd. Het kapitalisme, de kapitalistische maatschappij-vormen, vormt den vruchtbaren bodem van den oorlog, van elken oorlog in het verleden, het heden, en ook de wereldoorlog, die op het punt staat los te breken, is de gruwzame plant, opgeschoten uit rotten bodem. Aan den vooravond van dien komenden oorlog staan wij thans. Het is na 1914—'18 nooit vrede geweest, het was slechts wapenstilstand. Wij hebben dat met feiten aangetoond, en het is thans een blad als de r.k. „Maasbode" die ons hierin bijvalt en onomwonden hetzelfde schrijft, als wij reeds altijd hebben uiteengezet. Het loopt met den kapitalistischen staatsvorm ten einde. De in steeds sneller kringloop terugkeerende oorlogen bewijzen in afzichtelijke duidelijkheid, de volslagen onmacht der regeerende instanties, om een ook maar eenigszins dragelijke bestaansmogelijkheid voor de menschen te scheppen. Het fascisme groeit snel, ook in ons land, al dient het zich hier en daar onder een anderen naam aan, zelfs onder die van democratie! Het fascisme is de koortsthermometer voor het kapitalisme, hoe hooger de thermometer aanwijst, hoe dichter wij het moment zijn genaderd dat een nieuwe menschenslachting zal aanvangen. Ons land zal in dien komenden strijd niet meer neutraal zijn, doch een rol van beteekenis spelen. De conferentie te Geneve is een mislukking, hoewel er nog altijd velen zijn, die aan dat sprookje gelooven. Een stroom van boeken, woorden, moties, verdragen en resoluties hebben ons bedolven, en toch is alleen dat ééne, dat eenigste dat ons van den oorlog kan verlossen, achterwege gebleven. En dat is de daad. De massale volksonwil, de absolute weigering van den dienst, de radicale sabotage van alles, wat ook maar in de verte samenhangt met het internationale moordbedrijf, ziedaar het eenige en afdoende middel, om verlost te worden van den oorlog. Wie mensch wil zijn onder de menschen en er zich op bezint, welke verplichting, welke roeping hij als zoodanig heeft, voor dien is de weg logisch en eenvoudig. Niet wat men in Geneve of elders zal beslissen, maar wat gij en ik zullen doen, als de lont in het kruit wordt geworpen, zal de schaal doen overslaan. Wat wilt ge oorlog of vrede? Het oorlogsapparaat is gereed, de pest- en choleraratten zijn gefokt, mannen, vrouwen en kinderen zullen moeten meedoen, het zal zijn de ondergang der wereld. Of wilt ge een mensch zijn onder menschen ? Dan moet ge breken, breken met een gezag, dat geweerschoten door de Jordaan laat klinken, omdat de bewoners van wandluishokken het vertikken om geluidloos van honger en gebrek te sterven. Dan voegt u de daad der ongehoorzaamheid, der dienstweigering. Mensch onder menschen, daar is geen kerk, geen richting, geen partij voor noodig. Dat is eenvoudig een aanvaarding van het menschelijke en de absolute weigering van den misdaad.
Als 3e en laatste spreker trad op, de Weleerw. Heer Ds. J. VINK, Ned. Herv. predikant te Bolsward, met als onderwerp : „De hoogste Wet." Over het doel van Kerk en Vrede kan spr. kort zijn. Het is het streven tot losmaking van het Christendom van oorlog en oorlogstoerusting. Het Christendom staat in de wereld met als middelpunt Jezus Christus en Zijn Evangelie. Het Evangelie der natuurlijke weerloosheid, dat o. m. eischt het aanbieden van den linkerwang als men op den rechterwang reeds geslagen is. Dit Christendom is er bijkans 20 eeuwen geweest en gepredikt en misschien met weinig resultaat. Nogtans is dit Woord onveranderd gebleven en deze eisch onverbiddelijk. En met dit Evangelie, deze eisch van geweldloosheid en weerlooze overgave, zelfs ten koste van het hoogste individueele recht, staat de Christenheid in een wereld, die niet zonder rechtsnorm kan bestaan. Die moet handhaven; eerste door de rede en opklimmende door de macht en tenslotte desnoods door geweld. Dit is het conflict van Christendom en wereld. Daar is geen compromis mogelijk Het is de aloude worsteling der eerlijke zielen, die jagen naar het gegrepen worden door Jezus Christus, en een wereldsche macht, die geen genade meer kent, en zich met geweld wil handhaven. Er moet gekozen worden. Een nieuwe oorlog zal het einde der wereldgeschiedenis beteekenen. Daar is geen teruggang mogelijk. Als Christen moet men Gode meer gehoorzaam zijn dan de menschen. En tegenover de wet der menschen, de wet des gewelds, staat de Hoogste Wet, de Wet liefde van Christus, zuiver en eeuwig, geweld- en weerloos. Indien gij dan kiezen moet, tusschen geweld en liefde, dan is als Christen uw keuze, de daad der dappere ongehoorzaamheid aan het geweldsgezag, dan is uw keuze het Evangelie van Christus, de Hoogste Wet.
De drie toespraken, die behalve het doel, van zeer verschillende beginselen en inzichten getuigden, werden met groote aandacht gevolgd. „Een verschil", zooals iemand opmerkte, „dat het geheel ten goede kwam." Rest ons te vermelden, dat het á cappella koor: „Frisia Cantat" van Stiens haar medewerking verleende en ter afwisseling een zestal liederen zong. Het gebodene viel zeer in den smaak en het koor zag haar moeite met een hartelijk applaus beloond. Pl. m. kwart over elf werd de bijeenkomst met een kort slotwoord door Ds. Boerlage gesloten. Bildtsche courant17-07-1934.
21-08 Amsterdam Licht, dwars door alle duisternisse De Dageraad heen (De arbeider 18-08-1934)22 26-08 Wijnjeterp Klaas Blauw
(herdenking De arbeider 25-08-1934)
09-09 Nijehorne Geen titel
Prov. Antimil. Prop. Com. (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 07- 09-1934)
10?-09 Pingjum Over de vervolging waaraan thans (open verg. voor J. Rees) onze propagandisten blootstaan
Ons antwoord op de arrestatie van Jacq. Rees! Allen bezoeken natuurlijk de openbare vergadering te Pingjum, waar Jo de Haas zal spreken over de vervolging, waaraan thans onze propagandisten blootstaan. Kameraden toont, dat juist nu, nu de reactie hoogtij viert en de z.g.n. roode partijen allemaal gelijkschakelen, dat wij, revolutionnaire anti-militaristen moeten en willen blijven staan! Komt allen! Protesteert! Anti-militarisme! Juist Nu!D. de Wit. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 44, no. 36,08-09-1934.
10/17/24-10 Wormerveer Oorlog en sexualiteit De Dageraad (De Zaanlander 05-10-1934)
11-10 Hilversum Heil Fascisme (waarom zijn komst De Dageraad mij verblijdt) (De Gooi- en Eemlander : nieuws- en advertentieblad 10-10-1934)
18-10 Rotterdam Bevrijdingschool De psychologie der massa en het vrije denken
Bevrijdingschool. Op Donderdag 18 Oct. had in gebouw „de Spil" de eerste lezing plaats met als spreker kam. Jo de Haas welke behandelde het onderwerp: „De psychologie der massa en het vrije denken". In een zeer uitvoerig betoog heeft Jo de Haas op duidelijke en eenvoudige wijze inhoud gegeven aan de begrippen psychologie, massa en vrijdenken. Jo de Haas heeft zich op dit terrein een zo intellectueele kennis vergaard, alsdat wij niet kunnen nalaten de kam. en geestverwanten in de lande aan te sporen dit onderwerp met spreker voor hun groepen en verenigingen te laten behandelen. Wat ons betreft, wij hopen Jo de Haas in deze winter nog eens te mogen beluisteren, en wensen hem op deze ingeslagen weg succes toe. Naast het morele hadden wij ook tevens een financieel succes, daar de zaal voor ruim twee-derde bezet was. Wij mogen dan ook tevreden zijn met de opening van deze cursussen-reeks, en wekken de kam. en geestverwanten op zich nu reeds in te stellen voor de volgende lezing welke 22 Nov. gehouden zal worden, alwaar A. L. Constandse behandelen zal: „Economie en CultuurDe arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 44, no. 44, 03-11-1934.
28-10 Hilversum De psychische grondslagen der VVSO maatschappij
HILVERSUM. Zondag hadden we een drukbezochte bijeenkomst met Jo de Haas uit Amsterdam, over de Psychische grondslagen der maatschappij. De ongetwijfeld zeer interessante rede lokte nogal wat gedachtenwisseling uit.
De fakkel; links-socialistisch weekblad, jrg 4, no. 83, 02-11-1934.
29-10 Delft Tegen oorlog en Fascisme (Jo met (congres van De Dageraad en andere org.)andere sprekers)
(Delftsche courant 27-10-1934)
01-11 Wormerveer Oorzaak van de vaderlandsliefde De Dageraad(De Zaanlander 27-10-1934)
07-11 Blaricum Heil fascisme!! (Waarom zijn komst mij verblijdt).
Op 7 Nov. j.1. sprak Jo de Haas te Blaricum voor 30 a 35 personen over het onderwerp „Heil fascisme!!" (Waarom zijn komst mij verblijdt). De rede, waarop geen discussie volgde, werd aandachtig aangehoord.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 44, no. 48, 01-12-1934.
11-11 Amersfoort Heil fascisme De Dageraad (Amersfoortsch Dagblad/De Eemlander 10 november 1934)
15-11 Aartswoud De weg is gewezen I.A.M.V.
AARTSWOUD. Donderdagavond trad in de zaal van Visser voor de afdeeling I.A.M.V. als spreker op de heer Jo de Haas. In een gloedvolle rede werd het onderwerp ,De weg is gewezen", op voor een ieder duidelijke wijze behandeld. Het doel en streven werd naar voren gebracht en een opwekking om zich aan te sluiten aanbevolen. De pas ontslagen dienstweigeraar Baron werd een boek aangeboden. De vergadering werd door ongeveer veertig personen bezocht. (Schager Courant 17 november 1934).
19-11 Leeuwarden. Spiritisme en telepathie (Jo de Haas en T. Swart)
Over spiritisme. Alhier had een debatvergadering plaats tussen Jo de Haas en T. Swart over spiritisme en telepathie. De Haas het eerst het woord voerende, stelde voorop, dat geen enkel dogma mocht blijven gespaard als wetenschappelijk aangetoond is, dat het onhoudbaar is. Een der meest menselijke eigenschappen, zegt hij, is de wens. Vandaar ook, hebben wij bij de bespreking der occulte en spiritistische wetenschappen twee groepen, ene die alles aanvaardt en ene die alles verwerpt. Spreker wil zich bij geen van deze twee groepen scharen. Hij wil deze avond niet spreken over de vraag of de dingen waarover de spiritisten spreken, zich inderdaad voordoen, maar over de vraag hoe ze zijn te verklaren zo ze zich voordoen. De 19e eeuw, zegt hij, was de eeuw van het materialisme. Thans zijn we echter zo ver, dat we ons ook met het geestesleven inlaten, d.w.z. we leven in een tijd van het spiritualisme, niet te verwarren met spiritisme. Wetenschappelijk is thans vastgesteld, dat de ziel een zelfstandig bestaan heeft. Wij weten nu, dat de mens een onderbewustzijn heeft. Volgens de zielkunde nu, heeft de mens een ongeweten geestesleven. De parapsychologie houdt zich bezig met de vraag hoe deze zgn. occulte verschijnselen worden verklaard. Hij zegt verder, dat telepatische verschijnselen dikwijls voor spiritisme worden uitgegeven. Telepatie is echter een bovenzintuiglijk kenvermogen, waarmee men in de buitenwereld kan doordringen. Dr. Tenhaef, parapsycholoog, heeft met telepatie proeven genomen tussen Rotterdam en Arnhem. Eerst meende men dat van de ontvangst niets was terechtgekomen, doch later in het laboratorium, waar de betrokken persoon onder hypnose werd gebracht, brak de ontvangst door. Wetenschappelijk is reeds vastgesteld, dat de mens aan bepaalde eisen moet voldoen. Hij moet o.a. gevoelsmens zijn. Vandaar ook, dat de meeste telepatische uitzendingen van een sterfbed plaats hebben. (Voortzetting volgt)De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 44, no. 49, 08-12-1934 .
LEEUWARDEN Verslag debatvergadering (Slot).
Een stervende, is op het ogenblik dat hij stervende is, geen zuiver denkend mens meer, het gevoel heeft dan de overhand. Een schipbreukeling b.v. zal in de laatste ogenblikken denken aan degenen die hem na zijn aan de wal. Zo kan het gebeuren, dat een dezer de telepatische uitzending ontvangt en zegt „ik voel dat er een ongeluk gebeurd is". Wàt, weet hij dan nog vaak niet. Ook kan het gebeuren dat de ontvangst geschiedt zonder dat de ontvanger zich dit bewust is. Hij houdt dan de ontvangst vast. Wordt hij echter emotioneel, dan breekt de ontvangst door en meent hij een geest gezien te hebben, doch in werkelijkheid is het niets anders dan een telegram dat een jaar vertraagd is. Tenslotte sprak hij nog even over mediamieke kunst en geestenfoto's met welke laatste men volgens hem zeer voorzichtig moet zijn. Daarna was het woord aan Swart, die zeide, dat het hem genoegen deed dat ook in kringen der vrijdenkers het spiritisme de aandacht trok, misschien wel omdat men zich ongerust begint te maken. Met vele dingen van spreker kon hij meegaan, doch hij moest constateren dat deze de zaken op de kop had gezet. Hij had niet moeten spreken van spiritisme en telepathie, doch van telepathie en spiritisme, omdat men zonder kennis van het eerste het tweede niet kan begrijpen. Eerst na de dood van het stoffelijk lichaam komt de ziel tot volle ontplooiing en dan komt ons telepathie te stade. De telepathie is echter lang door de vrijdenkers ontkend en zelfs Dr. Leo Polak heeft eens gezegd, dat het te belachelijk was om er over te praten. Het verwondert hem dan ook, dat de Haas de telepatie gaat gebruiken om het spiritisme te bestrijden. Volgens hem was telepatie onder levenden wel mogelijk maar zeer moeilijk. Een in Engeland genomen proef had tot resultaat dat van de pl.m. 2000 ingekomen inzendingen ongeveer een twintigtal het uitgezondene vaag weer gaven, terwijl de rest verkeerd was. Swart vroeg hoeveel hieronder waren, die het juist geraden hadden, want daarmee moest ook rekening worden gehouden. Veel gemakkelijker was het contact tussen levende en dode. Hij constateert dan dat om contact te krijgen tussen levende en dode er ook een afzender moet zijn en daarom beroept het spiritisme zich op feiten. Hij heeft dan ook geen parapsycholoog nodig om de feiten te erkennen. Hij geeft dan de 12 groepen weer waarin prof. Bozzano de feiten onderscheidt en illustreert die met voorbeelden. Alleen aanvaarding van de spiritistische hypothese kan deze feiten volgens hem verklaren. De onzin van vele parapsychologen wordt door andere wetenschappelijke mannen weerlegd. De Vrijdenkers hebben echter een haat tegen de wereld en God, maar alles is negatief. Als men ze andere lectuur wil laten lezen stuit men op een muur van onwil, maar eens komt de tijd dat ook de geest over hen zal zegevieren. Hij vertelt dan enige staaltjes van geestenfotografie. De Haas replicerende zeide een enkele teleurstelling te hebben na sprekers rede. Hij zeide toch, dat de vrijdenkers gelukkig de telepatie ontdekt hadden. Niets is minder waar. De vrijdenkers zijn echter voorzichtiger dan anderen en wensen een wetenschappelijk bewijs. Terwijl zij zich nog steeds met het vraagstuk der telepatie bemoeien hebben de spiritisten echter reeds alles in kannen en kruiken. Swart zegt, telepatie is een verbinding tussen de levenden en gaat verder dat hij echter zal spreken over verbinding tussen levenden en doden. Van een verbinding tussen levenden en doden heeft hij echter wetenschappelijk niets kunnen aantonen, trouwens dan zou men ook experimenteel met doden moeten werken. Wat de geestenfoto's betreft wil hij de heer Swart opmerkzaam maken op wat Dr. Tenhaef schreef in het maandblad der parapsychologie. Deze toch begaf zich naar een bekend geestenfotograaf te Rotterdam en liet zich tweemaal fotograferen. Op de eerste foto stond op buikhoogte de naam van een bekend spiritist, terwijl op de tweede foto stond „Juultje". Bij onderzoek bleek, dat de fotograaf een afspraak had gehad met een dame, die graag met haar overleden dochtertje wilde worden gefotografeerd. Deze was echter niet op de afgesproken tijd gekomen en nu had hij per abuis voor Dr. Tenhaef een verkeerde plaat gebruikt. Voorts merkte Swart nog op, dat Dr. Tenhaef voorkomende op de sprekerslijst der spiritisten, promoveerde op het onderwerp „geestenzien", en las enige citaten hieruit voor.
Swart duplicerende gaf tenslotte toe dat Dr. Tenhaef animistisch spiritist was en zeide dat ook in spiritistische kringen tegen het kwaad van valse geestenfoto's werd gestreden. De feiten zoals die zich voordoen, zijn echter niet weg te praten, en die waren voor hem voldoende. Het geheel was een geslaagde avond en de zaal was propvol. Wanneer is dit ook eens het geval bij andere vergaderingen?
De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 44, no. 52,29-12-1934.
Vrijdenkersvereeniging „De Dageraad" DEBAT-AVOND TE LEEUWARDEN.
Op uitnoodiging van de Vrijdenkersvereeniging „De Dageraad", afdeeling Leeuwarden, werd gisteravond in de zalen Schaaf, die geheel bezet waren, een debat-avond gehouden met den vrijdenker Jo de Haas en den spiritist T. Swart. De voorzitter, de heer H. Swanenberg, heette de aanwezigen welkom en deelde mede dat aan beide sprekers een gelijke spreektijd was toebedacht.
Spiritisme en telepathie. Rede Haas. In een vergadering als deze. zoo ving spreker aan, is het onmogelijk aan dit onderwerp een moderne wetenschappelijke verhandeling te wijden. Toch wil hij niet al te zeer afdalen in algemeenheden. Voorop moeten we stellen, dat geen enkel dogma kan worden gespaard, indien wetenschappelijk is vastgesteld, dat het onhoudbaar is. De wensch is één der meest menschelijke eigenschappen. Daarom treffen we bij de bespreking der occulte en spiritistische wetenschappen steeds twee groote groepen aan: de eene groep, die alles aanvaardt en de andere groep, die alles onzin vindt. Spreker wil zich noch stellen op het standpunt van de contra-groep, noch op dat van de voorstanders van spiritisme. Lang is er gestreden over de vraag of bepaalde eigenaardige zaken waarover spiritisten spraken, zich inderdaad wel hadden voorgedaan. Het debat draaide in die dagen steeds uit op iets wat naast het debat moest staan. De vraag is echter, en daarover gaat ons debat, hoe verklaart men wetenschappelijk de feiten, als ze zich hebben voorgedaan. Een zaak, die allen goed moeten begrijpen is deze. n.l., dat de 19e eeuw is geweest een eeuw van het materialisme en dat de 20e eeuw de eeuw zal zijn van het spiritualisme, waarin een nieuw vraagstuk zich aan ons voordoet, n.l. dat der menschelijke ziel. De wereld heeft weer belangstelling gekregen voor de ziel, voor den geest. Met spiritisme heeft deze gedachte intusschen niets te maken. Het 19de eeuwsche materialisme is dood, overwonnen door de wetenschappelijke inzichten. Wij weten nu dat de ziel eigen innerlijke wetten heeft en zich niet beweegt op wenken van buiten af. De ziel heeft een zelfstandig bestaan, dit is wetenschappelijk vastgesteld. Langzamerhand kwam men tot de kennis van het onderbewustzijn. De zielkunde bevond, dat de mensch ook heeft een ongeweten geestesleven. Dat was van groot belang voor het vraagstuk van het spiritisme. Hadden we in de 19e eeuw nog, zoo vervolgde spreker, de bewustzijn-psychologie, later kwam de dieptepsychologie en thans, sinds een tweetal jaren. bestudeert men aan de universiteiten de parapsychologie. De para-psychologie houdt enkel rekening met de vraag; hoe moeten de z.g. occulte verschijnselen worden verklaard? Telepathische verschijnselen, die thans wetenschappelijk zijn vastgesteld, worden zeer dikwijls uitgegeven voor spiritisme. Wat is echter telepathie? Telepathie is een onzer bovenzintuigelijke kenvermogens, want volgens de para-psychologie heeft de mensch nog veel meer van die boven-zintuigelijke vermogens, waarmee we kunnen doordringen in de buitenwereld. De spiritist aanvaardt om deze verschijnselen te verklaren de hypothese, dat zij verband houden met de zielen der afgestorvenen. Zulks uit geestelijke armoede, hij heeft niets anders. Dr. Tenhaeff, een para-psycholoog, heeft eens proeven genomen met telepathie tusschen Rotterdam en Arnhem. Van de ontvangst was schijnbaar niets terecht gekomen. Toen de betrokken persoon echter in het psychologisch laboratorium werd gebracht, bleek, dat de ontvangst latent was geweest. De persoon wist er zelf niets van. Toen hij onder hypnose gebracht was, brak de ontvangst door. De para-psychologie leert ons ook, dat de mensch aan een bepaalde eigenschap moet voldoen, n.l. een gevoelsmensch moet zijn. Een bij telepathie uitgevonden gedachte kan jaren lang door den ontvanger onbewust worden vastgehouden. Wordt die mensch emotioneel. dan komt soms plotseling die ontvangen gedachte los. Hij zal dan waarschijnlijk zeggen een geest te hebben gezien, maar in feite is het, om het duidelijk te zeggen „een telegram, dat een jaar te laat is bezorgd". Terloops haalde spreker nog even aan de mediamieke kunst en het fotografeeren van geesten. Vooral tegenover dit laatste staat de para-psychologie zeer afwijzend.
Rede Swart Vervolgens was het woord aan den tweeden spreker, den heer T. SWART. Vooraf zeide spreker, dat de avond voor de spiritisten reeds glansrijk is, door hetgeen de vorige spreker heeft verteld over de ziel en doordat hij heeft afgekeurd, dat de materialisten geen rekening met het geestelijke hielden. Echter ook in de kringen der vrijdenkers krijgt men nu een open oog voor deze zaak. Het spiritisme trekt hun aandacht, misschien omdat men zich ongerust begint te maken. De geest heeft ook hen aangeraakt en zal hen niet meer loslaten. De vorige spreker is al begonnen met de zaken op den kop te zetten. Hij had niet moeten spreken over spiritisme en telepathie, maar over telepathie en spiritisme, omdat zonder de kennis omtrent het eerste men het tweede nooit kan vatten. De ziel komt pas na den dood van het stoffelijk lichaam tot volle ontplooiing en dan komt ons de telepathie goed te stade. Deze telepathie is lang door de vrijdenkers ontkend en zelfs professor Leo Polak zeide er van: ,,telepathie, gedachten, die als ballonnetjes door de lucht zweven: het is te kinderachtig om er over te spreken". Nu erkent men ze. Van Polak tot de Haas en nog is het einde er niet. Vervolgens ging spreker na het onderling verband tusschen de telepathie van mensen tot mensch en van den mensch tot den geest. Het eerste is mogelijk, maar zeer moeilijk; het tweede geeft beter resultaten. Nu trachten de vrijdenkers de spiritisten te bestrijden met de door hen vroeger ontkende telepathie. Wanneer er echter contact is tusschen levenden en dooden, dan moet er een afzender zijn en daarom beroepen wij ons steeds op de feiten. Deze feiten laten zich volgens professor E. Bozzano aldus groepeeren: 1. Gevallen van verstrekte identiteitsbewijzen door overledenen, onbekend bij het medium en de aanwezigen. 2. Gevallen van verschijningen van overledenen aan het doodsbed. 3. Gevallen waarin kinderen aan het doodsbed overledenen zien. 4. Eenige beteekenisvolle gevallen van telekinesie aan het sterfbed en na het overlijden. 5. Eenige zeer beteekenisvolle gevallen van supernormale muziek bij het sterfbed en van den dood. 6. Gevallen waarin afgestorvenen spreken en schrijven in talen, onbekend aan medium en soms aan alle aanwezigen. 7. Gevallen waarin overledenen schrijven en hun handschrift overeenkomt met dat uit hun leven, hetgeen geheel iets anders is dan het reproduceeren van een handteekening. 8. De verschijnselen van bilocatie, (de uittreding van het etherisch lichaam) op het oogenblik van sterven, vooral wanneer dit zichtbaar wordt voor alle aanwezigen. 9. Materialisaties van levende geestelijke persoonlijkheden, soms sprekende en schrijvende in talen, onbekend aan alle aanwezigen. 10. Eenige gevallen van kruis-correspondentie. 11. De aanwezigheid in het menschelijk onderbewustzijn van supernormale eigenschappen van zintuigen, onafhankelijk van de wet der biologische evolutie. 12. Fotografisch vastgelegde verschijningen. Van elke groep gaf spreker vervolgens eenige voorbeelden, aan de praktijk ontleend: feiten, die volgens spreker niet anders te verklaren zijn dan langs den weg van het spiritisme. Na jarenlange studiën en gedane experimenten moest professor Lombroso de spiritistische hypothese dan ook als juist erkennen. Elk redelijk mensch, die wil gelooven, moet erkennen, dat het spiritisme werkelijkheid is. De onzin door sommige para-psychologen beweerd, is voldoende door andere wetenschappelijke mannen weerlegd. Ik voor mij. aldus spreker, heb geen para-psycholoog noodig om mijn oogen te openen voor de waarheid van de feiten. Alles wijst op een geestelijk leven, dat na den dood van het lichaam pas tot volmaaktheid komt. De geest werkt en zelfs de spotter kan zich niet aan de feiten onttrekken. Spreker vertelde van een te Leeuwarden gehouden séance waar een dame voor het fotografie-toestel ging staan met den vurigen wensch, haar beide gestorven kinderen op de foto té krijgen. Het bleek echter, dat in plaats van de kinderen de overleden schoonmoeder zich had geopenbaard. Het zijn dus geen gefotografeerde gedachtenbeelden. De vrijdenkers zijn vervuld met een hevigen haat tegen deze wereld en God, maar dat alles is slechts negatief. Men stuit op een muur van onwil, als men hen anders lectuur wil laten lezen. Maar eenmaal, zoo besloot spreker, zal ook de geest over hen zegevieren. Na een korte pauze dienden beide sprekers elkaar nog van repliek, waarna de vergadering om halftwaalf werd gesloten.Leeuwarder courant20-11-1934.
SPIRITISME EN TELEPATHIE Debatvergadering in zalen Schaaf.
In de stampvolle zalen Schaaf werd Maandagavond 'n openbare debatvergadering gehouden van de Vrijdenkers-vereeniging ,De Dageraad, waarin de heeren -Jo de Haas, van Amsterdam, en T. Swart. alhier, spraken over „Spiritisme en telepathie". De heer Jo de Haas voerde eerst het woord. Spr. zeide geleid te worden door de begeerte de waarheid te zoeken. Daarbij zal geen enkel dogma, als het tegen de logica niet bestand is, gespaard blijven. Er is een groep menschen, voor wie een dogma absoluut waar is, voor een andere groep menschen is hetzelfde dogma absoluut onwaar. Beide groepen, pro en contra, zijn niet capabel om een standpunt te verdedigen. Omtrent de verschijnselen van het spiritisme staan de menschen ook pro en contra. Spr. staat op geen dezer standpunten want naar de wetenschap heeft bewezen, bestaan inderdaad de verschijnselen, en daarom wil spr. de vraag stellen: hoe moeten de verschijnselen verklaard worden? Wij weten, dat de ziel bestaat en dat zij haar eigen wetten heeft. Wij weten ook, naar de wetenschap heeft bewezen, dat wij door het geheugen zien kunnen, terwijl de wetenschap mede als vaststaand heeft aangenomen, dat de ziel door hypnose stoffelijke veranderingen kan tot stand brengen. Spr. behandelde daarop de wetenschap van Freud. die tot de kennis is gekomen van het onderbewuste. De mensch draagt met zich mee. aldus deze geleerde, een onbewust geestesleven. Dit is nu van de allergrootste beteekenis voor de verklaring van het spiritisme. We kennen thans, aldus de heer de Haas. de para-psychologie, welke zich bezighoudt met de vraag: hoe verklaren wij de spiritistische verschijnselen. Het spiritisme zit met deze onderzoekingen in zijn maag, want de para-psychologie heeft al heel wat verschijnselen verklaard als natuurlijke oorzaken hebbende. Het is echter zeer te begrijpen, dat een onwetenschappelijk mensch, wanneer hij iets vreemde ziet gebeuren, direct aan geesten denkt. Om te kunnen oordeelen moet men kennis dragen van de bewustzijnspsychologie, psychoanalyse en para-psychologie. welke achtereenvolgens in de wetenschappelijke wereld worden beoefend.
De bewustzijnspsychologie verklaart het geestenzien (hierin speelt de telepathie een groote rol) terwijl de para-psychologie leert dat wij allerlei kenvermogens (supra-normale vermogens) bezitten om in de buitenwereld te zien. Dit alles lijkt voor den leek zeer onbegrijpelijk en spr. wil gaarne erkennen, dat wij eigenlijk nog geen spat kennis bezitten op het gebied van het leven zelf. Spr. weidde daarna uit over de telepathie en de resultaten daarvan. Voor telepathie bestaan geen afstanden. Dr. ten Have heeft daarmee proeven genomen en deze bewijzen op schitterende wijze, dat een persoon die in Arnhem zit een boodschap uit Rotterdam ontvangt zonder het zich bewust te zijn. Zoodra hij onder hypnose wordt gebracht, geeft hij zonder aarzelen de boodschap weer. De ontvangst was dus onbewust geweest. De para-psychologie leert nu dat een mensch aan bepaalde eigenschappen moet voldoen als hij telepathie wil beoefenen. Hij moet hysterisch zijn. d.w z. de gevoelsoverwegingen overtreffen bij hem de verstandsoverwegingen op een bepaald oogenblik. De parapsychologie leert nu dat de telepatische uitzending voor een belangrijk deel afkomstig is van de sterfbedden, wat zeer begrijpelijk is, waardoor meteen een zeer natuurlijke verklaring gegeven wordt van het geestenzien. Nog begrijpelijker wordt alles als men denkt aan het volgende: menschen kunnen plotseling door een angst overvallen worden en dan blijkt het naderhand, dat een familielid in groot gevaar was of een ongeluk heeft gehad. Denk ook aan het gezegde: er gebeurt iets. Ze weten niet wat. Later blijkt, dat er een ongeluk, ramp enz. heeft plaats gevonden. Bij dit alles werkt een gebeurtenis met buitengewone intensiteit op het onderbewuste van de menschen. Nu kan een mensch zulk een ontvangst van dichtbij of van verre vasthouden, zonder te weten dat hij het ontvangen heeft, terwijl hij pas later, bijvoorbeeld na een jaar, de ontvangst doorgeeft. En dan zegt de onwetenschappelijke mensch: ik heb een geest gezien, omdat hij zijn eigen zieleroerselen niet kent.
De heer Swart hield daarna zijn rede. Hij zeide dat hij veel kan onderstrepen van wat de heer De Haas heeft verteld, die echter tot zijn spijt niet behandeld heeft de openbaringen van de menschelijke ziel na de dood. De heer De Haas is op een punt blijven staan en wil niet verder. Doet hij dat wel, dan komt hij bij het spiritisme. Hij zelf heeft toch geschreven: de geest werkt en daarin geloof ik. De heer De Haas heeft de zaak op haar kop gezet. De weg naar het spiritisme leidt langs het animisme, waarvan de telepathie een uiting is en als de heer De Haas blijft door redeneeren, komt hij vanzelf bij het spiritisme. Spr. is verheugt, dat zijn debater de telepathie aanneemt. Verschillende mede-vrijdenkers, dr. Polak o.a., bestrijden de telepathie toch. Spr. is van meening dat telepathie van mensch tot mensch zeer moeilijk is. In vele gevallen faalt zij volkomen. De telepathie tusschen geest en mensch is echter zeer wel tot stand te brengen. De proeven dienaangaande genomen, hebben dit bewezen. Zij staan wetenschappelijk vast. Men onderscheidt nu verschillende groepen van verschijnselen omtrent telepathie tusschen geest en mensch. Van bijna elke groep noemde spr. een voorbeeld. De genoemde gevallen zijn, aldus spr. niet te verklaren door de animistische telepathie. Spr. las verschillende verhalen voor, voorkomende in wetenschappelijke boeken van geleerden. O.a. vertelde hij van een geest, die door een levende sprak, terwijl zij elkaar nooit hebben gekend; van een geest, die door middel van een levende, in talen sprak, die de levende absoluut niet kende; van een stervende, die de geest van haar zuster zag, terwijl zij wegens haar ernstige toestand, niet op de hoogte was gebracht van het sterven van haar zuster. In al deze dingen moeten de vrijdenkers, aldus spr., ons gelijk geven. Zij kunnen al deze voorvallen niet ontkennen. Spr. vertelde daarna nog van het spreken van de geest in de ruimte en van het bezitten van een astraal lichaam door de geesten (hetgeen spr. weer met feiten aantoonde). Na een pauze volgde de re- en dupliek der sprekers.Leeuwarder nieuwsblad: goedkoop advertentieblad 21-11-1934.
LEEUWARDEN, Wat zegt men daarvan? Jo de Haas zou hier spreken voor „De Dageraad". Hij gaf eenige onderwerpen op, ook een over spiritisme, Het bestuur van De Dageraad vroeg toen de hier bekende „spiritist" de heer Zwart, of hij met de Haas wilde debatteeren. Hij nam het aan, mits hij f 10.— honorarium zou krijgen. Dat vond men goed. Men had inmiddels een grootere zaal gehuurd. Toen nu de spiritist dat vernam, steeg zijn materialistisch instinkt dermate, dat hij één derde van de opbrengst der entrees verlangde. En de werkloozen moesten ook de volle mep betalen! „De Dageraad" nam ook daar genoegen mee. Zij had dat o.i. niet moeten doen. Beter ware het geweest om deze materialistische spiritist te kijk te zetten. Was het geen vernedering voor de Dageraadsmenschen om op zulke voorwaarden in te gaan? Is dan alles geoorloofd om maar een volle zaal te krijgen? De vrije socialist 24-11-1934.
24-11 Dirkshorn Heil fascisme en waarom zijn Prov. Sam. Anti-Mil. gebied NH. komst mij verblijdt (Schager Courant 22 november 1934)
25-11 Hippolytushoef Heil fascisme
OPENBARE VERGADERING.1n het ,,Eigen Gebouw" der S.D.A.P. en N.V.V. werd door de vereeniging ,,Provinciale Samenwerking op anti-mil. gebied'' een lezing gehouden door den heer Jo de Haas uit Amsterdam over het onderwerp ,,Heil Fascisme", met ondertitel ,Waarom zijn komst mij verblijdt". Een 70-tal personen woonde deze vergadering bij. Heldersche Courant 29 november 1934. 26-11 Kleine Sluis Heil fascisme
J. de Haas uit Amsterdam sprak Maandagavond bij den heer Slikker in een openbare vergadering uitgaande van de provinciale, samenwerking op anti-milit. gebied. Hij had als onderwerp gekozen ,,Heil Fascisme", met den ondertitel .,Waarom zijn komst mij verblijdt." Daar de heer de Haas in andere plaatsen in de omgeving in voorafgaande dagen heeft gesproken en het daar waarschijnlijk onder een anderen titel over hetzelfde gegeven heeft gehad, zullen wij over zijn rede kort zijn. Spr. betoogde, waarom
1
hij het fascisme met vreugde kon begroeten. Hij zag het als symbool van den ondergang van het kapitalisme. Maar anderzijds noemde hij het den thermometer, waarop het ge
I
vaar voor den naderenden wereldoorlog is af te lezen. Met vele verwijten aan het adres van de arbeiders-leiders kwam hij tot de conclusie, dat de groote massa nog geheel kapitalistisch denkt, eigenlijk niet naar het socialisme verlangt, doch alleen maar hoopt op betere tijden onder de bestaande kapitalistische maatschappijorde en als 't mogelijk is dan gevrijwaard te blijven voor oorlog. Spr. besloot met op te wekken daadwerkelijk den oorlog te overwinnen, daar deze het anders de menschheid zou doen. Van de gelegenheid tot vragenstellen maakten de heeren Glim en Kos gebruik. De eerste vroeg naar de opvatting over dienstweigering en de laatste, wat spr. noodig oordeelde om den vrede te bewaren. Evenals de heer Glim, was spr. geen propagandist voor individueele dienstweigering en tegelijkertijd den tweeden vrager beantwoordend noemde hij als middel tot bereiken van het doel het aankweeken van zoo'n gezindheid van de massa, dat ook door het weigeren van arbeid achter het front een oorlog onmogelijk zou zijn,
In het sluitingswoord drong de Heer Vergay aan, over de scheidingslijnen samen te zoeken naar den band, die bindt waar het gaat om verhindering van den oorlog. Heldersche Courant 27 november 1934. (Zelfde tekst in Schager Courant 27 november 1934).
27-11 Nieuwe Niedorp Psychische grondslagen der maatschappij (Schager Courant 26 november 1934)
01-12 Vrijdenkers Radio Omroep Een groeiend eenheidsfront
(De radiogids; officieel orgaan van de Vereeniging van Arbeiders-Radio-Amateurs, 24-11-1934)
16-12 Groningen Heil Fascisme (De arbeider 15-12-1934)
18-12 Apeldoorn Heil fascisme
De Dageraad
De plaatselijke afdeeling van bovengenoemde vereeniging hield Dinsdagavond in het Tempelierenhuis een openbare vergadering met als spreker de heer Jo de Haas uit Amsterdam die tot onderwerp gekozen had: "Heil Fascisme". Waarom ik over zijn komst verheugd ben.
Na een kort openingswoord van den waarnemenden voorzitter, begon de heer de Haas met op te merken dat men bij het lezen van het onderwerp wellicht aan een Aprilgrap gedacht heeft, aangezien het fascisme volkomen in strijd met idealen der vrijdenkers moet worden geacht. Toch is het onderwerp serieus gekozen n.l. met de overtuiging dat het fascisme een bij voorbaat onvruchtbaar pogen is. De menschen worden al zenuwachtiger; er voltrekt zich een geestelijke ontworteling, een neurose slaat door de wereld met als gevolg gebrek aan innerlijke rust en zekerheid. Een mensch, die evenwel de dingen om zich heen goed beschouwt, staat te midden van alles rustig. Met Charles Dickens zeide spr.: Wij leven in de slechtste aller tijden, wij leven in de beste aller tijden. Onze tijd is een grootser tijd. Wij leven in een geschiedkundige faze. De beroering in dezen tijd hebben wij te danken aan het feit dat de geschiedenis nog nooit zoo'n grooten sprong genomen heeft als juist nu. Wanneer men de dingen juist ziet is er geen reden tot zwartgalligheid. Twee groepen van menschen met uiterste idealen, aldus spr. staan tegenover elkaar. De eene groep offert alles voor den dood en de andere groep strijd voor het leven. Nooit stonden deze groepen zoo lijnrecht tegenover elkaar. Steeds was 'n compromis mogelijk. In onzen tijd evenwel niet. Een onverbiddelijke scherpe strijd is ontstaan. Nu komt het er maar op aan, zeide spr., aan welke zijde men plaats moet nemen. In de eerste plaats hebben wij noodig innerlijke rust, opdat wij niet overrompeld worden door de dingen zelf. Vroeger voelden de menschen zich in hun kerk, partij enz. veilig. Het fascisme kwam en nu de dingen onderstboven zijn gevallen zijn ze ook onderstboven gerold. Daarom is het 't beste wanneer de mensch op zichzelf staat. Thans komen de menschen onder de dictatuur van de verhoudingen omdat zij zich op de verhoudingen hadden ingesteld. De verhoudingen waren geheel anders dan men ze zich voorgesteld had. Spr. beschouwde het als een vaststaand feit dat het kapitalisme als zoodanig ten gronde gaat en dat een bepaalde orde van zaken tot het verleden gaat behooren. Deze tijd ziende als de kristallisatie van den ondergang van het kapitalisme, noemde spr. dezen tijd vreugdevol. Wanneer de arbeiders juist in dezen tijd hun actie stopzetten dan is dat voor spr. een bewijs dat zij de dingen niet zuiver hebben beschouwd. Sprekende over de sociaal-democratie in Duitschland, daarbij de aandacht vestigende op de mentaliteit van de leiders die meenden dat het socialisme groeide met het stemmenaantal, zeide spr. dat de arbeiders er niet op waren voorbereid dat het kapitalisme hen met buitenparlementaire macht zou overrompelen. Spr. verklaarde daarop reeds jarenlang gewezen te hebben en zich op de komst van het fascisme te hebben ingesteld. In fascisme zag spr. een pogen tot handhaving van het kapitalisme en voorbereiding tot volkerenmoord. Ook in Nederland kon het fascisme niet uitblijven. Spr. besprak de idealen van de arbeiders der 19de eeuw en de idealen van de arbeiders der 20ste eeuw en stelde het verschil daartusschen in het licht. Na een beschouwing over den opbouw van het socialisme en over de talrijke mislukte conferenties in de laatste 15 jaren, waarbij spr. opmerkte dat het kapitalisme steunt op conferenties op allerlei gebied, betoogde spr., dat de wereld thans een grooteren chaos te aanschouwen geeft dan vóór 1918. Fascisme beteekent volgens spr. nationalisme, nationalisme militairisme, militairisme oorlog en oorlog nog grooter chaos. Spr. gaf als zijn meening te kennen dat men den duivel wil uitdrijven met den overste der duivelen. Spr. zag slechts de remedie in internationalisme dat op ieder gebied van het leven de waarachtige beschaving zou brengen, die nog voor de eerste maal over de wereld zal moeten komen. Na 'n korte pauze vervolgde de heer Haas zijn rede met 'n uiteenzetting van 't fascisme waarbij hij 't Nederlandsche fascisme Colijnisme noemde. Mussert en de N.S.B. hebben met het fascisme in Nederland eigenlijk niets te maken, betoogde spr. Spr. hekelde de houding van dr. Colijn in het parlement, en noemde de maatregelen der regeering ten opzichte van het bestuur der gemeente Beerta fascistisch. Er was nooit een tijd. die zoo geschikt was om tegen het kapitalisme te strijden meende spr. dan juist nu, daar het kapitalisme niet alles meer kan verdragen. Spr. verweet de sociaal democratie dat zij met te ijveren voor anti-militairisme en ontwapening slechts den tijdgeest had geëxploiteerd. Dit was gebleken op het Paaschcongres toen zij een andere houding is gaan aannemen. Spr. bracht hulde aan Jhr. dr. Nico van Suchtelen voor zijn ethische verontwaardiging inzake bestraffing van dienstweigeraars (applaus) en noemde in verband hiermede ook pater Henricus, uiting gevend aan zijn vrees dat wanneer in Nederland het conscientiebeginsel opkomt de arbeiders misschien nog achteraan zullen komen. Juist in dezen tijd moesten de arbeiders worden aangezet tot activiteit.
Spr. eindigde met een uiteenzetting te geven van wat hij onder helden verstond waarbij hij deed uitkomen dat wanneer onze kinderen op onzen tijd zullen terugzien, zij, naar spr. hoopt, zullen kunnen zeggen, dat het helden waren die tevreden zijn geweest in de maatschappij met een heel klein plaatsje van waaruit zij echter hun plicht hebben gedaan. Van de gelegenheid tot het stellen van vragen maakten enkelen gebruik waarna de heer de Haas uitvoerig van repliek diende. Nieuwe Apeldoornsche courant 20-12-1934.
21-12 Sliedrecht Jo spreekt op anti- Het Anti-Oorlogs Comité oorlogsvergadering
SLIEDRECHT. 21 Dec. belegden we in samenwerking met de VVSO—SBB—OSP en Dageraad een Anti-Oorlogsvergadering. De VVSO was initiatiefneemster. De SDAP die eveneens was aangezocht om aan deze vergadering mee te doen had ons bericht dat ze geen behoefte had om aan Anti-Oorlogsvergaderingen mee te doen. Welnu - we kunnen gerust zijn, ’t is voor ons een goede vergadering geweest, en de dienstdoende voorzitter van de SBB, die de vergadering gedeeltelijk presideerde zag zijn democratie volkomen verdwijnen door de woorden van Jo de Haas. M. Beversluis, die declameerde was ook schitterend. De aanwezige S.D.A.P.-ers die nog steeds hun vertrouwen op 50 plus een stellen kregen de koorts op hun lijf toen Jo de Haas sprak van Uiverende23 socialisten en van socialistische bewapenaars. ’t Was voor de linkse groep een prachtvergadering. De fakkel; links-socialistisch weekblad, jrg 4, no. 1, 04-01-1935.
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1935
1935 08-01 Winkel Jo spreekt na de film
10-01 Koedijk De Moeder/Gorki 11-01 Dirkshorn (Schager Courant 5 januari 1935|)
12-01 West-Graftdijk Cultuurgedachten
In een reeks van vier avonden behandelde Jo de Haas bovenstaand onderwerp voor de Vrije Studieclub te West-Graftdijk. Dat onderwerp, hoewel soms zeer diepgaand, werd door de spreker in de brede uiteengezet en met tal van voorbeelden verduidelijkt, zodat het voor iedereen begrijpelijk werd gemaakt. Het is een onderwerp, dat het bespreken ten volle waard is. Men krijgt een heel andere kijk op mensen en dingen en men begint ook te begrijpen, dat de wetenschap der zielkunde een voorname factor is in de strijd voor een menselijke samenleving.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 45, no. 2, 12-01-1935.
03-02 Emmer-Compascuum ('s ochtends) Dictatuur of Democratie van het Cursus proletariaat(De arbeider 16-02-1935)
03-02 N. Weerdinge ('s avonds) Dienstweigering. Nu steeds en d.w.-er Jan Tromp overal
De Vrije Groep heeft hier een Tournee gehouden met als spreker Jo de Haas. Te N. Dordrecht kon de verg., door te weinige opkomst en mede door het slechte weer niet door gaan. Te N. Weerdinge werd een verwelkomingsvergadering gehouden ter gelegenheid van de invrijheidstelling van de d.w.-er Jan Tromp, waar Jo sprak voor een aandachtig publiek over Dienstweigering. Nu steeds en overal. Hier verleende „Zang na den Arbeid van E-Compas hun medewerking. Jammer dat ook daar door het slechte weer van de 26 zangers die van E-Compas naar hier moesten fietsen er slechts 14 waren opgekomen. Toch oogstte dit kleine troepje voor zijn prestatie een dankbaar applaus. Deze verg. was tamelijk goed bezocht. In Zw. meer was de verg. erg schraal bezocht, toch kon Jo tot aan het einde voor een klein maar aandachtig publiek z'n rede uitspreken. E-Compas spande als gewoonlijk de kroon. En hier sprak Jo voor een goed bezochte verg. Er heerste muisstilte in de zaal toen Jo op meesterlijke wijze zooals wij dat hier van hem gewoon zijn, het onderwerp behandelde: Heil Fascisme waarom, zijn komst mij verheugt. Behalve een klein tegenvallertje van de eerste avond, wat ons in geen geval ontmoedigt, kunnen wij toch weer zeggen een tamelijk goed geslaagd tournée. De groep besloot dan ook zoo spoedig mogelijk weer een flink tournée te houden; hier voor werden reeds verschillende sprekers aangeschreven. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 45, no. 7, 16-02-1935.
04-02 Zwartemeer Titel (Heil Fascisme)?
(De arbeider 16-02-1935) 05-02 Emmer-Compascuum Heil Fascisme waarom, zijn komst mij verheugt (De arbeider 16-02-1935)
06-02 Sappemeer Heil Fascisme, waarom zijn komst De Vrije Groep E.C. mij verblijdt (De arbeider 16-02-1935)
11-02 Bolsward Weg met dat beestenspul
Weg met dat beestenspul! Jo de Haas besprak in een vijftal verg. bovenstaand onderwerp. Spreker schetste de buitenlandse toestand, de reactie en het fascisme, in verband met de steeds groter wordende oorlogsdreiging. Terwijl het proletariaat zich meer en meer oprolt, en toont, met zijn ellende accoord te gaan, zien we aan de andere kant, gelukkig, dat daar de besten de vaan van het daadwerkelijk anti-militarisme gaan heffen. Spreker noemde in dit verband Pater Henricus, en dr. Nico van Suchtelen. Laten wij aan deze mensen een voorbeeld nemen en met Nico v. Suchtelen: Moord, moord, en misdaad, misdaad blijven noemen. Ons anti-militarisme is nu, meer dan ooit, zeer nodig! Deze tournee is, al kon de opkomst soms beter, toch nog goed geslaagd. We hebben dan ook maar terstond weer tot enige vergaderingen besloten, en wel in Hindelopen en Workum. Ook zijn plannen in overweging tot het houden van een cursus van 4 avonden (inleider Jo de Haas) om de mensen wat dieper te doen ingaan op de werkelijke oorzaken van de huidige toestand. Liefhebbers melden zich spoedig!! Werkt!! De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 45, no. 8, 23-02-1935.
Hedenavond (11-02-1935) sprak de heer Jo de Haas van Amsterdam op de zaal van De Zwaan over het onderwerp: ,,Weg met dat beestenspul'', waarmee bedoeld wordt het militairisme. Algemeen hoort men beweren dat we leven in een crisistijd. Dat is niet geheel juist. We leven in een overgangstijd tusschen een kapitalistische en een socialistische maatschappij. Het kapitalisme zoekt naar nieuwe vormen in dezen tijd van gespannen internationale verhoudingen, die noodwendig uitloopen op een nieuwe oorlog. Spreker wijst op Japan en China. Het zoeken naar nieuw afzetgebied is een gevaarlijk terrein voor conflicten. Omdat alle staatsleiders dit zien aankomen, is er een wedloop in de bewapening. Het kapitalisme berust op uitbuiting en indien noodig ten koste van het arbeidersvolk. Wij willen daarom het kapitalisme kapot maken. Wij willen de tegenwoordige samenleving omzetten in een socialistische samenleving, waarin voor ieder werk en brood is. Ook moet gewaarschuwd worden tegen het fascisme. Deze tijd welke een crisistijd wordt genoemd, is juist een geschikte tijd om den strijd aan te binden tegen 't militairisme. Als eenmaal onze kinderen op de straat liggen te zieltogen ten gevolge van de giftige oorlogsgassen waarmee hunne longen zijn gevuld, dan is een protest te laat. Ook waarschuwen wij de arbeiders voor het gevaar van hun eigen roode leiders, want de roode priesters bedriegen U nog meer dan de zwarte priesters, doordat ze zich, wanneer ze eenmaal tot arbeidersleiders zijn gekozen, omdraaien en medewerken aan het militairisme. De Minister van Justitie heeft gezegd, dat dienstweigering grooter kwaad is dan diefstal, waarop Jonkheer Nico van Suchtelen in een open brief heeft geschreven, dat ook hij dan strafbaar is, omdat hij anti-militairist is. Bij de intellectie dus en bij de rechtschen (zie het tijdschrift van Pater Henrico) waarschuwt men tegen het militairisme als oorlogsgevaar. Aldus eindigt spreker zijn rede. Bolswards Nieuwsblad 16 februari 1935.
31-01/ De Rijp Oorlog en Psycho-analyse 07/14/21-02
Oorlog en Psycho-analyse. Op uitnoodiging van een in De Rijp gevormde studieclub sprak Jo de Haas uit Amsterdam vier achtereenvolgende Donderdagen over het onderwerp „Oorlog en Psycho-analyse". — Een dertigtal bezoekers beluisterden de voordracht met, tot het einde toe, onverminderde belangstelling. De toehoorders kregen de gelegenheid het oorlogsprobleem te benaderen en te begrijpen vanuit een geheel andere richting dan in een openbare vergadering gebruikelijk is. De vraagstukken van militairisme en oorlog werden belicht vanuit modern zielkundig inzicht. Begonnen werd met te beklemtonen, dat het in de 19e eeuw voldoende werd geacht in het bijzonder de arbeiders duidelijk te maken, dat oorlog niet in het belang van vooral de proletarische klasse zou zijn. Waardoor dan deze klasse tot afwijzing van den oorlog zou komen. In onzen tijd echter — juist nu weder oorlog dreigt, — is er een algemeene opleving waar te nemen van nationalistische uitingen, zeker niet in 't minst bij de arbeiders. Een dergelijk verschijnsel moet wel leiden tot de opvatting dat de ,,vaderlandsliefde'' blijkbaar een veel diepere ondergrond heeft dan gewoonlijk wordt gedacht. De moderne zielkunde heeft ons duidelijk gemaakt. dat de mensch veel minder leeft vanuit het verstandelijke dan algemeen werd en wordt aangenomen. Deze wetenschap schonk ons het inzicht, dat integendeel de mensch leeft vanuit allerlei complexen, die beneden de drempel van het bewuste liggen, waardoor de mensch maar al te dikwijls handelt zonder zelf ook maar iets van zijn ware beweegredenen te kennen. Hij leeft dan vanuit diepliggende onbewuste gevoelsstroomingen. Aan de bezoekers werd duidelijk gemaakt hoe dit onbewuste zieleleven al direct tot uiting komt in den droom, waaruit de modern- zielkundige de diepere inhoud van de mensch leert kennen. In verband met de typische symbool-vorming, waartoe het onbewuste in den droom komt, werden besproken de sprookjes van het kind en de scheppingen van den kunstenaar — ook symbolisch — die vanuit hetzelfde gebied opkomen. Een uitvoerige bespreking werd gewijd aan het kind en zijn ontwikkeling vanaf de geboorte tot aan zijn volwassenheid. Gewezen werd op de buitengewoon belangrijke periode van de eerste levensjaren, waarin de liefde en haat-instelling tot stand komen — de z. g. infantiele bindingen. Deze infantiele invloeden blijven den mensch het gehele leven beïnvloeden en leiden er toe dat hij bijv. in de schooljaren zich op een bepaalde wijze instelt tegenover zijn onderwijzers. Ouder geworden levert dit infantiele het psychisch materiaal voor de. z g. „storm- en drangperiode", welke de jeugd eigen is en haar dikwijls zoo moeilijk begrijpbaar en verdragelijk doet zijn. Nog later komen uit deze complexen, — die de mensch onbewust in zich omdraagt — de behoeften zich bijv. in de politiek een leider of een sterke man te kiezen terwijl vanuit dit onbewuste ook de gevoelens opkomen die naar buiten geprojecteerd aanleiding geven tot de vorming van godsdienstige voorstellingen en vormen. Het slotgedeelte van "den cursus" werd besteed om de bezoekers duidelijk te maken wat „vaderlandsliefde" zielkundig gezien, eigenlijk is. Zooals het kind in de prilste jeugd bij Moeder liefde, warmte en beveiliging vindt, zoo zoekt de volwassene dit alles door zich aan het „vaderland" te binden. Deze binding echter is dus een herhaling van de oorspronkelijke binding van het kind aan de moeder! In het onbewuste heeft de mensch de grond waarop, waarvan en waaruit hij leeft, geïdentificeerd aan zijn moeder! Vandaar het bekende begrip Moeder Aarde -- ons aller voedster. Zooals de individueele mensch opkomt uit en leeft van de moeder - zoo doet dit de menschheid uit en van den grond. De onbewuste gelijkstelling grond-moeder is dus begrijpelijk. Zielkundig gesproken is er dan ook eigenlijk geen vaderland maar moederland! En hieruit moet worden verklaard hoe - in weerwil van alle verstandelijke leuzen als: weg met den oorlog - steeds een hevig enthousiasme ontstaat, zoodra het nationale in 't gedrang komt ,,Vaderlandsverdediging” is verdediging van de moeder die onbewust op den grond wordt geprojecteerd. Hoewel tot grote spijt van de bezoekers met de vierden avond de cursus werd beëindigd, was er nog zeer veel stof tot bespreking overgebleven, welke hopenlijk als nog in een nieuwen cursus zal worden verwerkt. De Drie Meren, 1935-02-23.
22-02 Nijehorne Heil fascisme (De arbeider 23-02-1935)
23-02 Elsloo Idem? (De arbeider 23-02-1935)
24-02 Gorredijk Heil fascisme (De arbeider 23-02-1935)
25-02 Haulerwijk Idem? (De arbeider 23-02-1935) 26-02 Boelenslaan Heil fascisme (De arbeider 23-02-1935)
27-02 Tijnje Heil fascisme (De arbeider 23-02-1935)
28-02 Oosterwolde Idem? (De arbeider 23-02-1935)
01-03 Noordwolde Idem? (De arbeider 23-02-1935)
02-03 Hoornsterzwaag Idem? (De arbeider 23-02-1935)
03-03 Appelscha Idem? (De arbeider 23-02-1935)
06/10/17/ Zaandam Oorlog en psychoanalyse 22/27/31-03 Dageraad (De Zaanlander 02-03-1935)
Niet versagen! Daar wij niet veel bericht zenden uit de Roode (?) Zaanstreek, zou de meening kunnen postvatten, dat wij ook als vrije socialisten niet veel zouden doen. Niets is minder waar. Mogen wij dan al niet bogen op een getal met veel nullen, het voorbereidende werk, het moeizaam werken der kameraden om de geesten verhelderen, wordt met volle kracht ter hand genomen. Dat het ook in deze Roode (?) Zaanstreek nog dik en dik noodig is, moge wel blijken uit het idiotisme der politieke partijen. Wij hebben hier diverse schakeeringen. De een is als je hem hoort, nog rrrevolutionairder dan de ander. Parlementaire aktie? Uit de booze, Reformisme. Dito, Godsdienst? Daar hebben zij al lang mee afgerekend. Geheelonthouding? 0 ja, dat is oogenblikkelijk in orde, als alle kapitalisten vermoord zijn. Dienstweigering? Het werk van anderhalve idioot, welke natuurlijk geheel los van de massa staat, enz. enz. Maar de praktijk. De een is lid of voorganger van een of andere kerk. De ander kan socialist en zuiplap tegelijk zijn. Weer een ander schreeuwt als er fascisten loopen te kolporteeren „Fascisme is moord" maar als hij de andere week een oproep krijgt van onze christelijke regeering om onder de wapenen te komen, en wij willen hem, voordat hij naar z'n garnizoen gaat een beetje tegengif meegeven in de vorm van krant of brochure, zegt zoo'n held: ,Nee Willem, dat most ik maar niet doen want als de sergeant op onze kamer snuffelt en hij vindt een exemplaar dan wordt mijn verlof a.s. Zondag ingehouden of ik ga de petoet in." En dan praten dergelijke lafbekken nog over ,propaganda onder dienst'. Commentaar overbodig. Enfin we kennen de spraak en weten hoe die vogels van diverse pluimage zingen. Dat dus onze propaganda, die al dergelijke praktijken tracht bloot te leggen, veel tegenwerking moet ondervinden. Toch kan het onze kameraden niet weerhouden, om ondanks alle tegenwerking, onverzettelijk door te gaan. De heele winter door hebben wij vele openbare vergaderingen gehad. Een debatvergadering over luchtbescherming, twee filmavonden en een film – en kunstochtend. Daarnaast 6 cursussen met kameraad Jo de Haas over „Oorlog en Psycho-Analyse, Ook werden vele manifesten verspreid. De serie van de I. A. M. V., 5 stuks, werden elke week verspreid en daarbij 2 maal een manifest van Mobilisatie van de Vrede, Terwijl als slot en wel een waardig slot, het stuk „Beschaving" werd opgevoerd met medewerking van de tooneelvereeniging „Wie denkt Overwint". Wie na deze opvoering nog met de dooddoeners durft aan te komen, dat wij de massa niet bereiken die is of, stekeblind (en dan is alles gauw begrepen) of, (en dit zal wel bij de meeste politiekers voor zitten), angst voor eigen standje. Je moet wel eens glimlachen om de grenzelooze naïviteit dezer menschen, als zij met dergelijke argumenten komen. Als ze één keer in de heele winter met kunst en vliegwerk een openbare vergadering beleggen dan zijn er welgeteld anderhalve man met een paardekop, terwijl voor cursussen niet eens het bestuur de moeite toont om aanwezig te zijn. Vorige week Donderdag belegde de V.V.S.U. (de neutrale Communistische mantelorganisatie) een openbare vergadering. Huis aan huis strooibiljetten en dan hebben zij nog de beschikking over „De Tribune". De massa was aanwezig, in de vorm van 1 bestuurslid, 4 a 5 Communisten (de elite) en ondergeteekende. Hopeloos. En dat nog wel in dat Communistische Krommenie. Hadden zij met de laatste verkiezingen geen 600 stemmetjes? Wat zal de bezittende klasse lachen bij het stumperig gedoe der politieke partijen. Jammer is het dat de arbeiders hun spel nog niet willen doorzien. Wel zijn ze allen beu van de politieke zwendel en het gesjacher met de godsdienst, maar welbewust de strijd te aanvaarden, tegen alle leugen en bedrog, lijkt nog te veeleischend. Toch versagen wij nimmer, en zullen wij de arbeiders oproepen voor de vrijheid te vechten, welke alleen mogelijk is in de vrije maatschappij, de Anarchie!!! Wim Slooten. De vrije socialist 06-04-1935.
02-05 Wijnjeterp En wat nu?
Getuigenisavond christendom (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 26- en socialisme tegen de oorlog 04-1935; De arbeider 27-04-1935)
21-07 Beverwijk Antimilitaristisch betoog
De meeting die hier door het Komité van Verweer tegen Oorlog en Fascisme is gehouden is slecht geslaagd. Er zullen hoogstens 300 mensen zijn geweest. Onze Alkmaarse geestverwanten hebben zich laten verlokken en verlakken om ook in dat comité zitting te nemen, en dus reclame te malen voor de N.R.S.A. Zij mochten een spreker aanwijzen van onze richtingen stelden als zodanig Jo de Haas. Wat hij goedpraatte, werd door de andere twee sprekers, Sneevliet en Veltrop die ook een NAS sociaal demokraat bleek te zijn, glansrijk teniet gedaan. En nog is „De Arbeid" van het NAS niet te spreken. Dat blad schreef over het optreden van Jo de Haas: „Normaal kan van een spreker verwacht worden, dat hij uit zichzelf al rekening houdt met de tijd. Het is gebleken dat voorziening in abnormale gevallen getroffen moet worden. De spreker de Haas zag kans het later dan half vier te maken. Hij zal ongeveer zo lang gesproken hebben als de kameraden Veltrop en Sneevliet samen. Dit lijkt nergens op. Het door de Haas gehouden betoog klopte zeker niet met het karakter van de meeting. Dergelijke meetings moeten immers strijdlust wekken. Dan moet men niet met redevoeringen aan komen, die naar de vorm beter dienst kunnen doen op samenkomsten van verenigingen, die zich „ontwikkeling" ten doel stellen. Wij laten hierbij nog een beoordeling van de inhoud achterwege, al kunnen wij geen weerstand bieden aan de verzoeking om als ons oordeel uit te spreken, dat de Haas er in geslaagd is dusdanig met de begrippen fascisme, imperialisme en kapitalisme te goochelen, dat geen enkel toehoorder de „klaarheid en duidelijkheid" waarop de inleider zelf aanspraak maakte, kan hebben ontdekt. En bij mobilisatie van de arbeiders gaat het er toch in de eerste plaats om het bijzondere karakter van het nationaal socialisme te leren begrijpen. Wij zouden nog een kanttekening kunnen maken van andere aard: Sprekers voor het Comité van Verweer hebben zich te onthouden van het berijden hunner stokpaardjes. Er is een grondslag gelegd voor het werk van het Comité. Op die grondslag is onderlinge samenwerking tot stand gebracht. Maar dan gaat het er om dat sprekers zich behoorlijk rekenschap geven van het bestaan van die grondslag. Gebeurt dit niet dan demonstreren zij alleen dat zij ten onrechte zich beschikbaar stelden voor 't Comité van Verweer." Heeft onze redacteur niet voorspeld dat het ZO zou gaan? Wij kunnen dergelijke „samenwerkingen" niet voor onze zaak dienstig maken. Iemand als Sneevliet doet het onwillekeurig hij kritiseert de huidige regeerders, straks staat zijn naam op de kandidatenlijst en de rest komt in orde! De vrije socialist 31-07-1935.
Anti-fascistische meeting te Beverwijk. Het Comité van Verweer Noord-Holland kan nauwelijks tevreden zijn over de opkomst naar de op Zondag 21 Juli te Beverwijk gehouden meeting. Dan was Koedijk stukken beter. En al is het waar, dat Koedijk in een omgeving gelegen is, waar zelfs veel meer belangstelling voor onze beweging bestaat dan in Beverwijk, toch had het bezoek van de bij het Comité van Verweer betrokken Noord-Hollandse organisaties stukken beter kunnen zijn. Dat wordt door ons niet eens als de hoofdzaak gezien. Van veel belang lijkt ons de vraag in welke mate de belangstelling in Beverwijk en Velsen gewekt werd voor deze meeting. Dat het om een zeer belangrijke streek voor de provincie Noord-Holland gaat, weet iedereen. Dat IJmuiden-Velsen een sterk bolwerk van de nationaal-socialisten was en ondanks de muiterij van Tusenius waarschijnlijk nog is, is evengoed bekend. De bittere ervaringen zijn in IJmuiden opgedaan, dat een belangrijk stuk N.A.S.-beweging door gesalarieerde bestuurders overgeheveld is naar het N.V.V. en daarna toch aanwezige grote ontevredenheid der arbeidersbevolking althans nog geleid heeft tot een vrij groot kiezerscorps voor de officiële kommunisten. Wij zien het als een plicht voor de revolutionnair-socialistische beweging, in die hoek van het land stevig aan te pakken. Een slagende anti-fascistische meeting van het Comité van Verweer had een stoot op de hoorn kunnen zijn. Daarna zouden met de kameraden in die streek — al zijn zij weinig in getal, zij willen aanpakken — overlegd moeten zijn hoe op die geslaagde meeting het best zou kunnen worden voortgewerkt. Dit is door de Noord-Hollandse organisaties niet begrepen. Voorzover het Amsterdam betreft, was de opkomst beneden minimale verwachtingen. Op deze zomerse Zondag hadden honderden Amsterdammers met onze beweging verbonden naar Beverwijk gebracht kunnen worden, als de nodige voorbereidende maatregelen getroffen waren. Haarlem hield vast aan een reeds vroeger voorgenomen tocht van de V.V.S.O. naar de buurt van Schoorl. Deze vasthoudendheid kunnen wij niet bewonderen. Wij zien niet in, dat in enige dagen tijd geen andere bestemming aan de afgehuurde boot gegeven kon worden. Wellicht had men dan een aantal deelnemers moeten missen, doch die zouden te vervangen geweest zijn. Overigens staat het er zo bij, dat geen ene plaats met lof vermeld kan worden. De belangrijkheid van de zaak is miskend. Dat betekent: overdoen, wellicht op een andere basis, maar stukken beter. Het beschikbare terrein te Beverwijk kan meer gebruikt worden. Hoofdzaak zal dan zijn: de bewerking van Velsen en Beverwijk. Het Comité van Verweer zal zelf aanleiding vinden om het geringe succes onder de ogen te zien. Daartoe moet men wel komen, omdat nog een derde meeting in dit seizoen in de maak is. Wij kennen het bezwaar, dat het Comité van Verweer met te beperkte middelen werkt. Maar wij zijn van oordeel, dat zelfs met die beperkte middelen doelmatiger aangepakt zou kunnen worden. De weinige honderden, die op het meetingterrein bijeen waren hebben voor zichzelf zeker wel begrepen, dat zo'n opkomst aan de plaats Beverwijk ongemerkt voorbijgaat. Omwoners van het meetingterrein zijn gedurende het spreken uit hun huizen gelokt. Dit zegt ons, dat bij ruimere bekendmaking in de streek zelf, meer bezoekers naar het terrein getrokken konden worden. Het gaat er dunkt ons ook om het program van een dergelijke meeting beter te verzorgen. Daarnaast moet stipt vastgehouden worden aan verdeling van de spreektijd. Normaal kan van een spreker verwacht worden, dat hij uit zichzelf al rekening houdt met de tijd. Het is gebleken, dat voorziening in abnormale gevallen getroffen moet worden. De spreker de Haas zag kans het later dan half vier te maken. Hij zal ongeveer zo lang gesproken hebben als de kameraden Veltrop en Sneevliet samen. Dit lijkt, nergens op. Het door de Haas gehouden betoog klopte zeker niet met het karakter van de meeting. Dergelijke meetings moeten immers strijdlust wekken. Dan moet men niet met redevoeringen aankomen, die naar de vorm beter dienst kunnen doen op samenkomsten van verenigingen, die zich „ontwikkeling" ten doel stellen. Wij laten daarbij nog een beoordeling van de inhoud achterwege, al kunnen wij geen weerstand bieden aan de verzoeking om als ons oordeel uit te spreken, dat de Haas er in geslaagd is dusdanig met de begrippen fascisme, imperialisme en kapitalisme te goochelen, dat. geen enkel toehoorder de „klaarheid en duidelijkheid', waarop de inleider zelf aanspraak maakte, kan hebben ontdekt. En bij mobilisatie van de arbeiders gaat het er toch in de eerste plaats om het bijzondere karakter van het nationaal-socialisme te leren begrijpen. Wij zouden nog een kanttekening kunnen maken van andere aard: Sprekers voor het Comité van Verweer hebben zich te onthouden van het berijden" hunner stokpaardjes. Er is een grondslag gelegd voor het werk van het comité. Op die grondslag is onderlinge samenwerking tot stand gebracht. Maar dan gaat het er om dat sprekers zich behoorlijk rekenschap geven van het bestaan van die grondslag. Gebeurt dit niet dan demonstreren zij alleen dat zij ten onrechte zich beschikbaar stelden voor het Comité van Verweer. Veltrop en Sneevliet hebben er zich toe beperkt om zowel de nadelige gevolgen van de reactionnaire regeringspolitiek als de dreiging van de Mussert-beweging te belichten. Zij schilderden in onderling verband de bittere ervaringen van de arbeidersklasse en de plattelandsbevolking. Zij bleven op het terrein van de gebeurtenissen van de dag en zowel de van buiten gekomen kameraden als de toehoorders uit Beverwijk zelf zullen door vergelijking van de gehouden redevoeringen wel hun conclusies getrokken hebben met betrekking tot de vraag waar het thans op aankomt om aan de roeping van het comité te voldoen, die geen andere is dan het ontstaan van een volksbeweging in de provincie Noord-Holland te bevorderen. Mogen alle instanties van plaatselijke aard, die met het oog op het verdere werk de tekorten van de Beverwijker meeting onder de ogen zullen zien, de middelen vinden om aan het optreden van het Comité van Verweer naar buiten veel meer kracht bij te zetten. De arbeid; weekblad van het Nationaal Arbeidssecretariaat in Nederland, jrg 30, no. 30, 26-07-1935.
In Juni (sic!) belegde dit zelfde comité een meeting te Beverwijk; sprekers Jo de Haas, Sneevliet en Veltrop. De Haas hield een vrij lange, doch uiterst leerzame rede over het wezen en de betekenis van het fascisme; gevolg, ontstemming bij de NAS.-richting vanwege de onevenredig verdeelde spreektijd en in De Arbeid kwam de nodige critiek en op de organisatie en voorbereiding van deze meeting en kreeg de Haas een ezelstrap achterna. De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg XIII, no. 10, 07-09-1935.
27-07 Zwartemeer Van het antimilitaristische front geen nieuws (De arbeider 27-07-1935)
28-07 Emmer-Compascuum Wij Vrijdenkers
De Vrije Groep (E-C)(De arbeider 27-07-1935)
04-08 Loosdrecht Natuurlijke grondslagen van het (zomerschool, 03-10 aug.) het vrije socialisme Het vrij-socialistisch program (delen)
Al dadelijk, de openingsavond 3 Aug., werd in de grote tent met onverdeelde aandacht geluisterd naar de rede welke Alb. de Jong voor de V.R.O. hield over „De wereldbeschouwing van de moderne mens” en die de radioluidspreker duidelijk weergaf. Dat was een uitstekend begin vooral omdat op deze rede de voordracht van Jo de Haas des Zondagsmorgens zo goed aansloot. Een heldere uiteenzetting gaf hij van de tot nog toe in de soc. beweging te zeer verwaarloosde psychologiese gronden, waarop onze denkbeelden gebouwd zijn. Bevrijding; orgaan v.d. Bond v. Religieuse Anarcho-Communisten, jrg 7, no. 9, 1935.
Het onderwerp: „Het vrij-socialistisch program" werd in onderdelen behandeld door Jo de Haas, A. Storm, Han Kuysten, Max van Praag en Piet Dekker. De diskussies stonden op peil.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 45, no. 33, 17-08-1935
25-08 Duurswoude Niet vergeten — niet versagen Klaas Blauw-herdenk. meeting (Wijnjeterp/AMV)
Op de Klaas Blauw-herdenkingsmeeting die de laatste zondag van Augustus te Duurswoude is belegd, waren 35 bezoekers aanwezig. Jo de Haas trad als spreker op over het onderwerp: „Niet vergeten — niet versagen". Het was een leerzame rede die wij van Jo te horen kregen, én om zijn duidelijke uiteenzetting van de tegenwoordige wereldtoestand, én om zijn aanwijzen van de weg die ten leven leidt. Maar, laat mij de lezers iets van zijn rede vertellen. Het is ontstellend — aldus Jo — te moeten constateren dat naast een steeds groter wordend oorlogsgevaar om ons heen, de kring van medestrijders steeds kleiner wordt. Hoe of dit afvallen van velen, juist nu hun krachten zo nodig zijn, is te verklaren? Dat zijn kletsers geweest, zonder meer, of personen wiens streven hoofdzakelijk gericht was op spoedige 'verbetering' in deze maatschappij. En nu die verbetering maar weg en maar weg blijft, kruipen zij weer in hun hoek terug, alles latende lopen zoals het wil; en behoren zij „weer" tot de massa. Alleen zij kunnen staande blijven, die zich hebben ingesteld op de toekomst. Alleen hij wiens koninkrijk niet van deze wereld is, zoals dit ook het geval is met de gelovigen. Ons ideaal berust echter niet op fantasie maar op de werkelijkheid. Ons doel is het socialisme, de vestiging van een maatschappij die niet is berekend op het slechte van de mens; wetende dat wij invloed kunnen uitoefenen op onze medemensen, waar weer uit voortvloeit dat wij door onze levenshouding van nu mede zullen bepalen hoe of de levenshouding van de volgende generatie zijn zal. Alleen zij staan sterk die door de grote liefde voor hun ideaal ver boven deze maatschappij verheven zijn. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 45, no. 37, 14-09-1935.
01-09 Nijehorne Wat staat ons te doen indien een oorlog uitbreekt
Op Zondag 1 September werd door het Prov. Anti-Mil. Prop. Komité een openluchtmeeting georganiseerd, waar Fedde Weidema en Jo de Haas het woord voerden. Resp. werden behandeld de onderwerpen: „Wie brengen beschaving?" en „Wat staat ons te doen indien een oorlog uitbreekt?' Het konflikt Italië-Abessynië was het uitgangspunt van beide sprekers, waarbij W. tot de slotkonklusie kwam, dat tegenover de schijn-acties van allerhande organisaties en groepen, als kerk, partij, vakbeweging, de „beschaafde" staten, inklusief Rusland, die allen voorgeven de beschaving te dienen, doch die in werkelijkheid de oorlog krachtdadig helpen voorbereiden, de dáád van de R.H.W.-limonadefabrieken, die weigerden hun produkten te leveren, indien deze zouden moeten dienen voor oorlogsdoeleinden, in een héél bijzonder licht verschijnt. Het is moeilijk om in deze van oorlogsdreiging zwangere tijden te spreken over oorlogsverhindering zonder gevaar te lopen om tot een „spreekverhindering" te worden veroordeeld. Deze fabrikant maakt het ons al erg gemakkelijk door het stellen van een eenvoudige daad, een daad echter die zowel Tweede als Derde Internationale met beschaamde kaken doen staan, waar de eerste niets doet om de oorlog te verhinderen en de laatste, door middel van haar heilstaat Rusland, de aanvaller voorziet van graan. Mogen daden als deze er toe bijdragen, dat zij die de oorlog moeten voeren, zowel aan als achter het front, tot inkeer en nadenken komen. Frederik de Grote zag alreeds het gevaar hiervan aankomen, toen hij zeide: „Als mijn soldaten gaan denken, blijft er niet één in het gelid!"
De Haas, na een uiteenzetting te hebben gegeven van het gevaarlijke van de huidige wereldsituatie, hekelde scherp de houding van de sociaal-demokratie, die pas nu internationaal een brochure heeft uitgegeven waarin het oorlogsgevaar besproken wordt, en waarin wordt betoogd dat in géén geval een oorlog met een internationale algemene werkstaking mag worden beantwoord. „Onze arbeiders dienen er toe te worden aangespoord hun plicht te doen, óók in de loopgraven en in de fabrieken achter het front." De brochure zal worden behandeld op een nader te houden internationale bijeenkomst, waar dan de taak van de sociaal-demokratie zal worden vastgesteld. Waarschijnlijk zal dit wel mosterd na de maaltijd worden en zullen de rapporten moeten worden besproken….. in de loopgraven, bij kaarslicht! Inmiddels is de taak van ons, revolutionaire anti-militaristen, ons hoofd koel te houden en onze propaganda door te zetten, daarin steeds weer naar voren te brengen dat de mensheid bij geen enkele oorlog gebaat is, dat het aanvaarden van een oorlog steeds betekent het binnenloodsen van het meest straffe fascisme in eigen land, en dat het niet meedoen, in welke vorm ook, de enige weg is welke leidt uit de noodlottige vicieuze cirkel, waarin de mensheid rondtolt. Aan het eind werd een kollekte gehouden voor het F.I.S. en voor de dienstweigeraarsfondsen. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 45, no. 36, 07-09-1935.
13-09 Delft Kom o heilige Geest
Anti-oorlogsactie. In een tot in de uiterste hoeken gevulde zaal van Musica opende de voorzitter, de heer v. Meekeren, met enkele woorden de vergadering, uitgaande van het Comité tegen Oorlog. Spr. gaf in het kort weer waarvoor deze vergadering belegd was. Uit de feiten van de Volkenbondspolitiek constateerde spr. dat wij aan den vooravond van een wereldoorlog staan. Daarom heeft het comité gemeend eens te laten zien wat eigenlijk oorlog is en altijd zal beteekenen. Want ook achter de bajonet van den soldaat klopt een menschelijk hart dat het leven lief heeft. Na deze inleiding declameerde de heer Bakker twee gedichten: ,,Mijn zoon" en ,,Het slagveld". Met een dankbaar applaus betuigde het publiek zijn tevredenheid over het gebodene. Hierna nam de heer Jo de Haas de spreker van dezen avond een aanvang met zijn rede welke als titel droeg ,,Kom o heilige Geest". Spr. merkte op dat het slechts 17 jaar geleden is dat de wapenstilstand een feit werd. En nu dreigt er in Europa reeds weer een oorlog, doch spr. meent dat de oorlog van 1914 nog niet is beëindigd. Wij krijgen straks de hervatting ervan. De toestand op het oogenblik is zoo, dat niemand meer kan gelooven dat het bij een dreigend conflict zal blijven. En als dat toch zoo is, dan is het slechts uitstel van executie. De vrede is tot nu toe een schoone illusie geweest. Maar als de oorlog komt dan is het de plicht van een christen om thuis te blijven en om niet mede te doen aan de afslachting. Wij gaan, zoo vervolgde spr. zijn rede, hier naar den herfst en d.w.z. dat wij gebrek krijgen aan zon. En die zon geeft ons licht, leven en gezondheid. Maar als dan dezelfde zon in Abessynië zal gaan schijnen dan betekent dit voor Abessynië geen leven en gezondheid, maar dood. Immers de regentijd is spoedig teneinde én dan…. De Heilige Geest kan ons echter nog brengen tot een daadkracht waardoor wij moeten laten zien dat het leven meer is dan ons leven. Hiermede was de pauze aangebroken, waarin gecolporteerd werd met anti-militairistische lectuur. Lang duurde de pauze niet want spoedig werd overgegaan tot de vertooning van de film ,,Verdun". De film liet goed de verschrikkelijke gevolgen zien van den wreeden oorlog. Na de rolprent bedankte de voorzitter den declamator en den spreker voor hetgeen ze gedaan hadden tot het welslagen van dezen avond. Delftsche courant 14-09-1935.
02-10 Amsterdam Geen titel
JVA-SVA en NVA
Woensdag, 2 October, 8 uur, heeft de eerste openbare vergadering plaats in samenwerking met de N.V.A. Stuur zoveel mogelijk je vrienden en kennissen uit Noord naar ’t clubgebouw „Nieuwendammerham”, Meeuwenpl. 2. De sprekers zijn Fedde Schurer, Jo de Haas en Jannie Eriks. Entrée f 0.10. Kaarten verkrijgbaar aan ’t secretariaat. Vredesstrijd; orgaan van de Jongeren Vredes Actie, jrg 7, no. 17, 26-09-1935.
05-10 Emmer-Compascuum De oorlog in Abessinië
In de Concertzaal Bruinsma vervulde de bekende anarchist Jo de Haas Zaterdagavond een spreekbeurt voor een flink bezette zaal. Het talrijk opgekomen publiek volgde met aandacht de rede, die gehouden werd over het onderwerp: „De oorlog in Abessinië”. Emmer courant 08-10-1935.
08-10 Den Haag De staat en het vrije socialisme Vrij Soc. Groepen, De Bond van Anarcho Socialisten, Vrije Socialististen Vereen., Syndicalisties Plaatselijk Arbeids Secretariaat
Cursusvergadering. De eerste cursus-avond van het Comité voor Ontwikkeling wordt gehouden op Dinsdag 8 October in het Volksgebouw. Behandeld wordt: De Staat en het Vrije Socialisme. Inleider: Jo de Haas.De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg XIII, no. 14, 05-05-10-1935.
Vrij-Socialistisch Ontwikkelingswerk. Ook de eerste cursusavond van de libertaire organisaties, met Jo de Haas over het vrije-socialisme en de staat, is goed geslaagd. Spr. behandelde het onderwerp uit een zielkundig gezichtspunt.De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg XIII, no. 16, 19-10-1935.
De eerste avond van dit, door het Synd. P.A.S., V.S.V. en B.A.S. gezamenlijk georganiseerde ontwikkelingswerk, vond een volle zaal en een aandachtig gehoor met Jo de Haas als inleider.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 45, no. 42, 19-10-1935.
11-10 Egmond aan zee Italië-Abessinië
EGMOND AAN ZEE Jo de Haas over Italië-Abessinie. Vrijdagavond werd in de ,,Vergulde Valk'' een anti-militairistische bijeenkomst gehouden De heer Vernee leidde met enkele woorden den spreker Jo de Haas in die over het Italiaansch-Abessinisch conflict het woord zou voeren. De heer de Haas wees er op, dat de antimilitairisten thans door de feiten in het gelijk gesteld worden. Spr. heeft reeds 20 jaar achtereen op het gevaar van het uitbreken van een nieuwen oorlog gewezen. Na 1918 zijn er telkens weer nieuwe brandhaarden in de wereld geweest.Meestal liep het goed af en zoo zijn de menschen langzamerhand gerust gesteld en vertrouwd geraakt met het gevaar. Thans moet men wel blind zijn om te meenen, dat het weer goed zal afloopen. Spr. wees op den koortsachtigen wedloop in bewapening tusschen de verschillende landen en stelde geen vertrouwen in den Volkenbond die voorgeeft het geweld door rede en recht te kunnen vervangen. Wel heeft men in Genève veel over den vrede gepraat, doch in werkelijkheid ging ieder zijn gang met nieuw oorlogsmateriaal aan te schaffen. Wat thans gebeurt is het noodzakelijk gevolg van de toenemende bewapening. Wie werkelijk den vrede wil gaat zich niet bewapenen. Voorts zette spr. uiteen dat het militairisme noodzakelijk aan de kapitalistische samenleving is verbonden. Uit elken oorlog moet een nieuwe oorlog voortkomen.
21
Na 1918 waren er twee groepen: de verzadigde staten en de hongerige staten. De eerste sloten zich aaneen om hun buit te beschermen, de anderen hadden bij het verdrag van Versailles veel verloren of te weinig gekregen en zijn nu een voortdurende bron van gevaar. Zulke hongerige landen zijn Duitschland, Japan en Italië. Het verdrag van Versailles heeft het nationaal-socialisme in Duitschland in het leven geroepen. De Volkenbond heeft weinig gedaan. Hij heeft Japan in China zijn gang laten gaan, evenals Paraguay en Bolivia, hoewel al deze landen leden van den bond waren. Zoo zou men thans ook graag Italië zijn gang laten gaan, als er voor het imperialistische Engeland niet zooveel op het spel stond. Italië met zijn overbevolking heeft thans het oog op Abessinië geslagen om dat land te rooven, maar Engeland is bevreesd voor zijn invloed in de Middellandsche zee en is bang, dat Italië den weg naar Indië in zijnen macht krijgt. Daarom spant het zich onder den schijn van op te komen voor het recht voor de Volkenbond in. Spr. wees voorts op de "dubbele moraal" die leert dat een enkele mensch
1
niet mag rooven, maar de staat wel. Italië komt thans te laat. 25 jaar geleden had het gerust mee kunnen doen om den kolonialen buit te verdeelen. Het is thans niet in de eerste plaats een Italiaansch-Abessinisch conflict. maar een ltaliaansch-Engelsch conflict.
1
Nadat spr. de belangen van de verschillende mogendheden had verduidelijkt en had gewezen op de z.g. ,bloedige internationale' , het internationale wapenkapitaal, dat uit elken oorlog winst wil maken, hetgeen hij door eenige voorbeelden toelichtte, kwam hij tot de vraag hoe de houding moet zijn van den arbeider in zake het oorlogsvraagstuk.
S
Hierbij wees hij op de politieke bekeering van ontwapenaars, die als de nood aan den man komt, zich toch achter de regeering scharen. De meeste arbeiders zijn ook nu weer voor sancties, maar sancties kunnen een oorlog meebrengen. Spr. waarschuwde voor den Volkenbond, en de ontwapenaars van de stembus, maar noemde slechts een middel om den oorlog uit te bannen. n.1. de dienstweigering, het niet meedoen aan een nieuwen oorlog en wees ten slotte op de zedelijke beteekenis van zulk een weigering. Aan het slot van zijn rede, die bijna 2½ uur geduurd had weerklonk er applaus, waarna een lid van het comité een dankwoord sprak.Alkmaarsche Courant 15 oktober 1935.
12-10 Nieuwe Niedorp Italië-Abessinië afd. I.A.M.V.
NIEUWE NlEDORP. Zaterdagavond had in de Prins Maurits een vergadering plaats van de afd. van de I.A.M.V., waar als spreker optrad de heer Jo de Haas met het onderwerp: Italië-Abessinië. De opkomst was niet groot. Spr. zeide dat over den oorlog van het oogenblik de revolutionaire anti-militairen reeds voortdurend hebben gesproken. Spr. noemde het een prachtigen tijd om het volledige faillisement van den Volkenbond en de stembus te illustreeren. Het probleem tegen den oorlog is en blijft een individueel probleem. 350 psychologen hebben een manifest aan de hoofden van alle staten in de wereld gezonden, waarin wordt gezegd dat de oorlog niet alleen is een politiek economisch probleem, maar bovenal een psychologisch probleem, en als zoodanig een psychologisch verschijnsel. De arbeidersbeweging heeft zich hiermede heelemaal niet bezig gehouden. De mensch heeft een bewuste wil en een onbewuste wil. De bewuste mensch wijst den oorlog af, maar hij heeft ook nog een onbewust wilsleven en die onbewuste wil hunkert naar strijd, oorlog. Die onbewuste wil is het die thans over de bewuste wil zegeviert. Oorlog noemde spr. een kapitalistisch verschijnsel, dat uit het kapitalisme voortkomt. Het is geen noodlot, maar een noodzaak. Spr. becritiseerde hierna de houding van Soc. Arbeiders Internationale en het I.V.V. ten opzichte van den oorlog. Na de pauze behandelde spr. het conflict ItaliëAbessinië, dat in wezen is een conflict Italië-Engeland. Er zijn verzadigde imperialismen, zij die koloniaal verzadigd zijn en hongerige imperialisten (Duitschland, Italië. Japan). De verzadigden willen den vrede, hebben belang bij het voort blijven duren van den bestaanden toestand. Wie zich schaart achter de sancties van den Volkenbond schaart zich achter het Engelsche imperialisme. Italië-Abessinie is een inleiding tot het wereldconflict. De 2e en de 3e internationale scharen zich achter de sancties van den Volkenbond, dus achter het Engelsche imperialisme. De Volkenbond heeft als zedelijk instituut geen enkele beteekenis. Een ieder moet persoonlijk den oorlog overwinnen door er niet aan mee te doen. Wat er in de wereld ook gebeure, zegt spr.: wij doen niet mee, daarvoor zijn we socialistisch en anti-militairistisch. Het is beter zijn leven te laten voor een internationale zaak, dan voor het vaderland. Hierna werd de vergadering gesloten. Schager Courant 15 oktober 1935.
NIEUWE NIEDORP Zaterdagavond had in de ,,Prins Maurits" een vergadering plaats van de afdeeling van de I. A. M. V., waar als spreker optrad de heer Jo de Haas met het onderwerp: Italië-Abessinië. De opkomst was niet groot. Spreker noemde het een prachtigen tijd om het volledige faillissement van den Volkenbond en de stembus te illustreeren. 350 psychologen hebben een manifest aan de hoofden van alle staten in de wereld gezonden waarin wordt gezegd dat de oorlog niet alleen is een politiek economisch probleem en als zoodanig een psychologisch verschijnsel. Oorlog noemde spreker een verschijnsel dat uit het kapitaal voorkomt, het is geen noodlot maar een noodzaak. Na de pauze behandelde spr. het conflict Italië-Abessinië dat in wezen het conflict is Italië-Engeland. (Voor dit deel van het verslag verwijzen wij naar hetgeen de heer De Haas in Egmond aan Zee gezegd heeft en wat elders in dit nummer is opgenomen). Wat er in de wereld ook gebeure zegt spr.: wij doen niet mee, daarom zijn wij socialist en anti-militarist. Het is beter zijn leven te laten voor een internationale zaak dan voor het vaderland. Hierna werd de vergadering gesloten. Alkmaarsche Courant 15 oktober 1935.
13-10 Oterleek Italië-Abessinië
(Prov. Samenw. anti-mil. Noord-Holland (De arbeider12-10-1935)
14-10 Schoorl Italië-Abessinië (De arbeider12-10-1935)
Prov. Samenw. anti. Mil N.H.
15-10 Koedijk Italië-Abessinië
KOEDIJK Dinsdagavond werd namens de provinciale samenwerking op anti-militairistisch gebied een openbare vergadering gehouden in het lokaal van den heer M. K. de Weerd, onder leiding van den heer P. Zwetsman. De voorzitter opende met een woord van welkom aan de talrijk opgekomenen. De thans uitgebroken oorlog is gekomen met het gezegde: ik moet vechten, maar wij moeten vragen: moeten wij nog langer onze kinderen geven? Spr. meende, dat dit niet het geval was. Hierna was het woord aan den heer Jo de Haas, die een gelijksoortige rede hield als hij dezer dagen in Egmond aan Zee en Nieuwe Niedorp heeft gehouden. Wij verwijzen daarvoor naar de desbetreffende in ons vorig nummer opgenomen verslagen. Alkmaarsche Courant 17 oktober 1935.
16-10 Hippolytushoef Italië en Abessinië Rev. Anti-Mil vereen.
ANTI-MILITAIRISTEN. Woensdagavond j.l. vergaderde alhier in het 'Eigen Gebouw' de Rev. Anti-Mil. Vereen. De achterzaal was overvol, zoodat er aan belangstelling geen gebrek was. Jo de Haas sprak over Italië-Abessinië. Na een korte openingsrede van den heer Vergaai uit Breezand wordt het woord gegeven aan den heer Jo de Haas. Deze wijst er op, dat de oorlog, die thans ontbrand is in Oost-Afrika, slechts een voortzetting is van dien van 1914. Nu wordt alle hoop gevestigd op den Volkenbond, maar volgens spr. is dat juist verkeerd. Het bekende Kellogg-pact van 19'l8 waarbij een 60-tal staten zich verbonden hebben, geschillen op vreedzame wijze op te lossen, zal evenmin uitkomst brengen. De oorlog die op het oogenblik in Oost-Afrika gevoerd wordt. aldus spr., is geheel en al gericht op eigen profijt. Zoowel Italië, Frankrijk als Engeland willen elk een stuk van Abessynië hebben. De Rev. Anti Mil. zijn noch voor Abessynië, noch voor een van de andere drie staten. Zij zijn alleen tegen elken oorlog. Spr. doet dan ook een krachtig beroep op de aanwezigen om zich voor ontwapening uit te spreken, hetgeen met een enthousiast applaus vanuit de zaal ondersteund werd. De heer De Haas wordt door den heer Vergaay dank gebracht voor zijn begeesterende rede, waarop de bijenkomst wordt gesloten. Schager Courant 17 oktober 1935.
Jo de Haas over Italië-Abessinië. Woensdagavond werd in het ,,Eigen gebouw" een anti-militairistische bijeenkomst gehouden. De voorzitter van de Vrije Groep leidde met enkele woorden den spreker Jo de Haas in, die over het Italiaansch--Abessinisch conflict het woord zou voeren. De heer de Haas wees er op, dat de anti-militairisten thans door de feiten in het gelijk gesteld worden. Spr. heeft reeds 20 jaar achtereen op het gevaar van het uitbreken van een nieuwen oorlog gewezen. Na 1918 zijn er telkens weer nieuwe brandhaarden in de wereld geweest. Meestal liep het goed af en zoo zijn de menschen langzamerhand gerustgesteld en vertrouwd geraakt met het gevaar. Thans moet men wel blind zijn om te meenen, dat het weer goed zal afloopen. Spr. wees op de koortsachtige wedloop tusschen de verschillende landen en stelde geen vertrouwen in den Volkenbond, die voorgeeft het geweld door rede en recht te kunnen vervangen. Wel heeft men in Genève veel over de vrede gepraat, doch in de werkelijkheid ging ieder zijn gang met nieuw oorlogsmateriaal Wat thans gebeurt is het noodzakelijk gevolg van de toenemende bewapening. Wie werkelijk de vrede wil gaat zich niet bewapenen. Voorts zette spreker uiteen dat het militairisme noodzakelijk is verbonden aan het kapitalisme. Uit elken oorlog moet een nieuwe oorlog voortkomen. Na 1918 waren er twee groepen: de verzadigde staten en de hongerige Staten. De eersten sloten zich aaneen om hun buit te beschermen; de anderen hadden bij het verdrag van Versailles veel verloren of te weinig gekregen en zijn nu een voortdurende bron van gevaar. Zulke hongerige landen zijn Duitschland, Japan en Italië. Het verdrag van Versailles heeft 't Nationaal-Socialisme in het leven geroepen. De Volkenbond heeft weinig gedaan. Hij heeft Japan en China zijn gang laten gaan, evenals Paraguay en Bolivia, hoewel al deze landen leden van den bond waren. Zoo zou men thans ook graag Italië zijn gang laten gaan, als er voor het imperialistische Engeland niet zooveel op het spel stond. Italië met zijn overbevolking heeft thans het oog op Abessinië geslagen om dat land te rooven, maar Engeland is bevreesd voor zijn invloed in de Middellandsche Zee en is bang, dat Italië den weg naar Indië in zijn macht krijgt. Daarom spant het zich onder den schijn van op te komen voor het recht van den Volkenbond in. Spr. wees voorts op de "dubbele moraal", die leert dat een enkele mensch niet mag rooven, maar de staat wel. Italië komt thans te laat. 25 jaar geleden had het gerust mee kunnen doen om den kolonialen buit te verdeelen. Het is thans niet in de eerste plaats een Italiaansch-Abessinisch conflict, maar een Italiaansch-Engelsch conflict. Nadat spr. de belangen van de verschillende mogendheden had verduidelijkt en had gewezen op de z.g. ,,bloedige internationale", het internationale wapenkapitaal, dat uit elken oorlog winst wil maken, hetgeen hij door eenige voorbeelden toelichtte, kwam hij tot de vraag, hoe de houding moet zijn van den arbeider inzake 't oorlogsvraagstuk. Hierbij wees hij op de politieke bekeering van ontwapenaars, die als de nood aan den man komt, zich toch achter de regeering scharen. De meeste arbeiders zijn ook nu voor sancties, maar sancties kunnen 'n oorlog meebrengen. Spr. waarschuwde voor den Volkenbond en de ontwapenaars van de stembus, maar noemde slechts één middel om den oorlog uit te bannen, n.l. de dienstweigering, het niet meedoen aan een nieuwen oorlog en wees tenslotte op de zedelijke beteekenis van zulk een weigering. Aan het slot van zijn rede, die bijna 2 l/2 uur geduurd had, weerklonk er applaus, waarna de voorz. van het comité een dankwoord sprak. Wieringer courant 18 oktober 1935.
18-10 Dirkshoorn Italië en Abessinië
(De vrije socialist 23- 0-1935)
19-10 West Graftdijk Idem (De vrije socialist 23-0-1935)
20-10 Zaandam Openbare Protest-Vergadering (en) N.S.V.— I.A.M.V.— B.A.S.— S.A.A. tegen de Oorlog
ZAANSTREEK De gewestelijke vergadering van het Landelijk Comité is naar omstandigheden goed geslaagd. De beide sprekers, P. Dekker en Jo de Haas, gaven een leerzame beschouwing over de politieke verhoudingen van de oorlog Italië-Abessinië en de plaats welke de Volkenbond daarbij inneemt. Ook financieel kan deze vergadering zich dekken.
De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg XIII, no. 17, 26-10-1935.
22-10 Oudkarspel Italië en Abessinië en de I.A.M.V., N.S.V., B.A.S., S.A.A. Volkenbond
(Prov. samenwerking N.H.)
- - -
OUDKARSPEL. In het lokaal van den heer C. Jansen sprak de heer Jo de Haas voor een veertigtal personen over het onderwerp Italië-Abessinië. Gewezen werd op de groote uitbreiding van het internationale militairisme en de voortdurende toeneming van de bewapening. Het Italiaansch-Abessijnsch conflict zal oorzaak zijn van nog grooter en krankzinniger uitbreiding van de wapenen. Als het huidige conflict achter den rug is, begint de opbouw van het militairisme voor den grooten slag. Spr. herinnerde aan de oprichting van den Volkenbond, welke is gesticht om de ongeschonden uit den oorlog gekomen staten de gelegenheid te geven de schulden op de overwonnenen te verhalen. De koloniaal verzadigde landen maakten het Verdrag van Versailles en met dit verdrag en den Volkenhond werd er voor gezorgd dat het ontroofde niet weer teruggenomen kon worden. De Volkenbond is een bond om de belangen van de aangesloten landen te verdedigen. De arbeiders toonen niet veel verstand als zij zich met boter en suiker door het fascisme laten vangen. De kopstukken der arbeiders werden in den Volkenbond gezet door de kapitalisten. Geneve is het beginsel van den oorlog, zeide spr., en Veenhuizen is het beginsel van de vrede, daar komen de dienstweigeraars, de lui van de dappere ongehoorzaamheid. Spr. becritiseerde de arbeiders, die naar de fabrieken van Fokker hollen om bombardementsvliegtuigen te maken en op andere plaatsen oorlogstuig maken, waardoor ze aanstonds zelf vernietigd zullen worden. Op deze wijze zet spr. zijn betoog voort.
- - - ..
Na eenige debatten, welke door den spreker werden beantwoord, volgde sluiting. Schager Courant 24 oktober 1935.
PROVINCIALE SAMENWERKING OP ANTI-MILITARISTISCH GEBIED IN NOORD-HOLLAND. Het gehouden tournee met Jo de Haas is in moreel opzicht goed geslaagd, finantieel heeft het een tekort opgeleverd, doordat enkele vergaderingen slecht bezocht waren wegens het slechte weer. Overigens kunnen we best tevreden zijn.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 45, no. 48, 30-11-1935.
23-10 Krommenie Nieuwe vormen van Godsdienst in De Dageraad (afd. Wormerveer) de Sovjet-Unie
(De syndicalist 19-10-1935
29-10 Alkmaar Is iedere oorlog misdaad? Alkmaarsche Courant 29 oktober 1935.24
19?-11 Beets, Langezwaag, Italië—Abessinië Tijnje, Bakkeveen, Boelenslaan, Appelscha, De arbeider
Hoornsterzwaag, Bontebok 02-11-1935 Lippenhuizen/ Vrije groep Tijnje
Geslaagd tournee. Alzo is dan het tournee met Jo de Haas achter de rug. Natuurlijk had alles nog beter gekund. Als de anarchisten beter georganiseerd waren, zouden vanzelf al de vergaderingen intensiever zijn voorbereid. Nu moesten een paar mensen het initiatief nemen en een beroep doen, hier en daar op wie nog wel aan antimilitarisme doen. Maar reeds nu mogen we tevreden zijn. De gehouden vergaderingen mogen als geslaagd worden beschouwd, terwijl het tournee ons geen cent heeft gekost. Zoveel te meer energie eiste het echter op. De organisators hebben er veel voor gefietst en gelopen, Jo de Haas trapte er weer 650 K.M. voor af. Maar energie op die wijze verbruikt, is toch beter besteed dan die welke geheel worden opgeteerd aan het uitleven van persoonlijk anti-patiekjes. Wat te zeggen van mensen die thuisblijven, omdat de spreker hun niet aanstaat, of omdat men het niet goed vond, dat Tijnje dit tournee alleen organiseerde. Als iedereen aldus deed, kwam er gauw geen mens meer op de vergaderingen. Want er is niemand of hij heeft personen die hij niet mag. Tal van onze mensen vinden hun persoonlijke zaakjes belangrijker dan het feit, dat duizenden in de oorlog worden weggegast. Te beroerder zijn zulke verschijnselen als we zien, hoe mensen zo geweldig hun energie weten op te voeren, als het maar gaat tegen eigen mensen, maar nog geen gram energie weten te ontwikkelen voor de grote, heilige zaak. In ieder geval is dit tournee weer zonder finantiële last achter de rug. Er komen ook goede klanken van hier en daar. Een avond die zeker slaagt, staat alweer op het programma voor Boelenslaan, een paar ijverige mensen van Bakkeveen zegden een paar bijeenkomsten toe, Bolsward broeit alweer op met een paar vergaderingen in de omgeving en wij zelf, groep Tijnje, willen weer opnieuw beginnen en hebben Tjalbert, Akkrum en Boornbergum op het oog. Friesland is rijp om de antimilitaristische gedachten op te nemen. Gorredijk bewees nog eens hoe het kan, daar werd door de J.V.A. een vergadering belegd, waar men meer dan 500 bezoekers kreeg. Maar dan behoeven we werkers en geen onderlinge kibbelarij. Deshalve men lette alvast maar weer op nieuwe aankondigingen en die voor ons grote ideaal werken willen, die weten dat ze zich bij ons kunnen melden. Overigens onze dank aan de kameraden, die voor dit tournee hun arbeid leverden! De Vrije Groep Tijnje.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 45, , no. 47, 23-11-1935.
22-11 IJmuiden In het dagverblijf der Duivelen De Dageraad (De syndicalist 16-11-1935)25
30-11 Gorredijk Genève of Veenhuizen I.A.M.V.
GORREDIJK Vredesmeeting. Door de gezamenlijke vredesorgan. is hier de 30e November een openbare bijeenkomst gehouden in ,,De Koornbeurs" met Jo de Haas en Ds. Cohen als sprekers. Ongeveer 80 personen waren er aanwezig. Ds. Cohen sprak het eerst, en wel over het onderwerp: „Geroepenen en Uitverkorenen". Wij leven tegenwoordig, zegt spr., op de kentering van de tijd, in de branding van het leven. Vervolgens voerde spr. de toehoorders enige jaren terug, tot aan 1914. Toen, bij het uitbreken van de wereldoorlog, werden ook onze jonge mannen in haast naar de grenzen gestuurd. Er wordt nu, zo zeide men, een beroep gedaan op het beste wat in jullie is; het heette n.1. te gaan om Nationale Eer, om het behoud van Cultuurgoederen, om de Beschaving enz. Na de oorlog zou de toekomst open zijn, dan zouden er nieuwe tijden aanbreken. En wat of toen de godsdienstleraren adviseerden? Volgens de legerpredikanten is in oorlogstijd steken en doodslaan de godsdienst. Dat is echter gruwelijke godslastering, zij die zo spreken zijn nog minder dan namaak-christenen: zij zijn brandhout voor de hel! In de oorlogvoerende landen werden de geweren der soldaten, bij hun vertrek naar het slagveld, met bloemen getooid: immers daar gingen de helden, de geroepenen, de uitverkorenen! Echter eenmaal in de strijd zijnde kwamen de betrokkenen zelf tot een andere conclusie. En in werkelijkheid, het waren ook geen helden maar lafaards; slaven, die te bang waren om terug te gaan; het waren verdwaasden die zich door lage driften lieten regeren; lieden bij wien het hogere en diepere was weggeslagen en die onder bedwelming van rum, brandewijn en jenever vooruit werden gedreven. Zij waren, slechts slachtvee. En dat zij door hun meerderen ook als zodanig werden beschouwd bleek wel uit de woorden van een generaal, die aan een andere bevelhebber telefoneerde: „Stuur mij nog wat vlees". De liefde moet de centrale macht worden van ons leven. Ook Christus was liefde, en vergaf tot aan het kruis. Als echte christenen moeten wij weigeren aan een bevel te gehoorzamen, ook als dat komt van de politie of de justitie, als dat een oproep geldt voor de dienst van de duivel. Op het slagveld vinden we niet de helden; er bestaat een ander, een waarachtig heldendom, dat is dat der ware christenen, die liever met Christus in het hart tegen de muur worden geplaatst dan met de Satan in de oorlog te gaan.
Na de pauze sprak Jo de Haas over het onderw.: „Genève of Veenhuizen". Het verheugt spr. dat deze vergadering staat in het teken van de anti-sancties. Sprekende over de oorlog Italië—Abessinië zegt de H., 'dat de mens zich bij dat conflict inschakelt'. Bij de massa heerst de kinderlijke gedachte, dat er met behoud van het militarisme en het kapitalisme iets gedaan kan worden voor de vrede. Het volk plaatst zich achter de Volkenbond en achter haar sancties tegen Italië; hetgeen juist de bedoeling is van de kapitalistische klasse; immers zodoende wordt de energie van de arbeiders door de Volkenbond opgezogen en niet gebruikt door henzelf. In waarheid zijn de Volkenb. sancties een gevaar voor de vrede, in plaats van een beveiliging daarvan. Italië heeft al gezegd dat het die sanctie-maatregelen, waardoor het in zijn imperialistische opmars belemmerd wordt, als een oorlogsdaad beschouwt. Bij de samenwerking van de arbeiders met de bourgeoisie is het er altijd op uitgelopen, dat de kapitalisten de baten kregen en het volk de ellende. Van de thans bestaande internationale publieke antipathie tegen Italië maakt Engeland een sluw gebruik om zich ongehinderd tegen dat land gevechtsklaar te maken; al reeds 200 oorlogschepen hebben zij voor die strijd gereed liggen. Ofschoon minder duidelijk waarneembaar is die dreigende toestand tussen deze beide landen van veel groter belangrijkheid voor het behoud van de vrede in Europa dan het conflict Italië—Abessinië. Voor de kapitalisten is de oorlog een zaak zoals voor hen alles een zaak is. En nu is het voor Engeland wenselijk dat Italië het tegen Abessinië verliest omdat na een overwinning Italië zich zeer waarschijnlijk ook zal willen gaan nestelen in die gebieden waar levensbelangen gelegen zijn voor het Engelse kapitalisme. In onze strijd tegen het militarisme kunnen wij nooit naast de bourgeois staan. Wel kunnen ook zij soms anti-oorlogsgezind zijn, nimmer echter anti-militaristisch. In onze strijd voor de vrede is het nodig dat wij juist en zuiver zijn ingesteld. Wij moeten doorgaan met de propaganda voor ons standpunt: het onder geen leuze verlenen van onze gehoorzaamheid en onze werkkracht voor het militarisme. Door zo te strijden kampen wij tegen het kapitalisme van Italië, maar — en meteen — ook tegen dat van Abessinië, en tegen dat van alle landen. Naar beide sprekers werd aandachtig geluisterd. A. W. v. d. SLOEP.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 45, 5, no. 50, 14-12-1935.
19/26-11/3-12 West-Graftdijk Telepathie en spiritisme Ontwikkelingsgroep (De arbeider 16-11-1935)
02,03,04,5-12 Emmer-Compascuum Oorlog en Zielkunde
De cursus waar Jo vier avonden achtereenvolgens inleidde over 't onderwerp: „Oorlog en Zielkunde'' zijn schitterend geslaagd. Iedere avond een goede opkomst en een uiterst aandachtig publiek. En dat kon ook niet anders; daar Jo van de eerste tot de laatste avond in staat was ons allen van begin tot einde te boeien en daarnaast uiterst leerzaam. Dat deze cursus hier met spanning gevolgd werd, blijkt wel uit het feit, da bijna allen die aan deze cursus deelnamen, ons nu al reeds verzochten, indien mogelijk, Jo deze winter nog eens hier op te laten treden met een soortgelijk onderwerp. Wij menen dan ook niet beter te kunnen doen, ook andere groepen of verenigingen aan te sporen, hetzelfde te doen. Zoals wij reeds schreven is hier nu in voorbereiding het zonnewende kinderfeest en een openbare vergadering, en in Januari een verwelkomstvergadering bij de invrijheidstelling van een onzer dienstweigeraars (…). De vrije groep. H.P. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 45, no. 52, 28-12-1935.
17-12 Amsterdam Over de oorlog in Afrika
Alg. Ned. Vrouwen-Vredebond
Propaganda voor de vrede „De bron van oorlog is het kapitalisme” Gisteravond, hield de afdeling Amsterdam Noord van de Alg. Ned. Vrouwen-Vredebond een propaganda-avond in het Verenigingsgebouw op het Purmerplein. Na een openingswoord van de voorzitster, mevr. v. d. Wouda, was het woord aan mevr. De Jong—Harmeyer uit Bussum. Deze zei, dat het oorlogsgevaar in nauw verband staat met de opvoeding. Spr. heeft, als jonge moeder met één klein kind, 1914 meegemaakt. Ze was wezenloos, radeloos en verslagen, maar dat was verkeerd van haar. We mogen niet wanhopig zijn, want het kind moet toch opgevoed worden, óók in zo een ellendige tijd. Men moet zijn plicht als opvoeder, onder alle omstandigheden blijven doen, hoewel het natuurlijk niet mogelijk is het kind altijd te blijven beschermen. We moeten het lichamelijk en geestelijk zo sterk maken, dat het tegen de besmetting op alle gebied bestand is. Het kind moet in vrijheid opgroeien en we moeten zijn vernietigingszucht zo leiden, dat deze drang zich richt tegen het verkeerde, o.a. tegen het militairisme. Toen de spr. enige vragen beantwoord had werd even gepauseerd, waarna Jo de Haas uit Amsterdam het woord verkreeg. De oorlog in Afrika, zo zei hij, is geen gevolg van het fascisme. Veeleer is het fascisme een gevolg van de oorlog. Immers het fascisme is ontstaan, als gevolg van de wereldoorlog. De Afrikaanse oorlog is het voorspel van de Europese en de wereldoorlog. Italië heeft een bevolkingsoverschot, heeft grondstoffen en afzetgebied nodig en dit zijn de drie redenen van de oorlog. Dit zijn geen fascistische oorzaken doch kapitalistische. Uit antimilitaristische gezichtshoek heeft men het recht tegen Italië te protesteren, mits men het dan ook maar tegen de andere staten doet, die als het er op aan komt, even oorlogszuchtig zijn. Dat Abessinië opgedeeld moet worden ligt in de lijn van de kapitalistische ontwikkeling. Het zal ook gebeuren, die opdeling, maar over het hoe zijn ze het nog niet eens. De werkelijke vredesvrienden moeten zich bewustzijn, dat de oorlog onverbrekelijk aan het kapitalisme verbonden is en daarom moet gestreefd worden naar opheffing van het kapitalisme. Het militaire apparaat moet lam gelegd worden. Het kapitalisme zal dit niet doen, want dan graaft het een pijler weg waarop het rust. Ontwapening kan alleen van onderop komen, door het volk zelf. De bron van de oorlog, het kapitalisme moeten we bestrijden.
Het volk: dagblad voor de arbeiderspartij 18-12-1935.
18-12 Haarlem Is Fascisme Oorlog? Neen
Rede van Jo de Haas voor de vereen. ,,De nieuwe cultuur". In het gebouw van den Protestantenbond aan de Jacobstraat heeft de Socialistische ontwikkelingsvereeniging ,,De Nieuwe Cultuur” gisteravond een openbare vergadering gehouden waar als spreker optrad de heer Jo de Haas met het onderwerp. "Is fascisme oorlog? Neen!" Na een openingswoord van den voorzitter ving de heer de Haas zijn rede aan. Wij leven in een wereld vol misvattingen, aldus spr. Zoo beweert men tegenwoordig algemeen, dat fascisme oorlog betekent. Men zegt dat elkander klakkeloos na. De heer De Haas kwam hiertegen op. Weliswaar voert het fascistisch Italië op het ogenblik oorlog in Afrika, maar dat is nog geen bewijs voor de bovengenoemde stelling. En toen de groote Wereldoorlog uitbrak, was het fascisme nog volkomen onbekend. Die oorlog kwam voort uit het kapitalisme. In het kapitalisme moet men geen onderscheid maken tusschen democratische en fascistische staten. Ook voor den oorlog in Abessynië bestaan geen fascistische doch kapitalistische oorzaken. Italië heeft te kampen met overbevolking, heeft behoefte aan grondstoffen voor zijn industrie en moet zich afzetgebieden voor zijn producten veroveren. De oorlog komt niet uit het fascisme voort, maar het fascisme komt uit den oorlog voort. Het belangrijkste kenmerk van het fascisme is het staatsabsolutisme. Welnu. ditzelfde staatsabsolutisme bestond in 1914 in de oorlogsvoerende landen. Men kan dus zeggen dat het fascisme is ingezet in 1914. De arbeiders, die zich tegenover Italië scharen achter de democratische staten, die evenwel militaristisch zijn, begaan een groote dwaasheid, betoogde de heer De Haas. De fascistische staat is openlijk militaristisch, de democratische staat bedekt. Spr. hekelde vervolgens de psychologische oorlogsvoorbereiding door de verplichte deelneming aan de afweermaatregelen van eventuele luchtaanvallen, die onlangs bij de wet zijn bepaald. Dit noemde spr. verkapt fascisme, evenals de volmacht, door het parlement aan de regeering verstrekt, ten aanzien van de sanctiemaatregelen tegen Italië. Het conflict in Oost-Afrika heeft tot gevolg gehad de noodlottige verdeeling van de menschen in pro en contra. De Italianen alleen worden als de boosdoener beschouwd terwijl toch de andere staten bereid zijn op hun tijd hetzelfde te doen. Bovendien hebben de democratische landen reeds geheel Afrika onderling verdeeld. Spr. trof een vergelijking tusschen de mentaliteit van de menschheid bij het uitbreken van den wereldoorlog en die bij het ontstaan van het Italiaansch-Abessijnsche conflict. Dezelfde verderfelijke geest van sym- en antipathie van toen is thans over de menschen vaardig geworden maar men ziet niet dat Engeland evengoed nu als in 1914, slechts zijn eigen imperialistische belangen behartigt. Het is dus een groote fout van de arbeiders warm te loopen voor Engeland en den Volkenbond. Frankrijk verkeert, volgens spr., in een moeilijk parket. Het moet namelijk kiezen tusschen den steun van Engeland en van Italië bij een eventuelen nieuwen strijd tegen Duitschland. Vandaar het uitstel van de sanctieconferentie, dat Frankrijk heeft bewerkt, evenals de Parijsche vredesvoorstellen. Dit alles is niets dan een diplomatiek spel. Hieruit blijkt dat het democratische kapitalisme even roofzuchtig is als het fascistische. De permanente oorlogsdreiging is het kapitalisme. De eenige bestrijding van den oorlog is de antimilitaristische actie, zoo besloot de heer De Haas zijn rede. Na eenig debat sloot de voorzitter de vergadering.
Haarlem’s Dagblad 19 december 1935.
27-12 IJmuiden Cultuurgedachten- (De syndicalist 28-121935)
26-12 Almelo Kerstklokken als Doodsklokken Org: De Nieuwe Cultuur (I.A.M.V.)
ALMELO Geen verstoppertje spelen! Naar aanleiding van de Kerstvergadering der 1AMV., waar vertoond werd de film „Ik heb een mens gedood", schreef de correspondent van het (s.d.) Volksblad van Twente: Jammer was het, dat aan deze hoogstaande film een spreker vooraf ging, die tot niets anders kwam dan een scheldkanonnade op pacifisten, sociaaldemocraten, Volkenbond, Henderson en Troelstra, die alles onder zijn grove woorden trachtte te verpletteren, wat niet „revolutionnair anti-militarist" was. Wij gaan op de gehouden redevoering niet in, doch constateren slechts, dat het een goede propagandamorgen was voor de vrede, doch zeker geen voor de anti-militaristische vereniging. Het is jammer, maar overigens voor een sociaaldemocraat het gemakkelijkste, dat de correspondent op de rede van Jo de Haas niet ingaat. De waarheid is nu eenmaal, dat de SDAP na enige jaren van ontwapeningspropaganda thans weer bereid is aan een imperialistische oorlog mee te doen. Onder de indruk van de wereldoorlog nam de moderne vakbeweging een ander standpunt in, zoals blijkt uit het volgende tweetal resoluties, aangenomen op het congres van het IVV gehouden van 22 tot 28 November 1920 te Londen: Het Internationaal Vakverenigingscongres stelt vast, dat de bestrijding van elke oorlog door de internationaal georganiseerde arbeidersklasse niets te maken heeft met het pacifisme der kapitalistische bourgeoisie. Het verwerpt even goed en brandmerkt als huichelarij alle krijgsondernemingen, welke ten doel hebben de volkeren politieke en economische verhoudingen op te dringen, waarvan ze niet gediend zijn. De arbeiders verlangen eindelijk de volkomen vrede tussen alle volken en weigeren zich nogmaals te laten slachten onder het voorwendsel, dat ze zich moeten inspannen voor het voeren van de laatste of voorlaatste oorlog. Ten opzichte van het militarisme zegt deze resolutie het volgende. Het Internationaal Vakverbondcongres verklaart, dat de vakbeweging naast haar gewone actie voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden, nationaal en internationaal de strijd moet voeren tegen het kapitalisme en het imperialisme. Het congres verklaart dat deze strijd zich in de eerste plaats moet richten tegen het militarisme in al zijn vormen. Het Congres verklaart dat de algemene werkstaking en de internationale boycot de doeltreffendste en doelmatigste wapens zijn in deze strijd tegen reactie en voor de vooruitgang. Op het ontwapeningscongres van de SDAP en het NVV zei Kupers: Ik acht het niet uitgesloten, dat partij en vakbeweging een zodanige antimilitaristische geest zullen aankweken, dat duizenden en tienduizenden zullen weigeren een mobilisatiebevel te gehoorzamen. Deze zelfde mensen stellen zich thans weer op een nationalistisch standpunt, verklaren zich bereid opnieuw aan de „verdediging van het vaderland", d.w.z. aan de beestachtigheid van een nieuwe oorlog deel te nemen. Getuigt zo iets van karakter? En zouden wij daarop niet mogen wijzen? Het is onze menselijke en socialistische plicht dat te doen, want het gaat hierbij om het leven van millioenen mensen en om de toekomst van het socialisme! Nu is het gemakkelijk te zeggen: „Wij gaan op de rede van De Haas niet in." Maar De Haas heeft argumenten gebruikt, De Haas heeft zich aan de feiten gehouden. Daarop niet in te gaan is onverantwoordelijk en ook niet zeer moedig. Van onze kant zijn wij bereid met iedere sociaaldemocraat een openbaar debat of een polemiek in ons blad over het vraagstuk van oorlog en militarisme aan te gaan en wij geven de verzekering, dat zowel het een als het ander door ons op waardige wijze zal worden gevoerd. G.G.G. De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg XIII, no. 28,11-01-1936.
Eind december Oldeboorn Vrije Geweld of weerbaarheid
Boelenslaan groep Geweld of weerbaarheid
Zevenhuizen Tijnje Geweld of weerbaarheid
Tournee voorbij en., in zicht! Onze groep organiseerde wederom 3 vergaderingen met Jo de Haas als spreker en wel in de plaatsen Oldeboorn, Boelenslaan en Zevenhuizen. In Zevenhuizen waar 8000 mensen wonen was er ook zelfs niet één opgekomen! Deze streek in de provincie Groningen is allerverschrikkelijkst zwart. Het was voor de organisators een hele kluif. Kameraden uit Bakkeveen hadden voor deze vergadering gezorgd en togen met Jo de Haas er heen om na enige uren door vorst en ijzige wind te hebben geworsteld met boven genoemd resultaat terug te komen. Maar de moed is niet opgegeven. Onmiddellijk is besloten om de weerkomende winter trots alles weer een aanval op Zevenhuizen zal worden ondernomen met andere strategie. De vergadering in Boelenslaan was als altijd goed. Onze kameraad Bekkema heeft daar altijd eer van zijn ijverige arbeid. Jo sprak hier over „Geweld of Weerbaarheid", waarop een zeer vruchtbare discussie volgde. Een der arbeiders getuigde dat hij bij Jo wel durfde praten, maar vroeger niet toen er van die „heren" als sprekers verschenen want dan werden ze op een ongenadige manier in een hoekje gedrukt. Dit waren dan die sprekers van de fatsoenlijke partijen en vakbonden. Of die arbeidersbeweging ook wat verpest heeft! In 0ldeboorn waar ook eigenlijk nog nooit een vergadering gehouden kon worden is ook deze keer wel gelukt. De kameraden aldaar die hun hulp verleenden ook weer onze dank tot de volgende keer. Van de winter komen we terug. Zo proberen we vooral nieuw terrein te ontginnen. Reeds thans berichten wij dat in de tweede helft van Februari Jo weer hier komt voor een tournee in plaatsen waar nooit of zo goed als nooit iets is gedaan. Op het programma staan Akkrum, waar in jaren niet meer een vergadering was, Tjalbert is wel een jaar of tien geleden! Ureterp 10 jaar geleden, de Wilp, Boornbergum ook wel 12 jaar geleden, enz. Deze vergaderingen zullen worden gehouden met nog een spreker. Een en ander is reeds in voorbereiding. Men lette op nadere aankondiging. Daarna komt de omgeving van Bolsward aan de beurt. Op ‘t programma staat ook Harlingen, waar helaas de kameraden zachtjes zijn weggedommeld. Mogen we weer op hun hulp rekenen? Een geestelijk levend mens kan toch in deze tijd niet anders dan werken, ál maar werken. Het wordt weer een prachtige tournee. Wie in de hoek van Friesland helpen wil wende zich maar tot Douwe de Wit te Bolsward. Ook die wil het jaar goed uitzitten. Dus tot nader berichten. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 3,18-01-1936.
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1936
1936 08-01 Zaandam Cursus psychoanalyse De Dageraad (De Zaanlander 06-01-1936).
16-01 De Rijp Telepathie en spiritisme
(Rijper Nieuws- en Advertentieblad|11 januari 1936)
17-01 Wormerveer Protestvergadering
(De Zaanlander 13-01-1936)
18- 01 Appelscha Doorzetten trots alles Thuiskomst van twee dienstweigeraars
Alle Mulder uit Appelscha, ontslag 15 Januari. Johannes Hankel uit Appelscha, ontslag 15 Januari.
(De arbeider 11-01-1936) 22-01 De Rijp Psycho-analyse
(Rijper Nieuws- en Advertentieblad januari 1937)
28-01 Amsterdam Leidt Fascisme tot oorlog?... Neen Domela-Nieuwenhuis-Stichting
Verslag vergadering Jo de Haas. Dinsdagavond sprak in het gebouw „De Ruijter" Jo de Haas voor bovengenoemde „Stichting", in een goed gevulde zaal, over het onderwerp wat op dit ogenblik zeer actueel is: „Leidt Fascisme tot oorlog?.... Neen!!" Aan de hand van de geschiedenis toonde „De Haas" aan, dat bij het uitbreken van de oorlog 1914 —l9l8 nog geen sprake van Fascisme was. Dus dat het Fascisme een naoorlogs verschijnsel is! Maar dat de oorlog een zuiver gevolg is van het kapitalistische stelsel. Dat de feitelijke grondlegger van het Fascisme, de Demokratie is, die in wezen nog nooit anders dan Fascistisch is geweest. „Hitler" kon in het opgemaakte bed der „Demokratie" zijn macht formeren. Ook in andere landen kan men het „Fascisme" reeds waarnemen bijv. Nederland, waar door Demokraten en kommunisten het „luchtweerplan" gesteund wordt. Spreker bestreed het „plan van de arbeid" wat op z'n hoogst 3 jaar werk geeft in werkverschaffingsloon, en wat de geldschieters (dus de kapitalisten) 40 jaar de rente bezorgt. Het „plan" is dus reeds bi voorbaat met medeweten van de demokratische bonzen ten dode opgeschreven. Maar waar helaas nog duizenden arbeiders, er iets van verwachten, zal het Fascisme van hun illusie handig gebruik maken. Jo de Haas kan verder dan ook niet begrijpen dat er tegen Mussert zo'n kabaal wordt gemaakt, daar deze in het politieke leven in het geheel nog geen rol heeft gespeeld. Nooit zal „Mussert" aan de macht komen, daar zal „Colijn" wel voor zorgen. Men bevecht „Mussert" maar schijnt blind te zijn voor het Fascisme van Colijn. Hierop volgde debat, waarvan door vijf mensen gebruik werd gemaakt. Zij werden op zakelijke wijze beantwoord. De vergadering zelf stond op een hoog peil, en werd gedragen door een kameraadschappelijke geest. Thans is gebleken dat onze „stichting" levensvatbaarheid heeft in Amsterdam, gezien het goede slagen van deze vergadering. De voorzitter Damman, die deze vergadering leidde, wekte dan ook de aanwezigen op, om onze beweging zoveel mogelijk te steunen. Er werden in de pauze brochures verkocht die tot steun van het F.I.S. kwamen. De Vrije Socialist 8 februari 1936.
29-01 Tuindorp Oostzaan Geen titel
Op 29 Januari hield de Vrouwen Vredesbond een vergadering in Tuindorp-Oostzaan waarvoor de anarchist Jo de Haas was uitgenodigd. Er bleek voor deze spreker niet veel belangstelling te bestaan daar er hoogstens een 60-tal vrouwen waren opgekomen. Nadat de spreker zijn rede beëindigd had werden er vragen gesteld, o.a. hoe of de spreker over het leger van dc Sowjet Unie dacht. Toen bleek dat we een vurige hater van de Sowjet Unie voor ons hadden, want dit onderwerp werd met vurigheid door hem aangesneden. Het was een en al hetze tegen de Sowjet Unie op de bekende manier. Verschillende vrouwen protesteerden hier heftig legen en toen tenslotte een der vrouwen ds. Snethlage citeerde die uitriep ik zal militair zijn als de Sowjet Unie verdedigd moet worden brak er een hartelijk applaus los. De Vrouwen Vredesbond zal er goed aan doen dergelijke vijanden van de Sowjet Unie niet meer te laten optreden. Daar wordt allerminst de vrede door gediend.De tribune: soc. dem. weekblad03-02-1936.
12-02 Wormerveer Zielkundige verklaring van het 16-02 Wormerveer spiritistische verschijnsel en telepathie
ZIELKUNDIGE verklaring v. het spiritistische verschijnsel en telepathie, 2 curs. door Jo de Haas op Temp. huis, Oranjestr., WormerveerDe Zaanlander 08-02-1936.
20-02 Bolsward Getuigenisavond werkgroep „Mob. v. d. Vrede”
Kerk en Vrede en J.V.A
En D. de Wit uit Bolsward meldt: „Zo is dan onze actie vanwege de luchtbeschermingswaanzin weer naar groot genoegen verlopen. We kunnen dan ook van uit Bolsward en omstreken, (in aansluiting met het vorige bericht uit Tijnje (- zie volgend bericht, lgj.) niets dan goeds melden. 20 Febr. j.1. hielden we een z.g. getuigenis-avond, waar 16 Bolswarders hun standpunt inzake „oorlog of vrede" belichtten. Deze avond werd belegd door de werkgroep „Mob. v. d. Vrede" en wel in de doopsgezinde kerk, welke hiervoor gaarne werd afgestaan. Onder de verschillende meningen liepen er twee van het revolutionaire a.m. die zeer zeker de mensen, die anders nooit onder ons gehoor komen, vreemd in de oren hebben geklonken, maar stellig ook tot nadenken hebben gebracht!! En nu onze anti-luchtbeschermings-vergadering, belegd door Mob. v. d. Vrede, Kerk en Vrede en J.V.A. in de grootste zaal alhier. Voor een stikvolle zaal besprak Jo de Haas zéér kernachtig het misdadige van de L.B.D. en zette ons standpunt van daadwerkelijk a.m. hier tegen over. Er bleef letterlijk niets van de hele lucht-bescherming overeind staan. De rede vond veel bijval bij het talrijke publiek, w.o. ook weer zeer vele „zachteren", zodat ook deze avond zeer zeker geslaagd mag heten, ten minste voor ons, principiële a.m. De tweede spreker, Ds. Vink van Bolsward bracht het er minder goed af. Deze toonde, na een tijd van ruim 20 jaar van z.g.n antimilitairisme, (in welke tijd hij zich ook van betere kanten heeft doen zien) nu nog niet met het militairisme te hebben afgerekend. Het zal velen hebben bevreemd, dat deze spreker aan 't slot kwam tot het aanvaarden van de lucht-bescherming. Het is ons, als daadwerkelijke a.m. erg tegen gevallen, dat een wetenschappelijk goed onderlegd mens, zó kan dwalen. Nee, dan zijn er gelukkig nog andere dominee's, waarmee we even willen wijzen op de heer Cohen van Dokkum. Terwijl deze nu opkomt en staan blijft, gaat de oudstrijder Vink zich oprollen en aanpappen bij de L.B.D. Nu de tijd zo dringend daden vraagt, gaat de heer Vink het a.m. saboteren, helaas!! Het spijt ons ten zeerste en we hebben dan ook nog altijd hoop, dat onze stadgenoot door zijn collega Cohen nog wordt geïnspireerd. Anders — vaarwel Vink, ga met zo velen, die U vóórgingen, en nog anderen, die U zullen volgen! In de tijd tussen 20 Febr. en 11 Maart hebben we ook nog een goed geslaagde verg. gehad in Harlingen en omstr., terwijl Jo ook nog samen heeft gesproken met F. Weidema te Leeuwarden, terwijl ook De Wilp een goede bijeenkomst had. Alles wijst er op, dat de Friezen nog niet helemaal dood zijn, al moet de zaak dan ook goed worden aangepakt. We zijn de heren van de L.B.D. dan ook van harte dankbaar, dat ze door hun actie, onze verg. zo goed deden worden. En we zien al met verlangen uit naar een nieuwe gebeurtenis, waarop ook wij dan weer onze kracht kunnen toetsen aan die van de heren luchtbeschermers e.a. die druipen van liefde voor het volk, maar tevens de millioenen-moord voorbereiden. Deze actie heeft weer een groot gedeelte van Friesland nieuwe moed gegeven, en met deze moed gaan we dan ook strijdlustig de Pinksterlanddagen in Appelscha tegemoet. Waarna al weer een 8-tal meetings in de zomer 1936 in voorbereiding zijn. Maar eerst: Naar de Pinkster!De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 12, 21-03-1936.
22-02 Tjalleberd Luchtbescherming in Friesland en 24-02 Bakkeveen de brand te Amsterdam 25-02 Ureterp Hoe beschermen wij 7 26-02 Beetsmillioen menschen, als wij het onder de gunstigst 27-02 Haulerwijk denkbare verhoudingen nog 28-02 Tijnje niet 8 kunnen doen ? Die vraag29-02 Boornbergum beantwoordt Jo de Haas uit 02-03 Akkrum Amsterdam
TIJNJE. Zo behoort het tournee met Jo de Haas dan weer tot het verleden. Het is boven verwachting geslaagd! Friesland verkeerde in zenuwspanning door de te houden luchtbeschermingsoefeningen waarvan door de anti's precies op tijd gebruik is gemaakt door Jo te laten spreken over Luchtbescherming in Friesland en de brand te Amsterdam. De advertentie in Frieslands grootste krant luidde als volgt: „Hoe beschermen wij 7 millioen mensen als we in de gunstigst denkbare verhoudingen het er nog niet eens 8 kunnen doen? Alleen de eerste avond mislukte — door nu voor ons te begrijpen oorzaken. Overigens elke avond een talrijk publiek. Jo de Haas besprak steeds eerst het technische daarna het principiële karakter van het probleem. Van de z.g. bescherming bleef onder de felle critiek absoluut niets over. In het principiële gedeelte kon Jo steeds met onverbiddelijke kracht de zuiverheid van het revolutionair anti-militairisme beklemtonen dat hier in culmineerde: geen gram reformisme; geen gram kruideniersgedoe! Ook als bescherming mogelijk zou zijn dan nog absoluut anti! Hierin lag de kracht van de vergaderingen. In Boornbergum getuigde Dr. Apeldoorn dat hij als Kerk en Vrede-predikant onvoorwaardelijk anti was. In Bakkeveen alleen hadden we debat. En wel van Dr. Warners, die intussen weer tot de kerk is teruggekeerd. Deze beklemtoonde sterke bewapening is de beste beveiliging tegen oorlogsgevaar. Het was een droevig verschijnsel dit te beluisteren van iemand, die enkele jaren terug nog onze propaganda uitdroeg. Ongetwijfeld zijn er tal van factoren die tot dit alles hebben geleid en waarmee Jo de Haas rekening hield in zijn wel warme en tegelijk hierdoor vriendschappelijke repliek. Ondertussen groeiden uit dit tournee nog weer andere vergaderingen die, terwijl we dit schrijven nog gehouden worden en die lang niet zonder sensatie zijn. Tot op dit ogenblik is het antwoord op de luchtbeschermings-oefeningen goed geweest. De anti's waren op hun post, het antwoord was principieel onverdacht zuiver en we constateerden weer overal opleving, nieuwe werklust, groot enthousiasme! Dit alles beschouwen we als een goed voorteken voor de Pinkster! Neen, de Friezen zijn niet dood. We wisten dit wel, daartoe zit er veel te diep en te echt leven. Dus: voorwaarts naar de Pinkster.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 11, 14-03-1936.
07-03 Ter Apel Heil Fascisme, waarom zijn komst mij verheugt
De Vrij-socialistische Groep van Emmer-Compascuum belegde hier in café Wiegers een openbare vergadering, waar als spreker optrad Jo de Haas van Amsterdam, met het onderwerp: „Heil, Fascisme! Waarom zijn komst mij verheugt". De opkomst was goed te noemen voor een plaats, die bij de opkomst van de N.S.B. als een der beste groepen dier reactionaire beweging gold! Hier toch kon in jaren geen actie gevoerd worden — ook al door het gebrek aan goede werkers niet! De verspreide, elkander vaak niet kennende geestverwanten hebben thans een Vrij-soc. Groep Ter-Apel, gevormd en in een huishoudelijke vergadering is tot organisatie besloten. Samenwerking met andere reeds bestaande groepen zal gezocht worden, terwijl de leden in principe accoord gingen met het verspreiden van sociaal-anarchistische en revolutionair-antimilitaristische lectuur. Een actie voor „De Arbeider" is reeds begonnen. De vorming van een bibliotheek en het doen plaats hebben van cursussen wordt voorbereid.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, 1936, no. 12,21-03-1936. 08-03 Emmer-Compascuum Betekent Fascisme oorlog? Neen. De Vrije Groep (De arbeider 07-03-1936)
11-03 Bolsward De technische kant van het luchtbeschermingsvraagstuk
VOORLICHTINGSAVOND LUCHTBESCHERMING VANWEGE DE VREDES GROEPEN TE BOLSWARD. De aangekondigde voorlichtingsavond inzake luchtbescherming belegd door de vredesgroepen te Bolsward, Kerk en Vrede, Jongeren Vredes Actie en Mobilisatiegroep voor de Vrede, Woensdag 11 Maart j.l. in de Doele gehouden is gekenmerkt door een overweldigende belangstelling. De groote Doelezaal was tot in de uiterste hoeken bezet. Ds. Vink opende de vergadering met het doel der bijeenkomst uiteen te zetten: het geven van zoo objectief mogelijke voorlichting aangaande het vraagstuk van de luchtbescherming. Daarna kreeg de heer Jo de Haas het woord die het onderwerp behandelde: De technische kant van het luchtbeschermingsvraagstuk. Deze betoogt, dat er verduisteringsoefeningen worden gehouden in Friesland is minder erg dan dat de waarheid in deze tijd verduisterd wordt. Aangehaald worden verschillende internationale verdragen, o.a. het Kellog Pact waarin 60 mogendheden overeengekomen zijn oorlog niet meer te gebruiken voor het oplossen van internationale geschillen, terwijl ook gas en bacterieën als niet geoorloofd worden beschouwd. Deze afspraken werden ook geteekend in naam van het Nederlandsche volk, dus is luchtbescherming het zich niet houden aan een afspraak. Bij een brand in Amsterdam komen 8 menschen om het leven in normale tijd met alle middelen beschikbaar om te redden, wat gebeurt er als deze stad op 100 plaatsen wordt aangestoken. Spr. vertelt verder hoe de militaire deskundigen in vakliteratuur en onder deskundigen volledig toegeven dat bescherming van een aanval uit de lucht geheel onmogelijk is, terwijl deze zelfde deskundigen in vergaderingen met de burgerbevolking verklaren dat als de raadgevingen van de L.B.D. maar goed worden opgevolgd er voor 100 pct. zekerheid van bescherming is. Volgens de spr. is beveiliging tegen brandbommen geheel niet mogelijk. Sommigen bereiken een hitte van 3000 graden, schroeien overal door heen, ijzer en zand smelten bij deze temperatuur. Gasbommen zijn er zoo vele; ongeveer 1000 soorten voor welke men verschillende gasmaskers noodig heeft. Brisantbommen werken als granaten. De gecombineerde toepassing moet volgens deskundigen onmenschelijk zijn. Als principieel anti-militairist is spreker tegen elke luchtbescherming, omdat ze leidt tot valsche gerustheid, daarna tot passief meedoen, dan actief beschermen en geredelijkerwijs overgaat tot het meedoen aan oorlogvoeren, datgene waar elk mensch tegen moet zijn uit de grond van zijn hart, overal en altijd welk motief er ook voor is. De spreker eindigt met de hoorders aan te moedigen vol te houden juist in deze zeer moeilijke tijd, vol te houden in de strijd tegen oorlog en militairisme, te strijden tegen deze onmenschelijke daden met alle geest en geestkracht die in ons is, pal staan in Geestelijke gezondheid. Na de pauze behandelde Ds. Vink de zedelijke kant van het luchtbeschermingsvraagstuk. Hij begon met erop te wijzen, dat het bij de technische kant over de vraag ging naar mogelijkheid of onmogelijkheid, bij de zedelijke over de vraag naar geoorloofd of ongeoorloofd. Deze beide beschouwingen staan tot op zeker hoogte los van elkander, zoodat een zedelijke aanvaarding denkbaar is bij erkenning van het technisch ontoereikende. Spreker zeide vervolgens, dat de vraag naar de zedelijke aanvaardbaarheid van luchtbescherming niet los is van de vraag naar het zedelijk aanvaardbare van oorlog. Na dit laatste in volle omvang te hebben afgewezen als geldend zoowel voor aanvalsoorlog alsook voor verdedigings- en volkenbondsoorlog, omdat door oorlog geen recht en geen cultuur te verdedigen zijn, ging spr. ertoe over tegen deze achtergrond het vraagstuk van de zedelijke aanvaardbaarheid van luchtbescherming te bespreken. Hij onderscheidde daarbij tusschen luchtbescherming en luchtverdediging. Luchtverdediging is actief, vraagt afweergeschut en tegenvliegtuigactie. Deze luchtverdediging verklaarde hij op de aangegeven gronden zedelijk onaanvaardbaar. Daartegenover stelde hij de luchtbescherming met haar tweeledig doel: vermindering van de trefkansen en verhelpen van de gevolgen. Luchtbescherming is passief en haar doel schijnt in het licht van de naastenhulp onmiddellijk zedelijk aanvaardbaar, ja medewerking aan haar schijnt zedelijk geboden. Spr. waarschuwde echter voor voorbarige conclusies en wees op de keerzijde van de kwestie, dat door luchtbescherming het militaire apparaat wordt versterkt, de gedachte aan de onafwendbaarheid van de oorlog werd bevorderd en het gevaar werd meegebracht van het wekken van een valsche gerustheid voor al door misleidende eenzijdige voorlichting van de luchtbeschermingsdienst. Het zedelijk bedenkelijke van deze dingen zag spr. vooral in het mogelijk daardoor wegvallen van oorlogsremmen, dus in de vergrooting van de oorlogskans. Aan de andere kant konden als zedelijke argumenten voor luchtbescherming worden aangevoerd de groote belangen, die in het treffen van zoo goed mogelijke voorzorgsmaatregelen zijn gelegen. Hij wees in dit verband op het onverantwoordelijke van het vergrooten van het gevaar door weigering van medewerking en op de christelijke gedachte van de oneindige waarde van ieder menschenleven, die hulpverlening tot zedelijke plicht maakt. Spr. besloot met te zeggen, dat het voor of tegen van luchtbescherming een zaak was van het afwegen van argumenten pro en contra. Hij zelf neigde tot het standpunt van aanvaarding van luchtbescherming, omdat het weinige, wat gedaan kan worden niet mag worden verzuimd, maar hij aanvaardde luchtbescherming alleen onder drieërlei voorbehoud: het blijven wijzen op het technisch ontoereikende, ter voorkoming van valsche gerustheid en bestrijding van eenzijdige voorlichting; het waken voor een houding van passiviteit t.o. activiteit van het militaire apparaat, dus wel bescherming maar geen afweer; voortzetting van een krachtige strijd tegen de oorlog, zolang het nog tijd is. Bij de gedachtenwisseling, merkte iemand op ter bestrijding van het door Ds. Vink aangegeven standpunt, dat hem, in tegenstelling met deze sabotage tot het uiterste het eenig noodzakelijke voorkwam. Ds. Vink heeft in antwoord daarop krachtig tegen deze meening geprotesteerd en gewezen op het moreel ontoelaatbare van sabotage als strijdmiddel. De heer Joh. Jorritsma heeft daarna de bijeenkomst met een enkel woord gesloten. Bolswards Nieuwsblad 4 maart 1936.
Voor een stikvolle zaal besprak Jo de Haas zéér kernachtig het misdadige van de L.B.D. en zette ons standpunt van daadwerkelijk a.m. hier tegen over. Er bleef letterlijk niets van de hele lucht-bescherming overeind staan. De rede vond veel bijval bij het talrijke publiek, w.o. ook weer zeer vele „zachteren", zodat ook deze avond zeer zeker geslaagd mag heten, ten minste voor ons, principiële a.m.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 12, 21-03-1936.
18/22/25-03 Zaandam Iets over telepathie en spiritisme De Dageraad (De Zaanlander 16-03-1936)
24-03 Amsterdam Leidt Fascisme tot oorlog? Neen (De arbeider 21-03-1936)
29-03 Amsterdam DW-congres Wij, dienstweigeraars comité-van-actie „Mobiliseren"
en het comité van Oud-dienstweigeraars
Eerste spreker was Jo de Haas, uit Amsterdam, een oud-dienstweigeraar, met het onderwerp: "Wij, dienstweigeraars". Deze begint met de nadruk te leggen op het karakter van dit congres in deze, wel heel bijzondere, tijd. Dit is een uitzonderings-congres, wat wel blijkt uit de omstandigheid, dat "N .J .V ." en "Nationaal Herstel" op instigatie van generaal Snijders getracht hebben dit congres te doen verbieden. Spr. stelt zich dan de vraag: "Zijn wij, dienstweigeraars, teleurgesteld?", welke vraag hij ontkennend wil beantwoorden; want het anti-militairisme zélf is nog niet kollektief toegepast. Dus kunnen wij geen oordeel uitspreken. Spr. wil hier een duidelijk onderscheid maken tussen anti-militairisme en anti-oorlogsgezindheid. Welnu, het hele bankroet van het ontwapeningsstreven vindt zijn oorzaak niet in het mislukken van het anti-militairisme, maar in de anti-oorlogsgezindheid. Hierbij verstaat spr. onder anti-oorlogsgezindheid dat streven, dat culmineert in het geloof in Volkenbond, staatslieden, e.d., terwijl anti-militairisme volgens hem revolutionnair is , en als zodanig staat, wet en gezag ontkent, waardoor het culmineert in een ongehoorzaamheids-campagne. In de laatste jaren van de "anti-militairistische hoogconjunctuur" zijn het de anti-oorlogsgezinden geweest, die de mensen in massa hebben beïnvloed, en niet wij, aldus de Heer de Haas. Was dit anders geweest, dan was dit congres geen uitzonderings-congres geweest, maar dan waren er in het licht (of beter: in het duister) van de dreigende oorlogsgevaren thans alom ter wereld soortgelijke congressen. Spr. eindigt met nadrukkelijk te verklaren, dat z.i. het revolutionnair anti-militairisme als de enig bevrijdende faktor is te zien.
Een indrukwekkende reeks brieven van buitenlandsche organisaties en geestverwanten werd hierna in kort résumé voorgelezen. Ondanks dat een regering anti-militairisten-uit-den-vreemde een visum kan weigeren waardoor b.v. het congres van de "'War Resisters International" in 1934 niet in Bentveld kon gehouden worden, maar in de buurt van Londen moest plaatsvinden - bleek hier overduidelijk het ongebroken contact met de medestrijders over heel de wereld.Vredes Pers Bureau ten dienste van de vredesbeweging in Nederland, no. 520, 31-03-1936.
Door de sprekers werden de verschillende zijden van de antimilitaristische strijd naar voren gebracht. Zo behandelde Jo de Haas de funeste invloeden van het fascisme in al zijn verschijningen, waartegenover wij niet alleen onze „anti-oorlogs-gezindheid”, maar onze geheel anders ingestelde levensbeschouwing van revolutionair, radikaal antimilitarisme hebben te stellen. Bevrijding; orgaan v.d. Bond v. Religieuse Anarcho-Communisten, jrg 8, no. 4, 1936.
Hierna is onmiddellijk het woord aan de eerste spreker, Jo de Haas, die tot onderwerp gekozen heeft: Wij Dienstweigeraars. We laten hieronder de beknopte inhoud van Jo's rede volgen: Dit congres is in ieder opzicht van meer dan gewone betekenis. Meerdere van zulke werden er in de loop der laatste jaren gehouden, maar geen droeg zulk een bijzonder karakter als dit samenzijn. Want in deze tijd zijn de internationale politieke verhoudingen in nagenoeg alle opzichten gewijzigd, waardoor de betekenis van onze strijd, van onze beweging, en van samenkomsten als deze in een gans ander licht komt te staan. Hier in Nederland behoorde een anti-militaristische gezindheid een tijdlang tot de goede zeden, het stónd om met een gebroken geweertje op het revers van je jas rond te stappen. Maar met de gewijzigde verhoudingen op internationaal politiek gebied, wijzigde zich deze gezindheid en sloeg om in zijn tegendeel. Thans in deze tijd van geweldige spanningen is het drager zijn van de idee der dappere ongehoorzaamheid van groot belang. Ook de autoriteiten gaven blijk dit te hebben ingezien, door aan dit congres bijzondere aandacht te schenken. Dit congres heeft voor ons allen de betekenis van een symbool, het getuigt ervan dat ondanks alle omzetting, wij bereid zijn om tot het uiterste onze taak te blijven vervullen. Gezien het gewijzigde tijdsaspect dringt zich de vraag naar voren of wij dienstweigeraars al dan niet zijn teleurgesteld in de resultaten, die we meenden te mogen verwachten van onze kleine daad, ons bescheiden aandeel in de grote wereldworsteling. De dienstweigeraars uit de tijd van de wereldoorlog stonden voor hun daad onder geheel andere verhoudingen dan thans. Men verwachtte, en deze verwachting was gerechtvaardigd door de geest van die dagen, een stroom van anti-militaristisch verzet als weerklank op zijn bescheiden daad. Vanuit deze verwachting en dat geloof weigerden in en onmiddellijk na de oorlogsjaren vele moedige jonge mannen de dienst aan de staat en aan zijn militarisme. Onze tijd daarentegen is een tijdperk, waarin de nationale hartstochten hoogtij vieren en hevig oplaaien tot ongekende hoogten. Onze tijd is er een van verloochening van alle menselijkheid en redelijkheid, een tijd van opvlammend arbeidersfascisme. Want het hedendaagse fascisme kan gesplitst gedacht worden in drie bestanddelen: 1e. het gevaarlijke regeringsfascisme, dat in alle landen woedt en in Nederland belichaamd wordt door Colijn en consorten; 2e. politieke partijen, die staan op de bodem van het fascisme en die in innige samenwerking met het regeringsfascisme vrijheid en recht tot een aanfluiting maken; 3e. het groeiende, angstwekkende omvangen aannemende arbeidersfascisme, dat tot uiting komt in die zonderlinge, beangstigende oorlogsbereidheid, die speciaal in de kringen der arbeidersbeweging aan de orde van de dag is. We kunnen een groei van de militairistische geest alom waarnemen. We zouden kunnen zeggen te leven in een tijd van het nationaal réveil, de nationale ontwaking. De geest van het internationalisme verkeert in een gevaarlijke crisis, zij die krachtens hun beginsel de dragers behoorden te zijn van de internationale gedachte, sloven zich uit in demagogische betuigingen van liefde voor het vaderland, en zij beoefenen naarstig het zingen van het Wilhelmus. En toch, als men ons de vraag stelt of wij dienstweigeraars uit de oorlogsjaren al dan niet zijn teleurgesteld in onze verwachtingen, dan is ons antwoord een positief: Neen! "Wat deze tijd te aanschouwen geeft is juist, dat het beginsel van het revolutionnaire anti-militarisme, waarvan wij de levende getuigen zijn, ongeslagen en ongerept uit dit alles te voorschijn treedt. Ons beginsel heeft niets aan waarde en kracht ingeboet, ook al niet omdat het nog nooit massaal is toegepast en dus bezwaarlijk van een nederlaag gesproken kan worden, wanneer het nog nooit aan de krachtproef is onderworpen geweest. Maar waar het massaal in verwerkelijking zal worden gebracht, waar het zijn practische toepassing zal vinden, daar is de overwinning zeker. Het beginsel van het revolutionnaire anti-militarisme berust op twee grondgedachten: de omzetting van de mens en de omzetting van de maatschappij. Ons beginsel is dus in de eerste plaats opvoedingsbeginsel, het maakt nieuwe normen, het doet een nieuwe levensdaad groeien, het geeft het aanzijn aan nieuwe ethiek, een nieuwe dapperheid en nieuwe cultuur, waardoor wij zeker weten de waanzinnige traditie van de moord te boven te kunnen komen. Ons beginsel vindt zijn uitdrukking in een nieuwe gezindheid, in een onverwoestbare drang om te komen tot hoger menselijkheid. Dit beginsel nu is nog volkomen ongerept en volkomen ongeslagen. Waar deze nieuwe gezindheid wordt beleden, daar groeit gestadig ook een nieuwe maatschappelijke daad, waarvan onze bescheiden daad van dienstweigering, waarvan ook dit congres de neerslag is. Waar het wordt toegepast is de victorie onder alle omstandigheden zeker.
Wij, bewuste anti-militairisten moeten nuchter blijven temidden van de militaristische dronkenschap. Ons beginsel is in deze tijd van opzweping van het „nationale gevoel" ongeslagen en slagvaardig. Dit congres heeft dan ook deze grote principiële betekenis, dat het een oorlogsverklaring is gericht tot kapitalisme, imperialisme en militarisme; een oorlogsverklaring gericht tot de bloedige internationale tot allen die door waanzin en misdaad zijn beneveld, tot hen die ondanks de geweten verschrikkingen van I914-‘18 en ondanks de barbaarsheid van de massa-slachting die komen gaat, bereid zijn de wereld onder te dompelen in de hel van de oorlog. Sterker dan ooit staan wij in onze overtuiging van de verlossende kracht van het revolutionnaire anti-militarisme. De verhoudingen in de wereld van vandaag zijn het duidelijkst getuigenis van de absolute onmacht van alle andere dan de rev. ant. mil. methoden tot het verhinderen of zelfs maar beteugelen van de oorlog. We hebben de ervaring gehad van 18 jaar Volkenbondspolitiek, van parlementaire oorlogsbestrijding, 18 jaar van democratische geleidelijkheid, van verkiezingsanti-militarisme, met als bittere vruchten een allervreselijkste bewapeningswedloop en alom een mentaliteit, die ons het ergste doet vrezen. (Het verslag wordt voortgezet).De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 14, 04-04-1936.
Juist temidden van die verhoudingen willen we zoveel mogelijken doordringen van de geest van de dappere ongehoorzaamheid, van de geest van het verzet. Slechts de onwil der volkeren en niets anders zal militarisme en kapitalisme kunnen overwinnen. Deze onwil hebben wij voorgeleefd, welke onwil nu en ook straks nog ondanks alles doorleeft. Naast een oorlogsverklaring is dit congres een getuigenis. Wat ook op de wereld moge plaats vinden in de naaste toekomst, men zal het weten, dat op ons dienstweigeraars niet meer onder geen enkele omstandigheid kan worden gerekend, wij zijn niet te vangen in de netten van de geneefse internationale roverstrust, en zullen ook niet in zijn naam oorlog en militarisme aanvaarden. Dit grootse samenzijn manifesteert, dat wij paraat zijn en van geen wijken weten willen. Wanneer dit, ons anti-militaristische beginsel sinds 1918 stelselmatig was gepropageerd geworden door de politieke partijen, door de vakorganisaties, de jeugdbeweging en de vrouwenbeweging, dan was de pest van de nationale gedachte nooit zo ver en gevaarlijk voortgewoekerd als nu. Dan had dit congres ook geen uitzonderlijk karakter gehad, dan had uit millioenen monden over de wereld een vastberaden neen geklonken, dan was het bloedige spel van de oorlog ten einde geweest. Maar de nationale verdwazing kon plaats vinden, doordat sinds 1918 een algemene verdoving heeft plaats gehad door de opiumtrust, die Volkenbond heet en door die vervloekte anti-oorlogsgezindheid, die ontzaggelijke denkfout die over de wereld ging. De anti-oorlogsgezindheid lag bijna in de lijn van de mode, deze gedachte culmineerde in de aanhang van allerlei dood-oer-fatsoenlijke lieden. Wij anti-militaristen werden in die tijd met de nek aangezien. Maar wij vragen hen nu: wat hebt ge met al Uw mensen uitgevoerd, wat hébt ge er uiteindelijk van gemaakt, want op dit laatste komt het toch maar op aan. De man van de typische anti-oorlogsgezindheid Prof. van Embden sprak het woord: de dienstweigeraar is een klaploper! Maar was het niet veel meer andersom, dat die fatsoenlijke anti-oorlogslieden klaplopers werden op ons antimilitarisme? Zij met hun confereren, delibereren, commissioneren en petitioneren, met hun heilige wetten, die uit god zijn of uit de democratie, maar waaraan de mens zich in elk geval moest onderwerpen, met hun blijven geloven in en zweren bij de leiders en makers van de wereldoorlog! Dit alles hebben wij nooit bedoeld en al deze illusies zullen straks hun einde zeker in de loopgraaf vinden! Als gevolg van het ongeloof in de kracht van het daadwerkelijke anti-militarisme en het vervloekte geloof in Genève kon dat verschrikkelijke in Abessinië doorgaan. Strijd tegen de oorlog betekent onverbiddelijke strijd tegen de staat en tegen de wet. Ook nu blijven wij bestreven, dat de geest van de opstand en van de onwil uiteindelijk hun neerslag vinden in collectieve diensten arbeidsweigering tegen de oorlog. Op deze gedachte werken wij voort en moge dit congres daarvan een sprekend en klinkend getuigenis zijn. Tegen kapitalisme, staat en militarisme; tegen de militaristische scherpslijpers en tegen de nationaal-verdwaasde arbeiders. De geest van het internationalisme leeft nog voort, ongebroken en onweerstaanbaar, ook op dit ogenblik". Deze rede, die met stijgende aandacht werd aangehoord vormde een waardig begin van het congres. Opvallend op deze samenkomst was de aandachtige rust, die zich over alles heenlegde, de orde, de geest van kameraadschap. Zelden woonden wij een zo prachtig samenzijn bij, de beweging kan vol trots op deze dag terug zien. Het was uitmuntend en doet ons hoopvol de toekomst tegen gaan. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 14, 11-04-1936.
JO D E HAAS: De gewijzigde internationale verhoudingen maken dit congres tot een belangrijke gebeurtenis. Er is een tijd geweest, dat het mode was om aan antimilitarisme te doen. „Dappere ongehoorzaamheid" is echter thans weer tot een uitzondering geworden. Wat er echter veranderd is, wij niet. Zij die tijdens de wereldoorlog dienst weigerden hadden de hoop dat het oorlogsgebeuren het anti-militarisme zou doen zegevieren. Momenteel echter zien we het tegendeel gebeuren. Alom groeit het militarisme. We beleven een nationaal réveil. Het fascisme is in verschillende vormen aan bod. Zijn wij en de oudste dienstweigeraars daarom teleurgesteld? Neen! Wij zijn versterkt als nooit tevoren. Want het beginsel van het revolutionaire anti-militarisme heeft het niet verloren. Het is ongeslagen. Het is nimmer in de praktijk gebracht tot nu toe. Indien dit eens zal gebeuren, zal het overwinnen. Aan het revolutionaire antimilitarisme liggen twee fundamentele gedachten ten grondslag: het beoogt de omzetting van de mens en de omzetting van de maatschappij. Het voedt op tot nieuwe normen, nieuwe levensdaad, nieuwe ethiek. Waar het vlees en bloed is geworden, wordt een nieuwe maatschappij bestreefd. Dit congres is een oorlogsverklaring aan kapitalisme, imperialisme en militarisme. Een oorlogsverklaring aan de bloedige internationale, aan allen die door waanzin en misdaad beneveld zijn. Nadrukkelijker dan ooit manifesteren wij nu onze overtuiging van de verheffende betekenis van het revolutionaire antimilitarisme. Niets dan de onwil der volkeren is in staat militarisme en kapitalisme te overwinnen. Naast een oorlogsverklaring is dit congres een getuigenis. Wat er ook gebeure, op ons valt niet te rekenen! Niet voor een oorlog ten behoeve van de roverstrust de Volkenbond, niet voor enige oorlog of oorlogsvoorbereiding. Hoe zou het er in de wereld uitzien als ons beginsel gedurende deze 18 jaren was gepropageerd? Dan ware geen oorlog mogelijk geweest. Dan zou de wereld niet in een arsenaal veranderd zijn. Dan zou de pest van de nationale gedachte niet zo om zich heen hebben kunnen grijpen, bij de tweede en derde internationale incluis. Dan zou dit congres een ander karakter hebben gehad. Anti-oorlogsgezindheid is nog geen antimilitarisme. Het kort geleden te Brussel gehouden anti-oorlogscongres van de jeugd verklaarde zo nodig bereid te zijn militair op te treden tegen Duitsland, Italië en Japan. Wij dienstweigeraars zijn volkomen gerechtigd om aan charlatans die met hun anti-oorlogspropaganda volle zalen trokken te vragen: wat hebt gij met deze mensen gedaan? Van Embden beweerde indertijd dat de dienstweigeraars klaplopers zijn. Zij, de anti-oorlogsgezinden waren in werkelijkheid klaplopers op het anti-militarisme. Wat is van de mensen onder hun invloed geworden? Zij hebben gecongresseerd en gedemonstreerd en gepetitionneerd, doch zij bleven geloven aan de staatswet, waaraan men zich toch onderwerpen moet!? Zij zijn blijven geloven in dezelfde staatslieden die tijdens de oorlog de macht in handen hadden. Strijd tegen de oorlog is echter strijd tegen de staat, strijd tegen de wet, waarmede kapitalisme en staat zichzelf beschermen. De revolutionaire antimilitaristen moeten de volkeren doordringen van hun geest.De wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland, jrg 32, no. 5, 01-05-1936. DIENSTWEIGERINGSCONGRES Het dienstweigeringscongres op 29 Maart te Amsterdam gehouden, is uitstekend geslaagd. De toneelzaal van Bellevue was spoedig tot in alle hoeken bezet, zodat in het Cornelius-Broerehuis een tweede zaal gehuurd moest worden, die des middags ook geheel vol liep. Het aantal bezoekers liep ver over de duizend. Onder leiding van onze uit de 1AMV zo bekende makker J. Hooyberg voerden achtereenvolgens sprekers van allerlei richting het woord. Jo de Haas betoogde de onwankelbaarheid van het antimilitaristisch beginsel, dat zal zegevieren, zodra het wordt toegepast. Tuma van de vlaamse r.k. JVA., onderschreef het standpunt, dat de huidige maatschappij tot oorlog leidt en verwacht slechts heil van de geest van het christendom. Mw. Smit—Schuckink Kool sprak er haar verbazing over uit, dat er nog moeders zijn, die hun jongens niet weigeren af te geven aan het militarisme en wees er op, dat de vrouwen zelf nu ook rechtstreeks met het militarisme te maken krijgen. Na de pauze deed Cor Huisman een beroep op de jeugd en hij critiseerde de pogingen van Nationaal Herstel om dit congres te doen verbieden. Mispelblom Beyer besprak de geestelijke weerbaarheid, wees op de noodzakelijkheid van overeenstemming tussen doel en middel en om zo nodig geïsoleerd pal te staan. Albert de Jong betoogde dat slechts de sociale revolutie, die kapitalisme en staat vernietigt en de macht in handen brengt van de arbeidersraden, aan het militarisme een einde zal maken. Die revolutie zal komen als gevolg van chaos en oorlog. Op die revolutie en niet op de oorlog, moet de tactiek der arbeidersbeweging zijn gericht.1) Van talrijke zijden, uit binnen- en buitenland, waren bewijzen van sympathie ingekomen te veel om te worden voorgelezen. Van het begin tot het einde heerste er een uitstekende geest. Het koor Libertas uit Den Haag was op eigen initiatief en kosten opgekomen en verleende spontaan zijn medewerking. Staande zongen aan het slot der vergadering alle aanwezigen met Libertas mede, toen dit koor het „Broeders laat ons de kazerne slopen" inzette. Natuurlijk bestonden er onder de bezoekers en sprekers van dit congres diepgaande politieke en godsdienstige verschillen. Het is de daad van de dienstweigering, die hen bindt en het zou niet mogelijk zijn met alle aanhangers van deze idee morgen de dag een eensgezinde politieke en economische actie te voeren op revolutionnaire grondslag voor de vernietiging van staat en kapitalisme en voor de opbouw van een vrije radenmaatschappij. Niettemin was dit congres een krachtige demonstratie van de overtuiging, dat het met de oorlóg uit moet zijn en van het bewustzijn, dat hij alleen kan worden overwonnen door de daad van onderen op, door de directe actie van het volk, door het zelf-doen. Dit congres was van betekenis, omdat het ertoe bij zal dragen dit bewustzijn te verbreiden en te versterken in de nederlandse arbeidersklasse.
l) Een uitgebreider verslag van het gesprokene kunnen we niet opnemen, maar thans reeds vestigen wij de aandacht op het officiële verslag, dat van dit congres zal worden uitgegeven.
De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg XIII, no. 40, 04-04-1936.26
AMSTERDAM. GROOT, DEMONSTRATIEF DIENSTWEIGERAARSCONGRES IN „BELLEVUE". Zondag 29 Maart had in het gebouw „Bellevue" een groot demonstratief congres plaats van dienstweigeraars. De opkomst was overweldigend, zo groot zelfs, dat er een tweede zaal moest worden bij gehuurd. Het aantal congressisten werd dan ook geschat op circa 1200. Voor de middag spraken er „Jo de Haas", S. Tuma, katholiek en Mevr. Smit-Schuckink Kool. Voor de rede van Jo de Haas zong eerst een zangkoor uit Den Haag een nummer. Daarna werd door de secretaresse van het comité van voorbereiding, Mevr. T. van Mierop-Mulder, begroetingsbrieven en -telegrammen voor gelezen van geestverwante organisaties uit Frankrijk, België, Zweden, Rusland, Amerika en een brief van Bart de Ligt uit Genève. Voor de rede van Mevr. Smit-Schuckink Kool kwant er ook nog een telegram van de „Katholieken Vlaamse vredesactie" en een brief van begroeting van onze jongens uit Veenhuizen. Na de middag, twee uur begon het tweede gedeelte van het congres. Toen spraken Cor Huisman, Ds. H. J. Mispelblom Beijer en Alb de Jong. Ongeveer half vijf werd door de voorzitter het congres gesloten onder het zingen van „De wapens neder". Het congres kan, wat de opkomst betreft, als geslaagd heten, want het was buiten verwachting. De organisatie was prachtig, de indeling der sprekers eveneens, daar Jo de Haas met een schitterende rede het congres inzette en Alb. de Jong met een zuiver gedocumenteerde rede sloot. De vrije socialist 04-04-1936.
05-04 Wormerveer Stigmatisatie (3 vergaderingen) (De Zaanlander 04-04-1936)
09-04 De Rijp Suggestie, Hypnose en Ideoplastie
Lezingen Jo de Haas. Suggestie en Hypnose. Donderdag jl. werd de laatste van de 3 winterlezingen gehouden over: Suggestie. Hypnose en ideoplastie. Deze lezingen hadden als doel, de verschijnselen begrijpelijk te maken, die zich eenige jaren geleden hebben gemanifesteerd aan Theresia Neumann en aan Paul Diebel. Destijds was er een geweldige belangstelling voor deze beide figuren, rond de zeer vreemd soortige verschijnselen welke zij manifesteerden. Jo de Haas heeft gepoogd op streng wetenschappelijke gronden deze verschijnselen duidelijk te maken en heeft daartoe in de eerste voordracht gesproken over het wezen der Suggestie en de gevolgen daaruit voortkomende. De tweede avond werd besteed aan het verschijnsel der Hypnose, waarbij ook werd belicht het wezen van het z.gn. slaapwandelen. Aan den hand van tal van voorbeelden werd duidelijk gemaakt welke zeer merkwaardige processen van geestelijke en als gevolg daarvan van lichamelijken aard, zich in en aan den mensch voltrekken. De derde voordracht werd besteed aan een bespreking van het "medelijden". Het ons allen wèl en toch nietbekende verschijnsel. Spreker liet zien wat medelijden zeer precies was, hetgeen voor de aanwezigen stellig een openbaring was. Zoodoende immers werd het duidelijk, dat het gewone medelijden eigenlijk de allereerste, zeer zwakke vorm is van het verschijnsel, dat Theresia Neumann manifesteerde en dat bij haar wordt genoemd: Ideoplastie. Ook deze voordracht heeft ongetwijfeld weer tot dieper inzicht der bezoekers bijgedragen. De voorzitter hoopte dan ook dat deze voordrachten die de levensproblemen, zaken waarvoor toch eigenlijk ieder mensch zich interesseeren moet, óók in de Rijp de belangstelling niet alleen zullen houden maar vooral vergrooten. De lezingen zullen in de herfst worden voortgezet. Rijper Nieuws- en Advertentieblad 11 april 1936.
16-04 Groningen Genève, Locarno en de Bezetting A.M.V. en Vrije Groep van het Rijngebied
“Genève, Locarno en de Bezetting van het Rijngebied" Over bovenstaand onderwerp sprak hier op Donderdag 16 dezer Jo de Haas voor de A.M.V. en Vrije Groep, voor een zeer slecht bezette zaal. Er waren slechts een 60-tal mensen opgekomen, om naar de vlotte en zeer duidelijk en mooie rede van Jo te luisteren. Spreker schetste o.a. dat de bezetting van 't Rijnland, kapitalistisch bezien, niets heeft te betekenen, dan een bedreiging van 't Engels, Frans en Belgisch kapitalisme. Wat Duitsland nu heeft gedaan, hebben de andere staten van Europa al lang geleden gedaan, n.1. het versterken zijner grenzen. Nu maakt men er een heel lawaai over, terwijl er bij de andere staten geen notitie van werd genomen in die mate. Spreker zei dat dit alles gebeurde op grond hiervan, dat men de leuze: „Fascisme is oorlog", hiermede kon handhaven. Jo leverde van deze leuze precies 't omgekeerde, 't bewijs, n.1. dat: „Oorlog is fascisme". En dat de landen die nu zo op 't fascisme schelden, zelf 't fascisme hebben gewekt, en wel in hoofdzaak de democratische landen. In 't slot zijner rede betoogde Jo nog op zeer duidelijke wijze, dat 't fascisme overal heerst, ook in Nederland en ook in Groningen. Dit blijkt wel duidelijk uit de moeilijkheden, die we hier hebben gehad om deze openbare vergadering te houden. Van politiewege is dit n.1. zeer tegengewerkt.De opkomst daargelaten, was het een prachtige vergadering en zij die er niet geweest zijn, hebben een prachtige leerzame avond voorbij laten gaan. Tot slot sluit ik me gaarne bij de woorden van Jo aan, dat al is de opkomst ook klein, dan kan 't resultaat nog wel groot zijn, door u op te geven als lid der A.M.V. Het is nu meer nodig dan ooit. Deze vergadering heeft iedere groep een strop bezorgd van ± ƒ 16, een gezamenlijke strop dus van ƒ 32. De A.M.V. heeft misschien een gulden of 6 in kas. Trek hieruit nu zelf eens uw conclusie. Een vereniging die werken wil, wat zij heeft getoond, doch die niet meer werken kan, tenzij er vele nieuwe leden en werkers komen. Hier volgen nogmaals enkele adressen, waar u zich kunt vervoegen voor de A.M.V.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 17, 25-04-1936.
30/31/01-06 Appelscha Pinksterlanddagen
Zondag, des namiddags, hielden Jo de Haas en Max v. Praag in afwisseling van zang en muziek, hun inleidingen. Veel willen wij over deze inleidingen niet zeggen, daar ons verslag beknopt moet blijven. Wij allen kennen Jo en M. v. Praag ook wel als revolutionairen, antimilitaristen en anarchisten. Beiden brachten waarheden als koeien, ongetwijfeld, maar beiden beklemtoonden naar veler mening te veel de schaduwzijde. Realiteit is goed en noodzakelijk, maar idealisme eveneens. Ook wij hebben lichtpunten nodig, die er zijn en moeten zijn. Zonder het geloof in de toekomst is strijden voor ons ideaal onmogelijk. Anders was het met de kampvuurrede die Jo inplaats van Schermerhorn uitsprak, welke door ongesteldheid was verhinderd. De kampvuurrede werd voorafgegaan door het zingen van het eerste couplet van „Morgenrood". Jo heeft ons allen weten te bezielen met een warm dienend idealisme, het kenmerk van het kampvuur. Dergelijke ogenblikken zijn zo heerlijk. Je hoort een stem, ziet een gelaat, waarop licht en schaduw flitsen en je luistert diep bewogen. Nooit dringt het gesproken woord dieper tot je door, dan bij het kampvuur. Het maakt je sterk. Hoe weinig van zulke momenten zijn er in ons zakelijk koude leven, waar alles draait om de materie. O, dat het altijd moge zijn als de vlam waar Jo van sprak, die zichzelf verteert en zodoende zichzelf onderhoudt. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 25, 20-06-1936.27
26-07 Boelenslaan Geen titel (De arbeider 18-07-1936)
Meeting F.P.C.
29-07 Den Haag/ Delft De vrije gedachte als levensstijl, De Dageraad contra oorlog en fascisme (De syndicalist 25-07-1936)28
02-08 Hengelo Tegen oorlog en reactie
MEETING OP DE WAARBEEK. Op een terrein achter de Waarbeek werd door het Twentsch Vrede-comité Zondagmiddag een openluchtmeeting gehouden, waarbij verschillende sprekers het woord voerden en zangvereenigingen uit Enschede en Almelo hun medewerking verleenden. De voorzitter van het comité, de heer ten Bouwhuis uit Enschede, sprak het openingswoord. Spr. herinnerde aan de dagen van Augustus 1914, het begin van den grooten wereldoorlog. Hij waarschuwde voor een dreigenden Europeeschen oorlog, haalde voorbeelden als den strijd tusschen Italië—Abessinië en den burgerkrijg in Spanje aan en spoorde de aanwezigen aan waakzaam te zijn. Nadat de zangvereeniging „Geluk door Vrijheid" eenige liederen had gezongen, werd het woord gevoerd door de heeren J. de Haas, B. Lansink Sr. en Gé Nabrink. Alle sprekers wezen op de noodzakelijkheid van een groote vredesactie. Het militaire apparaat, dat in Augustus 'l4 geen kinderspeelgoed bleek te zijn, ligt ook thans weer op de loer om de volkeren van Europa tegen elkaar op te hitsen. De heer de Haas, meende, dat, door de gebeurtenissen in Spanje, in Abessinië en andere landen van Europa de menschen wakker zouden worden en tijd zouden vinden om te strijden voor de vredesactie. Zeker, vervolgde spr., ook tegen reactie moet gewaakt worden, doch de waakzaamheid hiertegen is reeds een begin van den strijd voor de vredesactie. De heer Lansink besprak 't verloop van het conflict Italië—Abessinië en constateerde dat, noch de Volkerenbond, noch de sancties, positieve resultaten hadden opgeleverd. Hij richtte zich tot de arbeiders, die volgens spr. mede schuldig waren aan oorlog en reactie. Spr. wist wel, dat groote machten in het geheim den oorlog voorbereiden, doch hij meende, dat van alle wereldbewoners er maar een klein percentage was dat den oorlog werkelijk wilde. En daarom vervolgde spr., moeten wij allen ons best doen, helpen vechten en strijden voor de verbreiding van de vredesactie. De heer Nabrink besprak de standvastigheid van het kleine troepje aanwezigen, die het slechte weer trotseerden en toch bleven luisteren naar de woorden van hen, die waarschuwden tegen den dreigenden oorlog en de reactie. Spreker hoopte, dat deze standvastigheid zich zou uiten bij velen om daadwerkelijk de vredesgedachte te propageerenNieuwe Hengeloosche courant 03-08-1936.
HENGELO.
Onze meeting. Prachtig geslaagd, ondanks dat de regen een lelijke spelbreker was. Of liever juist daardoor, omdat de regen geen verlopen of uiteenvallen der meeting heeft veroorzaakt, maar de bezoekers tot het laatst bij een bleven. Er heerste een goede geest en wel zodanig, dat een groep zangers, spontaan te midden van de spettende en spattende regen, een lied aanhief. Een poos moest bij de 2de spr. Lansink sr. de meeting onderbroken worden, door het neerplensende regenwater. Maar toen 't even minder werd, geheel droog werd het dien middag niet meer, vervolgde de oude veteraan zijn rede weer. Nu, L. kan ondanks zijn gevorderde leeftijd nog best zijn woordje doen. Hij toonde aan dat door het pacifistisch gedoe, wij geen stap nader tot de vrede zijn gekomen. Neen, alleen de arbeiders zijn in staat door een solidaire algem. werkstaking van het vervoer en het vervaardigen der oorlogsgoederen en materiaal de oorlog te verhinderen. En hierdoor drukt een grote schuld op de arbeidende klasse dat zij dit nog veel te veel nalaat. En moet ons verwijt vast niet alleen de heersende machten treffen. De eerste spreker, Jo de Haas, deed uitkomen dat zij, die menen, omdat wij door geweldsmachten omgeven zijn en nu weer door de opstand in Spanje, niet moeten zeggen: „Wat heb je nu aan dat antimilitarisme". Neen zegt spreker, juist nu bewijzen de feiten, dat het broodnodig was en is. Laten wij vervolgens, zegt spr., ons verheugen, dat er toch een klein lichtje gloort. Dat er toch een gedeelte der mensheid is die trots alle geweld, boven dit geweld wil uitkomen. Dat is wel een hele grote vooruitgang. En het zal blijken dat daardoor trots alle geweldsmachten de geestelijke waarden der mensheid overwinnen zullen. Gé Nabrink besprak meer de algemene Europese toestand, om vooral stil te staan bij gebeurtenissen in Spanje die van hoge en grote ernst is voor de arbeidersbeweging. Hij meende vooral dat bij zulke rev. bewegingen en aanvallen der reaktie, de volkstraditie van een land van groot belang was. Alhoewel, door verschillende economische oorzaken, zo'n traditie verflauwen en afnemen kan, zoals in Nederland ook 't geval is. Maar toch moeten wij ondanks alles, ons niet aan te veel pessimisme overgeven, evenmin aan te veel optimisme. Want, al wordt in Spanje de reaktie neergeslagen, dan zal men nog voor ontzaggelijke moeilijkheden staan. Ongeveer half zeven werd de meeting, die om half vier begon, gesloten, zonder een enkel incident. Alleen de aanwezige politie wilde inzage hebben van de referaten der sprekers. De voorzitter zeide hem, dat zij dan maar luisteren moesten. Zoals altijd kweten „Geluk door Vrijheid" 'en de „Volksstem" zich goed van hun taak, ofschoon hun zang door de regen bemoeilijkt werd. Er waren om en bij de 400 bezoekers, waaruit blijkt waaraan Gé Nabrink voor 't hele land grote waarde hechtte-- dat ook in Twente voor de libertaire beweging nog een goede kern is. De vrije socialist 12-08-1936.
09-08 Emmer-Compascuum De opstand in Spanje Vrije Groep (De arbeider 08-08-1936)
E.-COMPASCUUM. Zondag (6 Juni 1937 lgj) sprak alhier A. L. Constandse, over het onderwerp „Mijn ervaring in Spanje". De zangver. „Zang na de Arbeid", verleende hieraan haar medewerking. Zij luisterde deze bijeenkomst op door verschillende strijdliederen. Het slot van Constandse's betoog kwam hierop neer, dat de anarchisten in Spanje een hopeloze strijd voeren, dat, indien zij voet bij stuk zouden houden, ze zouden moeten vechten tegen verschillende andere mogendheden als Frankrijk, Rusland, Engeland enz. Dit was echter voor vele luisteraars geen nieuws, daar Jo de Haas, die vandaag de dag meer dan ooit door de feiten in 't gelijk wordt gesteld, ons dit reeds mededeelde op een meeting, gehouden den 9en Aug. 1936 (cursief, lgj.) En toen Jo ook in verschillende andere plaatsen des lands eenzelfde zeer geschiedkundige en rijk door feiten opgebouwde redevoering hield, werd Jo betiteld als psychopaath. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 47, no. 25, 19-06-1937.
23-08 IJmuiden Wat leert ons de Spaanse I.A.M.V. revolutie? (De syndicalist 22-08-1936)
13-09 Den Haag
De Vrije Soc. Ver.
Geslaagde meeting. De openluchtmeeting der Vrije Soc. Ver. op Zondag 13 September op het Malieveld is wederom uitstekend geslaagd. Ruim 600 personen, w.o. zelfs velen met oranjestrikjes, luisterden met grote belangstelling naar het betoog van kam. Jo de Haas, die op vlotte en duidelijke wijze de politieke achtergrond van het spaanse gebeuren besprak en voornamelijk de rol der „Bloedige Internationale" in het daglicht stelde.Jammer, dat in verband met de voorschriften om 5 uur moest worden gestaakt, want nog steeds werd de kring van luisteraars groter. De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg XIV, no. 12, 19-09-1936. 20-09 Wijnjeterp Spanje en 't anti-militarisme
WIJNJETERP. Tot méér dan grote verwondering lazen wij, dat de meeting, die zonder enige onderbreking een tiental jaren had plaats gevonden niet doorging. Deze meeting gaat thans toch door en wel op Zondag 20 September op het terrein van Blauw. Het moet ons van het hart, dat het de laatste paar jaar in het eens zo prachtige Friesland méér dan erg is! En méér dan schandelijk! Men mag zich in die provincie diep schamen over de treurige inzinking die er heeft plaats gevonden. Is het niet allervreselijkst dat wij niet eens een meeting kunnen houden, terwijl er geweldige dikke woorden worden gebruikt over Spanje. Hele troepen geweldigdoende mensen. Je moet ze horen — wij hier ook zó, wij ons hier ook aan brokken laten schieten, hoera op voor de barricade! Terwijl ze nog te beroerd zijn een meeting te bezoeken… Diepe schande over de hele rommel. Wij zouden een meeting houden in Bakkeveen. De burgemeester verbood het! Dus schreef ik in Mei — de meeting organiseren! Tot op dit ogenblik heb ik zelfs nooit antwoord gehad….. Als de eeuwig bekende „pessimist" heb ik mij dan ook diep te beklagen over alle „optimisten" die wat daasden toen het zonnetje scheen, maar die al jaren lang weg zijn…. We bidden dan ook niemand of-ie asjeblieft de meeting in Wijnjeterp wil bezoeken, 't Zal 20 September bovendien wel slecht najaarsweer zijn en we zitten in dezelfde gemeente als Bakkeveen….. Maar de Spanjaarden gaan tegen kogelregens in, zodat wij ons dood moeten schamen als we niet eens tegen waterregens in durven. Maar ja — zo ziet nu een failliete boedel er uit die in 1925 „optimist" was…. In ieder geval gaat de meeting in Wijnjeterp door. Al is er één bezoeker. Jo de Haas fietste er wel voor van Den Haag naar Wijnjeterp. Is maar 250 km. Mogen we allemaal spoedig dood gaan. Maar dan ten minste even dapper als in Spanje. Eerst gaan we naar Wijnjeterp …..JO DE HAAS.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 37, 12-09-1936.
WIJNJETERP. Het slechte najaarsweer was er niet…. Wel een prachtige laatste zomerdag! En één bezoeker was ook al een misrekening…. we hadden bijna het dubbele aantal van vorig jaar! We waren dan ook zeer tevreden over dit resultaat, te meer waar het nuttig effect groter is dan de meeting op zichzelf! Zowat uit elk hoekje was iemand opgekomen — een bejaarde man was op z'n eentje „eventjes" uit Franeker gekomen. Nou — het had Jo de Haas op de kop af 460 K.M. gekost…. Hoeveel te erger is het dan te moeten vaststellen dat uit Appelscha niet één, maar dan ook niet één bezoeker was…..Het rode Appelscha van 1925…. Had daarvandaan nu niet een flinke fietsploeg georganiseerd kunnen worden?! één dood uur fietsen……Efin — er zijn perspectieven voor de winter geopend. Enige tourné's zijn voorlopig in elkaar getimmerd. Tijnje gaat aan de slag, Bakkeveen neemt een week voor zijn rekening, Leeuwarden zal ook weer proberen enz. Allemaal even uit de dommel en we hebben zo maar een 50 vergaderingen en met een goed biljet en wat arbeidskracht slagen ze ook allen zonder enige financiële kopzorg. Begin October zal waarschijnlijk ook Groningen herleven. Mochten er in de eerste helft van October in een of ander dorp in de provincie Groningen vergaderingen voor Spanje begeerd worden dan stelle men zich even in verbinding met Jo de Haas, Achillesstraat 56, Amsterdam, waardoor allicht bij de stad Groningen kan worden aangesloten.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 39, 26-09-1936.
24-09 Bolsward Spanje en het anti-militarisme
BOLSWARD. Zo is dan ook weer hier onze winter-actie ingezet. Donderdag 24 September hadden we een vergadering in 't Volksgebouw, welke bezocht was door 50 mensen. Kam. Jo de Haas opende deze vergadering en D. de Wit kreeg vervolgens het woord. De vergadering in Pingjum (26 September) was best bezocht, de beide sprekers hadden een aandachtig en dankbaar gehoor. En, wat het mooiste is, uit deze vergadering kwamen weer stemmen om ook in de andere omliggende plaatsen weer eens wat te doen. Te Witmarsum bereidt onze oudgediende een vergadering voor, terwijl verder voor de maand November Harlingen, Kimswerd, Makkum en Hindelopen weer zullen worden bezocht. Al met al, dank zij de nodige voorbereiding, dus weer goede vergaderingen, die ook financieel geen strop zijn geworden. En nu verder.De arbeider;socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 40, 03-10-1936.
VERGADERING ANTI-MILITARISTEN. In het Volksgebouw werd Donderdagavond een vergadering gehouden waarbij de heeren D. de Wit en Jo de Haas behandelden het onderwerp: ,„Spanje en de anti-militaristen". Ongeveer 'n 50-tal bezoekers waren aanwezig. De heer de Wit als eerste spreker, meent te mogen constateeren, dat de gebeurtenissen in Spanje ons wijzen op een geestelijke verwildering. De anti-militaristen hebben steeds tegen die verwildering gewaarschuwd, maar men heeft er geen aandacht aan geschonken. In 1918 heeft men gemeend voor altijd de oorlog uit de wereld te bannen, maar men is bedrogen uitgekomen. De anti-oorlogsgeest is bij de massa nooit diep geworteld. De anti-militarist gevoelt, dat in den mensch nog leeft de primitieve gemeenschapsgedachte, daarom kan bij hen nooit sprake zijn van mee-arbeiden aan het oorlogsapparaat. Zij willen opheffing van elke oorlogsindustrie, Geheel anders is dit in de kapitalistische samenleving die het oorlogsapparaat noodig heeft voor vergrooting van de winst, Een geestelijke wedergeboorte moet er komen om den mensch te brengen tot de afschuw van elke oorlog. In onzen tijd van 't fascisme wordt de noodzakelijkheid van het anti-militarisme meer en meer gevoeld. Het beginsel dienstweigering is een absoluut onthouden van elke oorlogsdaad of dreiging; de leuze geen man en geen cent voor het militarisme, is ook thans nog urgent.
De tweede spreker, de heer Jo de Haas, begint met een woord van den grooten dichter Goethe: Het kwaad straft zich zelf op aarde. Het aanvaarden van den wereldoorlog van 1914 is een kwaad dat zich nog dagelijksch ook aan ons straft. Het Fascisme en het militarisme is een gevolg van deze wereldoorlog. Dat de Katholieke kerk momenteel in Spanje in de verdrukking komt, ligt ook aan die kerk zelve. Zij was vereenzelvigd met de monarchie. Zij heeft weinig of niets gedaan voor het gewone volk en niet getracht verbetering te brengen in het analphabetisme. Het is wel eigenaardig dat de mentaliteit van onze Neerlandsche burgerlijke bladen zoo geheel anders is over de muiters in Spanje, die nationalisten genoemd worden dan over de muiters Op de Zeven Provinciën. De eerbied voor 't wettig gezag is een vooze leuze geworden. De Spaansche burgeroorlog is een proloog van de komende wereldoorlog, de stukken op 't wereldschaakbord worden nu opgesteld. In de Spaansche oorlog zien we het wereldfascisme gepropageerd door Duitschland in zijn strijd met het volk. Spreker belicht uitvoerig de verdragen van Versailles en Locarno, de herbewapening van Duitschland, de zwendel in de wapenleveranties, de Italiaansche diefstal in Abessinië, enz. De millioenen menschen, die nog geloofd hebben in de Volkenbond zijn bedrogen uitgekomen. Het Europeesche kapitaal steunt op de onmondigheid van een 400 millioen menschen met een andere huidkleur dan wij. Wanneer de wereld maar verdeeld kon worden in twee groepen, waarvan de eene roept om het Fascisme en de andere om de democratie, is het ideaal van het wereldkapitaal bereikt. Zoo bezien is de toestand in Spanje geen burgeroorlog, maar het voor spel tot de groote wereldbrand. Als het Fascisme op de wereld voortholt is dit het gevolg van het feit, dat de volkeren 't anti-mil. hebben verwaterd; alle arbeiders hadden direct na den oorlog de arbeid aan de oorlogsindustrie moeten weigeren. De taak van de anti-militaristen is de ontwapening te propageeren en het militair apparaat te ondermijnen. De heer de Wit sloot deze vergadering met een woord van dank aan spreker en toehoorders. (Bolswards Nieuwsblad 26 september 1936).
26-09 Pingjum Spanje en het anti-militarisme
(De arbeider 03-10-1936)
29-09 Amsterdam Spanje en het Anti-Militarisme I.A.M.V. afd. (De arbeider 19-09-1936) 30-09 Zaandam Spanje en wij
Mooie vergadering. Verleden week heeft kam. Jo de Haas te Zaandam gesproken voor de afd. I.A.M.V. en de Provinciale Samenwerking. Als onderwerp had hij „Spanje en Wij". Hij begon met te constateren, dat die mensen, welke altijd het verwijt moesten horen, dat zij aan het zweven waren, en de praktische strijd verwaarloosden, dat juist deze mensen het zijn, welke begrip voor realiteit tonen en niet bij de eerste de beste windvlaag aankwamen dragen met verouderde begrippen als daar zijn, dat wij met militair geweld het fascisme zouden kunnen verslaan. Heel duidelijk toonde hij ons aan, wat de buitenlandse politiek van Duitsland was en dat de Spaanse arbeiders niet vechten tegen Spaanse fascisten, maar te maken hebben met het Duitse imperialisme, dat de oorlog laat beginnen op Spaans grondgebied, om zijn koloniale politiek door te kunnen zetten. Voor een ieder begrijpelijk, zette hij uiteen, wat voor aandeel ook hier de „Bloedige Internationale" had, en voorts toonde hij aan wat de arbeiders hier tegenover moesten stellen. De economische aktie der arbeiders in de bedrijven, kan ook weer hier alleen het middel zijn, waarmee de arbeidersklasse onverslaanbaar is. Als de arbeiders beginnen te weigeren met oorlogstuig te maken of te vervoeren of m.a.w. het machtsinstituut der kapitalistische klasse onmogelijk maken, dan zijn wij op weg een nieuwe maatschappij te stichten met mensen, bezield met een andere geest. Tragisch was, dat hij Albert de Jong moest citeren uit z'n brochure „Oorlog tegen Hitler-Duitsland?" Toen deze nog rev. anti-militarist was, schreef hij: „Het wapen der militaristen keert zich tegen de arbeiders aller landen, maar het wapen van de arbeid keert zich tegen het militarisme aller landen". Laten wij hopen, dat ook deze mensen van hun dwalingen terugkeren en de vaan der libertaire socialisten hoog houden, opdat wij als geschiedenismakers nu, niet de voorlopers kunnen worden van het fascisme in 1960. Over het geheel een reuze vergadering, zowel moreel als financieel! WIM SLOOTEN.De vrije socialist10-10-1936. 04-10 Groningen Spanje en wat onze houding in deze moet zijn
Zo is dan de openb. verg. weer achter de rug. Zondag de 4e Oct. had de V.S.V. hier in 't huis de Beurs een verg. belegd met als spreker Jo de Haas, die bezocht was door plm. 100 personen. Kam. Jo de Haas hield een rede over Spanje en wat onze houding in deze moet zijn. Op duidelijke wijze zette de spreker uiteen, hoe wij de spaanse kam. het beste konden helpen, hoe de bovengewelddadige middelen ons tot de meest bevredigende resultaten zou brengen. Velen kwamen hierop in beweging, wisselden van gedachten, wat voor velen ook zeer leerrijk was. reeds gingen er stemmen op voor een debatverg. tussen Jo de Haas en Alb. de Jong. Mochten die mensen nu ook eens laten zien dat het hun ernst is. Dan kan ook dat toch zeker wel hier in orde komen. Immers als allen aanpakken is het toch niet zo moeilijk zoiets tot stand te brengen. Vooruit dan! En nu vooruit en niet versagen, tot grote activiteit, opdat onze gedachte juist nu op grote schaal worde verspreid. Laten de leden der V.S.V. nu allen eens op de eerstvolgende h.h. verg. aanwezig zijn, laten tonen dat ook zij nog belang in het wereldgebeuren stellen. Juist nu is het nodig, dat er met volle energie wordt aangepakt. Vooruit dan. De eerstvolgende openb. verg. mag geen financieel tekort meer opbrengen, dus het bezoek wordt nu door allen opgevoerd. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 41, 10-10-1936.
Spanje en sommige Anarchisten. Zondag j.1. werd alhier een vergadering gehouden waar als spreker optrad Jo de Haas. Als onderwerp was gekozen „Spanje en Wij". Met het standpunt, hetwelk de spreker daar uiteenzette, kunnen wij als syndicalisten ons natuurlijk lang niet verenigen en ook vele van de aanwezige anarchisten waren het niet met de spreker eens. Dit bleek ook uit de verschillende vragen, die er gesteld werden, en uit de beantwoording van de spreker bleek, dat hij zich naar aanleiding van het standpunt, hetwelk hij uiteengezet had zelf tegensprak. Zijn gehele betoog kwam hierop neer, dat hij zich niet kon verenigen met de houding van de spaanse kameraden ten opzichte van het geweld en ook de houding van Albert de Jong en de gehele syndicalistische beweging meende hij te moeten afkeuren. Maar zoals het met vele van deze individuele anarchisten het geval is, ging het ook hier weer. De houding van andere bewegingen afkeuren, maar om er zelf iets positiefs tegenover te stellen, daartoe zijn ze niet in staat. Toen de spreker dan ook de vraag gesteld werd, wat hij doen zou wanneer ook hier te lande het fascisme met bruut geweld de arbeidersklasse zou willen neerslaan, zich zonder verzet af laten slachten en lafhartig ondergaan of zich met alle mogelijke middelen te verdedigen, kreeg de vragensteller ten antwoord, dat natuurlijk het laatste het geval zou zijn, indien het eens zo ver mocht komen, maar dat hij onder geen enkele voorwaarde gebruik zou maken van een vlammenspuit. Een dergelijk antwoord, hetwelk natuurlijk in geen enkel opzicht de vragensteller kon bevredigen en ook het grootste gedeelte van de vergaderingbezoekers niet, was voor de voorzitter aanleiding om de vergadering te sluiten, daar we er op een dergelijke wijze toch niet uit kwamen. Wanneer de anarchisten menen met het beleggen van dergelijke vergaderingen de moedige en heldhaftige strijd van de spaanse kameraden te dienen, menen wij als anarcho-syndicalisten, dat juist het tegenovergestelde het geval is en wij zouden dit met verschillende bewijzen kunnen aantonen. Wij voor ons zijn de mening toegedaan, dat wanneer enkele spaanse anarchisten eens in staat waren geweest, de mening die Jo de Haas als anarchist hier naar voren bracht, aan te horen, zij zich met een meewarig hoofdschudden van hem afgewend zouden hebben.De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg XIV, 1936-1937, no. 15, 10-10-1936.
10-10 Emmer-Compascuum Spanje, het probleem van het Vrije Groep geweld(De arbeider 10-10-1936)
20-10 Westzaan Spanje en wij
(De Zaanlander 17-10-1936)
22-10 IJmuiden Geweld of geweldloosheid
I.A.M.V. afd. Velsen (IJmuider Courant 22 oktober 1936)
23-10 Haarlem Spanje en de revolutionaire arbeidersbeweging
(De vrije socialist 24-10-1936)
25-10 Alkmaar Waarom is de arbeidersbeweging Prov. samenwerking op de wegbereider voor het fascisme?anti-milit. gebied in Noord-Holland(De arbeider 24-10-1936) 26-10 Heiloo Spanje (De arbeider 24-10-1936)
28-10 Wieringen Spanje en Wij
WIERINGEN Verslag vergadering Jo de Haas. Voor de Prov. Samenwerking op Anti-Mil. gebied in Noord-Holland sprak alhier Woensdagavond j.1. Jo de Haas over „Spanje en Wij". Jo de Haas, die het rev. anti-mil. verdedigde en pleitte voor dienstweigering nu, steeds en overal, was in zijn meer dan twee uur lange rede meer dan duidelijk. In Spanje, zo zeide Jo, heerst niet zoals velen menen een burgeroorlog, maar een formele oorlog. De Spanjaarden vechten dus niet tegen het Spaanse fascisme, maar tegen het wereld-fascisme. Hij besprak in 't bijzonder de houding van Duitsland, Italië en Engeland enz. Wees op de gevaarlijke tendenzen, die uit de gewapende strijd voort kunnen komen, en achtte het tenslotte noodzakelijk dat de zaken principieel gesteld worden in zake wapengeweld en terreur-maatregelen. P. Ottens (syndikalist) stelde enige vragen die door Jo op kameraadschappelijke wijze werden beantwoord. Zo heeft deze vergadering dan weer, alhoewel de opkomst niet groot was, zijn nut gehad en velen tot denken verplicht over hetgeen in Spanje gebeurt. R. H.
De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 45, 07-11-1936.
Vergadering van het Revolutionnair Anti-Militaristisch Comité, - Jo de Haas spreekt. Woensdagavond heeft Jo de Haas voor het Rev. Anti-Mil. Gewestelijk Comité, in de zaal van den heer Scheltus gesproken. Te ruim half acht sprak de heer R. Holtjer het openingswoord uit, waarna Jo de Haas dadelijk met zijn rede aanving. Spr. belichtte het anti-militarisme in verband met de gebeurtenissen in Spanje op een duidelijke wijze. Spr. zei o.a. dat de leiders van het antimilitarisme thans een moeilijke taak hebben. Zij moeten niet alleen tegen het kapitalisme strijden maar ook tegen sommige kameraden uit eigen kring, die door de gewelddadige strijd in Spanje van meening zijn veranderd. Dat daar die strijd woedt is de schuld van de arbeiders zelf; zij toch hebben in de 18 jaren na den wereldoorlog hun taak als anti-militarist niet begrepen en dit blijft, zooals we thans zien, niet ongestraft. Velen hebben geloofd in den Volkenbond. Deze brengt echter geen ontwapening, neen eerder bèwapening. Momenteel is de wereld eigenlijk niets dan één groot wapenarsenaal, waaruit de fascisten wapens putten om de arbeiders om hals te brengen. De Spaansche arbeiders vallen als slachtoffers van hun eigen fouten, zij hebben dus als het ware zelfmoord gepleegd. Velen roepen: wapens naar Spanje; ons advies is: ,,Geen wapens naar Spanje". Spreker besprak verder nog de laatste internationale gebeurtenissen. Nadat nog eenige vragen waren beantwoord, sloot de voorzitter de vergadering onder dank aan den spreker. (Schager Courant 30 oktober 1936).
29-10 Sint Maarten Spanje (De arbeider 24-10-1936)
30-10 Kolhorn Spanje en wij
KOLHORN REDE JO DE HAAS. Voor de rev. anti mil. trad alhier op de heer J. de Haas met het onderwerp „Spanje en wij". Er was niet veel publiek aanwezig. Daar de heer de Haas nog geen drie dagen tevoren een lezing van gelijke strekking in Wieringen had gehouden waarvan wij een uitvoerig verslag opnamen meenen wij met verwijzing daarnaar te kunnen volstaan. (Schager Courant 2 november 1936)
31-10 Aartswoud Spanje (De arbeider 24-10-1936)
03-11 Oldeboorn
Vrije groep Spanje (De arbeider 31-10-1936)
04-11 Tijnje
Vrije groep Spanje!
Voor ons sprak Jo de Haas Woensdag 4 November, met als onderwerp: Spanje! Het is de wereldoorlog 1914— 1918 aan wien wij het fascisme te danken hebben, dat de laatste jaren met grote kracht zich over de wereld verbreidt en thans bezig is zich in Spanje te vestigen. De overwinning van het fascisme zal ons een grote stap nader brengen tot een herhaling 1914—1918. Moeten zij, die onze idealen voor heilig verklaarden, het thans opnemen voor het geweld? Hiertegenover stelde Jo de bovengewelddadige anti-militairistische strijd. Met een opwekking tot protest tegen de gevangenhouding der dienstweigeraars en strafverzwaring in het bijzonder besloot Jo zijn duidelijke uiteengezette rede.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 46, 14-11-1936.
05-11 Beets Spanje (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Vrije groep courant 04-11-1936)
06-11 Boelenslaan Spanje (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Vrije groep courant 04-11-1936
07-11 Boornbergum Spanje (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Vrije groep courant 04-11-1936
22-11 Den Haag Antimilitarisme
De filmochtend der HKK. op 22 November j.1. was minder druk bezocht dan we gewend zijn. Ongeveer 400 bezoekers. Spreker was kam. Jo de Haas, die er o.m. op wees, dat gans de wereld om oorlog schreeuwt. Meer nog dan in 1914 is het volk thans bereid zijn moordlust en sadisme bot te vieren, ondanks jarenlange vredespropaganda. De strijdmethodes besprekend, was Jo de Haas van oordeel, dat het nimmer gerechtvaardigd is de „wapens der barbaren" te hanteren (dit althans niet als strijdmiddel te propageren). De strijd tegen het fascisme is een strijd tegen geestelijke en morele verwildering, die we voornamelijk met de geest moeten bekampen. Bovendien staan ons nog practische strijdmiddelen genoeg ten dienste, die meer in overeenstemming zijn met het doel, hetwelk we beogen. De rede werd met aandacht en instemming gevolgd. Na de pauze werd de film: „Kameradschaft" vertoond. De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg XIV, no. 24, 12-12-1936.
24-11 Amsterdam Wat Spanje ons leert
De actie in Betondorp. De Openbare Vergadering belegd door de Vrije S. V. Betondorp in combinatie met de I.A.M.V. afd. A'dam is prachtig geslaagd. Spreker was Jo de Haas, met als onderwerp de gebeurtenissen in Spanje. Met volle aandacht volgde men den spreker z'n twee volle urenbetoog voor 't „Anti-militarisme". Er waren enkele debaters, die door H. goed en logisch werden beantwoord. Er was nog deklamatie door mej. Zurendonk en er waren circa honderd mensen aanwezig, wat voor Betondorp als goed geslaagd mag heten. Met al en al, een zeer mooie en leerzame vergadering. De mensen daar kunnen met tevredenheid op hun werk terugzien. En nu voorwaarts naar een nieuwe vergadering.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 48, 28-11-1936.
28-11 Oterleek Over Spanje
Uitgaande van de Prov. Samenwerking op anti-militairistisch gebied vond Zaterdagavond een openbare vergadering plaats in café van Ham. De spreker van den avond, Jo de Haas, begon met te herinneren aan hetgeen hij een jaar geleden op deze zelfde plaats betoogd had inzake het conflict in Abessinië. Inmiddels hebben de feiten bewezen, dat de revolutionnaire anti-militairisten het toen goed hebben ingezien. Zij, die destijds meenden, dat de Volkenbond een rol zou spelen, of dat de sancties iets zouden uitwerken, zijn wel bedrogen uitgekomen. Alle gepraat ten spijt, werd Abessinië het kind van de rekening. Uit een boek van generaal de Bono blijkt, dat reeds in 1933 het plan in Italië vaststond, om in 1935 tot den aanval over te gaan. Duitschland was de stille bondgenoot van Italië, gelijk het dit thans meer openlijk is in den burgeroorlog in Spanje. Als het Spaansche avontuur beëindigd is, zal het volgende drama spelen in den Balkan en wel in Tsjecho-Slowakije, het eenige democratische land van den geheelen Balkan. Openlijk en brutaal is men reeds bezig aan een z.g.n. blokvorming. Dat de massa zich nog steeds blind staart op noninterventie enz. wekt verwondering. Wat zich momenteel in Spanje afspeelt, is geen burgeroorlog meer, het is méér dan dat. Duitschland voert er oorlog tegen Frankrijk, hetgeen te verklaren is vanuit den wereldoorlog. Duitschland wil van Spanje maken een Nazi-Spanje, om er een militaire strategische basis van te maken. Langs de geheele Fransche grens loopt een muur van ijzer en beton, door de 300 forten, van welke er tot 100 meter onder den grond zitten. Deze zijn vrijwel onneembaar, vandaar de begeerte om vanuit het Zuiden en Westen in Frankrijk te kunnen binnenvallen. Bovendien beschikt Spanje over het z.g. mangaanerts, wat voor de oorlogsindustrie onmisbaar is, en over kwikzilver en nikkel. Men had evenwel niet gerekend op dezen hardnekkigen tegenstand, welke met den dag heviger wordt. Momenteel kan er gesproken worden van een evenwichtstoestand, tengevolge van hulp uit Sovjet-Rusland. Dit zal weer tot natuurlijk gevolg hebben, dat de steun aan den rebellengeneraal Franco door Duitschland en Italië meer openlijk en agressief zal worden verleend. Hierin schuilt het groote gevaar voor een nieuwen wereldoorlog. Onder de leuze: fascisme of democratie hitst men de menschen tegen elkander op. Hoe het ook loopt, de arbeiders betalen altijd het gelag. De overwinnaar in een oorlog moet zich militair veilig stellen en dus weer meer bewapening voeren, dan de overwonnene. Uit elken oorlog wordt een nieuwe oorlog geboren, dat leert de geschiedenis. Dat te keeren is alleen mogelijk, door af te rekenen met het militairisme. Dit moet geschieden van onderen op. Onder welke leuze men de menschheid ook oproept, in wezen blijft het altijd hetzelfde, slechts de leuzen zijn verschillend. De menschheid moet het militairisme totaal uitroeien of zij gaat z'n volledigen ondergang tegemoet. Een middenweg bestaat in deze niet, daarop heeft men zich te bezinnen. Alkmaarsche Courant 1 december 1936.
29-11 Alkmaar Anti-Militairisme in weerwil van int. anti-mil. vereeniging allen en alles (70 jr. Schermerhorn)
De 70ste verjaardag van Ds. Schermerhorn. Bijeenkomst van de Int. Anti-Militaristische Vereeniging. J.1. Zondag heeft in de Harmonie te Alkmaar een bijeenkomst plaats gehad van de I. A. M. V. ter huldiging van ds. Schermerhorn, die zijn 70sten verjaardag herdacht. De belangstelling was buitengewoon groot. Na een openingswoord van den voorzitter, den heer Wouda van Krommenie, was de bekende antimilitarist Jo de Haas de eerste spreker die een beschouwing hield van het juist verschenen boek „De laatste man in burger”, dat op bijzondere wijze dezen tijd symboliseert. Spr. betoogde, dat men thans staat aan een keerpunt en dat men heeft te kiezen tusschen geweld en de beginselen van het I.A.M.V. Z.i. was het nooit mooier leven dan nu, nu de mensch door reactie wordt bedreigd. Het is het antimilitaristisch beginsel, dat uiteindelijk zal overwinnen. Al te slecht wordt echter vaak begrepen, dat anti-militaristisch en anti-fascisme zeer verschillende dingen zijn. Het laatste is heel vaak zeer militaristisch. De aanhangers er van zijn de democraten, die in den oorlog tegen ’t fascisme al te zeer bereid zijn op te nemen. Of iets nu fascisme heet of democratie, doet weinig ter zake, zoolang beide aansturen op oorlog. De fascisten zijn de hongerigen in deze wereld, de democraten zijn de zat-gevretenen. En de democratie in Nederland beteekent in wezen niets anders dan dat het volk zichzelf fascistisch mag maken. Er is voor spr. maar één waarde in de wereld: het anti-militarisme, d.w.z. het niet meer kunnen verdragen van den oorlog. Leven, vrijheid en beschaving zullen eerst een kans krijgen, wanneer het militarisme zal zijn overwonnen. Dagblad nieuwe Hoornsche courant 01-12-1936.
Het eerst werd het woord gevoerd door Jo de Haas die in een helder en duidelijk betoog de reden ontvouwde, waardoor de mensheid door de geweldkoorts is aangetast kunnen worden. Hij meent dat wij nu zijn genaderd tot een keerpunt, waarbij men zal hebben te kiezen tussen het militaire geweld of een eindelijke aanvaarding van de anti-militaristische beginselen, zoals deze al sedert 1904 door de I.A.M.V. zijn gepropageerd. Er groeit een gezindheid in twee groepen, zegt spreker. De ene groep is de democratie, de andere groep de fascisten. De democratie heeft de oorlog aanvaard tegen het fascisme, zodat er nu twee groepen van krankzinnigen zijn. De fascisten zijn de groep der hongerigen, de democratie is de groep der zatgevretenen. Tenslotte bracht hij hulde Schermerhorn.De vrije socialist 05-12-1936.
HERDENKINGSVERGADERING SCHERMERHORN. 29 November werd te Alkmaar, in verband met de 70e verjaardag van Schermerhorn, een propaganda- en herdenkingsvergadering gehouden, waarop zowel Schermerhorn als de IAMV met genoegen terug mogen zien. De openbare bijeenkomst, des morgens in De Harmonie gehouden, werd bijgewoond door een zevenhonderd mensen. Jo de Haas en Schermerhorn voerden er het woord. De Haas schetste de betekenis van de dienstweigering. De dienstweigering is een gevaar voor kapitalisme en militarisme, wijl zij een uiting is van de bewustwording der persoonlijkheid: waar de geest ontwaakt is, móet deze zich manifesteren. Hij stelde voorts het gevaar van de heersende anti-fascistische geestesgesteldheid in het licht, die steeds meer tot een oorlogsfactor wordt. Twee fronten worden aldus gevormd, een fascistisch en een democratisch front. Het kapitalisme is hierbij gebaat. Fascisme betekent oorlog. Ongetwijfeld. Doch ook democratie betekent oorlog. De fascistische staten zijn hongerige, de democratische staten verzadigde imperialisten. In de koloniën, ook van het meest democratische land, heerst fascisme. Wij blijven tegen elke vorm van militarisme. Elk militarisme is steeds het graf van de arbeidersklasse geweest. Het wezen van het anti-militarisme is niet dat men om de een of andere verstandelijke reden tegen de oorlog is. Het wezen van het anti-militarisme is, dat men de oorlog niet langer kan verdragen en daarom weigert eraan mede te doen.
Schermerhorn behandelt de vraag of de anti-militaristische strijd voor niets is geweest. Voor velen heeft het er alle schijn van, nu alle landen zich tot de tanden toe bewapenen. Maar men moet niet bij de buitenkant blijven staan. Men moet zien wat er achter de werkelijkheid van oorlogsgeest en militarisme zit. Wij spreken altijd erover, dat Duitsland, Italië en Japan de oorlog willen. Maar willen de volkeren van die landen de oorlog? Neen immers! Slechts een handjevol machthebbers willen hem. Vraagt men nu, wat hebben jullie bereikt, dan antwoorden wij precies als Galileï toen hij gedwongen werd om zijn stelling, dat de aarde om de zon, en niet de zon om de aarde draaide, te herroepen: en tóch beweegt zij zich. Wij antimilitaristen zeggen: en tóch zal de Rede overwinnen, zal het georganiseerde geweld voor de kracht van de geest wijken. En wat de verantwoordelijkheid aangaat, die wij met onze a.m.-propaganda op ons nemen, wij dragen de verantwoordelijkheid voor de gevangenisstraf van de dienstweigeraars liever, dan de verantwoordelijkheid voor de dood van de mensen die in de oorlog vallen. 's Middags had in De Unie een meer intieme bijeenkomst plaats, waar gelegenheid was voor organisaties en personen om Schermerhorn toe te spreken. Er waren een groot aantal gelukwensen ingekomen. Verschillende afgevaardigden voerden voor hun organisaties het woord. Mevr. Kerkhof— Pet, uit Haarlem, declameerde op zeer verdienstelijke wijze gedichten van Adama van Scheltema, Stuiveling, Eikeboom en Frits Tingen, welke laatste als declamator was aangekondigd, doch door ziekte verhinderd was. De wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland, jrg 33, no. 1, 01-01-1937.
Anti-militairistische propaganda-bijeenkomst.
De heer N. J. C. Schermerhorn 70 jaar. De zaal van de Harmonie stampvol. De propagandistische bijeenkomst, voorafgaande aan de intieme herdenking van den 70sten verjaardag van den bekenden heer N. J. C. Schermerhorn, had gistermorgen in de groote zaal van de Harmonie een overweldigend druk bezoek; er was zelfs een heel gezelschap uit Sneek. De zaak was tot in de uiterste hoeken bezet (ook op de tribune). De bijeenkomst was uitgeschreven door het landelijk comité van de Internationale Anti-Militairisten-Vereeniging en stond onder leiding van den heer J. Wouda uit Krommenie. Namens het landelijk comité heette deze de aanwezigen welkom, zijn blijdschap uitsprekend over het groot aantal, waaruit spr. moed en vertrouwen putte voor de toekomst van het beginsel der vereeniging, vooral in dezen tijd van toeneming van bewapening alom zoo noodig. Spr. protesteerde ertegen, dat de dienstweigeraars worden bedreigd met een zwaardere straf dan tot dusver en riep op tot steun en volhouden en tot het volgen van het voorbeeld van den heer Schermerhorn en zoo vele anderen, die hun heele leven hebben gewijd aan het ideaal van het anti-militairisme. Vooral in tijden van reactie als welke wij nu beleven, behoort er moed tot om daarvan te durven getuigen.
De eerste spreker was de bekende Amsterdammer, de heer Jo de Haas, die begon met te vertellen van het boek „De laatste man in burger". waarin getypeerd en gesymboliseerd wordt de toestand in welken wij op het oogenblik leven te staan. Als anti-militairisten zien (sic!; zien wij een? lgj) ideologie van het geweld, nu er steeds minder burgers overblijven en bijna ieder het zich tot plicht rekent den ander naar het leven te staan. Als anti-militairischen zien wij met schrik en beven dit alles aan. Men grijpt naar het geweld om de moeilijkheden van den tijd te overwinnen, maar is daarmee bezig de geschiedenis van 22 jaar geleden te herhalen. Wij worden bedreigd door het brute geweld van het fascisme, dat een product is van den collectieven moord van 1914, het is door ons zelf toen opgeroepen door ons collectief optreden. En als wij dat fascisme nu door een nieuwen collectieven moord willen overwinnen, zullen wij niets anders bereiken dan dat wederom een ander fascisme optreedt. Spr. verwees naar „Van het Westelijk front geen nieuws", van Remarque, waarin gezegd wordt, dat wie niet sneuvelde in den oorlog, toch geestelijk ernstig gehavend daaruit terugkeerde. Als wij ons de resultaten van den oorlog van 1914 voor oogen stellen, zullen wij ons wel twee maal mogen bedenken alvorens wij wederom het middel van den collectieven moord toepassen om geschillen op te lossen. Zeker, het gevoel van machteloosheid kan ons bekruipen - en dan grijpt men naar het geweld als het meest voor de hand liggende strijdmiddel. Echter voor spr. stond het vast, dat men moet beseffen op een Keerpunt in de geschiedenis te staan en dat men moet kiezen tusschen wapengeweld en de idealen, sinds 1904 in ons land gepropageerd door de I.A.M.V. Spr. was het niet eens met de Tribune, die betoogde, dat deze idealen veranderd zijn en niet meer passen voor de wereld van thans. Maar spr. was er van overtuigd, dat men juist in de gebeurtenissen, zooals wij die thans zich zien ontwikkelen in Spanje, een aansporing moet zien om in te stemmen met het revolutionnair anti-militairisme. Daar toch zien wij het afmaken van het proletariaat door de samenwerking van het internationaal militairisme en het internationaal kapitalisme. De revolutionnaire anti-militairisten hebben bedoeld de uitroeiing van het kapitalistisch militairisme en wilden mensch voor mensch verantwoordelijk stellen voor hetgeen in de wereld gebeurt. Het deed een beroep op het menschelijk bewustzijn, waaruit de overtuiging zou moeten worden geboren, dat men zich niet aan den oorlog mocht verslingeren. Met waardeering sprak de heer de Haas in dit verband over het werk van wijlen Jos Giesen in ons land, die propageerde het beginsel van het verantwoordelijk produceeren, waarbij het bewustzijn van het weten te werken voor den oorlog moest leiden tot met weigeren van dien arbeid. Hiermee is in het Nederlandsche volk gewekt - en de heer Schermerhorn heeft daarin een groot aandeel - een verantwoordelijkheidsgevoel in dezen en de militaire dienstweigering heeft den handschoen toegeworpen aan de militairisten. Tot nu gold voor de anti-militairisten steeds de straf van 10 maanden gevangenisstraf, maar nu heeft de president der rechtbank te Den Bosch gezegd, dat die al moeten worden verhoogd tot 12 à 15 maanden, om den kop in te drukken aan het steeds weer in de kringen, waarin wijlen Domela Nieuwenhuis werkte, optredende anti-militairisme. Spr. zag hierin een hulde aan dien grooten idealist. Spr. geloofde niet, dat het kapitalisme zich bezorgd zal behoeven te maken over de enkele tientallen dienstweigeraars hier te lande, maar wèl is er voor het kapitalisme en het militairisme gevaar gelegen in de gezindheid, waaruit het anti-militairisme opkomt, want het kan niets méér vreezen dan de vrije persoonlijkheid van elken mensch. Immers, als dit beginsel algemeen werd aanvaard, waar zou dan blijven de drie-eenheid: kapitalisme, militairisme en fascisme, een onheilige drie-eenheid gegrondvest op stomme kadaver-discipline?! Als éénmaal de geest van het anti-militairisme is gewekt, zal deze steeds weer terugkeeren en telkens weer opleven in weerwil van welke reactie ook - dit stond voor spr. als overtuigd anti-militairist wel vast. In dezen tijd, nu de reactie en het fascisme den kop opsteken als nooit te voren is het voor ons de groote tijd om ons ideaal te propageeren. De revolutionnaire anti-militairisten kunnen over zich zelf tevreden zijn, want zij weten geen schuld te hebben aan het opgekomen fascisme met zijn dreigingen en zij weten dat slechts het antimilitairistisch beginsel de overwinning zal kunnen behalen over alles wat de wereld opnieuw dreigt te vernielen. Eisch is te zorgen zich niet onder den voet te laten loopen door de omstandigheden van deze dagen, nu door het fascisme een soort paniekstemming wordt gewekt. Spr. legde er den nadruk op, dat antifascisme en anti-militairisme niet hetzelfde zijn: het anti-fascisme, dat hoe langer zoo meer aanhangers krijgt, is zelfs een gevaar van dezen tijd, omdat het bereid is het fascisme door middel van oorlog te bestrijden. De kapitalisten zouden dit wel gaarne zien, omdat een dergelijke oorlog zou bewijzen het bestaan van twee fronten met krankzinnigen: vóór het fascisme eenerzijds en vóór de democratie anderzijds. Maar- zei spr. - een strijd als deze zou het volk onderdompelen in ellende en daarom moeten wij met kracht opkomen tegen een anti-fascisme, dat oorlogs-bereidheid toont. In dit verband verwees spr. naar den oorlog van 1914, toen het ook heette een strijd ter verdediging van de democratie, maar waarvan het resultaat niet anders is geweest dan het opkomen van het fascisme, dat men nu weer onder dezelfde leuze wil bestrijden. We zijn dus thans bezig de geschiedenis te repeteeren, constateerde spr. Wie het opneemt voor de democratie, zou dit doen ten bate van de koloniën bezittende landen en wie voor het fascisme opkomt, zou handelen in het belang van de staten welke koloniën wenschen. In de koloniën, zei spr., wordt door de zoogenaamde democraten een geweldige fascistische terreur uitgeoefend, doordat met geweld de gekleurde rassen worden gedwongen tot produceeren ten bate van de overheerschers. Spr. schetste voorts in sarcastische bewoordingen, dat het Nederlandsche volk zichzelve het fascisme oplegt, getuige tal van wetten en besluiten in rijk en gemeente. Men loopt hier, evenzeer als in België, Engeland en Frankrijk, te hoop achter de bestrijders van de democratie. „De heele democratische rommel is mij nog geen druppel zweet waard", zei spr.; hij hechtte slechts waarde aan het anti-militairistisen beginsel, Tegen elken vorm van het militairisme zullen wij het moeten opnemen, want het volk zou ondergaan in het militairisme, in welke vorm zich dit ook opdringt. Wij moeten den oorlog niet afwijzen op verstandelijke gronden - want die kunnen omver geredeneerd worden - maar omdat men uit beschavings- en cultuuroverwegingen het geweld niet meer kan verdragen. Als er ooit uit de bloeiende wereld iets moois en grootsch zal groeien, zal dit niet anders kunnen zijn dan op basis van het anti-militairisme en niet op die van kadaverdiscipline en slaafsche gehoorzaamheid. Tot nieuwen geestdrift voor de beginselen van het I.A.M.V. wekte spr. krachtig op. (Applaus.)
Alkmaarsche Courant 1 december 1936
SCHERMERHORN FEESTVERGADERING TE ALKMAAR. Om halftien Zondagsmorgens opende de voorzitter de vergadering, die ter herdenking van Schermerhorn's 70e verjaardag was belegd. Jo de Haas kreeg het eerst het woord en kwam in een kernachtige rede op voor het revolutionair anti-militarisme en vrij socialisme. Na de pauze kreeg Schermerhorn het woord. Men had hem gevraagd of de dienstweigering nu geen hersenschim was en dat de massa toch nooit zou weigeren. Kon hij het dan wel voor zijn geweten verantwoorden de dienstweigering te propageren. Maar, zei Schermerhorn, zo zeker als Galilëi wist dat de aarde om de zon draait, zo zeker is het ook dat de mensheid zal beseffen dat oorlogvoeren uit de boze is. Na dit boeiend en bezielend betoog sloot de voorzitter de vergadering. 's Middags vond er een receptie plaats, waar Schermerhorn door vele vrienden en organisaties eenvoudig maar hartelijk gehuldigd werd. In zijn weerwoord bedankte Schermerhorn voor de vele bewijzen van vriendschap en medeleven en wekte allen op, pal te staan voor hun beginsel en de vrije mens, ondanks alles. Een telegram van medeleven werd aan de dienstweigeraars gezonden en hiermee behoorde deze dag weer tot het verleden. Op Maandag 7 December zal een feestvergadering gehouden worden in de grote zaal van Bellevue met een schitterend programma. Dus allen daarheen. M. TE SLAA Sr. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 49, 05-12-1936.
Vergadering IAMV ter gelegenheid van de 70sten verjaardag van ds Schermerhorn.
De groote zaal van de Harmonie te Alkmaar was afgestreken vol, toen de bijeenkomst, georganiseerd door de Internationale Antimilitairistische Vereeniging en bijeengeroepen ter huldiging van Ds. Schermerhorn, naar aanleiding van zijn 70-sten verjaardag, werd begonnen. Van heinde en ver waren belangstellenden toegestroomd om van hun belangstelling te doen blijken. De voorzitter Wouda, uit Krommenie, voorzitter van de landelijke organisatie, spreekt het openingswoord, waarin hij de aanwezigen opwekte, toch vooral met kracht hun beginselen te blijven verdedigen. De tijd eischt dit meer dan nooit, maar het wordt zoo veel moeilijker, nu strenger straffen de dienstweigeraars dreigen. Als eerste spreker neemt de heer De Haas het woord. ,,De laatste man in burger", is de titel van een boek, dat dezer dagen is verschenen en dat deze tijd als het ware symboliseert. Er slaat een geweldkoorts door de wereld. De mensch grijpt naar het geweld om de moeilijkheden van dezen tijd te overwinnen. We worden bedreigd door het fascisme, dat feitelijk het gevolg is van de collectieve moord van 22 jaar geleden. Hij leest dan uit een boek “Van het westelijkfront geen nieuws” hoe de menschen die lichamelijk ongeschonden zijn gebleven in den oorlog geestelijk en moreel werden geschokt. Er slaat ook nu weer een ideologie van geweld door de mensch. Intusschen meent hij, dat we staan aan een keerpunt. We kunnen kiezen: geweld of de beginselen van de I.A.M.V. De Tribune beschouwt de ideeën van de IAMV weliswaar als verouderd, maar als we denken de gebeurtenissen in Spanje, die op dit ogenblik plaats hebben moet men begrijpen dat het revolutionair anti-militarisme niet mag hebben afgedaan. Het Spaansche volk wordt afgemaakt door het internationaal militarisme van het internationaal kapitalisme. De revolutionaire antimilitaristen willen dit militarisme uitroeien en ze hebben zich daartoe gewend tot het volk, waar ze hebben getracht een diep gefundeerd zedelijkheidsgevoel wakker te roepen. Hij memoreerde Jos Giessen die verantwoordelijk produceren had gepropagandeerd. De arbeider moest zich afvragen: ,,Wat maak ik eigenlijk”. En zoo hij bemerkt, dat zijn arbeid in dienst staat van den oorlog, behoort hij zijn werk neer te leggen. Op deze wijze kwam een verantwoordelijkheidsgevoel op. In den vorm van dienstweigering. Om dit te bestrijden werden kortelings de straffen daarop verzwaard tot 12 ad 15 maanden. Militaire dienstweigering is niet verouderd om de eenvoudige reden, dat ze nog nooit collectief aan de orde is geweest. Gevaarlijk voor militarisme en kapitalisme en fascisme zijn niet de enkele tientallen dienstweigeraars maar het is de geest, de gezindheid. Er moet een einde komen aan de kadaverdiscipline. Er is in het Nederlandsche iets gewekt dat zal blijven leven. Het was nooit mooier te leven dan nu, nu de mensch door reactie wordt bedreigd. Het is het anti-militaristisch beginsel, dat uiteindelijk zal overwinnen. Al te slecht wordt echter vaak begrepen, dat anti militaristisch en anti-fascisme zeer verschillende dingen zijn. Het laatste is heel vaak zeer militaristisch. De aanhangers er van zijn de democraten, die de oorlog tegen het fascisme al te zeer bereid zijn op te nemen. Of iets nu fascisme heet of democratie, doet weinig ter zake, zoolang beide aansturen op oorlog. De fascisten zijn de hongerigen in deze wereld, de democraten zijn de zat-gevretenen. En de democratie in Nederland beteekent in wezen niets anders dan dat het volk zichzelf fascistisch mag maken. Er is voor spr. maar één waarde in de wereld: het anti-militarisme, d.w.z. het niet meer kunnen verdragen van den oorlog. Leven, vrijheid en beschaving zullen eerst een kans krijgen, wanneer het militarisme zal zijn overwonnen. Schager Courant 30 november 1936
01-12 Krommenie De strijd in Spanje en het Anti- De Dageraad Militarisme
VOOR DE RECHTERSTOEL DE SPAANSE REVOLUTIE EN J. DE HAAS Dinsdag 1 December sprak Jo de Haas in Krommenie op uitnodiging van De Dageraad over het onderwerp „De strijd in Spanje en het Anti-Militarisme". Spr. begon met de bewering, dat de mensheid op het ogenblik wordt beheerst door een oorlogspsychose. De angst voor het bestaan doet de mensen naar het geweld grijpen en evenals in 1914 trachten zij, die voorheen bewuste tegenstanders van oorlog waren, hun grijpen naar het geweld goed te praten door schijnmotieven. In 1914 ging het om de vernietiging van het duitse militarisme en de oorlog werd verdedigd, door b.v. Kropotkin, franse syndicalisten (Cornelissen) en anderen. Thans gaat het om het schijnmotief, de vernietiging van het fascisme. In den brede vestigde Spr. de aandacht op de geestelijke gelijkheid van fascistische en democratische regeringen, waar het gaat om de voorbereiding van de oorlog voor hun imperialistische belangen. In dat verband stelt hij het gebeuren in Spanje op één lijn met b.v. Abessinië en Japan en allen, die zich solidair verklaren met de volgens hem „Spaanse oorlog" hebben hun anti-militaristisch standpunt prijs gegeven. Met name komen hiervoor in aanmerking Albert de Jong, Reyndorp, Constandse, De Arbeider, en wij zouden hier aan toe kunnen voegen: Rudolf Rocker, Emma Goldman en zoveel anderen, die een staat van dienst achter zich hebben ook als anti-militaristen, doch volgens De Haas, sedert Juli 1936 zonder meer de zijde van de oorlogsmaniakken van de linkervleugel hebben gekozen. Al deze mensen en natuurlijk ook al degenen die het met genoemde personen in een of ander opzicht eens zijn, „zijn hun huis kwijt" en hebben niet meer het recht zich anti-militarist te noemen. Dat Albert de Jong het in het bijzonder moest ontgelden, vooral krachtens zijn brochure „Oorlog tegen Hitler-Duitsland?", waarin De Haas krachtens zijn grondstelling „oorlog is oorlog" heel wat voedsel meende te vinden, is te begrijpen. Het is verre van mij, om Albert de Jong of anderen, die in deze kwestie in één adem genoemd kunnen worden, te verdedigen; want ongetwijfeld zullen zij dat ter zijner tijd beter doen dan ik het zou kunnen doen. Niettemin meen ik dat het noodzakelijk is, de stelling van De Haas te critiseren, omdat ik in de verbreiding daarvan een gevaar zie voor onze libertair-revolutionnaire beweging (…) J.W.V. .
De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg XIV, no. 25, 19-12-1936.
02-12 West-Graftdijk Nationalisme en internationalisme
Een mooie vergadering! Woensdag 2 December hield de studieklub voor dit seizoen haar eerste cursusverg. waarvoor wij Jo de Haas hadden uitgenodigd als spreker. Met als onderwerp Nationalisme en internationalisme. Dit onderwerp werd gekozen naar aanleiding van 't feit, dat enkele leden een persoonlijke uitnodiging hadden ontvangen van enkele N.S.B.-leden een kringverg. bij te wonen. Welke uitnodiging met beide handen werd aanvaard. Mits als wij de gelegenheid kregen te debatteren, 't Verloop dezer vergadering was voor de heren geen succes. Doordat hun ,.gedragslijn'' en 't geweldsvraagstuk" en socialisme door een onzer geweldig onder de knie werd genomen. Zij hadden blijkbaar niet gerekend op een hardnekkige tegenstand te ontmoeten en achtten 't raadzaam verdere critiek te voorkomen, door ons 't woord te beperken. Wij stelden hun de vraag, of zij met ons een principieel debat aanvaardden. Hoewel afwijzend beschikt, wisten wij hun te bewegen, een cursusavond met ons bij te wonen. Welke als boven omschreven heeft plaats gehad. Hoewel wij weinig publiciteit hadden gegeven en 't weer zeer ongunstig met slechte wegen, was de opkomst zeer bevredigend. Jo de Haas boekte hier weer succes. Op meesterlijke wijze behandelde spreker zijn onderwerp. In beknopte term op eenvoudige manier — en voor ieder begrijpelijk gemaakt. Op duidelijke toon zette de spreker de betekenis van 't nationalisme en internationalisme uiteen. Spreker wijst er op, dat wij vanavond geplaatst worden voor twee levensbeschouwingen, die tegen elkaar inbotsen: ,,nationalisme" denkbegrip: grenzen, internationalisme: grenzen opheffen „geen grenzen", aldus verdeeldheid in 't denken. Spreker belicht met enkele voorbeelden, hoewel wij internationaal zijn in practische zin, wijst op de grote verscheurdheid in het denken van nationalisme. Ondanks de grote verscheurdheid in 't denken zijn wij zonder onderscheid op één punt ‘t eens, n.l., dat de maatschappij ziek is. Van hoog tot laag door ieder erkend. Spreker zeide, de geschiedenis staat op 't keerpunt. Hoe vinden wij de oplossing, deze zieke maatschappij van zijn ziekte te genezen. De nationalisten verwachten genezing met een injectie met nationaal pestserum. Wij, internationalisten, verwachten genezing om de patiënt van de pestgeest nationalisme te bevrijden door de grenzen, die praktisch niet bestaan, ook weg te denken, 't Is mij niet mogelijk in een kort bericht een volledig verslag te geven. Alleen zij gemeld, dat van 't debat weinig terecht kwam. De heer Scholtus, propagandist voor de N.S.G. (=B, lgj)-groep, toonde in zijn debat een zwakke vertegenwoordiger te zijn die zonderling met de waarheid omspringt. Deze zwakte wensen zij in een volgende verg. te verbeteren, waar ook wij allen werden uitgenodigd, die op 19 December zal plaats hebben. Natuurlijk werd deze uitnodiging door Jo en door ons aanvaard.
Bemoedigend was 't voor de club, dat deze avond zo schitterend is geslaagd, 't Gesprokene viel in goede aarde. Zelfs de leden van de N.S.B., boerenmensen, gaven mij de verzekering, dat zij onze wintercursus wilde bezoeken. Er valt hier wat te leren. Als dit voorbeeld meer navolging vindt, dan zal de N.S.B. veel moeite en kosten moeten getroosten om een enkel lid te winnen; de beide avonden waren voor hen een blanco succes. Jammer dat het platteland zoo weinig bewerkt wordt. Bij een regelmatige kolportage met onze goede geschriften vond men hier zijn afnemers. Hoewel niet nationalistisch gezind maar hopeloos geen raad wetende in deze verwarrende dictatuur, zoekt zij een uitweg langs het nationalisme. Aan ons de taak. Wie volgt? De volgende cursussen zullen plaats hebben op Woensdag 20—27 Jan. en 3—10 Febr. 1937. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 50, 12-12-1936.
10-12 Hengelo Oorlog en psychologie
Vrijdag 10 Dec. hield Jo de Haas hier ter plaatse voor de V.V.S.O. een lezing over: Oorlog en psychologie. De opkomst was bedroevend. Verondersteld werd, dat de opkomst vooral leed onder de heersende „griep" Spreker genoot een en al aandacht. Deze uiteenzetting bleek een openbaring. Het kapitalisme maakt de oorlog noodzakelijk. Maar wie maakt de oorlog mogelijk? Vooral in deze tijd is het socialisme noodzakelijk. Maar waarom is de verwezenlijking ervan onmogelijk? Ter illustratie er van citeerde spr. ds. Vetter, die de mensen schildert als ijsbergtypen. Het gebeurt dat een ijsberg zich tegen stroom, wind en golfslag in beweegt, als gevolg van de onderstroom. Zo ook de mens. In plaats van zich steeds meer naar links te begeven, constateerde men een verplaatsing naar rechts. Gezien de Bennogeintjes, enz. Uit de gestelde vragen kon men wederom een pessimistische stemming aantreffen. Dit is me eerder opgevallen met een uiteenzetting over de zielkunde. M.i. hét gevolg van de ontworteling der verkeerde denkbeelden en verouderde tactiek betreffende strijdwijze tegen de oorlog. Op één vraag na slaagde Jo er in een bevredigend antwoord te geven. Deze vraag behelsde: of de verworven cultuurwaarden bij de mens zich ook erfelijk overplanten op de nakomelingen.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 51, 19-12-1936. 25-12Amsterdam De noodzaak van de dienstweigering
Zondag Het Dienstweigerings Actie-Comité hield Eerste Kerstdag een goed bezochte Zonnewende bijeenkomst in de beide grote zalen van Bellevue. De voorzitter Henk Eikeboom herinnerde in zijn openingswoord aan de spontane wijze waarop kort geleden het Dienstweigerings-Actie-comité in Amsterdam gevormd is. De strafverzwaring van de dienstweigeraars is een symptoom van voortschrijdende reactie, dat de aandacht van het actie-comité vraagt. Eerste opgave is de gedachte van dienstweigering te verbreiden. Eerste spreker Cor Huisman. Vervolgens sprak Jo de Haas over het Kerstfeest aan de vooravond van een nieuwe wereldbrand. Als er ooit een licht in de duisternis heeft geschenen, dat de wereld niet begrepen heeft is het wel het licht van het anti-militarisme zei de spreker. Slechts door de onwil van de grote massa's zal aan het oorlogen een eind gemaakt kunnen worden.
Moed der overtuiging.
De anti-militaristen moeten de moed hebben in hun overtuiging desnoods alleen te blijven staan liever dan in domheid onder te gaan. De triomf van het anti-militarisme zal tegelijk het einde van het kapitalisme moeten zijn om een ware socialistische maatschappij mogelijk te maken. Voor alles is echter een goede instelling van het wereldproletariaat noodzakelijk. Spr. eindigde met het uitspreken van de hoop dat de protest-mars, die van Amsterdam uit naar Veenhuizen zal worden ondernomen, de bedoeling van het anti-militarisme zal verbreiden en de aandacht van het Nederlandse volk zal vestigen op de gevangenhouding van dienstweigeraars.Het volk 28-12-1936.
Barbarisme of Cultuur.
Kerstfeest lichtfeest. Wij staan aan de vooravond van een nieuwe wereldbrand begon de tweede spreker, Jo de Haas, zijn rede. De massa's zijn voor de wereldmoord gereed. Kerstfeest lichtfeest. Het licht van het anti-militarisme is nog niet tot de massa doorgedrongen. Toch moet het. Het anti-militarisme is de enigste oplossing uit de chaos. Militarisme met militarisme te bestrijden is een grote dwaling. Spr. citeerde deV.A.R.A.-secretaris Pleysier, die mededeelde dat een oorlog elk ogenblik kan uitbreken en dat de internationale arbeidersklasse machteloos is. Dit betekent het veto uitspreken over eigen gevolgde politiek. Er is één ding waarmede wij ons kunnen troosten en dit is, dat wij anti-militaristen onschuldig zijn aan het meeglijden van de arbeidersklasse in de komende vernietigingsoorlog. In 1914 hebben wij er al op gewezen dat die oorlog nooit de laatste zou kunnen wezen. Nu is het 1936 en we staan weer precies zo als in 1914. Maar wij staan, al zijn we dan ook gering in aantal, ongeschokt. Wanneer het militarisme valt, sleept het het kapitalisme, de bron van oorlog, in zijn val mede. Dan is de weg vrij voor een socialistische maatschappij. Huiveringwekkend is het om te horen hoe de tegenwoordige generatie praat over de komende oorlog. Alsof het een bruiloftsgang zal worden. Dit is een bewijs hoe verziekelijkt en verrot deze maatschappij al is. Het grootste oorlogsgevaar komt momenteel uit Duitsland. Niet omdat daar een fascistische regering is, maar omdat daar een hongerig kapitalisme is dat koloniën wil hebben en zijn geleden nederlaag wil wreken! En met verschillende schoonklinkende leuzen voor verschillende mensen zal de grote zelfmoord weer plaats vinden. Maar het zal de laatste niet zijn! De vijfentwintig dienstweigeraars zullen de oorlog niet tegenhouden. Zo naief is het nederlandse kapitalisme niet! Maar wij ook niet!' Maar de grondslag van het anti-militarisme is dodelijk voor het kapitalisme! Het gaat om de vrije persoonlijkheid tegen de kadaverdiscipline van de kazerne. De Haas besloot zijn rede met een woord van medeleven voor de plannen van dea.s., in Januari, te houden protest-mars naar Veenhuizen. Ook hij werd met de grootste aandacht gevolgd.De vrije socialist 02-01-1937.
De Zonnewendevergadering. Beide zalen van Bellevue waren gehuurd, edoch nauwelijks 300 mensen hadden aan de oproep van het D.W.A.C. gehoor gegeven. Het was dus geen erg opwekkend gezicht voor de organisatoren, maar desondanks meende Eikeboom, die als voorzitter de bijeenkomst opende, over dat betrekkelijk echec niet te moeten spreken, daar degenen, die aanwezig waren, er althans het minste schuld aan droegen. De vier sprekers, Cor Huisman, Jo de Haas, Mispelblom Beyer en Cees de Boon belichtten ieder op hun wijze de idee der dienstweigering en de zaak der dienstweigeraars en vonden aandachtig gehoor. Zij beklemtoonden de noodzaak van de strijd van gewetensvrijheid, die zich ook in de eis voor straffeloosheid der dienstweigeraars, die door hun houding medebouwers der kultuur zijn, moet uiten. De vergadering had een goed en prettig verloop en de wegblijvers, die deze dag liever in rust dan in strijd doorbrachten, hebben veel gemist. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 47, no. 1, 01-01-1937.
De dienstweigeraars moeten vrij! De vergadering, die op de eerste Kerstdag is belegd door het Dienstweigeringscomité, was slecht bezocht. Cor Huisman, Jo de Haas, Mispelblom Beijer en C. de Boon voerden het woord. Op zeer duidelijke wijze vertolkten de sprekers de antimilitaristische levensopvatting, zoals die sinds 1904 is gepropageerd door de 1AMV. (Met uitzondering van De Boon — zie daarover een ingezonden in dit nummer.) Sprekers lieten uitkomen, dat de bevolking alles maar duldt wat door de machthebbers wordt bevolen. Daarom hebben wij respect voor onze jongens, die de moed bezitten om tegen de overheid neen te zeggen. Wij lusten uw moordwerktuigen niet, sluit ons op, doet wat ge wilt, maar ons dwingen te moorden op uw bevel, dat nooit! Met een opwekking om pal te staan voor het antimilitarisme en de mensen, die aan de protestmars naar Veenhuizen deelnemen, krachtig te steunen, sloot de voorzitter de vergadering.De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg XIV, 1936-1937, no. 27, 02-01-1937.
26-12 Almelo Vergeten mannen
De IA.M.V. heeft hier ter plaatse de 2e Kerstochtend zeer nuttig besteed met het beleggen van een filmochtend met een spreker. Ongeveer 500 bezoekers. Jo de Haas genoot een zeer aandachtig gehoor. Vertoond werd de film: „Vergeten mannen". De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 47, no. 2, 09-01-1937.
De Filmochtend IAMV., die op de Tweede Kerstdag werd gehouden met de film: „Vergeten Mannen" en spreker: Jo de Haas, is wederom een succes geworden. Ruim 400 mensen hebben aandachtig naar de rede van De Haas geluisterd. Hierna werd de Oorlogsfilm „Vergeten Mannen" vertoond, die, hoewel reeds eerder vertoond door de bioscoopexploitant, toch in de smaak viel bij het talrijke publiek. Alles bij elkaar een waarlijk propagandistische ochtend. De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg XIV, no. 28, 09-01-1937.
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1937
1937 15-01 Jubbega Nog stééds Anti-militairisme Friese Prop. Com.
Den 15den Jan. heeft hier Jo de Haas voor ons gesproken over het onderw.; „Nog steeds anti-militairisme!" De vergadering werd door 25 personen bezocht. Jo zegt, dat het tegenwoordig een gewaagde onderneming is om over anti-militairisme te spreken, nu er alleen nog maar voor het militarisme belangstelling is. Hij wijst er verder op, dat we ons ten opzichte van de arbeiders nog geen illusies moeten maken, die zullen de oorlóg nog niet keren; zij luisteren nog naar wat in de Volkenbond gezegd wordt. Het komt nog steeds op de individuele zelfopvoeding aan en deze wordt steeds verwaarloosd. Hierna behandelde hij de strijd in Spanje, het fascisme en besluit met te zeggen, dat de strijd, in deze verdwaasde tijd, voor het anti-militairisme noodzakelijk is.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 47, no. 5, 30-01-1937.
16-01 Gorredijk Nog stééds Anti-militairisme29 Friese Prop. Com.
Welkomstv. Joh. Koelma. Ter gelegenheid van de thuiskomst van den dienstweigeraar - Joh. Koelma van Kortezwaag werd door het F.P.C. den 16 Jan. een welkomstvergadering belegd in „De Korenbeurs". Er waren 60 bezoekers aanwezig. Door de I.A.M.V. afd. Gorredijk werd aan Koelma een boekwerk overhandigd. Jo de Haas trad op als spreker. Hij hield een schitterend mooie rede.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 47, no. 5, 30-01-1937.
22-01 De Rijp Psycho-Analyse (Rijper Nieuws- en Advertentieblad 16-01-1937).
24-03 Oude Niedorp Op de tweesprong van een historisch belangrijk tijdperk
Woensdag had ten lokale van den heer Feijs alhier een bijeenkomst plaats, uitgaande van de Vrouwenvredesbond. Als spreker trad dezen avond op de heer Jo de Haas van Amsterdam met als onderwerp "Op de tweesprong, een historisch belangrijk tijdperk''. Ruim 50 personen waren aanwezig en de spreker had met zijn rede een aandachtig gehoor. Schager Courant 26 maart 1937.
03-04 West-Graftdijk Over het geweldsvraagstuk
De Vrije Studieclub alhier hield Zaterdag 3 April een cursusvergadering met Jo de Haas als spreker, over het geweldsvraagstuk. Hij heeft dit op de aan hem eigen duidelijke wijze goed volbracht. Hij begon met te zeggen, dat het er nu niet om gaat of men geweldloos is of niet, daar dit slechts een verdraaien van de aan de orde zijnde problemen is, en een vaak voor verschillende lieden geliefkoosd middel is om de massa er in te verstrikken om eigen fouten te kunnen verbergen. Niemand is geweldloos. Het gaat in dit geval slechts om militairisme of antimilitairisme. Duidelijk heeft hij doen uitkomen dat voor de mensheid slechts één keus is, daar juist 't militairisme de kern is van alle fascisme, en willen we dat dus bestrijden, er slechts het zuiver antimilitairisme voor ons overblijft als het wapen. Een gewapende strijd kan nooit door ons worden gewonnen, daar men gedwongen wordt het militairisme op de koop toe te nemén, en men dus zelf daardoor tot het fascisme afdaalt. Het is dan ook voor een ieder die deze vergadering heeft bezocht wel duidelijk geworden, hoe men zich in dit opzicht heeft te gedragen. Wij spreken de wens uit, dat meerdere van dergelijke vergaderingen zullen worden gehouden, opdat men eens zal begrijpen, de overwinning slechts op economisch gebied te kunnen. Juist hierin ligt de kracht van de arbeid.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 47,no. 16, 17-04-1937.
14-04 Delft De Spaanse revolutie en wat er Het Comité voor Daadwerkelijk mee samenhangt (Delftsche courant 12-04-
Antimilitairisme. 1937)
18-04 Haarlem Spanje en de konsekwentie van het antimilitarisme
Spanje en de konsekwentie van het Anti-militarisme. De in „De Vrije" aangekondigde openbare vergadering over bovenstaand onderwerp, met Jo de Haas als spreker, uitgeschreven door de Vrije Socialisten Vereniging, is wat het bezoek betreft, niet best geslaagd. Als in een tijd als deze, waarin dit onderwerp zeer urgent is, wegens de grote verwarring die er momenteel heerst onder anarchisten en syndikalisten in zake het gebruik van het militaire wapen tegen het fascisme, á la Spanje, amper een vijftig personen komen luisteren, dan kunnen we gerust aannemen, dat nog vele geestverwanten de tijd waarin ze zijn, niet begrijpen. Als ik dan van de penningmeester der V.S.V. hoor vertellen dat een niet-lid nog de meeste kaarten voor deze vergadering heeft weten te verkopen, dan is de voorbereiding en medewerking van de leden der V.S.V. allesbehalve actief geweest. Jo de Haas heeft dit onderwerp bezien uit het standpunt van absolute weerloosheid beslist goed behandeld (theorie). Bekeken uit het standpunt van de klassenstrijd (praktijk) deugt er natuurlijk niets in zijn redevoering. Er was enig debat, met de bolsjewiek v. d. Plicht en de ex-bolsjewiek Seijts, nu syndikalist. v. d. Plicht onderschreef het gesprokene door Jo de Haas en vond het mooi maar theorie. De praktijk was heel anders. Deze voerde de arbeiders met een groot deel van het intellect naar het gewapend verzet. Seijts keurde het in Jo de Haas af, dat hij de Spaanse anarchisten en syndikalisten op hun beginselen had aangevallen. Maar intussen kunnen dergelijke vergaderingen met zó een onderwerp niet voldoen; met eenzijdige sprekers. Het bestuur van de V.S.V. had beter gedaan om met dit onderwerp tegenover Jo de Haas, een Albert de Jong of een Constandse te plaatsen.*) Dan hadden de bezoekers een beter inzicht in feiten gekregen. Ik voor mij ging ontevreden naar huis. Is er geen mogelijkheid, bestuur V.S.V., om eens een debatvergadering te organiseren over dit belangrijke onderwerp? Maar spoedig, en goede voorbereiding. ARCOR. *) Alb. de Jong heeft een dergelijk debat geweigerd. Red. De vrije socialist 24-04-1937.
02-05 Amsterdam Mei in het teken van de nieuwe I.A.M.V. geest (Bevrijding April 1937-04) 04-07 IJmuiden Anti-Militarisme, hoog boven alle I.A.M.V. verwarring uit (IJmuider Courant 2 juli 1937) 06-07 Den Haag Oorlog en Kultuur (met film Gifgas)
Haagse Kultuurkring. Bovengenoemde organisatie belegde op 6 Juli '37 een Tuinvergadering met filmvertoning. Als spreker trad op Jo de Haas, met onderwerp „Oorlog en Kultuur". De zangvereniging „Libertas" gaf enkele nummers ten beste. De rede van de Haas was volgens mijn mening leerzaam. Hij gaf een overzicht van de vooruitgang der techniek van uit de vorige eeuw tot nu toe en maakte tevens duidelijk dat de beschaving niet in gelijke mate is meegegaan. Tevens gaf hij te kennen dat de beschaving niet van buiten af in de mens kan komen, maar dat de mens bij zichzelf moet beginnen. Ook belichtte hij deze tijd met de zucht naar oorlog, welke ziekte niet alleen rechts denkende, maar zelfs bij uiterst links georiënteerde groepen zich had vastgezet. In zijn geheel een prachtige rede, jammer dat de opkomst niet zo bijzonder groot was. Voor een vereniging als de H.K.K. met leden die niet accoord gaan met de strijdwijze zoals geestverwanten in Spanje die voeren, is het wel een gevaarlijke onderneming een vergadering te beleggen met een dito spreker. Vele bekende komen niet. Je krijgt zo het vermoeden dat de beweging wat tegengewerkt wordt. Maar, makkers, de moed niet verloren. Wij gaan verder, de tijd zal het wel leren wie in het gelijk gesteld wordt. – H. De vrije socialist 14-07-1937.
10-07 Amsterdam Humanisering van de Voorbereiding. R.I.G.M. (Rassemblement maatschappelijke omwenteling. International contre la Guerre et le Militarisme)
De Haas heeft het over de humanisering van de maatschappelijke omwenteling. De boven-militaristische opvatting staat boven de pacifistische gedachte, want strijd tegen oorlog moet strijd tegen het kapitalisme betekenen. Hij geeft dan een simpel en beknopt overzicht van de ontwikkeling der moderne industrie en schetst hoe het imperialisme daarvan het gevolg was. De opheffing van de privaateigendom is voorwaarde voor het te boven komen van het oorlogsgeweld. Wij edelrevolutionairen staan op het standpunt: dat niets is veranderd wanneer niet alles is veranderd (Barbusse). De strijders voor een betere maatschappij hebben hun strijdmiddelen nog altijd ontleend aan het kapitalisme. Wij echter werken aan het humaniseren der maatschappij en van de strijdmiddelen zelf. Weinigen nog maar zijn daaraan toe, daarom mogen wij ons beschouwen als ultra-revolutionairen. Het aanvaarden van geweld is altijd militarisme. Daarom zijn wij boven-militaristen. Oorlog is fascisme. Wij idealisten zijn ook realisten en moeten gebruik maken van nieuwe middelen op de nieuwe maatschappij gericht. (Jammer dat de Haas in deze vergadering vergat aan te duiden, welke nieuwe middelen door hem bedoeld werden). Hij besloot met te verklaren, dat bij 't uitbreken van oorlog in ieder geval één zou blijven staan om neen te zeggen. Hij kon alleen voor zich zelf getuigen. De heer Jo de Haas, wiens lezing „Humanisering van de maatschappelijke omwenteling” getiteld was, zeide liever van boven-militarisme te willen spreken dan van anti-militarisme. Het boven-militarisme stelde hij tegenover het pacifisme, dat een onreële ondergrond heeft. De boven-militarist strijdt tegen het kapitalisme en voor het socialisme. Wij zijn, aldus spr. edelrevolutionnairen. We staan op het standpunt, waarop Henri Barbusse in zijn beste dagen heeft gestaan: Niets is veranderd als niet alles is veranderd. Het ligt echter beneden onze waardigheid de strijdmiddelen van het kapitalisme te gebruiken.Het volk 12-07-1937.
De Haas heeft het over de humanisering van de maatschappelijke omwenteling. De boven-militaristische opvatting staat boven de pacifistische gedachte, want strijd tegen oorlog moet strijd tegen het kapitalisme betekenen. Hij geeft dan een simpel en beknopt overzicht van de ontwikkeling der moderne industrie en schetst hoe het imperialisme daarvan het gevolg was. De opheffing van de privaateigendom is voorwaarde voor het te boven komen van het oorlogsgeweld. Wij edelrevolutionairen staan op het standpunt: dat niets is veranderd wanneer niet alles is veranderd. (Barbusse). De strijders voor een betere maatschappij hebben hun strijdmiddelen nog altijd ontleend aan het kapitalisme. Wij echter werken aan het humaniseren der maatschappij en van de strijdmiddelen zelf. Weinigen nog maar zijn daaraan toe, daarom mogen wij ons beschouwen als ultra-revolutionairen. Het aanvaarden van geweld is altijd militarisme. Daarom zijn wij boven-militaristen. Oorlog is fascisme. Wij idealisten zijn ook realisten en moeten gebruik maken van nieuwe middelen op de nieuwe maatschappij gericht. (Jammer dat de Haas in deze vergadering vergat aan te duiden, welke nieuwe middelen door hem bedoeld werden). Hij besloot met te verklaren, dat bij 't uitbreken van oorlog in ieder geval één zou blijven staan om neen te zeggen. Hij kon alleen voor zich zelf getuigen.
De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 47, no. 29, 17-07-1937.
J0 DE HAAS behandelde de "Humanisering van de maatschappelijke omwenteling", waarbij hij het boven-militarisme tegenover het pacifisme stelde, dat de voorwaarde voor een totale omzetting niet erkent, omdat het de samenhang van oorlog en kapitalisme niet inziet. Spr. verheugt zich daarom dat het Parijse congres in dit opzicht radicaal is en de opheffing van de privaat-eigendom als voorwaarde voor de vrede stelt. Spr. acht het dwaasheid om met geweldsmiddelen vrede te willen stichten: ook in de strijdmiddelen moeten we revolutionair zijn, en Spanje is een duidelijk voorbeeld, hoe ieder georganiseerd geweld uitgroeit tot militarisme. Een nieuwe cultuur eist echter op dat doel gerichte middelen, en spr. kan van zichzelf getuigen, dat hij de geweldsmiddelen verwerpt. Vredes Pers Bureau ten dienste van de vredesbeweging in Nederland, jrg 7, no. 606, 15-07-1937.
17-07 Nieuwe Niedorp Psychologische overdenkingen; Prov. Sam. op Anti-Militaristisch Militarisme-Oorlog-Nationalisme gebied in N.-H. (Schager Courant 15 juli 1937)
18-07 Nieuwe Niedorp Fascisme is Oorlog maar.… maar… Oorlog is Fascisme LICHTPUNTJES Nieuwe Niedorp. Zondagmorgen. Stralende zonneschijn, witte wolkenschepen langs blauwe lucht, bomen langs het water, weiland, koeien en een handvol mensen. De Haas zijn stem scheurt de stilte open. Mensen hangen dromerig rond en luisteren. Een greep uit de klanken: „Huilerig artikel over Spanje in de Arbeider dat bevestigt wat ik gezegd heb." „Toestand in Spanje zoals ik voorzien heb." „Pro en contra zijn gelijk." ,,De antimilitaristen zijn het omdat ze militaristen zijn." „Ze hunkeren naar bloed als alle anderen, behalve een heel klein gedeelte bovenmilitaristen, dat zich zelf begrijpt, de cultuur redt en de creatuur voorbereidt, ja zelfs er al wat van vertegenwoordigt. Dat ben ik." „Infantiliteit beheerst allen behalve mij en twee anderen. Al het geweld vloeit voort uit neurose. Buiten de bovengewelddadigen zijn het allen neurotici." ,,Zij strijden alleen uit de drang om gewelddadig te zijn en te moorden. Bewustzijnsvernauwing beste luisteraars. Niets dan bewustzijnsvernauwing. Geen doorschouwing met de rede." „Redelijk doordenken en doorlichten (spr. hijst zich bij een tafeltje op, de stem klinkt ongenaakbaar) doe ik." „De massa bestaat uit niets dan stommerds. Tot die massa behoren allen die geweld gebruiken." Een beminnelijke glimlach. Dan „het spijt me voor die massa dat ze zo stom zijn, maar tja (met nadruk) het verstand heb ik." „Beste kameraden, dat is nu de uitkomst van meer dan 10 jaren doelbewuste psychologische studie. En dat geeft ons dit evenwicht." Einde. De voorzitter, (ontroerd) tot spreker „hartelijk dank voor deze buitengewone kwaliteitsrede. Geen discussie op verzoek spr. vanwege de stemming." Stilte. Over de wijde groene vlakte valt het doffe loeien van een koe. Middag. Brandende zonnestralen, ranja, koek en ijsco's. Kindergeluiden. Naakte mensen, net geklede heren, zelfbewuste gezichten, moeders, toekomstig geslacht. Schuddende kinderwagens. Jan Mispelblom spreekt. „Wij willen geen machtsvorming, alleen gehoord worden." “Aaneensluiting tegen oorlog." „Waardering voor anderen die met andere middelen strijden." „Getuigen, getuigen, getuigen, getuigen van onze goede gezindheid." „Spreken en dienstweigeren." „En, en, en, getuigen en spreken uit en van een goede gezindheid. En, en, getuigen." „Naar Parijs." „Met edele gevoelens." De Haas heeft het woord. „Ik, ik, ik. Ik. Ik'.!! Ik!!!! Verstand, wijsheid, moed, eenzaamheid!" Glimlach. „Die arme verdoolde, verdwaasde, kinderlijke anderen." „Arme stakkers." Verder als boven. Oude kennissen, handen op elkaar. Gesprekken. Rumoer, voetengeschuifel. Huisreis. En roerloos lag de aarde te wachten op de daad. REFLECTA.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 47, no. 30,24-07-1937. 25-07 Nijehorne Anti-militarisme…. hoog bovenF.P.C. Meeting alle verwarring uit(Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 21- 07-1937)
22-08 Wijnjeterp Wat heeft Spanje ons geleerd
(Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 18- 08-1937)
06-10 Wormerveer Oorlog en Cultuur
(De Zaanlander 04-10-1937)
13-10 Amsterdam I De les van Spanje/Politieke I.A.M.V. beschouwing(De vrije socialist 09-10-1937)
19-10 Zaandam De morele kant van de luchtbescherming.
Afd. Zaandam van de ALG.NED.VROUWEN VREDEBOND hield 19 October een openbare vergadering tegen luchtbescherming. Mevr. BULSING-VAN BESOUW toonde aan hoe de menselijke afweer armzalig staat tegenover de luchtduivels. De pacifisten verzetten zich tegen een mentaliteit om de oorlog in stand te houden. Het geweten is een zuiver kompas bij alle daden van den mens, en dit zegt "Vrede". Legt men het geweten het zwijgen op, dan is de weg open naar alle wreedheid. Spr. belicht dan de grote gasmaskerade in ons land en daarbuiten, en hoe hier alom belangstelling voor wordt gewekt. Maar o wee, als het ernst wordt! Toch past de massa zich aan bij de luchtbeschermingsoefeningen. Ons pacifisten past hiertegen een verzet, want het is alles oorlogsrepetitie. Nu weer is er een demonstratie boven Amsterdam op komst, waarvoor zelfs goedkope spoorkaartjes worden verkocht, alsof het een groot feest betreft. Ons verzet stuit weliswaar op protesten, maar de vrijheid van geweten moet gewaarborgd blijven. Een lichtpunt is het verzet der vrouwen, nog veel te weinig in verhouding tot de massa, die zich nog laat meevoeren, en ook, dat de minister beloofd heeft bij oefeningen rekening te houden met gewetensbezwaren. Wij strijden voor Vrede en niet voor het reglementeren en organiseren van oorlog. En de luchtbescherming is een onderdeel van de oorlog. Jammer is het, dat 't met den mens zo ver is gekomen, die toch geschapen is naar God's beeld. Het woord "godloos" is volkomen op zijn plaats voor de oorlogsbedrijven van duikboot en luchtschip. Wij kunnen dit niet goedpraten. Spr. besloot met een beroep te doen op de vrouwen, om zich te bezinnen en zich aan te sluiten bij het leger der vrouwen, die een halt toeroepen aan haar, die zonder bedenken voorthollen naar broedermoord.
Daarna sprak JO DE HAAS. De pacifisten doen, aldus spr., een beroep op het gezond verstand en komen daarom ten achter bij de militaristen, die een beroep doen op het instinct, waaraan de mens nu eenmaal gemakkelijker gehoorzaamt. Het is een dwaasheid, een waanzin en een onmogelijkheid om zich te verdedigen tegen luchtaanvallen, welke niet tot een technisch vraagstuk moeten worden teruggebracht, want dan zou men toch naar de "strohalm" grijpen. De Vrouwen Vredebond wijst de luchtbescherming moreel af en wil het leven veilig stellen door het te boven komen van alle militarisme en oorlog. Het aanvaarden van luchtbescherming is onzedelijk, omdat het betekent het instellen op oorlog. De militaristen weten heel goed, dat de luchtbescherming slechts een fictie is, maar de achtergrond is, de burgerbevolking ervoor te winnen, om haar zo te doen opgaan in het oorlogsapparaat en haar daarin te doen ondergaan. De luchtbescherming is een middel om de oorlog te kunnen voortzetten en zij is een onderdeel van de grote oorlogsvoorbereiding. Wij verwerpen oorlog onder alle vormen als de incarnatie van alle barbarisme. Werkelijke cultuur is oorlogsontkenning. In Japan, waar thans de oorlogsgeest heerst, is ook een sterke wil voor vrede, die zich uit door het grote aantal dienstweigeraars. Hoog boven het beest is dus nog de Geest, die eenmaal de wereld zal overwinnen. Deze geest moeten wij uitdragen, en met deze geest hebben we geen betonnen kelders, geen zand op zolder, geen gegomd papier nodig. Wij moeten het Leven beschermen, door een vloek te slingeren naar de oorlog.Vredes Pers Bureau ten dienste van de vredesbeweging in Nederland, jrg 7, 1937, no. 621, 28-10-1937.(Vrijwel gelijke tekst in De Zaanlander 20-10-1937.)
De „rode” burgemeester zit de anti-militaristische propaganda dwars. Op de onlangs gehouden vergadering van de Vrouwen-Vredesbond, waar Jo de Haas sprak en die goed geslaagd is, werd besloten 11 Nov. te collekteren voor het werk van de Vr.V.B. en de dienstweigeraars. De rode burgemeester van Zaandam weigerde echter z'n toestemming te geven. Gevraagd naar het motief van die weigering antwoordde de „rode" gezaghebber: „ik voel niets voor dat gedoe." Zou hij wel wat voelen voor al het andere gedoe, waar hij wel vergunning voor geeft? De „rode" burgemeester heeft zich zeer waarschijnlijk wel verkeerd uitgedrukt. Hij had moeten zeggen: „ik vind dat gedoe gevaarlijk voor de Staat, wiens filiaalhouder ik ben". Wij hopen dat de anti-mil. aan de Zaanstreek ondanks die tegenwerking de strijd voort zullen zetten. En goed lijkt het ons, als men de gezagdragers maar nooit iets vraagt en men zich zonder hen er door slaat.De vrije socialist 27-11-1937. 20-10 Amsterdam II De les van Spanje/Geweld en weerbaarheid (De vrije socialist 09-10-1937) 27-10 Amsterdam III De les van Spanje/Psychologie — Agressie (De vrije socialist 09-10-1937)
11-11 Amsterdam Herdenking Martelaren. Chicago
Herdenking 11 November. De grote zaal van gebouw „De Leeuw" was goed bezet: veel „strijders in ruste", doch veel militanten. Jo de Haas was plotseling verhinderd en stond Rijnders alleen voor de taak. Waar hij zich natuurlijk goed van kweet. Onder ademloze stilte schetste hij het Chicagoër treurspel, in drie akten en een naspel. Als in film rolden de taferelen voor onze ogen voorbij: de staking in Chicago 1886; het optreden der Pinktertons; de meeting op de Hooimarkt; de bomontploffing; de arrestatie van „onze acht"; het proces; de terechtstelling.... Het was „af", maakte veel indruk op de aanwezigen. In het „naspel" gaf R een schets van de strijd der arbeiders voor hun ontvoogding. Hij wees op de treurige geestestoestand der massa, die altijd weer zich laat slachtofferen door strevers en misleiders. Hij wees op de grote fouten die altijd zijn gemaakt en waarvan men helaas maar steeds te weinig heeft geleerd. De voorzitter, kam. Keizer, dankte den spreker en wekte de aanwezigen op onze strijd onverzwakt voort te zetten.De vrije socialist 17-11-1937.
20-11 Sint Maarten Nog steeds radicaal anti- militarisme
Jo de Haas spreekt. In een slecht bezochte openbare vergadering ten huize van den heer P. Schrijver, sprak de heer Jo de Haas voor de anti-militaristische Vereeniging alhier, met als onderwerp: Nog steeds radicaal anti-militarisme. Als uitgangspunt dezer rede haalde spr. een boek aan, geschreven door een zekere Fergens (=S. Ferenczi? lgj). Dit boek geeft zeer duidelijk aan het mensdom zich onverstandelijk beweegt en juist in hooge mate in de hand werkt, wat het juist niet wil. Dit is het militairisme. Thans, nu de oorlog voor de deur staat en een nieuwe groote wereldbrand zoo goed als onafwendbaar is, is het met de vredeszin en het parool van ,,Nooit meer oorlog'' gedaan en meent men, dat om het fascisme en nationaal-socialisme te remmen, dit door oorlog moet beteugeld of vernietigd worden. Is de vredesgedachte thans tot een minimum beperkt, de oorlogsideeen en voorbereiding hiervan vieren thans hoogtij. Thans blijft de anti-militairist enkel over de moed om voor zijn overtuiging pal te blijven staan en liever voor zijn idee te vallen dan zich voor oorlog te leenen. Schager Courant, 20 november 1937.
19-12 Wieringen Geen titel
WIERINGEN. Houdt de datum van 19 Dec. vrij. Grote openbare Cursusvergadering met als inleider Jo de Haas, 's morgens 9.45 uur. 0nderwerp wordt nog nader bekend gemaakt.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 47, no. 50,11-12-1937. 25-12 Amsterdam De noodzaak van de Dienstw. congres dienstweigering
Landelijk comité van de I.A.M.V Prov. Samenw. in Noord-Holland
De laatste spreker, Jo de Haas, behandelde de noodzaak van dienstweigering. Spr. begint met voorlezing van een brief uit Veenhuizen, waarin de beste wensen worden uitgesproken voor het congres. Hij releveerde hoe er sinds het laatste congres veel is gebeurd, hoe niet minder dan drie oorlogen hebben gewoed en nog woeden. Dat is geen terugvallen der mensheid, maar een bewijs, dat we hier nog maar pas aan toe zijn. Hij haalt Barbusse aan: "In de wereld is niets veranderd, als niet alles verandert". Dienstwegering is een noodzaak, die bevestigd wordt door de wereldgeschiedenis der laatste 25 jaar, die een krachtig pleidooi vormt voor de anti-militairistische beginselen. Het fascisme is een symbool van oorlogsvoorbereiding. Het is geen spel van het toeval, maar het rechtstreekse gevolg van de wereldoorlog, die niet werd beëindigd door de beschaving maar omdat men oorlogsmoe was. Er bestaat volgens spr. geen wezenlijk verschil tussen fascistische en democratische staten; in beide is men bereid desnoods oorlog te voeren. In de eerste om koloniën te krijgen, in de tweede om dit te beletten. Er is in de laatste 20 jaren voor de vrede niets positiefs gedaan, overal heerst de leus; indien gij de vrede wilt, bereidt U ten oorlog. Toch zal de mensheid eens moeten komen tot het begrip, dat socialistische vrijheid van onderop moet komen. Daarom dient dienstweigering steeds in het middelpunt der belangstelling te staan. Er wordt steeds beweerd: dienstweigering is goed als allemaal het doen. Dit betekent dat men toegeeft dat het beginsel goed is. Er is in alle duister iets groeiende, dat eens aan de oorlogsellende een einde zal maken. De tekenen zijn er. In Japan zijn honderden gefusilleerd, die weigerden aan het oorlogsgeweld mede te doen. En hun aantal zal groeien, overal.Vredes Pers Bureau ten dienste van de vredesbeweging in Nederland, jrg 7, no. 630, 30-12-1937.
Ten slotte spreekt Jo de Haas. Hij doet voorlezing van een brief, die geschreven is door een aantal in Veenhuizen verblijvende dienstweigeraars, die hun beste wensen voor het slagen van het congres uitspreken en hopen dat hun vredeswil weerklank in de harten der mensen zal vinden. De Haas wijst dan op de grote gebeurtenissen die hebben plaats gevonden sinds het laatste dienstweigeringscongres 2-1/2 jaar geleden werd gehouden. Drie oorlogen hebben plaats gevonden of zijn nog aan de gang. Gerhard heeft kort geleden verklaard, dat als wij denken aan de wereldoorlog en de oorlogen van thans, wij niet moeten zeggen dat de wereld zo slecht geworden is. Zij bewijzen waaraan de mens pas toe is. Wij zijn niet teruggevallen. Wij zijn nog nergens aan toe. De Leeuw, die bij de mensen meer bekend is als sportvlieger dan als journalist, meende, dat de menselijke geschiedenis drie fasen doorloopt: de natuurlijke, de kultuurlijke en de kreatuurlijke. In de eerste is de mens afhankelijk van de natuur, in de tweede heeft hij een zekere verstandelijkheid bereikt, waaruit de moderne wetenschap en techniek ontstaan, en in de derde gaat de mens in de eerste plaats aan zich zelf vorm geven. Wij zijn hieraan nog lang niet toe, leven op de grens van de eerste en tweede. In onze tijd hebben wij er meer dan ooit behoefte aan om onze wil tot verandering van mens en maatschappij in een daad om te zetten. Wij moeten hier aansluiten bij het woord van Barbusse, dat „niets in de wereld veranderd is als niet alles verandert”. De gebeurtenissen van onze tijd zijn een krachtig pleidooi voor de inzichten die wij hebben beleden en innerlijk beleefd. Het fascisme, dat bij de koloniale volkeren al lang bekend was, hebben wij in Europa gekregen als een nieuw verschijnsel. Het kapitalisme moet koelies hebben in de gehele wereld. Wij zijn op weg naar een nieuwe wereldoorlog, daarom kunnen we in West-Europa het fascisme niet meer missen. Tussen fascistische en demokratische staten is geen wezenlijk verschil aanwezig. Oorlogsbereid zijn ze allen. Niet alleen is het fascisme oorlog, doch oorlog is ook fascisme. Wat rondom het koloniale probleem geschiedt, is leerrijk: de demokratische staten denken er niet aan Duitsland de koloniën terug te geven. Daarom moeten zij zich bewust op oorlog toeleggen, zij moeten hun buit behouden. De parlementaire vredespolitiek — de Volkenbond — is bankroet. Het is geen wonder dat de wereld er uit ziet zoals ze er uit ziet. Wij zijn als roependen in de woestijn geweest. In twintig jaren is er niets positiefs gebeurd. Waar de mensheid nog niet aan toe is weten we. Dat is echter niet belangrijk. Wél belangrijk is te weten dat we eenmaal tot de dienstweigering moeten komen, omdat er geen andere uitkomst is. Zonder dit is er geen vrede en vrijheid en menselijke beschaving mogelijk. De dienstweigeraar is voor ons het symbool van wat door een groeiende ongehoorzaamheid aan staat en kapitalisme gewrocht zal kunnen en moeten worden. Wat we zo dikwijls horen „als ze het maar allemaal deden” is een voorlopige rechtvaardiging van de daad der dienstweigering. Hoe duister het in de wereld is, er zijn ook lichtzijden: we weten dat er iets groeiende is, dat er van onderen op iets begint te ontstaan dat een nieuwe wereld belooft.De wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland, jrg 34, no. 13, 01-01-1938.
26-12 De Haag Want het licht schijnt in de De Dageraad/Zonnewendefeest duisternis(Haagsche courant 24-12-1937)
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1938
1938 16-01 Amsterdam Oorlog en Cultuur De Dageraad (Algemeen Handelsblad15-01-1938)
08-02 Tijnje Het fascisme, — waarom 09-02 Wijnjeterp zijn komst mij verblijdt (Nieuwsblad 10-02 Nijehorne F.P.C. Idem van Friesland
11-02 Boelenslaan Idem Hepkema’s 12-02 Hoornsterzwaag Idem courant 04-02- 1938)
15-02? Groningen Geweld, geweldloosheid en militarisme
Op een vergadering, uitgeschreven door het NPC., trad als spreker op Jo de Haas met het onderwerp: „Geweld, geweldloosheid en militarisme". Vele kameraden uit onze beweging waren aanwezig en na het gesprokene volgde een zeer interessante en leerzame gedachtenwisseling daar vele van de aanwezigen het niet met de spreker eens waren. Als laatste debater trad op prof. Polak, die zich in vele opzichten ook niet kon verenigen met datgene wat door de spreker naar voren was gebracht en in vele opzichten het eens was met de opvattingen van de syndicalistische kameraden in deze. Het resultaat van de gedachtenwisseling was, daar het reeds zeer laat was geworden en we in deze korte tijd toch niet tot elkaar konden komen, dat prof. Polak zich bereid verklaarde over dit zeer interessante onderwerp een lezing te houden en waar De Haas dan tegenwoordig zou zijn om zijn standpunt daar tegenover te stellen. Wij hopen dan ook, dat wanneer binnenkort deze vergadering zal plaats vinden, het aantal van de kameraden uit onze beweging nog groter zal zijn dan nu, daar er voor ons op dergelijke bijeenkomsten heel wat te leren valt. Tevens zouden wij de kameraden willen verzoeken, ook de discussie-avonden, uitgeschreven door het PAS., te bezoeken, daar de eerste avond reeds leidde tot zeer interessante gedachtenwisselingen. De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg XV, 1937-1938, no. 35, 26-02-1938.
19-03 Wijnjeterp Want door de duisternis schijnt het licht
A.M.V. Op 19 Maart, bij de thuiskomst van de d.w.-er Jan de Jong, zal een welkomstvergadering gehouden worden bij C. Mulder, alhier. Dan zal een mooi toneelstuk opgevoerd worden. Vooraf wordt gesproken door Jo de Haas over: „Want door de duisternis schijnt het licht!" Aanvang 's avonds 7 uur. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 48, no. 11, 12-03-1938.
31-03 Haulerwijk Wat de luchtbescherming 01-04 De Wilp FPC niet en wat de Luchtbescherming 02-04 Bakkeveen wel is (De arbeider 26-03-1938)
11-04 Groningen Geweld-Geweldloosheid- VSV, I.A.M.V., NPC, VVS Militairisme
Debatvergadering. Op 11 April vond de debatvergadering plaats tussen prof. L. Polak en J. de Haas over „Geweld of Geweldloosheid". Als eerste spreker trad prof. Polak op, die in het kort memoreerde wat de aanleiding was geweest tot het houden van deze debatvergadering. Hij verklaarde voorts nog steeds op het standpunt te staan als weergegeven in zijn brochure over „Oorlogsfilosofie". Maar daarnaast erkende hij het recht en noemde hij het zelfs de plicht van elk individu en van een volksgemeenschap om zich met geweld te verdedigen, wanneer alle andere middelen hebben gefaald. Anders toch zouden het onrecht en de rechteloosheid steeds heersen. Het is volgens hem de wonderbaarlijke macht van het recht, dat het in laatste instantie, als alle rede faalt, zich op geweld kan beroepen. Wij steunen allen met elkaar op het geweld, dat er is om het recht te verdedigen. De zedelijke taak van ons mensen is, dat we onderscheid moeten maken tussen zedelijk goed en zedelijk kwaad. De gehele zaak komt hierop neer dat wij allen als mens ons tot taak stellen om met alle middelen het recht te doen zegevieren. Hoe moeten we reageren op gewelddadige aanvallen? Wanneer daar staat een kind op het punt ten prooi te vallen aan een sexuele wellusteling, dan zullen wij met alle middelen, ook met geweld, dit kind willen en moeten beschermen, omdat deze persoon geen enkel recht aan zijn zijde heeft. Zo gaat het ook in het geval, wanneer men onze vrouwen en kinderen zou aanvallen. Hij die dit niet zou doen, verzaakt hier zijn menselijke plicht. Dit is individueel. Nu collectief. Dit was volgens De Haas heel iets anders. Hiertegenover verklaarde prof. Polak, dat wat individueel onze plicht is, ook collectief onze plicht is, daar er in wezen geen onderscheid is. Tegen eigen zachtmoedigheid in zal een gemeenschap zich hebben voor te bereiden op geweldgebruik, al vinden wij dat ook nog zo verschrikkelijk. Het is niet alleen noodzakelijk, dat men een revolver in huis heeft, maar tevens noodzaak dat men het wapen weet te gebruiken, opdat men aangevallen wordende niet zijn eigen kinderen of kameraden treft. Dit heeft met militarisme niets te maken. Wanneer men werkelijk het militarisme uit wil bannen, zou men over moeten gaan tot het stichten van een werkelijke Volkenbond, die in staat is om elk land, ook het sterkst bewapende, een halt toe te roepen wanneer er onrecht plaats vond. Even heeft er tijdens het italiaans-abessijns conflict iets plaats gevonden wat wees in de richting van werkelijke rechtsbeginselen en de handhaving daarvan. Wanneer men zijn ideaal wil hoog houden, dan behoeft men zich niet te schamen voor geweld, maar is het een menselijke plicht, al is het dan ook soms nog zo verschrikkelijk, door middel van geweld op te komen overal in de wereld waar het onrecht tracht te overwinnen.
Daarna nam Jo de Haas het woord en in plaats van zich te houden aan het onderwerp, heeft hij een rede uitgesproken, die eigenlijk niets anders was dan een overzicht van de huidige kapitalistische maatschappij en de geraffineerdheid daarvan. In dit verband haalde hij verschillende voorbeelden aan om aan te tonen, dat er geen enkel verschil bestaat tussen de fascistische en democratische landen. Zijn bedoeling was m.i. om het zo te doen voorkomen, als zou prof. Polak de democratische staten in bescherming hebben genomen. Dit was natuurlijk geheel onjuist. Maar waar het hier eigenlijk om ging, dat was het geweld gebruikt door de anarcho-syndicalisten in Spanje tegenover het internationale fascisme. Daar heeft De Haas met geen enkel woord over gerept. Even meenden wij, dat hij ermee beginnen zou, toen hij de bezetting en collectivisatie van de bedrijven aanhaalde en goedkeurde, maar daarna zweeg hij geheel hierover. Alles wat hij verder gezegd heeft, was voor ons geen nieuws; we hebben het jaren achtereen in De Syndicalist kunnen lezen.
Na De Haas kreeg prof. Polak nog even het woord en het eerste wat hij opmerkte was, dat Jo de Haas een rede gehouden had die geheel op zichzelf stond en waarin datgene waar het hier eigenlijk om ging, in geen enkel opzicht tot uiting was gekomen. Hij kon het dan ook kort maken en wilde in laatste instantie nog enkele citaten voorlezen uit zijn in 1915 geschreven brochure, waarin hij de weg heeft aangewezen om in de toekomst oorlog onmogelijk te maken en wat voor vandaag de dag nog steeds geldend is. Daarna kreeg Jo de Haas nog even het woord en wilde nog even memoreren dat hij het in de meeste gevallen met Polak eens was, maar alleen naar aanleiding van het gebruiken van geweld er een andere gedachte op nahield. Al met al ben ik er van overtuigd, dat velen onbevredigd naar huis zijn gegaan, omdat ze van een spreker als Jo de Haas nu toch eens gaarne hadden willen vernemen de middelen, die volgens hem gebruikt moeten worden tegenover het steeds brutaler optreden van de kapitalisten. H. W. P. De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg XV, no. 43, 23-04-1938.
VROEGER EN THANS
Vroeger — het is op 13 april a.s. 25 jaren geleden -— vond er te Groningen in zaal „Apollo” een openbare debatvergadering plaats tussen prof. Leo Polak en Jo de Haas. Het thema was: „Geweld, geweldloosheid en oorlog”. Dank zij de aantekeningen van een kameraad uit Friesland is het nu nog mogelijk de zienswijze van beide sprekers, al is het zeer in het kort, te belichten. Prof. Dr. Mr. L. Polak was tegen de oorlog. Vanzelf was ook hij er voorstander van dat conflicten in de wereld niet door oorlogen opgelost dienen te worden. Toch vond Polak dat het geweld intact moest blijven. Juist uit eerbied voor zedelijkheid, humaniteit en rechtvaardigheid was Polak van oordeel dat al dit edele, desnoods met geweld, verdedigd moest worden, wanneer dit nodig mocht blijken. Als voorbeeld haalde spr. aan: Gesteld dat een ziekelijk sexueel mens, een woesteling, zijn zinnen op een kind zou willen uitleven, dan is gewelddadig ingrijpen toch ook noodzakelijk, zelfs met een risico dat de woesteling er bij neergeschoten zou worden. Zoals het bij een dergelijk individu onmogelijk is, met redeneren ook maar iets te bereiken, zo is dit ook collectief gezien, wanneer een bende rovers in het buitenland tracht de grenzen te overschrijden van je eigen land. We hebben dan niet alleen het recht, doch ook de plicht ons hiertegen te verzetten. Weerloosheid zou zelfmoord zijn.
Jo de Haas stelde toen ook reeds tegen een dergelijke zienswijze dat de revolutionaire anti-militaristen allerminst de weerloosheid propageren. Integendeel. Maar de anti-militaristen wijzen juist het oorlogsgeweld af, omdat men daardoor weerloos is geworden. Er is allerminst sprake van het prediken van weerloosheid, doch wel van bovengewelddadige strijdmiddelen. Geen zinnig mens zal er iets tegenin kunnen brengen, wanneer een sexueel ziekelijk mens, desnoods krachtdadig, ofwel gewelddadig wordt verhinderd zijn omgeving schade aan te doen. Doch wanneer men een dergelijk geval collectief wil stellen en daarmede collectieve bewapening meent te kunnen rechtvaardigen, dan ligt er wel iets scheef. Wanneer kwaadwilligen vanuit het buitenland een gevaar dreigen te worden, dan mag men toch nimmer uit het oog verliezen, dat met collectieve bewapening niet in de eerste plaats zulke kwaadwilligen worden getroffen, doch wel de arbeiders, die bewapend door dergelijke kwaadwilligen aan beide kanten de klappen opvangen. Jo de Haas verweet Polak dat hij dezelfde valse ideologie verkondigde als de burgerbladen, die een scherpe scheidingslijn stellen tussen fascistische en democratische staten. Het verschil is in waarheid dat de fascistische staten willen roven wat z.g.n. democratische staten tot dusver altijd hebben gedaan. Voor de arbeiders blijft slechts een keuze: de deurwaarder als dienstknecht van het onrecht de deur uitwerken. Er is geen oorlog die iets met recht van doen heeft. Wel kunnen er soldaten zijn, die uit edele motieven ten oorlog trekken, voor de regeringen onder wiens commando ze staan, is het slechts een spel van belangen. Het tragische is dat beiden door de nazi’s zijn vermoord, als gevolg van de waanzin die 11/2 jaar na deze vergadering uitbrak. En wat zal de tragiek thans voor ons brengen? Voor ons, die blijven dulden en voortgaan met steeds afschuwelijker moordtuig te produceren? Hk. d. G.Recht voor allen; orgaan van de Federatie van Vrije Socialisten, jrg 19, no. 531, 20-04-1963.
16-05 Emmer-Compascuum Godsdienst of vrije gedachte DEBATVERGADERING (16 Mei) — Zaterdagavond werd in de Concertzaal Bruinsma een debatvergadering gehouden tusschen ds. R. Bijl Herv. predikant en den heer J. de Haas. De leuze waarover werd gestreden was: Godsdienst of vrije gedachte. Ds. Bijl kreeg het eerst het woord, in een dikwijls hoog gestemd betoog legde spr. getuigenis af van zijn onwankelbaar geloof in een albesturenden en rechtvaardigen God. Hierna was de beurt aan den heer De Haas, die zijn geloof in den mensch voorop stelde en gronden aanvoerde voor zijn atheïstische levensbeschouwing. Beide sprekers werden ook in het toen volgende debat, door de volle zal zeer rustig aangehoord. Provinciale Drentsche en Asser courant 17-05-1938.
EMMER-COMPASCUUM. in concertzaal Bruinsma werd Zaterdagavond een debatavond gehouden tusschen ds. R. Bijl, Ned. Hervormd predikant alhier en den vrijdenker Jo de Haas van Amsterdam, over ’t onderwerp „Godsdienst of vrije gedachte.” Ds. Bijl kreeg eerst het woord en begon met ’t uitspreken van de wensch, dat de talrijke aanwezigen (plusminus 300 personen) hem, als gast hier aanwezig, met geduld zouden willen aanhooren en dat deze avond op waardige wijze zou verloopen. Zijn rede had hij in vieren verdeeld: de beteekenis en de gevaren van de godsdienst als eerste helft en de beteekenis en gevaren van ’t atheïsme in de tweede helft. Spreker begon met te verklaren, dat godsdienst is een steun in leven en bij sterven. De natuur en de levensomstandigheden wekken geen godsdienst, maar God roept den mensch om door Hem te dienen vrij te worden van en voor God en zijn medemensch lief te hebben. Waarom geloof ik? Omdat God mij geroepen heeft. En die gedachte maakt mij gelukkig. Op zeer bevattelijke en duidelijke wijze ging spr. voorts in op de beteekenis van het geloof. Komende aan de gevaren, wees hij erop, dat dit toegeven van die gevaren niet is een concessie aan de bestrijders van het geloof in God. Er is geen plaats in de wereld waar meer zelfcritiek is als in de kerk en bij den geloovigen mensch. De grens van geloof en ongeloof loopt door de kerk, door den mensch, door ieders leven. Veel ellende komt hierdoor in de wereld. De mensch, die niet in God gelooft, stelt zich een ander verheven doel - het geld, het ras enz. - als godsdienst en bindt zich dan evengoed. Het atheïsme, aldus spreker, wil alle godsdienst bestrijden, omdat het den mensch de vrijheid zou ontnemen. Niets is minder waar. Men zie naar Rusland en Duitschland. Is daar vrijheid?
Hierna kreeg Jo de Haas het woord. Hij begon met te zeggen, dat zij, die gekomen waren met de gedachte, dat de debaters ruzie zouden maken, teleurgesteld zouden worden. Het gaat ons niet, aldus spr. om ’t geloof te bespotten, maar wij willen trachten mee te gaan met gedachten en geloof van anderen. De predikant en ik hebben een verschillend geloof, de predikant gelooft in God, ons geloof is dat in betere tijden na deze geestelijke crisis, en wij trachten den mensch op te wekken de wereld te verbeteren. Ds. Bijl bindt zijn geloof aan God, wij aan de wereld, omdat wij niet aan God gelooven. De geloovige mensch beroept zich op God, maar wie, aldus spreker, bewijst mij, dat er een God is. Deze bewijzen zijn niet te leveren, zegt ds. Bijl, dat is onmogelijk, maar om deze vraag draait toch elk debat. De atheïst leeft zonder God, omdat hij niet weet van God. Ds. Bijl heeft het over Rusland en Duitschland, maar ook daar zochten de menschen eerst steun bij God. Ze zijn teleurgesteld en hebben nu hun God uit de hemel gehaald en ’n plaats gegeven in Moskou en Berlijn. Uitbuiting is aan de orde van de dag. Ook het gezag en het bezit, aldus spreker, verschuilen zich achter God, want anders waren zij niet mogelijk. Wij, atheïsten, wekken den mensch op, mensch te zijn en zijn innerlijke kracht te ontplooien. Het eeuwige leven hiernamaals is een utopie. Niets is eeuwig, alles komt en gaat. Hierna werd gepauzeerd, waarna eerst ds. Bijl nog een repliek uitsprak en tot slot Jo de Haas nogmaals het woord kreeg, waarna het sluitingstijd was en de bijeenkomst moest worden beëindigd. Emmer courant 17-05-1938.
EMMER-COMPASCUM. In concertzaal Bruinsma werd Zaterdagavond een debatavond gehouden tusschen ds. R. Bijl, Herv. predikant alhier en Jo de Haas van Amsterdam, de vrijdenker. Een talrijk publiek, plm. 300 personen, was aanwezig en volgde met aandacht het gesprokene. Eerst sprak ds. Bijl, daarna de heer De Haas ruim 45 minuten. Na een kleine pauze sprak ds. Bijl ongeveer 15 minuten, waarna de heer De Haas een slotwoord sprak. Om 11 uur werd de bijeenkomst, die een waardig en vlot verloop had gesloten. Nieuwsblad van het Noorden 17-05-1938.
05/06-06 Appelscha Landdagtoespraak Antimil. en anarch. Groep
APPELSGA, 6 Juni. De afdeelingen van de drie Noordelijke provinciën van bovengenoemde groep hielden hier gisteren een goed geslaagden landdag, waar naar schatting 450 personen aanwezig waren. 's Morgens werd een huishoudelijke vergadering gehouden, waar de heer B. Herder het woord voerde en besprak de toekomst van het blad „De Arbeider". In den namiddag werd een rede gehouden door ds. Mispelblom Beijer (zie verslag hieronder, lgj) en Jo de Haas. Medewerking werd verleend door de muziekkorpsen „Geluk en Vrijheid" van Hoogezand-Sappemeer en het korps „Liberté" van Emmer-Compascuum en twee zangkoren, een uit onze plaats „Naar het Licht", en de zangvereeniging van Emmer-Compascuum „Zang na Arbeid". De avond werd gevuld met declamatie, zang en tooneel. Hoewel het overdag mooi weer was, moest men tegen den avond wegens den regen zich in een daarvoor opgetrokken tent vermaken. Nieuwsblad van Friesland : Hepkema's courant 08-06-1938.
DE LANDDAGEN TE APPELSCHA
Het ligt niet in mijn bedoeling een volledig verslag te geven van onze Pinksterbijeenkomst te Appelscha. Slechts enkele indrukken van de besprekingen met de konklusies, die ik hier persoonlijk uit trek. De deelname was, naar algemeen de opvatting was, weer groter dan het vorige jaar. Uit alle delen van het land waren de honderden kameraden naar Appelscha getrokken. En de geest, die onder de aanwezigen heerste, was die van goede, hartelijke kameraadschap. Veel te gauw verstreek de tijd, veel te spoedig kwam weer het uur van afscheid. Dat we slechts node weer uiteengingen is het beste bewijs, dat er, ondanks vele reële of imaginaire verschillen onderling, ook heel veel is, dat ons als kameraden verbindt. Het belangrijkste punt, waarover van gedachten gewisseld werd, was wel ons blad „De Arbeider". Kameraad Herder was de inleider. Zonder pathos, maar met warmte, zette hij de toestand van ons propaganda-orgaan uiteen, om aan het slot een beroep te doen op alle aanwezigen, om op de een of andere wijze op de bres te staan voor de krant. In de diskussie, die hierop volgde, meenden enkele kameraden hun medewerking aan „De Arbeider" afhankelijk te moeten stellen van het al of niet voldoen aan bepaalde eisen. Meer in het bijzonder kwam het hier op neer, dat deze aanwezigen beweerden, dat sedert het uitbreken van het Spaanse konflikt, „De Arbeider" zich min of meer opgeworpen had als advokaat van het rode militarisme. Met klem werd hiertegen opgekomen door den inleider, die dezen mensen verzocht hem dan toch eens te willen aanwijzen, uit welke artikelen zou blijken, dat dit inderdaad het geval was. Ook van andere zijde werd stelling genomen tegenover deze pogingen om bepaalde groeperingen rondom de krant te drijven in een hoek, waarin ze zich niet laten drijven, n.1. in die van het rode leger.
Of men het ten slotte eens is geworden weet ik niet. Vast staat echter, dat de ene groep niet de naam van geweldlozen aanvaarden wil, de andere groep weigert onder de rode fascisten te worden gerangschikt.
De B.A.S. stelt zijn medewerking aan de Arbeider afhankelijk van de voorwaarde, dat de krant niets mag bevatten, dat in strijd is met z'n beginselverklaring. Hierop beriepen zich diegenen, die meenden, dat de Arbeider in de laatste twee jaren afgeweken was van het standpunt van het revolutionair antimilitarisme. Ik meen, dat het van belang is, de beginselverklaring van de B.A.S. hier af te drukken, opdat een ieder daaraan kan toetsen of het inderdaad juist is, dat door ons blad gebroken is met de propaganda voor het rev. anti-militarisme. Beginselverklaring van de B.A.S.
1. De B.A.S. streeft naar een wereldfederatie van vrije socialistische gemeenschappen.
2. De Bond stelt het socialisme niet slechts als een ekonomisch doel, maar als het begin van een nieuw, kultureel gemeenschapsleven, geworteld in een besef van kosmische eenheid en solidariteit, dat de mogelijkheid van ware ontplooiing van ieder mens waarborgt.
3. De Bond spreekt zich uit voor: gemeenschappelijk bezit van grond en produktiemiddelen; arbeids- en levensgemeenschappen (produktieve- en verbruikskoöperatie); vorming van arbeidersraden, ter bevrijding van de arbeid en regeling van de produktie; bevrijding van de koloniale volken van politieke en ekonomische overheersing;
4. De Bond streeft naar vernieuwing van opvoeding en onderwijs, persoonlijk en maatschappelijk (zelfontwikkeling is slechts mogelijk door samenwerking in dienst der gemeenschap).
5. De bond is van mening dat de strekkingen van het socialisme het best en het zuiverst bevorderd kunnen worden door niet-gewelddadige strijdwijzen, waarbij doel en middel in harmonie zijn.
In het bijzonder legt de Bond de nadruk op de betekenis van individuele en massale dienstweigering, verantwoordelijke sabotage, betoging, boykot, burgerlijke ongehoorzaamheid, partiële en algemene werkstaking, bedrijfsbezetting.
De Bond tracht de wil tot verantwoordelijk produceren aan te kweken.
6. De Bond bestrijdt principieel kapitalisme en imperialisme, fascisme en de schijndemokratie van het parlementaire stelsel; zij keert zich tegen elke staat als gewelds- en machtsinstituut en verklaart zich voor opheffing van alle mechanisch opgelegde orde door bewuste zelfordening.
Het wil mij voorkomen, dat er in de afgelopen 2 jaren door ons blad aan de lijn, vastgelegd in deze beginselverklaring, voldaan is, ondanks het feit, dat de redaktie niet in handen was van leden van de B.A.S. en ondanks het feit, dat men van die zijde maar bitter weinig medewerking heeft gehad wat het redaktionele gedeelte betreft.
Konklusies heeft men aan de bijeenkomsten te Appelscha niet verbonden. Er rest mij dus niets anders dan aan alle bezoekers van onze landdagen te vragen: Hoe staat het nu met jullie aktiviteit voor de krant? We waren met 500 kameraden bijeen. Kunnen deze 500 er niet voor zorgen, dat de krant gered wordt? Zijn vijfhonderd bewuste anarchisten niet in staat binnen 14 dagen 500 nieuwe lezers in onze kring te brengen?
Binnenkort vergadert de Exploitatiekommissie om de nieuwe periode van De Arbeider officieel in te luiden. Een nieuwe redaktie zal haar schouders er onder zetten om de krant te maken tot het propaganda-orgaan van het anarchisme.
Laten wij, 500 deelnemers aan de pinksterlanddagen er voor zorgen, dat de kameraden van de E.K. kunnen zeggen: „de krant wordt niet verkleind". Dat moet het minimum resultaat van onze pinksterbijeenkomst zijn.
De Amsterdamse S.A.A. daagt de groepen rond De Arbeider uit tot een wedloop in het winnen van lezers. Alle faktoren zijn gunstig. Wie neemt deze uitdaging aan? Eén opmerking wil ik den organisatoren van de landdagen nog maken, n.1. dat ze er niet voor gezorgd hebben, dat een voldoend aantal inleiders beschikbaar was. Voor zover mij bekend is, wist men reeds weken van te voren, dat Mispelblom Beijer geen inleiding zou houden. Desondanks werd hij niet door een ander vervangen. Gevolg was, dat één enkele spreker de tijd moest vullen. Laat het organisatie-komité er in de toekomst rekening mede houden, dat eentonigheid ook in de geestelijke kost de eetlust bederft. M. S. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 48, no. 24,11-06-1938.
03-07 Jubbega De internationale toestand en onze Meeting houding (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 29-06-1938)
10-07 IJmuiden/Driehuis Luchtbescherming, wat het wel is I.A.M.V. en wat het niet is
Rede Jo de Haas.
v.
Na een korte pauze was het woord aan Jo de Haas, die sprak over: ,,Luchtbescherming, wat het wel en wat het niet is". Militarisme en luchtbescherming zijn verschijnselen. zegt spr. geen problemen. Uit militair oogpunt propageert men veiligheid der grenzen ook in de lucht. Deze mogen niet onbeschermd worden gelaten: door ze te beschermen wordt de veiligheid gewaarborgd. De I. A. M. V. noemt dit een leugen. Wat zulk een veiligheid beteekent vinden we, zegt spreker, duidelijk genoeg in China en Spanje. De heer Haas protesteert tegen de leugens waarmede propaganda gevoerd wordt voor de luchtbescherming. Het A.B.C.-boekje over luchtbescherming, waarin verschillende adviezen inzake luchtaanvallen worden gegeven, noemt spreker misleidend. De praktijk is wel eens in strijd met de theorie, zegt hij en illustreert dit met een voorbeeld ontleend aan de luchtbeschermingsoefening gehouden te Groningen op 4 April j.l.
De absolute veiligheid tegen luchtaanvallen en oorlog is, zegt spreker, de overwinning van het gezond verstand op het militairisme. De luchtbescherming heeft alleen tot doel mannen en vrouwen te dompelen in het militaire apparaat. Men brengt met luchtbeschermings- propaganda de menschen onder suggestie. Het I. A. M. V. tracht deze suggestie te verbreken. Suggesteerend wordt gewerkt en gewezen op het fascisme en te zeggen ,,Fascisme oorlog", Spreker wil dit omkeeren en zeggen: Oorlog is fascisme". Als het militaire gezag in oorlogstijd regeert, wat is dit dan anders als fascisme en dictatuur. Spreker protesteert fel tegen de macht van het militairisme waarvan de dwang al onmiddellijk tot uiting komt bij een oefening en een stad in duisternis gehuld wordt. Daarom is het met al die vrees voor het fascisme waarmede geschermd wordt: Wie zich voorbereid ten oorlog, bereidt zich voor op het
ti
fascisme. Nadat de heer de Haas een gedicht had gedeclameerd van Kollem getiteld "Het slagveld" werd de vergadering waarvoor een matige belangstelling bestond, gesloten IJmuider Courant 11 juli 1938.
31-07 Den Haag Het wezen van het antimilitarisme I.A.M.V.(De wapens neder 01-08-1938)
27-08 Wijnjeterp Praatjesmakers en Profeten FPC (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 24- 08-1938)
04-09 Den Haag Anti Militairisme trots alles
(De wapens neder 01-09-1938)
03-10 Amsterdam De Ligt als anti-militarist Herdenkingsbijeenkomst BART de Ligt
In een druk bezochte HERDENKINGsvergadering, die 3 Oct. in het Muzieklyceum te Amsterdam is gehouden, is hulde gebracht aan de nagedachtenis van Bart de Ligt. Nadat allen een ogenblik staande en in stilte den gestorvene hadden herdacht, bracht een klein a capella— koor onder leiding van Johan F. Keja enkele liederen ten gehore. Als eerste redenaar sprak daarop Jo de Haas over de betekenis van De Ligt als anti-militarist. De Ligt is altijd bezield geweest door het innige geloof, dat eenmaal de wereld anders en beter zal worden.
Nu hij de tol aan de eeuwigheid heeft moeten betalen, zullen zijn medestrijders de kamp tegen de oorlog moeten voortzetten, in deze tijd sterker dan ooit tevoren. Het anti-militarisme was echter slechts een deel, zij het ook een belangrijk deel van zijn levenswerk; zijn strijd daarvoor was onafscheidelijk verbonden aan zijn ganse levenshouding. Militarisme en oorlog waren voor hem onverdragelijke begrippen, aldus spr., omdat ze de meest uitdrukkelijke ontkenning zijn van den mens, de persoonlijkheid, het leven. Op theoretische en practische gronden heeft hij de oorlogswaanzin, die hij zag als een uitvloeisel van het kapitalisme, bekampt. Hij heeft geholpen een nieuwe wereld voor te bereiden. Zijn grote ideaal was de vorming van wat Landauer heeft genoemd: het nieuwe volk. Hij heeft het anti-militarisme nieuwe inhoud en nieuwe strekking gegeven. Nu hij is heengegaan. past hier de belofte, dat zijn strijd zal worden voortgezet, van uur tot uur, opdat de mensheid zal worden bevrijd van militarisme en oorlog.
Vervolgens was het woord aan mevr. Van der Sluis. Zij getuigde in een bewogen rede van wat Bart de Ligt voor de Vrouwen Vredesbeweging hoeft betekend; ook in deze kring, waar men steeds kracht heeft kunnen putten uit zijn woorden, zal men zijn nobele figuur niet vergeten.
De laatste spreker was ds H.J. Mispelblom Beyer, die het karakter van het opvoedende werk van De Ligt schetste. De thans gestorvene heeft edele hartstochten willen wekken in de ziel van het volk. Treuren over zijn sterven past zijn vrienden echter allerminst, want Bart de Ligt is een gelukkig man geweest, die nieuwe levensinzichten heeft kunnen winnen en overdragen op anderen. Hij heeft met zijn magnetische persoonlijkheid velen geïnspireerd en deze inspiratie is gelukkig bij zijn sterven nog niet beëindigd.
De samenkomst werd daarop met koorzang besloten.Vredes Pers Bureau ten dienste van de vredesbeweging in Nederland, jrg 8, no. 670, 13-10-1938.
17-10 Den Haag De Ligt als anti-militarist
Gisteravond hadden een aantal Vredes-organisaties in de kleine zaal van de Ruyterstraat 67 een bijeenkomst belegd, om Bart de Ligt te herdenken. De zaal was geheel gevuld. Sprekers waren Jo de Haas over: De Ligt als antimilitarist en ds H. Mispelblom Beyer over: De Ligt als opvoeder. Na een korte inleiding ontving Jo de Haas het woord over: Bart de Ligt als antimilitarist. Spr. wil De Ligt zien in verband met de jongste gebeurtenissen, want De Ligt moet geplaatst worden in en tegenover het volle leven. De Ligt was geen kamergeleerde, maar voor alles strijder. Wat hij op de kamer leerde, werd dadelijk dienstbaar gemaakt voor den practischen strijd in de maatschappij. Hij was de groote revolutionair en daarom is het volkomen verantwoord, hem weer te plaatsen in deze maatschappij. Zijn krachtige geest ging tegen deze wereld in, waarin spr. het een voorrecht acht te mogen leven, want onze tijd gaat zwanger aan allerlei omzettingen en nieuwe gebeurtenissen. Wij zijn bezig te arbeiden aan een grootsch ideaal: de verwerkelijking van de verlossing der menschheid van het geweld. Immers de vredeszaak wordt het bezit van steeds meerderen: ze wordt volkszaak. Wat enkelingen in het verleden zagen en hoorden is thans het Ideaal van massa's geworden. Woord en droom worden daad. Nog dreigt elken dag de oorlog en daarom moeten wij ons meer dan ooit bezinnen op De Ligts gedachten. Hij was de absolute antimilitarist en daarom dienstweigering zonder voorwaarde. De Ligt bleef radikaal tot zijn laatsten snik. Door de dienstweigering groeit de mensch naar zijn eigenlijke bestemming. In ieder geval „behoort" de Mensch tot ware menschelijkheld uit te groeien. Wij staan, meent spr., voor een nieuwen wereldoorlog en wij zijn er alleen nog aan ontkomen, omdat men nog niet technisch klaar was. De Ligt zag het goed in. Alleen dienstweigering had dezen toestand kunnen voorkomen. Was en is het niet verschrikkelijk, dat vier mannen over millioenen levens beschikten? Is het niet beschamend, dat de menschen dat dulden? Wij hebben pas recht op ons leven als we het leven van anderen eerbiedigen. Alleen onwil van het volk kan den oorlog voorkomen.
De Ligt leerde ons dat elke oorlog is waanzin en misdaad. Wij zullen, verklaarde spr. de Ligt blijven volgen, want hij is niet weg, hij is onder ons, omdat hij eeuwigheidswaarde heeft gebracht; Bart zal langer leven dan Chamberlain en Hitler. Geen droefheid past ons daarom, want Bart de Ligt heeft Het Leven begrepen en daardoor zijn persoonlijk leven tot een eigen, vrij leven gemaakt; hij vegeteerde niet, hij heeft geleefd en daarom kon hij gaan, omdat hij zijn voetsporen in het zand der eeuwigheid heeft gedrukt. Daarom past het ons niet bedroefd te zijn. maar om te jubelen, want hij gaf zijn leven voor een grootsch ideaal. Wij kunnen De Ligt slechts herdenken in den dagelijkschen strijd des bestaans. Het Vaderland: staat- en letterkundig nieuwsblad 18-10-1938. Vrijwel dezelfde tekst in Vredes Pers Bureau ten dienste van de vredesbeweging in Nederland, jrg 8, no. 671, 20-10-1938.
21-10 Boelenslaan Welkomstvergadering (thuiskomst van d.w. O. Bekkema, Fries Prop. Com)(De arbeider 15-10-1938)
24-10 Westzaan De oorlog die voorbij
Prov. Samenw. op Anti-Mil. gebied is… en die zal komen
(De arbeider 29-10-1938)
25-10 Oostzaan Idem (De arbeider 29-10-1938)
Prov. Samenw. op Anti-Mil. gebied
27-10 Oterleek Idem (De arbeider 29-10-1938
OTERLEEK Anti-militairisten vergaderen. Donderdag 27 dezer had de provinciale samenwerking op anti-militairistisch gebied een vergadering belegd in café van Ham, alhier. Spreker was de bekende heer Jo de Haas. Hij begon met te zeggen, dat men het op het oogenblik wat gemakkelijker heeft gekregen. Er was bij de internationale situatie geen reden tot angst, toch heeft deze onze beweging voordeel gebracht. Sinds jaar en dag hebben wij reeds gesproken over een komenden oorlog. We werden echter uitgelachen en bespot, men beschouwde het als een idee-fixe. Toen echter kwamen de gebeurtenissen in September, 30 minuten van den oorlog verwijderd. Het water reikte tot de lippen.
In München is de vrede niet gefundeerd, doch de oorlog is uitgesteld. Als we het zoo zien, staan we dichter bij de waarheid. Spr. ging uitvoerig de internationale gebeurtenissen na en noemde het gebeuren in Spanje het begin van den wereldoorlog. Men meende, dat daar revolutie was uitgebroken. Wat er achter lag hebben wij onmiddellijk vastgelegd. Anderhalf jaar heeft men getreuzeld met de niet-inmengingskwestie en niets bereikt. In München was het in 5 minuten klaar, weldra zal de oorlog in Spanje gedaan zijn. Met zijn vieren zullen de groote mogendheden straks beslissen wat er met Spanje zal gebeuren. Duitschland is echter nog niet uitgemarcheerd. Spr. voorziet gebeurtenissen in Roemenië, Denemarken, Oekraïne en Rusland, totdat Duitschland, Italië en Japan zelf aan de beurt zijn. We zullen strubbelingen behouden zoolang er een soldaat en een kanon is. Het hangt af van enkele menschen, of dat kanon zal afgevuurd worden. Breedvoerig besprak spr. hierna den Volkenbond, het verdrag van Versailles en het totstandkomen van het fascisme. Ook werd nog een vergelijking gemaakt tusschen fascistische en democratische landen; de laatste waren volgens spr. nog oorlogzuchtiger. Het was wel teekenend hoe Duitsche vrouwen demonstreerden in optochten, doeken meevoerend met opschriften: "Wij willen geen oorlog”. Spr. noemde dit Duitsche heldinnen. Na een duidelijke uiteenzetting van het socialisme kwam het einde. Van de gelegenheid voor debat werd geen gebruik gemaakt Alkmaarsche Courant 29 oktober 1938.
27-10 Hippolytushoef De oorlog die voorbij is... en die komen zal
“Het dienstweigeren dat is de redding, dat is de uitkomst die ons van de oorlog kan redden."
Donderdagavond j.l. had in café Scheltus een openbare vergadering plaats vanwege de Provinciale Samenwerking op Anti-Militairistisch Gebied in Noordholland, alwaar als spreker optrad Jo de Haas met als onderwerp ,,De oorlog die voorbij is... en die komen zal". Te acht uur heette den heer Holtjes de aanwezigen welkom, in het bijzonder de spreker der avond. Spr. zegt dat Bast de Haan die ook zou komen spreken verhinderd is aanwezig te zijn zoodat we vanavond alleen als spreker Jo de Haas zullen horen, het spijt spr. dat niet meer personen aanwezig zijn om naar dit belangrijke onderwerp te komen luisteren (een zevental personen was aanwezig). Nadat spr. een beroep doet op de aanwezigen om tijdens de rede niet te interrumpeeren wordt aan de spreker der avond het woord verleent.
De oorlog die voorbij is... en die komen zal!!! Wij bleven er aan gelooven en er op wijzen dat de te niet verklaring van de oorlog van de menschen van onderuit moest geschieden zegt spr., hieruit kwam dan ook de dienstweigeringsgedachte voort. Wij blijven getuigen dat alleen de onwil van onder de oorlog kan verhinderen. Op het oogenblik is de propaganda voor ons wat makkelijker door de September gebeurtenissen. Wij hebben 28 Sept. 30 minuten van de oorlog af gestaan. Nu zal niemand meer om ons spotlachen als we het hebben over de komende oorlog. Was het in September evenwel doorgegaan dan hadden nu al millioenen en millioenen menschen van de aardbodem weggevaagd geweest. Als wij aan de dagen van September terugdenken, hoe de menschen verrukt waren dat Chamberlain naar Hitler ging om tenminste de vrede te redden, vond men dat prachtig inplaats van schandalig. Het was een ontzaggelijk schandaal wat daar is geschied. Zij toch beslisten daar over oorlog of vrede. Het is verbijsterend dat daar vier menen beslissen over het leven van millioenen als de mensch niet zelf te beslissen heeft over zijn eigen leven. Dat was nu echt fascistisch; het toont ons hoe geheel Europa fascistisch is. Wij zullen de menschen opwekken om over hun zelf te beschikken, maar eer het zover is, moet er nog heel wat in de denkwijze der menschen veranderen. Wij zijn nu 24 jaar na 1914, dus 24 jaar verder, maar niet verder, wat betreft de arbeiders, die staan nog op het zelfde standpunt, als toen. Wat is er gebeurd, de godsvrede herhaalde zich, de arbeiders sloten een overeenkomst met hun onderdrukkers. De bolsjewieken hebben nu hun lang verwacht Eenheidsfront, want ook Louw de Visser ging met zijn hoedje onder de arm naar papa Colijn om te zeggen: Ja, U kunt op ons rekenen. Toen in '14 de arbeiders naar de loopgraven gingen, hebben ze de Internationale kapot gemaakt en is er Nationale van geworden. Wanneer ze den oorlog aanvaarden, moeten ze het Internationale opgeven, dus het hart rukken uit het socialisme. De Duitsche arbeider zoudt ge willen bestrijden, hij, neen, hij wordt net als wij, onderdrukt, hij, hij is onze lotgenoot. Na een korte pauze vervolgde spr. weer: Na de Septemberdagen bleek dat de menschen in de democratische landen veel en veel oorlogszuchtiger waren dan de inwoners van de fascistische staten. Is het niet opmerkelijk, dat Chamberlain bij zijn aankomst in Duitschland werd toegejuicht? Dit beteekende dat zij snakten dat de oorlog zou voorbij gaan. Het verkeerde, als men over Duitschland spreekt, is dat men dan spreekt over Hitler net alsof Hitler het geheele Duitsche volk is, dit is net zoomin waar als dat men over Colijn zou spreken en denken dat Colijn het geheele Nederlandsche volk is, De oorlog tegen het fascisme is niet anders dan de oorlog tegen Uw eigen klasse genooten. Het Hitler Duitschland van thans is een product van 1918. Als het fascisme dus oorlog is en dat is zij, dan moet men dus de oorlog treffen. Hieruit kunnen wij dan onze houding als anti-fascist bepalen. De redding is het dienstweigeren, dat is de uitkomst die ons van de oorlog kan redden, deze gedachte moet uitgedragen worden en groeien tot heil van onze geheele menschheid. Na zijn rede had spreker een welverdiend applaus in ontvangst te nemen. Eenige vragen werden nog door hem beantwoord, waarna sluiting volgde. (Schager Courant 28 oktober 1938).
28-10 Sint Maarten Idem (De arbeider 29-10-1938)
30-10 Winkel Idem (De arbeider 29-10-1938)
01-11 Koedijk Idem (De arbeider 29-10-1938)
11-11 Boskoop Het accoord van München
(Vredes Pers Bureau ten dienste van de vredesbeweging in Nederland, 10-11-1938) 20-11 Amsterdam Wat luchtbescherming wel is, en I. A.M.V. wat zij niet is (De arbeider 19-11-1938)
25-11 Aartswoud De oorlog die voorbij is...en die zal komen (Schager Courant 24 november 1938) 26-11 Callantsoog Idem (Schager Courant 24 november 1938) 13-12 Hengelo Religieus bewustzijn als voorwaarde voor
wereldvernieuwing
HENGELO. In de vergadering van Dinsdagavond (13 december, lgj) die uitging van „De Vereniging voor soc. ontwikkeling" trad Jo de Haas op, met het onderwerp: „Religieus bewustzijn als voorwaarde voor wereldvernieuwing." Betrekkelijk genomen was voor deze vergadering tamelijk veel belangstelling. Jo de Haas deed hier op sommige punten een nieuw geluid horen. Dat wat wij hedendaags zien in de arbeidersbeweging en op maatschappelijk gebied eigenlijk het gevolg is van de soc. dem. arbeidersbeweging is voor ons geen nieuws, maar ook gaf hij de schuld daarvan aan de wetenschap en het daaruit voortvloeiende atheïsme. Want die wetenschap was een natuurwetenschap, die in de 19e eeuw optrad om de natuur buiten de mens te doorvorsen, door en door materialistisch was. En zodoende het atheïsme ook. Want al scheen evenals de soc. arbeidersbeweging, dat zij vierkant tegen het kap. stond, zo stond ook slechts schijnbaar het atheïsme tegenover de godsdienst. De soc. arbeidersbeweging juichte immers in de meeste gevallen alles toe wat het kap. op technisch en economisch gebied toepaste. De mechanisering der industrie en de trustvorming der kap. werd door de soc. beweging toegejuicht. En nu zien wij dat de bezittende klasse op dit gebied een revolutie ontketenen en met alle daaraan verbonden gevolgen van werkloosheid enz., daarentegen de arbeiders reactionair worden. En weer terugverlangen naar vervlogen kapitalistische toestanden!
Zo is het ook met de wetenschap der 19e eeuw, waarbij de materie alles is en de mens als geestelijk wezen nihil. Ook daaraan hebben wij ons hedendaagse toestanden te danken. En ook het atheïsme ging daaraan mank. Was voor de godsdienst de geest superieur, bij het atheïsme zag men dezelfde fout in omgekeerde richting daarbij was de materie primeur. De Haas staafde zijn zienswijze door aanhalingen van Marx, Büchner, Specht en Mevr. Roland Holst. En wat is nu de religie? Volgens de Haas is het een levenshouding, waar men zo weinig mogelijk over moet spreken, maar veel meer in toepassing moet brengen in het dagelijks leven. Doch men had er hem om verzocht dit onderwerp te behandelen en daarom sprak hij er ook over. Religie moet men onder verstaan het zich verbonden weten met het al, met de gehele natuur, met het zijnde, zoals Multatuli zich uitdrukte. Dit standpunt heeft niets te maken met godsdienst of geloof. Het is de hoogste vorm van ons geestelijk bewustzijn. De religieuse mens ziet in zichzelf de bewustwording van de werkelijkheid die hij om zich heen ziet. Voor hem is er geen stof en kracht, maar werkelijkheid. De vorm der menselijke ontwikkeling ziet de religieuse mens in grote trekken in een boek van De Leeuw. Die de mensheid in drie ontwikkelingstijdvakken verdeelt. De primitieve mens, die onbewust zich één voelde met de omringende natuur, dat hij het natuurlijke noemde, dan het tijdvak der bewustwording, dat van de cultuur, waardoor de mens een persoonlijk standpunt inneemt, men de strijd van allen tegen allen waarneemt, waarin wij nu leven. En het toekomstige, het creatuurlijke, waarin de mens tot een hoger geestelijk bewustzijn zal zijn gekomen zich religieus voelt en weet een te zijn met omringde werkelijkheid, de natuur. Daartoe nu werkt de wetenschap der 20e eeuw mee in zoverre zij zich richt op de onderzoekingen van de mens zelf en voornamelijk op het gebied van de geest. Dat wat wij de psychische wetenschap noemen. Hebben wij dat creatuurlijke tijdperk bereikt, dan zal er geen sprake meer zijn van heren en knechten, de strijd van allen tegen allen, geen oorlog en wat dies meer zij. In broederlijke liefde zullen wij met elkander leven. Maar om dat te bereiken moeten wij nu reeds deze religieuse houding in toepassing brengen.
Wij vinden dit hele gedoe een spelen met woorden. Waarom kan men niet spreken van monistisch bewustzijn? Anarch. soc. bewustzijn drukt dunkt ons hetzelfde uit. Waarbij nog komt, dat men verwarring sticht door het woord religieus. En een erg veeg teken vonden wij het, dat psychische wetenschap, volgens de Haas, niet behoort tot de natuurwetenschap. Waar dan wel toe? Tot de voor-, tegen-, buiten- of bovennatuurlijke wetenschap? Als wij alles overdenken en in ons terdege laten bezinken het gesprokene en de discussies op deze avond, dan lijkt 't mij niet ongegrond, dat de H. een werkelijk religieus (godsdienstig) mens wordt of tenminste in de – bovennatuurkunde zal verdwaald raken. Jammer.*)
*) Wij hebben dit verslagje nu maar eens geplaatst om de geestverwanten te laten zien dat het met Jo als propagandist ook niet in orde is. Red.De vrije socialist 28-12-1938.
23-12 IJmuiden Vrede op aarde
I.A.M.V.
Hierna was het woord aan den heer J. de Haas. Te spreken over Vrede op aarde klinkt haast als een satire nu men vlak staat voor een wereldoorlog. Aan de jubelkreten die in September bij de conferentie in München werden aangeheven heeft de I. A. M. V. niet meegedaan, omdat men toch weer komt te staan voor een oorlog, aldus spreker. De oorlog is toen, volgens de I. A. M. V., slechts uitgesteld. De moderne oorlog is de consequentie van den tegenwoordigen mensch. De mensch bejubelt en verheerlijkt het militairisme, dat het grootste gedeelte van de staatsinkomsten verslindt. Het gevolg is, dat de mensch het slachtoffer wordt van zijn eigen systeem, het systeem waaronder de mensch leeft is een gevolg, zeide spreker, van zijn eigen domheid. Indien dit niet zoo was, dan zou de mensch na de angstdagen van September, het roer hebben omgegooid. In stede daarvan gaat men door met bewapening. Zoowel de overheerscher als de overheerschten schreeuwen gelijk om bewapening. De overheerscher wil bewapening om zich te kunnen handhaven en de arbeiders zijn bereid om mee te strijden. Waarvoor strijden deze dan wel? vroeg spreker. Dat een bezitter strijdt om zijn bezit te behouden, kan spreker begrijpen, maar waarvoor strijdt de arbeider? Men zegt: voor reëele waarden, maar wat zijn dit voor waarden? Voor de handhaving der democratie. Scherp becritiseerde spreker de democratie die hij noemde, boerenbedrog. Het ,,vrede op aarde" wordt een aanfluiting doordat de menschheid zich niet bewust is van het bedrog dat de samenleving doortrekt, waardoor men weer spoedig voor een oorlog zal komen te staan. De oorlog zal in de naaste toekomst een feit worden, omdat de moraliteit van den mensch van totaal geen waarde is. Omdat het met de moraliteit van den mensch zeer laag gesteld is, daarom is de roep ,,vrede op aarde" een leugen. Bij het Kerstfeest zal men niets anders doen dan zwijmelen met Kerstliederen, terwijl het zwaard gewet wordt. Het ideaal ,,Vrede op aarde" vindt spreker iets schoons en met het beoefenen der liefde, waardoor de wereld gewonnen zal worden, komt men lijnrecht te staan tegenover het militarisme. Tot slot wekte spreker de aanwezigen op om het ,,Vrede op aarde" tot een werkelijkheid te maken door zich in te stellen tegen al wat zweemt naar militairisme en oorlog.
(IJmuider Courant 24 december 1938).
25-12 Amsterdam Tegen de Internationale politiek en Rassen vervolging
Kameraden, Op Zondag 25 December (1e Kerstdag) wordt er te Amsterdam in Gebouw Handwerkers Vriendenkring (Roeterstraat) een grote openbare vergadering belegd door het L.C. der I.A.M.V., Prov. Samenwerking op Anti-Mil. gebied in N.H. en I.A.M.V. afd., Amsterdam, tegen de Internationale politiek en Rassen vervolging. Sprekers zijn: Gé Nabrink, Jo de Haas en Nico van Suchtelen.
In Alkmaar hebben de verschillende kameraden elkaar gevonden in een kultuurgroep, welke zich ten doel stelt om kursusvergaderingen te organiseren. Hun eerste reeks kursussen worden gehouden op (...)27 Dec., 3 en 10 Januari, met als- inleider Jo de Haas over: „De ondergang der arbeiders-beweging symbool van, en voorwaarde tot, Nieuwe Kultuur".De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 48, no. 52, 24-12-1938.
26-12 Koog-Zaandijk Is wereldvrede een utopie? I.A.M.V.
Over dit onderwerp sprak dezer dagen de heer Jo de Haas voor de I.A.M.V. Na een inleiding van den voorzitter betoogde de heer de Haas het volgende: Het geluk is iets wat alle menschen nastreven; iedereen wil gelukkig zijn. Alleen is ’t zoo dwaas in onze wereld dat ieder zijn geluk wil ten koste van ’t geluk van een ander. Dit gelukkig willen zijn is internationaal, want overal in de wereld bevechten de menschen hun geluk en juist deze algemeene begeerte onder de menschen zal uiteindelijk leiden tot het elkaar ontmoeten. Al zal dit nog zeer lang duren. Toch is ’t onze troost, waar wij steun in vinden om niet om te vallen in ’t leven. Men zou kunnen vragen: Als men nu toch een gemeenschappelijk doel heeft, waarom vereenigt men zich dan niet tot een gezamenlijk veroveren van ’t geluk? Dat komt hierdoor, dat men nog niet weet op welke wijze men gelukkig wil worden. Wij moeten de menschen onderwijzen hoe of ze gelukkig moeten worden. De zaak is o.i. zeer eenvoudig men moet het geluk scheppen voor een ander om zelf gelukkig te kunnen zijn. Denkt u maar aan ’t bijbelwoord: „Het is zaliger te geven dan te ontvangen”. Men heeft altijd het geluk gezocht in materieele dingen, terwijl men steeds ongelukkiger wordt, hoe meer bezit men krijgt; omdat dit materieel bezit weer verloren kan gaan en hiervoor wordt men steeds angstiger. Thans gaan we beseffen, dat het materieele bezit niet het voornaamste is, maar het geestelijke bezit is de rijkdom, waarnaar we moeten streven. Wie geestelijk rijk is, kan steeds maar geven, zonder dat het bezit vermindert, integendeel, hoe meer men weggeeft, hoe rijker men wordt. Wij moeten ons dus instellen op de geestelijke dingen, om ons individueele geluk te verhoogen. De fout is dus dat de menschen hun geluk zochten en zoeken in de verkeerde richting. De kerken en partijen hebben steeds een groot, doel nagestreefd. Het Christendom zingt in duizend toonaarden het lied van „Vrede op aarde en in menschen een welbehagen”, terwijl de socialistische partijen altijd gepropageerd hebben het lied van „Vrijheid, gelijkheid en broederschap”. Dit is erg mooi, maar men heeft zijn naastbijliggende plichten schromelijk verwaarloosd. De kleine taken, die een mensch heeft in z’n dagelijksch leven, moeten het begin zijn, dan komt het groote vanzelf. Het kerstenen van de wereld van de christenen en de revolutionneering der wereld door de z.g.n. revolutionnaire socialisten, is het zich blindstaren op een utopie. Onze kleine taak is in eerste instantie den medemensch gelukkig te maken; dat is ’t begin. De filosophische achtergrond van ’t leven is een ander gelukkig maken. Inderdaad de wereld is een groote chaos; troost u echter met de gedachte dat de slavernij niet eeuwig is; wij moeten den ondergang willen van dezen chaos. Laat de menschen stil ruzie zoeken en vechten en dooden, ze kunnen blijkbaar nog niet anders. Laat ons een andere houding aannemen en een voorbeeld geven van goed gedrag. Ons bindt niets meer aan deze onmenschelijke, immoreele en dierlijke wereld. Zij verdwijne en make plaats voor een nieuwe, waar ieder mensch als mensch kan leven, is onze wensch. Een vragensteller werd naar genoegen beantwoord. De vergadering, was dooreen pl.m. 50 menschen bezocht.De Zaanlander 02-01-1939.
27-12 Alkmaar/cursus De ondergang der arbeiders-beweging 1939 03-01 Alkmaar/ ,, symbool van, en voorwaarde tot, een 10-01 Alkmaar/ ,,Nieuwe Kultuur(De arbeider 24-12-1938)
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1939
11-01? Wormerveer Idem
Uithollers der arbeidersbeweging. Enige tijd terug hield Jo de Haas (u weet wel die mijnheer, die ons verweet dat wij op onze knieën gingen liggen voor Romme, omdat wij respect hadden voor een anti-fascistischen priester), een cursus van twee weken, met als onderwerp: „De psychologische achtergrond van de strijd der arbeidersklasse". Deze cursus werd gehouden in Wormerveer voor de „Cultuur Kring Zaanstreek". Wij zullen geen lezing geven van het geval, maar de conclusie van zijn reden werd als volgt weergegeven, door een bezoeker „dat de strijd der arbeiders, van nul en gener waarde was". Onze voorgangers hadden voor niets geleefd en de Spaanse kameraden, ook de Internationale Brigade, waren de aanstokers van de agressie van het fascisme. Nu is het jammerlijke van het geval, dat zo’n cursus meestal nog door een 40 tal mensen wordt bezocht, die meestal in eigen kringetje over socialisme zitten te theoretiseren, en erge dikke boeken lezen, over een eventuele nieuwe toekomst. De grootste misdaad is echter, dat men den arbeiders die zich de moeite getroosten om naar zo’n cursus te gaan, elke strijdlust probeert te ontnemen, door hen te beroven van het bewustzijn in hun eigen kracht. Laten die arbeiders in de Zaanstreek dergelijke uithollers van het vertrouwen in de arbeidersklasse de rug toe keren, en de strijd aanbinden tegen het fascisme en ook de vijanden uit eigen rijen weren, om zodoende te komen tot samenwerking. Het volksdagblad: dagblad voor Nederland 17-01-1939.
12?-01 Landsmeer De spanning in Europa
Deze week had in het café „A.W.A.” een openbare vergadering plaats van de I.A.M.V. alwaar Jo de Haas sprak over het Onderwerp „De spanning in Europa”. De opkomst bestond uiteen 30-tal belangstellenden. Spreker memoreerde, dat het fascisme niet door Hitler of Mussolini in de wereld gekomen was maar reeds in 1914 door het aanvaarden van den oorlog was ontstaan. Scheen het alsof het kapitalisme na den oorlog ineen zou storten, thans staat het sterker dan ooit, juist door de militaire kracht. Hiertegenover staan de anti-militairen eenzaam op hun plaats, doch blijven temidden van diverse zwenkingen op hun plaats staan. Temidden van zieken kan men toch de gezonde mensch niet verwijten niet ziek te zijn. Maar ondanks dit, gaan we voort de menschen weder gezond te maken, want er zal toch een begin gemaakt moeten worden om de vrijheid van mensch tegenover mensch het recht van persoonlijkheid te verwezenlijken. Aan het einde werden eenige vragen gesteld die door spreker werden beantwoord.De Zaanlander14-01-1939.
Jo de Haas over het Fascisme. Landsmeer. De afdeeling Landsmeerder Internationale Anti-Militairistische Vereeniging belegde Maandagavond een vergadering in café AWA, welke vrij goed bezocht was, en waar de heer Jo de Haas uit Amsterdam sprak over „De Spanning van heden". Het Fascisme, aldus ving spr. aan, is niet door Hitler of Mussolini in Europa gekomen, het is een naoorlogsche gezindheid, die niet gelijk staat met een bepaalden Staatsvorm. Deze gezindheid is een gevolg van het feit, dat de menschen in 1914 de misdaad van den oorlog hebben aanvaard. Vrijwel alle Europeesche volkeren zijn meer of min door de fascistische denkwijze besmet, aldus spr. Op verschillende wijze worden thans de menschen oorlogsbereid gemaakt, b.v. met behulp van de leuze dat zij kampen voor vrijheid of rechtvaardigheid. Algemeen wordt deelgenomen aan een nieuwen bewapeningswedloop, zij het dan b.v. in den vorm van luchtbescherming, een organisatie waarbij ieder, ook vrouwen en kinderen, in het militaire apparaat worden ingeschakeld, aldus spr. Op deze wijze, zei hij wordt de mensch de slaaf van den Staat. Terwijl hij zegt, zijn vrijheden te verdedigen, berooft hij zichzelf van iedere vrijheid. Frankrijk acht spr. hiervan thans een duidelijk voorbeeld. Elk verzet der Fransche arbeiders tegen verslechtering van hun levensvoorwaarden wordt daar door het militaire apparaat gesmoord, hetzelfde apparaat dat door het volk in naam van de vrijheid, werd opgebouwd. Scheen tot aan het einde van den Wereldoorlog dat het kapitalisme bezig was ineen te storten, Ja dat het afgedaan had, op dit moment staat het sterker dan ooit, juist door zijn militaire macht. Tegenover deze van alle kanten opgekomen militaristische gezindheid staan de antimilitaristen éénzaam op hun plaats en blijven, temidden van verschillende politieke zwenkingen, ook op hun plaats staan. Al staan wij eenzaam, zo besloot spreker, wij gaan voort met te waarschuwen tegen alle soorten fascisme, gaan voort met onze pogingen de menschen weer tot rede te brengen, in de overtuiging dat er toch een begin moet zijn om de vrijheden van den mensch, het recht der persoonlijkheid, te veroveren, en een wereld zonder oorlog te verwezenlijken. Provinciale Noordhollandsche Courant 14-01-1939.
24-01 Appelscha De politieke toestand internationaal (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 20-01-1939)
25-01 Boelenslaan Idem (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 20-01-1939)
26-01 Tijnje Idem (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 20-01-1939)
27-01 Bakkeveen Idem (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 20-01-1939)
28-01 Hoornsterzwaag Idem (Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 20-01-1939)
18-02 Farmsum De politieke toestand… internationaal
Jo de Haas sprak in het IJsklubgebouw te Farmsum over de politieke toestand internationaal. Ik schrijf geen verslag, ik merk iets op. Jo is geen man van konversatie, zoals de bootwerkers gewend zijn. Jo prepareert zich op grote lijnen. Misschien heeft de natuur zo beschikt. Wijsgerig- wetenschappelijk- ideologisch- diplomatisch kritisch.... het is hem gegeven. Een speld kun je horen vallen — drie uren lang.
Is dat nu de noodlottige zekerheid van het kommunisme, dat het tot nationale waanzin is geworden, om alleen dood en verderf te zaaien? Geweld tegen geweld? Als het grote duitse leger komt, met mitrailleurs in de rug, moeten wij dan de mitrailleurs er ook nog voor zetten? Waanzin, dood, verderf en ondergang? Het slot was de individu. Durft gij je wel laten slachten voor anderen en niet voor je zelf? Waar ben je zelf toch? Hier sta ik, zei Jo. Ik wacht je kalm af. Wij wisten het reeds lang. Wij hebben reeds vroeger de Marxistische periode afgesloten en de nieuwe kultuur is hier aanwezig. De natuurlijke groei in het individu zelf. Als ik zo deze groep van vijftig mensen overzie, dan zie ik ze dagelijks, ieder op zijn terrein, aan 't werk. Ze hebben weer iets opgepakt, dat ze uitdragen! En ik durf iedereen tarten! Wij beheersen geestelijk volkomen elk terrein. Wat geven wij om scheepsbouwers, fabrikanten, scheepsmakelaars, ambtenaren en alle kruideniers?! Niets, totaal niets! Ik zelf heb de beurs voor mijn rekening. En wat kunnen al deze klontjesknijpers bijbrengen? Zij spuwen het gif uit wat ze uit de burgerpers inzuigen en uit de talrijke verkiezingspamfletten inslikken. De businessmensen, als slachtoffer van de zaak, gaan aan hun eigenwijsheid en klein gedoe ten gronde. Ze slepen het marxisme mee. Met een tronie van een kalkoense haan lopen ze ons voorbij, maar zij durven geen strijd met ons aan. De katten kondigen weer nieuw leven aan, maar wij hebben het reeds te pakken. Wij wijden de nieuwe periode in! Wij dagen ieder uit — en 't is geen bluf — voor een geestelijk duel. En wie niet naast ons komt, gaat met de grote kliek in leugen en bedrog en waanzin ten onder. T. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 49, no. 9, 03-03-1939.30
Politieke toestand…internationaal.
In het Borgshofgebouw te Farmsum sprak Zaterdagavond 18 Februari de Haas over bovenstaand onderwerp voor een 60-tal aanwezigen. Tamminga zeide in zijn openingswoord dat (de H.? lgj.) de chaos en werelddebacle waarin we leven eens van andere zijde zal belichten, dan de grote pers dit gewoon is te doen. Het kenmerkend verschijnsel van onze tijd, aldus de H. midden in een hoogtij van fascisme en bewapening is de algemene angstpsychose. Dit kwam vooral tot uiting in de Septemberdagen van 1938; de angst vergroot de onzekerheid en het geestelijk evenwicht werd verstoord, en werkte gunstig voor de groei van militarisme en fascisme. Het vereist van ons revolutionaire anti-militaristen een grote dosis geestelijke moed, om te midden van de waanzin koel en nuchter het oude standpunt te blijven verdedigen. De mensheid heeft om tot bezinning te komen in deze chaos nodig, een houvast aan zijn innerlijke rust en kalmte, om zich niet te laten meeslepen in belangen welke niet van haar zijn. De vrije socialist 25-02-1939.
20-02 Wijnjeterp De politieke toestand internationaal
(Nieuwsblad van Friesland: Hepkema's courant/20- 02-1939) Eind februari Hoogezand Moderne religie èn hare noodzakelijkheid
Hier werden een tweetal kursusvergaderingen gehouden over het onderwerp: „Moderne religie èn hare noodzakelijkheid" met als spreker Jo de Haas. De vergaderingen waren maar matig bezocht wat jammer was, daar de spreker op vlotte en zeer begrijpelijke wijze uiteen zette het begrip religie. De eerste avond zette spreker uiteen de oorzaken die leiden tot het verval van de verschillende arbeidersbewegingen. De tweede avond ging spreker na, de verschillende phasen die de mens moet doorlopen om ten slotte te komen tot de hoogste vorm van het menszijn, wat spreker aanduidde met het begrip religie. Het waren een paar leerzame vergaderingen.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 49, no. 10, 11-03-1939.
Moderne religie. – Hier werden een tweetal cursusvergaderingen gehouden over het onderwerp „Moderne religie en haar noodzakelijkheid", met als spreker de Haas. De vergaderingen waren maar matig bezocht, wat jammer was, daar de spreker op vlotte en zeer begrijpelijke wijze uiteenzette het begrip religie. Na de eerste avond het verval van de arbeidersklasse tot in details te hebben besproken, wijdde hij de tweede avond aan het begrip religie, waarin hij duidelijk maakte, dat alleen dan de mens zich geestelijk tot dit begrip kon opwerken, wanneer hij zich boven het materialisme had uitgewerkt, waar hij nu in dreigde ten onder te gaan. Het was een leerzame vergadering. H. B.De vrije socialist 04-03-1939.
26-02 Amsterdam Het godsdienstig karakter onzer De Dageraad samenleving en de noodzaak van haar ondergang. (Algemeen Handelsblad 25- 02-1939)
28-02/ Amsterdam De ondergang der arbeiders- 07/14/21-03 I.A.M.V. beweging als symbool en voorwaarde tot nieuwe kultuur (De arbeider 04-02-1939)
19/22-04 Nijehorne Oorlog en Zielkunde Friese prop. Com. (De arbeider 14-04-1939)
20/23-04 Wijnjeterp Oorlog en Zielkunde Friese prop. com. (De arbeider 14-04-1939)
28-05 Appelscha Wat deze Pinkster voor ons Pinksterlanddag beteekent (tegen militarisme en oorlog)
Anti-militairistische landdagen. APPELSGA, 29 Mei. Er was Zaterdag veel bezoek aan onze plaats. Fietsers en fietsters trokken het dorp door, beladen met kampeertenten en keukengereedschap. Al dezen waren deelnemers aan de alhier in de Pinksterdagen te houden anti-militairistische landdagen. Wij telden op het landdagterrein ruim 40 kampeertenten en aan het begin der bosschen op een stuk weiland een dertigtal. Het getal bezoekers aan deze landdagen werd geschat op ruim 700, afkomstig uit de drie Noordelijke provinciën. De Zaterdagavond werd besteed met het geven van zang en voordrachten en het opvoeren van een tooneelstukje door een Groninger tooneelclubje. De leiding der landdagen berustte bij den heer H. Poelman van Emmer-Compascum. Zondagmorgen trad als eerste spreker op de heer Max van Praag van Amsterdam, die het onderwerp „Anarchisme en organisatie" behandelde. In zijn rede deed de spreker nogal critische uitlatingen over den inhoud van het volks-blad „De Arbeider", wat na afloop der rede veel discussie uitlokte. De muziekvereeniging „Liberté" en de arbeiders-zangvereeniging „Zang na den arbeid", beide van Emmer-Compascum, gaven eenige nummers ten beste. Als tweede spreker trad op de heer Jo de Haas met als onderwerp „Wat deze Pinkster voor ons beteekent". Met volle aandacht werd sprekers rede gevolgd, waarin hij het anti-militairisme uiteenzette. De Zondagavond werd verder doorgebracht met zang en voordracht. Maandagmorgen werd nog een cursusvergadering gehouden, waar o.m. de interne zaken betreffende de vereeniging werden besproken. In den namiddag werd opgebroken en trokken de bezoekers weer naar hun woonplaatsen.Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 31-05-1939.
De P.L. te Appelscha ,,Als de tros wordt losgesmeten, Vaart het schip de haven uit” …en het Zuidersoppie op.
Vijf uur lang wiegt het zich door de deining van het woelige groenig-gele water van het IJsselmeer en dan ligt De Lemmer voor ons. Gelukkig werd de eentonigheid der reis gebroken door de vrienden, die, in samenwerking met een groepje jeugdige trekkers, met hun instrumenten, hun zang en goede geest, een beste stemming aan boord bevorderden.
Na de ontscheping op de fiets. Pas hebben we de goede gang te pakken, of bandenpech dwingt tot afstappen. Gezamenlijk wordt het reparatiewerk vlug verricht en voorwaarts gaat 't weer. Een fijn tochtje door het verjongde, frisse landschap en Appelscha is in 't zicht, het wit van de tent kontrasteert van verre reeds met het mooie groen van 't hout. 'n Laatste rukje en handen van kameraden sluiten zich in vaste greep, 'n babbeltje hier en daar op het met kampeertentjes gestoffeerde terrein, een korte wandeling door het enig prachtige bos, en dan vult zich de kolossale tent met de van heinde en verre gekomen geestverwanten voor de eerste, de Zaterdagavond-bijeenkomst. Deze avond was gewijd aan de gezelligheid en enige uren verstreken op prettige wijze bij muziek, zang en voordracht, waarvoor de medewerkende kameraden hier hulde gebracht wordt.
Dan zocht ieder z'n nachtleger op in de tenten of in de ruime schuur, goed voorzien van stro en hooi van vriend Witvoet.
Gesterkt door slaap of. . niet, doordat men in 't vreemde nest èn warmte èn slaap miste, kwamen Zondagochtend allen weer bijeen op 't groene tapijt en onder 't hoge gewelf der vergaderplaats, om er te luisteren naar een uiteenzetting over radengedachte en -organisatie door Van Praag. Na deze inleiding kwamen een paar kam. in debat, niet zozeer om wat van P. te zeggen had over het eigenlijke onderwerp van z'n betoog, maar meer tegen de niet door hem gemotiveerde aanval op het blad „De Arbeider", waaraan volgens hem niets goeds was. Dat dit plaats vond, was in zover jammer, omdat het enigszins afbreuk deed aan de prachtige kameraadschappelijke stemming, die er onder de honderden aanwezigen heerste.
Na de pauze was het woord aan Jo de Haas, die een goed gedokumenteerde rede hield tegen militarisme en oorlog. De avond van deze dag was in een ogenblik voorbij, onder 't luisteren en kijken naar datgene, wat door de kameraden ten tonele werd gebracht, 'n Toneelstukje, muziek, zang, dans en voordracht, al te vlug was 't tijd om het slaapplekje weer op te zoeken.
Maandagochtend vond er een bespreking plaats over de vraag: hoe komen wij tot meer landelijke samenwerking in ons propaganda- en agitatiewerk. W. Cappel hield, geheel onvoorbereid, een korte inleiding, waarin hij zijn mening kenbaar maakte over de onderhavige kwestie. Na hem voerden ook andere kam. het woord en het bleek, dat men algemeen het er over eens was, dat er meer samenwerking en meer landelijke verbinding tussen groepen en personen tot stand moest komen.
Men was echter van mening, dat wij niet als eerste doel van deze samenwerking moesten stellen het organiseren van een landelijke federatie met alles wat daar aan vast zit, omdat de praktijk in het verleden getoond heeft, dat het stichten van een landelijke federatie steeds op een fiasko is uitgelopen, juist omdat men deze steeds weer kompleet wilde organiseren. Men betoogde, dat een landelijk federatief verband moet groeien uit de praktische samenwerking voor allerlei propagandistische doeleinden; groeien moet met de kameraadschap en het vertrouwen zelf, die ook een gevolg kunnen zijn van de samenwerking. Anders gezegd: een hecht federatief verband kan alleen tot stand komen, wanneer het ontstaat uit kameraadschap en onderling vertrouwen, die groeien door de praktijk van samen werken en samen strijden heen.
Er werd ten slotte besloten om in deze geest deze kwesties opnieuw in de groepen aan de orde te stellen en van het resultaat spoedig bericht te zenden aan 'n bepaald adres. Hopen we dus, dat als resultaat van deze P.L. binnen korte tijd meer samenwerking tot stand komt in 't belang van de propaganda voor ons vrij-socialistisch doel.
Door den voorzitter werd hierna deze goed geslaagde P.L. gesloten met 't uitspreken van het vertrouwen, dat de P.L. 1940 getuigen moge van onze groeiende eensgezindheid; van onze sterker wordende kameraadschap in 't belang van onze beginselen; in 't belang van het vrije socialisme. Tal van kam. maakten zich weer reisvaardig en zo ook wij. Afscheid werd genomen met een tot weerziens.
Na 'n heerlijke fietstocht bereikten wij Zwolle, waar de boot lag, die ons in de nacht het Zuidersoppie weer overbracht, zodat Dinsdagochtend de tros weer. aan de steiger in Mokum werd vastgemaakt. Veel moois van deze P.L. 1939 zal in onze herinnering blijven.
Kam. D. P. schrijft ons ook over deze P.L., maar om herhaling te voorkomen, plaatsen wij van zijn beschrijving alleen het volgende over de opkomst en de organisatie. Een woord van grote waardering voor de perfekte organisatie van deze Pinkster-Landdagen mag hier niet ontbreken. Degene, die weet, met welke moeilijkheden het komité te kampen heeft gehad, nu op plaatselijke medewerking niet kon worden gerekend, heeft diep respekt voor het harde werken en de grote opoffering dat de komité-leden en hun helpers aan de dag hebben gelegd Goed werk kameraden.
Terwijl de opkomst waarschijnlijk iets minder was dan vorige jaren, de entreegelden lager gesteld waren, de onkosten in verband met het huren van de grote tent hoger, hebt ge toch kans gezien door een goede regeling de finantiële kant gedekt te krijgen. Want met vrij grote zekerheid kon aan 't einde van de landdagen gekonstateerd worden dat er ditmaal geen tekort zou komen. Ook de muziek van Emmercompascuum en Ad Vitam uit Groningen, die waarschijnlijk door erge vermoeidheid minder goed speelden dan we van hen gewend zijn, een warm woord van hulde voor hun prestaties. De opkomst van de kameraden was vrij goed te noemen. Plm. 350 deelnemers zijn er geweest. Dit aantal kan echter gemakkelijk verdubbeld worden. Uit verschillen plaatsen waar we toch nog heel wat kameraden tellen, was niemand aanwezig. Nu is de reisgelegenheid naar Appelscha wel slecht, maar toch kunnen er bij een beetje aanpakken nog heel wat bus- en fietstochten georganiseerd worden. Als het komité het volgend jaar een aantrekkelijk programma kan samenstellen, wat meer propaganda gaat maken en de kameraden plaatselijk aktiever worden, dan kan er nog veel meer bereikt worden. En voor de beweging is het van buitengewoon belang een Pinksterkamp te hebben, waaruit alle deelnemers nieuwe kracht en moed putten voor het propagandawerk van onze beweging. Als wij hierbij terugdenken aan de eerste Pinkster-Mobilisatie's, welke bezieling daarvan uitging, dan begrijpen we wat er nú vooral ontbrak. Het prachtige werk van de landdagen geeft ons echter goede hoop voor de toekomst.De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 49, 02-06-1939.
Gedurende de Pinksterdagen zijn in Appelsga enkele anti-militaristische landdagen gehouden, bijgewoond door 700 personen, afkomstig uit de drie Noordelijke provinciën, De Zaterdagavond werd besteed met het geven van zang en voordrachten en het opvoeren van een toneelstukje. De leiding der landdagen berustte bij den heer H. Poelman van Emmer-Compascum. Zondagmorgen trad als eerste spreker op Max van Praag uit Amsterdam, die het onderwerp "Anarchisme en organisatie" behandelde. In zijn rede deed de spr. nogal critische uitla-tingen over de inhoud van "De Arbeider", wat na afloop der rede veel discussie uitlokte. Als tweede spreker trad op Jo de Haas met als onderwerp "Wat deze Pinkster voor ons betekent". Met volle aandacht werd spr.'s rede gevolgd, waarin hij het anti-militarisme uiteenzette. De Zondagavond werd doorgebracht met zang en voordracht. Maandagmorgen werd nog een cursusvergadering gehouden, waar o.m. de interne zaken betreffende de vereniging werden besproken. Vredes Pers Bureau ten dienste van de vredesbeweging in Nederland, jrg 9, no. 704, 08-06-1939.
08-06 Amsterdam Anti-oorlogsvergadering
DE GROTE VERGADERING VAN HET ANTI-OORLOGS-KOMITÉ. Kwam velen de opzet en uitvoering van zulk een vergadering in deze periode en deze tijd van het jaar als een waagstuk voor, durf en optimisme hebben ook hier het pleit beslecht. Het moreel was uitstekend en ook de praktische resultaten beantwoordden voor een goed deel aan de gestelde verwachtingen. Nadat de spreekster, mevr. v. d. Sluijs, had gesproken over de vrouw en de vredesbeweging, waarbij ze het onderwerp vaak op boeiende wijze beheerste, sprak Mispelblom Beyer naar aanleiding van „Het Gomaparadijs"31 van Aldous Huxley, een naar de vorm meesterlijke en naar de inhoud geestige en rake rede uit over „Moderne Slavernij". Als afwisseling zette de voorzitter de bedoelingen van deze vergadering en van het Anti-oorlogskomité in het bijzonder uiteen, waarna Jo de Haas uitvoerig op sommige gebeurtenissen van de laatste tijd inging en tenslotte de aanwezigen, ten getale van ongeveer vijfhonderd, aanspoorde het werk van het komité en de werkers die daarin zijn verenigd daadwerkelijk te steunen. Het was een goede vergadering, rijk aan gedachten, laten er ook daden en offervaardigheid rijkelijk uit voortkomen, wij zijn allen nodig. Een der aanwezigen gaf van zijn instemming blijk door het tekort te dekken. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 49, no. 24, 16-06-1939.
15&16-07 Nieuwe Niedorp-Winkel De dappere ongehoorzaamheid, Vrije Groep maar niet die van Albarda
MEETING ANTI-MILITARISTEN
Zondagmiddag had op het terrein van den heer D. Zwagerman een meeting plaats uitgaande van de Vrije soc. groep en de ANGOB. De belangstelling was mede tengevolge van het weer dat zich, nogal dreigend liet aanzien niet zoo heel groot. De heer W. Bruin had als onderwerp "Wie zijn de misdadigers”, de heer A. Martinus behandelde de Geheelonthouding en de laatste spreker Jo de Haas had als onderwerp ,,De dappere ongehoorzaamheid, maar…niet die van Albarda".
's Morgens had een cursusvergadering plaats waar de heer A. Martinus het Alcoholisme en de misdaad besprak. Zaterdagavond hield Willem van Iependaal een boekbespreking over een in Holland verboden boek ,,Kluweduikers Duvelsdans"32 waarbij vooral goed naar voren kwam de fatale invloed die van de vrouw
I
kan uitgaan in oorlogstijd. Opmerkelijk vonden we het dat van de afd. van de Vrouwen Vredes Bond, die hier een flink aantal leden heeft, zoo weinigen tegenwoordig waren. Schager Courant 18 juli 1939. (Alkmaarsche Courant 17 juli 1939)
NIEUWE NIEDORP—WINKEL. Het weekend en de meeting te Nieuwe Niedorp zijn goed geslaagd. Niet door de grote opkomst, doch door wat de verschillende sprekers hebben gezegd en door de aandacht en ernst, waarmede zij zijn aangehoord. Willem van Iependaal besprak op geestige en humoristische wijze het door hem geschreven boek: „Kluivenduikers doedeldans". Zondagmorgen was de kursusbijeenkomst over „Alcohol en misdaad" zeer interessant en leerzaam. 's Middags de meeting. Bruin wees in zijn rede op de almacht van de staat over de mensen. Martinus bracht naar voren de rol, die de alkohol in de oorlog heeft. Jo de Haas was uitstekend in zijn rede, waarin hij zijn ideeën over het Antimilitarisme uitdroeg en b.v. wees op de suggestie, die uitgaat van de fotopagina van de grote bladen, waarop men niets anders ziet dan koningen, generaals, tanks, oorlogsschepen enz. J. L. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 49, no. 29, 21-07-1939/dezelfde tekst inDe vrije socialist 22-07-1939.
23-07 Boelenslaan Dappere ongehoorzaamheid FPC (Albarda)(De arbeider 21-07-1939)
30-07 Nieuwe Pekela Anti-militarisme - nu!!
De openbare verg, met Jo de Haas te Nw. Pekela in „Libereco" is goed geslaagd. Naar schatting waren er ongeveer 100 bezoekers, wat op z'n allerminst slecht te noemen is, gezien het slechte vergaderingsbezoek van de laatste jaren. Jo sprak z'n rede gloedvol uit. Hij liet ons met volle teugen drinken van de nieuwe, heilige religie. Een religie met de Mens als hoogste wezen. De afwezigheid dus van het oude en verbruikte gods-begrip. Een religie aan de nieuwe mens. De gelouterde uit de worstelwedstrijd tussen goed en kwaad. Jo ziet in de d.w.-ers degenen, waarin de nieuwe Mens reeds sluimert. Omdat het motief van hun daad niet ligt zozeer in het niet-willen dan wel in het niet-kunnen.
Zelf d.w.-er zijnde, ben ik zo vrij hierin enigszins met Jo van mening te verschillen. M.i. vindt het bij velen z'n oorzaak in hun revolutionair temperament. En is het wel terdege een niet-willen (waarin natuurlijk ook het gevoel een woordje meespreekt). Het is de brute macht van de Staat, die hun opstandig doet zijn. Opstandig, omdat de vuige klauw van de Staat zich vergrijpt aan het jonge frisse leven, om het aan zich dienstbaar te maken. Het te vormen en te kneden zó, dat het geschikt is voor hun zaak. Militarisme en kapitalisme zijn onafscheidelijk. Ze eisen voor zich het monopolie van het geweld en de beschikking over al het Leven, wat binnen de grenzen ligt van de Staat. Zij eisen van mij moord en vernieling voor hun eigen gewin. En ze vragen niet, of ik wel bereid ben, voor hun zaak, mij te verlagen. Dienstweigering is voor mij, wat ze was, en mogelijk nog is voor de duizenden Jong-anarchisten in Spanje, die weigerden een ander kommando te aanvaarden dan welk zij zelf daar hadden gesteld, de uit hun midden gekozen leiding. Dienstweigering is niet alleen een menselijke daad, maar tevens een klassedaad. De weigering van de uitgebuitene tegenover de uitbuiter. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 49, no. 31, 04-08-1939.
27-08 Wijnjeterp Herdenking Blauw F.P.C.(De arbeider 18-08-1939)
26-09 Wassenaar De economische oorzaken van de oorlog
Voor de VREDESKRING WASSENAAR sprak op 26 September Jo de Haas over “De economische oorzaken van de oorlog". Spr. wees erop, dat het fout is de huidige oorlog te beschouwen als een nieuwe krijg; sinds 1918 heerste slechts een wapenstilstand, waarop feitelijk geen eigenlijke vrede is gevolgd. De oorlog van 1914 bracht géén oplossing, voegde integendeel nieuwe problemen aan de oude toe en als niet wordt ingegrepen, staan wij over een tiental jaren weer voor een nieuwe krijg. In 1938 werd de oorlog afgewend, maar wie de internationale verhoudingen gadesloeg, was ervan overtuigd, dat wij een ontknoping toch nader kwamen. Spr. stelde de vraag: Wat drijft de mensen telkens in het vuur? De schuld wordt geschoven op rekening van een bepaald persoon, maar de oorlog is niet het boze spel van slechts één persoon, hij is een gevolg van de huidige economie. Uitvoerig besprak spr. de oorlogsindustrie als een der voornaamste factoren, welke de oorlog veroorzaken, waarnaast hij het feit stelde, dat een verrezen industrieel land als Duitsland een afzetgebied vroeg voor zijn producten; spr. stelde de oorlog geheel op rekening van de huidige politiek-economische structuur. Als enige mogelijkheid om de oorlog te overwinnen gaf hij aan de onwil van de massa.Vredes Pers Bureau ten dienste van de vredesbeweging in Nederland, jrg 9, no. 720, 05-10-1939.
Vredeskring Wassenaar.
Gisteravond hield in het gebouw Centraal te Wassenaar voor den Vredeskring Wassenaar de heer J. de Haas een lezing over: Do economische oorzaken van den oorlog. Spr acht den huidigen Europeeschen oorlog geen nieuw conflict, doch een voortzetting van den krijg van 1914. Een eigenlijke vrede werd na 1918 niet bereikt. Deze nieuwe oorlog is niet de schuld van een bepaald persoon, maar een gevolg van het heerschende economisch stelsel. Uitvoerig wees spr. op de oorlogsindustrie, een voorname factor voor het ontketenen van den oorlog, voorts schetste hij Engeland als een gevestigde firma met een voldoend afzetgebied en Duitschland als een concurrent, welke voor zijn producten een zoodanig gebied wil scheppen. Als zijn meening gaf hij te kennen, dat de oorlog is te stellen op rekening van de huidige politiek-economische structuur en dat hij alleen kan worden voorkomen door den onwil van de volken. Het Vaderland:staat- en letterkundig nieuwsblad 27-09-1939.
21-10 IJmuiden 19 uurWat is onze weg?33
Meeting A.I.M.V.
22-10 10.00 uur Vervolg lezing van de Haas en discussie 21-10 Bakkeveen 19.30 uur Geen titel
28-10 Emmer-Compascuum Over dienstweigering Anarchistische groep (De wapens neder 01-02-1940)
23-11 Bolsward 1914-1939 Wereldoorlog (Bolswards Nieuwsblad 18 november 1939)
11-12 Emmercompascuum Gearresteerd wegens opruiing en majesteitschennis (De arbeider08-12-1939)
19-12 Rotterdam God, de oorlog en de grote De Dageraad revolutie L.M.O
(De Haas zit in de gevangenis in Assen, als hij niet kan wordt een vervanger gezocht, (De arbeider 08- 12-1939) – (dat werd Max van Praagmet de lezing: Wat is onze weg, De arbeider 29-12-1939).
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1940
1940 19-01 Assen Voor de rechter
JO DE HAAS VOOR DE RECHTBANK Een onzer leden zond ons het volgende verslag. Op Vrijdag 19 Januari kwam Jo de Haas, verdacht van opruiing en majesteitschennis, voor de arrondissementsrechtbank te Assen voor. De dagvaarding luidde o.a., dat hij op 28 October te Emmer-Compascuum34 mondeling en opzettelijk tot dienstweigering heeft opgewekt, door o.a. te zeggen: „Het mensdom kan kiezen tussen dienstdoen of dienstweigeren." „Men moet offers brengen, niets is gemakkelijker dan dienstweigeren. Men moet kiezen, dienen of niet dienen." Verder, dat hij gezegd heeft: „Met de laatste treinen wijken, als het gevaar dichtbij komt, koningen enz. uit het land. Denk aan de koning van Albanië, de keizer van Abessinië, Polen, enz. Men neemt dan wel voldoende geld mee, om later in andere landen goed te leven." „Wat denkt u, dat hier zou gebeuren?,, „Zou ook hier de laatste trein of vliegtuig niet voor de koningin zijn?" Verdediger was mr. Verdoorn. Getuige een marechaussee uit Emmer-Compascuum.
Wij tekenden van de terechtzitting op: Vraag van de president aan getuige: Was de strekking van wat verdachte zei aldus: „Het middel om in alle landen oorlog te voorkomen, is in alle landen dienst te weigeren?" Heeft hij gezegd: „Ik hoop een brochure te schrijven en hierin aan te tonen dat dienstweigering nodig is", of hoopte hij door zijn rede aangetoond te hebben, dat dienstweigering nodig was? Getuige zeide, dat De Haas ook in zijn rede hoopte aangetoond te hebben, dat dienstweigering nodig was. President: Maakte hij de indruk de mensen op te zetten tot dienstweigeren? Getuige: Dit was de strekking wel. Een rechter: Was de houding van verdachte opruiend of zo, dat hij een getuigenis aflegde? Getuige: Ik heb verdachte op die vergadering voor het eerst gezien. Ik kreeg wel de indruk, dat hij overtuigd anti-militarist was. Verdediger: Droeg de rede een opruiend of een rustig karakter? Getuige: Verdachte sprak rustig en kalm. Wel smalend en scherp. Verdediger: De beledigende woorden, werden die smalend of afkeurend gesproken? Getuige: Smalend.
Jo de Haas: Ik voel mij gehandicapt door deze getuige. Hij zag mij voor het eerst. De opperwachtmeester, die ook aanwezig was, kent mij als spreker in Emmer-Compascuum al 10 jaar. Zijn getuigenis over de geest van het gesprokene zou meer waarde hebben. President: De opperwachtmeester is ziek en kon hier niet komen. De zaak kan uitgesteld worden. Een rechter: De hier aanwezige getuige heeft gunstig over u geoordeeld. Hij zegt, dat u een idealist bent. Jo de Haas zegt, dat hij in de bedoelde vergadering 2 1/2 uur gesproken heeft. Hij gaf een analyse van de internationale politiek en sprak over de dienstweigering als middel om de oorlog te keren. Hij heeft dit gedaan in vergelijking met andere pogingen om de oorlog te keren: Volkenbond, actie politieke partijen, vakbonden, enz. Hij constateerde, dat het feit van de uitgebroken oorlog bewees, dat deze methoden mislukt zijn, en heeft de dienstweigering toen gesteld als de methode, waarin hij en de anti-militaristen geloofden. President: Maar u heeft toch gezegd, dat dienstweigering in deze tijd nodig was en niets gemakkelijker was dan dienstweigeren? Jo de Haas: Bedoelde zinnen hebben een verband gehad in het betoog, hetwelk ik schetste. Het stellen van zijn overtuiging dat iets het juiste is, is nog iets anders dan het propageren van iets. Ik heb in de rede balans opgemaakt. Wij hebben dus voor onze methode gelijk gehad, maar ik heb niet aangespoord tot dienstweigering.
Vraag: Heeft uw rede niet die strekking gehad? Jo de Haas: Neen. Ik heb mijn methode in het middelpunt van de belangstelling geplaatst. Dit is toch wat anders dan aansporen tot dienstweigeren? Het was bovendien een vergadering van geestverwanten die, als ze de gave van het woord hadden, precies zouden spreken als ik.
President: Toen u zeide: „Hoe zou dat hier gaan, waar zou onze koningin blijven", wou u toen beledigen? Jo de Haas: Neen. Ik heb in afkeurende zinnen gesproken over figuren, die de leiding van de volkeren hadden. De mensen bij massa's in het vuur werpen, en zodra hun huid gevaar loopt, het zinkende schip verlaten. Verdediger: Waren uw woorden speciaal voor de koningin bedoeld? Jo de Haas: Neen, ik zou ook anderen hebben kunnen noemen. President: Bent u er op gesteld, dat de opperwachtmeester gehoord wordt? Verdediger: Indien de rechtbank de overtuiging heeft, dat verdachte uit idealisme heeft gesproken, en niet de mensen trachtte op te ruien, dan acht ik het horen van de opperwachtmeester niet nodig. De rechtbank besluit hierop de zaak voor onbepaalde tijd te verdagen, opdat de opperwachtmeester gehoord kan worden. En Jo de Haas wordt weer naar het Huis van Bewaring geleid De syndicalist; weekblad van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, jrg. XVII, 1939-1940, no. 31, 27-01-1940. Dezelfde tekst inDe wapens neder; maandorgaan van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging in Nederland, jrg 36, 1940, no. 2, 01-02-1940.
Jo de Haas voor de rechtbank. Jo de Haas stond 19 Jan. terecht wegens opruiing tot dienstweigering en belediging van H. M. de Koningin in een vergadering van de Anarchistische groep Emmercompascum die aldaar op 28 October in café G. Hutting werd gehouden. Als getuige werd gehoord de wachtmeester D. J. Stoel uit Emmercompascum die verklaarde, dat de strekking van het betoog dat verdachte op 28 October had gehouden, er op neerkwam, dat dienstweigering in alle landen het enige middel was om de oorlog uit te bannen. Hij zei aan het slot van dat betoog, dat hij hoopte te hebben aangetoond, dat dienstweigering in deze tijd nodig is en dat niets gemakkelijker is dan dienstweigeren. Verder had verdachte gezegd, dat bij het uitbreken van een oorlog alle vorsten met de laatste trein of het laatste vliegtuig vluchten met medeneming van het geld. Hij had de vergadering de vraag voorgelegd: Wat zou hier gebeuren? Zelf had hij het antwoord gegeven: Het gaat hier precies zo: de laatste trein of het laatste vliegtuig is voor de Koningin. De inhoud van de rede, die kalm werd uitgesproken, was smadelijk en scherp. Desgevraagd gaf de getuige te kennen, dat verdachte z.i. een idealist is. De Haas verklaarde, dat hij de dienstweigering had besproken naast en ter vergelijking met andere middelen, die er zijn aangewend om de oorlog te voorkomen. Daarbij had hij laten uitkomen, dat het zijn overtuiging was dat het standpunt van de anarchisten juist is. Dat dienstweigering dus een weg was om oorlog te voorkomen. Zijn uitlating omtrent het eventueel met de laatste trein vluchten van H. M. de Koningin gaf hij toe doch voegde daaraan toe, dat hij er geen belediging mee bedoeld had. De Haas stelde prijs op het horen als getuige den opperwachtmeester B. Hoeksema uit Emmer-Compascuum, die nu wegens een ongeval niet kon verschijnen. De rechtbank besloot deze zaak voor bepaalde tijd aan te houden. Inmiddels heeft men de Haas in voorarrest gehouden.De vrije socialist 03-02-1940.
EEN JAAR GEEISCHT TEGEN JO DE HAAS. Wegens opruiing tot dienstweigering en beleediging van H. M. de Koningin. Voortgezet werd de behandeling van de zaak tegen Joh. de H. uit Amsterdam, bekend anti-militairist, thans gedetineerd, die in een vergadering van de Vrije Anarchistische Groep Emmer-Compascuum, die in October in café Hutting aldaar werd gehouden, zich zou hebben schuldig gemaakt aan opruiing tot dienstweigering en beleediging van H. M. de Koningin. Thans werd de opperwachtmeester B. Hoeksema uit Emmer-Compascuum als getuige gehoord. Deze verklaarde, dat de strekking van verdachte’s betoog was, dat het eenige middel om oorlog uit te bannen was dienstweigering. Verdachte had ook gezegd, dat hij in een brochure hoopte aan te toonen, dat dienstweigering noodzakelijk is. Verder bevestigde getuige de verklaringen, die bij de eerste behandeling door den wachtmeester waren afgelegd. Op een vraag van rechter Bondam, of verdachte een echte opruiier is, verklaarde getuige, dat hij al tien jaar de redevoeringen van De H. heeft gehoord en dat deze in de regel een kalme, bezadigde spreker is. Hij zegt als regel geen dingen, die niet door de beugel kunnen, ofschoon zijn rede altijd wel scherp omlijnd is. De avond toen dit gebeurde, was verdachte echter heftig en fel. Het idee van verdachte was niet persoonlijke, doch massale opwekking tot dienstweigering. De Officier van Justitie achtte beide feiten bewezen. Altijd staan er zware straffen op deze feiten, maar nu dit geschiedt in een tijd als de tegenwoordige, nu alleen hechte samenwerking en inspanning van alle krachten misschien de oorlog buiten de grenzen kunnen houden, nu moet z.i. de straf extra zwaar zijn, temeer, waar verdachte al herhaaldelijk voor soortgelijke feiten is veroordeeld tot gevangenisstraf. Z. Ed. eischte dan ook een jaar gevangenisstraf. De verdediger, mr. Verdoom uit Assen, stelde zich een opruiier voor als een schreeuwer, die anderen aanspoort en zorgt zelf buiten schot te blijven. Hij liet uitkomen, dat verdachte hier de waarheid verlangde. De straf was voor hem secundair. Verdachte had hem dan ook verboden clementie te pleiten. Hij schetste De Haas als een principieel anti-militairist, die niet de wil of de opzet had op te ruiien of te beleedigen. Op juridische gronden - gebreken aan de ten lastelegging - pleitte hij ontslag van rechtsvervolging. Hij liet verder uitkomen, dat de enkele zinnen in de dagvaarding niet verdachte’s betoog weergaven. Wat de strafmaat betrof refereerde pleiter namens verdachte aan het oordeel van de rechtbank. Tenslotte voerde verdachte zelf nog een uitvoerig en rustig pleidooi. Uitspraken over 14 dagen. Emmer courant 13-02-1940.
En thans nog een ander geval, dat onze belangstelling vraagt. Jo de Haas, propagandist der libertaire beweging, sprak in Emmercompascuum. Volgens de aanwezige marechaussee maakte hij zich schuldig aan opruiing tot dienstweigering en belediging van de koningin. De Haas is geen onbekende spreker, hij spreekt niet voor de eerste maal en heeft ongetwijfeld routine genoeg om de nodige voorzichtigheid te betrachten. Hij deed dan ook niet anders dan de oorzaken van de oorlog blootleggen, de klassetegenstellingen belichten en als zijn mening uitspreken, dat door de dienstweigering de strijd tegen de oorlog doeltreffend gevoerd kan worden. Het is bekend, dat wij die mening niet delen, maar dat doet hier niets ter zake. Jo de Haas maakte zich aan opruiing tot dienstweigering zeker niet schuldig. En de belediging? Hij bewees, ook aan de hand van recente gebeurtenissen, dat voorname overheidspersonen, vorsten en minister-presidenten, als het gevaar het hoogtepunt nadert, altijd er voor zorgen, dat zeker de laatste trein of vliegmachine voor hen bestemd is om zich in veiligheid te stellen. Hij stelde de vraag, of dit b.v. met de koningin anders zou zijn. Hieruit werd dus belediging van de koningin gedistilleerd. Jo de Haas werd onmiddellijk gearresteerd. Hij zit zeker reeds drie maanden of bijna drie maanden in voorarrest. De uitspraak van de rechtbank moet nog plaats vinden, maar de officier van Justitie heeft een jaar gevangenisstraf geëist. Ook hieruit ziet men duidelijk, dat de demokratie bezig is met groot verlof te gaan.De nieuwe fakkel; orgaan van de Revolutionair-Socialistische Arbeiderspartij (RSAP), jrg 6, no. 8,23-02-1940. ANTI-MILITARIST, WEGENS OPRUIING TOT DIENSTWEIGERING EN BELEEDIGING VAN H. M. DE KONINGIN, VRIJGESPROKEN ASSEN, 23 Febr. Derechtbank alhier heeft vandaag uitspraak gedaan in de zaak tegen den Amsterdamschen anti-militarist Johan de Haas, die wegens opruiing tot dienstweigering en beleediging van H.M. de Koningin had terecht gestaan. , Ineen vergadering van de vrije Anarchistische groep Emmer-Compascuum, welke op 28 Oct. j.l. aldaar werd gehouden, zou hij de aanwezigen hebben opgeruid tot dienstweigering en bovendien voor H.M.de Koningin beleedigende termen hebben gebruikt. Hij had zich hiervoor op 10 Febr. j.l. te verantwoorden voor de rechtbank alhier. Verdachteontkende zich aan het ten laste gelegde schuldig te hebben gemaakt. De Officier van Justitie had een jaar gevangenisstraf geeischt. Derechtbank achtte het bewijs niet geleverd en sprak verdachte vrij.De Zaanlander 23-02-1940.
Demokratische methoden. De rechtbank te Assen heeft uitspraak gedaan in de zaak tegen Jo de Haas. In een vergadering van de Anarchistische groep Emmercompascum op 28 October, zou hij de aan bovendien voor de Koningin beledigende termen hebben gebruikt. De Haas ontkende zich aan het tenlastegelegde schuldig te hebben gemaakt. De officier van Justitie had één jaar gevangenisstraf geëist. De rechtbank achtte het bewijs niet geleverd en sprak de Haas vrij. Begrijpt u goed? Dat is demokratie: de Haas heeft niets gezegd dat strafbaar is en werd dan ook eerlijk vrijgesproken. Maar hij heeft 3 maanden voorarrest opgeknapt? Nou ja, dat hoort er nu eenmaal zo bij. In een demokratische rechtsstaat moet het recht behoorlijk zijn loop hebben. En dan kan 't wel eens gebeuren dat iemand om niets enige maanden opgesloten wordt. Zo precies kan men dat niet afknippen. En daarom uit volle borst: Leve de demokratie! De vrije socialist 02-03-1940.
De rechtbank te Assen heeft 23 Febr, uitspraak gedaan in de zaak tegen den Amsterdamsen anti-militarist JO DE HAAS. In een vergadering van de Vrije Anarchistische groep Emmercompascuum op 28 October, zou hij de aanwezigen hebben opgeruid tot dienstweigering en bovendien voor de Koningin beledigende termen hebben gebruikt. Verdachte ontkende zich aan het tenlastegelegde schuldig te hebben gemaakt. De Officier van Justitie had één jaar gevangenisstraf geëist. De rechtbank achtte het bewijs niet geleverd en sprak verdachte vrij.Vredes Pers Bureau ten dienste van de vredesbeweging in Nederland, jrg 10, 1940, no. 741, 29-02-1940.
07- 04 Amsterdam Worsteling om nieuwe cultuur De Dageraad (Het volk 06-04-1940)
23-10 West-Graftdijk Geen titel
Jo de Haas komt Zaterdag 23 October bij C. van der Oord, West-Graftdijk
(Rijper nieuws- en advertentieblad 19 oktober 1940)
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1943
1944 16-01 Zaandijk Gemeenschapszin
Afd. Zaandijk der ANGOB. – Waar vele vrouwen de werkzaamheden van de mannen overgenomen hebben, niet alleen in de bedrijven, maar ook in het verenigingsleven, heeft de afdeeling Zaandijk van den ANGOB gemeend speciaal voor hèn ontwikkelings- en ontspanningsbijeenkomsten te moeten organiseeren, om op deze wijze nog meer belangstelling te wekken voor het werk van de drankbestrijding. Zondag 16 Januari belegt bovengenoemde vereeniging in samenwerking met de afdeeling Koog-Zaandijk van den ANGOB in „De Sociëteit”, een bijeenkomst, waar Jo de Haas een inleiding zal houden over het onderwerp „Gemeenschapszin”. Mevr. Burgerjon- Lijesen zal declameeren. Dagblad voor Noord-Holland 13-01-1944.
10-02 Zaandam Waarom samenwerking in ring- verband dringend noodzakelijk is!
SAMENWERKING IN RINGVERBAND Donderdagavond heeft in de bovenzaal van „De Nieuwe Karseboom” namens de Nederlandsche Coöp. Girocredietring U.A. het ringlid de heer Jo de Haas een propagandarede gehouden onder den titel: „Waarom samenwerking in Ringverband zoo dringend noodzakelijk is?” Het was de tweede ringavond, welke te dezer stede werd gehouden en naar de opkomst te oordeelen zal de ringgedachte hier ook zeker veld winnen. Meerdere van deze ringavonden staan op het programma met uiteindelijk doel te Zaandam ook met het ringwerk te kunnen beginnen. Erg lang zal dit niet duren, want het ringwerk heeft veel aantrekkelijks en verschaft vele voordeelen in ons economisch bestaan, zooals de heer de Haas duidelijk in het licht stelde Dagblad voor Noord-Holland11-02-1944. 24?-05 Westzaan Gemeenschapszin
„Gemeenschapszin”. —In Gebouw Concordia werd dezer dagen door de afdeeling Westzaan van den Angob een bijeenkomst georganiseerd, waar door den heer J. de Haas een lezing werd gehouden over het onderwerp „Gemeenschapszin”. Jammer genoeg bestond voor deze interessante causerie slechte matige belangstelling. De wegblijvers hadden ditmaal echter ongelijk. Aan het einde van deze leerzame lezing dankte de afdeelingsvoorzitter den heer de Haas en sprak daarbij den wensch uit, dat deze spreker spoedig weer eens in Westzaan mocht komen voor het houden van een dergelijke causerie. Dagblad voor Noord-Holland 25-05-1944.
13-06 Koog-Zaandijk Over de Ring
Ned. Coop. Giro-Credietring. - In de Sociëteit aan de Parklaan had dezer dagen een bijeenkomst plaats van de afd. Zaanstreek van de Ned. Coöp. Credietring. Door den heer Jo de Haas werd de werkwijze van het Ringwerk op coöperatieven inslag besproken, waarbij gewezen werd op de practische zijde voor de deelnemers. Reeds in 1939 is met deze inkoop-methode aangevangen en vooral in Den Haag vond dit idee veel ingang. Ook in Zaandam heeft men momenteel een aantal Ring-winkels, welk aantal zeker nog zal worden uitgebreid. Uit de gevoerde besprekingen bleek wel dat vele aanwezigen interesse hadden voor het Ringwerk. Ter afwisseling werden door mej. N. Brethouwer eenige liederen gezongen. Dagblad voor Noord-Holland 23-06-1944.
Jaar datum plaats en organisatie thema en bron
1946
Jo de Haas gecremeerd Woensdag 6 Februari brachten te Westerveld honderden van zijn kameraden uit de vredesbeweging, van de Coöp. Giro-Credietring en van de Dageraad, Jo de Haas, 14 April te Assen gefusilleerd enkele uren voor de komst der Canadezen een laatste groet. Vooral uit Friesland en de veenstreken, het gebied waar Jo de Haas een groot deel van zijn leven gaf aan de verbreiding der socialistische en anti-militaristische beginselen, waren velen opgekomen, niet af geschrikt door de eindeloze reis. Mulder uit Appelscha, namens het Comité dat de crematie gearrangeerd had, deelde mede, dat te Appelscha een gedenkteken zal worden opgericht en dat in Den Haag de bibliotheek zal worden ondergebracht. Max van Praag, mevr. v. Mierop—Mulder, Gé Nabrink, Jacq. Rees, Tom Rot en de heer Fokkelman namens de Dageraad en vertegenwoordiger van de Coöp. Giro-Credietring, herdachten Jo de Haas als mens en als strijder voor een geweldloos socialisme. W J, JONG,De vlam; weekblad voor vrijheid en cultuur, jrg 2, no. 6, 09-02-1946.
HERDENKING JO DE HAAS
In een sobere, doch plechtige bijeenkomst van de Ring in hotel Pomona te Den Haag, is de bekende anti-militarist Jo de Haas op waardige wijze herdacht. Vele geestverwanten uit alle delen des lands waren hierheen gekomen om rond het symbolisch graf, dat in de zaal was opgesteld, dezen onvermoeiden strijder tegen de grootste pest der mensheid te herdenken. Nadat het Ring-ensemble het Panis Angelicus van César Franc ten gehore had gebracht en Chris Schuurman, directeur der Ring, deze bijeenkomst met enkele woorden had ingeleid, voerde mr. Jan Visser het woord. Spreker memoreerde de grote schok, die door de rijen van zijn geestverwanten was gegaan, toen hun het droeve bericht bereikte, dat Jo de Haas op laffe wijze door moordenaarshand gevallen was. Als zoon van een toneelspeelster werd hij 1 September 1897 te Den Rijp (N.-H.) geboren en maakte reeds vroeg kennis met het leven van reizende comedianten. Nadat hij de lagere school doorlopen had, verliet hij het ouderlijk „huis” om als matroos dienst te nemen bij de Nederlandse marine. Door de grote activiteit, die de opkomende socialistische beweging in woord en geschrift ontplooide, ontwaakte zijn belangstelling voor sociale en culturele problemen en het was mede door de profetische figuur van Domela Nieuwenhuis, dat Jo de Haas een aanhanger van de anarchistische levensbeschouwing werd. Zijn eerste daad was dan ook elk militair dienstverband te weigeren. Hij werd door het militair gerechtshof tot gevangenisstraf veroordeeld en werd na het uitzitten van zijn straf een der beste en actiefste propagandisten voor de anti-militairistische idee. Hij trad toe tot het I.A.M.V. en publiceerde tal van brochures en artikelen in „De wapens neer” en „De vrije socialist” om de arbeidersklasse tot verantwoordelijk produceren op te wekken en het beginsel van zelf doen, zelf handelen en denken uit te dragen. Intussen werkte hij aan eigen geestelijke ontwikkeling en men kan hem dan ook gerust een „self made man" noemen. Zijn grote kennis van paedagogische en psychologische problemen was alom bekend en ook zijn bestrijding van het militarisme stond op hoog wetenschappelijk peil. Ook in bezettingstijd zat Jo de Haas niet stil. Toen alle legale uitingsmogelijkheden opgeheven waren, verschenen prompt iedere Woensdag zijn „Woensdagavondbrieven’’. korte geschriften, bijtend van ironie en sarcasme, die de grote leugen van het nationaal-socialisme aan de kaak stelden en die de arbeidersklasse erop wezen, dat fascisme en democratie uiteindelijk loten van één stam zijn en dat de mens eerst in een vrij socialistische samenleving werkelijk „vrij” zal zijn. In 1944 werd Jo de Haas onder beschuldiging van „communist” te zijn gearresteerd en naar Amersfoort overgebracht. Een jaar later werd hij in vrijheid gesteld en onmiddellijk hervatte hij zijn staatsvijandige en ondermijnende propaganda. Tenslotte zou hierdoor zijn lot bezegeld zijn. Nadat hij te Appelsga in Maart 1945 een antimilitaristische redevoering gehouden had, werd hij door verraad in handen van de landwacht gespeeld en naar Assen overgebracht. Twee dagen voor de bevrijding is hij tezamen met een tiental andere kameraden gefusilleerd. Wij socialisten, zijn de erfgenamen van zijn slopersarbeid en zullen na dit „puinruimen” een huis optrekken, dat op een hechter fundament berust dan het oude, n.l. het fundament van gemeenschappelijk bezit der productiemiddelen en afschaffing van het privaateigendom. MARCEL BERGER. De vlam;weekblad voor vrijheid en cultuur, jrg 1, no. 20, 06-10-1945.
ONTHULLING-. JO DE HAAS.
APPELSGA. 31 Aug. en 1 Sept. vonden er te Appelsga bijeenkomsten plaats van de Vrije Socialistische en Anti-Mil Beweging. De Zondagmorgen werd speciaal benut voor de onthulling van een monument ter herdenking van de in bezettingstijd gevallen geestverwanten en in 't bijzonder van Jo de Haas. Het monument, bestaande uit een muurtje, waarin een koperen plaat met daarin uitgeslagen de woorden: „1940 —1945 Onkwetsbaar blijft de geest te midden van het bruutste geweld. Aan alle Kameraden", met daarnaast enige uit de grond gedolven zwerfblokken, met een gemetselde nis, waarin de urn met as van wijlen Jo de Haas. maakt op het eigen terrein der Vrije Socialisten te Appelsga, te midden der bossen, ver van het woelige verkeer, een onvergetelijke indruk. Bij de onthulling waren aanwezig Vrije Socialisten en Antimilitaristen uit alle delen van Nederland. Het woord werd gevoerd door den heer Jac. Roos, namens de Rudolf Rocker Stichting, den heer Bonnet namens het landelijk comité van de Vrije Socialisten, de heer S Mulder namens het Noordelijk Gewest en nog vele anderen, die als personen spraken. De Heerenveensche koerier: onafhankelijk dagblad voor Midden-Zuid-Oost-Friesland en Noord-Overijssel 05-09-1946.
Voetnoten
1 De Toekomst maakt verschillende keren melding van Jo’s propaganda-activiteiten op de markt; zie bijv. De toekomst; socialistisch weekblad voor Zeeland en Westelijk Brabant, jrg 27, no. 22, 30-08-1919.
2 De Alkmaarsche Courant van 30 juni 1921 meldt als titel De komende oorlog en wat er tegen te doen.
3 De vrije socialist van 3-08-1921 meldt dat Jo ’s middags aanwezig is op een openluchtmeeting (protestvergadering voor Herman Groenendaal).
4 Maandag 6 november wordt Jo op het CS Amsterdam, verdacht van betrokkenheid bij de bomaanslag, gearresteerd (zie De arbeid; weekblad van het Nationaal Arbeidssecretariaat in Nederland, 12-11-1921 en Recht voor allen. 12-11-1921).
5 In de volgende nummers wordt ook geen verslag gepubliceerd.
6 Het betreft het inkomen van Koningin Wilhelmina (zie De vrije socialist23-10-1926).
7 Of Jo de Haas beide meetings op 26 juni heeft kunnen bijwonen lijkt niet zeer waarschijnlijk.
8 Onderwerpen van de redes van Jo de Haas en J. Bijlstra volgens opgave van De arbeider 18-06-1927. De arbeider van 25-06-1927 geeft echter een andere titel op voor de rede van Jo de Haas, nl. „De vervolging van Eikeboom en Constandse. Waarom?”.
9 In De Ooststellingwerver van 5 en 12 augustus 1927 wordt gemeld dat Jo op de landdag een rede zal houden gericht tegen de komende oorlog en kapitalistische terreur.
10 Jo treedt niet veel meer op dit jaar. Zie bijvoorbeeld: De arbeider van 21-04-1928, “…wil ik er even op wijzen, dat Jo de Haas momenteel niet meer voor de beweging spreekt, omdat 'n zeker gedeelte hem te rechts noemde.” Zie ook De arbeider van 05-05-1928 (artikel van Van der Linde over de bomaanslag) en tevensDe vrije socialist 05-12-1928 waarin wordt opgemerkt dat Jo de Haas allang van het toneel is verdwenen..
11 De Ooststellingwerver van 5 juli 1929 meldt dat Jo zal spreken over “Oorlog, vrede en klassenstrijd”.
12 Omdat deze korte samenvatting nogal afwijkt van Jo de Haas’ eigen uittreksel, is zij hier toch opgenomen.
13 De titel van de cursusvergadering is later veranderd in Cultuurgedachten
14 In dit bericht wordt geen titel van de lezing gegeven, zie daarvoor: Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant 01-07-1932).
15 Titel van de lezing volgens het Haarlem’s Dagblad van 14 oktober 1932.
16 Naar alle waarschijnlijkheid werd in Kimswerd, Makkum, Bolsward (24 januari) en Witmarsum dezelfde rede als in Workum gehouden.
17 In Friso van 3 januari 1934 wordt een andere titel vermeld nl. “Tegen oorlog en oorlogstoerusting”.
18 In De arbeider van 13 januari 1934 geeft Jo de Haas aan dat hij geneigd is dit onderwerp voor groepen en vereenigingen te behandelen. Hij geeft daarbij aan dat dit een complex thema is waaraan veel aspecten zijn te onderscheiden.
19 In De wapens neder van 01-02-1934 wordt ook Groningen als vergaderplaats genoemd en in De wapens neder van 01-03-1934 Drachten.
20 In De arbeider van 14-04-1934 en van 21-04-1934 wordt de rest van het verslag weergegeven, maar daarin komt Jo de Haas niet voor.
21 Bedoeld zijn C.M. Busscher-Sjerp (Vrijz. Dem. Bond) en da. C Boerlage, doopgezind predikante te Sint Anna.
22 Ook de titel van een brochure en radiorede van De Haas. Zie bijv. De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg. 44, no. 26, 30-06-1934.
23 Dat slaat naar alle waarschijnlijkheid op De Uiver, het vliegtuig van de KLM, dat op 20 december 1934 verongelukte in Irak. Al op 20 december berichtten de kranten dat door slecht weer De Uiver in moeilijkheden was geraakt (zie bijv. De standaard van 20-12-1934). Op 21 december meldden de kranten dat het vliegtuig was neergestort. Hoe we de enigszins cynische opmerking van Jo de Haas, in het licht van deze gebeurtenis, moeten interpreteren, blijft gissen. Was hij (nog) niet op de hoogte ervan?
24 In De arbeid; weekblad van het Nationaal Arbeidssecretariaat in Nederland, jrg 30, no. 45, 08-11-1935 wordt een korte opmerking gemaakt over Jo’s optreden in Alkmaar: “Op dezelfde avond (29-10 lgj) sprak J. de Haas voor de libertairen.”
25 Of Jo dit onderwerp heeft behandeld is niet geheel duidelijk. De syndicalist 30-11-1935 meldt “Voor een stampvolle zaal behandelde Jo de Haas de oorlog Italië-Abessinië.”
26 Aan het eind van deze bijeenkomst, zo meldt Henk Eikeboom, heeft Jo – door H. gevraagd – zich bereid verklaard om weer regelmatig aan De arbeider mee te werken. (De arbeider; socialistisch weekblad voor de provincie Groningen, jrg 46, no. 16, 18-04-1936).
27Het verslag van de Landdagen is geschreven door Jan Veenstra, dienstweigeraar uit Appelscha. Het hier opgenomen deel betreft alleen de activiteiten van Jo de Haas. Het verslag - en dus ook het hier opgenomen deel daaruit - wijkt enigszins af van wat hij heeft ingestuurd; het is door de redactie wat genuanceerd en gecorrigeerd. Zie daarvoor Jansma, Lammert Gosse en Anne Veenstra, Houd je goed. Brieven aan een dienstweigeraar 1935/1936/1937, Oldeberkoop, 2021, 216.
28 De arbeider van 25-07-1936 geeft als titel: Fascisme en de levenshouding van den vrijdenker.
29 In De arbeider van 9 januari wordt als titel voor deze vergadering opgegeven “Welkom vreemdeling!”
30 In De arbeider van 17-03-1939 is een ingezonden stuk geplaatst waarin om verheldering van dit verslag wordt gevraagd.
31 Bedoeld is Het Somaparadijs (Amsterdam-Contact 1934); een vertaling van Brave New World van Aldous Huxley.
32 De titel vermeld door de Schager Courant is niet geheel juist. Het gaat om Willem van Iependaals Kluivenduikers doedeldans, dat in 1937 verscheen (bij de Arbeiderspers Amsterdam). Van een verbod op dat boek heb ik geen melding kunnen vinden. De arbeider van 07-07-1939 meldt dat Willem van Iependaal zijn pas verschenen boek De dans om de rinkelbom zou bespreken (ook verschenen bij De Arbeiderspers 1939). Uit het verslag in De arbeider van21-07-1939, blijkt dat die aankondiging niet correct was.
33Opgave van de data voor IJmuiden en Bakkeveen in De arbeider van 13-10-1939. Het is uiteraard onmogelijk dat Jo de Haas 21 oktober op beide plaatsten aanwezig is geweest. In De arbeider van 20-10-1939 wordt opnieuw geattendeerd op de bijeenkomst in Bakkeveen, maar wordt geen melding meer gemaakt van de meeting in IJmuiden. In de lokale kranten treft men geen advertentie aan van de lezing van De Haas te IJmuiden. Waarschijnlijk is die niet doorgegaan, maar ik heb dat verder niet kunnen verifiëren.
34 De Emmer Courant van 8 december 1939 meldt dat De Haas tijdens een vergadering van 29 oktober zijn beledigende en opruiende woorden heeft gesproken.
35 “De noordelijke anarchisten troffen elkaar in de oorlogsjaren toch enige malen op het terrein. In 1942 vergaderden ze er in bijzijn van Jo de Haas en kwamen ze tot de conclusie dat elke openlijke manifestatie van de anarchistische beweging pure zelfmoord zou betekenen.”, zie Hazekamp, Arie, Tachtig jaar Pinksterlanddagen (1933-2013), De As, 41ste jaargang, nr. 183, 2013. p. 12.
36 “Een dergelijke bijeenkomst heeft mogelijk ook in 1943 plaatsgevonden, waar opnieuw Jo de Haas bij aanwezig was. “ zie Hazekamp, Arie, Tachtig jaar Pinksterlanddagen (1933-2013), De As, 41ste jaargang, nr. 183, 2013. p. 12